Opinies

Thomas von der Dunk – Puinhoop op spoor heeft ook Europese oorzaken

Wat heeft het drama-zonder-happy-end rond Fyra en ProRail, dat staatssecretaris Mansveld vorige maand de kop heeft gekost, met Europa te maken, zo zult U zich afvragen. Toch meer dan op het eerste gezicht lijkt – ook Brussel mag medeverantwoordelijk gehouden worden, omdat zij in het kader van de heiligverklaring van ‘interne markt’ en ‘open grenzen’ met bepaalde regelgeving een aantal ontsporingen in de hand heeft gewerkt.

Als gevolg van die dubbele heiligverklaring is er namelijk niet alleen in groeiende mate sprake van grensvervaging tussen markt en overheid, maar ook tussen intranationale en internationale kwesties. So what?, zo zullen de meest fanatieke aanhangers van de Europese gedachte nu roepen: dat was toch juist de bedoeling? Misschien inderdaad de bedoeling, maar dat wil niet zeggen dat dat ook verstandig was. Niet voor elk vraagstuk is oplossing op Europees niveau geboden, niet voor elk product speurt de consument op zoek naar de laagste prijs het hele Europese internet af.

Er bestaat geen grenzeloze ‘Europese’ markt voor kappers – neemt U echt dat vliegtuig op en neer naar Lissabon, omdat daar de BTW misschien wat lager is? – of lectuur: een Portugese uitgever zal zich niet snel melden bij een ‘Europese aanbesteding’ van een schoolboek in het Nederlands. Die markt bestaat hooguit voor Engelstalige werken, maar het is buiten de Britse Eilanden toch nog altijd een bescheiden minderheid die die leest. De meeste mensen prefeerren gewoon hun moedertaal, hoe ouderwets en provinciaals dat volgens sommigen – zoals universiteitsbestuurders die bij het woord ‘internationalisering’ een waas met veel dollartekens voor hun ogen krijgen – ook is. Maar juist daarin schuilt nu net de culturele meerwaarde van Europa vergeleken met Amerika: in pluriformiteit in plaats van Angelsaksische eenvormigheid.

Evenmin is er sprake van een ‘Europese’ woningmarkt. Soms zelfs niet eens van een nationale. Wie vanuit Antwerpen een nieuwe baan vindt in München, heeft er niets aan als de goedkoopste leuke huizen op Sicilië staan, ervan uitgaande dat hij zich voor het dagelijkse woon-werk-verkeer niet een privé-helicopter kan veroorloven. En zelfs een leuk huisje op Masarati-race-afstand aan het andere eind van Duitsland is alleen voor de Huub Möllenkamps onder ons weggelegd.

Zo is ook, van het vliegverkeer afgezien, het meeste openbaar vervoer een geografisch beperkte zaak. Juist hier heeft de sterk door Brusselse tekentafelplannenmakerij gestimuleerde grensvervaging tussen markt en staat, intranationaal en internationaal voor de nodige chaos gezorgd. Privatisering en concurrentie op het spoor stond centraal, ongeacht de ramp waartoe de ontbinding van de Britse Spoorwegen had geleid. Hier wonnen, zoals wel vaker, markmantra’s het van ervaring en gezond verstand.

Omdat tegelijk het spoor door de kiezer nog steeds als collectief goed gezien wordt en elke ontsporing dus tot Kamervragen leidt, is een echte markt een fictie: net als banken is het spoor daarvoor te cruciaal, dus too big to fail. Dat gaf de directie van de NS een logische vrijbrief om een irreëel bod op de HSL te doen om die maar binnen te halen – de staat betaalt immers de staat – en vervolgens de zo ontstane tekorten met goedkope kneusjestreinen te compenseren.

Ook daarbij wreekte zich een Europese regel: de NS mocht niet zelf de kwaliteit van AnsaldoBreda controleren, nadat dat al in Italië was gedaan. Men zou het als een van de perverse bijwerkingen van de vrije markt kunnen betitelen: je moet goedgelovig op de controlemethodes in andere landen vertrouwen, omdat het tegendeel in Brussel als verkapt protectionisme te boek zou kunnen staan.

Waar het het spoor betreft, zijn we de afgelopen maanden met nog twee perverse bijwerkingen geconfronteerd van het waanidee dat een algemene collectieve voorziening een particuliere onderneming met winstoogmerk moest worden, die ook ten grondslag lag aan de gekunstelde en nu in Den Haag ook door bijna iedereen inderdaad als rampzalig erkende splitsing van NS en ProRail.

De eerste is, dat de samenhang in het spoorwegnet zoek dreigt te raken, nu andere aanbieders een deel overgenomen hebben. Geen echte vrije jongens overigens, maar dochterondernemingen van Franse en Duitse staatsspoorwegen, landen waar men niet zo dwaas is geweest om aan de zoveelste neoliberale gril gevolg te geven door het eigen spoor in de uitverkoop te doen.

De tweede is dat, omgekeerd, de NS plots grootscheeps is gaan investeren in lucratiever geachte spoorwegen in Polen en Schotland. De aan Vestia, Meavita en Rochdale herinnerende megalomanie waarmee dat onvermijdelijk gepaard gaat, leidt namelijk tot verwaarlozing van de taak waartoe de NS eigenlijk op aarde is: zorg voor een goed functionerend spoorwegnet in Nederland.

Kenmerkend was de uitlating van een NS-commissaris in de NRC van 12 september: hij verdomde het om steeds door de Kamer afgerekend te worden op de vraag of “de trein tussen Breda en Roosendaal op tijd rijdt”, terwijl hij nu net zo lekker bezig was met de spannende projecten die door de liberalisering van de spoormarkt in het buitenland voor het grijpen lagen. Het dedain sprak boekdelen. Dat hij weigerde te snappen dat hij er juist was om te zorgen dat de trein van Breda naar Roosendaal op tijd rijdt, had reden moeten zijn voor direct ontslag.

Voor alle duidelijkheid: deze zogenaamde Europese spoormarkt is geen natuurramp die automatisch uit het bestaan van de Europese Unie als zodanig voortvloeit. Zij is het gevolg van bewuste politieke keuzes, die samenhangen met de ideologische geborneerdheid van de al jarenlang dominante marktfetisjisten – politieke keuzes die dus ook in Brussel weer ongedaan kunnen worden gemaakt.

administrator_ebnThomas von der Dunk – Puinhoop op spoor heeft ook Europese oorzaken
read more

Thomas von der Dunk – Het Catalaanse vraagstuk is in feite onoplosbaar

Madrid is op 27 september ‘mit einem blauen Auge davongekommen’, zoals dat zo mooi in het Duits heet, maar de verdienste van premier Rajoy is dat beslist niet. En hij zou er zeer onverstandig aan doen zich rijk te rekenen, nu in Barcelona de twee separatistische partijen qua stemmental net in de minderheid zijn gebleven, en daardoor voor het moment het morele mandaat ontberen om hun krappe zetelmeerderheid voor een directe afscheidingspoging te gebruiken.

We hebben hier te maken met een grondprobleem van de Europese Unie. Die is officieel slechts opgebouwd uit de bestaande lidstaten, in hun huidige vorm en met hun huidige grenzen, waarbij Brussel ook, als het gaat om de interne structuur van de Unie, van niets anders wil weten dan van die lidstaten.

