Opinies

Worden de Republikeinen weer democraten?

Zoals de echte dictator Moammar Kadhafi indertijd in een rioolpijp eindigde, zo beleefde de Trump-parodie daarop zijn zwanenzang tussen een dildozaak en een crematorium – een passend slotakkoord voor deze grab-them-by-the-pussy-president. Doordat een of andere onderknuppel twee telefoonnummers had verwisseld, vond zij niet plaats in het beoogde chique hotel, maar op de parkeerplaats van een gelijknamig hoveniersbedrijf op een nondescript bedrijventerrein. Het was symbolisch voor de tot systeem verheven chaos, waaruit dankzij Steve Bannon Trumps bewind vier jaar lang bestond, deze Tatort-achtige locatie voor de persconferentie van maffiabaas Rudy Giuliani – we misten alleen nog het lijk.
Met zijn permanente poging tot ondermijning van alle instituties heeft geen Amerikaanse president de democratie in eigen land en het aanzien ervan daarbuiten in de afgelopen anderhalve eeuw zoveel schade berokkend als Donald Trump. Zijn hele optreden was koren op de molen van echte dictatoren, die hun almacht altijd met de boodschap ‘ik of de chaos’ legitimeren. Eén zo’n ‘verkiezingsdebat’ geeft Xi bakken munitie om tegen de Chinese bevolking te zeggen: wilt U soms dat?
Nu Trump als een dreinende kleuter weigert om te vertrekken, stromen vanuit Afrika de honende adviezen al binnen. Misschien dat hij nog wat militaire hulptroepen kan gebruiken nu hij, nog net op de valreep, zijn minister van Defensie heeft ontslagen, die hem de inzet van het leger voor het behoud van het Witte Huis heeft ontzegd? Trump had voor 3 november in nauw verholen termen de verwachting uitgesproken dat ‘zijn’ nieuwe leden in het Hooggerechtshof hem aan de macht zouden houden – ‘voor wat hoort wat’: ook de trias politica is voor hem een deal. In dit geval zagen wij zijn boezemvriend Poetin goedkeurend knikken. Telefoonrechtspraak: dat kennen ze in Moskou vanouds ook.
Kortom, beter nieuws dan Trumps einde had deze novembermaand aan de westerse democratieën, en zodoende ook aan Europa, niet kunnen bieden. Maar het paradijs breekt daarmee nog niet uit.
Dat begint al binnen Amerika zelf, waar de helft van de kiezers opnieuw zijn stem aan een permanent liegende autocraat heeft gegeven. Zeker twintigduizend leugens van Trump heeft de pers de afgelopen vier jaar geteld – dat zijn er gemiddeld zo’n vijftien per etmaal, zon- en feestdagen inbegrepen. Daar kunnen zelfs Poetin en Xi samen niet tegenop. En een groot deel van Trumps aanhang gelooft na dit vier jaar lang niet aflatende leugenbombardement deze leugens nog steeds, en beschouwt juist de waarheid als nepnieuws. Om wit weer zwart te laten worden, en zwart weer wit, is een omvangrijke detrumpficatie van de geest nodig, zoals in 1945 een soortgelijke denazificatie nodig was, om van de harde schijf van miljoenen Duitsers dertien jaar leugens van Hitler te wissen.
Die geestelijke herprogrammering van het misleide deel van de Amerikaanse bevolking zal nu in zekere zin zelfs nog moeilijker zijn, omdat Hitler en Der Stürmer toen van het toneel verdwenen waren, en Trump en Fox News nu niet. Die zullen de leugen blijven voeden, en beschikken daarvoor over aanzienlijk meer technische mogelijkheden dan de onverbeterlijken 75 jaar terug. Zo ontbraken de sociale media, die nu zo makkelijk Qanon-achtige complottheorieën voeden, tot in de Nederlandse kringen rond Baudet toe, in 1945 nog geheel. Dat is ook voor ons in Europa niet zonder belang.
Zeker: met Biden waait uit Washington niet meer een isolationistische wind. Hij zal ook niet langer de democraten – Merkel, Trudeau – schofferen en de autocraten – Poetin, Bolsonaro – fêteren. Afgezien van de toonhoogte, is ook de bereidheid om aan internationale regelingen en organisaties – Parijs, Iran-akkoord, WHO, VN – deel te nemen in beginsel weer terug. Juist op het terrein van de buitenlandse politiek bezit een Amerikaanse president vanouds veel ruimte. Alleen hebben de daaraan gekoppelde beleidsvoornemens, om niet bij holle worden te blijven, ook binnenlandse consequenties, en daar wordt het voor Biden ingewikkeld.
Bidens speelruimte om zijn verhoudingen met de bondgenoten te normaliseren wordt zodoende, zeker als de Democraten straks toch nét de meerderheid in de Senaat mislopen, sterk afhankelijk van een al dan niet constructieve opstelling van de Republikeinen, bijvoorbeeld op het terrein van de klimaatpolitiek. Van de bereidheid tot zo’n opstelling is in het Republikeinse kamp, een hoogst enkele congresafgevaardigde uitgezonderd, de afgelopen twaalf jaar niets gebleken. Al sinds Obama is de grondhouding er eentje van permanente obstructie, waarbij de Republikeinse Senaatsmeerderheid van Mitch McConnell zelfs al de behandeling van elk door het Huis aangenomen voorstel systematisch blokkeert. Daarvan beloofde hij zich meer electoraal profijt dan van een constructieve houding.
Daarbij komt de voortdurende poging door de Republikeinen tot manipulatie van de verkiezingen zélf door gerrymandering en het opwerpen van obstakels voor vooral zwarte kiezers om hun stem uit te brengen, ditmaal door poging tot ontwrichting van het postverkeer. Trump was daar ook heel open over: als iedereen gaat stemmen, winnen wij nooit.
De hamvraag is dan ook: worden de Republikeinen weer democraten? Of blijft hun enige doel, het de tegenpartij zo moeilijk mogelijk te maken, teneinde de populistische Trumpachterban te gerieven? Durven de Republikeinen nu – met een wegsmeltend Groenland en Antartica – onder ogen te zien dat er een mondiaal klimaatprobleem bestaat, waarvan de aanpak ook offers van de Amerikanen vergt? Dat fossiele brandstoffen hun langste tijd hebben gehad? Dat is ook voor Europa essentieel, omdat we anders op een totalitair China aangewezen zijn.

Thomas von der Dunk, 10 november 2020

Europese BewegingWorden de Republikeinen weer democraten?
read more

Durft Europa beter uit de Coronacrisis te komen?

   Krijgt Brussel nu, tijdens de tweede golf van de coronapandemie, meer voor elkaar dan tijdens de eerste dit voorjaar? De vooruitgang die in de EU is geboekt lijkt zich te beperken tot overeenstemming over een uniforme kleurencodekaart, waarbij vervolgens de lidstaten nog zelf blijven bepalen wanneer en op grond van welke criteria andere lidstaten op hún kaart van kleur veranderen. Opnieuw zitten de grenzen weer (half) dicht, en niet iedereen is in de gelegenheid om een poging te wagen om daar op koninklijke wijze even op eigen houtje overheen te vliegen.

   Zoals op teveel terreinen houden de afzonderlijke landen te angstvallig aan hun eigen nationale bevoegdheden vast – ook al is het, dat zij ter verontschuldiging gezegd, gezien de cultureel bepaalde verschillen in nationale humeuren en nationale acceptatiegraad van overheidsoekazes, zeker niet makkelijk een en ander soepel op elkaar af te stemmen. Hopelijk heeft intussen wel Den Haag, dat dit voorjaar nog bij monde van Rutte en Hoekstra tegenover andere landen betwerig hoog van de toren blies, zijn lesje geleerd, nu Nederland dankzij laksheid van bevolking én regering zo’n beetje de slechtste rapportcijfers van heel Europa haalt en, omdat de overheid zelf zijn zaakjes ook nog steeds niet op orde heeft, opnieuw bij de Duitsers om ITC-bedden bedelen moet.

   De door corona veroorzaakte economische crisis mag ons, ondanks zijn urgentie op korte termijn, de ogen niet doen sluiten voor vijf andere grote problemen waarmee Europa kampt: de klimaatverandering, de fiscale ongelijkheid, de vluchtelingenproblematiek, de aftakeling van de rechtsstaat in het oosten, en een steeds vijandiger en agressiever omgeving – Poetin, Xi, Erdogan, Trump. En dan bewaren we de Brexit, waar Boris steeds verder in zijn loze beloftes verstrikt raakt, omdat Britannia will never rule the waves again, voor een volgende keer.

   Hoever zij gezien de blokkademacht van de lidstaten komt, moeten wij wel nog afwachten, maar inzake de klimaatproblematiek is de Europese commissie onder leiding van Ursula von der Leyen en Frans Timmermans beslist lovenswaardig ambitieus. Terecht wil zij de kansen te baat nemen die door corona zijn ontstaan, nu daardoor een deel van de oude economie die mede voor de klimaatproblemen verantwoordelijk is, op apegapen ligt. Helaas ontbreekt die ambitie totaal bij de Nederlandse regering, die het bij mooie woorden laat, en kortzichtig inzet op herstel van het oude – precies zoals zij het ook bij de stikstofkwestie laat afweten, uit angst voor agrarische trekkerterreur op het Binnenhof.

