Opinies

De Britten staan in Brussel met de rug tegen de muur

Dezer dagen beginnen in Brussel de Brexit-onderhandelingen, en die beginnen onder een totaal ander politiek gesternte dan begin dit jaar nog werd gedacht. Dat komt omdat ze onder een totaal ander electoraal gesternte beginnen. Kort samengevat: bij de twee grootste nationale tegenspelers is de positie van Parijs fors versterkt en die van Londen fors verzwakt.

administrator_ebnDe Britten staan in Brussel met de rug tegen de muur
read more

Kritisch volgen van Europese integratie zonder flauwekul – Interview met Paul Bordewijk

In twee recente artikelen stelt publicist Paul Bordewijk dat de discussie die de Europese Commissie nu geëntameerd heeft rond vijf toekomstscenarios voor Europa in ieder geval tot de conclusie moeten leiden dat volledige integratie er niet zal komen. Wanneer men die conclusie luid en duidelijk trekt, aldus Bordewijk, zitten daar grote voordelen aan vast. De wijze waarop landen in Europa samenwerken, wordt dan niet meer getoetst aan de vraag of zo de beoogde Europese integratie dichterbij komt. Samenwerken moet gebeuren op grond van reële voordelen, die het verlies van democratie dat elke overdracht van bevoegdheden met zich meebrengt goedmaken. Europese samenwerking moet de oplossing zijn voor reële problemen, en niet een oplossing op zoek naar een probleem. We spraken Bordewijk naar aanleiding van zijn artikelen.

Vraag 1: In uw artikelen uit u felle kritiek op het spreken over Europa als ‘project’. Waarom stoort u dat zo?

A: Je hoor steeds vaker: ‘het Europees project dreigt te mislukken’, of ‘nieuwe kansen voor het Europese project’, maar je vindt nergens wat er nu eigenlijk mee bedoeld wordt, laat staan wanneer Europeanen daarmee  zouden hebben ingestemd. Normaal houdt de term ‘project’ in dat je wilt komen van de ene toestand naar de andere, langs een afgesproken weg en tegen van tevoren begrote kosten. Het bouwen van een huis is een project, of de invoering van een wet. Maar waarheen moet het Europese project ons leiden? Het enige dat ik me erbij voor kan stellen is een Europese federale staat, maar zeg dat dan ook, en vraag aan de inwoners of ze dat willen. De laatste keer dat zoiets aan de Nederlanders gevraagd is was in 2005, en toen wat het antwoord duidelijk ‘nee’.

Vraag 2:  De Juncker scenarios voor de toekomst van Europa worden nu op vele plaatsen besproken, in Nederland blijft het echter nogal stil rond die toekomstbeelden. Hoe komt dat?

A: Ik denk dat dat komt omdat wij door onze geografische ligging er niet aan ontkomen Franrijk en Duitsland te volgen, terwijl we cultureel het zuidelijkste land van Scandinavië zijn en uit onszelf liever de weg van Denemarken of Zweden zouden willen kiezen.  In het debat over de Europese Grondwet spoorde Balkenende ons aan vóór te stemmen, niet omdat hij dat een goede wet vond, maar omdat hij anders in zijn hemd stond. De belangrijkste institutionele punten uit de Grondwet – de eigen voorzitter van de Europese Raad en de inkrimping van de Europese Commissie – werden niet door de Nederlandse regering onderschreven. Curieus detail was ook dat tijdens de behandeling van het Verdrag van Maastricht in onze Tweede Kamer de meeste Kamerleden via de televisie het debat daarover in het Britse Lagerhuis volgden in plaats van de eigen discussie.

Vraag 3: U stelt in uw artikelen dat om te komen to nieuwe inzichten rond Europa het wellicht goed is het vijfde scenario van Juncker: veel sterkere integratie, te relativeren. Waarom is het nodig dit nog zo uitgebreid te stellen in een omgeving waar bijna geen fedearlist meer over is?

A: Dat er bijna geen federalist meer over is ervaar ik niet zo. Ik heb b.v. niet de indruk dat Guy Verhofstadt van mening veranderd is, en die is toch voorzitter van de fractie in het Europees Parlement die veel Nederlandse kiezers vertegenwoordigt. In Nederland doet D66 regelmatig uitspraken waaruit blijkt dat zij eerder voor een eenheidsstaat zijn dan voor een federatie, en GroenLinks wijkt daar weinig vanaf. In mijn eigen PvdA milieu ontmoet ik vaak federalisten die mij als een gevaarlijke nationalist beschouwen. De uitdrukking ‘het Europese project’ suggereert sterk dat er aan zo’n federale staat gewerkt wordt. De neiging elke overdracht van bevoegdheden aan de EU als winst te beschouwen, valt ook alleen te rechtvaardigen vanuit de gedachte dat je zo werkt aan een federaal Europa waar de uitoefening van die bevoegdheden onderwerp is van democratisch debat. Wanneer er geen federatie komt – en ik geloof daar niet in –  betekent overdracht van bevoegdheden verlies aan democratie. Dat moet heel kritisch maken op die overdracht.

Vraag 4: Welke ruimte moet er volgens u worden geschapen om een alternatief voor de toekomst van Europa te ontwikkelen, en waar zouden de Europese beleidsmakers zich met voorrang op moeten richten?

A: Er moet vooral kritisch gekeken worden naar wat er tot nu toe is gerealiseerd. De Eurozone moet worden ingeperkt tot landen die uit zichzelf niet te veel verschillen in inflatie, en er moet niet vanuit Europa een sociaal-economisch beleid worden opgelegd dat haaks staat op de uitkomst van het democratisch proces.Verder moet de reikwijdte van de interne markt worden ingeperkt. Hier moeten de principes van subsidiariteit en proportionaliteit ook van kracht worden.

Vraag 5: Wat is in uw ogen het belang van civiele bewegingen en organisatievormen in dit alles. Doen die er toe?

A: Civiele bewegingen draaien veelal op mensen die voor een bepaald belang opkomen, zoals de vakbeweging of de fietsersbond. Bij de Europese integratie zie ik vooral dat voorstanders en betrokken professionals zich organiseren. Ik zou zelf echter graag lid worden van een organisatie die zich kritisch opstelt tegenover de Europese integratie zonder in flauwekul te vervallen… maar het motiveert mensen blijkbaar niet erg om daar hun tijd in te steken.

