Opinies

‘AUX ARMES, CITOYENS’

Dit is geen oproep uit Frankrijk – waar vandaag de nationale feestdag 14 Juillet wordt gevierd – om de familiegeweren maar eens uit de mottenballen te halen en een partijtje te gaan schieten.  Wel is het een dringend appèl om temidden van loopgravenoorlogen en ditto retoriek rond de Griekse schuldencrisis ons als betrokken Europeanen veel harder te gaan inspannen om terug te keren naar een echte dialoog. Het is een dure opdracht om niet alleen consument te zijn van de beslissingen van anderen, maar aan de negatieve spiraal die zich in Europa lijkt te voltrekken actief een halt toe te gaan roepen.  Weg uit de toeschouwersdemocratie van steeds wanhopigere twittercommentaren. Weg uit de foute historische vergelijken en scheldkannonades.

Dit gaat al lang ver voorbij de schuldencrisis van Griekenland. Het gaat over machtsverhoudingen, fundamentele maatschappelijke vormgevingen, internationale omgangsvormen. Doemprofeteren roepen over het ‘einde van de Europese droom’. Alsof die droom van God gegeven is, en niet iets waar je gewoon hard voor moet werken. Dit is zo’n moment voor gravitas, scherpzinnigheid en vooral ook – meer grootmoedigheid.

Voor redelijke oplossingen en duurzame alternatieven zal het nodig blijken veel dieper te onderhandelen met elkaar, anders blijven de discussies een gebed zonder end. Ik zie de volgende Europese grondvragen die ook onder de Griekse schuldencrisis doorlopen. Door de onduidelijkheid over sommige van die vragen geven veel mensen aan ‘vertrouwen’ te hebben verloren. Dat is veel gevaarlijker op termijn en dus is het hoogst acuut dat we actief de zeilen bijzetten rond de volgende kwesties:

  1. Wiens Europa wordt opgebouwd? Wie maken in Europa eigenlijk de dienst uit? Wie bepalen – niet formeel, maar in feite – welke koers er wordt gevaren?
  2. Hoe democratisch worden die krachten gecontroleerd? Zijn de bestaande politieke instituties goed genoeg of eigenlijk al lang niet meer in staat de snelle en soms donkere krachten van deze tijd te beteugelen?
  3. Welke graden van onderlinge solidariteit zijn nog mogelijk in Europa, zijn de solidariteitsmechanismen die zijn gebouwd wel voldoende, wat moet en kan er beter?
  4. En tegen die achtergrond: Is de huidige vormgeving van de euro de best mogelijke of hebben we te maken met een gemankeerde architectuur, waaraan vitale aspecten ontbreken, vooral gezien de heterogeniteit van de Europese economieën? Is de schuldenlast aanpak van landen als Griekenland de meest wijze, zeker op middenlange termijn?

We geloven als EBN heel erg in de kracht van burgers en in de gave van mensen om behalve veel kabaal te maken ook redelijk te kunnen zijn.  Als het erop aankomt. Zoals nu.

Godelieve van Heteren

administrator_ebn‘AUX ARMES, CITOYENS’
read more

All in the family

Europa is als een hele grote oude familie. Zo’n familie die honderden generaties teruggaat en een reuze bagage van voorgeschiedenissen, herinneringen, vetes en bloedbaden, breuken en verzoeningen, gekrakeel en gedoe met zich mee tilt. Ze heeft saaie en minder saaie familieleden, voorzichtige en meer roekeloze, sluwe en naievere, enthousiaste doeners en meer bezonnen reflectietypes. Er zijn leden van de familie die overal een punt van maken, en leden die nauwelijks meer met elkaar praten. Het is ook een familie van eigenwijzen, want vele familieleden hebben van alles in de wereld gedaan en ontlenen daar een groot ‘eigen gelijk’ aan. Eeuwenlange conversaties tussen de familietakken hebben daarnaast ook bepaalde hardnekkige clichés geschapen: ‘die uit de zuidelijke tak leven er te jolig op los’, of ‘die uit de noordelijke hoek zijn te star en te stug’. Maar eeuwen van handel, wandel en verkeer hebben ook bepaalde omgangsvormen met zich meegebracht waardoor er na gewelddadige uitbarstingen meestal ook wel weer vrede wordt gezocht. Al duurt dat soms even. Maar men is tot elkaar veroordeeld: it’s all in the family….

Ik weet, dit is een veel te zoetsappig beeld, en wellicht veel te sloom voor deze week van hard talk en deadlines. Maar toch moet ik aan de vooravond van de beslissende eurodeliberaties dit weekend maar steeds denken: hoe kijken we over twintig jaar op deze Europese episode terug? Als het einde van iets, als het begin van iets? Formeel gaat het over de schuldencrisis in Griekenland in zijn verschillende dimensies: het verstand of onverstand van de gekozen austerity schuldenaanpak, de economische en humanitaire gevolgen, de korte termijn berekeningen van de schuldeisers en hun politieke bondgenoten, de ervaringen van een politiek verdeeld Griekenland, de spelregels van een muntunie. Of over de langere termijn gevolgen van een eurozone breuk met Griekenland, voor de economie en voor de sociale verhoudingen in Europa.

Vele actuele gesprekken zijn helaas te lang geframed in een schuld-en-boete modus: wie heeft het gedaan, wie heeft het veroorzaakt, wie heeft de foute keuzes gemaakt, wie moet er aftreden, wie is de terrorist? Het debat met premier Tsipras op 8 juli in het Europees Parlement stond bol van zulke interventies met opgeheven vingers. Format: Oudere broers lezen jonge, roekeloze broer de les. Zo gaat dat – soms, helaas – in een familie.

Maar daarachter door loopt het tragere verhaal van dat oude Europa. Dat Europa waardoorheen deze maanden weer miljoenen mensen trekken om iets op te snuiven van de culturele verschillen, de variatie, de gekten en grootheden van een rijk verleden en een levendig heden. Het trage Europese verhaal van waaruit mensen (zoals ikzelf) zeggen: ophouden met dit gekrakeel, heel diep ademhalen en elkaar helpen de boel op orde te brengen, whatever it may take. Want als we de juiste balans (Grieks begrip) weten te vinden zonder iedereen in één mal te willen gieten, kunnen we veel meer betekenen voor de mensen op dit continent en in de wereld. Kan onze democratie sterker worden, ons aller bestuur minder corrupt, onze economie duurzamer. Europa is nog steeds een prachtig continent met grote mentale en institutionele rijkdom.

Het is gelukkig duidelijk dat onder alle kabaal en verhitte krantenkoppen door, het wel en wee van de familie voldoende mensen aan het hart gaat. Zie bijvoorbeeld het ijzersterke verhaal van Jeffrey Sachs (http://www.project-syndicate.org/commentary/greek-crisis-germany-debt-relief-tsipras-merkel-by-jeffrey-d-sachs-2015-07 ). Het is maar een voorbeeld in een lange rij van betrokken interventies. Dit gaat al lang niet meer over Griekenland alleen. Overal in Europa en daarbuiten zoeken mensen naar tekenen van wijsheid, naar mensen die voorbij de huidige crisis kunnen denken en uitgaan van een Europese wederkerigheid waar we allemaal meer baat bij zouden hebben. Naar staatmanschap dat de publieke zaak voorop stelt en naar een economische orde die kansen voor mensen verhoogt in plaats van mensen marginaliseert.  In die breed gedeelde zoektocht ligt ook veel gedeelde kracht.

