Opinies

Den Haag heeft niet het juiste antwoord voor de EU

De Italiaanse verkiezingen liggen nu al weer drie weken achter ons, en nog steeds is er in Rome geen witte rook. Nederlandse kranten hebben, voor zover ik kan nagaan, sinds de verontrustende uitslag bekend werd, niets meer over de vorming van een nieuwe regering bericht. Eén ding valt sinds zondag 4 maart niet te ontkennen: de Italiaanse kiezer heeft een groot probleem met de Europese Unie, en daarmee heeft Brussel er een groot probleem met Rome bij. De helft van de stemmen ging naar uiterst eurosceptische partijen, die bovendien een zekere sympathie voor Poetins Rusland aan de dag leggen – een van de andere grote problemen, waarmee Europa momenteel worstelt.
Voor Brussel zal het behoud van Italië voor Europa de komende jaren topprioriteit (moeten) zijn, omdat het verlies van het Italiaanse vertrouwen nog veel zwaarwegender politieke consequenties heeft dan de Brexit. De Britten hebben er altijd bijgehangen en waren eigenlijk vooral lid om zo verdere Europese integratie te verhinderen, Italië is er historisch veel nauwer mee verbonden en behoort als een van de oprichtingsstaten tot de kern.
De redenen voor de nederlaag van de sociaal-democraten en het uitblijven van een zege voor een serieus, eveneens pro-Europees gematigd-rechts alternatief – Berlusconi, die er electoraal ook weinig van bakte, kunnen we alleen al om zijn heimelijke bewondering voor het ‘sterke leiderschap’ van Poetin moeilijk als zodanig beschouwen – heeft uiteraard diverse oorzaken. De massale afkeer van de gevestigde partijen was óók een vorm van verzet tegen de notoire corruptie met bijbehorend cliëntelisme: wie niet over de juiste contacten beschikt komt, ongeacht zijn opleiding, vaak moeilijk aan de bak.
Maar daarnaast speelt een belangrijke rol dat veel Italianen zich door de rest van Europa in de steek gelaten voelen – zowel financieel als inzake de vluchtelingenproblematiek. Het strenge, door Schäuble doorgedruktee bezuinigingsbeleid dat Brussel een aantal landen oplegde, heeft vooral in het zuiden – waar de linkspopulistische Vijfsterrenbeweging de grote winnaar was – tot massale (jeugd)werkeloosheid en armoede geleid; op veel mededogen vanuit het noorden kon men er niet rekenen. Tegelijk heeft juist Italië (met Griekenland) veruit de meeste asielzoekers te verwerken gekregen; bijna alle andere landen hielden met een beroep op de Dublinverordening angstvallig de deuren dicht.
En daar komt ook de naarbinnen gerichte, en weinig solidaire blik van Den Haag om de hoek kijken. De belangrijkste insteek van alle kabinetten-Rutte was, met de hete adem van de eigen rabiaat-rechtse populisten Wilders en Baudet in de nek, om van Europa vooral de lusten en niet de lasten te hebben. Wat het zuiden betrof, werd ook op het Binnenhof met monotone regelmaat de grijsgedraaide plaat afgedraaid dat men eerst maar eens moest ‘hervormen’.
Dat laatste gebeurt nog steeds. Premier Rutte, die eindelijk begon in te zien dat hij voor een visie op Europa niet langer met verwijzing naar de oogarts kon volstaan, kwam met een antwoord dat in feite op meer van hetzelfde neerkwam: alleen Europese steun voor Italië als dit eindelijk ‘hervormde’. De sociale ellende die al die ‘hervormingen’ teweeg hadden gebracht, waren niet ons probleem. Ik zou zeggen: sinds 4 maart zijn zij dat wèl, omdat Europa door het negeren van die ellende miljoenen Italianen van zich heeft vervreemdt.
En de politieke gevaren die dat met zich meebrengt, worden in Parijs en Berlijn scherper gezien dan in Den Haag. Voor Nederland is Europa vanouds, van een paar begeesterde idealisten afgezien, vooral een economisch project: we zijn lid om makkelijker onze kaas te kunnen verkopen. De afgesleten meer-markt-mantra die ook Rutte weer in zijn Europa-speech ophoestte, past daar naadloos in.
Voor de Fransen en Duitsers is Europa daarentegen allereerst een politiek project – weliswaar met economische middelen, maar dat is iets wezenlijks anders. Het vormt voor hen een antwoord op twee catastrofale wereldoorlogen op basis van de Frans-Duitse ‘erfvijandschap’, waaraan ook Rome zijn (wisselvallige) aandeel had. Prioriteit nummer één in de jaren vijftig was niet om de zaken zo te organiseren dat er meer kaas werd gefabriceerd, maar minder kanonnen.
Nu de even eenzijdig-economisch georiënteerde Britten binnenkort wegvallen, moest Rutte voor voortzetting van zijn rigide monetaire koers op zoek naar nieuwe bondgenoten, die hij vervolgens in zeven kleinere noordelijke landen vond. Volgens latere berichten zou Berlijn het initiatief van Nederland en de Zeven Dwergen volmondig toejuichen, maar dat ligt vermoedelijk toch iets ingewikkelder.
Zeker deelt Duitsland vanouds de Nederlandse ‘protestantse’ kijk op overheids-finan¬ciën en vooral begrotingstekorten, die haaks staat op de laissez-faire-benade-ring van de meeste katholieke Zuideuropese landen, waar ingeval van internationaal oplopende economische achterstand in het pre-Euro-tijdperk altijd naar het paardenmiddel van devaluatie gegrepen kon worden om de verhoudingen weer in balans te brengen. Maar Berlijn zal dit Noordeuropese initiatief vooral zien (en gebruiken) als potentieel drukmiddel om de door Parijs aangevoerde zuidelijken een beetje bij de les te houden, zonder zichzelf al te impopulair te hoeven maken.
Als het er echt op aan komt zal namelijk voor Duitsland de relatie met Frankrijk en het Europese behoud van Italië terecht zwaarder tellen dan alle Hollandse kren-ten¬wegerij. En wel, omdat betalingsbalans en begrotingstekort uiteindelijk finan-ciële abstracties zijn, en honger, kou en werkeloosheid niet. De electorale conse-quen¬ties van het negeren van die laatste waarheid zijn nu in Italië duidelijk gewor-den. Het is precies dit punt, waarop de SPD, teneinde bereid te zijn om opnieuw met Merkel in zee te gaan, vastbesloten is dit keer in Europa het verschil te maken.