   Dat niet alles meer kan, zoals de treffende titel van het rapport van de commissie-Remkes luidt, wil het kabinet niet onder ogen zien. Neem het vliegverkeer: waar Parijs in ruil voor staatssteun af wil van binnenlandse vluchten, durft Den Haag geen echte eisen te stellen aan redding van de KLM. Op zo’n moment bezwijkt het verstand en spreekt slechts een infantiel ‘Oranjegevoel’.

   Het is evident dat Schiphol groei kan vergeten, en integendeel met zeer forse krimp rekening moet houden – en daarmee ook de KLM. Gezien de risico’s van nieuwe lock-downs en vervolgens mogelijke terugkeerproblemen zullen veel vacantiegangers van vluchten naar verre oorden afzien, en naar nabije oorden voor eigen vervoer kiezen. Het moeizame maandenlange wachten op terugbetaling van tickets zal dit versterken, omdat vliegmaatschappijen klem komen te zitten tussen bij snelle afhandeling dreigende kastekorten en bij trage boos weglopende klanten.

   Om het thans nog zo scheve speelveld met de trein gelijk te trekken, moet er nu eindelijk een Europese kerosinebelasting komen, zodat nationale regeringen zich niet meer met fiscale concurrentiesmoezen aan de noodzaak van een adequaat de-vervuiler-betaalt voor alle vrije vogels kunnen onttrekken.

   Dat geldt uiteraard voor meer terreinen, bijvoorbeeld big-tech, waar Margrethe Vestager moedige pogingen doet om aan massale belastingontwijking via brievenbustrucs een einde te maken. Ook daar is Nederland, dat op de innig met Schiphol verbonden Amsterdamse Zuidas in de brievenbusfirma’s grossiert, een obstinaat blok aan het been van de vooruitgang. 14 miljard euro per jaar, zo rekende Europarlementariër Paul Tang in de NRC van 16 oktober uit, lopen andere Europese lidstaten daardoor aan belastinginkomsten mis.

   Het is niet meer dan een kwestie van fatsoen dat Den Haag geen belemmeringen meer voor Brussel opwerpt om aan het parasitaire gedrag van multinationals – wel van de infrastructuur profiteren, niet eraan meebetalen – een einde te maken. Ook het hele verhaal over de dreigende afschaffing van de dividendbelasting past hierin. Even geborneerd heeft Nederland zich inzake Moria opgesteld, waar de Duitsers wèl hun Europese medeverantwoordelijkheid erkenden en zich er niet met ‘opvang-in-de-regio’-uitvluchten van afmaakten.

   Omgekeerd, aan de uitgavenzijde, zou de Europese Commissie niet moeten schromen om het financiële wapen in te zetten tegen lidstaten die met de Europese rechtstatelijke normen een loopje nemen, in casu met name Polen en Hongarije. Die landen profiteren fors van Europese ontwikkelingsfondsen – en voor het afknijpen van die geldstroom zou zelfs Orban wel eens niet ongevoelig kunnen zijn. Hier lijken het vooral de Duitsers te zijn die op de rem staan en van geen harde maatregelen willen weten, terwijl Nederland hier gelukkig wel op aandringt. Hoe serieus neemt Europa in dat opzicht nog zichzelf?

   Dat geldt uiteraard ook voor Belarus, waar Loekasjenko bereid is de halve bevolking dood te knuppelen om aan de macht te blijven. Het onvermogen van Brussel om tot serieuze gemeenschappelijke sancties te besluiten, is beschamend. Dat bevestigt de agressieve autocraten om ons heen, van Poetin tot Trump, slechts in hun opvatting dat ze alles kunnen maken en overal mee weg zullen komen.

Thomas von der Dunk, 19 oktober 2020

Europese BewegingDurft Europa beter uit de Coronacrisis te komen?
read more

Solidariteit en Autonomie

1.          Prangende situatie in verkiezingstijd

De coronacrisis stelt alles op scherp, zowel in de sector gezondheid als economisch en sociaal. Er is een diepe economische terugval, voor 2020 wordt gerekend op een gemiddelde terugval van bijna 9% met grote verschillen tussen de lidstaten, gevolgd door een herstel in 2021. Maar er blijven grote onzekerheden, zoals een mogelijke tweede coronagolf en onvoorspelbare ontwikkelingen in de VS en opkomende markten, om niet te spreken van de arme landen. Hele sectoren worden hard geraakt, zoals transport, luchtvaart, de horeca, de detailhandel, toerisme en de culturele sector plus de evenementenindustrie. Andere komen met verbeterd rendement uit het gewoel te voorschijn, zoals de (bio)medische en vooral de sterk gegroeide dienstensector (IT), de door diensten gedreven productieprocessen en hun waardeketens, die grote gevolgen heeft voor op afstand en van huis uit werken. We zien dit dagelijks om ons heen. De in deze sectoren vooroplopende Noord-Europese economieën houden zich zichtbaar beter staande. Als gevolg hiervan verdiept zich de aanhoudende economische divergentie tussen de landen. Corona veroorzaakt inderdaad een symmetrische schok in de hele Unie, maar de gevolgen kunnen eens temeer asymmetrisch uitvallen! Ook de uiteenlopende percentages werkloosheid per land vertonen hiervan de weerslag. Bij het uitbreken van de crisis zijn in Europa en wereldwijd onmiddellijk nationale financiële sluizen opengezet om economisch leegbloeden te compenseren. De staatsschuld loopt met percentages op. De onoverzichtelijke wanorde van de pandemie is verre van voorbij. De pijn voor de economie lijkt voor het ogenblik verzacht. Maar er zijn natuurlijke grenzen aan kunstmatig bijsturen. Er komen golven van faillissementen en bedrijfsherstructureringen aan. In deze prangende situatie vallen de verkiezingen in Nederland. Europa zal een belangrijk thema zijn. In deze exceptionele crisis valt juist het EU-voorzitterschap toe aan Duitsland, dat ogenblikkelijk de verantwoordelijkheid naar zich toetrok. Het voorzitterschap stuurt aan op verrassende en onverwachte vernieuwingen, waarop naar mijn mening ook onze politieke partijen zich dienen te oriënteren.

2.          Duitsland en EU: verscherpte focus op prioriteiten

Al vanaf januari trof Berlijn intensief voorbereidingen voor het EU-voorzitterschap. De Bondsregering maakt zich al langer steeds meer zorgen over het verslechterd internationaal klimaat, waarin het ieder voor zich van China en de VS de marsroute bepaalt. De EU, die het grootste belang heeft bij stabiele exportmarkten en de globalisering, wordt door fragmentatie in de wereldhandel en handelsconflicten tussen de giganten ernstig geraakt. In ieder geval zou Europa daarop een tot dusver ontbrekend weerwoord moeten hebben. Er is veel achterstallig onderhoud. Niet voor niets had de nieuwe Commissie in het voorspel voor het Duitse voorzitterschap dan ook gekozen voor de toepasselijke titel geopolitieke Commissie.

Meer autonomie voor Europa werd een gevleugeld woord.De blik ging van binnen naar buiten. De EU zou meer gedreven moeten worden door de gezamenlijk-Europese belangen en waarden in de wereld. Brexit geeft aan de noodzaak hiervan alleen maar meer reliëf. Het Duitse voorzitterschap richtte in lijn met die van de Commissie zijn focus dan ook op industrie en technologie met als centrale onderwerpen de Green Deal, digitaliseringen een aanpassing van het EU mededingingsregime. Over dit laatste is al maanden veel te doen sinds Frankrijk en Duitsland de kat de bel aan hebben gebonden, dat onder meer eind 2019 leidde tot het Frans-Duitse manifest voor Europese industriepolitiek.[1] Dit zou twee jaar geleden nog ondenkbaar zijn geweest. Daarnaast lag Brexit op tafel en de afronding van het Multifinancial Framework. Ter onderstreping van de Europese waarden stonden ook de rechtsstaat en de Conferentie over de Toekomst van Europa op de rol.

De coronacrisis vanaf februari haalde deze opzet weliswaar overhoop, maar de hoofdlijn bleef overeind staan. In weerwil van de onzekerheden blijkt juist Duitsland bekende piketpalen ingrijpend te verzetten. De crisis blijkt in Berlijn een katalysator voor een nieuwe visie en nieuwe instrumenten. 

3.          Herdefiniëring van het Duitse belang

Centraal staat een herdefiniëring van het Duitse belang, die ertoe leidt dat in Berlijn in graniet gehouwen standpunten worden verlaten. Die kwamen er net als in Nederland in de grond erop neer, dat ieder land in geval van welk probleem dan ook zijn eigen broek moet ophouden. Deze visie wijzigt zich. Andere uitgangspunten zetten nu in Berlijn de toon. Het behoud van de Europese binnenmarkt is het centrale zorgenkind. Bij groeiende onzekerheid over de effecten van de coronacrisis neemt die zorg alleen maar toe. De verwevenheid van de Europese economieën is manifest: veel onderdelen en halffabricaten voor de Duitse industrie komen uit Italië en Spanje, terwijl de Europese markt als geheel, net zo goed als voor Nederland, een levensader is voor de Duitse export. Met name Italië en Spanje mogen niet nog verder achterop raken, doordat in de huidige situatie het leeuwendeel van de nationale staatssteun naar Duitse bedrijven gaat. 

