Opinies

RIP dr. Edmund Peter (‘Mom’) Wellenstein

Zaterdag 27 februari is op 96-jarige leeftijd in Den Haag ons erelid dr. E.P. (‘Mom’) Wellenstein overleden. Een Europeaan van het eerste uur, en hartstochtelijk tot in de laatste jaren. Vanuit zijn rijke en veelzijdige ervaring in de opbouw van het naoorlogse Europa heeft hij generaties gevoed met zijn wijsheid, humor en ongeëvenaarde intellectuele generositeit. In tijden van onrust en verwarring bleef hij op de bres staan voor de kern van het Europese project. Zijn warme betrokkenheid zal node worden gemist.
Wij condoleren zijn nabestaanden en gedenken hem met diepe genegenheid en respect. Namens de EBN zal het bestuur aanwezig zijn bij de herdenkingsdienst op vrijdag 4 maart, 11 uur in de Kloosterkerk aan de Lange Voorhout in Den Haag. Moge hij rusten in vrede.

Voor het veelzijdig leven van dr. Wellenstein, zie:

• Necrologie Edmund Wellenstein (1919-2016). Wegbereider van Europa, door Joop Meijnen. NRC 1 maart, 2016, p. 4/5; http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/02/29/wegbereider-voor-nieuw-europa-1595962?utm_source=NRC&utm_medium=banner&utm_campaign=Paywall
http://www.europa-nu.nl/id/vhdo1g7bp6xx/e_p_mom_wellenstein

Voor enkele onverminderd actuele opiniebijdragen van dr. Wellenstein, zie:

• Misleidende discussie over Europa in Nederland (uit december 2013) – http://www.nrc.nl/handelsblad/2013/12/06/misleidende-discussie-over-europa-in-nederland-1322059
• Cameron leidt Europese Unie het doolhof in (uit januari 2013) – http://www.nrc.nl/handelsblad/2013/01/29/cameron-leidt-europese-unie-het-doolhof-in-1201790
• Het zit heel anders met die euroscepsis (uit juli 2011) – http://www.nrc.nl/handelsblad/2011/07/23/het-zit-heel-anders-met- die-euroscepsis-12027058

administrator_ebnRIP dr. Edmund Peter (‘Mom’) Wellenstein
read more

A Dutch Presidency in a critical period Joost van Iersel

EBN member Joost van Iersel published the following analysis of the Dutch EU Presidency for the European Economic and Social Committee.

During the Dutch Presidency nearly all150 meetings of working groups and Informal Councils will take place in the Maritime Museum in Amsterdam. In the glorious 17th century, the headquarters of the Amsterdam Admiralty were located here.

The place is symbolic of global thinking and the preservation of open borders. Since the fifties, this has also been the Dutch trademark in the EU. It was at the origin of Dutch economic prosperity and has remained so long after any real political influence on the international scene had vanished. Inherent specialist expertise and qualities in trading, transport and logistics are also specific features of the Dutch contribution to the EU. Interests of big commercial companies, financing, and international transport are characteristic in the overall picture. Another remarkable stronghold is the agricultural sector. Dutch agribusiness is highly productive, resulting in a very strong position for the sector in Europe and beyond.

Commercial traditions, however, have not hampered a rise in manufacturing, although to a lesser degree than for instance in Germany, Italy or Sweden. Specialist expertise and a deeply felt need for continuous adjustment to changing international circumstances can only subsist, if they are sustained by a high standard of education.

In international rankings Dutch higher education makes generally scores very well. Surprisingly, in 2015 the Netherlands was ranked 5th in the World Competitiveness Ranking of the World Economic Forum. Unemployment is low by European standards. A very specific feature of the labour market is the very high number of self-employed without employees, about 12% of employed people. This phenomenon is largely the result of the flexibility of the labour market, and of the high penetration of ICT and creativity, leading to countless of start-ups and service providers.

So far, so good. But this rosy picture also has its dark sides that correspond to similar negative developments across Europe. Redundancies of large groups of workers, notably older employees with lower middle incomes which is largely a consequence of the rapid development of new production techniques in manufacturing and services, seem unstoppable. This phenomenon, linked to the recent deep financial and economic crisis, has promoted a climate of insecurity. Over the last few years economic insecurity has been the main worry of large parts of the Dutch population. This worry is now even surpassed by the feeling of insecurity and vulnerability among parts of the population due to the influx of refugees/migrants.

Europe is in full transition. In this critical period the government sees as its main task to keep the wheels turning. Due to the complicated political landscape – a de facto minority government, composed of unusual partners of liberals and social-democrats, (too) many political parties, and a strong and vociferous eurosceptical party (Wilders) – the governmental approach is low key. Maybe due to the Presidency Ministers have been highlighting the benefits of European integration. This is, by the way, in agreement with public opinion, which, according to regular enquiries, has on average a positive attitude towards the EU. It is noteworthy that the President of the euro area, the Dutch finance Minister, Mr Dijsselbloem, enjoys considerable popularity. The government says that it does not agree with deepening integration, but in practice it supports all proposals that envisage reinforced surveillance and better functioning of the euro area. It has an outspoken view on ‘less but better legislation’ in the Internal market and on free competition on a level playing field.

Despite Euroscepticism traditional viewpoints look like to regain ground in Dutch politics, although the picture remains confusing. Uncertainty prevails due to public opinion resisting the expected increase in the influx of refugees. This is a dominating theme. Directly related areas include strengthening the outer borders of the EU, the maintenance of Schengen – the government is firmly in favour – and possibly common military commitments in the Middle East. The government is in favour of closer defence cooperation as exists already with Germany and Belgium. The Presidency will pay specific attention to three main issues that are (rightly) considered as main challenges for the Union as a whole: the EU Urban Agenda, digitilisation and Smart industry (= 4.0), and Higher Education. Halfway through the Presidency, there will be a (consultative) referendum on the association treaty between the EU and Ukraine. As always in case of a referendum, the outcome is unpredictable, if not arbitrary, which means a headache for the Presidency, and possibly damaging political consequences. Otherwise it is wait and see, for circumstances are unstable anyway, consider the refugee issue, terrorism, the Middle East, Ukraine and Russia, the Brexit… The Netherlands is a sub-top European player with keen interests in European integration and stability, and with a solid and active, but meanwhile somewhat neglected, tradition in Europe’s policymaking. Given the increased uncertainties one may hope that the government puts its best foot forward.

administrator_ebnA Dutch Presidency in a critical period Joost van Iersel
read more

UK EU Referendum – Een Crash Course in Europese Zaken – G. van Heteren

Er zijn talloze manieren om op het naderende UK EU referendum te reageren.