Thomas von der Dunk, 30 maart 2018

Europese BewegingDen Haag heeft niet het juiste antwoord voor de EU
read more

Dreigt door de Duitse Groko nu Europese overmoed?

 

 

In Berlijn zijn ze er (voorlopig) uit, en in Brussel haalt men vast opgehaald adem: de GroKo, de Große Koalition van de twee Europagezinde oude volkspartijen CDU/CSU en SPD wordt, ondanks zwaar verlies van alle drie bestanddelen bij de jongste Bondsdagverkiezingen, voortgezet. Mits de SPD-leden ermee instemmen, en dat is nog niet gezegd.

Die staan in elk geval voor een onmogelijk dilemma, want aan beide keuzes kleven grote risico’s. Afwijzen zou Duitsland nu in politieke chaos kunnen storten, instemmen mogelijk hetzelfde over vier jaar. Waar de Duitse christen-democraten en sociaal-democraten een paar decennia samen ruim boven de tachtig procent van de kiezers scoorden, is dat aandeel nu gedaald tot amper de helft. Dat is niet zonder oorzaak. Een nieuwe GroKo zou, omdat zij beide partijen nog meer kleur doet verliezen en zo mogelijk nog meer kiezers naar de randen zal verjagen, wel eens in 2022 voor een gezamenlijke score ónder de helft kunnen zorgen, en dan keert de ‘Weimar’-paniek van de afgelopen maanden nog veel heviger terug.

Het is dus de keuze tussen instabiliteit vandaag en mogelijke instabiliteit op termijn. Inhoudelijk hebben de SPD-leden, omdat Merkel om het eerste te vermijden tot grote concessies – zowel qua regeringsprogram als qua regeringspersoneel – bereid bleek misschien niet veel redenen om voortzetting van de samenwerking af te wijzen, en daarom weinig andere keus dan om zuchtend accoord te gaan, maar uit politiek oogpunt zijn dergelijke GroKo’s ongezond.

Het versterkt bij veel burgers de indruk van een partijkartel dat, vernietigende kiezersuitspraak of niet, per se aan de macht blijft vasthouden, en daar spint de AfD garen bij. Dat is – en dat was indertijd één van de redenen van Schulz om ‘nee’ te zeggen – als gevolg van de vaandelvlucht van de FDP nu al de aanvoerder van de oppositie. Met haar tegemoetkomingen richting SPD weet Merkel straks misschien de slag om de SPD-leden te winnen, maar dreigt aan de andere kant afvalligheid. Het eerste gemor op de rechtervleugel van de CDU is al vernomen, en de CSU is niet zonder reden bang binnenkort in Beieren onderuit te gaan.

En Brussel? Dat moet zich vooral niet te rijk rekenen, nu het behalve in Parijs, ook in Berlijn op een Europa welgezinde regering kan bogen. Hoe verheugend dat op zich ook is: omdat twee zwaluwen nog geen zomer maken, en de euroscepsis onder grote delen van de bevolking daarmee nog niet verdwenen is, is enige politieke prudentie op zijn plaats. Alleen is politieke prudentie niet een eigenschap waardoor Juncker de afgelopen jaren opgevallen is.

Nu heeft hij zelfs alvast meteen maar de hele Westelijke Balkan op het uitbreidingsprogramma gezet, ook al zal geen van deze landen op afzienbare termijn aan de Kopenhagencriteria voldoen. Kennelijk heeft men, inzake voorbarige toetredingen, met Bulgarije en Roemenië zijn lesje toch niet geleerd.

Wie het vertrouwen in de Europese Unie bij de bevolking in de westelijke lidstaten wil ondermijnen, moet vooral zo doorgaan. Het zal Merkel en Macron toch al de nodige moeite kosten om andere hoofdsteden van de noodzaak van verdere integratie te overtuigen – om te beginnen Den Haag, waar het Europese beleid van Rutte-III vooral uit het ontkennen van de noodzaak van enig Europees beleid lijkt te staan, althans van enig Europees beleid dat verder reikt dan ‘de markt’. In elk geval zolang Halbe Zijlstra op BZ de scepter zwaait, maar goed, dat zal niet lang meer zijn, want die vindt binnenkort in een mooie datsja onderdak.

Evenmin zal Den Haag zich kunnen beperken tot wat geroep over de noodzaak van de Zuid-Europese landen om nu echt eens te hervormen, want dat geroep heeft in het verleden evenmin veel uitgehaald. Met het afwijzen van elk idee van kapitaaloverdracht van Noord naar Zuid, of van machtsoverdracht van de nationale hoofdsteden naar de federale, komt men er rond het Binnenhof niet. De gemeenschappelijke euro heeft ons nu eenmaal met Griekenland in hetzelfde financiële schuitje doen belanden. Dat betekent enerzijds dat Rutte de Nederlandse kiezer erop zal moeten voorbereiden dat er nog een paar centen naar de Grieken gaan – als bekend niet zijn favoriete ding – en anderzijds Juncker het Rutte niet nog moeilijker moet maken om die boodschap zonder complete afgang te verkondigen. Dat betekent: het door Bulgarije als nieuwe EU-voorzitter opgeworpen idee om binnenkort tot de eurozone toe te treden is absurd.

