Europese Beweging

De erfenis van 1918 gaat ons meer aan dan ooit

Zondag 11 november was het honderd jaar geleden dat om 11 uur de wapenstilstand in Compiègne een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. Dit feit werd in Parijs en op tal van andere plaatsen in Europa herdacht. In Nederland werd op diezelfde elfde van de elfde om elf minuten over elf de jaarlijkse aftrap gegeven voor carnaval. En hoewel Mark Rutte namens Nederland in Parijs aanwezig was: het contrast tussen een hossende meute hier en herdenkende politici daar, in het Achtuurjournaal tamelijk gedachteloos (?) achter elkaar gepresenteerd, heeft toch iets bizars. Alsof de Eerste Wereldoorlog ons niet echt aangaat.
Dat was in elk geval heel lang de Nederlandse insteek; ons nationale geheugen wordt vrijwel compleet door de Tweede Wereldoorlog in beslag genomen. Zoals Frans Timmermans bij het herdenkingssymposium in het Vredespaleis afgelopen zaterdag stelde: in het Nederlandse geschiedenisonderwijs dat hij genoten had, werd in het Rampjaar 1672 gestopt, om pas met het Nieuwe Rampjaar 1940 (deze laatste term, voor alle duidelijkheid, is van mij) weer verder te gaan.
Of er, als er een Tweede Wereldoorlog was, dan toch ook een Eerste moet zijn geweest, is niet alleen een vraag die wel eens door argeloze scholieren wordt gesteld. Ook het Nederlandse publiek leek zich daar lange tijd amper van bewust, wat gelukkig inmiddels aan het veranderen is.
Met de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog – die om te beginnen immers ook de Tweede baarde – worden wij in elk geval wèl geconfronteerd, en misschien inmiddels zelfs meer dan ooit. Men zou kunnen stellen dat in 1989 de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog – tweedeling van Europa in een Amerikaans en Russisch blok, inclusief die van Duitsland – ongedaan werden gemaakt, en daardoor de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog weer meer zichtbaar werden.
Dat betreft allereerst een reeks van nieuwe staten op de puinhopen van de vier verdwenen imperiale rijken in wat wel ‘Tusseneuropa’ is gedoopt: de hele sliert van kersverse landen van de Balkan tot het Balticum. Met drie euvels kampten velen daarvan toen, en kampen zij nu weer: met een gebrekkige democratische traditie, dus de hang naar autoritaire leiders; met grote minderheden als gevolg van de complexe etnische kaart, dus separatistische en irredentistische tendensen; en, daardoor, soms een sterk nationalisme. Die problemen, die lang onder de dikke deken van de Koude Oorlog waren gesmoord, zijn nu in veel landen weer terug.
Nieuw nationalisme is intussen, mede als gevolg van de ongelijke verdeling van de lusten en lasten van de globalisering, niet alleen aan Oost voorbehouden, maar zien wij eveneens in West. En het keert zich ook daar deels tegen de Europese Unie, dat als gevolg van een eenzijdig neoliberale economische koers als vehikel van die gevreesde globalisering wordt gezien. Op dat punt konden zich in Italië moeiteloos de rechtse en linkse populisten in de huidige regering verenigen.
Afkeer van Europa heeft tevens geleid tot de Brexit. Wat dat betreft was de afwezigheid van Theresa May in Parijs symbolisch: ook bij het herdenken heeft Londen voor splendid isolation gekozen. De verzoening na 1918 en 1945 was vooral een Frans-Duits project – niet toevallig ontving Macron, tegen de normale etiquette in, als laatste Merkel – en de Britten stonden daar mentaal altijd een beetje buiten. Niet alleen de door de Britse boulevardpers in stand gehouden clichés over Teutoonse barbaren voeden die afstand; eind 1989, toen Thatcher Mitterrand kwalijk nam dat hij zo makkelijk met de Duitse Hereniging instemde, bleek dat men aan gene zijde van het Kanaal zelfs de afloop van de Honderdjarige Oorlog geestelijk nog niet helemaal had verwerkt.
Intussen was de internationale herdenking in Parijs ook niet vrij van ongerijmdheden. Allereerst werd die door de Fransen weer op onnavolgbare wijze in het teken van de glorie van het eigen vaderland gezet – in dat opzicht slagen zij er toch altijd weer magistraal in om alle anderen te overtroeven. Natuurlijk: ook de overige oorlogspartijen van toen kregen in zijn lange speech een plekje. Maar verder was het weer Jupiter in Versailles: Hij sprak en Hij ontstak de vlam bij het graf van de onbekende soldaat, alle andere staatslieden waren slechts decor.
Het herinnert aan de wijze waarop Napoleon eens zijn ontvangst in Dresden in het bijzijn van alle Duitse rijksvorsten met hun eeuwenlange stambomen in scène liet zetten. Eén voor één kwamen die de zaal binnen, eerst de graven, dan de hertogen, dan de koningen, en allen werden bij de deur, die steeds iets verder openging, nauwgezet met hun eindeloze reeks van titels en voornamen aangekondigd: de hooggeboren graaf en gravin huppeldepup van zo-en-zo, de hooggeboren hertog en hertogin van dit-en-dat, hunne koninklijke hoogheden etcetera. Tenslotte gingen de deuren helemaal open, en zei de ceremoniemeester slechts: “de keizer”. Daar kunnen noch de Russen, noch de Amerikanen tegenop.
De volgende ongerijmdheid was dat Macron zo nadrukkelijk stelde dat de (althans de Franse) soldaten voor de vrijheid vochten. Ongeacht de clichés in de oorlogspropaganda van de Entente van honderd jaar geleden: dat is een veel te grove versimpeling. Anders dan de Tweede Wereldoorlog waarin het Westen tegen drie totalitaire dictaturen streed – met wel, moreel zeer ongemakkelijk, een vierde grote aan de eigen zijde – laat de Eerste zich niet tot zo’n tegenstelling reduceren. Daarin schuilt nu juist de tragiek: het was geen onontkoombare zwart-wit-strijd tussen Goed en Kwaad. Wilhelm II was geen Hitler. En tsaristisch Rusland als kampioen van de vrijheid? De Revolutie brak daar niet helemáál zonder reden uit.
Wat bovendien – en dat is de derde ongerijmdheid – het benadrukken daarvan toch wat curieus maakt, was de onvermijdelijke aanwezigheid van de nieuwe Russische ‘tsaar’ Vladimir I, die met vrijheid en rechtsorde nog minder op heeft.

Thomas von der Dunk, 12 november 2018

Europese BewegingDe erfenis van 1918 gaat ons meer aan dan ooit
read more

EBN inventariseert initiatieven die gericht zijn op versterking van Europese waarden

Bij de komende Europese verkiezingen tekenen zich in het politieke spectrum meer dan in het verleden duidelijke scheidslijnen af, met name die tussen voorstanders en tegenstanders van verdieping van het Europese integratieproces, of zelfs die tussen voor en tegen EU- lidmaatschap. Er zal dus kleur moeten worden bekend. In het artikel hieronder gaat Joost van Iersel in op enkele fundamentele dilemma’s onder meer inzake identiteit en Europese waarden. Wij zijn het eens dat een bredere kennis onder de burgers van de Europese gang van zaken een beter zicht zal opleveren op wat Europa wezenlijk betekent. Daarom ondersteunen wij het idee voor een inventarisatie van alle initiatieven in Nederland die daartoe bijdragen. Lezers die deze inventarisatie willen aanvullen, nodigen wij bij deze gaarne uit tot een reactie.

Meer aandacht nodig voor Europese waarden

door Joost van Iersel

In de opmaat naar de Europese verkiezingen zullen zich naast verschillen van mening in het traditionele partijenlandschap ook de tegenstellingen tussen open Europees georiënteerde en gesloten nationale opvattingen verder accentueren. Het is paradoxaal dat de steeds toenemende wederzijdse afhankelijkheid in Europa hand in hand gaat met een hardnekkige nationale naar binnen gerichtheid van de publieke opinie. Anti-Europese gevoelens en groeperingen staan een erkenning van een Europese identiteit danig in de weg. Daartegenover zijn er ook veel initiatieven die juist de andere kant op wijzen. Die zijn echter minder zichtbaar. Er is alle aanleiding om juist aan die initiatieven meer ruchtbaarheid en profiel te geven.