Nogal wat mensen in Brussel, bijvoorbeeld, zijn al langer een beetje moe van de referendum ‘dreiging’ die maar boven de markt bleef hangen, en stellen nu met de Beatles: ”Let it be”. Anderen maken zich grote zorgen over de desintegratie effecten die een Brexit zou kunnen hebben. Weer anderen kijken met interesse naar de wijze waarop de juristen in Brussel de ‘deal’ hebben geconstrueerd: inderdaad een boeiende exercitie in hoe je interpretaties van de Verdragen kunt oprekken zonder ze te moeten wijzigen.  De hardliners in het Britse nee-kamp riepen natuurlijk al op voorhand en nog voordat er één letter naar buiten kwam dat Cameron’s ‘deal’ geen ‘deal’ was. En herhalen nu voor wie het maar wil horen dat de Britse ‘soevereiniteit’ nog steeds onder immense druk staat, geen Brit een ‘superstaat’ wil, en dat iedereen op het eiland beter af zal zijn in splendid isolation. Weer anderen winden zich op over Cameron’s motto ‘the best of both worlds’ en verwijten de Britten dat men schaamteloos van twee wallen wil eten. En de theaterliefhebbers onder de beschouwers konden zich in het weekend na de ‘deal’ vergapen aan een unieke opvoering waarin wereldpolitiek werd teruggebracht tot het niveau van een – increase the suspense – Eton vendetta tussen Boris en David.

Echter, al dit drama terzijde ontvouwt zich deze weken de complexiteit van de Europese realiteit. Nu er een harde datum is gesteld voor het referendum en de inzet dus reëel wordt, draaien oude en nieuwe media in Groot-Brittannie op volle toeren om alle kanten van de complexe keuze die voor ligt te belichten. Het uur van de waarheid nadert, en dus zien we ineens tal van historische reflecties over eerdere UK Europa keuzes op de BBC, horen we debatten over de rol van de Common Agricultural Policy voor de Britse boeren op het journaal, zien we  dagenlang nieuws gewijd aan de positie van het Europese Hof, vallen we in tal van debatten over het belang van de EU in de economische verhoudingen in allerlei sectoren van het Britse bedrijfsleven.

Wat jarenlang duwen, sleuren en trekken vergde, gebeurt nu met het grootste gemak: er worden honderden uren prime time mediatijd aan de voors en tegens van de EU gewijd. Wie deze weken de Britse media volgt, volgt een soort stoomcursus Europese Zaken, inclusief de inhoudelijke onzekerheid van een groot deel van de bevolking. Wat dit zal doen met de uiteindelijke keuze van een bevolking die zwaar verdeeld is op de thema’s van migratie, sociale zekerheid en duiding van waar het heil voor Groot Brittannie ligt, is onzeker. Maar terwijl de Britten dubben over hun keuze, kan heel Europa zich via de Britse media nu bijscholen, de crashcourse ‘EU in het kort’ gratis en voor niets volgen en zich afvragen of het op eigen vaderlandse bodem een referendum zo anders zou zijn als nu aan de overkant van de Noordzee.

Voor de Raadsbesluiten en de uitleg van de Britse regering:

http://www.consilium.europa.eu/en/meetings/european-council/2016/02/18-19/

http://www.consilium.europa.eu/en/policies/uk/2016-uk-settlement-process-timeline/

http://www.politico.eu/article/david-cameron-eu-reform-deal-scorecard-brexit-eu-referendum-agreement/

https://www.gov.uk/government/publications/the-best-of-both-worlds-the-united-kingdoms-special-status-in-a-reformed-european-union

administrator_ebnUK EU Referendum – Een Crash Course in Europese Zaken – G. van Heteren
read more

Thomas von der Dunk – Brits bancair beleid is voor Europa erger dan Brexit

Als een voor Nederland ongekend plompe steen in de vijver: zo laat zich het stuk van Joris Luyendijk in de NRC van 14 januari over het thema ‘Brexit’ het beste omschrijven. Het verscheen tegelijkertijd ook in The Guardian, en schijnt ginds tot vele woedende reacties te hebben geleid. Een toonaangevende Nederlandse journalist die Westminster de Europese wacht aanzegt: dat komt zelden voor. De meeste Nederlandse politici opereren in elk geval, als het om de Britten gaat, op kousenvoeten, premier Rutte vooraan.

Zoals ze zich in Londen koesteren in hun special relationship met Washington – waarbij altijd onduidelijk blijft of die gevoelens volledig wederkerig zijn – zo koestert Den Haag zich vanouds in de veronderstelling van een special relationship met Londen, waarbij zeker twijfelachtig is of dat aan gene zijde van de Noordzee ook zo wordt gezien. Minder twijfelachtig is dat Den Haag altijd bereid is om voor Londen de kastanjes uit het vuur te halen – dat was al zo tijdens het beruchte Grondwetreferendum van 2005. Reactie van een Britse diplomaat op het Nederlandse fiasco, dat Blair een eigen riskante volksraadpleging bespaarde: “We are so glad you did this for us”.

Voor de Britten, en het erbijhouden van de Britten, doet Nederland inderdaad alles. Dat is een oersentiment, dat teruggaat tot de begindagen van de Republiek: de bedreiging kwam steevast van over land – eerst de Spanjaarden met Filips II, dan de Fransen met Lodewijk XIV en Napoleon, dan de Duitsers met Bismarck en Hitler – en de redding van over zee, waarbij de hulpvaardige Engelsen inmiddels alleen voor de Amerikanen hebben plaats gemaakt. Valt België op door een sterk Europese oriëntatie, Nederland is eerder Atlantisch – waar de Belgische regering altijd eerst naar Parijs kijkt, kijkt de Nederlandse bij voorkeur naar Londen en Washington, ook al dwingt onze economische status als de facto Duitse deelstaat in de praktijk steeds vaker nauwe afstemming af met Berlijn.

Dit valt niet los te zien van de ligging van de eigen nationale regeringszetel: Brussel midden in het land, Den Haag aan de maritieme rand. Veelzeggend – en zonder parallel in de naburige talen – is de uitdrukking die Nederlandse politici bezigen als zij vanonder de Haagse kaasstolp vandaan kruipen om de kiezers op te zoeken. Dan zeggen zij dat zij het land ingaan – als per abuis gestrande varensgasten die helaas even de beschermende kust achter zich moeten laten, maar Godzijdank ’s avonds terug mogen keren naar het veilige Scheveningse strand.

Begon de eerste bevrijding van vreemde overheersing in 1572 niet juist vanaf de Noordzee met de overval van de Watergeuzen op Den Briel? In het verlengde daarvan zoekt Den Haag nog steeds graag mentale steun bij dat andere schippersvolk, als tegenwicht voor die overgehaalde landrotten op de rest van het Europese continent.

