My Blog

Europa moet nu tegenover China één lijn trekken

China heeft geen boodschap aan mensenrechten. Het is een dictatuur, en wel een behoorlijk totalitaire, die – deels met dank aan westerse hulp in het verleden – voor de onderdrukking van de eigen bevolking over technische controlemogelijkheden beschikt waarvan Hitler en Stalin slechts konden dromen. Wie, zoals menigeen ten onzent in de afgelopen decennia, de illusie mocht hebben gekoesterd, dat China’s opening voor de wereldmarkt ook met eentje voor democratisch gedachtengoed gepaard zou gaan, moet intussen beter weten. Onder Xi worden juist, integendeel, de touwtjes weer steeds strakker aangetrokken, en voert Peking binnenlands en buitenlands een steeds assertievere, om niet te zeggen: agressievere koers.

Ook al is de communistische partij oppermachtig: met ‘communisme’ – de kern van het westerse vijandbeeld in Mao’s dagen – heeft het Chinese bestel in sociale, economische, politieke of ideologische zin uiteraard allang niets meer te maken. En door het feit dat in Shanghai hetzelfde winstbeluste zaken-denken domineert als in de Londense City of in Wall Street heeft ten onrechte het idee postgevat dat een verwesterlijkte democratisering van China op den duur onvermijdelijk zou zijn.

Maar Peking heeft binnen de na 1945 door het Westen opgestelde internationale spelregels zijn eigen spel gespeeld, en wel de westerse markten met goedkope goederen bestormd, maar de eigen markt vrij hermetisch voor westerse invloed gesloten gehouden. En het is dat gegeven, waarvoor vooral Europa, tegen beter weten in, uit economisch kortetermijndenken de ogen hardnekkig gesloten wenste te houden. Ook in het Nederlandse bedrijfsleven klonk één grote lofzang op de mogelijkheden en keek men begerig naar de nieuwe afzetmarkt van een miljard mensen zonder op die andere kant veel acht te willen slaan.

Hetzelfde wegkijken gold voor de illusies omtrent de vrije uitwisseling van ideeën (lees: het toelaten van westerse), speciaal in de academische hoek – daarop liep het naïeve wensdenken van de Groningse alma mater met haar megalomane Chinese campusplannen stuk. Geen sprake van, dat er van een ‘vrije’ uitruil op basis van gelijkwaardigheid sprake zou zijn. Chinese universiteiten zijn geen intellectuele vrijplaats, maar het verlengstuk van de Partij. Zoals dat dus ook geldt voor de economie. Achter elk Chinees bedrijf van formaat staat de Chinese staat.

Nu heeft Peking, na al jarenlang miljoenen ‘ongezeglijke’ Oeigoeren in strafkampen opgesloten te hebben, de coronacrisis aangegrepen om definitief af te rekenen met Hongkong. Met de nieuwe veiligheidswet, waarmee de afspraken uit 1997 geschonden worden, is de gelijkschakeling compleet. Als het Westen niet het cliché-beeld wil voeden dat het slechts door materialistische impulsen – en dus uitsluitend door eigen economische belangen – wordt gedreven, maar de in geschrifte beleden waarden van vrijheid en rechtstaat echt serieus neemt, kan die Chinese usurpatie niet onbeantwoord blijven. Ook met het oog op de toekomst.

Dat lijkt Londen, dat terecht scherp heeft gereageerd, beter begrepen te hebben dan Brussel, dat tot dusverre niet verder dan een paar slappe verklaringen kwam. Dit ongetwijfeld om die eigen economische belangen niet te schaden. Er zijn echter momenten in de geschiedenis, waarop die niet allesbepalend dienen te zijn – en dit is zo’n moment. Het komt zeer zelden voor dat Trump gelijk heeft, maar (ook al vallen er bij zijn motieven best vraagtekens te plaatsen) in deze kwestie was de reactie van Washington beter, en zat voor één keer Trumps instinct – China is de grote tegenstander van de toekomst – goed.

Van belang is vooral dat hier, ongeacht (of beter: juist vanwege) de Brexit die Londen nu in Pekings ogen tot een makkelijk te negeren en te koeioneren politieke dwerg maakt, Brussel hier één lijn met de Britten trekt. Boris Johnson ziet nu ook eindelijk in – een inzicht dat in Washington, al was dat niet vrij van economisch eigenbelang, al langer bestond – dat men bijvoorbeeld Huawei buiten de eigen essentiële infrastructuur moet houden, ook als de aanleg van G5 daardoor wat langer duurt en duurder wordt. Het zou wenselijk zijn dat dat inzicht ook elders in Europa doorbreekt, niet in de laatste plaats rond het Binnenhof, waar het geostrategisch denken traditioneel wat onderontwikkeld is en door VNO-gelobby te snel voor handelsbelangen wijkt.

Ook op universitair vlak is heroverweging wenselijk. China stuurt niet zoveel studenten naar het Westen uit een plots ontloken culturele belangstelling voor onze hunebeddenbouwers of oud-Noorse sages, maar is speciaal geïnteresseerd in cruciale sectoren op technisch of exact-wetenschappelijk gebied, waar intellectuele spionage voor de eigen internationale machtspositie lonend kan zijn. Nadat Nederland in dat opzicht al een halve eeuw terug met Pakistaanse atoomgeleerden pijnlijke ervaring heeft opgedaan, lijkt mij enige prudentie voortaan geboden, zoals dat al langer voor universitaire uitwisseling met Iran geldt.

Vanzelfsprekend is China nu al boos tegen de Britten aan het blazen, omdat het elke kritiek op zijn Hongkong-politiek als buitenlandse inmenging in binnenlandse zaken beschouwt. Dat belooft weinig goeds voor de toekomst, speciaal voor Taiwan, dat door Peking eveneens als een afvallige provincie wordt gezien. Dat maakt tevens het vraagstuk van eventuele sancties urgent.

Sancties zijn namelijk niet allereerst relevant voor het heden, maar vooral met het oog op de toekomst. Zij zullen namelijk Peking weliswaar nu niet meer tot terugtrekkende bewegingen inzake Hongkong bewegen – dat zou een veel te groot gezichtsverlies betekenen – maar het wel van nieuwe stappen in de toekomst kunnen afhouden. En misschien moet Europa nu al maar eens laten doorschemeren dat zodra Peking het waagt om ook zijn vingers naar Taipeh uit te strekken, een officiële erkenning van het Taiwanese zelfbeschikkingsrecht overwogen wordt.

Thomas von der Dunk, 21 juli 2020  

administrator_ebnEuropa moet nu tegenover China één lijn trekken