Opinies

Overleeft het Verenigd Koninkrijk Boris Johnson?

Amper vier maanden zijn de Britten echt helemaal de Europese Unie uit, of het Vereningd Koninkrijk rammelt al aan alle kanten. Verkiezingen: de separatisten winnen in Schotland, Labour in Wales en Londen, de Tory’s in de rest van Engeland, inclusief de vervallen industriestad Hartlepool. Electoraal scheurt Groot-Brittannië steeds verder uiteen, versterkt door het districtenstelsel, omdat in delen van het land voor regering dan wel oppositie toch geen zetel te winnen valt.

   In Schotland heeft de SNP weliswaar net niet de absolute meerderheid in het parlement gekregen, maar met de Groenen is er een (bescheiden) meerderheid voor onafhankelijkheid. Hamvraag: komt het tot een nieuw referendum, durft Londen die wens van de Schotse parlementaire meerderheid te negeren, en, zo ja, durft Nicola Sturgeon dan het trotseren van Londen aan – de Catalaanse weg?

   Waarbij overigens ook een Schots onafhankelijkheidsreferendum wel eens heel goed geen heldere meerderheid op zou kunnen leveren, omdat de verkiezingsuitslag van zaterdag erg op Catalaanse uitslagen lijkt: nagenoeg fifty-fifty. Wat betekent dat ook na een referendum de morele basis voor afscheiding hoe dan ook wel eens erg smal zou kunnen zijn.

   De regering in Londen heeft al laten weten dat zo’n referendum daarom ‘slecht uitkomt’: nu graag even niet. Maar zoiets komt altijd ‘slecht uit’. De Ierse Paasopstand van 1916 kwam Londen ook heel erg slecht uit. Dat is voor de Ieren – aangemoedigd door de Duitsers – toen geen reden geweest om niet gebruik te maken van de kansen die de Eerste Wereldoorlog hen bood. De Britse overheersing van hun eiland kwam hen namelijk al drie eeuwen heel erg slecht uit.

   Tot nu toe houdt Boris Johnson voet bij stuk – de Schotten hebben zich immers al in 2014 kunnen uitspreken, en je kunt toch niet net zo lang referenda houden tot je je zin gekregen hebt? Wel, dat was precies wat Brussel deed toen de Ieren in 2008 zo brutaal waren om tegen het Verdrag van Lissabon te stemmen. Die moesten toen overstemmen, desnoods net zo vaak totdat het wèl goed zou gaan.

   Op zich is het inderdaad een zeer relevante vraag: hoelang is een referendumuitslag eigenlijk geldig? Met elk jaar komen er nieuwe kiezers bij en sterven oude kiezers af, waarvan de eersten zich nooit hebben kunnen uitspreken en de laatsten bij de uitslag geen baat meer hebben. Grote kans bijvoorbeeld dat als het Brexit-referendum vijf jaar later was gehouden, de Brexiteers het door het natuurlijk verloop van hun aanhang juist net verloren zouden hebben.

   Die Brexit vormt overigens exact de reden, waarom Sturgeon en de haren menen dat de Schotten alle recht hebben om het referendum van 2014 over te doen. Toen immers waren de staatkundige omstandigheden totaal anders, omdat van een Brexit nog geen sprake was, en een Schotse onafhankelijkheid integendeel juist de Schotten buiten de bij hen wèl geliefde EU zou doen belanden.

   En uitgerekend de nationalistische Brexiteers zouden meer dan wie ook moeten erkennen dat, als de EU al zoveel ‘staat’ was dat een Brits uittreden aan de kiezer voorgelegd moest worden, dat dan zeker ook zou moeten gelden voor de Schotten, nu het staatkundig kader door dat uittreden zozeer gewijzigd is.

   ‘Take back control’: daarop komt in feite ook het Schotse nationale sentiment neer. De politiek egalitair ingestelde Schotten moeten niets van de elitaire Engelse Tory’s hebben, die puur dankzij het demografisch overwicht van de Engelsen hún neoliberale maatschappijmodel eveneens aan de Schotten hebben kunnen opdringen en de Schotten zelfs tegen hun zin de EU uit hebben gesleurd.

   ‘Take back control’: in feite lopen de sentimenten voor een Scoxit parallel aan die voor de Brexit. Toen was dat het kernpunt van de Brexiteers, nu van de Scoxiteers. En toen waren het de Remainers die daartegenin een beroep deden op de economische ratio, nu de tegenstanders van de Schotse separatisten. Waarbij vast personele overlap bestaat tussen de voorstanders van ‘take back control’ voor Londen en de tegenstanders van ‘take back control’ voor Edinburgh.