Het is vrijdag 10 juli. De ‘nieuwe’ Griekse voorstellen liggen op tafel, de Fransen hebben een handje meegeholpen, de verschillen met wat er een paar weken geleden lag worden nu uitgeplozen. De markten reageren opgetogen (voor sommigen toch vooral de maat der dingen). We hopen dat de onderhandelaars in Brussel zullen handelen met wijsheid die verder reikt dan dit moment; zoals een goede familie uiteindelijk betaamt.

Godelieve  van Heteren

administrator_ebnAll in the family
read more

Griekenland ook lakmoesproef voor Europa-buiten-de box

De meeste mensen met hart voor Europa zitten zich de afgelopen dagen enorm te verbijten en vragen zich met verbijstering af of er geen alternatieven zijn voor de spierballen politiek en escalatie die we nu waarnemen. Het gros van de Europeanen voelt zich toeschouwer. We zien lange reeksen ‘experts’ aan ons voorbij trekken in de media en proberen onszelf uit de brei van hele en halve waarheden een oordeel te vormen. We zoeken houvast, gedegen analyse, diepere visie. We missen vaak cruciale feiten in de lawine van ideologische posities.

Intussen polariseert de beeldvorming razendsnel voort. Over en weer worden de clichés aangescherpt en wordt het wantrouwen gevoed. Schuld en boete retorica heeft in de beschrijvingen de overhand genomen. Een beeld van incompetente, onbetrouwbare, slecht onderhandelende Grieken wordt geplaatst tegenover een beeld van kille Brusselse belangenbehartigers van het grootkapitaal. Beide beelden helpen echte samenspraak over een uitweg uit de crisis geen stap verder.

Met de degens zo gekruist, lijkt niemand meer verantwoordelijkheid te willen nemen voor wat dit verschrikkelijke politieke gerommel doet met de toekomst van Europese samenwerking. Daarop wordt nu een gigantische wissel getrokken, maar dat grotere belang lijkt volledig uit beeld.

Volgens een groeiende schare gelauwerde economen is een andere vorm van Griekse schuldsanering dringend wenselijk en ook mogelijk als de politieke wil zou worden opgebracht. Dit geldt niet alleen voor Griekenland, maar ook voor sommige andere EU lidstaten. De details van uitwerking van zulke suggesties ontgaan de gemiddelde burger, maar waarom eigenlijk? Waarom zou dit cruciale onderwerp dat de toekomst van Europa in het hart raakt geen voorwerp kunnen zijn van een veel breder gezamenlijk gesprek? Waarom geen EuroVisie festival waarin we de rommel in het Europese huis gezamenlijk eerlijk onder ogen zien en gezamenlijker opruimen? Waarom geen helder beeld geschetst van welke rekensommen achter de schermen worden gemaakt en van wie er eigenlijk wijzer wordt van de voortduring van de crisis?

Waar zitten de mensen die met voldoende integriteit over de waarde van Europese samenwerking kunnen spreken? Het is hoog nodig dat haalbare en constructieve suggesties voor een betere toekomst voor Europa breder worden gedeeld en besproken. Het is misschien ook tijd de last die dit vergt voor één keer gezamenlijk te dragen. Om te voorkomen dat hele bevolkingen over de kling worden gejaagd.

Er zijn in de hitte van het huidige Griekenland debat gelukkig mensen die blijven aandringen op diplomatie, pragmatisme en geduld. Dat is wijs. De Griekse zaak is ons aller zaak en vraagt ‘keeping our cool’ en uiterste zorgvuldigheid. Maar de situatie legt ook de meest fundamentele makke van de huidige Europese politiek bloot. Achter de lawine van visies en opinies over ‘what next’, gaapt het pijnlijke gebrek aan een basaal gevoel dat we als Europeanen – als we ons meer zouden durven verenigen voor een gezamenlijke toekomst – een groot aantal kwesties samen zouden kunnen adresseren. Of het nu gaat over migratie, jeugdwerkeloosheid, of schuldenproblematiek als in Griekenland: binnen de kaders van het huidige politieke bedrijf komt de basissolidariteit die het vergt zulke vraagstukken creatiever tegemoet te treden, maar niet van de grond.

Tegelijkertijd steken er buiten-de-box wel degelijk allerlei nieuwe initiatieven de kop op. De actie van de Londense Thom Feeney voor een crowdfunding Grieks Bailout Fund is een briljant voorbeeld. https://www.indiegogo.com/projects/greek-bailout-fund?fb_action_ids=10153134317887585&fb_action_types=indiegogo%3Acontribute#/story) Niet omdat de man in 6 dagen via social media 1.2 miljard bijeen zal brengen (hoewel?), maar omdat dit gekke plan mensen uit hun winterslaap haalt, doet opstaan tegen verlammend cynisme, tegen dode politiek, en tegen het gevoel dat er geen alternatieven zijn.

Het is hoog tijd dat mensen in Europa met dit soort energie zich steviger organiseren. Reclaim Europa: Buiten de box! Europa heeft eeuwenlange tradities van oorlog, tweespalt en al te lokaal, verwoestend eigenbelang. Maar Europa heeft evenzeer grootse en inspirerende tradities van continentale maatschappelijke samenwerkingsverbanden en creatieve innovatie, van solidariteit en paden uit de miserie. Met de EBN willen we graag meewerken aan dit laatste spoor.

Het lot van Griekenland gaat ons aan het hart, Griekenland hoort in Europa, Griekse burgers zijn Europese burgers. De EBN zal zich dus blijven inzetten voor:

  • Vormen van schuldsanering die landen niet over de kling jagen.
  • De opbouw van duurzame systemen in Europa waarmee landen zich economisch overeind kunnen houden en waardig kunnen leven in een tijd van toenemende globalisering.
  • Innovatieve initiatieven die beogen de basissolidariteit in Europa beter vorm te geven, niet los van de rest van de wereld maar als bijdrage aan de wereldwijde zoektocht naar eerlijkere verdeling van kansen en middelen.
  • Vormen van informatiedeling en publieke dialoog waarmee mensen een gebalanceerdereen feitelijker geinformeerd beeld kunnen krijgen van welke krachten de ontwikkelingen in Europa sturen, om zo eerlijkere machtsverdeling te bewerkstelligen.

    Godelieve van Heteren, voorzitter EBN (1 juli 2015)
administrator_ebnGriekenland ook lakmoesproef voor Europa-buiten-de box
read more

Thomas von der Dunk column: Wat is de Europese solidariteit nog waard?

thomas

Hoe lang houdt de onderlinge Europese solidariteit nog stand? Zij staat de laatste tijd op een toenemend aantal gebieden onder druk, economisch, humanitair en militair. Zowel een vrijwillige Brexit als een gedwongen Grexit zou een veeg teken zijn dat deze solidariteit inmiddels haar grenzen nadert.