Bovendien delen wij met de Britten een uitgesproken handelsgeest – waar Frankrijk, Duitsland en Italië zichzelf nog steeds als industrienaties zien en dus niet vies van protectionisme zijn, gaat Engeland – net als neoliberaal Nederland – helemaal voor de grenzenloze (afzet)markt.

Die markt: dat is het enige waarvoor de Britten EU-lid zijn, niet om politieke redenen. Dat was ook de kern van de Uri Rosenthal-doctrine: volgens de VVD zijn ook wij slechts EU-lid om makkelijker onze aardappelen te kunnen verkopen. Vooral geen politieke vergezichten graag! Niet toevallig kan Rutte het zo goed met Cameron vinden. Misschien was daarom de woede in Engeland over Luyendijks artikel wel extra groot: van Nederlandse zijde had men zulks niet verwacht.

De kern van zijn betoog: Europa moet zich niet door Cameron laten chanteren om de Unie uit te hollen teneinde de Britten binnenboord te houden, want ingeval van een Brexit heeft niet zozeer Brussel, als wel Londen een groot probleem. Dus geef niet toe, maar speel het spel keihard!

Luyendijk heeft met dat laatste gelijk. Een van de zaken die Cameron wil bedingen, is dat de Pond niet onder beslissingen ten gunste van de Euro lijden mag – lees: dat de Britse banken vrij spel houden. Niet toevallig zijn vooral zij voor een Brexit doodsbang. Sinds Thatcher het nationale Britse verdienmodel op de financiële in plaats van de industriële sector gegrondvest heeft, is Westminster de buikspreekpop van de City geworden, en heeft het alle hervormingsmaatregelen gefrustreerd. De kredietcrisis van 2008, waaronder Europa nog steeds zucht, was immers mogelijk door de deregulering van de financiële markten. Wat in Londen als de kip met gouden eieren geldt, is voor Europa namelijk een ramp.

Nog in een tweede, verwant dossier ligt Londen dwars: de aanpak van de brievenbussen in belastingontduikersparadijzen voor multinationals, waarvan naast Engeland ook Nederland er overigens eentje is. Jaarlijks lopen Europese landen rond de zestigmiljard Euro aan belastinginkomsten mis. Zoals Google bij Cameron kind aan huis is, wordt Bill Gates op het Binnenhof gefêteerd, en reist Rutte nu zonder belastingaanslagformulier naar Silicon Valley af. Microsoft, Google en Apple betalen vergeleken bij gewone bedrijven aan de fiscus een schijntje, en de burger betaalt het gelag. Europa wil terecht aan deze buitensporige facilitering een einde aanmaken, maar stuit nog steeds op tegenwerking van Londen en Den Haag.

De grootste gotspe komt daarbij wel voor rekening van VNO-NCW: volgens haar woordvoerder Jeroen Lammers in het Financieel Dagblad moet de EU vooral niet als één homogene economie benaderd worden. Laten het namelijk anders altijd juist de werkgevers zijn, die er met hun eeuwige gehamer op een level playing field van de Noordkaap tot Gibraltar op aandringen om Europa toch vooral als één ongedeelde grote afzetmarkt te beschouwen.

Thomas von der Dunk, 3 februari 2016

administrator_ebnThomas von der Dunk – Brits bancair beleid is voor Europa erger dan Brexit
read more

Thomas von der Dunk – Een geloofwaardig nieuw begin in Spanje

Het afgelopen jaar heeft men in Brussel beslist menige keer met angst en beven de dag tegemoet gezien waarop in een van de lidstaten verkiezingen gehouden moesten worden. Allereerst de Griekse, zelfs twee maal, zowel aan het begin van 2015, als halverwege, met een referendum er tussendoor: resulterend in een daverende zege voor het fris-linkse Syriza, als verklaard tegenstander van de vanuit Brussel gesteunde corrupte oude regeringspartijen.

Dan de Franse: weliswaar regionale betreffend, maar toch. De zege van Marine le Pen, slechts door een monsterverbond van links en rechts nog van de daadwerkelijke macht afgehouden: een oorvijg voor de zittende politieke klasse en de door haar gevolgde Angelsaksisch getinte marktpolitiek, waarmee de meeste burgers in het vanouds erg etatistische Frankrijk weinig ophebben, omdat zij die als een bedreiging voor de gekoesterde verzorgingsstaat beschouwen.

Tussenin de Poolse: amper is de Europagezinde Tusk naar Europa vertrokken, of achter hem stort zijn gammele electorale bouwwerk ineen. De rabiaat nationalistische partij van de resterende tweelingbroer Kaczynski haalt de absolute meerderheid, en is meteen ijverig aan de afbraak van de rechtsstaat begonnen. Heel wat Polen hebben inmiddels al weer spijt van hun stem, nu Polen het xenofobe gezelschap van Orbans Hongarije en Zeemans Tsjechië – “de vluchtelingenstroom is een georganiseerde invasie” – is komen versterken.

En dan zien we nog van het Schotse referendum af, dat net op het nippertje door het Better Together-kamp gewonnen is: een Pyrrhusoverwinning als straks de Britten per referendum met een minimale meerderheid voor een Brexit stemmen – namelijk met een meerderheid van Engelsen en slechts een kleine minderheid van Schotten vóór. In dat laatste geval blijft de Schotse afscheidingskwestie evenzeer boven de markt hangen als de Britse uittredingskwestie dat – na wat al dan niet puur cosmetische concessies aan Cameron – ingeval van een minieme meerderheid voor een Europees ‘Better together’ zal blijven doen.

Goed nieuws – al zal ook dáár menigeen in Brussel (en Madrid zelf) misschien anders over denken – is er slechts uit Spanje, waar men vlak voor de Kerst naar de stembus is gegaan.

Allereerst, en dat mag in de huidige economische crisisomstandigheden toch wel opmerkelijk heten: van grote extreem-rechtse, rechtstaat-vijandige partijen, die in veel Westeuropese landen – Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland, de vier Scandinavische landen, België en natuurlijk ook ons eigen Nederland – intussen tot het normale politieke landschap zijn gaan behoren, is in Spanje (nog) geen sprake. Waarbij overigens wel opgemerkt moet worden dat de oude Franquisten, die ook niet bepaald met een erg democratische mentaliteit behept zijn, deels onderdak hebben gevonden in de rechtervleugel van de christen-democratische Partido Popular.

Wie in Madrid bij deze verkiezingen als meest succesvol aangemerkt moet worden, weet men daar overigens zelf niet goed. Premier Rajoy verloor gigantisch, maar minder dan verwacht, en bleef daarmee toch de grootste. Is hij daarmee de winnaar? Podemos won gigantisch, maar minder dan verwacht, en werd daarmee slechts de derde (na de eveneens verliezende PSOE, die daarmee haar tot dan toe beroerdste resultaat van vorige keer nog onderbood). Is Podemos-leider Pablo Iglesias daarmee de verliezer?