1. Context

In het algemene spraakgebruik wordt de Europese samenwerking veelal als een economisch project aangemerkt. Nu het economisch voor de wind gaat, voelt de bevolking zich tamelijk wel in en met de Europese Unie ondanks dat er veel te verbeteren valt. Ditzelfde beeld weerspiegelt zich grosso modo over het hele continent. Valt de economie echter terug, dan verbleekt het imago van Europa onmiddellijk. Cultureel en emotioneel is men niet op Europa betrokken. Daarom wordt er vaak in één zin aan toegevoegd, dat ‘Brussel’ zich met zo weinig mogelijk moet bemoeien en zich niet moet inlaten met, hoe wij hier de zaken regelen. Vooral nu steeds meer nieuwe onderwerpen in beeld zijn gekomen, zoals banengroei en vaardigheden, migratie en vluchtelingen, klimaat en energie-transitie, buitenlandse politiek en handelsvraagstukken, veiligheids- en defensiebeleid, terrorisme en criminaliteit, en recht en rechtshandhaving, komt uitdrukkelijk de vraag op tafel, tot hoever het proces van Europese eenwording kan en moet gaan. Wat houdt die eenwording idealiter in? Veel mensen willen zelfs van eenwording niet spreken. In het landelijk politiek debat bestaat er weinig klaarheid over. In de publieke opinie gaat het meestal over vage noties. Politieke tegenstellingen in eigen land zowel als ingewikkelde Europese besluitvorming en onderling scherp afwijkende posities van lidstaten dragen evenmin tot verheldering bij.

De uitdrukking economisch project is niet gelukkig. Ten eerste is Europese integratie of intensieve Europese samenwerking vóór alles politiek van aard, ook al is de economie wel het belangrijkste voertuig, zie het dominante belang van de Interne markt en de EMU. Ten tweede is het geen project, maar gaat het om een ingewikkeld samenstel van processen. Zoals hierboven aangegeven, is de boom van de Europese samenwerking of integratie is steeds breder vertakt. Regeringen, economische en sociale actoren, maar ook NGO’s van allerhande aard zowel als onderwijs- en onderzoekinstellingen en de gezondheidssector werken, samen met de Europese Instellingen, in uiteenlopende mate aan verdieping van de samenwerking. Zo ontstaat een ingewikkeld bouwwerk waarvan bepaalde vitale onderdelen vergaand worden geëuropeaniseerd, terwijl andere onderdelen zich in een (veel) beperkter stadium van gemeenschappelijke ontwikkeling bevinden. Er zijn ook tal van terreinen daarbuiten, die onder puur nationale of regionale verantwoordelijkheid blijven. Tot waar mag de besluitvorming in Brussel zich uitstrekken? Er bestaan flinke meningsverschillen in de landen zelf en tussen de lidstaten. Dit roept dan het beeld op van een Europese processie van drie passen naar voren en twee achteruit met op sommige gebieden ook langdurige stagnatie.

Overzien we echter het hele beeld over decennia, dan blijken de regeringen met het oog op de belangen van de burgers, van de politieke stabiliteit op het hele continent en van de economische weerbaarheid van Europa, al dan niet noodgedwongen, steeds nieuwe loten aan de stam van Europese samenwerking te hebben toegevoegd. De intensiteit van dit proces is voornamelijk afhankelijk van nieuwe en onverwachte uitdagingen. De creatie van de EMU hing rechtstreeks samen met de eenwording van Duitsland in 1989. De diepe crisis vanaf 2007 zorgde voor een verdieping van de EMU en voor de Bankenunie. De verhoogde aandacht voor klimaat en energie wordt ingegeven door ernstige zorgen over CO2 en de Klimaatdoelstellingen van Parijs. Veiligheid, buitenlandse politiek en defensie zijn van recente datum, maar niet meer van de agenda weg te denken als gevolg van internationale criminaliteit en terrorisme enerzijds en het vluchtelingen- en migratievraagstuk anderzijds. Ook neemt het bewustzijn snel toe, dat Europa in een vijandige wereld steeds meer zijn eigen boontjes zal moeten doppen, iets waarover vroeger nauwelijks werd nagedacht. Dit gevoel wordt versterkt door de achterstand die Europa dreigt op te lopen ten opzichte van zowel China als de VS op het terrein van de digitalisering en artificiële intelligentie met alle mogelijke economische en zelfs geopolitieke gevolgen van dien.

2. Paradox

Zo zien we dat nieuwe uitdagingen en gebeurtenissen de agenda aanzienlijk uitbreiden. De besluitvorming houdt hiermee geen gelijke tred. In de eerste plaats wordt dezelfde realiteit in de lidstaten vaak heel anders wordt beleefd. De historische en culturele achtergronden zowel als het niveau van de ontwikkeling lopen danig uiteen. In de tweede plaats lopen de prioriteiten van de landen niet parallel. Het vluchtelingenvraagstuk is misschien wel het meest evidente voorbeeld, maar in meerdere of mindere mate is het op andere gebieden vaak vergelijkbaar. Het is voor de Commissie een heidens karwei om alle landen in hetzelfde gareel te houden. Dit is nog meer een probleem, omdat op gezette tijden de nationale soevereiniteit van stal wordt gehaald als een duidelijke piketpaal van hier en niet verder. Het hele circuit van nationale en andere media helpt ook niet echt. Integendeel, juist daarin kristalliseren zich eigen posities en vooroordelen jegens anderen, die op hun beurt weer het nationale debat voeden en eerder tegenstellingen accentueren dan consensus bevorderen. En, zoals het vaak gaat, worden in de publiciteit en in het publieke debat negatieve aspecten behoorlijk uitvergroot, terwijl men evenmin terugdeinst voor de nodige scheuten fake news. Brexit is hiervan een dramatisch schoolvoorbeeld, maar ook elders liggen voorbeelden voor het oprapen, zie maar eens dicht bij huis, hoe het in Nederland jarenlang gelopen is.

De paradox is derhalve dat de Europeanen om aanwijsbare redenen op tal van gebieden steeds meer op elkaar zijn aangewezen, maar dat het Europese bouwwerk onaf is en, wat erger is, nog steeds fragiel in de stijgers staat en bedreigd wordt door het uit elkaar drijven van de lidstaten. Daar wordt niet voor niets van veel zijden voor gewaarschuwd. Terecht wordt daarom verwoed geprobeerd het debat over de geloofwaardigheid, de legitimiteit en de verantwoordelijkheid van de Unie en haar Instellingen aan te jagen.

3. Beleefde identiteit en gedeelde waarden

Ik wil het in deze korte bijdrage ook over een andere boeg gooien met het oog op een aspect, dat ik wil samenvatten onder beleefde identiteit en gedeelde waarden. Tegenstanders van de integratie betogen vaak, dat vergaande integratie noch wenselijk noch voorstelbaar is, omdat die een demos veronderstelt, die niet aanwezig is. Europa is geen volk en daarom kunnen we misschien wel op een aantal terreinen tot betere afstemming komen, maar is datgene wat supranationaal politiek gedragen moet worden in feite taboe. Het enige wat ons blijft is de nationale gemeenschap, in dit verband een tautologie voor demos. Op deze laatste stelling valt al heel wat af te dingen, maar het gaat mij hier om één specifiek element, en dat is het uitsluitend verband tussen identiteit en nationale gemeenschap.