Eerst de economische solidariteit: de meeste Europeanen willen niet meer dokken voor de Grieken, en de Britten überhaupt niet meer voor de rest. Dat het vooral de eigen City is, waarvan het bancaire wangedrag ten grondslag ligt aan de kredietcrisis die nu al zes jaar voortettert en het problematische van de Griekse eurodeelname aan het licht heeft gebracht, wordt daarbij door Londen behendig onder het tapijt geveegd.

Dat het belastingparadijzen als Nederland en Luxemburg zijn die massaal aan fiscale vluchtelingen uit Griekenland onderdak bieden, en daarmee de Griekse overheid van haar legitieme belastinginkomsten beroven, verzwijgt men in Nederland en Luxemburg zelf liever eveneens. Evenmin wordt men er in de andere Europese hoofdsteden graag aan herinnerd dat de huidige miljardenleningen aan Athene vooral de eigen banken overeind moeten houden (nog geen tien procent van het totaalbedrag wordt echt in Griekenland geïnvesteerd), die in het verleden op de meest roekeloze wijze geld aan Athene hadden verstrekt toen dit nog wèl winstgevend leek.

Dat intussen een derde van de Grieken onder de armoedegrens is gezakt, in ziekenhuizen Derde-Wereld-toestanden heersen, en pensioenen straks niet meer betaald kunnen worden? In andere Europese landen, waar al ingeval van een dreigende fractie van het Griekse koopkrachtverlies politieke parijen dreigen te imploderen, is dat geen reden om de toon te matigen.

Ook binnen de lidstaten zélf houdt de onderlinge solidariteit niet overal over – hier wordt het kunstmatige van sommige staten steeds zichtbaarder. Vlamingen zijn het beu de Walen te onderhouden, Catalanen de rest van Spanje, Noord-Italianen het zuiden van hun land. Ook de permanente geldtransfer binnen Duitsland van oost naar west (en van de rijkere zuidelijke naar de armere noordelijke deelstaten van de ‘oude’ Bondsrepubliek) heeft voor scheve gezichten gezorgd.

Als het de handel met niet-Europese landen betreft, van China tot Rusland, gaat elke lidstaat voor zijn eigen kleine voordeel, waar men samen veel sterker zou staan. Poetin weet er op briljante wijze gebruik van te maken door het ene land tegen het andere uit te spelen. Ook Nederland, dat zich in het hoofd gezet had om de Russische gasrotonde van Europa te worden en daartoe ook bij de Winterspelen van Sotsji het eigen staatshoofd in een Hollandse biertent had gestald, deed daar maar al te gretig aan mee. Totdat het einde van de MH17 het enthousiasme over door Rusland op de markt gebrachte waren ietwat liet bekoelen.

Al heeft dat nog niet tot het beëindigen van onze fiscale brievenbusdiensten aan de Buk-raket-fabrikant op de Zuidas geleid, want de een z’n dood blijft voor goede vaderlandse ondernemers natuurlijk wel de ander z’n brood. VNO-NCW-voorziter Hans de Boer wil het ook niet anders: voor de belangen van de BV Nederland zetten we elk moreel bezwaar opzij en laten we desnoods ook Oekraïne letterlijk in de Russische kou creperen. Daaraan doet het opgewonden democratische gespring van een enkele Nederlandse parlementariër op een Kievs plein niets af.

Dan humanitair: wie het miezerige gehannes van Europese regeringen in het vluchtelingenvraagstuk ziet, kan zich alleen maar generen. Italië en Griekenland vangen de grote klappen op, en het laatste dreigt daaronder zelfs te bezwijken. Europese solidariteit? Het ook in Den Haag door sommigen uit angst voor de populisten in eigen land luidkeels gepropageerde beginsel van ‘opvang in de regio’ wordt nu maar al te gretig in ‘land van aankomst is land van opvang’ vertaald. Nogal makkelijk als je ver van de EU-buitengrens verwijderd bent.

Misschien het meest verontrustend is het gebrek aan militaire solidariteit. Dat betreft formeel de NAVO, maar waar die aan onze zijde van de Atlantische Plas grotendeels met de EU samenvalt, is dat ook voor een gemeenschappelijk Europees lotsbestemmingsbesef relevant. Te hulp schieten als een lidstaat door Rusland aangevallen wordt? De Amerikanen en Canadezen beantwoordden die vraag in een recente enquête nog vaker bevestigend dan diverse Europese volkeren – waaronder ook de Nederlanders – zelf: niet over mijn lijk. Poetin zal de uitkomst met interesse hebben gelezen om er nog een goed glas Heineken op te drinken.

Wat kan Brussel hier tegen doen? Misschien dat het zou helpen als het eindelijk ook eens geografisch grenzen durft te stellen. Waar houdt Europa op? Een deel van de afstand die veel burgers tot de EU voelen, is niet alleen te wijten aan de neoliberale koers die door veel burgers als een bedreiging voor de welvaartstaat wordt gezien. Ook de bijna principiële grenzenloosheid van het uitbreidingsbeleid – in beginsel kan iedereen lid worden die aan de Kopenhagencriteria voldoet en Europees is, waarbij het geven van een definitie van dat ‘Europees-zijn’ angstvallig wordt vermeden – draagt aan de afkeer en het geringe gezag van Brussel bij.

Teveel landen zijn in het verleden te makkelijk lid van de EU geworden zonder dat de inwoners van de oude lidstaten het idee hadden dat ze er ook echt bijhoorden. Eenstemeer omdat daarbij wel heel soepel met de toetre­dingsvoorwaarden werd omgesprongen. Hebben Bulgarije en Roemenië zich echt aangemeld vanwege gemeenschappelijke Europese waarden, of toch meer van­wege de vleespotten in Brussel? Dat is vooral voor Turkije en de Balkan actueel, waar Brussel met de worst van een EU-kandidaatlidmaatschap diverse notoir-corrupte landen tot beterschap poogt te bewegen.

Thomas von der Dunk, 15 juni 2015

administrator_ebnThomas von der Dunk column: Wat is de Europese solidariteit nog waard?
read more

Thomas von der Dunk column: Het Verenigd Koninkrijk is irrelevant geworden

thomas

Bestaat het Verenigd Koninkrijk over een paar jaar nog wel? De verkiezingsuitslag van donderdag heeft de interne samenhang niet vergroot, en bovendien de verhoudingen met de Europese Unie niet vergemakkelijkt.

Cameron heeft een onverwachts goede uitslag geboekt met de belofte van zowel een referendum over voortzetting van het EU-lidmaatschap, als stevige onderhandelingen met diezelfde EU om voor Groot-Brittannië nog meer uitzonderingen te bedingen, waar het land sinds Thatcher toch al vooral de lusten en nauwelijks de lasten daarvan heeft. De andere lidstaten zien hem al aankomen: meer op-outs zijn nauwelijks mogelijk, en men is het Britse gezeur meer dan beu.