De hamvraag: vormen de recente peilingen het criterium, of de vorige verkiezingen? Het vormt een twistappel die we maar al te goed van Nederlandse verkiezingsavonden kennen, waar na enorme nederlagen opluchting kan heersen omdat erger verwacht was, en na enorme winst toch teleurstelling onderdrukt moet worden, omdat men op grond van de enquètes een nog veel mooiere score had menen te mogen hopen. Als je alle eigen commentaren van partijleiders bij elkaar optelt, bedraagt het aantal ‘evidente’ winnaars altijd veel meer dan de helft.

Eén ding is in Spanje duidelijk: de regering is zwaar afgestraft, en de traditionele oppositiepartij heeft daar niet van geprofiteerd. Aan het verlies van beiden liggen de nodige corruptieschandalen ten gronde, bij de PP dit keer als bovenliggende partij van de afgelopen jaar – meer macht corrumpeert meer – meer dan bij de PSOE, waarbij vooral zijn ontkennende houding Rajoy opgebroken is.

Aan het verlies van beiden ligt ook de nodige arrogantie ten grondslag. Van de zittende premier, die voor een tv-debat een secondant stuurde omdat hij zowel dit beneden zijn stand beschouwde, als vrezen moest als een gieter af te gaan. Van de traditionele uitdager, omdat die zich als de enige serieuze tegenkandidaat van de zittende premier had opgeworpen, en de concurrentie niet wenste te zien staan.

Maar het ging uiteraard ook om het beleid. Door Rajoy, die de vanuit Brussel opgelegde bezuinigingen braaf heeft uitgevoerd, als succesvol gepresenteerd, maar door grote delen van de Spaanse bevolking – tot massale huisuitzettingen leidende huur- en hypotheekschulden, enorme (jeugd)werkeloosheid met groeiende armoede – niet zo ervaren. Mede uit angst voor een herhaling van het Griekse scenario heeft Brussel zich zo onbuigzaam jegens Athene getoond: als Syriza met haar verzet geen succes zou hebben, kon de Spaanse kiezer ingepeperd worden dat een stem op Podemos even zinloos was. Die strategie heeft dus deels gewerkt.

Desalniettemin breken, alleen al omdat er minstens drie partijen voor een meerderheid nodig zijn, voor Spanje nieuwe politieke tijden aan. Zowel het radicaal-linkse Podemos als het centrum-liberale Ciudadanos staan voor de keus: schone handen houden of compromissen in een coalitie. En PP en PSOE zullen, ongeacht of ze tot zo’n coalitie zullen gaan behoren, hun desastreus falende leiders met pensioen moeten sturen, met het oog op een geloofwaardig nieuw begin.

Thomas von der Dunk, 29 december 2015

administrator_ebnThomas von der Dunk – Een geloofwaardig nieuw begin in Spanje
read more

Thomas von der Dunk – Scheurt Europa nu uit elkaar?

‘A perfect storm’. Zo betitelde Eurocommissaris Frans Timmermans op 9 november in zijn Europalezing in de Amsterdamse Stadsschouwburg wat de Europese Unie de afgelopen jaren achtereenvolgens overkwam: de economische crisis, die nog lang niet voorbij is, de oplopende confrontatie met Rusland om Oekraïne, die nog evenmin voorbij is, en sinds de afgelopen zomer de driehoek van Syrische burgeroorlog, vluchtelingen en terrorisme in samenhang met de opkomst van IS. Deze crises komen nu allemaal tegelijk en versterken elkaar, waarbij de gevolgen voor het bindweefsel van de EU desastreus lijken te zijn.

In Europa regeert de angst, en dat leidt tot een toenemend ieder-voor-zich, waarbij men de problemen van de buren soms letterlijk via hoge hekken buiten probeert te sluiten. De langdurig aanhoudende economische crisis heeft het sinds de eeuwwisseling toch al tanende vertrouwen in de toekomst verder doen afnemen. Het algemene gevoel: de politiek is de greep op de ontwikkelingen steeds meer kwijt, en daardoor gaat het met ons nu misschien nog redelijk, maar in de toekomst met onze kinderen beslist slechter.

De sociaal-psychologische effecten van de economische crisis bestaat uit een groeiende kloof tussen bevolking en beleidselites, die gedeeltelijk samenvalt met een groeiende kloof tussen en hoger- en lager opgeleiden, en nog meer met een groeiende kloof tussen rijk en arm.

Tegenover de afbraak van de verzorgingsstaat – in Nederland gesymboliseerd door de wachtlijsten voor sociale huurwoningen en de implosie van de thuiszorg – staat een steeds welvarender, van de rest van de samenleving losgezongen bovenlaag, in de ogen van die samenleving belichaamd door een inmiddels weer ongeremd voortgraaiende bankierselite – in Nederland gesymboliseerd door het ABN-AMRO-bestuur dat, zodra de balans op kosten van de modale burger-belastingbetaler weer op orde was gebracht, begin dit jaar weer recht meende te hebben op een salarisverhoging van een ton of wat.

Daar komt dan nu nog eens de vluchtelingengolf overheen, waarvan de gevolgen ook eerder in de volkswijken dan in de villawijken te bespeuren zijn – eerder in het simpele dorpje Oranje dan in het sjieke Haagse Benoordenhout.

Vooral in Oosteuropa, vanwege een afwezig koloniaal verleden etnisch nog veel homogener en dus eerder in de greep van vreemdelingenangst, is de reactie er een van: haal de bruggen op, dit is sowieso niet ons probleem. Wel vanuit Brussel graag de lusten van subsidies, niet graag de lasten van migranten!

De onvrede daarover bij de verliezers van deze globalisering vertaalt zich inmiddels in verkiezingswinst van rechts-populistische, xenofobe, anti-Europese partijen: van de week in Frankrijk, eind oktober al in Polen.

In beide gevallen blijkt overigens weer, hoe hardnekkig constant electoraal-geografische patronen blijven. Het Front National behaalde haar grootste zeges in de randgebieden in het noorden, oosten en zuiden waar de democratische egalitair-liberale waarden van de Franse Revolutie altijd al veel minder wortel geschoten hadden, en zich de afgelopen eeuw al vaker in bovengemiddelde steun voor extreem-rechts vertaalde.

In Polen viel de scheidslijn tussen de gebieden waar het Burgerforum en waar ‘Recht en rechtvaardigheid’ de meerderheid behaalde, opvallend exact samen met de oude grens tussen het Duitse en het Russische keizerrijk van vóór 1914, met alle gevolgen voor het wortelschieten van de civil society indertijd.