Het lijkt me dat in ieder mens meerdere gelaagdheden schuilen, en daarmee meerdere identiteiten en meerdere loyaliteiten. Iemand kan als goed Hagenaar ook goed Nederlander zijn, daar is geen tegenstelling tussen, in de meeste gevallen is het juist een verrijking. Dat geldt evenzeer voor gedeelde identiteiten als lid van een zangvereniging, een sportclub, een regio en een stad. Die gelaagdheid van verschillende identiteiten zal niemand als een tegenstelling ervaren. De simpele vraag is, waarom een dergelijke blokkerende tegenstelling dan wel zou bestaan tussen het zijn van Nederlander en het zijn van Europeaan? Vanwaar die verkramptheid? De tegenstelling is niet met de natuur gegeven, zij bestaat, omdat zij ofwel kunstmatig wordt opgeroepen ofwel omdat er geen moeite wordt gedaan om beide identiteiten in elkaars verlengde te zien. Het is juist op dat laatste punt dat er heel wat achterstallig onderhoud bestaat, wat tot vooroordelen en wantrouwen leidt tussen volkeren of publieke opinies in plaats van tot openheid, waardering en respect. Het bevordert daarentegen tot naar binnen gerichtheid van landen en roept populisme en negativisme ten opzichte van De Ander op, die hun uitwerking in het politieke veld niet missen. Terwijl de Europeanen meer dan ooit op elkaar aangewezen zijn, kleurt het benadrukken van het eigene en nationale het zicht op alles wat daarbuiten is, negatief. Omdat deze trend in alle landen in verschillende soorten en smaken voelbaar en zichtbaar is, lijken oost en west en noord en zuid soms verschillende planeten. Brussel staat in die visie sowieso in een kwaad daglicht.

Identiteit hangt nauw samen met gedeelde waarden. Die wezenlijke waarden zijn er wel degelijk, maar zij worden vaak onder de mat geschoven. De belangrijkste waarde was vanaf het begin na de oorlog het garanderen van het vredig samenleven van de volkeren. Dit is gelukt. Maar verdere ontwikkeling heeft nadere invulling gebracht. In aansluiting op het economisch integratieproces zijn Europese waarden als democratie, rechtstaat, vrijheid van meningsuiting, mensenrechten, solidariteit en inclusiviteit, menselijke integriteit en individuele privacy, als fundamentele beginselen in onze samenleving erkend. Deze gelden ongeacht godsdienst, ras en geslacht. Zij liggen ook als zodanig neergelegd in de Europese Verdragen. Waar zij kan, probeert de Commissie als hoedster van de Verdragen om deze beginselen in al onze landen gestand te doen. We zien dit in de acties jegens Polen, Hongarije en nu dan ook Roemenië. Deze beginselen geven een concrete invulling aan de eigen identiteit van Europa. We hoeven echt maar één stap buiten ons eigen continent te zetten om te zien dat zij ofwel geheel ontbreken of bij het minste of geringste worden verkwanseld. Het zijn juist deze beginselen die de gelijke gerichtheid van de lidstaten, de common sense of purpose, in het Europese integratieproces, moeten schragen als vast fundament voor de toekomst. Het is bepaald geen rozengeur en maneschijn en ingewikkelde dilemma’s maken het evident niet gemakkelijk, maar het gaat vóór alles om de grondhouding van onze gezamenlijke verantwoordelijkheid en van de noodzaak van gezamenlijke oplossingen.

4. Initiatieven met het oog op kennis over Europa

De tegenstelling tussen de Europese en nationale oriëntatie krijgt een steeds scherper profiel, met name als gevolg van de financiële crisis en haar naweeën en het vluchtelingenvraagstuk en in dat spoor de verhouding tot de Islam. Een grote en luidruchtige minderheid in de Europese publieke opinie verwijt juist Europa dat er onvoldoende probate oplossingen voor die geweldige problemen zijn aangedragen. Anti-Europese partijen en groeperingen maken van de gelegenheid volop gebruik om zich vast te nestelen in de publieke opinie en zij hebben van daaruit ook de nodige invloed op gematigde en centrumpartijen, waardoor de broodnodige Europese gerichtheid in de meeste landen behoorlijk onder spanning staat. Brexit is hiervan het meest flagrante voorbeeld en ook stroeve onderhandelingen in Brussel spreken voor zich.

Hier tegenover staan gelukkig ook veel initiatieven, die juist de andere kant op wijzen en die borg staan voor wat hierboven is gezegd over Europese identiteit en haar waarden en voor het belang van gelijke gerichtheid. Maar deze zijn in de regel veel minder zichtbaar. In de opmaat naar de Europese verkiezingen, waarin tegenstellingen zich juist zullen uitkristalliseren zou veel meer ruchtbaarheid aan deze initiatieven te geven, die ze dan ook meer profiel geven. Ik overzie maar een beperkt deel van wat er op scholen en anderszins aan activiteiten ontplooid wordt. Europa in het onderwijs, als onderdeel van het reguliere curriculum, is in Nederland nooit aangeslagen. Gezien onze afhankelijkheid van onze nationale lotsbestemming van wat we gezamenlijk binnen dit continent en mét dit continent in de wereld voor elkaar brengen, is dit in mijn visie een strategische misser. Maar misschien hebben individuele scholen eigen interessante initiatieven. Laten die ermee voor de dag komen! Een langjarig initiatief van Buitenlandse Zaken is het op aanvraag van scholen van alle categorieën voorlichting te laten verzorgen vanuit een pool van 150 ambtenaren voor klassen. Die voorlichting is vaak ook weer gekoppeld aan schoolprojecten. De Nederlandse Jeugdraad behartigt het belang van jongeren in Europees verband, verzorgt ook gastlessen en zet zich in voor Europa in het curriculum op scholen. Nuttig is ook het onderwerp aan de orde stellen op docentendagen. De Commissie is de afgelopen jaren steeds actiever geworden. Aangemoedigd door het ongekende succes van het Erasmusprogramma, waarvan miljoenen jonge Europeanen en ook talloze docenten profijt trekken, stelt de Commissie voor de periode 2021-’27 een budget voor van €31 miljard voor Erasmus+. Op initiatief van het EP bestaat sinds 2017 in Brussel het Huis van de Europese Geschiedenis, dat naast een indrukwekkende presentatie van ontwikkelingen van de jongste geschiedenis van Europa ook plaats biedt voor ontmoetingen en symposia voor met name historici. Zie ook initiatieven als de Culturele Hoofdsteden en Europees Erfgoed naast zijn sterke particuliere tegenvoeter Europa Nostra.

Deze enkele voorbeelden kunnen nog verveelvoudigd worden met die van veel andere organisaties en bedrijven, die zorgen voor verbreding van kennis en bewustwording van wezenlijke aspecten van het Europese integratieproces. Zij worden gevoed door een gemeenschappelijke visie en staan borg voor een beleefde Europese identiteit en gedeelde waarden in lijn met gemeenschappelijk gedragen belangen. Juist in de opmaat naar de komende verkiezingen zou het de moeite waard zijn, wanneer het totale beeld door alle betrokkenen ook eens duidelijk wordt neergezet.

Joost P. van Iersel

Den Haag,
18 Oktober 2018

Europese BewegingEBN inventariseert initiatieven die gericht zijn op versterking van Europese waarden
read more

Verkiezingen met Beierse slag

Wat is de betekenis van de verkiezingsuitslag in Beieren voor Europa? Voor de Duitse deelstaat zelf wordt die als ‘historisch’ beschouwd – een woord dat overigens de laatste jaren aan sterke inflatie onderhevig is, want vrijwel elke verkiezingsuitslag in het Westen wordt tegenwoordig als historisch beschouwd. Dat gold in Amerika al in 2008 voor de verkiezing van Obama, en vervolgens in 2016 voor die van Trump, waarmee in zekere zin die van zijn voorganger ongedaan werd gemaakt. Historisch voor Beieren: hoewel nog veruit de grootste partij, is de CSU haar sinds een halve eeuw vanzelfsprekende meerderheidspositie kwijt.

De uitslag past, allereerst in een inmiddels vertrouwd nieuw Europees patroon: die van verdere politieke versplintering. De twee oude volkspartijen, de christen-democratische en de sociaal-democratische, vroeger in de meeste Europese landen dominant, verliezen zeer fors terrein. Nog dramatischer dan het verlies van de CSU is de halvering van de SPD: ooit met ruim dertig procent van de Beierse stemmen onbetwist de tweede partij, nu in München met nog geen tien procent op de vijfde plaats beland. Spanje, Zweden, Italië, Oostenrijk, Frankrijk, België en Nederland gingen Duitsland voor. Alleen bij de Britten loopt het tot dusverre anders, en houdt de indeling in twee grote machtsblokken stand, maar dat valt niet los te zien van het afwijkende verkiezingssysteem aldaar.