De Liberal-Democrats, de meest eurofiele partij van het land, zijn weggevaagd, en de UKIP, die daarentegen liefst morgen alle bruggen over Het Kanaal zou ophalen, is hen qua stemmenpercentage weer ver gepasseerd. Labour heeft, als verwacht, heel Schotland verloren aan de links-nationalistische SNP, die nu qua zeteltal met afstand de derde partij in Westminster geworden is.

Het belangrijkste is daarmee niet de zege van Cameron, maar de ongekend knallende oorvijg die de Schotten de Engelsen gegeven hebben, en daarmee ook Cameron, omdat hij staat voor alles wat veel Schotten aan Engeland haten.

Dat is de eerste tijdbom die op ontploffen staat. Het SNP-monopolie benoorden de Muur van Hadrianus maakt duidelijk dat het ‘better together’-kamp na haar (met 55% feitelijk best krappe) zege bij het Schotse referendum van vorig jaar te vroeg heeft gejuicht. Het kernprobleem van de Britten lijkt op het Belgische, waar de Vlamen meer rechts en de Wallonen meer links stemmen. Omdat beide volksstammen daar echter getalsmatig redelijk tegen elkaar opgewassen zijn, bestaat in België, bij alle fricties, nog steeds altijd een zeker politiek evenwicht.

In Groot-Brittannië is dat sinds decennia volkomen zoek. Schotland stemt, net als Wales, uitgesproken links, Engeland neigt naar rechts. In Schotland hebben de Tory’s al heel lang niets meer te zoeken, hun zeteltal was daar al jaren tot nagenoeg nul gereduceerd. De Engelsen zijn met 53.000.000 tegenover 5.300.000 Schotten en 3.100.000 Welshmen echter dermate in de meerderheid, dat de laatste twee volkeren er slechts enigszins toedoen als de Engelsen zélf sterk verdeeld zijn.

Vanuit Schots perspectief komt daarmee een ‘gemeenschappelijke’ Britse conservatieve regering neer op een soort buitenlandse bezetting. Vooral sinds de Tory’s met Thatcher een rabiate neoliberale koers zijn ingeslagen, is de kloof met Westminster vergroot.

Dat nu ook Labour uit Schotland is verjaagd, is niet alleen vanwege Schotse nationale sentimenten als zodanig, maar is mede omdat ook Labour, dat omwille van een reële winstkans gedwongen is om met het rechtsere Engelse electoraat rekening te houden, inmiddels voor veel Schotten te neoliberaal geworden is.

Cameron heeft bij het referendum de Schotten gepaaid. maar vervolgens niet zijn politieke koers bijgesteld. Integendeel, om de UKIP de wind uit de zeilen te nemen, is hij nog verder naar rechts afgebogen en heeft hij juist de Engelsen meer invloed beloofd. Voor veel Schotten bevestigt dat het idee dat de Tory’s niet in henzelf geïnteresseerd zijn, maar slechts in hun grondgebied, als noodzakelijk wingewest om Groot-Brittannië niet als Klein-Brittannië te laten eindigen, waarna het door Washington en door Brussel helemaal over het hoofd zal worden gezien.

Die kans is des te groter, omdat nu ook dat door Cameron beloofde referendum er wel komen zal. Als dat tot een Brexit leidt, leidt dat mogelijk ook in het land zelf tot een breuk. De linkse Schotten zijn namelijk pro-Europees, en voelen er zeer weinig voor om onder een rechtse Britse regering, die de huidige EU vooral als een hindernis voor een nog rechtser beleid beschouwt, compleet voor het isolement te kiezen. Zij zouden dan wel eens liever zonder Londen onder Brussel dan zonder Brussel onder Londen kunnen willen vallen.

In Nederland wordt een Brexit voorgesteld als een ramp. Maar is die wel zo erg? In machtspolitiek opzicht is Londen eigenlijk al irrelevant geworden, door buiten de Euro te blijven: wat voor de financiële crisis telt is wat de Duitsers van de Fransen en Grieken vinden – niet de opinie van de Britten. En in Minsk, bij het sluiten van het Russisch-Oekraïense bestand, was Cameron niet eens aanwezig.

Ofschoon een Brexit, net als een Grexit, het risico op verder afbrokkelen van de EU in zich bergt – en de ene exit de kans op de andere vergroot, omdat daarmee een politiek taboe doorbroken wordt – zou zij zowel voor de interne slagkracht van de EU, als voor de kiezerssteun wel eens positief kunnen uitvallen.

Londen is namelijk niet lid geworden om van de EU iets te maken, maar om te verhinderen dat de ánderen er iets van maken. Omdat een grotere unie een lossere unie betekent, pleit het altijd voor verdere geografische uitbreiding, onder het motto: hoe meer zielen, hoe minder vreugd. Alleen dan kan het zijn mentale spagaat tussen Amerika, Europa en de resten van het eigen Empire volhouden.

Voor Londen is Europa vooral een afzetmarkt, waarbij de financiële belangen van de City voorop staan. Wel de lusten, niet de lasten betekent namelijk: een neoliberale koers met meer flexibilisering en privatisering, en vooral geen belemmerende regels die werknemers beschermen. Laat het nu juist dat beleid zijn, waardoor veel Europeanen inmiddels met wantrouwen naar Brussel lijken.

Europa treedt, mede als gevolg van Britse blokkades, te weinig op als beschermer van sociale rechten, en bepleit integendeel, onder het motto van één vrije grenzenloze markt, in feite de afbraak van de welvaartstaat. Zonder Britten zou het makkelijker kunnen zijn om die in stand te houden: voor veel burgers een basisvoorwaarde om ‘Europa’ niet meer als vijand, maar weer als vriend te zien.

Thomas von der Dunk, 8 mei 2015

administrator_ebnThomas von der Dunk column: Het Verenigd Koninkrijk is irrelevant geworden
read more

Thomas von der Dunk column: Kan Europa leren van de Romeinen?

thomas

Aanstaande zondag is het de Idus van Maart. Dat was, zoals sommigen van U zich ongetwijfeld nog van school zullen herinneren, de dag waarop Julius Caesar werd vermoord – inmiddels 2058 jaar geleden. In de nasleep daarvan wist zijn adoptiefzoon Octavianus in het jaar 27 v.Chr. de macht in het Romeinse Rijk naar zich toe te trekken. Daarmee begon de keizertijd. Octavianus ging vanaf dat moment als keizer Augustus de geschiedenis in.

Liefst vier eeuwen, tot de ondergang met de Grote Volksverhuizing, heeft zijn creatie, het eerste supranationale staatsverband op Europese (en tevens deels op Afrikaanse en Aziatische) bodem, stand weten te houden – daarbij vergeleken zijn Napoleon en Hitler onbeduidende passanten geweest.
De Britse suprematie duurde een eeuw, de Pax Americana duurt nu nog niet eens zo lang. Dat zij gelijk de Pax Romana vier eeuwen zal omvatten, mag, omdat de Amerikaanse dominantie met de opkomst van een nieuwe multipolaire wereld nu weer op z’n einde lijkt te lopen, onwaarschijnlijk heten. Kortom: als het om duurzaamheid gaat, kan Octavianus Augustus, die het werk van Caesar voltooide, als een van de meest succesvolle staatslieden uit de Europese geschiedenis gelden.