Onder druk van die electorale verschuiving, product van toenemende sociaal-economische en sociaal-culturele onzekerheid, is de EU in een verzameling egoïstische staten veranderd. Elke regering kiest inmiddels vooral voor zichzelf en het behoud van de eigen kleine voordeeltjes, die men in het verleden binnen heeft weten te slepen – Den Haag voor dat van het eigen brievenbusparadijs via belastingtrucs; London voor de almacht van de City; Berlijn, Parijs en Rome voor de nationale auto-industrie, zodat elke – na het Volkswagenschandaal toch hoogst urgente – poging tot strengere dieselnormen hier op een veto stuit.

Daarbij komt dan nog, als volgende centrifugale kracht, het sterke binnenlandse separatisme in Catalonië en Schotland, die Spanje en Groot-Brittannië doormidden dreigt te breken – het tweede voorlopig even bezworen, het eerste zeker niet.

En alsof dat niet alles is, dreigt het referendum, waarmee Cameron de zaak naar zijn hand wilde zetten, nu uit de hand te lopen, omdat zíjn wel-de-lusten-maar-niet-de-lasten-eisen om voortzetting van het EU-lidmaatschap voor zijn bokkige kiezers verteerbaar te maken – wel vrij verkeer van geld voor de City, niet vrij verkeer van mensen uit Polen – voor Brussel onacceptabel zijn. O, bittere ironie: de toenemend xenofobe Oosteuropese regeringen blijken daarbij hoogst verontwaardigd over de Britse xenofobie jegens henzelf.

In de vluchtelingenopvang komt het drama van Europa ten volle tot uiting. 160.000 mensen zouden er verdeeld worden, voor 160 – welgeteld één promille – is dat nu gelukt. De wanverhoudig tussen pretentie en prestatie ondermijnt het gezag van Brussel definitief. Een van de hoofdoorzaken is het feit dat de nationale regeringsleiders met twee tongen spreken, onze eigen premier niet in de laatste plaats: onder druk van Juncker in Brussel geld en opvang toezeggen, onder druk van Wilders in Den Haag niets durven doen.

De gebrekkige bewaking van de buitengrenzen – niet los te zien van het nu dan eindelijk opgegeven verzet van Athene tegen Frontex-hulp die de eigen souvereiniteit aantast – zet de samenwerking verder onder druk. Zij heeft al geleid tot een knieval voor Turkije, net nu dat steeds autocratischer wordt. En inmiddels staat ook Schengen ter discussie, nu er openlijk met de vorming van een ‘mini-Schengen’ wordt gedreigd, waarmee weer een scheidslijn tussen Frankrijk en Duitsland zou worden getrokken, terwijl juist het uitvagen daarvan na twee desastreuze Wereldoorlogen aan de basis van de Europese samenwerking lag.

De toenemende confrontatie tussen de lidstaten maakt het kernprobleem van de EU steeds zichtbaarder: er bestaat geen Europees staatsvolk, dat ook in slechte tijden bereid is tot onderlinge solidariteit. Toen in 1861 de Italiaanse eenheid was bereikt, zei Cavour: “Eindelijk hebben we nu Italië. Maar nu ook nog graag Italianen”. Die woorden zijn eveneens onverkort van toepassing op Europa – maar te vrezen valt, dat het bijtijds creëren van Europeanen niet meer lukt.

administrator_ebnThomas von der Dunk – Scheurt Europa nu uit elkaar?
read more

Europa in de schaduw van Parijs: ‘Waarden’ als werkwoord

De gruwelijke aanslagen in Parijs raken veel mensen, in Europa maar ook daarbuiten. Luisteren we naar de massale publieksreacties, dan horen we ontreddering: omdat de aanvallen in Europa zijn ‘waar je zoiets niet verwacht’, omdat de daden zo ‘zinloos, bruut en willekeurig’ lijken, ‘ jonge onschuldige’ mensen treffen, en abrupt een einde maken aan vele mensenlevens ‘op een gewone vrijdagavond’. Luisteren we naar de officiële reacties dan horen we hoe de ISIL acties een aanval op de ‘beschaafde wereld’ en een ‘daad van oorlog’ worden genoemd.

In de media volgen de analyses elkaar razendsnel op: de vragen naar wie er in detail achter de aanslagen zitten, waarom nu, waarom in Parijs, wat precies de verbanden zijn met het Midden-Oostenbeleid, met de verwoestende crises in Syrie, met de conferentie daarover in Wenen. Ieder vraagt zich af wat er tegen dit type aanslagen gedaan kan worden.

Op sommige formele podia klinkt onmiddellijk de roep om het ‘uitroeien’ van deze terroristen’, om hogere hekken om Europa, en nog sneller stoppen van migratiestromen, nu er 1 Syrisch paspoort is gevonden van iemand die via Leros Europa is binnengekomen in de massale vluchtelingenstroom van de afgelopen maanden.

Gelukkig klinkt er  – temidden van alle begrijpelijke gevoelens van woede en verslagenheid – ook een roep voor gerichter, gelaagder, zorgvuldiger beleid en oproepen tot diepgravender analyses: Wat is de aantrekkingskracht van bewegingen als ISIL op jonge moslims, wat zijn de redenen van de al veel langer lopende radicalisering van jonge mensen, niet eens zo ver van huis? Hebben we voldoende oog voor de uitzichtloze sociaal-economische situaties van zovelen overal in de wereld, ook in onze Europese steden.

Daar klinkt een hernieuwd pleidooi voor veel sterkere, praktische fundering van de oude waarden waarmee Europa voortdurend schermt: de grondwaarden van ‘vrijheid’, ‘gelijkheid’, ‘broederschap’, van tolerantie, pluralisme en vreedzame conflictbeslechting. Niet zonder reden zeggen mensen van buiten Europa dat het hartverscheurende verdriet dat nu de nabestaanden van de jonge mensen treft die in het Parijse theater Bataclan aanwezig waren, dagelijkse kost is op zoveel plekken elders in de wereld.

De gewelddadige acties in Parijs leggen daarom keihard bloot dat wellicht de enige route voorwaarts is: te erkennen dat we in een wereld leven waar heel veel ontwikkelingen onverbrekelijk samenhangen. Dat we niet verder kunnen leven als blinden, zonder oog voor mondiale verhoudingen. Dat Europa zich hierop moet herbronnen. Dat het niet volstaat de oude ‘waarden’ die Europa zo hoog in het vaandel draagt als loze retorica te blijven herhalen. Dat deze waarden een keiharde praktische opdracht inhouden. Die waarden zijn een ‘werkwoord’, een hoogst urgente handelingsagenda. De EBN zal daarom de komende maanden over deze nieuwe praktische  ‘Waarde van Europese Waarden’ een verkenning opzetten, die aansluit bij de gevoelde urgentie voor duurzame praktische alternatieven voor de polarisatie die onze samenlevingen verscheurt. We hopen op uw actieve betrokkenheid.

