Europese Beweging

Den Haag heeft niet het juiste antwoord voor de EU

De Italiaanse verkiezingen liggen nu al weer drie weken achter ons, en nog steeds is er in Rome geen witte rook. Nederlandse kranten hebben, voor zover ik kan nagaan, sinds de verontrustende uitslag bekend werd, niets meer over de vorming van een nieuwe regering bericht. Eén ding valt sinds zondag 4 maart niet te ontkennen: de Italiaanse kiezer heeft een groot probleem met de Europese Unie, en daarmee heeft Brussel er een groot probleem met Rome bij. De helft van de stemmen ging naar uiterst eurosceptische partijen, die bovendien een zekere sympathie voor Poetins Rusland aan de dag leggen – een van de andere grote problemen, waarmee Europa momenteel worstelt.
Voor Brussel zal het behoud van Italië voor Europa de komende jaren topprioriteit (moeten) zijn, omdat het verlies van het Italiaanse vertrouwen nog veel zwaarwegender politieke consequenties heeft dan de Brexit. De Britten hebben er altijd bijgehangen en waren eigenlijk vooral lid om zo verdere Europese integratie te verhinderen, Italië is er historisch veel nauwer mee verbonden en behoort als een van de oprichtingsstaten tot de kern.
De redenen voor de nederlaag van de sociaal-democraten en het uitblijven van een zege voor een serieus, eveneens pro-Europees gematigd-rechts alternatief – Berlusconi, die er electoraal ook weinig van bakte, kunnen we alleen al om zijn heimelijke bewondering voor het ‘sterke leiderschap’ van Poetin moeilijk als zodanig beschouwen – heeft uiteraard diverse oorzaken. De massale afkeer van de gevestigde partijen was óók een vorm van verzet tegen de notoire corruptie met bijbehorend cliëntelisme: wie niet over de juiste contacten beschikt komt, ongeacht zijn opleiding, vaak moeilijk aan de bak.
Maar daarnaast speelt een belangrijke rol dat veel Italianen zich door de rest van Europa in de steek gelaten voelen – zowel financieel als inzake de vluchtelingenproblematiek. Het strenge, door Schäuble doorgedruktee bezuinigingsbeleid dat Brussel een aantal landen oplegde, heeft vooral in het zuiden – waar de linkspopulistische Vijfsterrenbeweging de grote winnaar was – tot massale (jeugd)werkeloosheid en armoede geleid; op veel mededogen vanuit het noorden kon men er niet rekenen. Tegelijk heeft juist Italië (met Griekenland) veruit de meeste asielzoekers te verwerken gekregen; bijna alle andere landen hielden met een beroep op de Dublinverordening angstvallig de deuren dicht.
En daar komt ook de naarbinnen gerichte, en weinig solidaire blik van Den Haag om de hoek kijken. De belangrijkste insteek van alle kabinetten-Rutte was, met de hete adem van de eigen rabiaat-rechtse populisten Wilders en Baudet in de nek, om van Europa vooral de lusten en niet de lasten te hebben. Wat het zuiden betrof, werd ook op het Binnenhof met monotone regelmaat de grijsgedraaide plaat afgedraaid dat men eerst maar eens moest ‘hervormen’.
Dat laatste gebeurt nog steeds. Premier Rutte, die eindelijk begon in te zien dat hij voor een visie op Europa niet langer met verwijzing naar de oogarts kon volstaan, kwam met een antwoord dat in feite op meer van hetzelfde neerkwam: alleen Europese steun voor Italië als dit eindelijk ‘hervormde’. De sociale ellende die al die ‘hervormingen’ teweeg hadden gebracht, waren niet ons probleem. Ik zou zeggen: sinds 4 maart zijn zij dat wèl, omdat Europa door het negeren van die ellende miljoenen Italianen van zich heeft vervreemdt.
En de politieke gevaren die dat met zich meebrengt, worden in Parijs en Berlijn scherper gezien dan in Den Haag. Voor Nederland is Europa vanouds, van een paar begeesterde idealisten afgezien, vooral een economisch project: we zijn lid om makkelijker onze kaas te kunnen verkopen. De afgesleten meer-markt-mantra die ook Rutte weer in zijn Europa-speech ophoestte, past daar naadloos in.
Voor de Fransen en Duitsers is Europa daarentegen allereerst een politiek project – weliswaar met economische middelen, maar dat is iets wezenlijks anders. Het vormt voor hen een antwoord op twee catastrofale wereldoorlogen op basis van de Frans-Duitse ‘erfvijandschap’, waaraan ook Rome zijn (wisselvallige) aandeel had. Prioriteit nummer één in de jaren vijftig was niet om de zaken zo te organiseren dat er meer kaas werd gefabriceerd, maar minder kanonnen.
Nu de even eenzijdig-economisch georiënteerde Britten binnenkort wegvallen, moest Rutte voor voortzetting van zijn rigide monetaire koers op zoek naar nieuwe bondgenoten, die hij vervolgens in zeven kleinere noordelijke landen vond. Volgens latere berichten zou Berlijn het initiatief van Nederland en de Zeven Dwergen volmondig toejuichen, maar dat ligt vermoedelijk toch iets ingewikkelder.
Zeker deelt Duitsland vanouds de Nederlandse ‘protestantse’ kijk op overheids-finan¬ciën en vooral begrotingstekorten, die haaks staat op de laissez-faire-benade-ring van de meeste katholieke Zuideuropese landen, waar ingeval van internationaal oplopende economische achterstand in het pre-Euro-tijdperk altijd naar het paardenmiddel van devaluatie gegrepen kon worden om de verhoudingen weer in balans te brengen. Maar Berlijn zal dit Noordeuropese initiatief vooral zien (en gebruiken) als potentieel drukmiddel om de door Parijs aangevoerde zuidelijken een beetje bij de les te houden, zonder zichzelf al te impopulair te hoeven maken.
Als het er echt op aan komt zal namelijk voor Duitsland de relatie met Frankrijk en het Europese behoud van Italië terecht zwaarder tellen dan alle Hollandse kren-ten¬wegerij. En wel, omdat betalingsbalans en begrotingstekort uiteindelijk finan-ciële abstracties zijn, en honger, kou en werkeloosheid niet. De electorale conse-quen¬ties van het negeren van die laatste waarheid zijn nu in Italië duidelijk gewor-den. Het is precies dit punt, waarop de SPD, teneinde bereid te zijn om opnieuw met Merkel in zee te gaan, vastbesloten is dit keer in Europa het verschil te maken.