En verdere uitbreiding van de EU zal in de komende decennia sowieso alleen electoraal verkoopbaar zijn, als dat direct gekoppeld wordt aan een duidelijke keuze voor een Europa van twee snelheden, waarbij voor nieuwe toetreders geen volwaardig lidmaatschap is weggelegd. Om de simpele reden dat er weliswaar – met een assertief Rusland en Turkije in de buurt – heel plausibele geopolitieke redenen zijn om deze landen nauwer aan Europa te binden, maar dat men zich tegelijkertijd – indachtig ook de complete ontsporing van juist ‘kandidaatlid’ Turkije – over de worteling van democratische waarden en de waarde van papieren garanties dienaangaande geen illusies moet maken. Brussel heeft met Warschau, Boedapest en inmiddels ook Praag al genoeg te stellen, en er is weinig reden om aan te nemen dat het wereldbeeld van Sofia en Boekarest wezenlijk anders is.

Daar komt voor de westelijke Balkan bij dat het nationalisme er zo mogelijk nog weliger tiert, en Brussel ook nu, al meer dan een kwart eeuw na het bloedige uiteenvallen van Joegoslavië, er nog steeds niet in slaagt in Bosnië voor stabiliteit en verzoening te zorgen, het Servische revanchisme jegens Kosovo niet beteugeld is, en Macedonië en Griekenland elkaar in de haren blijven vliegen over de vraag: van wie is eigenlijk de erfenis van Alexander de Grote – inmiddels welgeteld tweeduizenddriehonderdeenenveertig jaar na de dood van.

 

Thomas von der Dunk, 13 februari 2018

Europese BewegingDreigt door de Duitse Groko nu Europese overmoed?
read more

European Movements for Building the Future: op weg naar het Congres van Den Haag

Wie de wereld rondkijkt ziet op veel plekken de spanningen oplopen. Economische ongelijkheden nemen toe, de politiek wordt harder en gepolariseerder en op heel veel plaatsen escaleren conflicten sneller dan voorheen en met steeds grover tromgeroffel.

De zachte krachten: van stillere diplomatie, het zoeken naar faire internationale relaties en het creatief omgaan met alle kennis die tot betere en duurzamere oplossingen van problemen zou kunnen leiden lijken voortdurend op achterstand gezet. Machtsvertoon is in, ware dialoog lijkt uit. En toch zijn vreedzame conflictbeslechting en een switch naar duurzamere samenwerking in het licht van de huidige mondiale uitdagingen urgenter dan ooit.

Europa is een continent van historische erfenissen, intellectuele en materieel-institutioneel. Sommige van die erfenissen zijn zwaar bekritiseerd, zoals Europa’s koloniale geschiedenissen en haar imperiale trekken. Andere, positieve erfenissen, zoals een hoge mate van rechtstatelijkheid en vrijheid en een zekere institutionele solidariteit, zijn zo vanzelfsprekend geworden dat niemand de verdediging ervan nog ter hand lijkt te willen nemen en we instituties die de pijlers van deze erfenissen zijn onder onze ogen laten uithollen.

Het is zeer te b

etreuren dat ook in Europa momenteel de interne meningsverschillen tussen bepaalde lidstaten, de politieke spanningen in de lidstaten, en chaotische processen als Brexit heel veel energie opslurpen. Naarstige pogingen van de Europese Commissie om de koers van het naoorlogse Europese project te herijken en realistischer te doen aansluiten bij wat er speelt, of van pro-Europese politici als Macron om nog een keer te verhalen waarom Europa toch echt iets meer dan ‘best belangrijk’ is worden overschaduwd: door intern gekrakeel, angstvalligheid en de opkomst van eurosceptische partijen met deels terechte grieven maar zonder oplossingen. Ook terechte kritiek komt hierdoor nauwelijks verder, in al dit kabaal.

Dit is dus opnieuw een tijd, waarin het zeker niet volstaat dat slechts in kleine kring ‘Europa’ wordt herijkt. Gevraagd is een veel energiekere inspanning, veel breder, met zo groot mogelijke inzet van mensen op dit continent die nog geloven dat we samen een toekomst scheppen. En geen beter jaar dan 2018, het jaar waarin we als EMI en EBN herdenken dat 70 jaar geleden, op de puinhopen van de WWII de Europese Beweging werd opgericht, tijdens het Congres van Den Haag. Dit fameuze congres wordt iedere tien jaar herdacht: zo ook dit jaar.

De EBN zal onder de vlag van de European Movement International en samen met al onze zusterorganisaties in Europa en allerlei andere civiele netwerken vanaf februari een programmering voeren onder de titel European Movements for Building the Future. Het is een gezamenlijke internationale programmering, waaraan veel partijen meedoen en die op 24-25 mei zal uitmonden in een internationaal festival in Den Haag. De opzet sluit aan bij wat velen van ons steeds sterker voelen. Europa kan en moet een constructievere kracht worden in een gevaarlijk onstabiele wereld en nog veel harder inzetten op alternatieven die de huidige polarisatie stoppen. Het zijn burgers en civiele organisaties die hier wellicht de meest vitale rol kunnen spelen. Begin februari zullen we op deze website de programmering bekend maken. Voor meer informatie: info@markzellenrath.com en gmvanheteren@xs4all.nl

administrator_ebnEuropean Movements for Building the Future: op weg naar het Congres van Den Haag
read more

Zal Centeno doen wat Dijsselbloem nagelaten heeft?