Hiernaast is de positie van Duitsland en Europa in de wereld een tweede factor van minstens gelijk belang. De Duitse industrie, en in haar voetspoor de Bondsregering, dacht jarenlang, dat zij het als zelfstandig powerhouse in de wereld zou kunnen bolwerken. Maar nu vrezen toch velen dat men het zonder enorme publieke en private investeringen in de EU niet gaat redden. Deze schaal is onontbeerlijk tegenover een naar binnen gericht Amerika met the winner takes all, en de statelijk gedreven Chinese economie. Het meer realistische besef, dat Duitsland daarvoor een maatje te klein is, krijgt de overhand, terwijl structurele onevenwichtigheid in Europa zich juist tégen Duitsland zal keren. Voor stabiliteit en de toekomst hebben we elkaar allemaal nodig. Ook om die reden is zorg voor en bescherming van de partnerlanden vereist.  Dit is een heel ander geluid dan in 2009 en 2013, toen vooral austerity  de klok sloeg. Daar heeft men van geleerd. Deze lessons learned betekenen vooral dat landen in een noodsituatie niet nog verder moeten worden teruggedrukt, en dat men minder doctrinair en meer gebalanceerd te werk moet gaan. Duitsland heeft onlangs Griekenland zelfs excuses aangeboden. Er is gerede vrees, dat nationalisme en populisme alleen maar in de kaart worden gespeeld, wanneer gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en dus ook medeverantwoordelijkheid van Duitsland en de andere rijke lidstaten achterwege blijft.

Over dit alles is de politieke leiding heel helder, niet alleen Merkel, maar evenzeer Maas (BZ), Scholz (Financiën), Altmaier (Economische Zaken) en Schäuble (Voorzitter Bondsdag), en ook de bekeerde Minister-President Söder van het nauw met Noord-Italië verbonden Beieren. Als ware herauten houden zij, Angela Merkel voorop, Europa en critici in Duitsland zélf een nieuwe spiegel voor. Zo hebben Maas en Scholz al op 6 april tijdens het geruzie over de EU begroting en over coronabonds (met Nederland in een hoofdrol) in de Zuid-Europese pers de noodzaak van substantiële steun aan zwaar getroffen landen breed uitgemeten. Samengevat gaat het nu niet meer om de grootmoedigheid van Deutschland Zahlmeister:wij betalen omdat we de grootstezijn en wegens schuldgevoel. Het gaat om een herdefiniëring van het gemeenschappelijk Duitse en Europese belang onder nieuwe urgente omstandigheden. Dit alles werd in de  crises in 2009 en 2011 in Berlijn (zoals hier) nog heel anders gepercipieerd.

4.          Samen met Frankrijk: Solidariteit en Autonomie

In dezelfde denklijn past eveneens de verrassende herleving van de motor Parijs-Berlijn, eveneens een kernelement in de Duitse ommezwaai, die ook voor  Parijs  een verrassing kwam. De band met Frankrijk was immers als gevolg van steeds nationalere oriëntatie van Duitsland al jaren aan erosie onderhevig. Perspectieven van Macron over de toekomst van Europa werden in Berlijn stelselmatig genegeerd. Nu komt de vlag er anders bij te hangen en worden onder de radar ideeën en meningsverschillen politiek en ambtelijk getoetst. Corona brengt de afstemming in een stroomversnelling.

Met bestrijding van protectionisme binnen Europa en het doel van gelijkwaardigheid met de giganten in de wereld komen we uit bij de strategische autonomie en de souveraineté partagée van Macron. Het nieuwe is, dat het nationale instinct tot zelfbehoud nu dus óók voor Duitsland via de Europese lijn gaat. Zo zijn solidariteit met het oog op sociale en economische stabiliteit op het continent en strategische autonomie twee zijden van dezelfde medaille. Het Duitse voorzitterschap kan dan ook worden samengevat in Solidariteit en Autonomie. Ongekend is de omslag van het ministerie van Financiën: nieuwe mensen, nieuw geluid! Scholz hanteerde een retoriek, die aan Macron deed denken. Hij sprak van een ware omslag in het Europese begrotingsoverleg, zelfs van een Hamiltonian moment.[2] Zo ver gaat het niet. De steun van €750 miljard is (vooralsnog) eenmalig voor deze uitzonderlijke situatie en er is geen sprake van pooling van schulden. Maar dat het een bijzonder vergaand plan is, zeker ook in combinatie met de EU-begroting 1921-’27 van €1074 miljard en het Pandemic Emergency Purchase Program tot €1350 miljard van de ECB, staat buiten kijf. De nadruk ligt allereerst op publieke investeringen en structurele hervormingen. Als klap op de vuurpijl gaat de Unie ook beschikken over een eigen leencapaciteit en gaat zij voor de afbetalingen beschikken over eigen middelen, te beginnen met een heffing op plastic. Daarnaast staan carbonheffingen en digital tax op de rol.

4.          Nederland in de vuurlinie

Als gevolg van Brexit ontstaan nieuwe coalities. Landen zijn op zoek naar een nieuwe positionering. Met de Engelsen zou een dergelijk Duits-Frans voorstel weinig kans hebben gemaakt, hoewel Johnson in eigen land meer met geld smijt dan waar ook. Maar natuurlijk niet ten gunste van een ander of van het geheel. De Nederlandse politiek toonde al eerder tendensen in het opengevallen Engelse gat te willen springen. Het begon met een aanval van Hoekstra en zeven lidstaten, toen nog met stilzwijgende steun van Duitsland, tegen de Franse visie. Nú ontstond een nieuwe combinatie van de Vrekkige Vier, de Frugal Four, naast Nederland Oostenrijk, Zweden en Denemarken (en later nog Finland). Zij richtten hun verzet tegen subsidies en tegen dreigende pooling van schulden. Het riekt allemaal teveel naar een transferunie en naar een eigen EU begroting. Voorheen deed Duitsland dat werk voor hen, nu zit Duitsland in een ander kamp. Berlijn en Parijs hebben samen met de Commissie de aanpak op een ander niveau getild, waar Den Haag helaas niet aan toekwam. Het nam voor het eerst openlijk afstand van Duitsland en geraakte middenin de vuurlinie. De argumenten van de Frugal Four waren wel degelijk valide voor zover zij sterk de nadruk legden op de noodzaak van hervormingen in de ontvangende landen, waaromtrent gerede twijfel bestaat. Maar het ging dieper. Politiek Den Haag zit nog in de bekende mal van vooral diep wantrouwen tegenover het zuiden. Strategische overwegingen van Merkel en Macron worden in de politieke discussie in Nederland teruggebracht tot een strijd om geld en korte-termijn gewin. Er werd op dat front ondertussen wel winst geboekt: in plaats van €500 miljard subsidies werd het €390 miljard, de controle op de aanwending door de Commissie wordt verscherpt en Nederland behoudt zijn korting van bijna €2 miljard per jaar. Maar de prijs is, dat de door Nederlands toedoen verlaagde begroting ten koste gaat van technologie, innovatie en de Green Deal, de juist door Nederland gekoesterde begrotingsposten.

5.          Een kantelpunt,  nu de uitwerking. Inclusief Nederland!

Een gezamenlijke persconferentie van Merkel en Macron op 21 juli maakte eens temeer duidelijk, hoeveel Duitsland en Frankrijk politiek in dit huzarenstuk hebben geïnvesteerd. Ook is de snelheid van besluitvorming door toedoen van Merkel uitzonderlijk. Het is een kantelpunt. Het is nog onduidelijk, of Nederland hierin meegaat. In ieder geval broeit er een en ander, zoals bijvoorbeeld het verrassende en baanbrekende pleidooi van de President van de Nederlandsche Bank, Klaas Knot.[3] Het is een moedig verhaal. Veel argumenten, die bij onze oosterburen tot een omzwaai hebben geleid, worden ook door Knot consequent en helder voor het voetlicht geplaatst. In zijn conclusies bepleit hij onder meer een verdieping van de EMU, waardoor een verder dreigende scheefgroei tussen Noord en Zuid wordt voorkomen. De binnenmarkt zelf en de EMU zijn immers in het geding. En nationalisme en populisme dreigen. Dat stelt niet alleen eisen aan Zuid-Europa, maar ook aan Duitsland en Noord-Europa. Álle landen zijn sámen verantwoordelijk in een gemeenschappelijk kader en dit vereist méér Europa, waarin iedere lidstaat al naargelang de stand van zaken de eigen ontwikkeling effectief ter hand moet nemen.

We mogen, zoals gebruikelijk bij een akkoord op hooflijnen, bepaald de ogen niet sluiten voor de nodige politieke problemen bij de uitwerking: beantwoorden de projecten en hervormingen aan de juiste vereisten van modernisering van de economie en komt er voldoende binnen een paar jaar op tafel? Krijgt de Commissie voldoende doorzettingsmacht? Wordt de inkomstenkant goed geregeld? Komt verbetering van de arbeidsproductiviteit in grote delen van Zuid-Europa, achilleshiel van de ontwikkeling, eindelijk van de grond? Wat komt er terecht van het criterium van de rechtsstaat, dat plotseling is doodgezwegen? Hoe ieders verantwoordelijkheid te definiëren en hoe daaraan de hand te houden? Vragen en dilemma’s te over. Alleen politiek leiderschap op grond van een samenvattende visie kan de EU in een nieuw vaarwater brengen. Het doel is duidelijk: hoe een stabiel, geloofwaardig en robuust Europa in de wereld zeker te stellen. Correcte uitvoering over jaren vereist vanaf nu voldragen leiderschap van álle 27 en de Commissie. Het is een zelden vertoonde testcase, die consequente politieke wil en optreden vereisen. Ook dus van Nederland.