Zie voor de artikelen over de Toekomst van Europa van Bordewijk:

 

 

administrator_ebnKritisch volgen van Europese integratie zonder flauwekul – Interview met Paul Bordewijk
read more

Koop Waalse waar, dan helpen wij elkaar – Thomas von der Dunk

Kiezen ze in Wallonië nu opnieuw voor de rol van buitenbeentje binnen België en Europa op het terrein van de economische politiek? Afgelopen najaar lag de Waalse regering al op het laatste moment dwars bij de ondertekening van het CETA, die daardoor de nodige vertraging opliep. Daarvoor beschikte zij overigens over aanmerkelijk betere argumenten dan de toonaangevende politieke goegemeente in vrijhandelsland Nederland toen wilde weten, voor wie protectionisme ongeveer het ergste woord is dat er bestaat – na ‘politieke correctheid’ dan.

Wel: politiek incorrect waren de Walen zeker, maar zij spraken toen wel namens veel meer Europese burgers dan het bescheiden formaat – de kleinere helft van één van de achtentwintig EU-leden – van hun territorium suggereert. Dat een halve lidstaat een internationaal handelsbedrag kon blokkeren, of tenminste een tijdje ophouden, kon er bij velen niet in. Maar dat heet: rechten voor minderheden.

Maar de angst die de Waalse regering met haar verzet vertegenwoordigde, namelijk dat opnieuw – dankzij een apart ‘onafhankelijk’ arbitragehof waar ondemocratische multinationals democratisch gekozen regeringen met een kans op miljoenenboetes voor de rechter kunnen slepen als nieuw overheidsbeleid hen niet bevalt, d.w.z. hun winstperspectieven vermindert – de belangen van de grote bedrijven het zouden winnen van die van de gewone burgers, was terecht. Om één voorbeeld te geven: toen de Duitse regering na Fukushima besloot om de kerncentrales te sluiten, kreeg zij meteen een proces van de Zweedse energiegigant Vattenfall aan haar broek, omdat de aandelenkoersen nu dreigden in te zakken.

Multinationals zijn in de totale vrijhandelswereld van dit moment, waar als gevolg van de neoliberale heilsleer elk overheidsbeleid het risico loopt als ‘verstoring van de markt’ op een veto te stuiten, als souvereine staten gaan opereren. Tussen de Europese landen is een fiscale race to the bottom gaande, en daarmee, als gevolg van verminderde belastingopbrengsten, ook een sociale. In de machteloosheid van de staten om dit te veranderen, en de daaraan gekoppelde fiscale vrijhavens voor multinationals en miljardairs waarin dat resulteert (May heeft er ingeval zij bij een moeizame Brexit niet voldoende haar zin krijgt ook mee gedreigd), dient men een van de hoofdoorzaken van de populistische storm die nu over Europa trekt te zoeken.

Het nieuwe protectionisme vormt een verklaarbare reactie op de unilaterale creatie van belastingparadijzen voor de happy few.

Er valt zeer veel aan te merken op Donald Trump – zijn heksenjacht op journalisten en rechters, in combinatie met een loshartige omgang met de feiten, brengt de scheiding der machten in gevaar, om van zijn riskante schofferen van Europa en dito hoveren van Rusland te zwijgen – maar over het feit dat het TTIP van de baan is, hoeven we juist om die reden niet erg rouwig te zijn. Laat men deze afgang benutten om in de toekomst met iets evenwichtigers te komen.

Zeker: voor de consument is een vrijhandelsverdrag erg prettig – net vanmiddag bleek ik nog als particulier forse invoerrechten te moeten betalen voor een speciaal stel nieuwe western-laarzen uit de VS, die binnen twee dagen de oceaan over waren, maar vervolgens op twee weken oponthoud bij de douane stuitten; dat was niet bij de bestelprijs en leverantievoorwaarden inbegrepen. Maar weegt dat toch relatief eenmalige financiële ongemak (tenzij iemand zijn hele garderobe buiten Europa bestelt) op tegen de nadelen van één wereldwijde markt, waar het gaat om de consequenties voor de overheidsinkomsten en de salarissen van werknemers die anders mogelijk vanuit lagelonenlanden worden weggeconcurreerd?

Denk aan de kwestie van Poolse vrachtwagenchauffeurs, die bereid zijn voor een habbekrats ook de Nederlandse weg op te gaan en via allerlei schijnconstructies zogenaamd voor een Pools bedrijf, maar de facto voor een Nederlands werkzaam zijn. Lodewijk Asscher probeert daar nu iets aan te doen, maar stuit in Brussel op forse tegenstand van Oosteuropese landen. Dat maakt de roep om de terugkeer van economische grenzen en dus om vormen van protectionisme bij een deel van het Nederlandse electoraat verklaren. Het is het volstrekt logische antwoord van de verliezers van de globalisering.

Om nu bij de Walen terug te keren: De Volkskrant berichtte 9 februari over een politiek initiatief tot ‘nationalistisch consumeren’ bij onze Franstalige zuiderburen (ja, Nederland grenst nabij Maastricht en nabij Vaals tweemaal – gescheiden door de Vlaamse Voerstreek – over een paar kilometer lengte aan Wallonië) om de regionale economie te stimuleren, wat op voedselgebied overigens geen onverdeeld genoegen bleek: de geïnterviewde politica Isabelle Stommen bleek na drie maanden de pasta te misen en op alsmaar aardappels eten uitgekeken te zijn. “Alleen Waalse waar valt in praktijk toch wat tegen”, aldus de kop boven het stuk. De Waalse regering wil die bevordering van regionale producten met haar Trumpiaanse motto “acheter Wallon” zich voortaan ook tot industriële producten laten uitstrekken.

Europa is gebaseerd op het idee van één goederenmarkt, die regionaal protectionisme overstijgt. Het vaart daar ook over het algemeen wel bij; als elk land zo zou handelen als Wallonië, dan zit iedereen elkaar in de weg en schiet dat niet op. Maar zonder nu zulk protectionisme te willen bepleiten: er zit natuurlijk wel één belangrijk onzinnig, verspillend aspect aan die grenzeloze markt. Dat is het nodeloze heen en weer gesleep met goederen en dieren dwars door Europa, omdat de vervoerskosten kennelijk relatief te laag zijn. Aan de transportsector kleeft zo, afgezien nog van het dierenwelzijn, ook een extra belasting voor het milieu en aanslag op de energievoorraad. Dat zou reden moeten zijn om het ‘koopt Waalse waar, dan helpen wij elkaar’ niet al te categorisch van de hand te wijzen, waar het ‘koopt verre waar’ immers ook evidente nadelen heeft.

administrator_ebnKoop Waalse waar, dan helpen wij elkaar – Thomas von der Dunk
read more

Thomas von der Dunk – Vindt de Brexit nog voor Sint-Juttemis plaats?

Die Brexit: zou het daar nog ooit van komen? De Britse kiezers, die afgelopen juni vóór stemden en door Farage en Johnson voor ogen was getoverd dat dit snel geregeld zou zijn, zullen zich vast bedrogen voelen. De jaartallen die nu voor de feitelijke uittreding circuleren, komen steeds verder weg te liggen, lang na 2020. Er is inmiddels meer dan een halfjaar verstreken, en in Brussel nog niet eens daartoe een officiële aanvraag door de Britse regering ingediend. Westminster maakt geenszins haast.