Onlangs heeft Jeroen Dijsselbloem als voorzitter van de Eurogroep het stokje overgedragen aan de Portugees Mário Centeno. Er is in Nederland nog wel her en der geopperd dat Dijsselbloem, gezien de tevredenheid over hem in Brussel en bij de andere EU-lidstaten, het beste gewoon kon aanblijven, maar daarvan is terecht afgezien. Vanuit Nederlandse optiek zou dat ook onlogisch zijn, omdat dit de weg zou plaveien naar een vast voorzitterschap, los van een nationaal ministerschap van Financiën, en daar is Den Haag tegen, geobsedeerd door de angst dat ook maar één handeling op iets als ‘meer Europa’ zou lijken.

Dat is overigens niet míjn argument om te stellen dat terecht van continuering is afgezien: dat is, omdat daarachter bij de voorstanders van aanblijven van Dijsselbloem een apolitieke, technocratische gedachtengang zit. Er ligt namelijk een kiezersuitspraak en er zit een nieuw kabinet. Het voorzitterschap van de Eurogroep is geen ambtelijke functie, maar een politieke, althans het behoort dat te zijn. Al degenen die nu hard roepen dat Dijsselbloem had moeten aanblijven, hadden op 15 maart gewoon één ding moeten doen: op zijn partij stemmen. Velen die dat nu zo hard roepen, hebben dat toen echter zelf nagelaten, of zelfs gestemd op een partij met ideeën die haaks op de zijne staan. Dat mag. Alleen heeft dat dan wel consequenties.

Nu zo weinig mensen de ter bevordering van het aanblijven van Dijsselbloem meest logische stap blijken hebben genomen, kan het niet zo zijn dat hij vervolgens als uithangbord fungeert voor een kabinet van een compleet andere politieke kleur. Als iets namelijk aan de geloofwaardigheid van de politiek afbreuk doet, als iets het idee van baantjesjagerij bij het brede publiek versterkt, dan is het dat. De boodschap zou namelijk zijn: ik ben weliswaar van een bepaalde kleur, maar als die kleur even niet in de smaak valt, ben ik gewoon een kameleon. Het siert Dijsselbloem dat hij meteen heeft laten weten, geen bewonderaar van deze diersoort te zijn.

Dát die opvatting dat Dijsselbloem politiek ‘inwisselbaar’ zou zijn, bij veel burgers opgang heeft gemaakt, valt overigens niet slechts die burgers te verwijten. Het ligt aan de vertechnocratisering van de politiek, het idee dat er maar één juiste, verstandige keuze bestaat, het TINA-denken – There is no alternative – dat juist op het terrein van de financiële en economische politiek en juist in Europa de afgelopen decennia opgang heeft gemaakt. Alternatieven heetten bij voorbaat irreëel. Voor de Europese politiek was de enige acceptabele richting: méér Europa – tot een electorale volksopstand in de vorm van het populisme zand in de machine begon te gooien. Voor de economische politiek was de enige acceptabele richting: méér markt, wat, als gevolg van de daarmee samenhangende flexibilisering en privatisering bij veel burgers tot grote bestaansonzekerheid heeft geleid.

Aan het TINA-denken op het laatste vlak is ook Dijsselbloem, die de afgelopen jaren teveel als spreekbuis van de monetaire fundamentalist Wolfgang Schäuble heeft geopereerd, overigens medeschuldig. Ofschoon we niet in alles hoeven mee te gaan met de kritiek van Yanis Varoufakis: hier heeft de gewezen Griekse minister van Financiën zeker een punt. De koers lag vast, verkiezingen mochten er niets aan veranderen. Zoals Schäuble zelf eens bestond te zeggen: die doen er in Athene niet toe, U mag slechts de mensen kiezen die ons beleid gaan uitvoeren.
Met desastreuze gevolgen voor Griekenland; grote delen van de bevolking zijn in diepe armoede gestort. Dat wordt inmiddels zelfs door het IMF erkend. Nog niet, overigens, door Den Haag. Daar vinden sommige partijpolitici een welvaartsverlies van dertig procent voor andere Europeanen heel goed verdedigbaar, terwijl in 2012 bij henzelf al bij een dreigend verlies van drie procent – eventuele invoering van een inkomensafhankelijke zorgpremie – het stoom uit de oren kwam. Het interessante is overigens dat Dijsselbloems opvolger in eigen land wél een iets andere koers heeft durven varen – eerst tot ontzetting van de dogmatici in Brussel, maar die moesten uiteindelijk erkennen dat Portugal er nu (anders dan Griekenland) veel beter voorstaat dan enkele jaren terug.

Dijsselbloems de facto omarming van deze neoliberale koers van Brussel maakt ook dat mijn oordeel over hem zeer gemengd is. Positief is dat hij in het geval van Cyprus niet de Europese burgers, maar de Russische zwart-geld-spaarders voor het va banque-beleid van de Cypriotische banken heeft laten bloeden. Maar negatief is niet alleen dat hij zich te vaak heeft opgeworpen als belangenbehartiger van brievenbusbelastingzwendelparadijs Nederland – want wee degene die naar ons nationale verdienmodel wijst, dat gedeeltelijk op de beroving van de fiscus van andere Europese lidstaten berust. De hoofdveroorzakers van de kredietcrisis van 2008 die miljoenen Europeanen hun baan en soms ook huis heeft gekost, de banken, zijn nog steeds niet getemd. Ook heeft hij nagelaten om zich in te zetten voor alternatieven voor de heersende monetaire orthodoxie.