   Bij de eersten ging de keuze voor Brexit namelijk gepaard aan de hoop op een Global Britain, terwijl als Surgeon doorzet een Little England als eindpunt dreigt. Want ook elders rommelt het: in Ierland, waar de Unionisten zich door Whitehall bedrogen voelen omdat – voorspelbaar – thans de facto een grens door de Ierse Zee ontstaat. Een grens door het Ierse land was immers voor Brussel onaanvaardbaar, en alle bezweringsformules over ‘intelligente technische tussenoplossingen’ blijken inderdaad niet meer dan dat: bezweringsformules zonder kracht.

   Nu, na vier maanden, worden reeds de voor- en nadelen van de Brexit voor de Britten zichtbaar. De voordelen: iets als de snelle vaccinatiecampagne, waarmee Johnsons doelbewust zijn eigen populariteit schraagt en die de kiezer zijn verbouwingsescapades op 10 Downing Street voorlopig doet vergeven. Als eilandbewoners kunnen de Britten zich met hun zeegrenzen immers makkelijker van het continent isoleren – herstel: het continent in isolement houden – dan België of Nederland, met hun dagelijkse grensoverschrijdende woon-werk-verkeer.

   Maar ook de nadelen hakken er al in: daar waar de Britten níet zonder hun buren kunnen. Hier komt Johnson klem te zitten tussen zijn valse beloftes – niet alleen in Noord-Ierland, maar in het Kanaal. Want heel fijn, die extra ruimte die ‘zijn’ vissers nu bij Jersey krijgen: bij de Brexit was dan ook geen beroepsgroep zo fel vóór. Alleen kunnen de Britten straks al hun zelfgevangen vis zelf niet op.

   Wat houdt de Britten nog bijeen? Van de Windsors moeten ze het ook niet hebben, nu de afscheiding van Harry en Meghan ondanks alle begrafenisfaçades rond prins Philip dwars door de familie splijt. Maar zoals een Chinees historicus eens over zijn eigen land opmerkte: deze onhoudbare toestand duurt al 600 jaar.

Thomas von der Dunk, 11 mei 2021

Europese BewegingOverleeft het Verenigd Koninkrijk Boris Johnson?
read more

Na Sofagate voortaan graag samen op dezelfde bank

  In 1696 bracht keurvorst Frederik III van Brandenburg een bezoek aan stadhouder-koning Willem III in Den Haag. Bij die ontmoeting bleek voor de gastheer een comfortabele fauteuil met armleuningen gereed te staan, en voor de gast slechts een gewone stoel. Toen Frederik, die binnenkort tot eerste koning van het nieuw te stichten koninkrijk Pruisen hoopte te promoveren (wat in 1701 zou lukken), weigerde daarmee genoegen te nemen omdat hij zo de hogere rang van Willem zou erkennen, was men gedwongen de hele audiëntie urenlang staande te houden.

   Wat Frederik deed, had ook EU-president Charles Michel moeten doen, toen in Ankara voor EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen slechts op grote afstand een sofa bleek te zijn klaargezet, waarmee zij bijna buiten gehoorbereik van Michel en Erdogan kwam te zitten. Het was de tweede flater die de EU-leiding binnen korte tijd ten overstaan van een autocratische bullebak sloeg, nadat al in februari EU-buitenlandvertegenwoordiger Josep Borrell in Moskou tegenover Poetin en Lavrov was afgegaan.

   Beelden doen er toe – dat is iets wat men in het altijd pragmatisch meebuigende Brussel kennelijk te weinig beseft, want anders had men zijn zaakjes wel beter voorbereid en de kinnesinne binnen de tweehoofdige leiding van de EU niet tot Sofagate geleid. Een pragmatisch meebuigen, dat we ook uit Den Haag kennen, waar vertegenwoordigers buitenslands eveneens sterk de neiging hebben om vooral voor het praktische resultaat gaan en zich dus gemakshalve aan de protocollaire dictaten van anderen aanpassen – denk aan de hoofddoek van Sigrid Kaag in Iran. Dat niet positie kiezen óók positie kiezen is, wordt te weinig beseft.