Theresa May mag keer op keer verklaren dat ‘Brexit’ ‘Brexit’ betekent, maar waar zij er zelf nooit een voorstander van was, zal het trage opereren van haar regering door veel Brexiteers met wantrouwen worden bezien. Want wat betekent Brexit in de praktijk?

Zit hier niet een addertje onder het gras, waarvan de tegenstanders van een Brexit listig gebruik zullen trachten te maken, door wel in naam, maar niet in feite Groot-Brittannië van de Europese Unie los te koppelen. Komt er een soort bijsluiter die meer belooft dan waarmaakt, zoals door Rutte het Oekraïne-nee uiteindelijk met veel fraaie formules in een Oekraïne-ja is omgebogen? Voor May is dat het vinden van de kwadratuur van de cirkel, omdat er door de Brexiteers onterechte verwachtingen zijn gewekt.

Veel van hen deden het voorkomen, alsof men met een Brexit wel de lusten van het EU-lidmaatschap – toegang tot de vrije markt – kon behouden zonder de lasten ervan – het vrije verkeer van personen en een bijdrage aan de Brusselse kas – te hoeven dragen. Maar wij zullen geen ‘cherry-picking’ toestaan, zo prikte Angela Merkel al meteen alle illusies daaromtrent door.

Klein extra psychologisch probleem: alles wat naar een softe Brexit zweemt, zal door de Brexiteers als verraad aan de Wil van het Volk – althans van de 51% van de kiezers die opkwamen – worden uitgelegd. Alleen het woord al doet de haviken onder de Tories steigeren. Toch een beetje in Brussel blijven meedoen? Maar een harde Brexit isoleert de Britten economisch toch wel erg van het continent. Ook al zijn de door de anti-Brexiteers voorspelde rampen – net als bij de zege van Trump – uitgebleven (grote woorden gebruikten beide kampen), dat dit niet bevorderlijk is voor de Britse export is evident.

Politiek gezien kan May alleen maar met een harde Brexit thuiskomen – een overtuigde Brexiteer zou, paradoxaal genoeg, in dat opzicht juist minder de handen gebonden zijn, omdat van zoiemand eerder wordt geloofd dat die teveel kosten zou en een softe Brexit verstandiger is. Het verklaart mede, waarom May de handen vrij wil hebben, en vreest voor de ‘matigende’ invloed van het parlement, waarin de Brexiteers immers maar in de minderheid zijn.

En daar, met dat buitensluiten van het parlement teneinde een politiek onverkoopbare softe Brexit uit te sluiten, beginnen nu de problemen, al in juridische zin. Want hoe verstandig het ook uit onderhandelingstechnisch oogpunt ook mag zijn, om de eigen inzet en gewenste uitkomst plus te benutten methodes om die te bereiken niet publiekelijk te bediscussiëren – Brussel luistert mee -, in zo’n essentiële kwestie spreekt de volksvertegenwoordiging wel een woordje mee.

Het recht daarop is intussen, omdat een aantal tegenstanders meteen vanwege Mays eigenmachtige optreden een proces was begonnen, inmiddels ook al door het gerechtshof bekrachtigd. En daarnaast zet ook het feit dat de Schotten en Noord-Ieren in meerderheid vóór blijven in de EU gestemd hadden, een zware druk op May: zij moet ook met een voor hen bevredigend resultaat thuiskomen, d.w.z. zo min mogelijk Brexit, en dat staat haaks op de insteek van de Engelse kiezersmeerderheid. Zo niet, dan dreigen de Schotten met afscheiding.

Van Brussel heeft May weinig hulp te verwachten, zowel om psychologische als om strategische redenen. De leidende politici in Brussel zijn beledigd over de uitkomst van een onnodig referendum, en nemen het Cameron zeer kwalijk dat die zijn partijpolitieke belangen boven (inter)nationale stelde. Precies zoals men het daar Rutte kwalijk nam, dat hij bij het Oekraïnereferendum was weggedoken. Verschil: Rutte kreeg zijn gewenste bijsluiter, omdat Nederland binnen de EU nu eenmaal een veto heeft. May kan het in dat opzicht schudden: wie straks weg is, wordt nu al niet meer gezien, in de wetenschap dat de Britten economisch veel afhankelijk zijn van Europa, dan Europa is van hen.

Ook om strategische redenen zet Brussel op een harde Brexit in, zoals ook de benoeming van haar hoofdonderhandelaar aangeeft: Michel Barnier geldt als een fervent beteugelaar van de financiële sector. Zijn komst werd aan de overzijde van het Kanaal met afgrijzen begroet. Voor Brussel staat nu het behoud van de EU van 27 voorop, de Britse belangen zijn daaraan ondergeschikt. En behoud van de EU van 27 betekent dat, met Frexit- en Nexit-voorstanders Le Pen en Wilders hoog in de peilingen, duidelijk moet zijn dat men niet straffeloos uit de EU kan breken.

Daar komt tenslotte nog een inhoudelijk punt bij: de uiteenlopende opvattingen over wat de EU moet zijn – een politieke gemeenschap of een vrijhandelsmarkt. De Britten zien de EU als dat laatste, en willen, Brexit of niet, de toegang tot die markt behouden en, door als neoliberaal belastingparadijs te blijven fungeren, hun eigen economie bevoordelen. Maar zeker voor Parijs, met een heel andere economische invalshoek, is het onacceptabel als er zo voor de Franse kust een soort piratenstaat ontstaat, die door oneigenlijke concurrentie via een vrije geldmarkt de andere landen tot een verdere fiscale race to the bottom dwingt. Van Barniers harde opstelling kan zij op aan.

– Thomas von der Dunk, 11 januari 2017

administrator_ebnThomas von der Dunk – Vindt de Brexit nog voor Sint-Juttemis plaats?
read more

Thomas vond der Dunk – Het Ja-Kamp heeft zelf de weg voor het ‘Nee’ geplaveid

Er bestaat amper iets gênanters dan politici die staan te juichen bij hun eigen nederlaag. Wat dat betreft was ‘2016’ toch weer een slappe herhaling van ‘2005’, toen, bij het vorige referendum over Europa, de voorstanders van de Grondwet met nagenoeg hetzelfde percentage onderuit gingen, als nu de voorstanders van het associatieverdrag met Oekraïne. Belangrijkste verschil: toen een behoorlijk hoge opkomst, nu amper de helft daarvan.

