My Blog

Chinese agressie gaat ook Europa aan

In Tsjechië lijkt de kiezer nu een einde te hebben gemaakt aan het corrupte bewind van premier Babis. In hoeverre ook de onthullingen over zijn buitenpaleis aan de Côte d’Azur aan zijn val hebben bijgedragen, is onduidelijk; het zou dan tot nu toe het enige directe politieke gevolg vormen van de Pandora Papers, die opnieuw de belastingontwijkingspraktijken van topcriminelen, topbankiers, topartiesten en toppolitici wereldwijd hebben blootgelegd. Elders heeft dat nog niet tot consequenties geleid, ook niet in Nederland.

   Babis’ nederlaag vormt een van de weinige lichtpuntjes voor Europa de afgelopen weken. Op drie terreinen is haar onmacht wel op zeer gênante wijze duidelijk geworden. Allereerst is er de escalatie van het probleem-Polen: kan en zal Brussel nu eindelijk wel Warschau in het gareel weten te dwingen, waar dat met Budapest eerder niet lukte?

   Dan is er, ten tweede, de explosieve stijging van de gasprijzen met Poetin aan de knoppen vanwege een gebrek aan acceptabele alternatieven – hallo Groningen! – wat in een Europese afhankelijkheid van Rusland resulteert waarvan het Kremlin dankbaar gebruik weet te maken. Het wil er nu nog snel de opening van Nordstream, dat Oekraïne buitenspel plaatst, doordrukken, voor een nieuwe Duitse minister van Buitenlandse Zaken van de FDP of de Groenen dat weet te beletten. Beide niet-eens-meer-zo-kleine partijen, nu de Kingmakers van de komende bondskanselier, staan daar immers veel kritischer tegenover dan de beide oude volkspartijen van de tot dusverre regerende Grote Coalitie Merkel IV.

   Veel kritischer staan beide ook tegenover China, dat Berlijn, in angstvallige pogingen om zich aan het groeiende mondiale conflict tussen Washington en Peking te onttrekken, tot dusverre graag te vriend wilde houden met het oog op de verkoopcijfers van de eigen auto-industrie. Het is overigens niet het enige Europese land, dat aan lucratieve handel nu boven veiligheid straks de voorkeur geeft, en zo lang mogelijk probeert om de geopolitieke dimensie daarvan niet onder ogen te zien. Dat geldt trouwens eveneens voor Nordstream.

   Ook Australië heeft dat lang geprobeerd, tot Xi vanwege kritiek van Canberra op het Chinese coronabeleid plotseling geen Australische kolen meer bliefde. Het land is nu tot het inzicht gekomen dat zoete broodjes bakken omwille van de lieve vrede weinig zin heeft, en zal in dat besef ongetwijfeld door de recente militaire intimidatie van Taiwan zijn versterkt.

   En dat is het derde punt, waar de onmacht van Europa – nadat al eerst in augustus in het Afghanistandebacle de totale organisatorische en militaire afhankelijkheid van Amerika zichtbaar was geworden – dezer dagen zo pijnlijk aan het licht getreden is: het nieuwe defensiepact tussen de VS, Australië, Japan en India, AUKUS.

   Frankrijk, ofschoon toch ook in de Stille Oceaan actief, werd niet uitgenodigd, en zelfs – de onderzeebootaffaire – openlijk geschoffeerd. De ratio van dat passeren van Frankrijk vanuit Amerikaans perspectief is mij eerlijk gezegd niet duidelijk, en ik heb daarvoor tot nu toe ook nog nergens en bevredigende verklaring gelezen.

   Dat onder Biden, net als onder Trump, ook ‘America first’ geldt, lijkt mij daartoe toch niet afdoende. Want dat impliceert slechts dat Washington aan de eigen belangen de voorkeur geeft, niet dat het bondgenoten negeert zolang hún belangen niet met de Amerikaanse botsen. Meedoen van Frankrijk hoeft niet a priori af te doen aan dit Amerikaanse initiatief; het zorgt voor een verbreding van de anti-Chinese coalitie. Wat wint Biden met het buitensluiten van Parijs?

   Of is het al vaker vertoonde irritatie over Franse pretenties – elke Franse president sinds De Gaulle slaagt er op verbluffend vanzelfsprekende wijze weer in om zichzelf, de Fransen en de rest van de wereld soms even te laten geloven dat de wereld om hem draait, we zagen dat nog bij de herdenking van de Eerste Wereldoorlog in 2018, toen alle genodigde wereldnevenleiders als garnering dienden voor het Franse hoofdgerecht, La Gloire de la Patrie – die voor Witte Huis een reden was om het Élysée op zijn bescheiden plekje op de wereldkaart te wijzen? Indachtig het bon mot van Juncker dat de EU slechts twee soorten lidstaten kent: landen die klein zijn, en landen die nog niet doorhebben dat ze klein zijn?

   Is het ergernis over de trage besluitvorming binnen Europa, die Biden – wiens verkiezing begin dit jaar nog aan deze zijde van de Grote Plas als een veelbelovende voorwaarde voor een reset voor de transatlantische relaties werd bejubeld – heeft doen besluiten om de Fransen niet eens te vragen? Of vloeit een en ander voort uit een niet geheel ongerechtvaardigd wantrouwen dat de Europeanen zolang mogelijk willen proberen om de kool en de geit te sparen, omdat zij hun economische belangen laten prevaleren?

   Hoe dan ook dient een en ander voor Europa eindelijk te gaan fungeren als een geopolitieke wake-up-call, zoals dat ook voor de gascrisis geldt. We zijn ook economisch veel te afhankelijk geworden van steeds assertiever dictaturen – een rancuneus Rusland en een expansionistisch China. De Chinese agressie jegens het democratische Taiwan en andere buurlanden gaat ook ons aan.

   Dat vergt, en daar ligt wel een hardnekkig probleem, dat de Europese landen over de schaduw van hun eigen historische sentimenten weten heen te springen. Allereerst het grootste: Duitsland, met zijn sinds 1945 diep ingebakken mentale behoefte om zichzelf bij elke internationale krachtmeting meteen onder de grond te verstoppen. Maar ook Nederland, waar de eerste Pavlov-reflex bij elke poging tot Europese krachtenbundeling meteen behelst dat dat vooral niet ten koste van de NAVO mag gaan, en dat een Europees leger uit den boze is.

Thomas von der Dunk, 11 oktober 2021

Europese BewegingChinese agressie gaat ook Europa aan