My Blog

Laat Europa het bij Belarus weer afweten?

   Het historisch verraderlijke van de succesvolle omwenteling van 1989 in Midden-Europa is dat haar (met uitzondering van Roemenië nagenoeg volledige) geweldloosheid uitzonderlijk was, waardoor zij – juist ook voor de West-Europese democratieën – een beetje als de norm is gaan gelden. Vrijwel alle revoluties voordien en nadien verliepen echter aanmerkelijk bloediger, wat ons meer bewust zou moeten doen zijn van de bijzondere omstandigheden die in 1989 een even bloedige gang van zaken verhinderden. Niet het einde van Honecker, maar dat van Ceaucescu is de gebruikelijke uitkomst van een revolutie.    

   De belangrijkste reden dat het in 1989 anders liep, vormt Gorbatsjow, die in Oost-Berlijn, Warschau, Praag, Boedapest en Sofia verhinderd heeft dat de nationale machthebbers naar geweld zouden grijpen om hun positie te continueren. Dat Gorbatsjow dat deed was vermoedelijk juist omdat hij nog te zeer een erfgenaam was van de Sovjet-Unie en daarmee het naïeve slachtoffer van de communistische propaganda dat de Polen, Tsjechen etcetera zich na 1945 vrijwillig bij het grote Russische broedervolk hadden aangesloten; hij ging er zo impliciet van uit dat een democratisering zich niet automatisch in een afwenden van Moskou zou vertalen. Dit ook op basis van de illusie dat het communistische systeem te hervormen zou zijn, wat zijn intentie met glasnost en perestrojka was.

   Dat hervorming tot implosie zou leiden, heeft hij niet voorzien. Had hij het wèl voorzien, dan was twijfelachtig geweest of hij eraan was begonnen. Zijn historische verdienste is, dat toen die door hem ongewenste implosie zich eenmaal onafwendbaar begon voor te doen, hij dat niet met grof geweld heeft trachten te verhinderen. Dat hij vervolgens machteloos moest toekijken, kwam omdat hij zelf intussen enerzijds niet meer machtig genoeg was om het tij te keren, en anderzijds nog machtig genoeg was om te verhinderen dat ánderen – denk aan de mislukte staatsgreep van zomer 1991 – een poging zouden doen om het tij te keren.

   De voorbeeldigheid van de Wende – het volk gaat de straat op en de dictatoriale machthebbers doen uiteindelijk mokkend braaf een stap op zij – is sindsdien teveel de maatstaf voor Brussel gebleven. Want wat als – en dat is meestal het geval – de machthebbers hardnekkig weigeren om zo’n stap opzij te doen, en integendeel de steeds massaler demonstraties met steeds massaler geweld beantwoorden? Dan staat Brussel, met zijn eeuwige nadruk op onderhandelingen en geordende machtsoverdracht, met de mond vol tanden. 

   Dan volstaat de legalistische weg niet meer en delven de democratische demonstranten het onderspit. Dat zagen we de afgelopen jaren al in bijvoorbeeld Venezuela – en we zien het nu ook in Belarus en Hongkong gebeuren. Loekasjenko schrikt niet terug voor het inzetten van alle geweldsmiddelen en roept desnoods Poetin te hulp – ook als hem dat zijn internationale onafhankelijkheid kost.

   Vreedzame demonstraties tegen dictatoren: ze helpen zelden. Dat zou de les van het mislukken van de Arabische lente in Egypte moeten zijn, waar Sisi nu veel tyrannieker opereert dan Mubarak ooit. De grote vergissing van de demonstranten indertijd is dat zij nooit de paar resterende kilometers van hun Tahrirplein naar het presidentieel paleis hebben overbrugd. Dat ze dat niet deden en niet durfden kan ik op zich goed begrijpen, want dat was in een bloedbad geëindigd.

   Alleen capituleren in een dictatuur de machthebbers meestal pas als zij letterlijk fysiek geen uitweg meer zien; de confrontatie met een mogelijk eigen bloedig einde is essentieel om hen op de vlucht te doen slaan, in plaats van te pogen om – zoals het leger in Egypte dus door het prijsgeven van Mubarak lukte – met een zoenoffer en wat schijnconcessies tijd te rekken en zo uiteindelijk de touwtjes in handen te houden. Dat hadden ze in Libië iets beter begrepen, toen de opstandelingen Kadhafi uit een rioolpijp opvisten. Alleen hadden ze geen programma voor daarna, en was Kadhafi’s weinig vreedzame einde weer een stimulans voor Assad om met alle geweld te pogen aan de macht te blijven.

   Ook Loekasjenko wil, wat op zich invoelbaar is, zo’n einde per rioolpijp voorkomen. Op meer demonstranten reageert hij dus alleen maar met meer geweld – en net als Assad of soortgenoten zal hij niet voor redelijke eisen van opponenten wijken, omdat die het totale machtsverlies van zijn kliek impliceren. Om dat te voorkomen heeft hij zich in de armen van Moskou gestort. Dat is ook de illusie van al die keurige vreedzame demonstranten. Zonder geweld krijg je Loekasjenko echter niet weg. Je zult hem letterlijk aan zijn haren zijn paleis uit moeten sleuren.

   Het is hier dat de EU om de hoek komt kijken. Poetin heeft voortdurend dreigende klanken uitgestoten en Brussel gewaarschuwd zich niet met de interne gang van zaken in Belarus te bemoeien. Intussen doet hij het zelf schaamteloos wel door Loekasjenko alle steun toe te zeggen teneinde zo Belarus in de Russische invloedsfeer te trekken. De Europese angst om van ‘buitenlandse inmenging’ beschuldigd te worden en de formalistische beduchtheid om internationale spelregels te overtreden (waar de tegenpartij die voortdurend aan zijn laars lapt), zet Brussel fors op afstand. Het houdt zich keurig aan de diplomatieke procedures, maar verliest, in een steeds woestere wereld waar de Trumps, Poetins, Xi’s en Erdogans met bruut machtsvertoon de toon zetten, daardoor in de praktijk.

   Laat ik in dit verband tot slot ter overweging eens een politiek volslagen incorrecte, maar historisch juiste opmerking maken. Anderhalve eeuw geleden zouden ook veel Europese democratieën niet geaarzeld hebben om ideologische geestverwanten die tegen vijandige dictatoren in opstand kwamen van alle mogelijke steun, wapens inclusief, te voorzien, soms zelfs openlijk. Vast ook toen in strijd met allerhande internationale omgangsregels, maar soms wel zo effectief.

Thomas von der Dunk, 8 september 2020

Europese BewegingLaat Europa het bij Belarus weer afweten?