Godelieve van Heteren, voorzitter EBN bestuur

administrator_ebnEuropa in de schaduw van Parijs: ‘Waarden’ als werkwoord
read more

Thomas von der Dunk – Puinhoop op spoor heeft ook Europese oorzaken

Wat heeft het drama-zonder-happy-end rond Fyra en ProRail, dat staatssecretaris Mansveld vorige maand de kop heeft gekost, met Europa te maken, zo zult U zich afvragen. Toch meer dan op het eerste gezicht lijkt – ook Brussel mag medeverantwoordelijk gehouden worden, omdat zij in het kader van de heiligverklaring van ‘interne markt’ en ‘open grenzen’ met bepaalde regelgeving een aantal ontsporingen in de hand heeft gewerkt.

Als gevolg van die dubbele heiligverklaring is er namelijk niet alleen in groeiende mate sprake van grensvervaging tussen markt en overheid, maar ook tussen intranationale en internationale kwesties. So what?, zo zullen de meest fanatieke aanhangers van de Europese gedachte nu roepen: dat was toch juist de bedoeling? Misschien inderdaad de bedoeling, maar dat wil niet zeggen dat dat ook verstandig was. Niet voor elk vraagstuk is oplossing op Europees niveau geboden, niet voor elk product speurt de consument op zoek naar de laagste prijs het hele Europese internet af.

Er bestaat geen grenzeloze ‘Europese’ markt voor kappers – neemt U echt dat vliegtuig op en neer naar Lissabon, omdat daar de BTW misschien wat lager is? – of lectuur: een Portugese uitgever zal zich niet snel melden bij een ‘Europese aanbesteding’ van een schoolboek in het Nederlands. Die markt bestaat hooguit voor Engelstalige werken, maar het is buiten de Britse Eilanden toch nog altijd een bescheiden minderheid die die leest. De meeste mensen prefeerren gewoon hun moedertaal, hoe ouderwets en provinciaals dat volgens sommigen – zoals universiteitsbestuurders die bij het woord ‘internationalisering’ een waas met veel dollartekens voor hun ogen krijgen – ook is. Maar juist daarin schuilt nu net de culturele meerwaarde van Europa vergeleken met Amerika: in pluriformiteit in plaats van Angelsaksische eenvormigheid.

Evenmin is er sprake van een ‘Europese’ woningmarkt. Soms zelfs niet eens van een nationale. Wie vanuit Antwerpen een nieuwe baan vindt in München, heeft er niets aan als de goedkoopste leuke huizen op Sicilië staan, ervan uitgaande dat hij zich voor het dagelijkse woon-werk-verkeer niet een privé-helicopter kan veroorloven. En zelfs een leuk huisje op Masarati-race-afstand aan het andere eind van Duitsland is alleen voor de Huub Möllenkamps onder ons weggelegd.

Zo is ook, van het vliegverkeer afgezien, het meeste openbaar vervoer een geografisch beperkte zaak. Juist hier heeft de sterk door Brusselse tekentafelplannenmakerij gestimuleerde grensvervaging tussen markt en staat, intranationaal en internationaal voor de nodige chaos gezorgd. Privatisering en concurrentie op het spoor stond centraal, ongeacht de ramp waartoe de ontbinding van de Britse Spoorwegen had geleid. Hier wonnen, zoals wel vaker, markmantra’s het van ervaring en gezond verstand.

Omdat tegelijk het spoor door de kiezer nog steeds als collectief goed gezien wordt en elke ontsporing dus tot Kamervragen leidt, is een echte markt een fictie: net als banken is het spoor daarvoor te cruciaal, dus too big to fail. Dat gaf de directie van de NS een logische vrijbrief om een irreëel bod op de HSL te doen om die maar binnen te halen – de staat betaalt immers de staat – en vervolgens de zo ontstane tekorten met goedkope kneusjestreinen te compenseren.

Ook daarbij wreekte zich een Europese regel: de NS mocht niet zelf de kwaliteit van AnsaldoBreda controleren, nadat dat al in Italië was gedaan. Men zou het als een van de perverse bijwerkingen van de vrije markt kunnen betitelen: je moet goedgelovig op de controlemethodes in andere landen vertrouwen, omdat het tegendeel in Brussel als verkapt protectionisme te boek zou kunnen staan.

Waar het het spoor betreft, zijn we de afgelopen maanden met nog twee perverse bijwerkingen geconfronteerd van het waanidee dat een algemene collectieve voorziening een particuliere onderneming met winstoogmerk moest worden, die ook ten grondslag lag aan de gekunstelde en nu in Den Haag ook door bijna iedereen inderdaad als rampzalig erkende splitsing van NS en ProRail.

De eerste is, dat de samenhang in het spoorwegnet zoek dreigt te raken, nu andere aanbieders een deel overgenomen hebben. Geen echte vrije jongens overigens, maar dochterondernemingen van Franse en Duitse staatsspoorwegen, landen waar men niet zo dwaas is geweest om aan de zoveelste neoliberale gril gevolg te geven door het eigen spoor in de uitverkoop te doen.

De tweede is dat, omgekeerd, de NS plots grootscheeps is gaan investeren in lucratiever geachte spoorwegen in Polen en Schotland. De aan Vestia, Meavita en Rochdale herinnerende megalomanie waarmee dat onvermijdelijk gepaard gaat, leidt namelijk tot verwaarlozing van de taak waartoe de NS eigenlijk op aarde is: zorg voor een goed functionerend spoorwegnet in Nederland.

Kenmerkend was de uitlating van een NS-commissaris in de NRC van 12 september: hij verdomde het om steeds door de Kamer afgerekend te worden op de vraag of “de trein tussen Breda en Roosendaal op tijd rijdt”, terwijl hij nu net zo lekker bezig was met de spannende projecten die door de liberalisering van de spoormarkt in het buitenland voor het grijpen lagen. Het dedain sprak boekdelen. Dat hij weigerde te snappen dat hij er juist was om te zorgen dat de trein van Breda naar Roosendaal op tijd rijdt, had reden moeten zijn voor direct ontslag.