De partijprogramma’s voor de komende verkiezingen zijn in voorbereiding. Daarin zal naar mijn mening, in een aantal gevallen de bocht moeten worden gemaakt van (gematigd) euroscepticisme naar een volwassen acceptatie van de eisen van de tijd, met name met het oog op de nog flink tekort schietende interne Europese ontwikkeling én de prioriteit van een robuust Europa in  wereldverband. Het nieuwe motto van Solidariteit en Autonomie moet ook voor Nederland gaan gelden. 

Den Haag,

6 september 2020


[1]             A Franco-German Manifesto for a European industrial policy fit for the 21st Century

[2]             Een verwijzing naar Alexander Hamilton, the first American Secretary of the Treasury, die in 1790 de ruziënde partijen wist te verenigen individuele oorlogsschulden van de vroegere koloniën om te zetten in gemeenschappelijke verplichtingen van de federale Unie, algemeen beschouwd als een beslissende stap naar het Amerikaanse federale regeringsstelsel.

[3]             Zie de Schoolezing van 1 september jl. en het interview van de President van DNB in de Volkskrant van 2 september.

Europese BewegingSolidariteit en Autonomie
read more

Blijft de Coronacrisis voor grensproblemen zorgen?

Mijn eerste buitenlandse vakantiereis na de lock-down begin juli voelde een beetje als een expeditie naar het onontgonnen Oost-Europa na de Val van de Muur. Een verlaten grenspost bij Zevenaar, die je gewoon bleek te kunnen passeren, zonder pascontrole, visa, vragenlijsten of zoiets!

   In de twee weken dat ik door de Oberpfalz en de Bayrische Wald ben rondgetourd, ben ik maar drie Nederlandse auto’s tegengekomen. Oostenrijkse waren even schaars, en Duitse uit andere regio’s eveneens. Veel hotelletjes waren nog gesloten, of ik was er de enige gast, van wat rondtrekkend werkvolk afgezien. Ik werd zelfs één keer door de politie aangehouden – zonder concrete reden, de net niet letterlijk zo uitgesproken vraag was wat een Nederlandse auto hier eigenlijk deed. “Ach, Urlaub – ja das geht natürlich auch”. Zo’n beetje als in de jaren vijftig, toen je nog toeterde als je achter Zevenaar landgenoten tegenkwam.

   Nu her en der de besmettingscijfers in Europa weer oplopen, rijst de vraag of de Europese landen er ditmaal wel in slagen om hun onderlinge beleid beter op elkaar af stemmen. In de paniek van maart leidden overhaaste eenzijdige nationale maatregelen er immers regelmatig toe dat buurlanden voor het blok gezet werden. In de grensregio’s ontstonden herhaaldelijk problemen, toen bewoners van de enige dag op de andere moeilijk meer naar hun school, werk of bakker aan gene zijde konden komen.

   Waar de grens met Duitsland dankzij bijtijds overleg tussen Den Haag en Düsseldorf niet echt dicht ging, waren er aan de Nederlands-Belgische grens regelmatig spanningen. Winkels die door geblokkeerde wegen onbereikbaar werden, Belgische autoriteiten die met drones zelfs wandelpaden bewaakten om maar elke plots ‘illegaal’ geworden grensoverschrijding te verhinderen.

   De meest absurde situatie ontstond – voorspelbaar – in de beide Baarles, waar bepaalde Nederlandse winkels wel openbleven, en soortgelijke Belgische dicht moesten. In de plaatselijke Zeeman was het herenondergoed onbereikbaar geworden omdat die afdeling zich op Belgisch territorium bevond en met een lint was afgesloten. Het is een brevet van bestuurlijk onvermogen dat men er niet in geslaagd is hier snel voor beide dorpen dezelfde regels te laten gelden.

   Aangezien Europa, anders dan bijvoorbeeld een liniaal-continent als Australië,  tal van grillig verlopende grenzen kent, zal ook elders wel eens een dergelijke medische ‘souvereiniteitsoverdracht’ nodig zijn om zaken soepeler te laten verlopen. In de Beierse Allgäu ligt bijvoorbeeld het Kleinwalsertal, waarvan de laatste dorpen weliswaar Oostenrijks zijn, maar wel – omdat je het over de weg alleen via Duitsland kunt verlaten – al vanouds tot het Duitse tolgebied behoren. Het enige wat het onvermogen inzake de Baarles nog een beetje verexcuseert is dat zelfs de almachtige Napoleon er indertijd niet uitgekomen is.

   Laat overigens duidelijk zijn: het nemen van de meeste gezondheidsmaatregelen kan Brussel op zich beter aan de nationale hoofdsteden overlaten. Een eenheidsworst voor de hele Schengenzone van de Noordkaap tot Gibraltar is onwenselijk. Enerzijds omdat de uitbraken vaak zeer lokaal zijn – en zodoende inmiddels ook tot veel meer regionale differentiatie in het maatregelenpakket bínnen landen leidt – en niet geheel los staan van diepingesleten culturele patronen, wat gevolgen moet hebben voor een effectieve aanpak ervan; in Spanje en Italië bestaan nog veel meer driegeneratiehuishoudens en leeft men vanwege de klimatologische omstandigheden een groot deel van het jaar op straat (iets dat met de klimaatverandering in het noorden natuurlijk kan gaan verschuiven).

   Anderzijds is, in het verlengde daarvan, ook de acceptatiebereidheid onder de bevolking van bepaalde maatregelen cultuurgebonden. In het meer individualistische, egalitaire protestantse noorden moet meer een beroep op de eigen verantwoordelijkheid worden gedaan, in het collectivistischer hiërarchische katholieke zuiden schikt men zich makkelijker naar van bovenaf opgelegde regels en directieven. Alleen al het taalgebruik van de divers regeringen is veelzeggend: in Parijs verklaart men het virus in oorlog, in Londen luidt het credo ‘keep calm en carry on’, in Berlijn legt Merkel het beleid nuchter uit, en in Den Haag doen we vanouds alles samen.

   Maar er zijn ook een aantal zaken de beslist wèl het best gezamenlijk op Europees niveau geregeld kunnen worden, dus nog los van een betere afstemming tussen twee buurlanden voor praktische kwesties in de grensregio, zoals Antwerpenaren die nu een terras in Breda pakken omdat dat wel open is, en Nederlandse jongeren die naar Knokke afreizen omdat de alcoholgrens er op 16 en niet op 18 ligt. Te denken valt aan gezamenlijke Europese fabricage van basale medische goederen om voortaan minder afhankelijk van China te zijn.

   Nu urgent in deze zomermaanden: gezamenlijke afspraken over welke landen en regio’s binnen en buiten Europa veilig en niet-veilig zijn, zodat niet iedereen nog langer zijn eigen code-oranje-systeem hanteert, waardoor Nederlanders van Den Haag uit Kroatië moeten vertrekken terwijl Belgen van Brussel mogen blijven. Vooral als het de toelating van touristen en andere bezoekers uit niet-Europese landen betreft is één lijn trekken wenselijk opdat de interne Europese grenzen (die in het voorjaar vaak in paniek dichtgegooid werden) open kunnen blijven, wat zowel voor het goederen- als voor het werknemersverkeer essentieel is.

   En stel vooral ook overal uniforme testmaatregelen op de luchthavens in, waarbij tevens door een stevige Europese kerosinebelasting aan het milieu-onvriendelijke stuntprijzenbeleid van Easyjet en Ryanair (die bovendien veel corona-riskante stedenkroegentochttrips genereren) een einde wordt gemaakt.

Thomas von der Dunk, 11 augustus 2020 

Europese BewegingBlijft de Coronacrisis voor grensproblemen zorgen?
read more

Den Haag zal in Brussel door de pomp moeten

Afspraak is afspraak, en aan vage beloftes hebben we niets. Die horen we al decennia lang. Met vrome intenties en een tot niets verplichtende inspanningsverplichting kunnen we geen genoegen meer nemen: resultaat willen we zien! Al die eindeloze pogingen tot lijntrekkerij in Rome om maar onder pijnlijke hervormingen uit te kunnen komen, zijn onacceptabel. Dat was de boodschap van het Nederlandse kabinet toen de Italianen vanwege de coronacrisis om steun aanklopten: U bent in Brussel akkoord gegaan met Europese begrotingsrichtlijnen, dus die moet U ook uitvoeren.

   Het was afgelopen week ook de boodschap van de commissie-Remkes aan datzelfde kabinet: afspraak is afspraak, en aan vage beloftes hebben we niets. Die horen we al decennia lang. Met vrome intenties en een tot niets verplichtende inspanningsverplichting kunnen we geen genoegen meer nemen: resultaat willen we zien! Al die eindeloze pogingen tot lijntrekkerij in Den Haag om maar onder pijnlijke hervormingen uit te kunnen komen, zijn onacceptabel. U bent in Brussel akkoord gegaan met Europese stikstofrichtlijnen, dus die moet U ook uitvoeren.

   Kortom: premier Rutte die premier Conte iets verwijt: dat zijn de pot en de ketel. Als de laatste boter op zijn hoofd heeft, heeft de eerste dat ook – en evenveel. Zo niet nog meer, omdat Rutte er al veel langer zit. En in beide gevallen is de reden dat die afgesproken hervormingen uitblijven dezelfde: angst voor grote tegenstand onder die delen van de eigen bevolking die de rekening mogen betalen, en dus voor mogelijke verkiezingswinst voor extreem-rechtse populisten.