Daar ligt de kern van het probleem: dat Nederland economische kwesties als technocratische beschouwt, en stelselmatig depolitiseert. Denk aan Ruttes verdediging van de afschaffing van de dividendbelasting: ‘dat is niet links of rechts, het gaat om banen’. Dit soort redeneersels legt de bijl aan de wortels van de democratie, want hier wordt de keuzemogelijkheid ontkent. Het past bij de positie van de Europese Bank: politiek onafhankelijk, maar wel met verreikende bevoegdheden die verreikende maatschappelijke gevolgen kunnen hebben, zonder dat die democratisch zijn gelegitimeerd. Wat onderwerp van debat moet zijn, wordt hier aan ‘neutrale deskundigen’ uitbesteed. Het valt te hopen dat Centeno de moed zal hebben die vanzelfsprekendheid minder voor zoete koek te slikken.

administrator_ebnZal Centeno doen wat Dijsselbloem nagelaten heeft?
read more

Hits and Misses in 2017 EU State of the Union

European Movement International gezamenlijke reactie

Volgend op de jaarlijkse Staat van de Unie, die op 13 september door de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker werd uitgesproken, presenteerde de European Movement International diezelfde dag een eerste gezamenlijke reactie.

Naast lof voor veelbelovende initiatieven constateren de European Movements ook een aantal duidelijke omissies die nadrukkelijk moeten worden geadresseerd.

Voor de ‘Hits and Misses’ in de Staat van de Unie rede, zie: http://europeanmovement.eu/press_release/the-hits-and-misses-of-junckers-state-of-the-union/

administrator_ebnHits and Misses in 2017 EU State of the Union
read more

Met meer wind in de zeilen op naar de toekomst!

Jean-Claude Juncker 2017 EU Staat van de Unie

Europese Commissie voorzitter Jean-Claude Juncker sprak op 13 september voor het Europees Parlement de jaarlijkse Staat van de Unie rede uit over de huidige stand van zaken in de EU en de nabije toekomst. De toon was aanzienlijk optimistischer dan de afgelopen jaren.

Hier de volledige tekst van de rede:
http://www.euronews.com/2017/09/13/read-in-full-jean-claude-junckers-complete-state-of-the-union-2017-address

Hier voor een eerste reactie van Minister Koenders op de Staat van de Unie 2017:
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2017/09/13/reactie-van-minister-koenders-van-buitenlandse-zaken-op-de-staat-van-de-unieclaude-junckers-complete-state-of-the-union-2017-address

Voor uitgebreide documentatie rond de Staat van de Unie, zie ook:
https://ec.europa.eu/commission/state-union-2017_nl.

administrator_ebnMet meer wind in de zeilen op naar de toekomst!
read more

De Britten staan in Brussel met de rug tegen de muur

Dezer dagen beginnen in Brussel de Brexit-onderhandelingen, en die beginnen onder een totaal ander politiek gesternte dan begin dit jaar nog werd gedacht. Dat komt omdat ze onder een totaal ander electoraal gesternte beginnen. Kort samengevat: bij de twee grootste nationale tegenspelers is de positie van Parijs fors versterkt en die van Londen fors verzwakt.

administrator_ebnDe Britten staan in Brussel met de rug tegen de muur
read more

Kritisch volgen van Europese integratie zonder flauwekul – Interview met Paul Bordewijk

In twee recente artikelen stelt publicist Paul Bordewijk dat de discussie die de Europese Commissie nu geëntameerd heeft rond vijf toekomstscenarios voor Europa in ieder geval tot de conclusie moeten leiden dat volledige integratie er niet zal komen. Wanneer men die conclusie luid en duidelijk trekt, aldus Bordewijk, zitten daar grote voordelen aan vast. De wijze waarop landen in Europa samenwerken, wordt dan niet meer getoetst aan de vraag of zo de beoogde Europese integratie dichterbij komt. Samenwerken moet gebeuren op grond van reële voordelen, die het verlies van democratie dat elke overdracht van bevoegdheden met zich meebrengt goedmaken. Europese samenwerking moet de oplossing zijn voor reële problemen, en niet een oplossing op zoek naar een probleem. We spraken Bordewijk naar aanleiding van zijn artikelen.

Vraag 1: In uw artikelen uit u felle kritiek op het spreken over Europa als ‘project’. Waarom stoort u dat zo?

A: Je hoor steeds vaker: ‘het Europees project dreigt te mislukken’, of ‘nieuwe kansen voor het Europese project’, maar je vindt nergens wat er nu eigenlijk mee bedoeld wordt, laat staan wanneer Europeanen daarmee  zouden hebben ingestemd. Normaal houdt de term ‘project’ in dat je wilt komen van de ene toestand naar de andere, langs een afgesproken weg en tegen van tevoren begrote kosten. Het bouwen van een huis is een project, of de invoering van een wet. Maar waarheen moet het Europese project ons leiden? Het enige dat ik me erbij voor kan stellen is een Europese federale staat, maar zeg dat dan ook, en vraag aan de inwoners of ze dat willen. De laatste keer dat zoiets aan de Nederlanders gevraagd is was in 2005, en toen wat het antwoord duidelijk ‘nee’.

Vraag 2:  De Juncker scenarios voor de toekomst van Europa worden nu op vele plaatsen besproken, in Nederland blijft het echter nogal stil rond die toekomstbeelden. Hoe komt dat?