   Een pijnlijk punt tot politiek ‘niet-relevant’ verklaren, omdat het politiek relevant ervan verklaren tot veel gedoe leidt dat alleen maar van het doel afleidt: daar zijn we vanouds in Nederland eveneens goed in. Denk aan de omstreden wintersportvacantie van Beatrix in Lech twintig jaar geleden toen Jörg Haider in Wenen meegeregeerde, en Oostenrijk daarom door de EU in de ban was gedaan. Volgens toenmalig CDA-fractieleider Jaap de Hoop Scheffer had de koningin verklaard dat dit bezoek niet politiek, maar particulier was, en ‘dus’ was het daarmee ook niet politiek.

   Maar het is evident dat de tegenpartij dan scoort. Wenen kon betogen dat het met het Oostenrijkse isolement wel meeviel, Teheran kon pronken met het feit dat het buitenland vanzelfsprekend de in Iran door veel vrouwen met gevaar voor lijf en leden aangevochten hoofddoekplicht als islamitisch cultuurgoed respecteert, en Moskou en Ankara kunnen nu interne critici die hun hoop op Europese steun hebben gezet de mond snoeren, door er op te wijzen dat de Europeanen elke vernedering slikken om maar niet geheel met lege handen naar huis te gaan.

   Die eeuwige aanpassingsbereidheid aan de grillen en nukken van anderen, omdat altijd wel een economisch kortetermijnbelang prevaleert en bij mislukking thuis het bedrijfsleven over een verloren potentiële afzetmarkt begint te jammeren – die toont in de ogen van die ander, zeker als dat een halve of hele dictator betreft, niet zozeer de schappelijkheid, als wel de zwakte van de tegenstander. Het is een beetje als bij een roofdier dat in de dierentuin van een bezoeker voedsel krijgt. Zo’n hyena denkt dan niet: wat aardig, maar: wat een sukkel.

   Hier blijkt opnieuw de kwetsbaarheid van democratieën tegenover dictaturen – en Turkije mogen we daar inmiddels wel toerekenen, zoals de Europese fractieleider van de christen-democraten Manfred Weber 11 april terecht in Buitenhof zei. Democratieën zetten in op compromissen, dictaturen op overwinningen – zij gaan niet voor de redelijkheid, maar voor de macht. Zij spelen het spel harder, en kunnen dat ook, omdat zij minder met het thuisfront rekening hoeven te houden. Massaal individueel ongemak van burgers vertaalt zich  in democratieën via verkiezingen sneller in nederlagen van de machthebbers.

   Dat speelt niet alleen in botsingen met Rusland en Turkije, maar ook en vooral in die met de machtigste – en tegelijk meest totalitaire – dictatuur van dit moment, China, waar ze zelfs niet eens nog met openbare stembussen de schijn ophouden. Economische schade: daarvan heeft Biden, die (vermoedelijk) over vier jaar herkozen wil worden, meer last dan Xi, die zijn presidentschap voor de eeuwigheid heeft veilig gesteld. Natuurlijk: ook een dictatuur krijgt daar last van, alleen wel pas later dan een democratie – en dat weet de dictatuur. Ofwel, zoals Saddam Hoessein eens een waar woord sprak ten aanzien van Amerika: ik kan mij veroorloven honderdduizend soldaten te laten sneuvelen, Bush kan dat niet.

   Dat besef, en het besef dat sinds minstens een decennium de democratie wereldwijd op de terugtocht is, dat het westerse democratische model wegens economische stagnatie en groeiende materiële ongelijkheid in een steeds duidelijker multipolaire wereld ook een deel van zijn ideologische overtuigingskracht verloren heeft, zou er toe moeten leiden dat Europa naar buiten veel meer één front vormt. Dat de lidstaten minder voor het kleine economische eigenbelang gaan door zelf akkoordjes met Peking af te sluiten, en de kansen grijpt die juist Biden – waarvan we ook niet weten hoe lang hij er nog zit – nu voor samenwerking biedt.

   Een tweehoofdige leiding hoeft dat niet in de weg te staan – de Romeinse Republiek groeide in de vijf eeuwen dat zij het met twee consuls deed, van stadstaat uit tot wereldrijk. Maar het vergt wel meer onderlinge afstemming en onderdrukking van persoonlijke profileringszucht. Dat betekent na Sofagate voor Europa ook: altijd samen op de sofa, en niet de ene vertegenwoordiger in een fauteuil centraal en de ander op de strafbank in de hoek.