   Want die afgesproken hervormingen hebben een prijs. Alleen heb ik dan meer begrip voor de protesten van Italiaanse burgers met kleine inkomens die door drastische bezuinigingen massaal in armoede vrezen te vervallen, dan voor een handvol uiterst welvarende Nederlandse boeren die met hun trekkerterreur al één provinciebestuur in de capitulatiestand hebben weten te dwingen. Waarbij niet alleen komt dat begrotingstekort en betalingsbalans uiteindelijk financiële abstracties zijn – en honger, kou en dakloosheid niet – maar ook dat de klimaatverandering niet wacht tot Baudet natte voeten krijgt, zoals in Brussel Ursula von der Leyen en Frans Timmermans wèl beseffen.

   “Neem deze keer echt eens een risico, Rutte”, aldus Tom-Jan Meeus in zijn NRC-column van 28 mei – dus durf eens voor het collectieve Europese belang te staan. “Het zit hem in het leiderschap”, aldus zijn collega Caroline de Gruyter vijf dagen eerder, waarbij zij hem terecht Angela Merkel als lichtend tegenvoorbeeld voorhoudt. En dat is de kern van het Nederlandse probleem: Rutte heeft in tien jaar premierschap nooit enig leiderschap getoond, nooit enig risico dat mogelijk zijn eigen populariteit in de waagschaal zou kunnen stellen durven nemen, van die ene dividendbelastingsmiskleun afgezien.

   Bij alle grote morele vraagstukken is hij tien jaar lang onder tafel gedoken – dezer dagen herinnerden de antiracisme-protesten ons daar opnieuw aan. Wie nu pas door krijgt dat Zwarte Piet een probleem kan vormen, heeft enige decennia weggekeken. Wegkijken geldt ook voor het milieudossier, van agrarische industrie tot vliegverkeer. Steeds onverplichtende intenties, waarbij doorzichtig cijfergesjoemel wordt getolereerd. Voor geen naoorlogse premier geldt zo sterk het adagium ‘Ik ben hun leider, dus ik moet hen volgen’ als voor hem. Pas als het volk in meerderheid iets anders gaat vinden, beweegt Rutte ook.

   Dit totale gebrek aan leiderschap zien we niet alleen in de stikstofcrisis, maar ook in Europa. Het is verontrustend hoe gemakzuchtig anti-Europees VVD en CDA zijn geworden – en op hoe weinig weerwerk dat in eigen gelederen stuit. Zeker bij het CDA, dat in dat opzicht toch een traditie heeft hoog te houden en met Van den Broek, Bot en Verhagen ook aanmerkelijk uitgesprokener Europeesgezinde ministers van Buitenlandse Zaken heeft geleverd dan de VVD na Van Aartsen met Rosenthal, Zijlstra en Blok, bij wie niet de brede politieke blik, maar het beperkte handelsbelang overweegt. Het departement van Buitenlandse Zaken geeft t.a.v. Europa thans te weinig tegenwicht, omdat de zittende bewindsman de eendimensionale monetaire kijk van Financiën deelt.

   In de gevaarlijke misvatting dat Den Haag hetzelfde gewicht heeft als Londen heeft het kortzichtige koppel Rutte-Hoekstra Nederland – dat juist als handelsland als vrijwel geen andere lidstaat baat heeft bij de EU en belang bij welvarende Zuideuropese afnemers! – nu in de dode hoek van vier dwarsliggende dwergen gemanouvreerd, waar het alleen maar met veel gezichtsverlies uit weer zal kunnen komen. Dat, nu Duitsland onomwonden voor Europa kiest, Nederland zijn ‘njet’ niet zal kunnen volhouden, is evident. Men krabbelt ook al wat terug.

   Rutte heeft, uit electorale angst voor Wilders, herhaaldelijk met denigrerende platitudes over de Europese commissie (“een feestcommissie op zoek naar een feest”, dat niveau – en dat voor een premier!) de groeiende anti-Europese stemming op het Binnenhof gevoed. Zeker: hij wil niet de EU uit. Maar dat wilde Cameron, die precies datzelfde goedkope nationalistische sentiment bespeelde en daarmee vervolgens onbeheersbare krachten opriep, evenmin.

   Gevolg daarvan is dat nu zo’n zeventig procent van de Nederlanders de botte lijn van Rutte en Hoekstra in Brussel steunt. Hoe die dat straks op de camping in Italië of Spanje, waarheen men nu weer massaal opbreekt, uit gaan leggen? Of geldt hier, met een variant op Annemarie Jorritsma inzake Frankrijk: leuk land – vooral al die zon is fijn – maar jammer van de mensen die er wonen? Bij een demonstratie in het Noorditaliaanse Vittorio Veneto werden Nederlandse journalisten onlangs al vijandig bejegend. Ik krijg daarvoor steeds meer begrip.

Thomas von der Dunk, 16 juni 2020

Europese BewegingDen Haag zal in Brussel door de pomp moeten
read more

Europa moet vuist tegenover China en Amerika maken

   Laten we beginnen met in deze bizarre tijden ons in Europa gelukkig te prijzen dat wij hier te maken hebben met een overheid die bij de oplossing van de coronacrisis de oplossing zelf centraal stelt, en niet met criminele autocraten als Xi, Poetin, Bolsonaro en Trump, die bereid zijn om het leven en welzijn van duizenden ingezetenen te offeren aan het behoud van hun macht. Bij alle onderlinge verschillen qua aanpak tussen de Europese regeringen, en ongeacht de nonchalance in Westminster tot Boris Johnson zelf op de intensive care belandde (waarvoor de Britten inmiddels de prijs van het hoogste aantal Europese doden betalen), moet dat vooropstaan. Ook in Den Haag kwam men overigens wat traag op gang – anders dan in Berlijn, waardoor in Duitsland het aantal slachtoffers veel meer kon worden beperkt.

   Desondanks zijn we in Europa in zo’n crisis beter af dan vrijwel overal elders op de wereld. Je zult als Chinees maar te maken hebben met een totalitair regime, waarvan het dogma van de onaantastbare onfeilbaarheid van de Partij impliceert dat de uitbraak van een dodelijk virus door de lagere autoriteiten lang niet kan worden toegegeven en artsen die alarm slaan van de aardbodem verdwijnen. Het verklaart het lang aanhouden van de aanvankelijke verdoezelpogingen in Wuhan om pijnlijk falen te verhullen, een aandrang die als zodanig natuurlijk niet wezenlijk verschilt van de Haagse inzake Hawija.

   Je zult als Rus maar te maken hebben met een macho in het Kremlin, die lang elk probleem ontkent om zijn plebiscitaire Machtergreifung met bijbehorende megalomane overwinningsparade door te kunnen drukken, en waar medici die ernstige tekorten in de ziekenhuizen signaleren, als ‘saboteurs’ worden gesanctioneerd. Je zult als Braziliaan maar te maken hebben met een soort Bokito die de corona-epidemie tot een communistische hoax verklaart en zich met veel borstgeroffel op zijn eigen sportieve gestel beroept om elke preventieve maatregel voor onzinnig te verklaren.

   En je zult als Amerikaan maar te maken hebben met een narcistische kleuter als president, die in vier jaar tijd meer leugens dan al zijn voorgangers in twee eeuwen bijelkaar heeft geventileerd, zijn bevolking het slikken van een ontsmettingsmiddel adviseert, zijn incompetentie met hol gebral over fantastische eigen prestaties compenseert, elke kritische journalist demoniseert, en stelselmatig zijn positie misbruikt om bij de toewijzing van medische goederen politiek bevriende gouverneurs te belonen dan wel zich op andere te wreken, waarbij hij niet schroomt de bevolking tegen hen op te hitsen, zodat ultra-rechtse gewapende milities ongestraft het State Capitol in Michigan kunnen binnendringen. Dat gaat nog een stapje verder dan FDF-boeren die het Brabantse provinciehuis met een handvol trekkers tot politieke capitulatie weten te bewegen.

   De ontsporing van Amerika is voor Europa uiteraard het grootste probleem, omdat Trump geen bondgenoten accepteert, maar de wereld in vijanden en dienaren onderverdeelt. Op basis daarvan tracht hij, net als Xi en Poetin, Europa uit elkaar te spelen, omdat hij tegenover een gesloten Europees blok moeilijk op kan, en afzonderlijke landen veel makkelijker in te pakken zijn. Londen heeft hij al half in zijn netten gevangen, en de beoogde ommekeer van de relatie tussen ex-moederland en ex-kolonie werd al vorig jaar op symbolische wijze duidelijk toen de familie Trump zich al selfie-schietend bij een staatsbezoek in Buckingham Palace gedroeg alsof dat nu de dependance van het Witte Huis geworden was. 

   Zeker in het licht van de opmars van China is die Amerikaanse ontsporing een probleem. China vormt inmiddels amper een geringere bedreiging voor Europa dan de Sovjet-Unie ooit was. Geen militaire, maar een economische – wat de Russen ook in Stalins tijd nooit waren – en daarmee uiteindelijk een veel grotere, omdat de omvang van de economische macht uiteindelijk die van de politieke macht bepaalt. Zo marxistisch geschoold om die correlatie onder ogen te zien mogen we ook in het Westen nog wel zijn. Afgezien van het geleidelijk opzuigen van eerst Hong-Kong en straks Taiwan, is China niet op territoriale expansie uit, maar wel op onaantastbaarheid, ook van het eigen totalitaire systeem: landen die zich ‘vriendelijk’ gedragen worden beloond, kritische geïntimideerd.