A: Ik denk dat dat komt omdat wij door onze geografische ligging er niet aan ontkomen Franrijk en Duitsland te volgen, terwijl we cultureel het zuidelijkste land van Scandinavië zijn en uit onszelf liever de weg van Denemarken of Zweden zouden willen kiezen.  In het debat over de Europese Grondwet spoorde Balkenende ons aan vóór te stemmen, niet omdat hij dat een goede wet vond, maar omdat hij anders in zijn hemd stond. De belangrijkste institutionele punten uit de Grondwet – de eigen voorzitter van de Europese Raad en de inkrimping van de Europese Commissie – werden niet door de Nederlandse regering onderschreven. Curieus detail was ook dat tijdens de behandeling van het Verdrag van Maastricht in onze Tweede Kamer de meeste Kamerleden via de televisie het debat daarover in het Britse Lagerhuis volgden in plaats van de eigen discussie.

Vraag 3: U stelt in uw artikelen dat om te komen to nieuwe inzichten rond Europa het wellicht goed is het vijfde scenario van Juncker: veel sterkere integratie, te relativeren. Waarom is het nodig dit nog zo uitgebreid te stellen in een omgeving waar bijna geen fedearlist meer over is?

A: Dat er bijna geen federalist meer over is ervaar ik niet zo. Ik heb b.v. niet de indruk dat Guy Verhofstadt van mening veranderd is, en die is toch voorzitter van de fractie in het Europees Parlement die veel Nederlandse kiezers vertegenwoordigt. In Nederland doet D66 regelmatig uitspraken waaruit blijkt dat zij eerder voor een eenheidsstaat zijn dan voor een federatie, en GroenLinks wijkt daar weinig vanaf. In mijn eigen PvdA milieu ontmoet ik vaak federalisten die mij als een gevaarlijke nationalist beschouwen. De uitdrukking ‘het Europese project’ suggereert sterk dat er aan zo’n federale staat gewerkt wordt. De neiging elke overdracht van bevoegdheden aan de EU als winst te beschouwen, valt ook alleen te rechtvaardigen vanuit de gedachte dat je zo werkt aan een federaal Europa waar de uitoefening van die bevoegdheden onderwerp is van democratisch debat. Wanneer er geen federatie komt – en ik geloof daar niet in –  betekent overdracht van bevoegdheden verlies aan democratie. Dat moet heel kritisch maken op die overdracht.

Vraag 4: Welke ruimte moet er volgens u worden geschapen om een alternatief voor de toekomst van Europa te ontwikkelen, en waar zouden de Europese beleidsmakers zich met voorrang op moeten richten?

A: Er moet vooral kritisch gekeken worden naar wat er tot nu toe is gerealiseerd. De Eurozone moet worden ingeperkt tot landen die uit zichzelf niet te veel verschillen in inflatie, en er moet niet vanuit Europa een sociaal-economisch beleid worden opgelegd dat haaks staat op de uitkomst van het democratisch proces.Verder moet de reikwijdte van de interne markt worden ingeperkt. Hier moeten de principes van subsidiariteit en proportionaliteit ook van kracht worden.

Vraag 5: Wat is in uw ogen het belang van civiele bewegingen en organisatievormen in dit alles. Doen die er toe?

A: Civiele bewegingen draaien veelal op mensen die voor een bepaald belang opkomen, zoals de vakbeweging of de fietsersbond. Bij de Europese integratie zie ik vooral dat voorstanders en betrokken professionals zich organiseren. Ik zou zelf echter graag lid worden van een organisatie die zich kritisch opstelt tegenover de Europese integratie zonder in flauwekul te vervallen… maar het motiveert mensen blijkbaar niet erg om daar hun tijd in te steken.

Zie voor de artikelen over de Toekomst van Europa van Bordewijk:

 

 

administrator_ebnKritisch volgen van Europese integratie zonder flauwekul – Interview met Paul Bordewijk
read more

Koop Waalse waar, dan helpen wij elkaar – Thomas von der Dunk

Kiezen ze in Wallonië nu opnieuw voor de rol van buitenbeentje binnen België en Europa op het terrein van de economische politiek? Afgelopen najaar lag de Waalse regering al op het laatste moment dwars bij de ondertekening van het CETA, die daardoor de nodige vertraging opliep. Daarvoor beschikte zij overigens over aanmerkelijk betere argumenten dan de toonaangevende politieke goegemeente in vrijhandelsland Nederland toen wilde weten, voor wie protectionisme ongeveer het ergste woord is dat er bestaat – na ‘politieke correctheid’ dan.

Wel: politiek incorrect waren de Walen zeker, maar zij spraken toen wel namens veel meer Europese burgers dan het bescheiden formaat – de kleinere helft van één van de achtentwintig EU-leden – van hun territorium suggereert. Dat een halve lidstaat een internationaal handelsbedrag kon blokkeren, of tenminste een tijdje ophouden, kon er bij velen niet in. Maar dat heet: rechten voor minderheden.

Maar de angst die de Waalse regering met haar verzet vertegenwoordigde, namelijk dat opnieuw – dankzij een apart ‘onafhankelijk’ arbitragehof waar ondemocratische multinationals democratisch gekozen regeringen met een kans op miljoenenboetes voor de rechter kunnen slepen als nieuw overheidsbeleid hen niet bevalt, d.w.z. hun winstperspectieven vermindert – de belangen van de grote bedrijven het zouden winnen van die van de gewone burgers, was terecht. Om één voorbeeld te geven: toen de Duitse regering na Fukushima besloot om de kerncentrales te sluiten, kreeg zij meteen een proces van de Zweedse energiegigant Vattenfall aan haar broek, omdat de aandelenkoersen nu dreigden in te zakken.