Kan de huidige Europese Unie daarvan iets leren, nu zij plots zowel met bedreigingen voor de interne stabiliteit als voor de externe veiligheid te kampen heeft? Het probleem met de euro valt in de eerste, het conflict over Oekraïne in de tweede categorie, en dat met IS feitelijk in beide.
In Europese kring koestert men graag Karel de Grote als een soort founding father – het oorspronkelijke Europa van de Zes besloeg ook inderdaad grofweg het territorium van het Frankische Rijk op z’n hoogtepunt – maar Karels imperium kan moeilijk als inspirerend voorbeeld van vreedzaamheid en duurzaamheid gelden. Het bezweek al binnen twee generaties aan externe druk – de Noormannen – en interne verdeeldheid: met het bekende delingsverdrag van Verdun in 843 werd het ten behoeve van zijn drie kleinzonen in stukken geknipt.

Daaruit kwamen dan later Frankrijk en Duitsland voort, wier in erfvijandschap ontaardende rivaliteit in hoge mate de bloedige loop van de Europese geschiedenis zou bepalen, met tal van nog steeds onverwerkte nederlagen als gevolg. Een gemeenschappelijke Europese herdenking van de Eerste Wereldoorlog bleek vorig jaar nog steeds niet mogelijk – precies zoals de Tweede nog altijd de Grieks-Duitse betrekkingen belast, en, tot de Sudetenduitsers recent verklaarden van elke restitutieclaim af te zien, ook lange tijd de Tsjechisch-Duitse.

Maar zelfs een Belgisch plan voor een Europese herdenkingsmunt voor de Slag bij Waterloo is dezer dagen afgeblazen, omdat Napoleons definitieve nederlaag in Frankrijk nog te gevoelig ligt – tweehonderd jaar na dato. In dat opzicht is in Europa met ons historische geheugen helaas soms juist wel eens wat te weinig mis.

Wat zouden wij in dat opzicht van het oude Rome kunnen leren, dat na een eeuw van de bloedige burgeroorlogen en twee eeuwen van bloederige veroveringen zo lang bínnen de grenzen van het eigen rijk voor voorspoed en stabiliteit zou zorgen (daarbuiten voelde men nog regelmatig de Romeinse knoet in de nek), als meest succesvolle multi-culturele en multi-etnische samenleving van de Oudheid?
Wat Rusland nu is voor Brussel, waren voor Rome de Parthen als opvolgers van de oude Perzen: de geopolitieke hoofdrivaal, die voortdurend vanuit het oosten aan het Romeinse Rijk poogde te knabbelen, maar met veel militair machtsvertoon – en af en toe een korte veldtocht tussendoor – op afstand werd gehouden. Omdat Europa, op zich – met twee vernietigende wereldoorlogen in het achterhoofd – begrijpelijk (anders dan Amerika) uitstraalt elk risico op een directe militaire confrontatie te willen vermijden, geeft het Poetin natuurlijk relatief vrij spel. De sancties mogen economisch effect hebben, politiek hebben ze dat (nog) niet.

De noord-zuid-tegenstelling op economisch en monetair gebied, die steeds opnieuw de euro op dreigt te breken, deed zich in het Romeinse imperium zo niet voor. Als ouderwets rijk verschilde het in één wezenlijk opzicht van een moderne staat: de dwang tot interne unificatie was geringer, omdat de overheid veel minder in het dagelijks leven van de ingezetenen intervenieerde. Op veel maatschappelijke terreinen bestond totaal nog geen ‘beleid’. ­De talloze provincies werden op een zeer diverse basis bestuurd, waarbij – net als later in Brits Indië – voor lokale machthebbers soms een belangrijke bemiddelende rol bleef weggelegd. Zie hoe het toeging in Palestina in bijbelse tijden, met stadhouder Pilatus en koning Herodes.

Eén cruciaal pluspunt vormde het religieuze absorptievermogen. Het ontbreken van een Heilig Boek met goddelijke gedragsvoorschriften vergemakkelijkte de omgang met andere culturen. Het oude Rome had op het christelijke Europa en de Islam zijn polytheïsme voor, dat altijd ruimte liet aan nieuwe goden en nieuwe godsdiensten, omdat het geen uniciteitsclaim voor één enkele ware God kende. De Romeinen bezaten zelfs tempels voor de onbekende godheid – je kon er immers altijd eentje over het hoofd hebben gezien. Dat zij problemen kregen met het Jodendom en het Christendom, was juist omdat die geen ruimte aan andere goden lieten – alleen voor de zélf onverdraagzamen waren de Romeinen onverdraagzaam.
En de omgang tenslotte met ‘onze’ eigenwijze volkeren van nu, de Italianen, de Fransen en de Grieken? De Italianen – dat waren Caesars Romeinen zelf: Berlusconi’s keizerlijke pretenties had die vast vanzelfsprekend gevonden. En de Grieken stonden toen in hoger aanzien dan nu, omdat de Romeinen wèl tegen hun cultuur opkeken. Alleen met de nieuwe Galliërs had Julius Caesar natuurlijk triomfantelijk korte metten gemaakt. Dat is echter iets wat Juncker beter niet proberen kan, ten einde niet straks Marine Le Pen een triomftocht te bezorgen.

Thomas von der Dunk, 13 maart 2015

administrator_ebnThomas von der Dunk column: Kan Europa leren van de Romeinen?
read more

De EMU: economisch bestuur en democratische legitimering

donderdag 17 oktober 2013, 15:20, Marko Bos

Eurocommissaris_RehnDe derde dinsdag van september brengt ons traditioneel de Miljoenennota. We weten dat het Rijk in het kader van de verscherpte Europese beleidscoördinatie nog eens 6 miljard euro op de begroting gaat ombuigen. Over de concrete maatregelen en de maatvoering – en de hinderlijke bemoeienis van de EU met de nationale begrotingspolitiek – zal ongetwijfeld vurig worden gedebatteerd.

Achterliggende vragen
Maar er zijn ook achterliggende vragen – die het wezen en de toekomst van de Europese integratie betreffen. Die vragen staan precies een maand later centraal, op de vierde donderdag van september, tijdens de EU-Poort die de EBN dan organiseert over economisch bestuur en democratische legitimering van de EMU. Vragen die gaan over de economische en politieke ambities van de Economische en Monetaire Unie (EMU), over de continuïteitsvoorwaarden voor de EMU en over de democratische inbedding van de EMU. Wat willen we precies met de EMU? Wat is er nodig voor een duurzaam stabiele EMU? En hoe zorgen we voor een goede democratische controle en verantwoording?