Thomas von der Dunk, 30 maart 2018

Europese BewegingDen Haag heeft niet het juiste antwoord voor de EU
read more

Dreigt door de Duitse Groko nu Europese overmoed?

 

 

In Berlijn zijn ze er (voorlopig) uit, en in Brussel haalt men vast opgehaald adem: de GroKo, de Große Koalition van de twee Europagezinde oude volkspartijen CDU/CSU en SPD wordt, ondanks zwaar verlies van alle drie bestanddelen bij de jongste Bondsdagverkiezingen, voortgezet. Mits de SPD-leden ermee instemmen, en dat is nog niet gezegd.

Die staan in elk geval voor een onmogelijk dilemma, want aan beide keuzes kleven grote risico’s. Afwijzen zou Duitsland nu in politieke chaos kunnen storten, instemmen mogelijk hetzelfde over vier jaar. Waar de Duitse christen-democraten en sociaal-democraten een paar decennia samen ruim boven de tachtig procent van de kiezers scoorden, is dat aandeel nu gedaald tot amper de helft. Dat is niet zonder oorzaak. Een nieuwe GroKo zou, omdat zij beide partijen nog meer kleur doet verliezen en zo mogelijk nog meer kiezers naar de randen zal verjagen, wel eens in 2022 voor een gezamenlijke score ónder de helft kunnen zorgen, en dan keert de ‘Weimar’-paniek van de afgelopen maanden nog veel heviger terug.

Het is dus de keuze tussen instabiliteit vandaag en mogelijke instabiliteit op termijn. Inhoudelijk hebben de SPD-leden, omdat Merkel om het eerste te vermijden tot grote concessies – zowel qua regeringsprogram als qua regeringspersoneel – bereid bleek misschien niet veel redenen om voortzetting van de samenwerking af te wijzen, en daarom weinig andere keus dan om zuchtend accoord te gaan, maar uit politiek oogpunt zijn dergelijke GroKo’s ongezond.

Het versterkt bij veel burgers de indruk van een partijkartel dat, vernietigende kiezersuitspraak of niet, per se aan de macht blijft vasthouden, en daar spint de AfD garen bij. Dat is – en dat was indertijd één van de redenen van Schulz om ‘nee’ te zeggen – als gevolg van de vaandelvlucht van de FDP nu al de aanvoerder van de oppositie. Met haar tegemoetkomingen richting SPD weet Merkel straks misschien de slag om de SPD-leden te winnen, maar dreigt aan de andere kant afvalligheid. Het eerste gemor op de rechtervleugel van de CDU is al vernomen, en de CSU is niet zonder reden bang binnenkort in Beieren onderuit te gaan.

En Brussel? Dat moet zich vooral niet te rijk rekenen, nu het behalve in Parijs, ook in Berlijn op een Europa welgezinde regering kan bogen. Hoe verheugend dat op zich ook is: omdat twee zwaluwen nog geen zomer maken, en de euroscepsis onder grote delen van de bevolking daarmee nog niet verdwenen is, is enige politieke prudentie op zijn plaats. Alleen is politieke prudentie niet een eigenschap waardoor Juncker de afgelopen jaren opgevallen is.