Zetels in het Europese parlement worden op basis van een bepaalde formule die gerelateerd is aan het inwonertal toegewezen aan de lidstaten als geheel. Grote landen zijn in het nadeel: hun kiezers zijn ondervertegenwoordigd. Hoe kleiner een land, hoe minder kiezers er voor een parlementszetel nodig zijn. Voor Luxemburg is er eentje per honderdduizend inwoners, voor Duitsland eentje per klein miljoen.

Dat betekent dat als Catalonië buiten Spanje in z’n eentje meer zetels zou krijgen, dan de Catalanen binnen het Spaanse staatsverband. Zouden de Tsjechen en Slowaken bij elkaar gebleven zijn, in plaats van even vóór hun toetreding van elkaar te scheiden, dan zouden ze voor tien plus vijf miljoen inwoners zo’n 24 zetels krijgen (Nederland heeft er met zeventienmiljoen 26), waar zij nu afzonderlijk 21 en 13 hebben.

Voor het voormalige Joegoslavië wordt het verschil, indien de inmiddels uit dit land voortgekomen zeven staten uiteindelijk allemaal EU-lid zouden worden, nog krasser. Door de eigen verbrokkeling wordt de Balkan zo straks nog oppermachtig. Ook de Nederlanders zouden waanzinnig aan stemkracht winnen, indien het huidige koninkrijk zich morgen in de oude Zeven Provinciën opdelen zou. Minstens een gezamenlijk zeteltal als het huidige Franse ligt dan in het verschiet.

Voor Nederland is de kans op zo’n opdeling gering. Zelfs de meest fanatieke Friese nationalisten zijn al zielsgelukkig nu ze op de poorten van hun hoofdstad bordjes met ‘Ljouwert’ mogen schroeven, en sinds Geert Wilders op de verkiezingsavond van 2010 Limburg – dat er lang een beetje bijgehangen heeft – tot het hart van Nederland heeft uitgeroepen, dreigt in het zuiden vast ook niet meer veel gevaar. Maar Nederland is in dat opzicht niet representatief.

Juist omdat Nederland vrij gelukkig is met haar eigen grenzen, hebben wij de neiging dat te onderschatten. Zelf kennen we immers geen irredentisme of separatisme van betekenis; de laatste grote veroveringen van Willem Drees, Elten en Tudderen, hebben we na veertien jaar ijlings aan Bonn teruggegeven omdat van die Duitse boeren toch geen Hollandse kooplui te maken vielen.

Al bij onze zuiderburen is de nationale eenheid wankel – Vlamingen en Walen leven steeds meer met de rug naar elkaar toe, en alleen de onoplosbare vraag, voor wie bij een echtscheiding de stad Brussel zou zijn, houdt nog de boel bijeen. “Sire, il n’y a pas de Belges”, aldus reeds in 1912 de socialistische parlementariër Jules Destrée tot koning Albert I, en hij lijkt steeds meer gelijk te krijgen.

De meest overtuigde Belgen zijn misschien, behalve in het huis Saksen-Coburg-Gotha dat zonder België tot de talrijke onttroonde en disfunctionele dynastieën van Europa zou gaan behoren, nog wel te vinden in de Duitstalige Oostkantons, die in het kader van de binnenlandse linguïstische pacificatie over veel meer materiële voorrechten beschikken dan hen als uithoek van pakweg de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen ooit deelachtig zouden worden.

Het cruciale punt is dat voor de Europese autoriteiten de bestaande staatsgrenzen onaantastbaar zijn, maar dat die natuurlijk de facto een willekeurige historische momentopname tonen, die men nu in Brussel voor alle eeuwigheid wil bevriezen. De meeste huidige staten zijn het product van oorlogsgeweld, vorstenhuwelijken en andere toevalligheden in het verleden, en daarmee echt niet vanzelfsprekend.

Veel landen tellen grote etnische minderheden, die met de staat, waarin zij ooit beland zijn, verre van gelukkig zijn. In hun ogen is het onredelijk dat volkeren die er (zoals de Slowaken) toevallig in geslaagd waren om zich af te scheiden vóór de toetreding van hun ‘overheersers’ tot de EU, wel een eigen staat mogen hebben, en zij, die de pech hadden om tegenover een obstinate overheid te staan (zoals de Catalanen), voor altijd binnen de bestaande grenzen opgesloten moeten zitten.

Dit maakt het probleem meteen ook onoplosbaar, omdat als gevolg van die langdurige incorporatie van zo’n zich miskend voelend volk in een groter geheel, een deel van dat volk zich inderdaad deel van dat grotere geheel is gaan voelen, terwijl zich tevens talloze mensen van elders op zijn territorium gevestigd hebben.

Concreet: veel Catalanen voelen zich inmiddels Spanjaard, terwijl in de loop der tijden veel Castilianen in Catalonië zijn komen wonen, voor wie Catalonië even vanzelfsprekend Spaans is als Castilië. Door de Catalanen worden zij echter als indringers beschouwd. Hier botst, net als in veel andere Europese regio’s, het sentiment van ‘wij waren hier eerst’ op dat van ‘dit is ook míjn land’.

Zolang beide groepen elkaar ongeveer in evenwicht houden, vallen de gemoederen alleen door sterke interne federalisering én door het doorlaatbaar maken van de externe staatsgrenzen te bedaren. Anders dan in het Britse geval, waar de eigen(gereid)heid van de Schotten algemeen aanvaard wordt, zijn de Spaanse conservatieven, voortkomend uit de Franquistische traditie, helaas felle centralisten, waarvan sommigen het liefst het leger op Barcelona af zouden sturen. Juist het gebrek aan tact en souplesse in Madrid gooide hier lang olie op het vuur.

administrator_ebnThomas von der Dunk – Het Catalaanse vraagstuk is in feite onoplosbaar
read more

Thomas von der Dunk – Vluchtelingen dwingen tot gezamenlijke aanpak

Op zich behoor ik niet tot degenen die, zoals sommigen in Brussel, bij ongeveer elk politiek vraagstuk dat ergens binnen de Europese Unie opdoemt, niet zonder triomfantelijke ondertoon roepen dat dat Europees opgelost moet worden en om ‘meer Europa’ vraagt. Als het om de obesitasproblematiek gaat, waarmee men zich in Brussel ook al bezighoudt, dan denk ik dat, hoezeer die zich ook in heel Europa voordoet, het veranderen van ongezonde eetgewoontes beter aan nationale – zo niet binnen sommige grote staten aan regionale – overheden overgelaten kan worden.

Maar het vluchtelingenvraagstuk is bij uitstek een Europese kwestie, waarbij de noordelijke en oostelijke lidstaten er zich niet achter kunnen verschuilen dat de Italianen en Grieken gewoon de pech hebben dat Afrikanen en Arabieren als gevolg van allerlei ellende in eigen land nu in groter getale op drift zijn geraakt dan de bewoners van Spitsbergen. En we kunnen de opvang ook niet alleen op Duitsland afwentelen, zoals sommige nationale regeringen, uit electorale doodsangst voor de PVV in eigen huis, eigenlijk het liefst zouden doen. Dat is de consequentie van Schengen: er is één gemeenschappelijke Europese buitengrens. Daardoor laat zich het probleem niet nationaal oplossen, en zelfs of dat op Europees niveau echt kan, is maar de vraag. Hooguit kan men de impopulaire lasten een beetje eerlijk(er) verdelen.