Ook anderszins past de uitslag bij een algemene Europese trend: de opmars van alternatieve partijen op links voor de sociaal-democratie, in casu de Groenen (ook in Nederland; in Spanje Podemos), en, vooral van (extreem-)rechtse populisten. De AfD past in dat opzicht naadloos in het onfrisse rijtje van Le Pen, Wilders & Baudet, het Vlaams Belang, de Zweden-Democraten, de Lega in Italië en anderen, die met hun xenofobe heksenjacht voortdurend tegen de beginselen van de rechtsstaat aanschuren en regelmatig door onsmakelijke uitlatingen – van homeopathische verdunning tot het Holocaustmonument als nationale schande – de pers halen. Wat de exacte vorm betreft dragen zowel die partijen als de ontsporingen van hun voorlieden vaak specifiek nationale karaktertrekken, wortelend in een verkeerd verleden dat voor elk van die landen weer anders is, maar de electorale achtergrond bij hun opkomst is een vrij algemeen Europese.

Een minachting voor het gewone parlementaire bedrijf gaat vaak samen met een voorkeur voor referenda, die dankzij het ‘Gesunde Volksempfinden’ van een vermeende zwijgende meerderheid tot andere politieke uitkomsten zou moeten leiden. Eens zijn de meeste partijen het in hun afkeer van Europa, dat als een bedreiging voor de nationale identiteit wordt afgeschilderd, en van dictatoriale neigingen ten opzichte van de lidstaten wordt beticht. Vooral de Italiaanse vicepremier Salvini buit dit thema dezer dagen in zijn begrotingsconflict met Brussel behendig uit – met een enorme populariteitssprong als resultaat.

Overigens behaalde de AfD in Beieren nu minder stemmen dan vorig jaar bij de Bondsdagverkiezingen in het hele land. Dat geeft ook meteen de grenzen aan: een substantieel deel van het electoraat is ontvankelijk voor ultrarechts gedachtengoed, maar tegelijk is het groeipotentieel niet onbeperkt. Ook Wilders – die als een van Europa’s ultrarechtse veteranen beschouwd mag worden – is in al die jaren nooit verder gekomen dan twintig procent. Dat is veraf van de absolute meerderheid.

Dat wil niet zeggen, dat dat geheel zonder gevolgen en dus zonder gevaren is. Die gevaren zijn tweeledig. Enerzijds bestaat dat uit het deels, in verzwakte vorm, overnemen van de antirechtstatelijke agenda van de rechtse-populisten door de traditionele partijen, vooral die ter rechterzijde. Dat zien wij ook in Nederland, met alle luchtballonnetjes van Dijkhoff. De CSU heeft het, uit vrees voor een nederlaag, ook geprobeerd, en daarmee het verlies naar rechts mogelijk nog iets beperkt weten te houden – wel met gevolg dat nu heel wat van haar kiezers de overstap naar de Groenen hebben gemaakt.

En anderzijds leidt het afkalven van de grote volkspartijen steeds vaker tot zogeheten grote coalities ‘om het land regeerbaar te houden’. Wat eens concurrenten waren, die met elkaar om de kiezersgunst dongen en elkaar als regeringspartij afwisselden, worden zo noodgedwongen partners. Gevolg: toenemende kleurloosheid, die nog meer kiezers van hen vervreemdt. Dat treft vooral de altijd wat minder zichtbare juniorpartner van de twee, in Duitsland nu de SPD, in Nederland onder Rutte-II de PvdA. De keuze voor regeerbaarheid op korte termijn is zo uitstel van executie: zij leidt zo bijna onherroepelijk tot onregeerbaarheid op iets langere termijn. De Grote Coalitie in Berlijn zou nu al onder de vijftig procent van de stemmen blijven steken.

Hoe valt, tenslotte, deze snelle afbraak van de grote pro-Europese volkspartijen te rijmen met de blijkens opiniepeilingen de laatste jaren weer duidelijk stijgende steuncijfers voor Europa? Het aantal voorstanders van een Nexit, Frexit, Grexit of wat voor exit dan ook is duidelijk dalende, en ook het anti-Europese monsterverbond dat nu in Rome zetelt treitert Juncker weliswaar dat het een lust is, maar durft een Italexit bij nader inzien toch niet aan.

Voor die cijfers bestaan m.i. twee verklaringen. Ten eerste het broddelwerk van de Britten: zo’n Brexit blijkt heel wat minder simpel dan clowns als Boris Johnson en Nigel Farage hun kiezers voortoverden. In dat opzicht mag Europa ook Theresa May eeuwig dankbaar zijn dat ze er zo weinig van bakt. Maar de tweede reden is iets minder geruststellend: het gaat bij zo’n enquète om een digitale keuze tussen blijven en vertrekken – tussen weten wat men heeft versus het zwarte gat. Brussel moet zich dan ook niet te rijk rekenen: over de vraag, of de kiezer ook met het daadwerkelijke Europese beleid erg tevreden is, zegt de hoge pro-EU-score niets.

Thomas von der Dunk, 18 oktober 2018

Europese BewegingVerkiezingen met Beierse slag
read more

Brussel straft Boedapest terecht – maar hoe verder?

Het Europese parlement heeft eindelijk zijn tanden laten zien door de Hongaarse regering de wacht aan te zeggen. Dat was hoognodig: zowel dat het parlement sowieso eens zijn tanden laat zien, als dat Brussel Boedapest formeel de wacht aanzegt. Gelukkig is de EVP, de christen-democratische partijenfamilie waarvan ook Orbáns Fidesz lid is, over haar schaduw heen gesprongen, en heeft zij elementaire principes boven machtsinstinct laten prevaleren. Mijn laatste column voor de zomer was daaraan gewijd. Alleen zo liet zich de tweederde meerderheid aan stemmen bijeen sprokkelen die voor het voorstel van GroenLinks-europarlementariër Judith Sargentini om een strafprocedure te starten, noodzakelijk was. Orbáns eigen stugge en provocerende houding droeg daar zeker toe bij.

Of die strafprocedure uiteindelijk ook tot het gewenste resultaat leidt – Hoingarije en Polen, het andere land dat wegens schending van de rechtsstatelijke grondbeginselen van de Europese Unie in het strafhoekje zit, hebben al aangekondigd elke sanctie en uitsluiting van de ander te zullen vetoën – is en tweede. Ondanks het risico dat daardoor de strafprocedure uiteindelijk verzandt, ontkwam het EP er niet aan, wilde Europa nog enige geloofwaardigheid als waardengemeenschap behouden.

Daarbij is het van belang – en dat loopt helaas enigszins dooreen – om strict te onderscheiden tussen de twee zaken, waarmee Hongarije uit de pas loopt. Oorzakelijk bestaat daar, gezien vanuit het land zelf, zeker een verband tussen, maar juridisch mag die niet te makkelijk worden gelegd – juist om Orbán niet voedsel te geven voor zijn onder zijn eigen kiezers in vruchtbare bodem vallende conspiratietheorieën en zo nog meer in zijn zelfgeclaimde, electoraal lucratieve rol van martelaar te drukken.

Enerzijds – en dat is wat de stap van het EP (net als die van eurocommissaris Frans Timmermans tegen Polen) rechtvaardigt – is er de evidente schending van de rechtsstaat, de opheffing van de scheiding der machten, de kneveling van de pers, de aanval op onafhankelijke NGO’s (de kwestie-Soros) etcetera, door Orbán zelf met een beroep op de volkswil (zijn tweederde meerderheid in het nationale parlement) gelegitimeerd en gepropageerd met de term ‘illiberale democratie’.

En anderzijds is er zijn door West- en Zuideuropese lidstaten veel gehekelde, moreel als egoïstisch verwerpelijke, maar politiek legale houding inzake de vluchtelingenproblematiek. Voor zijn nul-immigranten-beleid vindt hij bovendien ook meer westwaarts steeds meer medestanders – om te beginnen bij de huidige regeringen in Rome en Wenen – en het zou zeer gevaarlijk zijn, en juist Orbán in de kaart spelen, als beide zaken te gemakkelijk worden gemengd. Dat hoeft zeker niet uit te sluiten dat zijn xenofobe ommuringspolitiek politieke repercussies krijgt – maar inderdaad nadrukkelijk politieke, geen juridische.