Thomas von der Dunk, 14 april 2021

Europese BewegingNa Sofagate voortaan graag samen op dezelfde bank
read more

Separatisme valt niet juridisch te bestrijden

Deze week hief het Europese Parlement de immuniteit op van drie Catalaanse leden, waardoor de weg vrij zou zijn voor uitlevering aan Spanje, dat hen voor opruiing vervolgen wil. Vrijwel tegelijk scherpte het Chinese bewind de juridische maatregelen tegen Hong Kong aan, waarmee de ooit met de Britten afgesproken autonomie definitief om zeep is gebracht.

   Bij alle zeer essentiële verschillen tussen Spanje en China – het ene land is een democratische rechtstaat en het andere een totalitaire dictatuur – bestaat er met deze aanpak toch tussen Madrid en Peking een duidelijke parallel: beide regeringen gaan verkrampt om met verzet tegen de staatkundige eenheid van het land.

   In beide gevallen heeft Brussel de instinctieve neiging daarbij weg te kijken, ook al vloeit dat bij Spanje uit andere motieven voort. Voor Europa zijn na twee bloedige Wereldoorlogen de bestaande staatsgrenzen onaantastbaar geworden, uit vrees anders een Doos van Pandora te openen. Dat betekende een poging om de geschiedenis op een vrij willekeurig moment – de territoriale status quo van 1945 als uitkomst van de krachtmeting tussen Stalin, Hitler en Roosevelt – te bevriezen.

   Volkeren die op dat tijdstip over een eigen staat beschikten en met de grenzen daarvan gelukkig waren, hadden geluk. Volkeren die nog niet in die fijne positie verkeerden, hadden pech. Zij kregen van volkeren, die zelf wel bijtijds met veel gezeur (plus bloedvergieten) een eigen staat hadden gekregen, te horen dat zij omwille van de internationale stabiliteit waar de volkeren met een eigen staat zoveel baat hadden, niet om een eigen staat moesten blijven zeuren.

   Helaas voor de tegenstanders van zeurkousen: zulke volkeren, die zich niet geheel zonder reden het slachtoffer van de geschiedenis voelden, waren niet altijd van zins met de status van minderheid in ‘andermans’ land genoegen te nemen. Zeker omdat de meerderheid, ook als het desbetreffende land een democratie was, nogal eens van oudsher een beleid van assimilatie voerde.

   Dat kon de actieve vorm van een uniformerende taalpolitiek aannemen – contra het Catalaans, Vlaams en Fries als wat achterlijke boerendialecten – of van al dan niet doelbewust gestimuleerde binnenlandse migratiebewegingen, waarmee de oorspronkelijke bewoners ook in hun eigen regio een etnische en/of linguïstisch minderheid werden. Denk aan Zuid-Tirol, waar wat Mussolini begon, na de Tweede Wereldoorlog gewoon werd voortgezet: maak de regio Italiaans.

   Schoolvakken als geschiedenis en aardrijkskunde stonden sinds de 19de eeuw ten dienste daarvan. Die wandkaart van Nederland op de Lagere School, waarbij het buitenland wit gelaten was alsof voorbij Zundert en Zevenaar één grote dorre woestijn begon, had ook die functie: zij moest er bij de kindertjes in Maastricht al vroeg inhameren dat zij niets hadden uit te staan met die in Luik of Aken (30 kilometer verderop), maar alles met die in Leeuwarden (300 kilometer verderop).

   In andere landen idem dito. Dat die officiële staatkundige kaart van Europa niet met de ter plekke soms als wezenlijker beleefde officieuze etnische kaart spoorde, daar kwamen die kindertjes dan pas veel later achter op vacantie achter, als die handige taalgids Wat & Hoe Italiaans in Aosta of Merano (pardon: Meran) toch wat minder handig bleek. Of als ze in de krant lazen dat niet alleen in Irak, maar ook in Baskenland of op Corsica bommen bleken te kunnen ontploffen.

   Want de Catalanen, Corsicanen en alle anderen die met de ooit meestal gewelddadige toeëigening van hun territorium ook ettelijke eeuwen nadien nog steeds niet erg gelukkig zijn, weten één ding: doorslaggevend in een onafhankelijkheidsstrijd zijn de facts on the ground.

   De meeste staten houden angstvallig vast aan de status quo en roepen van tevoren dat ze de schenders daarvan nooit zullen erkennen, maar als je er in de praktijk in slaagt om die duurzaam in je voordeel te veranderen, volgt die erkenning uiteindelijk toch. Nederland had er ooit tachtig jaar voor nodig, voor zelfs Madrid daar niet meer onderuit kon; in andere gevallen ging het wat vlugger.