Dat is iets wat men met name in Oosteuropa, waar men tot dusverre zo van de toetreding tot de EU heeft weten te profiteren en men zich nu massaal aan een quotum poogt te onttrekken, onder ogen moet zien: aan het lidmaatschap kleven naast allerlei prettige rechten op fondsen ook verplichtingen. En waar waren met name de Engelsen, die nu zo jammeren over hun – mede aan de op andere momenten hunnerzijds geenszins bejammerde functie van het Engels als mondiale lingua franca te danken – populariteit in de kampen rond Calais, toen Brussel om een Brits aandeel in de opvang verzocht?

Het vluchtelingenvraagstuk is, vanwege de toch tamelijk onverwacht plotseling toegenomen omvang, het grootste dat Brussel tot dusverre voor zijn kiezen heeft gekregen – ook al vallen de honderdduizenden waarom het nu gaat in het niet bij de vele miljoenen die Midden-Europa in 1945 te verstouwen kreeg, op een moment dat Europa zelf in puin lag en dus veel armer was.

Maar misschien maakt juist de huidige rijkdom, in combinatie met de door de erosie van de welvaartsstaat onder brede lagen van de bevolking verbreide angst dat het sowieso slechter zal gaan, het electoraat angstiger. Als gevolg van een toenemend individualisme en egoïsme, dat door bepaalde politieke stromingen ook – nadat conform Thatchers motto there is no such thing as society het algemeen belang aan een optelsom van alle individuele belangen gelijkgesteld was – bewust is gestimuleerd, is de maatschappelijke solidariteit sowieso sterk aangetast.

In elk geval lijkt het vluchtelingenvraagstuk een nog grotere bedreiging voor de Europese samenwerking dan het Griekse, en wel omdat daaraan niet alleen een materieel, maar ook een cultureel aspect kleeft. Om het plat te zeggen: in de ogen van rechtse populisten kosten de Grieken ons weliswaar centen, maar de Arabieren ons met hun komst niet alleen centen, maar ook nog eens onze nationale identiteit.

Daardoor splijt de migratiekwestie de samenleving als geen ander doormidden, omdat de prijs – in sociaal-culturele en sociaal-economische zin niet in de villawijken maar in de volkswijken wordt betaald. Daarbij valt op dat juist partijen die anders graag met het woord vrijheid schermen, of dat zelfs in hun naam hebben opgenomen, zich restrictief opstellen. Dat mobiliteit van geld en goederen ook automatisch mobiliteit van mensen met zich meebrengt, wil er bij hen niet in. Het vrije personenverkeer vormt van de ene markt echter het logische gevolg.

Nergens vreest men dan ook een inperking van Schengen zozeer als binnen het Nederlandse bedrijfsleven, dat in het bijzonder van de open grenzen profiteert. In dat opzicht staan de opvattingen daar haaks op die van degenen die de last ervan moeten dragen. Punt is wel dat als vervolgens het bedrijfsleven in de vorm van hogere belastingen om een extra bijdrage gevraagd zou worden teneinde de uit die open grenzen voortvloeiende maatschappelijke lasten voor anderen te verlichten, datzelfde zo profiterende bedrijfsleven niet thuisgeeft: men wil de lusten kosteloos.

Veel meer dan een eerlijker verdeling van de lasten tussen de lidstaten zal Brussel overigens niet kunnen bewerkstelligen. Het is een illusie om te denken dat men van Europa een onneembaar fort maken kan – wie duizenden kilometers onder de meest barre omstandigheden door woestijnen en over zeeën is gereisd, laat zich niet door een beetje Hongaars prikkeldraad afschrikken. Daarvoor zijn zowel de push- als de pullfactoren nog steeds veel te hoog.

De push-factoren: oorlog en economische uitzichtloosheid in het land van herkomst. Aan het eerste laat zich (zoals in Syrië) zonder interventie van buiten zelden een einde maken, en na de mislukking van Irak zal geen Europees land daar snel voor pleiten. En het tweede vergt veelal structurele veranderingen in sterk patriarchale en cliëntelistische samenlevingen zonder civil-society-traditie die zich niet van buitenaf laten opleggen; dat leert de mislukking van het Afghanistan-experiment.

De pull-factoren: de enorme welvaartsvoorsprong van Europa op de omringende regio’s, die wij bovendien als touristen buitengaats nadrukkelijk etaleren. En als je in vier uur voor je vacantie naar Gambia vliegen kan, dan kan je dat als economisch migrant in omgekeerde richting ook. Juist de mondialisering die het Westen met haar technologische revolutie zelf op gang heeft gebracht, zorgt zo nu ook (opnieuw) voor mondiale migratiestromen.

Thomas von der Dunk, 1 september 2015

administrator_ebnThomas von der Dunk – Vluchtelingen dwingen tot gezamenlijke aanpak
read more

Thomas von der Dunk – Heeft de burger straks in Europa nog iets te willen?

Tot de opmerkelijkste commentaren die mij n.a.v. het Griekse drama onder ogen kwamen behoorde dat van Melvyn Krauss, emeritus hoogleraar in New York, op 30 juli in De Volkskrant. Titel: “De Griekse crisis heeft de euro sterker gemaakt”.

Krauss: “De belangrijkste Griekse les is dat het verlaten van de euro zo angstwekkend is dat zelfs de harde kern van de radicalen in Griekenland ervoor terugschrikt. Dat betekent dat de ‘euro van regels en hervormingen’ de wind fors in de zeilen krijgt en de radicalen in en buiten Griekenland in de verdediging drukt. Zelfs de opperradicaal van Griekenland, premier Tsipras, heeft zijn extreem-linkse standpunten verlaten. Hij kon de euro niet veranderen, en daarom heeft hij zijn beleid veranderd. Waarom moeten we pessimistisch zijn over de toekomst van de euro als zijn vijanden de witte vlag hijsen?”

Ik laat de doelbewuste framing en demonisering van Tsipras als ‘extreem-links’ en vijand van de euro even buiten beschouwing. Wat Tsipras wilde, was helemaal niet zo radicaal, want in feite klassiek-Keynesiaans stimuleringsbeleid, dat door veel economen als veel verstandiger wordt voorgestaan dan het huidige bezuinigingsbeleid dat Griekenland juist verder de afgrond in geholpen heeft.

Het gaat mij nu om iets anders, de basis onder de triomfantelijke ondertoon van Krauss, die namelijk een grote bedreiging voor een democratisch Europa vormt – namelijk voor het geloof van de burgers dat Europa ook ‘hun’ Europa is, en zij er ook nog iets over te zeggen hebben. Niet het feit dat Krauss een bepaalde politiek-economische koers voorstaat is hier het probleem, maar het feit dat de euro elke alternatieve koers volgens hem onmogelijk zou maken – en hij dat toejuicht.