   Het paait en dreigt, ook in deze coronacrisis, door naar believen gunsten en straffen uit te delen, ten einde de buitenwereld in het Chinese gareel te dwingen. Het weet door gebrek aan interne Europese solidariteit en coördinatie daarbij ook in Europese hoofdsteden binnen te dringen. Dat is op zich voor een supermacht natuurlijk niets nieuws; ook de Verenigde Staten hebben na 1945 decennialang wortel en stok gehanteerd – tegenover de Marshallhulp voor de braven stond steun aan coups (Iran 1953, Cuba 1961, Chili 1973) in landen die van de Amerikaanse kar dreigden af te springen. En wee de tegenstanders van sacrosanct Israël!

   Alleen had Europa daar toen baat bij, en dreigt thans gevaar. In dat opzicht dient het eindelijk geopolitieke lessen uit de coronacrisis te durven trekken, omdat – gezien de rel over het Commissierapport inzake Chinese desinformatie – Beijing niet schroomt om ook Brussel onder druk te zetten. Dat betekent: de opbouw van eigen strategische reserves en een einde aan dat goedkope just-in-time-uitgangspunt waarbij de productie van essentiële goederen aan lage-lonen-landen is uitbesteed.

   Noch voor mondkapjes, noch voor cruciale technologie (Huawei!) dienen we van de goodwill van China of Amerika afhankelijk te zijn. Daar dient Europa één lijn te trekken, en moeten de lidstaten ophouden om steeds voor hun eigen particuliere voordeeltje te gaan – ook Nederland. Financiering van die opbouw kan geschieden door een forse Europese belasting op kerosine en Amerikaanse ICT-giganten.

Thomas von der Dunk, 19 mei 2020 

Europese BewegingEuropa moet vuist tegenover China en Amerika maken
read more

‘Wees eerlijk met Europa’ door Erik van der Kooij

De Europese Unie is een uniek experiment in een oud continent. We hebben leden van de EBN gevraagd wat hun mooiste herinnering aan de EU is; we hebben hun ook gevraagd wat hen heeft bewogen heeft lid te worden van de EBN; en wat hun wens/hoop voor de toekomst van de EU is (die door de huidige crisis in een nieuw licht komt te staan).

De eerste bijdrage is van Erik van der Kooij, directeur Stichting Feeling Europe

Erik van der Kooij

35 Jaar lang, zo ongeveer tussen mijn 20e en 55e, heeft Europa en het idee bij mij niet voorop gestaan. Het was er en dat was het. In mijn schooljaren kregen wij les over Europa (“Wereld in Wording” en ”Speurtocht door de eeuwen”). Toen werd al geleerd over “Ondergang van het Avondland”, de vitaliteit van de Westerse beschaving vanwege de situatie van Europa na WWII en over bezinning op waarde en betekenis van de Europese beschaving voor heden en toekomst. Men zocht naar het essentiële van Europa, waardoor het zich onderscheid van de rest van de wereld.

Maar mijn ware inzicht? Dat begon pas na 35 jaar te groeien.

Werk, inkomen en gezin werden belangrijk. Pas met verandering in respect voor de concepten van normen en waarden en later met de manie-fase van de klassieke financiële zeepbel ging ik op zoek naar een contrapunt om ideeën op te doen. Dat vond ik door de NEXUS-conferentie “Europe, A Beautiful Idea?” in 2004 en later, in januari 2006, tijdens de vervolgconferentie “The Sound of Europe”.   Daar werden fundamentele vragen besproken over de toekomst van Europa, Europese waarden, identiteit, eenheid en cultuur en verschillende vormen van vervlakking in de samenleving.

De Europese Commissie, het Nederlandse (2004) en Oostenrijkse (2006) voorzitterschap van de EU en persoonlijkheden uit de wereld van politiek, wetenschap, kunst en de media bediscussieerden vooruitzichten en voorstellen om vooruitgang te boeken op het Europese project met het oog op mondiale uitdagingen. En ook toen werd het onbehagen en de scepsis die mensen over Europa uiten aangepakt en werden onderliggende oorzaken geanalyseerd:

Europa is meer dan een markt en een eenheidsmunt, de Europese geest ontbreekt, Europa lijdt aan een identiteitscrisis, je wordt pas bewust van waarden als je ze verliest, de EU heeft haar burgers ergens onderweg verloren, angst, onzekerheid en nationalisme komt weer op, wat gaan de Europese landen doen aan sociale uitsluiting, willen we een mooi museum maken of willen we ook een speler zijn in de wereld.”

Het was indrukwekkend en inspirerend. Na afloop van de conferentie “The Sound of Europe” ontving ik van Wolfgang Schüssel een dankzegging:

What seems of particular relevance to me is that we have started a process which, also through your personal efforts,  helps to improve the communication with the citizens of Europe, thus laying the basis for a better understanding between institutions and citizens.”

Voor verder vervolg maakte ik een afspraak bij de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland, die mij in contact bracht met de EBN. Sinds 2007 ben ik actief met bedenken van oplossingen en bevorderen van Europese waarden en zaken met als doel zowel levensomstandigheden als menselijke conditie te verbeteren.

De EU is nog jong, vooruitgang is een proces van generaties. Kijk naar de VS hoe daar vanaf 1776 tot vandaag de samenleving en politiek zich ontwikkelt. Er zijn veel kwesties en veel conflicten om macht, geld en aanzien, maar gelukkig ook grote geesten die verbinden. Dat laatste geeft een verwachting dat bepaalde gewenste gebeurtenissen zullen plaatsvinden.

Wij leven met elkaar op een gemeenschappelijk gebied waar debatten, discussies en dialogen plaatsvinden, burgers in vrede leven en veel individuele vrijheid en sociale bescherming genieten, maar stappen met elkaar soms ook weer achteruit, mede ingegeven door de visie van de natiestaat als culturele en politieke gemeenschap. Deze draagt ongetwijfeld bij tot het gebrek aan wil om soevereiniteit in het algemeen en op een aantal sleutelgebieden in het bijzonder te delen en controle op staats- en lokaal niveau te behouden.

Tegenwoordig beseft een grote minderheid niet meer voldoende de meerwaarde van Europese samenwerking of is er onverschillig voor, demagogen roepen tegen kiezers die zich onzeker voelen over hun eigen toekomst in een dwalende wereld “neem de controle over de eigen bestemming terug”, de constructie van de euro bleek niet soliede genoeg, economieën bleven achter en beheer van buitengrenzen bleek onvoldoende. Er groeide ernstige sociale onrust.

De Europese Unie is een organisatie met leden die hetzelfde doel voor ogen hebben, een groep samenwerkende staten met onafhankelijkheid. Maar,

“de strijd om de ziel van Europa gaat door. We moeten van ons land houden, maar we moeten ons gemeenschappelijke huis, Europa, beschermen, anders zouden we worden blootgesteld aan de stormen van de geschiedenis” zeiden Merkel en Hollande op het jubileum van Verdun op 29 mei 2016.

Hoe kunnen wij vooruitgang boeken? Wat zou een routekaart voor de EU kunnen zijn?

  • een modern sociaal contract en werken aan een goede invulling van Europese solidariteit;
  • voorbereiden op toekomstige veranderingen: een nieuw sociaal-economisch model met gebruikmaking van innovatieve digitale technieken, alsmede nieuwe trends op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen;
  • vastleggen van belangrijke kwesties in gemeenschappelijke politieke overeenkomsten (bijv. over vervuiling, energie, SDG’s,);
  • volwaardig meedoen op het “Grand Chessboard”;
  • blijven richten op uitbreiding;
  • zorgen voor de ziel en het gebied van Europa (de grootse geschiedenis en cultuur);
  • onafgemaakte zaken voltooien (euro-eenheid, Schengenacquis, …);
  • verder werken aan een modern bestuur voor de EU.
Kort na WWII, in 1948, werd een groot congres van Europese federalisten gehouden in Den Haag; onder andere de EGKS en EEG, voorlopers van de EU, en de EBN werden naar aanleiding van daar besproken denkbeelden opgericht voor een steviger vorm van samenwerking.   Gezien het 70 jaar lange profijt van dat concept moeten wij doorgaan op die weg, besluiten op het meest geschikte niveau nemen, verder werken aan toename van sociale cohesie, aan versterken van soliditeit van de Europese constructie en van burgerschapszin, zodat we uiteindelijk kunnen zeggen wij zijn Europeanen.

Laten wij blijven vechten voor het behoud van Europese samenwerking!

E. (Erik) van der Kooij 
Directeur stichting Feeling Europe

Europese Beweging‘Wees eerlijk met Europa’ door Erik van der Kooij
read more

Het gezag van Den Haag in Brussel: nul

Zou het niet aanbeveling verdienen om Nederlandse ministers van Financiën eerst een cursus diplomatieke omgangsvormen te laten volgen, alvorens ze voorbij Zundert en Zevenaar vrij te laten? De onhandige opmerkingen beginnen langzaam toch wel op te vallen.

   Eerst was er Wouter Bos, die bij de ondergang van het Nederlands-Belgische conglomeraat Fortis tot verontwaardiging van onze zuiderburen verkondigde dat Nederland de gezonde delen had weten in te pikken – waarbij mij eigenlijk nooit duidelijk is geworden of de Belgen zo boos op Bos waren omdat ze vonden dat hij ongelijk had of omdat hij juist gelijk had, dus of zij zich nu door hem beledigd of door hem bedonderd voelden.