Het Europese project is begonnen als een poging om na de catastrofe van twee wereldoorlog Frankrijk en Duitsland te verzoenen, en in dat opzicht houdt dit tot vandaag nog steeds stand, ook al staat het door de groeiende feitelijke machtsongelijkheid tussen deze twee staten onder druk. Vervolgens moest het een brug slaan tussen Noord- en Zuideuropa, het laatste al in de vorm van Italië vanaf het begin aanwezig.
Die brugfunctie loopt niet alleen door de massale vluchtelingenstroom van de afgelopen jaren, waarvoor Italië met Spanje en Griekenland bovenmatig opdraait, gevaar, maar ook door een botsende kijk op de aanpak van de bancaire crisis: waar in het noorden de verkiezingsleus ‘geen cent meer naar de Grieken’ electoraal gewin opleverde, was dat in het zuiden de belofte om een einde te maken aan de door het noorden opgelegde rigide bezuinigingen, die miljoenen Zuideuropese burgers in armoede hebben gestort. Aan het teveel negeren van hun angsten in Brussel danken wij in vergaande mate de nieuwe populistische coalitie in Italië.

De moeilijkste brug om te slaan echter, dat blijkt ook nu, is die tussen Oost- en Westeuropa, want de antidemocratische tendensen die wij in Hongarije en Polen aantreffen, vallen ook in een aantal andere lidstaten in die regio te ontwaren, soms gepaard aan een grote Poetinliefde, met wie niet alleen Orbán zijn autocratisch- nationalistische wereldbeeld deelt. Een gebrek aan democratische traditie en een veel zwakker ontwikkelde civil society maken de huidige terugval mogelijk.

Daarbij komt de geringe leeftijd van de desbetreffende natiestaten. De meeste landen tussen Duitsland en Rusland zijn dit jaar, honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, een eeuw oud, zo niet nog veel jonger – in sterk contrast tot die in de westhelft van ons continent, waar de grenzen ook veel stabieler zijn gebleken. De staatkundige kaart van Europa van 1871 verschilt hier veel minder van de huidige dan in de oostelijke helft. Anders dan die het in het westen, wier existentie en omvang vooral het resultaat van vorstelijke machtspolitiek in een ver verleden is, danken de landen ginds hun ontstaan, ten koste van de multinationale rijken (het Russische, Habsburgse en Ottomaanse) waarvan zij zo lang deel uitmaakten, aan de ontwaking en ontwikkeling van een eigen nationaal besef.

Dat maakt hen allergisch voor én elke ‘imperialistische’ bemoeienis van buitenaf én voor multiculturele verscheidenheid. Daarbij komt dan het gebrek aan koloniaal verleden, waardoor zij de voor hen nieuwe komst van veelkleurige migranten van buiten Europa als een bedreiging voor de nationale identiteit zien. Bij Hongarije draagt dan nog het etnische ‘isolement’ (er woont geen volk met een verwante taal in de buurt) en het trauma van Trianon (geen land verloor in 1918 zoveel gebied) extra aan de door Orbán nu uitgebuite bunkermentaliteit bij. Hoe daarmee om te gaan: dat vormt een van de grootste uitdagingen voor Brussel.

Thomas von der Dunk, 17 september 2018

Europese BewegingBrussel straft Boedapest terecht – maar hoe verder?
read more

De twijfelachtige Europese partners van het CDA

Het is vorige week dan eindelijk toch gebeurd: de breuk van het CDA met Fidesz, de partij van de steeds autocratischer opererende Hongaarse premier Viktor Orban. Althans, een beetje breuk, want men verzekert tegelijk toch echt in gesprek te willen blijven. En de breuk is ook niet van het CDA uitgegaan, waarvan het partijcongres een kritische resolutie inzake dat toenemend autocratische gedrag aannam, maar van Fidesz, dat met de verbolgen wijze waarop zij op die resolutie reageerde in feite de juistheid van de strekking ervan bewees.

Vreemde kostgangers in ideologisch, democratisch of rechtstatelijk opzicht: daarmee hebben of hadden alle grotere Europese partijformaties wel op hun tijd te kampen. Niet iedere politieke club, en zeker niet iedere club in de als laatste toegetreden Oost- of Middeneuropese lidstaten van de EU, heeft de morele beginselen die zij beweert te belichamen en die haar aansluiting bij zo’n grote fractie moet legitimeren, werkelijk verinnerlijkt.

In liberale kring moest de VVD als gevolg van protectie door de Duitse FDP jarenlang de Oostenrijkse FPÖ als geestverwante ‘zusterpartij’ tolereren, ofschoon deze, de facto ooit als vergaarbekken van oud-nazi’s opgericht, al heel lang eerder in de rechts-populistische hoek thuishoorde. En bij ter linkerzijde transformeerden allerlei voormalige communistische partijen na 1989 tot sociaal-democratische, zonder dat altijd even nauwkeurig naar de geloofsbrieven gekeken werd. Bij het daadwerkelijk sociaal-democratische gehalte van de Bulgaarse, Roemeense en Slowaakse broeders kunnen de nodige kanttekeningen geplaatst worden, nog van de notoire corruptie afgezien.

Maar het minst ongeloofwaardig is in al die jaren als optelsom misschien nog wel de christen-democratische familie geweest. In het Europa van de Zes was er nog geen probleem: afgezien van Frankrijk, waar als gevolg van de sterke gaullistische stroming de verhoudingen wat ander lagen, telden alle lidstaten een zeer dominante christen-democratische partij (in Nederland zelfs aanvankelijk als gevolg van de confessionele versplintering zelfs een trio). Zelfs zo dominant dat volgens een oude anecdote de dochter van de Italiaanse minister van buitenlandse zaken ooit eens tijdens een diner aan premier Drees gevraagd zou hebben, of hij het ook niet zo fijn vond in een katholiek Europa te leven….

Dat Europa van de Zes kon inderdaad nog, geografisch sterk samenvallend met het oude Karolingische Rijk, als in hoge mate katholiek gelden. Met de diverse uitbreidingen die nadien plaats hebben gevonden, is dit allengs minder geworden. Daarmee kwamen er ook landen bij, waarin het aan een christen-democratische traditie ontbrak. Om in de concurrentieslag om de positie van grootste fractie in het Europese Parlement niet bij de sociaal-democraten achter te blijven, heeft dit nij de EVP soms tot een opvallend gebrek aan kieskeurigheid geleid.

Zo waren ook de Britse Tory’s jarenlang van de partij, ofschoon Thatchers dictum “There is no such thing as society” na de omarming van een genadeloos neoliberaal hyperkapitalisme toch moeilijk te rijmen viel met het christen-democratische kernconcept van het maatschappelijk middenveld. Na de implosie van de Italiaanse Democrazia Cristiana werd Berlusconi’s personalistisch-populistische Forza Italia welkom geheten, terwijl de partijleider toch moeilijk als fakkeldrager van christen-democratische familiewaarden kon worden gezien.

En bij de Spaanse Partido Popular vallen mede uit democratisch oogpunt enige kanttekeningen te plaatsen, als erfgenaam van het franquisme, wat zich tot op de dag van vandaag in een uitermate rigide centralistische staatsopvatting vertaalt, die in sterke mate debet is aan de impasse in Catalonië. Premier Rajoy is stug blijven vasthouden aan de misvatting dat men politieke conflicten van separatistische aard, waarbij de legitimiteit van de instituties zelf ter discussie staat, met juridische en politionele middelen kan oplossen. Democratie komt hier nog teveel op het dictaat van de meerderheid neer: dat U Spanjaard bent, bepaal ik!

Tot nu toe is in elk geval niet naar buiten toe gebleken, dat het lidmaatschap van de EVP hier matigend heeft gewerkt, en dat de christen-democratische zusterpartijen hun invloed ten goede hebben trachten uit te oefenen. In dat opzicht had men nu een voorbeeld kunnen nemen aan Italië, waar vanaf het eind van de jaren zestig progressieve christen-democraten (samen met de socialisten) aan de wieg stonden van een serieuze staatkundige decentralisatie, die bijvoorbeeld ook aan het ooit (net als in Baskenland) in bomaanslagen resulterende conflict rond Zuid-Tirol een einde heeft gemaakt.