Krauss’ juichkreet is namelijk de juichkreet van de dictator: U kunt wel iets anders willen, maar U heeft lekker geen keus. Want wat staat er feitelijk in het citaat? Dat de euro de kiezers elke mogelijkheid ontneemt om nog zelf iets anders dan ‘hervormingen’ te willen – waarbij ‘hervormingen’ dan eufemistisch staat voor verlaging van pensioenen, verslechtering van het ontslagrecht en anderssoortige afbraak van de welvaartsstaat. Het was daartegen dat de Griekse kiezer in januari in opstand kwam en daarom dat de vorige corrupte regering werd weggestemd.

Krauss’ boodschap is helder: die Griekse kiezer heeft gelukkig niets meer te willen. Referenda? Houdt ze maar zoveel U wilt, maar ze veranderen toch niets.

Velen zullen nu in eerste instantie schouderophalend reageren: ach, dat is gewoon het probleem van die slecht functionerende Grieken. Maar het raakt uiteindelijk iedereen, omdat hier het basisprincipe van de democratie op het spel staat. Namelijk dat er niet slechts één beleidssmaak bestaat, maar meer opties zijn.

Ook Nederland wordt namelijk herhaaldelijk geconfronteerd met verplichtingen en maatregelen die lijnrecht ingaan tegen wat de eigen bevolking in meerderheid wenst, en waarover ze tegelijk dus steeds minder te zeggen heeft.

Niet alleen niet op nationaal niveau, omdat het nationale niveau daar steeds minder over gaat, maar ook op internationaal niveau, omdat de democratie in Brussel nog minder naar behoren functioneert dan binnen de afzonderlijke staten.

Dat heeft niet alleen te maken met de nog altijd beperktere bevoegdheden van het Europese parlement, of het ontbreken van een echte regering, waardoor er ook geen echte oppositie bestaat. De traditionele grote middenpartijen nemen allemaal tegelijk deel aan de Coalitie van de Macht, dus voor zover er oppositie is, kan die als populistisch en anti-Europees weggezet worden. Daardoor kan die meestal geen deuk in een pakje boter slaan, terwijl tegelijk de door haar verwoorde sentimenten breder worden gedeeld. Dat was ook de les van het referendum van 2005.

De Europese verkiezingen zijn nog steeds amper van invloed op de Europese Commissie, waarin vooral elk land een plaatsje krijgen moet. Het zijn bovendien ook de andere regeringen die – zie de Griekse kwestie – samen bepalen hoeveel ruimte een land krijgt om eigen beleid te voeren, maar daarvoor tegelijk aan niemand (behalve ieder voor zich aan hun eigen nationale parlement) verantwoording schuldig zijn. Merkel en Rutte kunnen niet door Brussel naar huis gestuurd worden, en evenmin door Athene dat hun maatregelen het meeste voelt.

Nog gevaarlijker voor de steun onder de Europeanen voor Europa is echter iets anders. Dat is, dat als gevolg van de eenzijdig op economische groei en uniformering van de markt gerichte koers die Brussel al decennia vaart, het belang van grote bedrijven het wint van dat van gewone burgers. Die hebben zelden de financiële en organisatorische capaciteit om zich tot een krachtige Europese lobby te verenigen. Tabaksgigant Philip Morris heeft in Brussel bijvoorbeeld meer dan tweehonderd beroepslobbyisten rondlopen. Daar kan, als het om de beïnvloeding van wetgeving gaat, geen goedwillende artsenorganisatie tegenop, ook zonder dat een minister – zoals ooit Hans Hillen – betaald tabakslobbyist hoeft te zijn.

Met de op de belangen van dergelijke multinationals toegeschreven arbitrage-overeenkomst ISDS binnen het handelsaccoord TTIP zullen de burgers en hun nationale democratieën nog meer op achterstand worden gezet, omdat bij een democratisch besloten wetswijziging die niet met de financiële belangen van een multinational stroken, enorme schadeclaims wegens gemiste winsten dreigen.

Concreet: omdat Morris nu tegen Australië procedeert vanwege de nieuwe antirookwetgeving, ziet Nieuw-Zeeland van overname daarvan af. Als het TTIP ingang vindt, staan dergelijke beperkingen van democratische rechten ons ook in Europa te wachten, en zullen de Europese burgers zich dan nog meer van Brussel vervreemden. En een Europa zonder Europeanen is op den duur politiek niet levensvatbaar. Alleen dat al is een reden waarom elke fatsoenlijke parlementariër in Brussel het TTIP in de huidige vorm naar de prullemand dient te verwijzen.

Thomas von der Dunk, 5 augustus 2015

administrator_ebnThomas von der Dunk – Heeft de burger straks in Europa nog iets te willen?
read more

Greece, Europe and moving beyond despair

In the avalanche of studies, reports, opinions, tweets, leaks and desperate utterings on Greece and Europa, would it be an idea to start to sort out more calmly and more decisively what we as European citizens actually agree on and where the more important differences lie. And to try to cut to the center of the debate, since there is little time to loose?:

If I may give it a shot to describe what we may agree on, this may give space for another dialogue on our European shared future:

  1. a) Europe is much larger in history, scope, past experience and future ambition than the current ‘debt overhang crises’ or ‘euro’ stories, however crucial treating debts and having a solid European currency may be.
  2. b) The common currency project of the ‘euro’ is in the eyes of many ‘unvollendet’. It has been launched on incomplete foundations, notably with too little sense of the necessity for internal redistribution mechanisms, given the heterogeneous nature of the European MS economies.
  3. c) The transformations and possible convergence of Member States’ economies into a European internal market and monetary union – which would help us face some of the major challenges of globalisation more collectively- are very complex processes indeed. They should be therefore be undertaken with the utmost care to accommodate economic fundamentals; with a realistic sense of Europe’s deeprooted cultural diversity and with respect for democratic ownership. The European transformations are in their nature slow change processes, which take time, for proper dialogue and genuine adaptation. They should be moved with care and not be shoved down people’s throats.
  4. d) Europe will only work if more Europeans than is the case today feel Europe is ‘theirs’, and European development pertaining to their future. However hard many people in Brussel may work (I am not a Brussels basher), however committed some European technocrats carry out their duties: if you do not take along more people in drawing up, debating, executing and continuously energizing the European programs, these programs are bound to fail in the end.
  5. e) Greece occupies so many people’s minds because the Greek case demonstrates the deeper challenges and differences in Europe. Like any other country, Greece’s political economy has its own historical difficulties which independently of being in or out of the eurozone need to be addressed. Many Greeks feel this too, but are now put too much with their backs against the wall to discuss more openly where they consider things need to change.
  6. f) The Greek debt crisis has vastly complicated things. The debt overhang has been handled inadequately, too inflexibly by the creditors, but also unsmartly in times by the debtors. Most economists agree that the Greek debts are probably impossible to repay and the longer you postpone making that diagnosis official the worse the humanitarian disaster will become. The austerity policy has in the Greek case only aggravated things, not because austerity policies are always bad, but because austerity measures in times of a recession are not the smartest of policies. To acknowledge debt relief may in the end be necessary, contitional on reform is of course sour for some who have lent money to Greece or thought to make money in the crisis, but postponing judgement on the matter will only make things worse. (In addition: the balance of who has really lost and gained in this crisis is still not completely clear. Creditors in early phases also gained a lot and their ultimate ‘balance’ may not be as bad as is being suggested.
  7. g) So perhaps the best that could happen to Europe is if:
  • All the angry mud throwing (however emotionally justified one may feel) would be put to a halt.
  • All parties involved would use their best energy to agree on a clear, shared set of rules of proper governance for everybody in the EU and in the eurozone.
  • A clear development agenda towards more convergence of fiscal systems with mechanisms for redistributions in case of need in one of the MS, on investment and stimulation measures for economies would be advanced. Whatever you may think of the role of the creditors or debtors: as citizens we are now wasting far too much time on screaming, shouting, polarizing, and destroying any possibility for calm dialogue. Using all that energy to move beyond would be better, even if it requires taking a very deep breath. This crisis which is not a Greek crisis but a European constitutional one, and could be turned into a better leverage for a fairer Europe in which everybody would take his responsibility….
  • For being in the ‘eurozone’ equally, a set of newly agreed on, shared rules of the game would be discussed and then applied, rules which all the 28 EU member states should decide on anew. Membership of the eurozone should then still depend on being able to play things by these rules, but the rules would be revisited to see which elements are lacking.
  • As long as MS would not be capable of joining the eurozone agreed on concertive efforts and constructive assistance would apply so MS could move towards entering. This was the original idea of the euro project anyway, but because of the too narrow configuration at its origin, the process has become as tense as it now is with the original lacking mechanisms exposed. (Mind you, the Greek crisis is not so much a ‘euro’ crisis, it is a debt overhang crisis. But in all the kabale, the serious attempts to have a calmer and more realistic discussion of the pros and cons of Greece being in the eurozone at this moment in time are lost. Equally, too little progress is made in the necessary discussions about the ‘real economy’: on how Europe’s economies could further develop and strengthen, instead of engaging in the negative spiral of mistrust, aggressive action-reaction chains and brutal misrepresentation and blame games.