Dat zijn vragen die niet eenvoudig te beantwoorden zijn – en die daarom in het politieke debat nogal eens uit de weg worden gegaan. Maar in de aanloop naar de verkiezingen voor het Europees Parlement, mei volgend jaar, zullen we ze onder ogen moeten zien. Vooral omdat daarbij ook verschuivingen in de verdeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen de lidstaten en de EU aan de orde zijn.

Bij het crisismanagement dat de afgelopen vier jaar is gevoerd om de eurozone te stabiliseren, is in feite op een aantal vragen al een begin van een antwoord gegeven – maar meestal nogal verdekt, als afgedwongen noodmaatregel en niet bij wijze van doelbewuste keuze, en zeker niet als zodanig gepresenteerd. De Europese integratie is al doende op verschillende punten verder voortgeschreden dan vijf jaar geleden werd verwacht. Wie had toen de komst van een bankenunie op het netvlies? De EMU lijkt dit jaar in rustiger vaarwater terecht gekomen. Is dat aan de crisismaatregelen te danken? Of is dit een stilte voor de storm? Zijn de fundamenten voor een duurzaam stabiele EMU inmiddels gelegd, of zijn nog belangrijke aanpassingen nodig? En hoe pakken we het democratisch tekort – reëel bestaand of gepercipieerd – aan?

Hoe de EMU versterken?
De Europese Commissie i heeft eind vorig jaar een blauwdruk voor een hechte economische en monetaire unie neergelegd (COM(2012)777). Daarin zet zij om te beginnen de tekortkomingen in de oorspronkelijke opzet van de EMU op een rij. Kern van de zaak is dat de economische poot van de monetaire unie destijds te zwak is opgezet: onvoldoende waarborgen voor effectieve beleidscoördinatie, ontbreken van gemeenschappelijk toezicht op de financiële sector.

De Commissie pleit voor een “hechte en echte EMU”, dat wil zeggen dat er “voor alle belangrijke economische en budgettaire beleidskeuzes van de lidstaten hechtere coördinatie, bredere ondersteuning en ingrijpender toezicht op Europees niveau” komt. Dan gaat het niet alleen om het vermijden van overmatige begrotingstekorten, maar ook om het aanpakken van andere macro-economische onevenwichtigheden. Maar dat kan niet zonder overdracht van extra politieke bevoegdheden door de lidstaten naar de EU. Het vraagt ook om een herijking van de balans tussen enerzijds meer verantwoordelijkheid en economische discipline en anderzijds meer solidariteit en financiële steun binnen de eurozone.

Het scheppen van een bankenunie is een belangrijke stap op weg naar een versterkte EMU. Dat vraagt om een gemeenschappelijk toezichtmechanisme, een gemeenschappelijk afwikkelingsmechanisme plus financieel vangnet (om effectief te kunnen ingrijpen wanneer banken in problemen komen) en een gemeenschappelijk depositogarantiesysteem. Het ligt erg voor de hand om eerst van de lidstaten te vergen dat zij hun eigen bankwezen saneren en herkapitaliseren voordat van gemeenschappelijke afwikkeling en garanties sprake kan zijn. Maar wat als dat, mede door een gebrek aan middelen van bepaalde lidstaten, nog vele jaren zou duren? Komt er dan niet een moment dat het in het eigen belang is om ook nog onvoldoende gerekapitaliseerde banken in de gemeenschappelijke mechanismen van de bankenunie op te nemen? Investeren in de verdere ontwikkeling van de EMU … De kernvraag is dus: Wat moeten we willen met de EMU, en waarom? Kiezen we voor een echte versterking van de EMU, en zien we dat als een positieve investering in een gezamenlijke toekomst? Laten we het bij de hoogstnoodzakelijke reparaties en nemen we toekomstige risico’s op de koop toe? Of hebben we geen vertrouwen meer in de EMU en willen we liever uitstappen? En wat zijn daarvan de consequenties?

… en daarvoor bevoegdheden overdragen?
Bovenstaande vragen raken direct aan de vraag in hoeverre we bereid zijn nationale soevereiniteit te poolen in Europese structuren ter wille van een effectiever, gezamenlijk handelingsvermogen, en daartoe extra politieke bevoegdheden aan de EU willen geven. Daarbij zal sprake zijn van sterkere financieel-economische discipline enerzijds en van meer solidariteit en financiële steun anderzijds.

Democratische verantwoording en legitimering
Versterking van de economische beleidscoördinatie en van bijbehorende solidariteitsmechanismen binnen de eurozone vraagt om een afdoende democratische verantwoording en legitimering. Uitgangspunt is dat het Europees Parlement (EP) de besluitvorming op EU-niveau controleert. In het Europese wetgevingsproces is het democratisch deficit zo goed als weggewerkt, door aan meerderheidsbesluitvorming door de lidstaten het medebeslissingsrecht van het EP te koppelen, en door nationale parlementen te betrekken bij de beoordeling van de subsidiariteitsvraag. Wel worden vraagtekens gezet bij het vermogen van het EP om de burgers van Europa daadwerkelijk te representeren: door sommigen heel principieel, door te stellen dat niet sprake is van een ‘demos’; anderen verwijzen naar de lage opkomstcijfers voor de verkiezingen van het EP. Hoe kan men de kiezers ervan overtuigen dat een stem bij de EP-verkiezingen ertoe doet en dat het EP bijdraagt aan een goede belangenafweging binnen de EU?

Bij de economische beleidscoördinatie liggen de verhoudingen wat anders dan bij de wetgeving. Hier is een intensieve betrokkenheid van de nationale parlementen onontbeerlijk, omdat het primaat voor het economisch en het begrotingsbeleid ook in een versterkte EMU bij de lidstaten blijft berusten. Wel worden de randvoorwaarden scherper getrokken. Hoe kan het samenspel tussen EP en nationale parlementen worden verbeterd en geïntensiveerd?

Op dit soort vragen zijn geen makkelijke en eenvoudige antwoorden te geven, tenzij je het huidige hybride stelsel van besluitvorming verlaat. Dan zijn twee richtingen mogelijk: terug naar intergouvernementele besluitvorming op basis van nationale soevereiniteit, of doorontwikkeling naar een federaal model.

De eerste optie is niet verenigbaar met het voortbestaan van de EMU; voor de tweede optie bestaat (voorlopig?) onvoldoende draagvlak. We zullen de komende jaren moeten roeien met de riemen die we hebben. Dan komt het des te meer aan op de politieke overtuigingskracht dat we een vaste koers naar de toekomst aanhouden.

 

administrator_ebnDe EMU: economisch bestuur en democratische legitimering
read more

EU-Poort: Een blauwdruk voor een hechte EMU

Donderdag 17 oktober vond de EU poort “Een blauwdruk voor een hechte EMU: uitholling van soevereiniteit of positieve investering in de toekomst?” plaats. Een jaar na de lancering van de ‘Blauwdruk voor een hechte economische en monetaire unie – aanzet tot een Europees debat’, en een maand na Prinsjesdag 2013 stonden we stil bij een aantal grote vragen en dilemma’s die de voortgaande integratie op financieel-economisch en monetair terrein oproept.