Multinationals zijn in de totale vrijhandelswereld van dit moment, waar als gevolg van de neoliberale heilsleer elk overheidsbeleid het risico loopt als ‘verstoring van de markt’ op een veto te stuiten, als souvereine staten gaan opereren. Tussen de Europese landen is een fiscale race to the bottom gaande, en daarmee, als gevolg van verminderde belastingopbrengsten, ook een sociale. In de machteloosheid van de staten om dit te veranderen, en de daaraan gekoppelde fiscale vrijhavens voor multinationals en miljardairs waarin dat resulteert (May heeft er ingeval zij bij een moeizame Brexit niet voldoende haar zin krijgt ook mee gedreigd), dient men een van de hoofdoorzaken van de populistische storm die nu over Europa trekt te zoeken.

Het nieuwe protectionisme vormt een verklaarbare reactie op de unilaterale creatie van belastingparadijzen voor de happy few.

Er valt zeer veel aan te merken op Donald Trump – zijn heksenjacht op journalisten en rechters, in combinatie met een loshartige omgang met de feiten, brengt de scheiding der machten in gevaar, om van zijn riskante schofferen van Europa en dito hoveren van Rusland te zwijgen – maar over het feit dat het TTIP van de baan is, hoeven we juist om die reden niet erg rouwig te zijn. Laat men deze afgang benutten om in de toekomst met iets evenwichtigers te komen.

Zeker: voor de consument is een vrijhandelsverdrag erg prettig – net vanmiddag bleek ik nog als particulier forse invoerrechten te moeten betalen voor een speciaal stel nieuwe western-laarzen uit de VS, die binnen twee dagen de oceaan over waren, maar vervolgens op twee weken oponthoud bij de douane stuitten; dat was niet bij de bestelprijs en leverantievoorwaarden inbegrepen. Maar weegt dat toch relatief eenmalige financiële ongemak (tenzij iemand zijn hele garderobe buiten Europa bestelt) op tegen de nadelen van één wereldwijde markt, waar het gaat om de consequenties voor de overheidsinkomsten en de salarissen van werknemers die anders mogelijk vanuit lagelonenlanden worden weggeconcurreerd?

Denk aan de kwestie van Poolse vrachtwagenchauffeurs, die bereid zijn voor een habbekrats ook de Nederlandse weg op te gaan en via allerlei schijnconstructies zogenaamd voor een Pools bedrijf, maar de facto voor een Nederlands werkzaam zijn. Lodewijk Asscher probeert daar nu iets aan te doen, maar stuit in Brussel op forse tegenstand van Oosteuropese landen. Dat maakt de roep om de terugkeer van economische grenzen en dus om vormen van protectionisme bij een deel van het Nederlandse electoraat verklaren. Het is het volstrekt logische antwoord van de verliezers van de globalisering.

Om nu bij de Walen terug te keren: De Volkskrant berichtte 9 februari over een politiek initiatief tot ‘nationalistisch consumeren’ bij onze Franstalige zuiderburen (ja, Nederland grenst nabij Maastricht en nabij Vaals tweemaal – gescheiden door de Vlaamse Voerstreek – over een paar kilometer lengte aan Wallonië) om de regionale economie te stimuleren, wat op voedselgebied overigens geen onverdeeld genoegen bleek: de geïnterviewde politica Isabelle Stommen bleek na drie maanden de pasta te misen en op alsmaar aardappels eten uitgekeken te zijn. “Alleen Waalse waar valt in praktijk toch wat tegen”, aldus de kop boven het stuk. De Waalse regering wil die bevordering van regionale producten met haar Trumpiaanse motto “acheter Wallon” zich voortaan ook tot industriële producten laten uitstrekken.

Europa is gebaseerd op het idee van één goederenmarkt, die regionaal protectionisme overstijgt. Het vaart daar ook over het algemeen wel bij; als elk land zo zou handelen als Wallonië, dan zit iedereen elkaar in de weg en schiet dat niet op. Maar zonder nu zulk protectionisme te willen bepleiten: er zit natuurlijk wel één belangrijk onzinnig, verspillend aspect aan die grenzeloze markt. Dat is het nodeloze heen en weer gesleep met goederen en dieren dwars door Europa, omdat de vervoerskosten kennelijk relatief te laag zijn. Aan de transportsector kleeft zo, afgezien nog van het dierenwelzijn, ook een extra belasting voor het milieu en aanslag op de energievoorraad. Dat zou reden moeten zijn om het ‘koopt Waalse waar, dan helpen wij elkaar’ niet al te categorisch van de hand te wijzen, waar het ‘koopt verre waar’ immers ook evidente nadelen heeft.

administrator_ebnKoop Waalse waar, dan helpen wij elkaar – Thomas von der Dunk
read more

Thomas von der Dunk – Vindt de Brexit nog voor Sint-Juttemis plaats?

Die Brexit: zou het daar nog ooit van komen? De Britse kiezers, die afgelopen juni vóór stemden en door Farage en Johnson voor ogen was getoverd dat dit snel geregeld zou zijn, zullen zich vast bedrogen voelen. De jaartallen die nu voor de feitelijke uittreding circuleren, komen steeds verder weg te liggen, lang na 2020. Er is inmiddels meer dan een halfjaar verstreken, en in Brussel nog niet eens daartoe een officiële aanvraag door de Britse regering ingediend. Westminster maakt geenszins haast.

Theresa May mag keer op keer verklaren dat ‘Brexit’ ‘Brexit’ betekent, maar waar zij er zelf nooit een voorstander van was, zal het trage opereren van haar regering door veel Brexiteers met wantrouwen worden bezien. Want wat betekent Brexit in de praktijk?