We live in decisive times, the Greek crisis is superimposed on other, much more fundamental movements in history: of vast economic transformations, of necessary adjustments in powerrelations, of fundamental questions around our political institutions and democracy. Let’s clear the desk to be prepared to face such changes together and not act like desperate people on the verge of drowning.

Godelieve van Heteren (July 16, 2015)

administrator_ebnGreece, Europe and moving beyond despair
read more

Thomas von der Dunk column: Een Grexit in ruil voor kwijtschelding van schulden

Het Europese beleid om Griekenland in ruil voor vergaande hervormingen en drastische bezuinigingen met eindeloze leningen op de been en binnen de euro te houden, is hoe dan ook failliet. Politiek, omdat de Grieken er tegen in opstand zijn gekomen. En economisch, omdat het averechts heeft gewerkt: het heeft het land alleen maar verder in het verderf geholpen en sociaal volledig ontwricht. Het BNP is met een kwart gekrompen, de schuld als percentage daarvan tot onhoudbare hoogte gestegen, de werkeloosheid bedraagt een kwart, de jeugdwerkloosheid meer dan vijftig procent, het inkomen van de gemiddelde Griek is met een derde gedaald en een groot deel van de bevolking is beneden de armoedegrens gezakt.

Een klein terzijde: toen in Den Haag in 2012 bij de kabinetsformatie de mogelijkheid ter sprake kwam dat tweemaalmodaal (dat is boven de armoedegrens) niet dertig, maar drie procent zou moeten inleveren (via een inkomensafhankelijke zorgtoeslag), is de grootste partij van dit land bijna van verontwaardiging ontploft. En ook de dreigende BTW-verhoging die de afgelopen maand werd geopperd om Nederland uit de brand te helpen en de nodige circusartiesten boos naar het Binnenhof deed afreizen, was aanmerkelijk bescheidener dan wat Brussel nu aan Athene wil opleggen. Dit even voor al diegenen die menen dat de Grieken maar zonder te zeuren de zure appel in hun geheel moeten doorslikken – het zijn vaak dezelfden die, als zijzelf een hapje moeten nemen, politiek hysterisch worden.

De toestand in Griekenland is de uitkomst van de rigide bezuinigingskoers waaraan Brussel, mede op instigatie van de bedoelde Nederlandse partij, voor Athene nu al vijf jaar zonder enige vorm van reflectie vasthoudt. Een idioot, zo zei Albert Einstein eens, is iemand die steeds hetzelfde doet en dan toch weer elke keer een beter resultaat verwacht. De Brusselse beleidsmakers zijn met hun vaste mantra van privatisering als alles-helend medicijn in dat opzicht als artsen in de Middeleeuwen. Die kenden voor elke kwaal ook slechts één remedie, aderlaten, om, als dat niet bleek te helpen, te concluderen dat er dus méér adergelaten moest worden, en, als de patiënt vervolgens overleed, dan tot de slotsom te komen dat er dus nog veel te weinig adergelaten was.

Het Griekse schuldendrama kent vele vaders, die niet alleen in Griekenland zelf gezocht moeten worden. Frits Bolkestein wist daags na het referendum aan De Volkskrant te melden dat Athene zich te buiten was gegaan aan buitensporige leningen. Dat is juist, maar hij vergat erbij te vertellen dat die leningen ook buitensporig graag zijn verstrekt door bankiers die, als uitwassen van een – mede met dank aan Nederland en Engeland – te lang getolereerd financieel wansysteem, aan hun ‘investeringen’ in pakweg de failliete Griekse spoorwegen een vette bonus overhielden, in de juist gebleken verwachting dat ingeval van nood de staat wel bij zou springen. To big to fail heette dat – en dat bleek inderdaad zo te zijn.

De miljarden die sinds het uitbreken van de kredietcrisis van 2008 aan Athene zijn verstrekt hebben niet zozeer de Griekse economie versterkt, als wel grotendeels als afbetaling van de Griekse schulden aan onze banken gediend, die anders om zouden vallen. De Nederlandse belastingbetaler heeft dus daarmee niet zozeer collectief het pensioen van Griekse bejaarden helpen financieren, als wel de royale vertrekpremie van Rijkman Groenink bij ABN-AMRO. De goede oude Marx sprak in dit verband al terecht van ‘privatisering van de winsten en socialisering van de verliezen’ als kern van een ontketend kapitalistisch systeem.

Strict juridisch was het probleem van Athene niet een conflict met de andere Europese landen, maar met hun particuliere banken. Tegenover onvoorzichtige debiteuren staan ook altijd onvoorzichtige crediteuren. Normaliter zou je over zo’n transactie zeggen: dat is het risico van de zaak – laat de banken voor hun eigen onvoorzichtigheid bloeden. Alleen omdat dan het complete financiële stelsel onderuit zou gaan, sprong toen de staat in de bres. Maar waar de Griekse bevolking voor de zonden van haar vorige regeringen moest boeten, bleven de bancaire zondaars in de rest van Europa buiten schot. Of zijn al die bonussen al door de desbetreffende nationale regeringen als Wiedergutmachung teruggeëist?

Blijft de vraag: wat nu? In de rest van Europa is de stemming: gooi de Grieken als zij niet willen betalen de euro uit. Laat één ding duidelijk zijn: binnen de euro zal Griekenland bij voortzetting van de Brusselse economische koers – zie het resultaat en Einsteins vooruitziende commentaar – nooit in staat zijn haar schulden af te lossen. En een Grexit na bankrupt te gaan komt op hetzelfde neer. Er is dezer dagen veel geroepen over volksverlakkerij aan Griekse zijde, maar in Den Haag kunnen sommigen die stug beloven dat er geen cent meer naar de Grieken gaat en al onze centen terugkomen, er beslist ook wat van. Nee, we noemen geen namen, maar ze bekleden hoge posten in ons staatsbestel en verschijnen regelmatig op TV.