Maar de meest dubieuze partners vonden de christen-democraten net als de sociaal-democraten wel in de nieuwe lidstaten in het Oosten. Fidesz vormt daarbij ongetwijfeld het grootste probleemgeval. De metamorfose van Orban van anticommunist tot pro-Russische autocraat heeft men te lang uit machtspolitiek opportunisme op zijn beloop gelaten. Orbans openlijke, provocatieve omarming van het Poetiniaanse concept van een ‘illiberale democratie’ had al veel eerder tot uitsluiting uit christen-democratische kring moeten leiden. Hopelijk komt het er nu van, nu Fidesz zelf het CDA de wacht heeft aangezegd.

Niet alleen de EVP, maar ook de hele EU staat, waar het Hongarije (en ook Polen) betreft op een principiële tweesprong. De wijze waarop Orban met een beroep op zijn ‘democratisch mandaat’ doelbewust de rechtstaat onttakelt, valt, nog los van de xenofobe en antisemitische tendensen waarmee een en ander gepaard gaat, op geen enkele wijze te verenigen met de waarden waarvoor Europa dient te staan. Het is in elk geval goed als dit nu bij de komende begroting inderdaad financiële consequenties gaat hebben, maar daarbij zou het niet mogen blijven.

Thomas von der Dunk, 13 juni 2018

Europese BewegingDe twijfelachtige Europese partners van het CDA
read more

New foundations for Europe everywhere in the making. An impression of ‘Sharing Europe’, The Hague 24-25 May, 2018

May 26, 2018 – If the weather was an indication of anything, the Sharing Europe – Congress of The Hague 2018 ended Friday night May 25 on a very sunny note. For over 2 days, around 550 delegates from 20 European countries and beyond: thinkers, doers, officials and activists, old and young Europeans met in The Hague for a collective exploration of our common ground in addressing the current major transformations more constructively together and imagining the future of our continent, and the world.

The immediate occasion was of the commemoration of the 70th anniversary of the famous Congress of The Hague of 1948, where European of that era met in the same city, The Hague, to discuss how to rebuild Europe after two devastating world wars. Times have changed tremendously, but then again, they also have not. For human core needs and anxieties change only very slowly. Few people like hunger, warfare, being isolated, being destitute, being marginalized. Few people like to be dehumanized. Most people do wish some place in the sun.

So while economic conditions have shifted considerably and climate pressures, sustainability issues and challenges in social relations are rapidly mounting, basic human needs do not shift so drastically.  Sharing Europe tried to foreground the vitality of many current citizens’ initiatives, dealing with our times. We were very happy to welcome ambassadors and representatives of 15 European embassies, representatives of cities and urban networks and associations fostering a range of urban innovation programs (such as Frank Vieveen, Smart City Lead City of Rotterdam, Marc Sanderson, Technical Director of Malaga City Council, Bas van den Barg, VNG (Association of Dutch Municipalities), Dr. Adham M Darawsha, First President of the Consulta delle Culture, City of Palermo. We were happy to collaborate with the Global Parliament of Mayors, whose secretariat is hosted at the City of The Hague. We heard from top notch creative leaders and critical thinkers, such as James Bradburne (director Pinacoteca Brera in Milan) and Wim Pijbes (former director Rijksmuseum, now Dream and Do) as seasoned cultural leaders, Margareta Drzeniek of the Davos Economic Forum, Joanna Maycock, Montserrat Mir, Anne Widegren, Winand Quaedvlieg, Paul Peters, Alexander Verbeeck, Jan Zielonka, Jeremy Waters, Maria Heider and Marina Monaco, reflecting the daily experiences of change in many European social networks, and reflecting on what people can contribute anew in these transformations. We saw and heard many representatives of collectives of young journalists and new European initiatives that try to capture the new spirit in Europe (such as Ties Gijzel of Are We Europe and Coen van de Ven and Johannes de Bruycker of the Caravan’s Journal, or Volt), young academics and public intellectuals who are moving to the forefront of tackling our major challenges together by new means (such as earth scientist Sebastian Bathiany, sustainable transitions prof Flor Avelino, European commons movement leader Sophie Bloemen, digital legal expert Jonathan McCully, Charlot Schans of Pakhuis De Zwijger, Josien Pieterse of Network Democracy with her Madrid counterpart Miguel Arana Catania, Sabina Biesheuvel of BlueCity, or our Ridderzaal keynote speaker Felix Klos who rearticulated what European commitment could look like, anew). We welcomed singer Azeline Calister and guitarist Ed Verhoeff, story teller Ogutu Muraya. And many many others, participants, Europeans and world citizens who wish to contribute to better interactions for better futures. Looking at all these contributors reflected that Europe as soft force, as transformational and as a beacon of hope is still possible.

So it was for good reasons that during our meetings, the  ‘Agora’ concept was revived. Agoras are places where people meet, dialogue, debate, negotiate, trade, take time for each, do politics, and take a coffee or a wine together. Piazza, plaza, square, plein, agora… Europe has long been full of those places where people can really meet and take time to reflect, meet and laugh. We do need to cherish those public spaces, for they are the places where democracy can take shape.

Both in the congress part of the event on Thursday May 24, and in the special Ridderzaal ceremony on Friday and the open Plein (Parliament Square) lunch, the spotlight was firmly on dialoguing, debating, taking time for the great transitions of our days and for each other. And in the many encounters that followed of a wide variety of people who wish to contribute to better futures for all in Europe, the seeds of change became very clear. Concrete, tangible, in civic networks, in new connections, in new inspirations. This Europe is already in the making. It is ongoing, despite all the challenges and set backs.

Many speakers called for capturing this new foundational moment for Europe Not in a bubble, but very rooted, in concrete alternatives for current policies that may be too extractive of exclusionary. We were therefore very happy to have political representatives with us as well. Europarliamentarians Eva Maydell (also President of the European Movement), Paul Tang, Brando Benifei and Jo Leinen. We were honoured with the presence of Joris Backer, vice-chair of the Dutch Senate, which hosted our Ridderzaal ceremony, prof. Piet Hein Donner, vice-president of the Dutch Council of State and deputy Mayor of The Hague, Tom de Bruijn. And of course we felt extremely honoured and pleased by the presence of the Dutch deputy prime Minister, mrs. Kajsa Ollongren, who delivered the keynote VIP speech in the Ridderzaal on behalf of the Dutch government.

So the 70th anniversary of the first Congress of The Hague, this 2018 edition Sharing Europe will be a very memorable one. We are at crossroads in Europe. Old values: of equity, inclusion, freedom, solidarity, have not lost their pertinence. But institutional forms, relations and modus operandi will have to change. Many participants called for ‘daring to be ambitous’. Listening carefully to much of what was being exchanged, ‘daring to be ambitious’ in our time and age also means daring to be more open, more generous, more genuinely curious to differences, embracing diversity, being kind, civil, and being more humble, creating new spaces in the sun, and being rooted and related, to the real lives of real people.

The Congress of The Hague 2018 highlighted that such a more constructive Europe is possible and willed by many citizens. In fact, it is everywhere in the making. A new foundational moment for Europe: it is possible: let’s Action This Day!

EBN Board
Godelieve van Heteren, Mark Zellenrath, Laura Fruhmann, Kim de Jong

WORD OF THANKS
EBN and the EMI would like to thank our partners and all other contributors: The Dutch Ministry of Foreign Affairs (Wicher Slagter); The City of The Hague (Kevin Verbaas, Martin Born, Frans van Bork, Caroline Schep, Paul Verhoeff), the Dutch Senate (Ankie Broekers-Knol, Geert Jan Hamilton, Annelies Pilon, Fred Bergman, Ronald Berghouwer, Rene Prins), the Liaison Bureau of the European Parliament (Danny de Paepe, Kristina Dimitrova, cc Eduard Slootweg), Meriam Evers-Oortwijn and Mathijs Eskes of the Bureau ‘Grafelijke Zalen’ en Johan de Witt Huis, The Representation of the European Commission (Caroline Richelle), Eveline van Boxel and the Board of the University of Leyden – Campus the Hague, the staff of the International Press Center Nieuwspoort, Europa Nostra, the European College of Brueges and many others: all speakers, Ben Lachhab van Resto Van Harte, colleagues of the security services RBO and Crowd Support, Bart Ter Mate and the Plein entrepreneurs, Marc Noble and colleagues of More Stage Services and podium crew, designer Reier Pos, Joshua Bolwerk of Bolwerk Media and filmer A. Fruhmann, Pieter Brooymans and technicians of GIT, Azeline Calister and Ed Verhoeff, Ogutu Muraya, moderators Rocky Tuhuteru and Mendeltje van Keulen, and all volunteers for their dedication and support to this event.