Zit hier niet een addertje onder het gras, waarvan de tegenstanders van een Brexit listig gebruik zullen trachten te maken, door wel in naam, maar niet in feite Groot-Brittannië van de Europese Unie los te koppelen. Komt er een soort bijsluiter die meer belooft dan waarmaakt, zoals door Rutte het Oekraïne-nee uiteindelijk met veel fraaie formules in een Oekraïne-ja is omgebogen? Voor May is dat het vinden van de kwadratuur van de cirkel, omdat er door de Brexiteers onterechte verwachtingen zijn gewekt.

Veel van hen deden het voorkomen, alsof men met een Brexit wel de lusten van het EU-lidmaatschap – toegang tot de vrije markt – kon behouden zonder de lasten ervan – het vrije verkeer van personen en een bijdrage aan de Brusselse kas – te hoeven dragen. Maar wij zullen geen ‘cherry-picking’ toestaan, zo prikte Angela Merkel al meteen alle illusies daaromtrent door.

Klein extra psychologisch probleem: alles wat naar een softe Brexit zweemt, zal door de Brexiteers als verraad aan de Wil van het Volk – althans van de 51% van de kiezers die opkwamen – worden uitgelegd. Alleen het woord al doet de haviken onder de Tories steigeren. Toch een beetje in Brussel blijven meedoen? Maar een harde Brexit isoleert de Britten economisch toch wel erg van het continent. Ook al zijn de door de anti-Brexiteers voorspelde rampen – net als bij de zege van Trump – uitgebleven (grote woorden gebruikten beide kampen), dat dit niet bevorderlijk is voor de Britse export is evident.

Politiek gezien kan May alleen maar met een harde Brexit thuiskomen – een overtuigde Brexiteer zou, paradoxaal genoeg, in dat opzicht juist minder de handen gebonden zijn, omdat van zoiemand eerder wordt geloofd dat die teveel kosten zou en een softe Brexit verstandiger is. Het verklaart mede, waarom May de handen vrij wil hebben, en vreest voor de ‘matigende’ invloed van het parlement, waarin de Brexiteers immers maar in de minderheid zijn.

En daar, met dat buitensluiten van het parlement teneinde een politiek onverkoopbare softe Brexit uit te sluiten, beginnen nu de problemen, al in juridische zin. Want hoe verstandig het ook uit onderhandelingstechnisch oogpunt ook mag zijn, om de eigen inzet en gewenste uitkomst plus te benutten methodes om die te bereiken niet publiekelijk te bediscussiëren – Brussel luistert mee -, in zo’n essentiële kwestie spreekt de volksvertegenwoordiging wel een woordje mee.

Het recht daarop is intussen, omdat een aantal tegenstanders meteen vanwege Mays eigenmachtige optreden een proces was begonnen, inmiddels ook al door het gerechtshof bekrachtigd. En daarnaast zet ook het feit dat de Schotten en Noord-Ieren in meerderheid vóór blijven in de EU gestemd hadden, een zware druk op May: zij moet ook met een voor hen bevredigend resultaat thuiskomen, d.w.z. zo min mogelijk Brexit, en dat staat haaks op de insteek van de Engelse kiezersmeerderheid. Zo niet, dan dreigen de Schotten met afscheiding.

Van Brussel heeft May weinig hulp te verwachten, zowel om psychologische als om strategische redenen. De leidende politici in Brussel zijn beledigd over de uitkomst van een onnodig referendum, en nemen het Cameron zeer kwalijk dat die zijn partijpolitieke belangen boven (inter)nationale stelde. Precies zoals men het daar Rutte kwalijk nam, dat hij bij het Oekraïnereferendum was weggedoken. Verschil: Rutte kreeg zijn gewenste bijsluiter, omdat Nederland binnen de EU nu eenmaal een veto heeft. May kan het in dat opzicht schudden: wie straks weg is, wordt nu al niet meer gezien, in de wetenschap dat de Britten economisch veel afhankelijk zijn van Europa, dan Europa is van hen.

Ook om strategische redenen zet Brussel op een harde Brexit in, zoals ook de benoeming van haar hoofdonderhandelaar aangeeft: Michel Barnier geldt als een fervent beteugelaar van de financiële sector. Zijn komst werd aan de overzijde van het Kanaal met afgrijzen begroet. Voor Brussel staat nu het behoud van de EU van 27 voorop, de Britse belangen zijn daaraan ondergeschikt. En behoud van de EU van 27 betekent dat, met Frexit- en Nexit-voorstanders Le Pen en Wilders hoog in de peilingen, duidelijk moet zijn dat men niet straffeloos uit de EU kan breken.

Daar komt tenslotte nog een inhoudelijk punt bij: de uiteenlopende opvattingen over wat de EU moet zijn – een politieke gemeenschap of een vrijhandelsmarkt. De Britten zien de EU als dat laatste, en willen, Brexit of niet, de toegang tot die markt behouden en, door als neoliberaal belastingparadijs te blijven fungeren, hun eigen economie bevoordelen. Maar zeker voor Parijs, met een heel andere economische invalshoek, is het onacceptabel als er zo voor de Franse kust een soort piratenstaat ontstaat, die door oneigenlijke concurrentie via een vrije geldmarkt de andere landen tot een verdere fiscale race to the bottom dwingt. Van Barniers harde opstelling kan zij op aan.

– Thomas von der Dunk, 11 januari 2017

administrator_ebnThomas von der Dunk – Vindt de Brexit nog voor Sint-Juttemis plaats?
read more