Bestaat er überhaupt nog een oplossing, nu nog méér bezuinigen in Athene, of nog méér uitlenen door de anderen, of nog méér Europa alledrie electoraal, en dus politiek, onhaalbaar zijn? Wie eindeloos voortmodderen dan wel een chaotische knal wil vermijden, komt slechts op één ordentelijke optie uit, omdat Griekenland, ongeacht de schuldvraag, te zwak blijft om op afzienbare termijn met de rest mee te kunnen komen aangezien de duizend jaar oude cultuurkloof die de noodzakelijke hervormingen in de weg staat niet in een paar maanden overbrugd kan worden.

Die optie is kwijtschelding van alle schulden (die toch niet te innen zijn) op stricte voorwaarde dat Athene dan wel accoord gaat met het opgeven van de euro, zodat het binnen de EU, met een schone lei opnieuw kan beginnen. Het alternatief is een bezetting door een Pruisisch ambtenarenlegioen, maar dat betekent wel het einde van de Griekse democratie en van elke Europese democratische pretentie.

Thomas von der Dunk, 7 juli 2015

administrator_ebnThomas von der Dunk column: Een Grexit in ruil voor kwijtschelding van schulden
read more

‘AUX ARMES, CITOYENS’

Dit is geen oproep uit Frankrijk – waar vandaag de nationale feestdag 14 Juillet wordt gevierd – om de familiegeweren maar eens uit de mottenballen te halen en een partijtje te gaan schieten.  Wel is het een dringend appèl om temidden van loopgravenoorlogen en ditto retoriek rond de Griekse schuldencrisis ons als betrokken Europeanen veel harder te gaan inspannen om terug te keren naar een echte dialoog. Het is een dure opdracht om niet alleen consument te zijn van de beslissingen van anderen, maar aan de negatieve spiraal die zich in Europa lijkt te voltrekken actief een halt toe te gaan roepen.  Weg uit de toeschouwersdemocratie van steeds wanhopigere twittercommentaren. Weg uit de foute historische vergelijken en scheldkannonades.

Dit gaat al lang ver voorbij de schuldencrisis van Griekenland. Het gaat over machtsverhoudingen, fundamentele maatschappelijke vormgevingen, internationale omgangsvormen. Doemprofeteren roepen over het ‘einde van de Europese droom’. Alsof die droom van God gegeven is, en niet iets waar je gewoon hard voor moet werken. Dit is zo’n moment voor gravitas, scherpzinnigheid en vooral ook – meer grootmoedigheid.

Voor redelijke oplossingen en duurzame alternatieven zal het nodig blijken veel dieper te onderhandelen met elkaar, anders blijven de discussies een gebed zonder end. Ik zie de volgende Europese grondvragen die ook onder de Griekse schuldencrisis doorlopen. Door de onduidelijkheid over sommige van die vragen geven veel mensen aan ‘vertrouwen’ te hebben verloren. Dat is veel gevaarlijker op termijn en dus is het hoogst acuut dat we actief de zeilen bijzetten rond de volgende kwesties:

  1. Wiens Europa wordt opgebouwd? Wie maken in Europa eigenlijk de dienst uit? Wie bepalen – niet formeel, maar in feite – welke koers er wordt gevaren?
  2. Hoe democratisch worden die krachten gecontroleerd? Zijn de bestaande politieke instituties goed genoeg of eigenlijk al lang niet meer in staat de snelle en soms donkere krachten van deze tijd te beteugelen?
  3. Welke graden van onderlinge solidariteit zijn nog mogelijk in Europa, zijn de solidariteitsmechanismen die zijn gebouwd wel voldoende, wat moet en kan er beter?
  4. En tegen die achtergrond: Is de huidige vormgeving van de euro de best mogelijke of hebben we te maken met een gemankeerde architectuur, waaraan vitale aspecten ontbreken, vooral gezien de heterogeniteit van de Europese economieën? Is de schuldenlast aanpak van landen als Griekenland de meest wijze, zeker op middenlange termijn?

We geloven als EBN heel erg in de kracht van burgers en in de gave van mensen om behalve veel kabaal te maken ook redelijk te kunnen zijn.  Als het erop aankomt. Zoals nu.

Godelieve van Heteren

administrator_ebn‘AUX ARMES, CITOYENS’
read more

All in the family

Europa is als een hele grote oude familie. Zo’n familie die honderden generaties teruggaat en een reuze bagage van voorgeschiedenissen, herinneringen, vetes en bloedbaden, breuken en verzoeningen, gekrakeel en gedoe met zich mee tilt. Ze heeft saaie en minder saaie familieleden, voorzichtige en meer roekeloze, sluwe en naievere, enthousiaste doeners en meer bezonnen reflectietypes. Er zijn leden van de familie die overal een punt van maken, en leden die nauwelijks meer met elkaar praten. Het is ook een familie van eigenwijzen, want vele familieleden hebben van alles in de wereld gedaan en ontlenen daar een groot ‘eigen gelijk’ aan. Eeuwenlange conversaties tussen de familietakken hebben daarnaast ook bepaalde hardnekkige clichés geschapen: ‘die uit de zuidelijke tak leven er te jolig op los’, of ‘die uit de noordelijke hoek zijn te star en te stug’. Maar eeuwen van handel, wandel en verkeer hebben ook bepaalde omgangsvormen met zich meegebracht waardoor er na gewelddadige uitbarstingen meestal ook wel weer vrede wordt gezocht. Al duurt dat soms even. Maar men is tot elkaar veroordeeld: it’s all in the family….

Ik weet, dit is een veel te zoetsappig beeld, en wellicht veel te sloom voor deze week van hard talk en deadlines. Maar toch moet ik aan de vooravond van de beslissende eurodeliberaties dit weekend maar steeds denken: hoe kijken we over twintig jaar op deze Europese episode terug? Als het einde van iets, als het begin van iets? Formeel gaat het over de schuldencrisis in Griekenland in zijn verschillende dimensies: het verstand of onverstand van de gekozen austerity schuldenaanpak, de economische en humanitaire gevolgen, de korte termijn berekeningen van de schuldeisers en hun politieke bondgenoten, de ervaringen van een politiek verdeeld Griekenland, de spelregels van een muntunie. Of over de langere termijn gevolgen van een eurozone breuk met Griekenland, voor de economie en voor de sociale verhoudingen in Europa.

Vele actuele gesprekken zijn helaas te lang geframed in een schuld-en-boete modus: wie heeft het gedaan, wie heeft het veroorzaakt, wie heeft de foute keuzes gemaakt, wie moet er aftreden, wie is de terrorist? Het debat met premier Tsipras op 8 juli in het Europees Parlement stond bol van zulke interventies met opgeheven vingers. Format: Oudere broers lezen jonge, roekeloze broer de les. Zo gaat dat – soms, helaas – in een familie.