Without their efforts and input there would not have been a program!

For a retrospect of the Sharing Europe festival:

  • An overview on the European Movement International website is here.
  • The  livestream of the conference is here 
  • The Sharing Europe trailer is here
  • And this a link to the keynote speech by Minister Ollongren, deputy Prime Minister of the Netherlands at the Sharing Europe festival

 

Europese BewegingNew foundations for Europe everywhere in the making. An impression of ‘Sharing Europe’, The Hague 24-25 May, 2018
read more

‘Sharing Europe’: het Congres van Den Haag, 24-25 mei

24 en 25 mei is het zover en vindt in Den Haag de 7e editie van de tienjaarlijkse herdenking van het Congres van Den Haag plaats. Elk decennium houden we samen met de EMI deze herdenking, en iedere tien jaar reflecteert deze gebeurtenis ook de grote veranderingen op ons continent en in de wereld.

De belangrijkste inspiratie van het aanstaande speciale congres – dat we Sharing Europe/Congres van Den Haag 2018 noemen – is duidelijk. Net als bij het eerste Congres van Den Haag in 1948, toen Churchill in de Ridderzaal zijn fameuze pleidooi hield voor een ‘unie van mensen’ in Europa, bevindt Europa zich opnieuw op een fundamenteel kruispunt. Net als in 1948 beleven we een fundamenteel moment van herijking, institutioneel en praktisch, waarbinnen nieuwe toewijding en onze eigen keuzes van vitaal belang zijn.

De wereld is gespannen. Overal zijn diepe transformaties gaande, ecologisch, sociaal-economisch, politiek. Mensen worstelen met de uitdagingen die alle veranderingen teweegbrengen. We zien op veel plekken de maatschappelijke fall-out.

Er is grote behoefte aan nieuwe inspiratie, het opnieuw formuleren van de kern van de zaak – als mensen: minder partijdig, minder gepolariseerd, meer met het oog op de toekomst. Er is geen tijd te verliezen. We moeten veel verder gaan dan de verschanste discussies, de dode frames en de vele niet-productieve vormen van tweespalt. We moeten ook veel dieper durven analyseren waarom we dat nog niet genoeg doen.

Sharing Europe/Congres van Den Haag 2018 zet de schijnwerpers vol op het andere ‘mogelijke Europa van mensen’, waaraan een breed scala aan individuen en maatschappelijke bewegingen al lang bijdraagt: met innovatieve ideeën en hands-on engagement, met nieuwe verbeeldingen en verbindende verhalen. Het is geen eenvoudige taak, maar zo’n verschuivend focus kan ook veel energie geven. In heel Europa werken mensen, organisaties en netwerken aan rechtvaardige en meer inclusieve manieren van leven, met meer aandacht voor mens en planeet.

Als Europese beweging, een van de oudste naoorlogse Europese verenigingen, maken we graag deel uit van zulke constructieve nieuwe funderingsinspanningen. Niet met een roze blik, maar realistisch (en ervaren) in het licht van de moeilijke omstandigheden van ongelijkheid en uitsluiting die veel mensen dagelijks beleven. We willen samenwerken aan het hoognodig herbronnen van Europa en aan praktische oplossingen.

In Sharing Europe voeren we daarom een aantal cruciale gesprekken rond alle kiemen van verandering die zichtbaar zijn. We werken samen met zeer ervaren mensen en enthousiaste jongeren, die zich bezighouden met democratie, nieuwe economische en sociale arrangementen, met duurzaam leven; met security4all, een breder veiligheidsbegrip, en met betere manieren om met onze mobiele en cultureel diverse wereld om te gaan.

Sharing Europe / Congress of The Hague 2018 is dus geen traditionele conferentie waarin experts de wereld uitleggen aan gewone stervelingen. Het is een ‘meeting of minds’, een uitwisseling van rijke ervaringen die vele mensen met zich meedragen, een collectief nadenken over de toekomst, vanuit allerlei praktijken, en liefst voorbij de clichés. De Sharing Europe/Congres van Den Haag agoras en panels zijn open voor iedereen die betere alternatieven zoekt voor de huidige situatie in Europa, waarin te veel mensen zich niet meer verbonden voelen.

Dit is daarom ook niet het zoveelste ‘evenement’. Sharing Europe eindigt niet op 25 mei. We hebben het Sharing Europe-motto geadopteerd als geuzenkreet om het te blijven gebruiken in de aanloop naar 2019, en om ons met constructieve initiatieven te verbinden en deze onder de aandacht te blijven brengen, ook in de aankomende verkiezingstijd.

Het is dus ook niet zomaar dat we het belang van ‘betere verbindingen’ in het komende Congres van Den Haag zo benadrukken. Dat gaat om bruggen slaan en het creëren van voldoende tijd en ruimte om thema’s gezamenlijker te verkennen dan nu vaak het geval is. Onze politieke economie is er een van felle concurrentie en meedogenloze druk voor individuele en institutionele zelfpromotie. Alleen als we op een veel intelligentere manier samenwerken, rekening houdend met de tijd die verandering vergt, en daarbij de diversiteit van mensen respecteren, slagen we er wellicht in de voornaamste veranderingen in onze wereld op een zinvolle manier aan te pakken.

Het tweedaags Sharing Europe programma bestaat uit een serie cruciale dialogen over zes thema’s. In zes agora’s, vier panels, een feestelijke ceremonie van de Ridderzaal met Europese maatschappelijke leiders, een openbare Sharing Europe lunch op het Parliament Square Sharing Europe met podium & living lab komen deze thema’s steeds terug. We sluiten op vrijdagavond 25 mei van 18.30-20.00 af met een persmoment/borrel in Perscentrum Nieuwspoort. Tijdens die persconferentie zal de Sharing Europe / Congres van de Den Haag-resolutie worden gepresenteerd en de campagne Sharing Europe worden gelanceerd.

Programma
Het programma van Sharing Europe/Congress of The Hague is te volgen op de EMI weblink: sharingeurope2018.eu, waar de komende week elke dag updates zullen worden bijgeschreven.