Een van de hoofdmotieven voor de nee-stemmers vormde hun angst dat het associatieverdrag een opstapje zou vormen voor een lidmaatschap. Ofschoon het verdrag daar nergens van rept, is die angst tegelijk niet geheel onbegrijpelijk, omdat het verdrag het ook niet nadrukkelijk uitsluit: de Polen, Balten, Zweden en Britten waren tegen zo’n clausule, want die zijn juist zeer geporteerd voor een dergelijk toekomstperspectief.

En ook Oekraïne zelf heeft bij het bereiken van een positieve uitslag niet echt meegeholpen. Niet alleen, omdat een van de Europese Hoffnungsträger voor de grondige aanpak van de notoire corruptie in dat land, minister Abromavicius van Economische Zaken, er even eerder het bijltje bij had neergegooid, aangezien hij zijn taak kennelijk als hopeloos beschouwde. En niet alleen, omdat vlak voor Referendumdag naast de naam van Poetin ook die van Porosjenko in de Panama Papers opdook, wat het beeld van een zelfzuchtige Oekraïense oligarchenelite bij de eurosceptische kiezer alleen maar versterkte.

Ook droeg Porosjenko namelijk op een andere wijze zelf munitie aan voor het nee-kamp. En wel, door tegenover zijn eigen volk het associatieverdrag stelselmatig als een eerste stap op weg naar het EU-lidmaatschap te presenteren. En het is natuurlijk ook inderdaad niet – dat was desinformatie van de voorstanders – een ‘gewoon’ handelsverdrag, vergelijkbaar met dat met pakweg Chili. Het is aanmerkelijk dikker, en dient duidelijk, mede vanwege een militaire paragraaf, geostrategische doelen: Oekraïne in het westerse kamp krijgen.

Voor dat laatste valt heel wat te zeggen – voor mij was het juist de hoofdreden om toch ‘ja’ aan te kruisen, in de SP-kritiek op het neoliberale economische karakter kan ik best een stuk meegaan – maar dan moet het kabinet daar ook open voor uit durven komen, en zich niet angstvallig tot een handelsbabbeltje beperken.

Zeker, van enige concrete voorbereiding van een EU-lidmaatschap is met dit handelsaccoord geen sprake; wel is het zo, dat mocht Oekraïne ooit – over vele decennia – inderdaad toch EU-lid worden, dit accoord achteraf natuurlijk als een eerste stapje in die richting beschouwd zal worden. Maar zo’n uitkomst staat op zich geenszins vast. Anders gezegd: zo’n accoord is misschien een noodzakelijke voorwaarde voor een lidmaatschap, maar een lidmaatschap niet het noodzakelijke resultaat van zo’n accoord.

Dat Porosjenko tegenover zijn kiezers een ander verhaal houdt en wel die directe relatie legt, is om zijn eigen binnenlandse positie te verstevigen en om al diegenen in eigen land die – uit scepsis inzake de Europese wil om Oekraïne te helpen – gevoelig zijn voor de Russische lokroep, te tonen dat zijn op Europa gerichte koers niet zinloos is, maar daarentegen juist loont. Toch verbaast het dat vanuit Den Haag niemand gepoogd heeft (of erin geslaagd is?) hem duidelijk te maken dat het met het oog op een door hem gewenst ‘ja’ verstandig zou zijn even zijn mond te houden. Nu bleek hij de beste bondgenoot van Thierry Baudet.

Daarbij komt dat zowel de Europese als de Nederlandse politiek de afgelopen jaren de kiezer toch wel enige reden heeft gegeven om mooie verzekeringen – ‘zo’n vaart loopt het niet’ – met het nodige wantrouwen te bejegenen. Denk alleen aan de schier eindeloze reeks holle beloftes – van ‘geen cent meer naar de Grieken’ en ‘het aantal asylzoekers gaat naar nul’ tot ‘een proefverlof voor Volkert van der G. maak ik niet mee’ – waarmee een Rutte het overlopen van zijn kiezers naar Wilders heeft trachten te voorkomen. Ongeloofwaardige beloftes uit doorzichtige electorale motieven: dat keert zich tenslotte altijd tegen je.

Ook ‘Brussel’ staat – als gevolg van allerlei abrupte koerswijzigingen – in de ogen van veel kiezers niet bepaald als betrouwbaar bekend. Frankrijk blijft ongestraft de drieprocentsnorm schenden – en hoe staat het er écht voor met dat hervormingsprogramma in Griekenland? Of dat ‘No bailout’: wat is er van die rotsvaste verzekering terecht gekomen? Dat dat uitgangspunt toch steeds weer losgelaten wordt, is niet onbegrijpelijk – maar dat dan door de kiezer aan zulke rotsvaste verzekeringen geen waarde wordt gehecht, is dat vervolgens evenmin.

Dat geldt dus in zijn ogen eveneens voor die andere spijkerharde Brusselse garantie: nee, dit associatieverdrag zal nooit, never dienen als een opmaat tot een lidmaatschap, want – zo, het hoofdargument – Oekraïne zal nog in geen decennia aan de toetredingsvoorwaarden voldoen. Dat laatste is zo – maar hoe hard zijn straks die voorwaarden, als er plots heel andere factoren in het spel komen die dan in het besluitvormingsproces zwaarder gaan wegen?

In dat opzicht zullen velen de omgang met Turkije als een veeg teken beschouwen. Jarenlang werd door Europa met reden de boot afgehouden – met Erdogan wordt Turkije steeds autocratischer – maar onder druk bleek afgelopen maanden plots alles vloeibaar te worden.

Ofschoon Ankara vandaag aan de Kopenhagencriteria minder voldoet dan ooit, heeft de vluchtelingencrisis ervoor gezorgd dat alle bezwaren tegen toetredings­onderhandelingen ijlings zijn ingeslikt. Ofschoon ik zelf niet denk dat die nu tot veel zullen leiden, is het niet vreemd dat de doorsneekiezer dan verzekeringen over eeuwig-harde toetredingseisen voor Oekraïne eenvoudigweg niet gelooft.

administrator_ebnThomas vond der Dunk – Het Ja-Kamp heeft zelf de weg voor het ‘Nee’ geplaveid
read more

Thomas von der Dunk – Schengen essentieel voor binnenlandse vrede

Eén van de grootste angsten van Brussel sinds het uitbreken van de vluchtelingencrisis is dat daardoor ‘Schengen’ zal bezwijken. De in Hongarije begonnen egocentrische aanpak waarbij men door het bouwen van hoge hekken het probleem naar de buren doorschuift, heeft intussen een kettingreactie van grenssluitingen tot gevolg gehad.