Maar daarachter door loopt het tragere verhaal van dat oude Europa. Dat Europa waardoorheen deze maanden weer miljoenen mensen trekken om iets op te snuiven van de culturele verschillen, de variatie, de gekten en grootheden van een rijk verleden en een levendig heden. Het trage Europese verhaal van waaruit mensen (zoals ikzelf) zeggen: ophouden met dit gekrakeel, heel diep ademhalen en elkaar helpen de boel op orde te brengen, whatever it may take. Want als we de juiste balans (Grieks begrip) weten te vinden zonder iedereen in één mal te willen gieten, kunnen we veel meer betekenen voor de mensen op dit continent en in de wereld. Kan onze democratie sterker worden, ons aller bestuur minder corrupt, onze economie duurzamer. Europa is nog steeds een prachtig continent met grote mentale en institutionele rijkdom.

Het is gelukkig duidelijk dat onder alle kabaal en verhitte krantenkoppen door, het wel en wee van de familie voldoende mensen aan het hart gaat. Zie bijvoorbeeld het ijzersterke verhaal van Jeffrey Sachs (http://www.project-syndicate.org/commentary/greek-crisis-germany-debt-relief-tsipras-merkel-by-jeffrey-d-sachs-2015-07 ). Het is maar een voorbeeld in een lange rij van betrokken interventies. Dit gaat al lang niet meer over Griekenland alleen. Overal in Europa en daarbuiten zoeken mensen naar tekenen van wijsheid, naar mensen die voorbij de huidige crisis kunnen denken en uitgaan van een Europese wederkerigheid waar we allemaal meer baat bij zouden hebben. Naar staatmanschap dat de publieke zaak voorop stelt en naar een economische orde die kansen voor mensen verhoogt in plaats van mensen marginaliseert.  In die breed gedeelde zoektocht ligt ook veel gedeelde kracht.

Het is vrijdag 10 juli. De ‘nieuwe’ Griekse voorstellen liggen op tafel, de Fransen hebben een handje meegeholpen, de verschillen met wat er een paar weken geleden lag worden nu uitgeplozen. De markten reageren opgetogen (voor sommigen toch vooral de maat der dingen). We hopen dat de onderhandelaars in Brussel zullen handelen met wijsheid die verder reikt dan dit moment; zoals een goede familie uiteindelijk betaamt.

Godelieve  van Heteren

administrator_ebnAll in the family
read more

Griekenland ook lakmoesproef voor Europa-buiten-de box

De meeste mensen met hart voor Europa zitten zich de afgelopen dagen enorm te verbijten en vragen zich met verbijstering af of er geen alternatieven zijn voor de spierballen politiek en escalatie die we nu waarnemen. Het gros van de Europeanen voelt zich toeschouwer. We zien lange reeksen ‘experts’ aan ons voorbij trekken in de media en proberen onszelf uit de brei van hele en halve waarheden een oordeel te vormen. We zoeken houvast, gedegen analyse, diepere visie. We missen vaak cruciale feiten in de lawine van ideologische posities.

Intussen polariseert de beeldvorming razendsnel voort. Over en weer worden de clichés aangescherpt en wordt het wantrouwen gevoed. Schuld en boete retorica heeft in de beschrijvingen de overhand genomen. Een beeld van incompetente, onbetrouwbare, slecht onderhandelende Grieken wordt geplaatst tegenover een beeld van kille Brusselse belangenbehartigers van het grootkapitaal. Beide beelden helpen echte samenspraak over een uitweg uit de crisis geen stap verder.

Met de degens zo gekruist, lijkt niemand meer verantwoordelijkheid te willen nemen voor wat dit verschrikkelijke politieke gerommel doet met de toekomst van Europese samenwerking. Daarop wordt nu een gigantische wissel getrokken, maar dat grotere belang lijkt volledig uit beeld.

Volgens een groeiende schare gelauwerde economen is een andere vorm van Griekse schuldsanering dringend wenselijk en ook mogelijk als de politieke wil zou worden opgebracht. Dit geldt niet alleen voor Griekenland, maar ook voor sommige andere EU lidstaten. De details van uitwerking van zulke suggesties ontgaan de gemiddelde burger, maar waarom eigenlijk? Waarom zou dit cruciale onderwerp dat de toekomst van Europa in het hart raakt geen voorwerp kunnen zijn van een veel breder gezamenlijk gesprek? Waarom geen EuroVisie festival waarin we de rommel in het Europese huis gezamenlijk eerlijk onder ogen zien en gezamenlijker opruimen? Waarom geen helder beeld geschetst van welke rekensommen achter de schermen worden gemaakt en van wie er eigenlijk wijzer wordt van de voortduring van de crisis?

Waar zitten de mensen die met voldoende integriteit over de waarde van Europese samenwerking kunnen spreken? Het is hoog nodig dat haalbare en constructieve suggesties voor een betere toekomst voor Europa breder worden gedeeld en besproken. Het is misschien ook tijd de last die dit vergt voor één keer gezamenlijk te dragen. Om te voorkomen dat hele bevolkingen over de kling worden gejaagd.

Er zijn in de hitte van het huidige Griekenland debat gelukkig mensen die blijven aandringen op diplomatie, pragmatisme en geduld. Dat is wijs. De Griekse zaak is ons aller zaak en vraagt ‘keeping our cool’ en uiterste zorgvuldigheid. Maar de situatie legt ook de meest fundamentele makke van de huidige Europese politiek bloot. Achter de lawine van visies en opinies over ‘what next’, gaapt het pijnlijke gebrek aan een basaal gevoel dat we als Europeanen – als we ons meer zouden durven verenigen voor een gezamenlijke toekomst – een groot aantal kwesties samen zouden kunnen adresseren. Of het nu gaat over migratie, jeugdwerkeloosheid, of schuldenproblematiek als in Griekenland: binnen de kaders van het huidige politieke bedrijf komt de basissolidariteit die het vergt zulke vraagstukken creatiever tegemoet te treden, maar niet van de grond.

Tegelijkertijd steken er buiten-de-box wel degelijk allerlei nieuwe initiatieven de kop op. De actie van de Londense Thom Feeney voor een crowdfunding Grieks Bailout Fund is een briljant voorbeeld. https://www.indiegogo.com/projects/greek-bailout-fund?fb_action_ids=10153134317887585&fb_action_types=indiegogo%3Acontribute#/story) Niet omdat de man in 6 dagen via social media 1.2 miljard bijeen zal brengen (hoewel?), maar omdat dit gekke plan mensen uit hun winterslaap haalt, doet opstaan tegen verlammend cynisme, tegen dode politiek, en tegen het gevoel dat er geen alternatieven zijn.

Het is hoog tijd dat mensen in Europa met dit soort energie zich steviger organiseren. Reclaim Europa: Buiten de box! Europa heeft eeuwenlange tradities van oorlog, tweespalt en al te lokaal, verwoestend eigenbelang. Maar Europa heeft evenzeer grootse en inspirerende tradities van continentale maatschappelijke samenwerkingsverbanden en creatieve innovatie, van solidariteit en paden uit de miserie. Met de EBN willen we graag meewerken aan dit laatste spoor.