Europese Beweging‘Sharing Europe’: het Congres van Den Haag, 24-25 mei
read more

Juncker is ver over de datum

Wat bezielt in hemelsnaam de Europese Commissie? Hoeveel eigen glazen gaat zij nog ingooien? Als hij de tegenstanders van Europa extra munitie wil verschaffen, moet Jean-Claude Juncker vooral zo doorgaan. Twee recente blunders kan hij op zijn conto schrijven, die illustreren hoezeer hij van de buitenwereld losgezongen is en hij zijn politieke houdbaarheidsdatum overschreden heeft.
De eerste is uiteraard de kwestie-Selmayr: de achterbakse promotie van een persoonlijke favoriet, die voor een groot deel van het Europese electoraat een schoolvoorbeeld zal vormen van het ouderwetse internationale old-boys-network van handjeklap, waarmee Brussel toch al zo sterk wordt geassocieerd. En de obstinate verdediging van Juncker en de zijnen van de bewandelde weg maakt het alleen maar erger – inclusief zijn hautaine bejegening van alle critici.
Terecht maakt het Europese Parlement van de kwestie – en speciaal ook van dat laatste punt – een groot nummer. Alleen faalt het vervolgens met de weigering echt door te bijten, omdat de twee grootste fracties – de christen-democraten en de sociaal-democraten – er uiteindelijk geen politieke consequenties aan durven te verbinden. Dat zou evenwel wel moeten, als het parlement – de enige instantie met democratische legitimatie in Brussel – echt macht en gezag wil krijgen.
En het zou ook de logische consequentie zijn van de politisering die Juncker zélf heeft nagestreefd: niet meer die oude afhankelijkheid van de nationale regeringen, die in samenstelling en optreden van de commissie tot een balanceeract tussen de hoofdsteden dwong, maar een eigen mandaat, direct gebaseerd op het Europese electoraat als geheel. Dat wordt vertegenwoordigd door het Europese parlement.
Ja: dat zou de moed moeten hebben om Juncker desnoods naar huis te sturen, als hij halsstarrig weigert inzake Selmayr op zijn schreden terug te keren. En als dat dan de val van de hele commissie betekent, dan moet dat maar. Eén keer stevig doorpakken is voldoende voor twee wezenlijke democratische verbeteringen: het (be)vestigt het primaat van de volksvertegenwoordiging, en maakt een einde aan de chantage-mogelijkheid die de Europese Commissie nu bezit om het politieke voortbestaan van één deraillerend lid (al is het de voorzitter) aan dat van alle anderen te koppelen, en zich daarmee de facto politiek onaantastbaar te maken.
Die noodzaak tot correctie geldt overigens ook voor die andere recente uitglijder van de commissie: het al eerder eens door Juncker gelanceerde idee om de Europese Unie op korte termijn met een aantal staten op de Westelijke Balkan uit te breiden. We zien hier een trekje dat Juncker gemeen heeft met menige CEO van een groot bedrijf. Stilstand heet achteruitgang: we moeten altijd groeien. Zoals in het hedendaagse hyperkapitalisme ondernemen vooral overnemen geworden is, zo wil ook de Europese Commissie nu met overnames de vlucht naar voren wagen: de eerste westelijke Balkanlanden moeten vanaf 2025 bij de EU. In 2025!
Ieder die ook maar iets weet van de hardnekkige corruptie in landen als Albanië en Macedonië, die nauw verweven is met een diepgewortelde cliëntelistische maatschappijstructuur, beseft dat het een volslagen illusie is om te denken dat deze landen in slechts zeven jaar tijd (!) aan de Kopenhagencriteria zullen voldoen. IS de les van de voorbarige toetreding van Roemenië en Bulgarije – nu al elf jaar lid en nog vrijwel geen stap opgeschoten – totaal vergeten?
Misschien dat het er straks, net als indertijd met Boekarest en Sofia, ook in Tirane en Skopje op papier mooi uitziet, maar papier is in deze contreien geduldig. Een echte metamorfose van de maatschappij, zodat zij daadwerkelijk aan de Europese criteria van democratie, rechtstaat en fatsoenlijk bestuur voldoet, is niet een kwestie van een paar jaar, maar van generaties.
En wat als die landen, dankzij mooie papieren, zijn toegetreden, en het vervolgens inderdaad allemaal façade blijkt te zijn, of de boel weer ontspoort? Heeft Brussel dan echt de mogelijkheid om falende lidstaten in het gareel te dwingen? Het uitzichtloze geworstel met de steeds autocratischer regeringen in Warschau en Budapest die elkaar wederzijds de hand boven het hoofd houden, mede uitvloeisel van een vetorecht voor alle lidstaten, geeft het antwoord.
Daarbij is bovendien aannemelijk dat de machthebbers in zulke nieuwe Balkanlidstaten eerder de illiberale opvattingen van Orban en Kaczynski delen, en dus hun kamp zullen versterken. Omgekeerd zal een Europese Unie waarin die stem zwaarder klinkt de euroscepsis bij het electoraat in de ‘oude’ lidstaten slechts verder versterken. Het ‘geen cent meer naar de Grieken’ zal dan nog luider klinken, en de – vergeefse – roep om ‘eerst hervormen, dan pas betalen’ ook.
Alleen in een vlaag van volslagen verstandsverbijstering kan dus een verantwoordelijk politicus suggereren dat de Europese Unie heel snel verder uitbreiden moet. Toch vraagt ook politiek verstandsverbijstering om een verklaring. Een van de argumenten voor die haast is de angst voor uitbreiding van de Russische, Turkse of Chinese invloedsfeer, als Brussel stil blijft zitten.
En inderdaad schuilt vooral in de Chinese expansie een groot probleem. Maar die zou vooral moeten dwingen tot heroverweging van een verblind neoliberaal beleid, waarbij de Grieken in het kader van de ‘privatisering’ de haven van Piraeus aan Peking hebben moeten verkopen – dat is dus nu een omgekeerd Hong-Kong – en tal van Europese landen, waaronder Nederland, vanwege kortetermijnsprofijt op nationale handelsmissies hun technologische kennis aan China verpatsen.
En wat tenslotte de Westelijke Balkan betreft: het is zeker van geostrategisch belang deze regio nauwer aan Europa te binden. Maar dat kan dan de eerste decennia niet anders zijn dan in de vorm van een B-lidmaatschap zonder stemrecht, want anders blaast de EU zich om bovengenoemde redenen op termijn zelf op.

Thomas von der Dunk, 23 april 2018

Europese BewegingJuncker is ver over de datum
read more

‘Sharing Europe’, 70 jaar Congres van Den Haag

Elke 10 jaar organiseren de Europese Beweging en de stad Den Haag de herdenking van het beroemde Congres van Den Haag in 1948, waar de basis werd gelegd voor de Europese integratie en de Europese Beweging.

Om de zeventigste verjaardag van het Congres van Den Haag te markeren, komen vertegenwoordigers van burger bewegingen, maatschappelijke organisatie, politieke partijen, academici, bedrijfsleven, vakbonden, jeugdorganisaties, lokaal bestuur en milieubewegingen uit heel Europa bij elkaar. We willen de geest van 1948 doen herleven, en bijeenkomen met een gevoel van optimisme en doelgerichtheid om te debatteren over de richting die Europa zou moeten inslaan om de sociale, economische, milieu- en geopolitieke uitdagingen van onze tijd aan te pakken.

Het tweedaagse festival staat open voor iedereen, is toekomstgericht en verbindt een breed scala van maatschappelijke netwerken. Het festival bestaat uit 5 ‘stromen’: Citizens Debate, Citizens Challenge, Citizens Imagine, Citizens Build en Citizens Connect. We willen laten zien hoeveel burgerinitiatieven en bewegingen er zijn die een vitale rol spelen in de grote transities in Europa. Het festival biedt ruimte voor constructieve dialogen, met name over onderwerpen die Europa nu verdelen. Tijdens het festival willen we die kloven overbruggen en een bijdrage leveren aan het gezamelijk aan de toekomst bouwen.

Het tweedaagse festival op 24 en 25 mei is het hoogtepunt van een groot aantal Sharing Europe evenementen, die in februari van start zijn gegaan, en die de dialoog in gang zetten voor het festival zelf.
Het festival is niet ‘partijdig’, maar richt zich op een creatieve dialoog, het zichtbaar maken en ontwikkelen van innovatieve ideeen, toepassingen en samenwerking

De context van Sharing Europe
In 2018 vindt Europa zich op een historisch kruispunt. Het is duidelijk dat de economische en culturele impact van globalisering, de geopolitieke machtsverschuivingen, de razendsnelle technologische en sociale veranderingen voor iedereen voelbaar worden. Regionale conflicten en migratie oefenen enorme druk uit op grote groepen mensen, die velen het idee geven nergens meer bij te horen. Sommigen reageren door het vertrouwde te zoeken: in veel landen zien we neonationalistische bewegingen ontstaan. Het constitutionele verhaal van de Europese Unie vindt weinig weerklank meer bij veel burgers. Tegelijkertijd heeft de Europese samenwerking veel tot stand gebracht en ervaren we dat al vanzelfsprekend. Een terugtrekkende beweging maken is niet de beste optie.
Waarden als solidariteit, gelijkheid, broederschap en vrijheid hebben hun relevantie niet verloren. Integendeel. Maar het is duidelijk dat dit een tijd is waarin fundamentele veranderingen plaatsvinden en naar nieuwe bronnen van inspiratie wordt gezocht: in nieuwe ‘narratives’, ook in –heel concrete- nieuwe toepassingen, vormen van samenwerking en in het experimenteren met nieuwe instituties.

Informatie over het programma vindt u op de speciale Sharing Europe website: http://sharingeurope2018.eu/

Europese Beweging‘Sharing Europe’, 70 jaar Congres van Den Haag
read more