Die heten weliswaar conform de EU-norm tijdelijk te zijn, maar dreigen wel een permanenter karakter te krijgen dan velen nu nog durven aan te nemen. Zeker als het accoord met Turkije minder goed dan verhoopt blijkt te werken en de daaraan gerelateerde onderlinge afspraken tussen de Europese lidstaten aangaande verdelingsquota in de praktijk evenmin nagekomen worden als bij alle vorige accoorden het geval is geweest.

In Den Haag wordt sterk het belang van het overeindhouden van ‘Schengen’ benadrukt, maar wat daarbij opvalt is de zeer eenzijdige economische argumentatie, die ook op andere Europese beleidsterreinen voor de Nederlandse invalshoek kenmerkend is. Denk aan het associatie-accoord met Oekraïne, waarbij het aanstaande referendum voor het ja-kamp opnieuw – net als dat van 2005 – op een debakel dreigt uit te lopen.

Voorzover het Nederlandse kabinet überhaupt van zich laat horen, gaat het vrijwel uitsluitend over de handelsvoordelen die daaruit voor Nederland voortvloeien. Over de geostrategische consequenties van een ‘nee’ in relatie met een assertief-agressief opererend Rusland, of uit eigen Europese waarden voortvloeiende morele verplichtingen om Oekraïne bij de – vanwege de epidemische corruptie zeker zeer moeizame – opbouw van democratie en rechtstaat te helpen geen woord. Opnieuw blijkt hier in de praktijk de zogeheten Uri Rosenthal-doctrine in Den Haag dominant: we zijn vooral lid van de EU om makkelijker onze aardappelen en watertomaten te kunnen verkopen.

Die Uri Rosenthal-doctrine domineert ook de Nederlandse bijdrage aan de strijd voor het behoud van ‘Schengen’. Het gaat steeds om de praktische economische voordelen daarvan: het profijt van open grenzen voor de handel- en transportsector, het gemak voor Nederlandse transnationale forenzen die, al dan niet uit fiscale motivatie, een aardig optrekje in Bad Bentheim of Brasschaat hebben aangeschaft, maar hun arbeidsplichten aan deze zijde van de vaderlandse slotgracht bij Zundert en Zevenaar blijven vervullen.

Dat is, om de fameuze leus van het Nederlandse kabinet bij het vorige referendumdebakel te citeren, allemaal vast ‘best belangrijk’, maar tegelijk relatief oninteressant. Het belangrijkste blijft namelijk buiten beschouwing: de bijdrage van open grenzen aan de interne vrede van een aantal lidstaten, en daarmee aan de interne stabiliteit van Europa als totaal.

Dat dit in Nederland buiten beschouwing blijft, is geen toeval. Het is vanouds onze blinde vlek. Nederland is namelijk zelf heel gelukkig met z’n eigen grenzen. Het kent geen separatisme en geen irredentisme van betekenis. Een serieuze Friese afscheidingsbeweging bestaat niet en de Groot-Dietse beweging, die Vlaanderen bij Nederland wil voegen is zo goed als dood.

Nederland, kortom, kent geen minderheden die hun Heimat het liefst naar een andere staat zouden overhevelen, of er – al dan niet van Moresnet-formaat – een geheel eigen staatje van zouden willen maken. Dat is elders in Europa wel anders, en in veel gevallen heeft de onvrede van regionale minderheden met de natiestaat waartoe zij als gevolg van allerlei oorlogen zijn komen te behoren, in de afgelopen eeuwen vervolgens tot nieuwe oorlogen en geweldsuitbarstingen geleid.

In Nederland ziet men de Europese opgave in politieke zin vooral als een duale verhouding tussen de unie en de lidstaten, maar de kern is het vinden van de juiste balans in de driehoeksverhouding tussen Europa als geheel, de natiestaten en de regio’s met hun nationale minderheden daarbinnen: de Catalanen zijn mede zo pro-Europees omdat zij zo ook onder Madrid hopen uit te kunnen komen.

De externe doorlaatbaarheid van de staatsgrenzen (dankzij Schengen) is daarvoor vaak even essentieel als de interne decentralisatie van de natiestaten (iets waarmee Nederland, sinds 1795 een uitgesproken eenheidsstaat, ook al niet meer vertrouwd is). Dat zet namelijk de officiële hoofdstad, waarmee men weinig verwantschap voelt, op afstand, en haalt de buren aan gene zijde van de staatsgrens, met wie men zich juist wèl zeer verwant voelt, dichterbij.

Niet toevallig kwam een paar weken geleden in Nieuwsuur de burgemeester van Brenner aan bod: een Duitstalige gemeente in Italië, direct aan gene zijde van de Brennerpas, die sinds 1919 de Oostenrijks-Italiaanse grens vormt. Zuid-Tirol moest toen, tegen de wil van de bevolking, door Wenen aan Rome worden afgestaan.

De onvrede met de straffe assimilatiepolitiek, die vervolgens door Mussolini, maar ook nog na 1945 door Rome werd bedreven, heeft begin jaren zestig zelfs tot ettelijke terroristische aanslagen geleid. Pas de interne decentralisatie van Italië in combinatie met het uit ‘Schengen’ en het Oostenrijkse EU-lidmaatschap voortvloeiende wegvallen van de grenscontroles heeft de gemoederen doen bedaren. In 1992 kon het conflict officieel worden bijgelegd.

Als Rome als gevolg van vergaande autonomie bestuurlijk ver weg is, en niets een gang naar Innsbruck voor studie, inkopen of Schützenfest meer in de weg staat, valt voor veruit de meeste Zuid-Tirolers wel met het eigen Italiaanse staatsburgerschap te leven. Gaan de grenzen echter weer dicht, dan kan dat weer anders worden – en daarmee staat met Schengen meer dan de winstgevendheid van de eigen aardappelhandel waaraan Den Haag zo geweldig hecht op het spel.

 

administrator_ebnThomas von der Dunk – Schengen essentieel voor binnenlandse vrede
read more

Herdenkingstoespraak voor dr. E.P. (‘Mom’) Wellenstein – door Laurens Jan Brinkhorst

Op vrijdag 4 maart is in een afgeladen Kloosterkerk in Den Haag ons beminde erelid dr. E.P. (Mom) Wellenstein herdacht. Namens allen die Europa een warm hart toedragen sprak oud-minister en persoonlijke vriend van Mom Wellenstein, Laurens-Jan Brinkhorst.

Het EBN bestuur en de Vereniging sluiten zich graag aan bij de woorden van grote genegenheid en waardering.

Hieronder volgt de rede van dhr. Brinkhorst:

“Met Mom Wellenstein is niet alleen een groot Europeaan, maar ook een bijzonder mens heengegaan. Op de vensterbank in zijn flat, recht tegenover de plaats waar hij de laatste tijd zat, stond een foto van de jonge Mom als ongeveer 8-jarige tussen zijn vader en zijn moeder. Met schrandere ogen kijkt hij je ietwat ondeugend en uitdagend aan. In dat portretje heb ik altijd de oorsprong gezien van de soevereine, onafhankelijk opererende man, die zoveel denkkracht uitstraalde.