Het lot van Griekenland gaat ons aan het hart, Griekenland hoort in Europa, Griekse burgers zijn Europese burgers. De EBN zal zich dus blijven inzetten voor:

  • Vormen van schuldsanering die landen niet over de kling jagen.
  • De opbouw van duurzame systemen in Europa waarmee landen zich economisch overeind kunnen houden en waardig kunnen leven in een tijd van toenemende globalisering.
  • Innovatieve initiatieven die beogen de basissolidariteit in Europa beter vorm te geven, niet los van de rest van de wereld maar als bijdrage aan de wereldwijde zoektocht naar eerlijkere verdeling van kansen en middelen.
  • Vormen van informatiedeling en publieke dialoog waarmee mensen een gebalanceerdereen feitelijker geinformeerd beeld kunnen krijgen van welke krachten de ontwikkelingen in Europa sturen, om zo eerlijkere machtsverdeling te bewerkstelligen.

    Godelieve van Heteren, voorzitter EBN (1 juli 2015)
administrator_ebnGriekenland ook lakmoesproef voor Europa-buiten-de box
read more

Thomas von der Dunk column: Wat is de Europese solidariteit nog waard?

thomas

Hoe lang houdt de onderlinge Europese solidariteit nog stand? Zij staat de laatste tijd op een toenemend aantal gebieden onder druk, economisch, humanitair en militair. Zowel een vrijwillige Brexit als een gedwongen Grexit zou een veeg teken zijn dat deze solidariteit inmiddels haar grenzen nadert.

Eerst de economische solidariteit: de meeste Europeanen willen niet meer dokken voor de Grieken, en de Britten überhaupt niet meer voor de rest. Dat het vooral de eigen City is, waarvan het bancaire wangedrag ten grondslag ligt aan de kredietcrisis die nu al zes jaar voortettert en het problematische van de Griekse eurodeelname aan het licht heeft gebracht, wordt daarbij door Londen behendig onder het tapijt geveegd.

Dat het belastingparadijzen als Nederland en Luxemburg zijn die massaal aan fiscale vluchtelingen uit Griekenland onderdak bieden, en daarmee de Griekse overheid van haar legitieme belastinginkomsten beroven, verzwijgt men in Nederland en Luxemburg zelf liever eveneens. Evenmin wordt men er in de andere Europese hoofdsteden graag aan herinnerd dat de huidige miljardenleningen aan Athene vooral de eigen banken overeind moeten houden (nog geen tien procent van het totaalbedrag wordt echt in Griekenland geïnvesteerd), die in het verleden op de meest roekeloze wijze geld aan Athene hadden verstrekt toen dit nog wèl winstgevend leek.

Dat intussen een derde van de Grieken onder de armoedegrens is gezakt, in ziekenhuizen Derde-Wereld-toestanden heersen, en pensioenen straks niet meer betaald kunnen worden? In andere Europese landen, waar al ingeval van een dreigende fractie van het Griekse koopkrachtverlies politieke parijen dreigen te imploderen, is dat geen reden om de toon te matigen.

Ook binnen de lidstaten zélf houdt de onderlinge solidariteit niet overal over – hier wordt het kunstmatige van sommige staten steeds zichtbaarder. Vlamingen zijn het beu de Walen te onderhouden, Catalanen de rest van Spanje, Noord-Italianen het zuiden van hun land. Ook de permanente geldtransfer binnen Duitsland van oost naar west (en van de rijkere zuidelijke naar de armere noordelijke deelstaten van de ‘oude’ Bondsrepubliek) heeft voor scheve gezichten gezorgd.

Als het de handel met niet-Europese landen betreft, van China tot Rusland, gaat elke lidstaat voor zijn eigen kleine voordeel, waar men samen veel sterker zou staan. Poetin weet er op briljante wijze gebruik van te maken door het ene land tegen het andere uit te spelen. Ook Nederland, dat zich in het hoofd gezet had om de Russische gasrotonde van Europa te worden en daartoe ook bij de Winterspelen van Sotsji het eigen staatshoofd in een Hollandse biertent had gestald, deed daar maar al te gretig aan mee. Totdat het einde van de MH17 het enthousiasme over door Rusland op de markt gebrachte waren ietwat liet bekoelen.

Al heeft dat nog niet tot het beëindigen van onze fiscale brievenbusdiensten aan de Buk-raket-fabrikant op de Zuidas geleid, want de een z’n dood blijft voor goede vaderlandse ondernemers natuurlijk wel de ander z’n brood. VNO-NCW-voorziter Hans de Boer wil het ook niet anders: voor de belangen van de BV Nederland zetten we elk moreel bezwaar opzij en laten we desnoods ook Oekraïne letterlijk in de Russische kou creperen. Daaraan doet het opgewonden democratische gespring van een enkele Nederlandse parlementariër op een Kievs plein niets af.

Dan humanitair: wie het miezerige gehannes van Europese regeringen in het vluchtelingenvraagstuk ziet, kan zich alleen maar generen. Italië en Griekenland vangen de grote klappen op, en het laatste dreigt daaronder zelfs te bezwijken. Europese solidariteit? Het ook in Den Haag door sommigen uit angst voor de populisten in eigen land luidkeels gepropageerde beginsel van ‘opvang in de regio’ wordt nu maar al te gretig in ‘land van aankomst is land van opvang’ vertaald. Nogal makkelijk als je ver van de EU-buitengrens verwijderd bent.

Misschien het meest verontrustend is het gebrek aan militaire solidariteit. Dat betreft formeel de NAVO, maar waar die aan onze zijde van de Atlantische Plas grotendeels met de EU samenvalt, is dat ook voor een gemeenschappelijk Europees lotsbestemmingsbesef relevant. Te hulp schieten als een lidstaat door Rusland aangevallen wordt? De Amerikanen en Canadezen beantwoordden die vraag in een recente enquête nog vaker bevestigend dan diverse Europese volkeren – waaronder ook de Nederlanders – zelf: niet over mijn lijk. Poetin zal de uitkomst met interesse hebben gelezen om er nog een goed glas Heineken op te drinken.

Wat kan Brussel hier tegen doen? Misschien dat het zou helpen als het eindelijk ook eens geografisch grenzen durft te stellen. Waar houdt Europa op? Een deel van de afstand die veel burgers tot de EU voelen, is niet alleen te wijten aan de neoliberale koers die door veel burgers als een bedreiging voor de welvaartstaat wordt gezien. Ook de bijna principiële grenzenloosheid van het uitbreidingsbeleid – in beginsel kan iedereen lid worden die aan de Kopenhagencriteria voldoet en Europees is, waarbij het geven van een definitie van dat ‘Europees-zijn’ angstvallig wordt vermeden – draagt aan de afkeer en het geringe gezag van Brussel bij.

Teveel landen zijn in het verleden te makkelijk lid van de EU geworden zonder dat de inwoners van de oude lidstaten het idee hadden dat ze er ook echt bijhoorden. Eenstemeer omdat daarbij wel heel soepel met de toetre­dingsvoorwaarden werd omgesprongen. Hebben Bulgarije en Roemenië zich echt aangemeld vanwege gemeenschappelijke Europese waarden, of toch meer van­wege de vleespotten in Brussel? Dat is vooral voor Turkije en de Balkan actueel, waar Brussel met de worst van een EU-kandidaatlidmaatschap diverse notoir-corrupte landen tot beterschap poogt te bewegen.

Thomas von der Dunk, 15 juni 2015

administrator_ebnThomas von der Dunk column: Wat is de Europese solidariteit nog waard?
read more