Nu heeft hij zelfs alvast meteen maar de hele Westelijke Balkan op het uitbreidingsprogramma gezet, ook al zal geen van deze landen op afzienbare termijn aan de Kopenhagencriteria voldoen. Kennelijk heeft men, inzake voorbarige toetredingen, met Bulgarije en Roemenië zijn lesje toch niet geleerd.

Wie het vertrouwen in de Europese Unie bij de bevolking in de westelijke lidstaten wil ondermijnen, moet vooral zo doorgaan. Het zal Merkel en Macron toch al de nodige moeite kosten om andere hoofdsteden van de noodzaak van verdere integratie te overtuigen – om te beginnen Den Haag, waar het Europese beleid van Rutte-III vooral uit het ontkennen van de noodzaak van enig Europees beleid lijkt te staan, althans van enig Europees beleid dat verder reikt dan ‘de markt’. In elk geval zolang Halbe Zijlstra op BZ de scepter zwaait, maar goed, dat zal niet lang meer zijn, want die vindt binnenkort in een mooie datsja onderdak.

Evenmin zal Den Haag zich kunnen beperken tot wat geroep over de noodzaak van de Zuid-Europese landen om nu echt eens te hervormen, want dat geroep heeft in het verleden evenmin veel uitgehaald. Met het afwijzen van elk idee van kapitaaloverdracht van Noord naar Zuid, of van machtsoverdracht van de nationale hoofdsteden naar de federale, komt men er rond het Binnenhof niet. De gemeenschappelijke euro heeft ons nu eenmaal met Griekenland in hetzelfde financiële schuitje doen belanden. Dat betekent enerzijds dat Rutte de Nederlandse kiezer erop zal moeten voorbereiden dat er nog een paar centen naar de Grieken gaan – als bekend niet zijn favoriete ding – en anderzijds Juncker het Rutte niet nog moeilijker moet maken om die boodschap zonder complete afgang te verkondigen. Dat betekent: het door Bulgarije als nieuwe EU-voorzitter opgeworpen idee om binnenkort tot de eurozone toe te treden is absurd.

En verdere uitbreiding van de EU zal in de komende decennia sowieso alleen electoraal verkoopbaar zijn, als dat direct gekoppeld wordt aan een duidelijke keuze voor een Europa van twee snelheden, waarbij voor nieuwe toetreders geen volwaardig lidmaatschap is weggelegd. Om de simpele reden dat er weliswaar – met een assertief Rusland en Turkije in de buurt – heel plausibele geopolitieke redenen zijn om deze landen nauwer aan Europa te binden, maar dat men zich tegelijkertijd – indachtig ook de complete ontsporing van juist ‘kandidaatlid’ Turkije – over de worteling van democratische waarden en de waarde van papieren garanties dienaangaande geen illusies moet maken. Brussel heeft met Warschau, Boedapest en inmiddels ook Praag al genoeg te stellen, en er is weinig reden om aan te nemen dat het wereldbeeld van Sofia en Boekarest wezenlijk anders is.

Daar komt voor de westelijke Balkan bij dat het nationalisme er zo mogelijk nog weliger tiert, en Brussel ook nu, al meer dan een kwart eeuw na het bloedige uiteenvallen van Joegoslavië, er nog steeds niet in slaagt in Bosnië voor stabiliteit en verzoening te zorgen, het Servische revanchisme jegens Kosovo niet beteugeld is, en Macedonië en Griekenland elkaar in de haren blijven vliegen over de vraag: van wie is eigenlijk de erfenis van Alexander de Grote – inmiddels welgeteld tweeduizenddriehonderdeenenveertig jaar na de dood van.

 

Thomas von der Dunk, 13 februari 2018

Europese BewegingDreigt door de Duitse Groko nu Europese overmoed?
read more

The women of Europe Awards 2017

Yesterday the European Movement International and the European Women’s Lobby hosted the second edition of the Women of Europe Awards. The awards are handed out annually to honour women striving to advance the European project in their professional or private capacity as the role of women in the European project remains largely unrecognised. The awards highlight the contribution of women in promoting and advancing European issues, and to increase their presence and involvement in debates about Europe and its future. The European Movement and the European Women’s Lobby are happy to announce the winners of our four categories:

Woman in Power: Federica Mogherini, High Representative of the European Union for Foreign Affairs and Security

Woman in Action:A driana Lettrari,Co-Founder of the Third Generation of Eastern Germany Network

Woman in Business: Melody Hossaini, Founder and CEO of InspirEngage International

Woman in Youth Activism: Mina Jaf, Founder and Executive Director of Women Refugee Route

 

Europese BewegingThe women of Europe Awards 2017
read more