Weinigen van zijn generatie hebben zo lang een scherpe, onderzoekende geest gehouden en zijn zo lang actief betrokken gebleven bij de wereld om hen heen. Met zijn grote ervaring sprak hij met gezag over een waaier van onderwerpen. Hij was een vraagbaak voor velen, een leermeester in letterlijke zin, maar hij kon ook goed luisteren en had steeds oog voor de mening van anderen. Drie jaar geleden zette hij op zijn onvermijdelijke ouderwetse tikmachine nog zijn zorgen op schrift over de zich voortslepende eurocrisis.  Wij hebben geen angst, maar sterker leiderschap nodig om de toekomst vorm te geven, was zijn aanhoudend devies.

Nog geen zes maanden geleden bezocht Jeroen Dijsselbloem hem om hem over zijn levenslijn te bevragen. Kort daarna deed hij van dit bezoek verslag in de plenaire vergadering van de Tweede Kamer bij de aanbieding van zijn begroting op Prinsjesdag. Hij sprak over de betrokkenheid van Mom bij de verwezenlijking van het revolutionaire idee van samenwerking tussen landen die kort daarvoor nog in oorlog waren geweest en waarbij miljoenen mensenlevens waren verloren. Hij zei concluderend: “Op dat moment besefte ik dat ik tegenover een ontdekkingsreiziger zat. Het leven en werk van Wellenstein laat zien dat je ook op een eeuwenoud continent een nieuwe landkaart kunt uittekenen”.

Mom was inderdaad een ontdekkingsreiziger, maar bovenal behoorde hij tot de scheppers, die de nieuwe landkaart van Europa, die nu de Europese Unie is geworden, hebben ingekleurd en vorm gegeven. Zijn ervaringen als jong volwassene in het verzet en zijn gevangenschap in Scheveningen en het strafkamp Amersfoort, hebben op hem het effect van een pressurecooker gehad. Zelf heeft hij, levend in een onmenselijke situatie  in het contact met medegevangenen, toch zijn menselijke waardigheid weten te behouden. Hij heeft toen ook, door de omstandigheden versneld, zijn grote mensenkennis opgedaan, echt van onecht leren onderscheiden, wie kun je vertrouwen en wie verkoopt alleen praatjes, wie is een bedreiging en wie een mogelijke steun? In de hele oorlog ging het letterlijk steeds om leven en dood. Een beoordelingsfout kon meteen het einde betekenen. Tijdens het verzet heette hij zelf André en hij leerde zijn latere vrouw Inga eerst kennen als Paula. Dr. Max was Mejuffrouw Tellegen, zijn latere bazin als directeur van het Kabinet van de Koningin. Niets  was dus zoals het leek.

Hij is in die tijd niet cynisch of verbitterd geworden zoals vele anderen. Integendeel. Zijn oorlogservaringen maakten hem wel onverzettelijker in zijn morele oordelen. Hij wilde pas naar Spanje na de dood van Franco. Uniek is dat hij zijn verworven inzichten een positieve richting heeft gegeven. Het heeft zijn strijdbaarheid voor waarin hij geloofde versterkt: de perversie en verschrikkingen van het nationalisme waardoor Europese landen elkaar verscheurd hadden, waren geen eindpunt, maar konden het begin zijn van een nieuwe Europese samenleving.  Mitterrand zei vlak voor zijn overlijden: le nationalisme, c’est la guerre! Mom beaamde dat, maar het zijn lessen die wij in onze tijd lijken te hebben vergeten.

Mom geloofde in de opbouw van een nieuw Europa, maar zijn geloof had niets naïefs of zweverigs. Niet alleen had hij daarvoor teveel meegemaakt. Hij was bovenal een praktisch mens. Zijn grote betekenis is altijd geweest , het omzetten van idealen in de praktijk. Hij koos weliswaar na de oorlog voor een leven van maatschappelijke betrokkenheid, zijn eerdere roeping voor technische natuurkunde had hem geleerd altijd op haast ambachtelijke wijze te werk te gaan. Ook Europa moest steen voor steen worden opgebouwd, anders zou het bouwwerk nooit soliede worden. Dat was geen werk voor politici, maar voor ambachtslieden.

Daarom heeft  hij zelf ook nooit een politieke functie geambieerd. Men zei wel eens dat hij de beste minister van Buitenlandse Zaken was die Nederland nooit heeft gehad. Toen ik hem dat voorhield, zei hij met zijn zo typerende glimlach, dat hij invloed in continuïteit in het openbaar bestuur belangrijker vond en dat hij daarin altijd zijn rol had gezien. Hij voelde zich bovenal een “commis d’Etat”.

Toen hij in 2009 uit handen van de voormalige Luxemburgse Minister President Jacques Santer de Médaille d’Or du Mérite Européen ontving, zei hij het plan Schuman van 1950 als een “tweede bevrijding” te hebben ervaren. ”Letterlijk! Daar moest ik bij zijn!”, zei hij.

Zo ging hij al in 1953 met Jean Monnet, de eerste voorzitter van de Hoge Autoriteit naar Washington DC. Voor de wederopbouw van de Europese kolen- en staalindustrie was geld nodig en dat was er in Europa niet. Hij haalde toen de eerste kolen- en staallening op van $100 miljoen, voor die tijd een geweldig bedrag. Hij had gezien dat de Amerikanen voor het Europese project concrete steun wilden geven. Als goed onderhandelaar heeft hij daar toen meteen een prijskaartje aangehangen.

Na zijn functie als secretaris-generaal van de Hoge Autoriteit. sloeg  hij voor de toenmalige EEG als DG Buitenlandse Handel en daarna als DG Buitenlandse Betrekkingen de eerste piketpalen voor het optreden van de Gemeenschap in de wereld. Bij de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschap speelde hij als hoofdonderhandelaar een essentiële rol. Het is de ironie van de geschiedenis dat wij bijeen zijn bij het afscheid van Mom, op een moment dat met Brexit wellicht het V.K. uit de EU zal treden en de Unie zelf in zijn voegen kraakt. Wij missen in Europa op dit moment node de daadkracht, de inzichten en bovenal de wijsheid van onze geliefde Mom Wellenstein.

Tijdens het hoogtepunt van de Koude oorlog, heeft Mom met zijn Britse Commissaris Soames, schoonzoon van Winston Churchill, ook de eerste bouwstenen gelegd voor de Europese betrekkingen met de voormalige Sovjet Unie, voorzitter van de Comecon, met het neutrale Joegoslavië– gelegen in de schemerzone tussen NAVO en Warschaupact– en met China. Mom kon boeiend vertellen over de vele politieke valkuilen die in de contacten met die dictaturen moesten worden vermeden. Ook daar speelde zijn vroegere ervaring in de ondergrondse wereld van 1940-1945 een belangrijke rol.