   Dan was er Jeroen Dijsselbloem met zijn ‘geld voor drank en vrouwen’ als Italiaanse en Griekse prioriteit, en Jan Kees de Jager, die trots verkondigde “I am Dutch, so I can be blunt”: ongemanierdheid als bijzondere nationale kwaliteit. Dat constateerden buitenlandse bezoekers aan de Republiek overigens al in de Gouden Eeuw: een volk van lompe mannen, hondsbrutale vrouwen en slecht opgevoede kinderen. Wie in het Precovidium op een Zuideuropese camping rondliep moest constateren dat Nederland in dat opzicht nog steeds het Olympisch goud verdient.

   Bij de horkerige gelijkhebberigheid van Wopke Hoekstra vallen alle voorgangers echter in het niet. In de catastrofale situatie waarin Noord-Italië verkeert met het vingertje gaan zwaaien: dat is alsof een ambulance na een verkeersongeluk met bloedende slachtoffers in de berm pas hulp wil bieden, nadat eerst is vastgesteld dat hun auto niet te hard reed, de inzittenden hun gordels omhadden, de verzekering in orde was en een recent APK-keuringsbewijs kan worden overlegd. Ja, zo werkt het inderdaad half in de Verenigde Staten, een soort Derde-Wereld-ontwikkelingsland met een zelfzuchtige steenrijke bovenlaag en een erbarmelijke publieke infrastructuur, waar een groot deel van de bevolking in geval van nood crepeert en het gezondheidsstelsel nu door de hoeven zakt.

   Stuitend is ook het gemak waarmee Den Haag altijd meent dat de anderen maar even wat sociale offertjes moeten brengen om hun begroting op orde te brengen, onder het motto: dat hebben wij toch ook gedaan. Om te beginnen: Spanje en Griekenland hébben dat gedaan – met een enorme jeugdwerkeloosheid en verarming van grote delen van de bevolking tot gevolg. In Griekenland gaat het om een welvaartsverlies van dertig procent.

   En die Nederlandse offers? Misschien mag ik er aan herinneren dat bij de formatie in 2012 de VVD al bijna uitelkaar knalde toen voor de gegoede middenklasse een inkomensachteruitgang van drie procent in het vat zat. Profiteurs van alle ellende in Italië nu: Salvini in het noorden, de maffia in het zuiden. Met dank aan Nederland.

   “The Dutch are always right, but seldom relevant”, aldus een bekende wijsheid. Maar wat, als ook op dat eenzijdige gelijk best wat af te dingen valt? Ik noem maar even een paar kwesties waar Nederland internationale afspraken traineert of Europese regels niet nakomt, met een hele reeks smoezen: allereerst het belastingzwendelparadijs op de Zuidas, waarmee wij andere landen van hun fiscale inkomsten beroven. Dan de bijdrage aan de NAVO. Vervolgens het stikstofdossier, waar de rechter aan te pas moest komen. En zo is er nog heel wat.

   De botheid van Hoekstra en Rutte – denk ook aan diens schofferende leesgedrag tijdens de Eurotop eind februari, die hem van Merkels zijde op het commentaar ‘kinderlijk’ kwam, te staan – kan misschien een Trump zich een tijdje veroorloven, vanwege het soortelijk gewicht van Amerika, ofschoon het zich ook in dat geval onvermijdelijk uiteindelijk tegen Washington keren zal. Maar Nederland kan zich dat niet, en als geen Italiaan straks nog een tulp uit Aalsmeer blieft, heb ik daarvoor alle begrip.

   Misschien dat het kabinet de voorspelling van het IMF tot zich door wil laten dringen: als handelsnatie gaat Nederland straks meer dan bijna welk ander land ook economisch onderuit. Voor succesvolle handel – anders dan voor een meer autarkische industrienatie – is ook goodwill bij de potentiële partners nodig. En ook al lijken de plooien na de halfbakken excuses van Hoekstra naar buiten toe nu eventjes glad gestreken, die goodwill is voorlopig weg en dat krijgen we straks op ons brood. Dat Berlijn zich zo scherp uitlaat, zegt voldoende.

   Een van de grote problemen is dat men in Den Haag niet door heeft dat men na de Brexit met zijn monetaire rigiditeit de facto alleen is komen te staan. De Duitsers leggen nu even andere prioriteiten, omdat hun zienswijze op Europa zich niet tot de in Nederland dominante armoeiige economische beperkt. Hier wreekt zich het ontbreken van enige geopolitieke visie in Den Haag, tot groot genoegen van Trump, Poetin en Xi, die Europa het liefst uit elkaar spelen. Hier wreekt zich ook de electorale doodsangst voor extreem-rechts, die eerst de VVD, en inmiddels ook het CDA, tot een de facto anti-Europese koers heeft gebracht. In de Tweede Kamer is het openlijke besef dat Nederland met 2 promille van de wereldbevolking niet in z’n eentje deze crisis kan oplossen, inmiddels beperkt tot GroenLinks, de PvdA en – halfslachtig, want de coalitie mag niet vallen – D66 plus de ChristenUnie.

   Men mag hopen dat het CDA bijtijds snapt dat het, als het straks een lijsttrekker als premierskandidaat moet kiezen, niet in Europa met Hoekstra aan kan komen, omdat die zich daarvoor volledig heeft gediskwalificeerd. Terugblikkend is het overigens even verbazingwekkend dat ooit verondersteld is dat iemand die, zoals Rutte nu, op cruciale momenten zo weinig in staat is om over de eigen nationale schaduw heen te springen, geschikt zou zijn als voorzitter van de Europese Unie.

Thomas von der Dunk, 14 april 2020

Europese BewegingHet gezag van Den Haag in Brussel: nul
read more

Wordt de natte droom van Baudet nu echt werkelijkheid?

Veilig opgesloten binnen de eigen grenzen, waar alleen Den Haag nog over gaat, niemand meer het land in, bijna alle buitenlandse werknemers terug naar huis, de ‘dictatoriale’ Europese Unie gereduceerd tot wat handelscontacten, de moskeeën dicht, en de culturele sector van links-elitaire subsidieslurpers in puin: wordt de natte droom van Wilders en Baudet nu werkelijkheid?

   Wel, zou ik tegen hun kiezers zeggen: kijk uit waarvan je droomt. Dit is wat die droom van veilige gesloten grenzen, waarbij ieder land heel souverein zijn eigen ding doet, óók betekent: geen bruinbakvacanties op Spaanse stranden, een volledig vastlopende economie, want we kunnen het echt niet meer als Nederland alleen. Cruciale medische producten komen uit China: misschien uit diplomatiek oogpunt toch wat handiger om de eigen racistische sentimenten te bedwingen. De fabricage van veel goederen is zeer internationaal georganiseerd, zeker alle Europese economieën zijn nauw met elkaar verweven, en alleen voor wie de rest van zijn leven van zelfgekweekte bruine bonen wil leven, begint nu het paradijs.  

   En o ja: het Immense Vraagstuk van het handenschudden – tot voor kort het ijkpunt voor het ware Nederlanderschap – heeft zich nu ook vanzelf opgelost.

   In de huidige coronacrisis vallen de grote helden van Alt-Right als incompetente dilettanten door de mand. Figuren als Bolsonaro en Trump, die het virus als een hoax afdeden, als een tegen hen gericht complot, en wekenlang in een staat van ontkenning verkeerden, omdat zij de wetenschap als een bedreiging voor hun eigen bouwwerk van leugens beschouwen. ‘De mensen hebben schoon genoeg van deskundigen’, zo heette het in 2016 in het Brexitkamp, en dus zette Trump alle pandemie-experts die hij van Obama geërfd had, uit de nationale veiligheidsraad. Terecht zette Madame Tussaud in Amsterdam onlangs hém buiten de deur.

   In plaats daarvan kregen we een bigotte kwezel als vice-president Pence, die als gouverneur van Indiana bij een aids-uitbraak vijf jaar meende dat het belangrijkste bestrijdingsmiddel bestond uit vurig bidden. Zulke godsdienstige gekte blijft niet tot het Witte Huis beperkt. In Iran bleven de heilige plaatsen in Quom eveneens veel te lang open om voor redding te bidden, terwijl die juist de belangrijkste besmettingshaard bleken; in Zimbabwe noemde de minister van Defensie het virus een straf van God voor westerse landen die zijn land met sancties belagen.

   Sowieso werd een opmerkelijke cultuurkloof tussen Europa en Amerika zichtbaar: sloeg men bij ons massaal pleerollen in, ginds volgde een run op wapenwinkels. Overigens: ook bij ons ontspoorde het Reformatorisch Dagblad, door in een onsmakelijk domineescommentaar het virus te presenteren als een Goddelijke oproep tot bekering. De ellende komt zogezegd allemaal omdat inzake abortus en euthanasie en homohuwelijk de Nederlandse grondwet nog niet naadloos met het SGP-partijprogramma samenvalt. 

   Zouden ‘de mensen’ nog steeds genoeg van deskundigen hebben? Interessant is de status als autoriteit die het RIVM en de WHO intussen hebben verworven. Enige maanden terug, toen de Brabantse boeren naar Bilthoven optrokken om de wetenschap hun waarheid op te leggen – je hoort ze nu even niet meer – was dat nog anders, en doken ook de Nederlandse Alt-Right-populisten op het Malieveld op. Plotseling prefereert men ook in die kring, na alle virologische zelfkazerij, intussen liever deskundigen boven dilettanten, ofschoon dat leerproces bij Baudet – de zelfbenoemde grootste intellectueel aller tijden – nog wat moeizaam verloopt.