De inleidingen werden verzorgd door Lex Hoogduin (hoogleraar Monetaire Economie en Financiële instellingen aan de UvA en voormalig directeur van de Nederlandsche Bank) en Ben Crum (Universitair hoofddocent Politieke Theorie aan de Vrije Universiteit van Amsterdam). Marit Maij (Tweede Kamerlid PvdA en woordvoerder Europa) sloot direct na de plenaire stemming in de Tweede Kamer aan.

Inhoudsopgave van deze pagina:

Verslag

Meer over…

1.

Verslag

Lex Hoogduin begon zijn inleiding met de constatering dat we vandaag de dag veel te veel kijken naar de problemen van de laatste jaren. Voor de totstandkoming van de EU moeten we een eeuw terug. De Europese integratie bood een nieuwe manier voor vreedzame samenwerking in een tot dan toe veelvuldig door oorlogen verscheurt continent. Het is nog steeds een zeer succesvol project, zij het dat het proces gepaard gaat met vallen en opstaan. Het is dan ook verstandig om ernaar te streven om deze lijn door te trekken en het integratiemechanisme leidend te laten zijn bij de oplossingen voor de problemen van nu.

We zijn in de grootste crisis ooit verzeild geraakt. Het is niet nuttig om vragen op te werpen als “was de invoering van de euro een goed idee?” aangezien afschaffing niet aan de orde is. Voor de basis van de EMU moeten we terug naar het Verdrag van Maastricht, dat was niet zo’n slecht verdrag. Wel hebben we sinds die tijd veel geleerd en moeten we reparaties aanbrengen, zoals een versterking van de afdwingbaarheid (zoals het sixpack). Misschien moeten we zelfs nog een stap verder gaan en de spelregels op centraal niveau afdwingbaar maken. Bij een meer centraal systeem horen ook een Eurominister van Financiën, een Bankenunie en één zetel van de EU in internationale overleggremia zoals het IMF. Dit vereist een beperkte overheveling van soevereiniteit. Er moet niet langer worden nagedacht over een bail out, of een ESM of ander noodfonds. Deze oplossingen gaat uit van het feit dat dingen mis kunnen gaan, maar dingen kunnen en mogen niet mis gaan en als het mis dreigt te gaan moeten we aan de rem trekken (en de regels afdwingen).

Ben Crum begon zijn inleiding met de constatering dat veel mensen in Nederland crisis moe beginnen te worden. We zitten in een situatie waar we liever niet hadden gezeten en waar dus ook geen makkelijke oplossingen voor zijn.

Kenmerkend voor de Europese lidstaten is een grote sociale diversiteit, die ook nog eens opmerkelijk robuust is. Deze diversiteit heeft een diepere basis en komt tot uitdrukking in de economische structuren in de lidstaten; zo zijn er diensten vs. Industrie economieën, verschillen in inkomen en grote conjunctuur verschillen. Het is dan ook de vraag of alle lidstaten met eenzelfde methode behandeld kunnen worden. De verschillende tradities, (welvaartstaat) modellen en economische omstandigheden geven voeding aan een legitieme diversiteit.

Wanneer we de verschillen doorvertalen naar de huidige crisis kunnen we constateren dat we de Europese Monetaire Unie (EMU) teveel vanuit een monetair en te weinig vanuit een economisch fiscaal perspectief hebben opgezet. De EMU was achteraf geen goed idee, dat hadden we niet moeten doen. Er is vandaag de dag geen politieke wil voor opheffing en het is economisch ook te risicovol. Er dienen dialogen tot stand te komen tussen de EU en de lidstaten om Europese kaders vorm te geven met feedback op nationaal niveau. We moeten de Brusselse top-down realiteit doorbreken. We moeten juist maatwerk leveren. Echter, het ingewikkelde van maatwerk is dat het politiek is.

Nationale parlementen en het Europese parlement staan buiten spel. Parlementen zijn verantwoordelijk voor besluiten op het niveau dat hen aangaat. Juist het Europees semester speelt tussen de het nationale en Europees niveau, waardoor de parlementen slechts het halve verhaal meekrijgen. Daarbij komt dat de ruimte van Commissaris Rehn zeer beperkt is en ook de Europese raad is niet aanspreekbaar.

Het is dan ook van belang om het proces inzichtelijker in te richten. Daartoe doet Ben Crum enkele concrete voorstellen:

Het opheffen euro is geen optie, maar individuele lidstaten moeten eruit kunnen (bijv. Cyprus);

Op nationaal niveau dienen de jaarlijkse EU begrotingsbesprekingen onderdeel te vormen van het politieke debat;

De aanbevelingen dienen naar nationale parlementen te worden opgestuurd voordat ze worden vastgesteld;

Commissaris Rehn dient in nationale parlementen het gesprek aan te gaan over de aanbevelingen;

Er komt een EU minister van financiën -hoge vertegenwoordiger voor Financieel en economisch beleid-, die permanent voorzitter is van de raad en de Commissie;

Er dient een formeel politiek moment te zijn voor de vaststelling van het kader voor begrotingsbeleid (en de speelruimte dient te worden vastgesteld met instemming van het EP);

Nationale en Europese parlementen moeten veel meer gaan samenwerken.

Voor Marit Marij was een belangrijke vraag hoe de Tweede kamer is aangesloten. We kunnen veel beter aangesloten zijn, niet alleen waar het gaat om monetair beleid maar op tal van beleidsterreinen. Het is zaak dat de Tweede kamer eerder in het Europese besluitvormingsproces inhaakt, bijvoorbeeld al in de groen- en witboek fase. Het Europese parlement moet de Europese Raad en Commissie controleren, er is echter weinig ruimte om tussentijds bij sturen. Brussel kent bijvoorbeeld geen moties van wantrouwen, waarmee individuele commissarissen tussentijds naar huis gestuurd kunnen worden.

De inleidingen vormden een mooie basis voor brede discussie, waarin aandacht was voor meer algemene vragen over de democratische legitimiteit en wat dat nu in de praktijk betekent voor burgers. Zo constateerde Bob Molenaar (erelid EBN) dat een Hagenaar geen last heeft van uitholling van soevereiniteit, maar van Brussel. Een belangrijke vraag is dan ook hoe we mensen die tot op heden niet aangehaakt zijn betrekken bij het Europese integratieproces? Ook werd de vraag gesteld of we ons niet veel te veel richten op institutionele oplossingen, terwijl de oorsprong van de crisis veel meer dient te worden gezocht in de meer fundamentele weeffouten in de hedendaagse economieën.

Daarnaast was er volop ruimte voor meer gedetailleerde vragen over de gewenste/ noodzakelijke reparatiescenario’s zoals de vraag of een 3% begrotingsnorm wel voldoende is om de opgebouwde schuldenberg op termijn weer af te breken.