Na 25 jaar dienst in Europa vond Mom dat het tijd werd voor meer onafhankelijkheid. Maar de publieke zaak liet hem niet los. Hij was jarenlang voorzitter van de examencommissie  voor de aanwerving van jonge diplomaten voor BZ, voorzitter van de Raad van Toezicht van Clingendael, erelid van de Europese Beweging. Zijn invloed was ook zichtbaar in vele rapporten van de Adviesraad Internationale Vraagstukken. Hij vervulde daarbij een sleutelrol en werd ook daar tot erevoorzitter benoemd.

Bezoeken aan Mom kenmerkten zich door een zeker ritueel. Wat fijn dat je er bent. Hoffelijk als altijd vroeg hij of hij een sigaartje mocht roken. Daarna: Doe je mee? Als zijn sigaar tijdens het gesprek meerdere malen uitging, stond hij erop die zelf weer aan te steken, een teken van zijn wens tot zelfstandigheid.

Bij al zijn voorkomendheid was hij soms glashard in zijn oordelen. Dat kwam  regelmatig tot uiting als wij samen op zondag de uitzending van Buitenhof volgden. De oordelen varieerden van : “uitstekend”, “goed geformuleerd”, tot “wat een geklets” of “goedkope prietpraat”. De laatste keer was nog geen drie weken geleden.

Hij heeft zijn geliefde Inga precies vijf jaar overleefd. De laatste tijd is hem heel zwaar gevallen. Maar hij klaagde nooit en bleef innig dankbaar voor de talloze bewijzen van genegenheid die hem ten deel vielen. Er waren momenten dat je in de rij moest staan voor zijn volle agenda van bezoekers. Veel trouwe vrienden (en vriendinnen) hebben hem regelmatig bezocht. Ik mag dit zeggen mede namens de verschillende tafels van de Witte waarvan hij deel uitmaakte. Ik noem met name de Europa tafel en de Wellenstein tafel waarvan hij de oprichter was en waarvan nu ook Edmond lid is. Voor velen van ons –oud en jong- vervulde hij de rol van slijpsteen van de geest. Wij hebben ons allen gelaafd aan zijn scherpe analyses, en aan zijn milde en afgewogen oordeel, zelfs  wanneer hij een andere mening was toegedaan. Hij verbond mensen en meningen en kon daardoor overtuigen. En dan laat ik zijn grote charme, hoffelijkheid en élégance nog buiten beschouwing.

Lieve Mom, het valt ons allen zwaar afscheid van je te moeten nemen, wij zullen je steeds gedenken, en zijn er van overtuigd dat je prachtige en zo waardige levensstijl voor altijd een voorbeeld zal blijven.

Zie verder: http://europesebeweging.nl/rip-dr-edmund-peter-mom-wellenstein/

administrator_ebnHerdenkingstoespraak voor dr. E.P. (‘Mom’) Wellenstein – door Laurens Jan Brinkhorst
read more

RIP dr. Edmund Peter (‘Mom’) Wellenstein

Zaterdag 27 februari is op 96-jarige leeftijd in Den Haag ons erelid dr. E.P. (‘Mom’) Wellenstein overleden. Een Europeaan van het eerste uur, en hartstochtelijk tot in de laatste jaren. Vanuit zijn rijke en veelzijdige ervaring in de opbouw van het naoorlogse Europa heeft hij generaties gevoed met zijn wijsheid, humor en ongeëvenaarde intellectuele generositeit. In tijden van onrust en verwarring bleef hij op de bres staan voor de kern van het Europese project. Zijn warme betrokkenheid zal node worden gemist.
Wij condoleren zijn nabestaanden en gedenken hem met diepe genegenheid en respect. Namens de EBN zal het bestuur aanwezig zijn bij de herdenkingsdienst op vrijdag 4 maart, 11 uur in de Kloosterkerk aan de Lange Voorhout in Den Haag. Moge hij rusten in vrede.

Voor het veelzijdig leven van dr. Wellenstein, zie:

• Necrologie Edmund Wellenstein (1919-2016). Wegbereider van Europa, door Joop Meijnen. NRC 1 maart, 2016, p. 4/5; http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/02/29/wegbereider-voor-nieuw-europa-1595962?utm_source=NRC&utm_medium=banner&utm_campaign=Paywall
http://www.europa-nu.nl/id/vhdo1g7bp6xx/e_p_mom_wellenstein

Voor enkele onverminderd actuele opiniebijdragen van dr. Wellenstein, zie:

• Misleidende discussie over Europa in Nederland (uit december 2013) – http://www.nrc.nl/handelsblad/2013/12/06/misleidende-discussie-over-europa-in-nederland-1322059
• Cameron leidt Europese Unie het doolhof in (uit januari 2013) – http://www.nrc.nl/handelsblad/2013/01/29/cameron-leidt-europese-unie-het-doolhof-in-1201790
• Het zit heel anders met die euroscepsis (uit juli 2011) – http://www.nrc.nl/handelsblad/2011/07/23/het-zit-heel-anders-met- die-euroscepsis-12027058

administrator_ebnRIP dr. Edmund Peter (‘Mom’) Wellenstein
read more

A Dutch Presidency in a critical period Joost van Iersel

EBN member Joost van Iersel published the following analysis of the Dutch EU Presidency for the European Economic and Social Committee.

During the Dutch Presidency nearly all150 meetings of working groups and Informal Councils will take place in the Maritime Museum in Amsterdam. In the glorious 17th century, the headquarters of the Amsterdam Admiralty were located here.

The place is symbolic of global thinking and the preservation of open borders. Since the fifties, this has also been the Dutch trademark in the EU. It was at the origin of Dutch economic prosperity and has remained so long after any real political influence on the international scene had vanished. Inherent specialist expertise and qualities in trading, transport and logistics are also specific features of the Dutch contribution to the EU. Interests of big commercial companies, financing, and international transport are characteristic in the overall picture. Another remarkable stronghold is the agricultural sector. Dutch agribusiness is highly productive, resulting in a very strong position for the sector in Europe and beyond.

Commercial traditions, however, have not hampered a rise in manufacturing, although to a lesser degree than for instance in Germany, Italy or Sweden. Specialist expertise and a deeply felt need for continuous adjustment to changing international circumstances can only subsist, if they are sustained by a high standard of education.