Voor alle duidelijkheid: deze zogenaamde Europese spoormarkt is geen natuurramp die automatisch uit het bestaan van de Europese Unie als zodanig voortvloeit. Zij is het gevolg van bewuste politieke keuzes, die samenhangen met de ideologische geborneerdheid van de al jarenlang dominante marktfetisjisten – politieke keuzes die dus ook in Brussel weer ongedaan kunnen worden gemaakt.

administrator_ebnThomas von der Dunk – Puinhoop op spoor heeft ook Europese oorzaken
read more

Thomas von der Dunk – Het Catalaanse vraagstuk is in feite onoplosbaar

Madrid is op 27 september ‘mit einem blauen Auge davongekommen’, zoals dat zo mooi in het Duits heet, maar de verdienste van premier Rajoy is dat beslist niet. En hij zou er zeer onverstandig aan doen zich rijk te rekenen, nu in Barcelona de twee separatistische partijen qua stemmental net in de minderheid zijn gebleven, en daardoor voor het moment het morele mandaat ontberen om hun krappe zetelmeerderheid voor een directe afscheidingspoging te gebruiken.

We hebben hier te maken met een grondprobleem van de Europese Unie. Die is officieel slechts opgebouwd uit de bestaande lidstaten, in hun huidige vorm en met hun huidige grenzen, waarbij Brussel ook, als het gaat om de interne structuur van de Unie, van niets anders wil weten dan van die lidstaten.

Zetels in het Europese parlement worden op basis van een bepaalde formule die gerelateerd is aan het inwonertal toegewezen aan de lidstaten als geheel. Grote landen zijn in het nadeel: hun kiezers zijn ondervertegenwoordigd. Hoe kleiner een land, hoe minder kiezers er voor een parlementszetel nodig zijn. Voor Luxemburg is er eentje per honderdduizend inwoners, voor Duitsland eentje per klein miljoen.

Dat betekent dat als Catalonië buiten Spanje in z’n eentje meer zetels zou krijgen, dan de Catalanen binnen het Spaanse staatsverband. Zouden de Tsjechen en Slowaken bij elkaar gebleven zijn, in plaats van even vóór hun toetreding van elkaar te scheiden, dan zouden ze voor tien plus vijf miljoen inwoners zo’n 24 zetels krijgen (Nederland heeft er met zeventienmiljoen 26), waar zij nu afzonderlijk 21 en 13 hebben.

Voor het voormalige Joegoslavië wordt het verschil, indien de inmiddels uit dit land voortgekomen zeven staten uiteindelijk allemaal EU-lid zouden worden, nog krasser. Door de eigen verbrokkeling wordt de Balkan zo straks nog oppermachtig. Ook de Nederlanders zouden waanzinnig aan stemkracht winnen, indien het huidige koninkrijk zich morgen in de oude Zeven Provinciën opdelen zou. Minstens een gezamenlijk zeteltal als het huidige Franse ligt dan in het verschiet.

Voor Nederland is de kans op zo’n opdeling gering. Zelfs de meest fanatieke Friese nationalisten zijn al zielsgelukkig nu ze op de poorten van hun hoofdstad bordjes met ‘Ljouwert’ mogen schroeven, en sinds Geert Wilders op de verkiezingsavond van 2010 Limburg – dat er lang een beetje bijgehangen heeft – tot het hart van Nederland heeft uitgeroepen, dreigt in het zuiden vast ook niet meer veel gevaar. Maar Nederland is in dat opzicht niet representatief.

Juist omdat Nederland vrij gelukkig is met haar eigen grenzen, hebben wij de neiging dat te onderschatten. Zelf kennen we immers geen irredentisme of separatisme van betekenis; de laatste grote veroveringen van Willem Drees, Elten en Tudderen, hebben we na veertien jaar ijlings aan Bonn teruggegeven omdat van die Duitse boeren toch geen Hollandse kooplui te maken vielen.

Al bij onze zuiderburen is de nationale eenheid wankel – Vlamingen en Walen leven steeds meer met de rug naar elkaar toe, en alleen de onoplosbare vraag, voor wie bij een echtscheiding de stad Brussel zou zijn, houdt nog de boel bijeen. “Sire, il n’y a pas de Belges”, aldus reeds in 1912 de socialistische parlementariër Jules Destrée tot koning Albert I, en hij lijkt steeds meer gelijk te krijgen.

De meest overtuigde Belgen zijn misschien, behalve in het huis Saksen-Coburg-Gotha dat zonder België tot de talrijke onttroonde en disfunctionele dynastieën van Europa zou gaan behoren, nog wel te vinden in de Duitstalige Oostkantons, die in het kader van de binnenlandse linguïstische pacificatie over veel meer materiële voorrechten beschikken dan hen als uithoek van pakweg de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen ooit deelachtig zouden worden.

Het cruciale punt is dat voor de Europese autoriteiten de bestaande staatsgrenzen onaantastbaar zijn, maar dat die natuurlijk de facto een willekeurige historische momentopname tonen, die men nu in Brussel voor alle eeuwigheid wil bevriezen. De meeste huidige staten zijn het product van oorlogsgeweld, vorstenhuwelijken en andere toevalligheden in het verleden, en daarmee echt niet vanzelfsprekend.

Veel landen tellen grote etnische minderheden, die met de staat, waarin zij ooit beland zijn, verre van gelukkig zijn. In hun ogen is het onredelijk dat volkeren die er (zoals de Slowaken) toevallig in geslaagd waren om zich af te scheiden vóór de toetreding van hun ‘overheersers’ tot de EU, wel een eigen staat mogen hebben, en zij, die de pech hadden om tegenover een obstinate overheid te staan (zoals de Catalanen), voor altijd binnen de bestaande grenzen opgesloten moeten zitten.

Dit maakt het probleem meteen ook onoplosbaar, omdat als gevolg van die langdurige incorporatie van zo’n zich miskend voelend volk in een groter geheel, een deel van dat volk zich inderdaad deel van dat grotere geheel is gaan voelen, terwijl zich tevens talloze mensen van elders op zijn territorium gevestigd hebben.

Concreet: veel Catalanen voelen zich inmiddels Spanjaard, terwijl in de loop der tijden veel Castilianen in Catalonië zijn komen wonen, voor wie Catalonië even vanzelfsprekend Spaans is als Castilië. Door de Catalanen worden zij echter als indringers beschouwd. Hier botst, net als in veel andere Europese regio’s, het sentiment van ‘wij waren hier eerst’ op dat van ‘dit is ook míjn land’.