   Ongeacht alle vallen en opstaan zijn de regeringen van Europese democratieën toch te verkiezen blijven boven ‘doortastende’ autocraten als Xi of Trump. Duidelijk is immers dat zowel China als Amerika aanvankelijk het probleem hebben genegeerd, omdat het eigen populariteitsbelang belangrijker werd geacht. Inmiddels hebben we een propaganda-oorlog tussen Washington en Beijing, waarbij men elkaar er min of meer van beschuldigd het virus gefabriceerd te hebben (en anders zit volgens Fox wel Soros of de Deep State erachter). En dan is er nog de perfide trollenfabriek van Poetin, van wie Baudet in Brussel de Britse buikspreekpop John Laughland tot fractie-assistent heeft benoemd.

   Desondanks zullen ook Europa en Nederland er niet aan ontkomen, om enige lessen te trekken. Aan vorige crises, van sars en ebola, waren we nog ontsnapt, en dat heeft toen niet tot bezinning geleid – evenmin als al die ziektes die aan het massale rondslepen van dieren verbonden zijn. Bij elk beest hebben we het wel een keer gehad: koeien, varkens, geiten, kippen. In dat opzicht zal ook de agrarische sector in exportland Nederland anders moeten – en het valt te hopen dat als straks die stikstofmaatregelen echt geïmplementeerd moeten worden, niet weer een deel van de regeringspartijen voor de eerste tractorterrorist door de knieën gaat.

   Twee hele concrete lessen tenslotte. Wat mij zorgen baart, is tot nu toe niet – van Italië afgezien – het aantal dodelijke slachtoffers. Dat is, hoe treurig ook, voor een pandemie toch echt nog minimaal. Ik bedoel: bij de Spaanse Griep van 1918 gingen heel wat meer mensen dood, om van de Zwarte Dood in 1348 te zwijgen. Nee: zorgwekkend is dat met duizend intensive care-patiënten het zorgsysteem al overbelast raakt. Een gebrek aan reservecapaciteit! Juist ook in Nederland: bijna nergens is het aantal ziekenhuisbedden per inwoners zo gering. Dat valt niet los te zien van het marktdenken, waarbij zorginstellingen steeds meer als bedrijven moeten functioneren, die vooral op zuinigheid afgerekend worden.

   Een gebrek aan reservecapaciteit ook waar het mondkapjes betreft, toch een vrij simpel product. Het marktstreven naar kostenreductie en efficiëntie heeft ertoe geleid dat die eigenlijk op slechts twee locaties worden gefabriceerd: in Wuhan en Noord-Italië. Ai! Leg als Europa voortaan niet meer alle eieren in één mandje.

Thomas von der Dunk, 23 maart 2020

Europese BewegingWordt de natte droom van Baudet nu echt werkelijkheid?
read more

Zit Europa straks aan tafel of staat het op het menu?

Zit Europa straks (nog) aan tafel, of staat het dan op het menu? Zijn de lidstaten zich wel van de urgentie van die vraag bewust? Wie momenteel het miezeriger gezever van de ‘Zuinige Vier’ over een paar promille – een paar promille! – extra voor de Brusselse begroting beziet, krijgt niet die indruk. Wil de EU in een steeds woeliger wereld overeind blijven, dan zal gezamenlijke slagkracht prioriteit moeten hebben boven nationaal profijt. Dat vergt dus ook wat van Nederland, waarvan de premier jarenlang verklaarde dat de EU er slechts voor de handel was.

De uitdagingen waarvoor Europa zich gesteld ziet, zijn mogelijk groter dan op welk moment sinds 1945 ook, en dat komt omdat Europa er nu in feite voor het eerst sindsdien alleen voor staat.

Dat is namelijk probleem nummer één: Amerika, dat onder Trump in ijltempo alle ordenende mondiale structuren afbreekt die het sinds Roosevelt zelf heeft opgebouwd. Met de impulsiviteit en infantiliteit van zijn president is het een onvoorspelbare factor geworden, een bedreiging voor de internationale stabiliteit. Sterker: Trump ziet zijn onvoorspelbaarheid zelf zelfs als een grote plus. Puur dankzij het gewicht van zijn land komt hij met zijn botte intimidatie bovendien een heel eind, wat hem in zijn gelijk bevestigt. De door hem veroorzaakte schade zal pas onder zijn opvolgers echt duidelijk worden. Zijn sympathie voor autocraten als Poetin en Bolsonaro, en zijn schoffering van democratische bondgenoten – van Canada tot Japan – weerspiegelt zijn eigen autoritaire inslag.

Met de jammerlijke mislukking van de impeachment-procedure zijn de Verenigde Staten in een bananen-democratie veranderd. Ofschoon een aantal Republikeinse senatoren erkende dat Trump zich aan machtsmisbruik bezondigd had, was dat voor hen geen reden voor afzetting te stemmen. Partijbelang gaat voor hen boven staatkundig fatsoen. Bij Trump versterkt dat het idee dat hij boven de wet staat, en de staat zijn eigendom is: ik ben democratisch gekozen dus ik mag doen wat ik wil. Zijn wraakzucht kent in het verlengde van zijn leugenachtigheid nu al geen grenzen.

Zal de kiezer hem dit najaar stoppen? Hoe overtuigend zijn de Democratische presidentskandidaten? Sommigen zijn voor Amerikaanse begrippen helaas te links om een kans te maken – ofschoon ook Obama en Trump indertijd eerst kansloos werden geacht – en anderen maken een uitgebluste indruk. En waar Buttigieg nog wel erg jong is, zijn Sanders, Warren en Biden juist wel erg bejaard. Wordt Amerika een gerontocratie zoals China er lange tijd eentje was? Ik weet, Konrad Adenauer was 73 toen hij voor het eerst bondskanselier werd, en hij hield het veertien jaar vol, maar toch. Sommigen opperen dat de Democraten voor Bloomberg moeten gaan. De ene miljardair tegenover de andere dus? Dan wordt de bananendemocratie Amerika een bananenplutocratie.

Als Trump herkozen wordt – en met die mogelijkheid moet serieus rekening gehouden worden – dan is zijn bewind meer dan een incident. Dan is het een fundamentele koersverlegging van de meest rauwe soort. Dat heeft consequenties voor de EU en de NAVO, voor de economie en voor de veiligheid. Trump laat wereldwijd voortdurend twijfel bestaan over Amerikaanse veiligheidsgaranties; de Koerden heeft hij al verraden. Anticiperen op het risico dat Europa alleen komt te staan is absolute noodzaak. Dat betekent dat in Brussel de nationale souvereiniteit ondergeschikt moet worden aan internationale samenwerking, omdat alleen zo de belangrijkste tegenstanders met hun verdeel-en-heers-politiek het hoofd geboden kunnen worden: militair een militair agressief Rusland, economisch een economisch agressief China.

Militair: een veel vergaander integratie van de nationale legers, zodat de middelen aanzienlijk efficiënter besteed kunnen worden, en alles goed op elkaar aansluit. Dat heeft voor Nederland bijvoorbeeld consequenties voor het aanschafbeleid – ontwikkeling van gezamenlijk Europees materieel, niet inkopen van Amerikaans (JSF!), waarmee men zich technologisch van Amerika afhankelijk maakt, en daarmee ook politiek. Gezien Poetins gestook in Oekraïne en Trumps flirten met Poetin is dat extra ongewenst.

Economisch: China koopt de wereld op. Het land is economisch succesvol, waar de groei in het Westen hapert – een groot verschil met West-Europa versus het Oostblok tijdens de Koude Oorlog. Alleen al door zijn soortelijk gewicht – bijna anderhalfmiljard mensen – vormt China daarmee op termijn een veel grotere bedreiging dan de Sovjet-Unie ooit kon zijn. Het is bovendien een totalitaire staat die dankzij technologisch vernuft een intern controlesysteem heeft kunnen opzetten waarvan Stalin slechts kon dromen. Het slaat inmiddels ook zijn tentakels naar Europa uit. Met het opkopen van de Griekse havenstad Piraeus heeft het Athene in de tang, wat krachtdadige Europese eensgezindheid jegens China frustreert.

Voor China is economie allereerst politiek – achter elk Chinees bedrijf van enige omvang staat de Chinese staat. Het wordt hoog tijd dat Europa in dat opzicht zijn naïviteit verliest, niet in de laatste plaats ook Nederland. Denk Huawei en ASML.

Dat betekent drie dingen: geopolitieke veiligheid moet vóór lucratieve handel gaan. Beslissingen op dit vlak voortaan in Brussel, niet in Den Haag – omdat alleen Europa als geheel voldoende gewicht heeft om Chinese en Amerikaanse druk te weerstaan. En een einde op het taboe op industriepolitiek: Europa moet zelf de nodige technologie ontwikkelen om niet langer van Google of Huawei afhankelijk te zijn. Weg dus met het verbod op ‘kartelvorming’ als dat erin resulteert dat cruciale Europese bedrijven op de Europese markt door Amerikaanse en Chinese giganten worden weggeconcurreerd.  

Thomas von der Dunk, 17 februari 2020  

Europese BewegingZit Europa straks aan tafel of staat het op het menu?
read more