In international rankings Dutch higher education makes generally scores very well. Surprisingly, in 2015 the Netherlands was ranked 5th in the World Competitiveness Ranking of the World Economic Forum. Unemployment is low by European standards. A very specific feature of the labour market is the very high number of self-employed without employees, about 12% of employed people. This phenomenon is largely the result of the flexibility of the labour market, and of the high penetration of ICT and creativity, leading to countless of start-ups and service providers.

So far, so good. But this rosy picture also has its dark sides that correspond to similar negative developments across Europe. Redundancies of large groups of workers, notably older employees with lower middle incomes which is largely a consequence of the rapid development of new production techniques in manufacturing and services, seem unstoppable. This phenomenon, linked to the recent deep financial and economic crisis, has promoted a climate of insecurity. Over the last few years economic insecurity has been the main worry of large parts of the Dutch population. This worry is now even surpassed by the feeling of insecurity and vulnerability among parts of the population due to the influx of refugees/migrants.

Europe is in full transition. In this critical period the government sees as its main task to keep the wheels turning. Due to the complicated political landscape – a de facto minority government, composed of unusual partners of liberals and social-democrats, (too) many political parties, and a strong and vociferous eurosceptical party (Wilders) – the governmental approach is low key. Maybe due to the Presidency Ministers have been highlighting the benefits of European integration. This is, by the way, in agreement with public opinion, which, according to regular enquiries, has on average a positive attitude towards the EU. It is noteworthy that the President of the euro area, the Dutch finance Minister, Mr Dijsselbloem, enjoys considerable popularity. The government says that it does not agree with deepening integration, but in practice it supports all proposals that envisage reinforced surveillance and better functioning of the euro area. It has an outspoken view on ‘less but better legislation’ in the Internal market and on free competition on a level playing field.

Despite Euroscepticism traditional viewpoints look like to regain ground in Dutch politics, although the picture remains confusing. Uncertainty prevails due to public opinion resisting the expected increase in the influx of refugees. This is a dominating theme. Directly related areas include strengthening the outer borders of the EU, the maintenance of Schengen – the government is firmly in favour – and possibly common military commitments in the Middle East. The government is in favour of closer defence cooperation as exists already with Germany and Belgium. The Presidency will pay specific attention to three main issues that are (rightly) considered as main challenges for the Union as a whole: the EU Urban Agenda, digitilisation and Smart industry (= 4.0), and Higher Education. Halfway through the Presidency, there will be a (consultative) referendum on the association treaty between the EU and Ukraine. As always in case of a referendum, the outcome is unpredictable, if not arbitrary, which means a headache for the Presidency, and possibly damaging political consequences. Otherwise it is wait and see, for circumstances are unstable anyway, consider the refugee issue, terrorism, the Middle East, Ukraine and Russia, the Brexit… The Netherlands is a sub-top European player with keen interests in European integration and stability, and with a solid and active, but meanwhile somewhat neglected, tradition in Europe’s policymaking. Given the increased uncertainties one may hope that the government puts its best foot forward.

administrator_ebnA Dutch Presidency in a critical period Joost van Iersel
read more

UK EU Referendum – Een Crash Course in Europese Zaken – G. van Heteren

Er zijn talloze manieren om op het naderende UK EU referendum te reageren.

Nogal wat mensen in Brussel, bijvoorbeeld, zijn al langer een beetje moe van de referendum ‘dreiging’ die maar boven de markt bleef hangen, en stellen nu met de Beatles: ”Let it be”. Anderen maken zich grote zorgen over de desintegratie effecten die een Brexit zou kunnen hebben. Weer anderen kijken met interesse naar de wijze waarop de juristen in Brussel de ‘deal’ hebben geconstrueerd: inderdaad een boeiende exercitie in hoe je interpretaties van de Verdragen kunt oprekken zonder ze te moeten wijzigen.  De hardliners in het Britse nee-kamp riepen natuurlijk al op voorhand en nog voordat er één letter naar buiten kwam dat Cameron’s ‘deal’ geen ‘deal’ was. En herhalen nu voor wie het maar wil horen dat de Britse ‘soevereiniteit’ nog steeds onder immense druk staat, geen Brit een ‘superstaat’ wil, en dat iedereen op het eiland beter af zal zijn in splendid isolation. Weer anderen winden zich op over Cameron’s motto ‘the best of both worlds’ en verwijten de Britten dat men schaamteloos van twee wallen wil eten. En de theaterliefhebbers onder de beschouwers konden zich in het weekend na de ‘deal’ vergapen aan een unieke opvoering waarin wereldpolitiek werd teruggebracht tot het niveau van een – increase the suspense – Eton vendetta tussen Boris en David.

Echter, al dit drama terzijde ontvouwt zich deze weken de complexiteit van de Europese realiteit. Nu er een harde datum is gesteld voor het referendum en de inzet dus reëel wordt, draaien oude en nieuwe media in Groot-Brittannie op volle toeren om alle kanten van de complexe keuze die voor ligt te belichten. Het uur van de waarheid nadert, en dus zien we ineens tal van historische reflecties over eerdere UK Europa keuzes op de BBC, horen we debatten over de rol van de Common Agricultural Policy voor de Britse boeren op het journaal, zien we  dagenlang nieuws gewijd aan de positie van het Europese Hof, vallen we in tal van debatten over het belang van de EU in de economische verhoudingen in allerlei sectoren van het Britse bedrijfsleven.

Wat jarenlang duwen, sleuren en trekken vergde, gebeurt nu met het grootste gemak: er worden honderden uren prime time mediatijd aan de voors en tegens van de EU gewijd. Wie deze weken de Britse media volgt, volgt een soort stoomcursus Europese Zaken, inclusief de inhoudelijke onzekerheid van een groot deel van de bevolking. Wat dit zal doen met de uiteindelijke keuze van een bevolking die zwaar verdeeld is op de thema’s van migratie, sociale zekerheid en duiding van waar het heil voor Groot Brittannie ligt, is onzeker. Maar terwijl de Britten dubben over hun keuze, kan heel Europa zich via de Britse media nu bijscholen, de crashcourse ‘EU in het kort’ gratis en voor niets volgen en zich afvragen of het op eigen vaderlandse bodem een referendum zo anders zou zijn als nu aan de overkant van de Noordzee.

Voor de Raadsbesluiten en de uitleg van de Britse regering:

http://www.consilium.europa.eu/en/meetings/european-council/2016/02/18-19/

http://www.consilium.europa.eu/en/policies/uk/2016-uk-settlement-process-timeline/

http://www.politico.eu/article/david-cameron-eu-reform-deal-scorecard-brexit-eu-referendum-agreement/

https://www.gov.uk/government/publications/the-best-of-both-worlds-the-united-kingdoms-special-status-in-a-reformed-european-union

administrator_ebnUK EU Referendum – Een Crash Course in Europese Zaken – G. van Heteren
read more