Zolang beide groepen elkaar ongeveer in evenwicht houden, vallen de gemoederen alleen door sterke interne federalisering én door het doorlaatbaar maken van de externe staatsgrenzen te bedaren. Anders dan in het Britse geval, waar de eigen(gereid)heid van de Schotten algemeen aanvaard wordt, zijn de Spaanse conservatieven, voortkomend uit de Franquistische traditie, helaas felle centralisten, waarvan sommigen het liefst het leger op Barcelona af zouden sturen. Juist het gebrek aan tact en souplesse in Madrid gooide hier lang olie op het vuur.

administrator_ebnThomas von der Dunk – Het Catalaanse vraagstuk is in feite onoplosbaar
read more

Thomas von der Dunk – Vluchtelingen dwingen tot gezamenlijke aanpak

Op zich behoor ik niet tot degenen die, zoals sommigen in Brussel, bij ongeveer elk politiek vraagstuk dat ergens binnen de Europese Unie opdoemt, niet zonder triomfantelijke ondertoon roepen dat dat Europees opgelost moet worden en om ‘meer Europa’ vraagt. Als het om de obesitasproblematiek gaat, waarmee men zich in Brussel ook al bezighoudt, dan denk ik dat, hoezeer die zich ook in heel Europa voordoet, het veranderen van ongezonde eetgewoontes beter aan nationale – zo niet binnen sommige grote staten aan regionale – overheden overgelaten kan worden.

Maar het vluchtelingenvraagstuk is bij uitstek een Europese kwestie, waarbij de noordelijke en oostelijke lidstaten er zich niet achter kunnen verschuilen dat de Italianen en Grieken gewoon de pech hebben dat Afrikanen en Arabieren als gevolg van allerlei ellende in eigen land nu in groter getale op drift zijn geraakt dan de bewoners van Spitsbergen. En we kunnen de opvang ook niet alleen op Duitsland afwentelen, zoals sommige nationale regeringen, uit electorale doodsangst voor de PVV in eigen huis, eigenlijk het liefst zouden doen. Dat is de consequentie van Schengen: er is één gemeenschappelijke Europese buitengrens. Daardoor laat zich het probleem niet nationaal oplossen, en zelfs of dat op Europees niveau echt kan, is maar de vraag. Hooguit kan men de impopulaire lasten een beetje eerlijk(er) verdelen.

Dat is iets wat men met name in Oosteuropa, waar men tot dusverre zo van de toetreding tot de EU heeft weten te profiteren en men zich nu massaal aan een quotum poogt te onttrekken, onder ogen moet zien: aan het lidmaatschap kleven naast allerlei prettige rechten op fondsen ook verplichtingen. En waar waren met name de Engelsen, die nu zo jammeren over hun – mede aan de op andere momenten hunnerzijds geenszins bejammerde functie van het Engels als mondiale lingua franca te danken – populariteit in de kampen rond Calais, toen Brussel om een Brits aandeel in de opvang verzocht?

Het vluchtelingenvraagstuk is, vanwege de toch tamelijk onverwacht plotseling toegenomen omvang, het grootste dat Brussel tot dusverre voor zijn kiezen heeft gekregen – ook al vallen de honderdduizenden waarom het nu gaat in het niet bij de vele miljoenen die Midden-Europa in 1945 te verstouwen kreeg, op een moment dat Europa zelf in puin lag en dus veel armer was.

Maar misschien maakt juist de huidige rijkdom, in combinatie met de door de erosie van de welvaartsstaat onder brede lagen van de bevolking verbreide angst dat het sowieso slechter zal gaan, het electoraat angstiger. Als gevolg van een toenemend individualisme en egoïsme, dat door bepaalde politieke stromingen ook – nadat conform Thatchers motto there is no such thing as society het algemeen belang aan een optelsom van alle individuele belangen gelijkgesteld was – bewust is gestimuleerd, is de maatschappelijke solidariteit sowieso sterk aangetast.

In elk geval lijkt het vluchtelingenvraagstuk een nog grotere bedreiging voor de Europese samenwerking dan het Griekse, en wel omdat daaraan niet alleen een materieel, maar ook een cultureel aspect kleeft. Om het plat te zeggen: in de ogen van rechtse populisten kosten de Grieken ons weliswaar centen, maar de Arabieren ons met hun komst niet alleen centen, maar ook nog eens onze nationale identiteit.

Daardoor splijt de migratiekwestie de samenleving als geen ander doormidden, omdat de prijs – in sociaal-culturele en sociaal-economische zin niet in de villawijken maar in de volkswijken wordt betaald. Daarbij valt op dat juist partijen die anders graag met het woord vrijheid schermen, of dat zelfs in hun naam hebben opgenomen, zich restrictief opstellen. Dat mobiliteit van geld en goederen ook automatisch mobiliteit van mensen met zich meebrengt, wil er bij hen niet in. Het vrije personenverkeer vormt van de ene markt echter het logische gevolg.

Nergens vreest men dan ook een inperking van Schengen zozeer als binnen het Nederlandse bedrijfsleven, dat in het bijzonder van de open grenzen profiteert. In dat opzicht staan de opvattingen daar haaks op die van degenen die de last ervan moeten dragen. Punt is wel dat als vervolgens het bedrijfsleven in de vorm van hogere belastingen om een extra bijdrage gevraagd zou worden teneinde de uit die open grenzen voortvloeiende maatschappelijke lasten voor anderen te verlichten, datzelfde zo profiterende bedrijfsleven niet thuisgeeft: men wil de lusten kosteloos.

Veel meer dan een eerlijker verdeling van de lasten tussen de lidstaten zal Brussel overigens niet kunnen bewerkstelligen. Het is een illusie om te denken dat men van Europa een onneembaar fort maken kan – wie duizenden kilometers onder de meest barre omstandigheden door woestijnen en over zeeën is gereisd, laat zich niet door een beetje Hongaars prikkeldraad afschrikken. Daarvoor zijn zowel de push- als de pullfactoren nog steeds veel te hoog.

De push-factoren: oorlog en economische uitzichtloosheid in het land van herkomst. Aan het eerste laat zich (zoals in Syrië) zonder interventie van buiten zelden een einde maken, en na de mislukking van Irak zal geen Europees land daar snel voor pleiten. En het tweede vergt veelal structurele veranderingen in sterk patriarchale en cliëntelistische samenlevingen zonder civil-society-traditie die zich niet van buitenaf laten opleggen; dat leert de mislukking van het Afghanistan-experiment.

De pull-factoren: de enorme welvaartsvoorsprong van Europa op de omringende regio’s, die wij bovendien als touristen buitengaats nadrukkelijk etaleren. En als je in vier uur voor je vacantie naar Gambia vliegen kan, dan kan je dat als economisch migrant in omgekeerde richting ook. Juist de mondialisering die het Westen met haar technologische revolutie zelf op gang heeft gebracht, zorgt zo nu ook (opnieuw) voor mondiale migratiestromen.

Thomas von der Dunk, 1 september 2015

administrator_ebnThomas von der Dunk – Vluchtelingen dwingen tot gezamenlijke aanpak
read more