Al met al een zeer geslaagde avond waar onder het genot van een drankje nog uitgebreid werd nagepraat.

verslag: Gera Arts

administrator_ebnEU-Poort: Een blauwdruk voor een hechte EMU
read more

Arbeidsmigratie in de EU: ‘Make it in Germany’

Arbeidsmigratie in de EU: ‘Make it in Germany’
dinsdag 18 juni 2013, 12:11, Malgorzata Bos-Karczewska

Nederland worstelt met arbeidsmigratie binnen de EU. Minister Asscher vraagt in een brief aan de Tweede Kamer over de sociale dimensie van de EMU meer aandacht voor het bestrijden van de nadelen van vrij verkeer personen. Helaas ontbreekt een positieve agenda.

In Duitsland is het anders. Duitsland kampt met Fachkräftemangel, een tekort aan vakmensen, en stelt zich anders op. Het land doet veel om vakmensen in de EU te werven en te behouden.

“We willen niet een ‘gastarbeider’-mentaliteit bevorderen. We willen dat mensen langer in Duitsland verblijven, we willen ze niet terugsturen na zes maanden wanneer ze niet meer nodig zijn.” Deze uitspraak uit de Financial Times van een medewerker van de Duitse Kamer van Ambachten is tekenend voor Duitse opstelling.

Ook de Duitse federale overheid voert actief promotie en ondersteunt de mobiliteit van de werknemers binnen de EU:

images

 

 

 

 

“We cordially invite you to shape your future in Germany, at the heart of Europe. Come and be part of the “Make it in Germany” story – we look forward to seeing you!”

Dat staat op de website ‘Make it in Germany’ opgezet door het Duitse ministerie van Economie en van Arbeid. Deze site dient om jonge beroepskrachten te werven. Het gaat niet alleen om het vullen van tijdelijke vacatures.

De achterliggende filosofie is anders. Duitsland wil beroepskrachten en professionals behouden door een positief klimaat te scheppen en opleidingen te geven. Op de website ‘Make it in Germany’ wordt men welkom geheten. De website staat bol van nuttige informatie over werken (inclusief vacatures), wonen en verblijf. Wat eruit springt is de positieve toon. De familieleden zijn ook welkom.

Daarnaast heeft Duitsland een ‘MobiPro-EU’ programma ontwikkeld om werkloze jonge (18-25 jaar) beroepskrachten uit de EU (vooral uit Zuid Europa) aan te trekken. Voor de zorgsector geldt een grens tot 40 jaar. Het programma draait sinds januari jl. en faciliteert arbeidsmigranten op veel gebieden zoals met gesubsidieerde taalcursussen en vergoedingen van reiskosten in verband met sollicitatie gesprekken. Het leren van Duits is essentieel, de overheid doet er alles aan om dat te bevorderen zo dat migrant succesvol kan integreren oftewel kan ‘make it’.

Wat opvalt is een lange termijn oriëntatie van de Duitse Mittelstand en de proactieve opstelling van de Duitse overheid. Deze moedigt zelfs migranten zelfs aan om ‘part of Germany’s tradition of successful immigration’ te worden.

Wellicht kan Nederland iets van de houding en aanpak van zijn buurland leren? Een website met informatie voor EU-migranten en een positieve houding zouden al erg behulpzaam zijn.

www.make-it-in-germany.com

Malgorzata Bos-Karczewska (econoom en hoofdredacteur van Polonia.nl, website van de Poolse gemeenschap in Nederland)

 

administrator_ebnArbeidsmigratie in de EU: ‘Make it in Germany’
read more

De Benelux: flukse symboolpolitiek onder de Haagse kaasstolp

De Benelux: flukse symboolpolitiek onder de Haagse kaasstolp
dinsdag 18 juni 2013, 12:11, Marko Bos

De Tweede Kamer heeft gesproken. Bij motie van het lid Verheijen (VVD i) is de regering verzocht “zich in te spannen voor een substantiële reductie van taken en bijbehorend budget van het secretariaat van de Benelux i”. Aanleiding daarvoor vormde de verandering in de verdeelsleutel van de financiering tussen de drie lidstaten. Het aandeel van Nederland gaat omhoog van 48,5% naar 53%. Bij een budget van € 7,7 miljoen betekent dit een slordige € 300.000 aan extra kosten.

De Kamer let op dus op de kleintjes, maar had dan ook een kritische beleidsevaluatie van Nederlandse makelij in handen. Deze wijst uit dat de eerdere voornemens om de Benelux effectiever en slagvaardiger te maken, niet zijn geslaagd. Dat blijkt vooral te wijten aan een gebrek aan politieke inzet en sturing.

Wat moet het kabinet nu doen? Overleg zoeken met de regeringen van België en Luxemburg, met de inzet om samen alsnog een heldere keuze te maken tussen ofwel meer politieke inzet en sturing, ofwel een kleiner secretariaat? Of België en Luxemburg met een voldongen feit confronteren? Minister Timmermans i is zo wijs de motie naast zich neer te leggen.

De Kamer heeft nog een tweede motie aanvaard, van het duo Verheijen en Van Bommel i (SP i). Daarin spreekt de Kamer uit “om in overleg met de Eerste Kamer i en de overige betrokken parlementen de activiteiten van de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad te beëindigen en de parlementaire controle weer via de nationale parlementen te laten verlopen”. Deze motie is een uiting van flukse symboolpolitiek. In de motie zelf wordt terecht geconstateerd dat in de Interparlementaire Raad – een adviesorgaan immers – geen politieke besluitvorming en controle plaatsvindt. Waarom dan toch de suggestie wekken dat de opheffing van die adviesraad gevolgen kan hebben voor de nationale parlementaire controle?

Heus, de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad staat bij mij niet hoog genoteerd. Eerlijk gezegd had ik niet gedacht ooit nog eens een goed woordje te doen voor dit ‘samenraapsel’ van nationale (en gewestelijke) parlementariërs uit de drie landen. Tussen haakjes: bovengenoemde Verheijen is een van die ‘Benelux-parlementariërs’. Maar het gebrek aan respect voor (partners in) gemeenschappelijke instituten stuit mij tegen de borst.

Als je vindt dat een instelling waarvan je deel uitmaakt, slecht functioneert, stel je dat eerst bij die instelling zelf aan de orde. Dat ligt voor de hand, zegt u? Niet voor iedereen. Tijdens de jongste plenaire vergadering van de Beneluxraad, van 15 en 16 maart jl., was onder meer een debat over de meerwaarde van de Benelux geagendeerd. Maar de Nederlandse delegatie hield daar de kaarten tegen de borst, onder verwijzing naar het begin april te houden Kamerdebat over het Nederlandse evaluatierapport. Eenmaal teruggekeerd onder de Haagse kaasstolp kwamen er dus die moties om het mes te zetten in de Benelux-samenwerking en om het Benelux-parlement maar op te doeken. Minder vergaande moties, van Sjoerdsma (D66) en van Servaes (PvdA), werden verworpen. Zo maak je geen bondgenoten. Deze opstelling vormt geen goede basis voor samenwerking, niet in de Benelux en niet in Europa.

 

administrator_ebnDe Benelux: flukse symboolpolitiek onder de Haagse kaasstolp
read more