   En het koppig vasthouden aan de territoriale status quo, tegen de wil van de direct betrokkenen in, bezit in een democratisch Europa, waar de legitimiteit van staten op het beginsel van volkssouvereiniteit berust (en dus uiteindelijk op het draagvlak onder de bevolking), toch een wankeler morele basis dan toen de godssouvereiniteit gekroonde monarchen meer ruimte verschafte om, omwille van een vermeend hoger belang, de wensen van hun onderdanen te negeren.

   Het huidige dictatoriale Russische – en Chinese – uitgangspunt dat grote staten vanwege hun formaat meer rechten hebben dan kleine, het recht ook op een bufferzone van satellieten om zich heen (als indertijd het Warschaupact aan Moskou garandeerde) kan niet het huidige democratische Europese zijn.

   Omdat dat tegelijk haaks staat op de wens om niet aan de zo lang betwiste grenzen van de eigen lidstaten te komen, leidt dat bij elke separatistische eruptie tot verkramping. Vergaande autonomie kan er soms de angel uithalen. In dat opzicht kan Madrid van de mentale ommezwaai van een halve eeuw terug in Rome – toen daar het Franse eenheidsstaatconcept werd opgegeven – leren.

   Maar één ding helpt niet: de kop in het zand steken en van een politiek probleem een juridisch maken, door geweldloze separatisten – en dat waren de drie Catalaanse europarlementariërs – gevangen te zetten. Het cruciale punt is dat de Spaanse rechtbank in deze door de helft van de Catalaanse bevolking als partij in dit politieke vraagstuk wordt gezien, en haar gezag dus niet wordt erkend.

   Dat betekent niet, dat men de uitslag van een dubieus referendum bij voorbaat hoeft te accepteren. Maar vervolging is zo olie op het vuur. En door daarvoor de weg vrij te maken, steekt ook Brussel voor dat laatste de kop in het zand.

Thomas von der Dunk, 11 maart 2021       

Europese BewegingSeparatisme valt niet juridisch te bestrijden
read more

Verkiezingsprogramma’s in Europees perspectief

door Joost van Iersel

  1. Positieve aandacht voor Europa

In geen enkele lidstaat is Europa een centraal verkiezingsthema. En bepaald ook niet dit jaar. Al een jaar lang teistert Covid19 onze wereld. Het draait steeds meer om politiek leiderschap en organisatie. Vooral aan dat laatste schortte het bij ons regelmatig zoals bij covid19 (mondkapjes, handhaving en vaccinatie) en de toeslagenaffaires. Elders is het evenmin botertje bij de boom. Ieder land heeft zijn eigen pijnlijke missers. Gemis aan effectieve regie bij de toeslagenkwesties maakt dat we hier nu zelfs met een demissionair kabinet zitten. Verkiezingsprogramma’s staan verder van de actuele praktijk en de waan van de dag. De wereld dendert door, de toekomst is onvoorspelbaar. Programma’s pogen houvast te bieden. In ieder geval is Nexit van de baan. De meeste partijen leggen sterke nadruk op Europa, zij het met wisselende accenten. Partijen op de flanken zijn tegen.

  • Pleidooien voor een sterk en handelend Europa

Jarenlang was scepticisme troef. Nu komt de vervlechting Europa <-> nationaal steeds duidelijker in beeld. Europa speelt zichtbaar door veel beleidsthema’s heen, ook al heeft de Kamer daar regelmatig moeite mee. Vandaar het belang van partijvisies, als basis voor een regeerakkoord en als houvast voor de Kamerfracties. De TK slaagt er immers maar niet in coherente opvattingen te ontwikkelen, ook niet over de EU. De focus is te veel op details en Kamercommissies – BZ, Financiën, EZ, Landbouw, Justitie, Sociale zaken, V&W – hebben ieder hun eigen EU-agenda. Snel wisselende samenstelling van fracties helpt evenmin. Het is weinig bekend, dat ambassades intensief Kamerdebatten volgen. De voorbereiding van Raden in Brussel is in Nederland heel transparant, moties worden direct vertaald voor de hoofdsteden en worden ons land nagedragen. Men weet elders heel goed, dat Nederlandse ministers zich in Brussel vaak direct laten leiden door uitspraken van de Kamer. Dat maakt het ontbreken van een totaalplaatje bij fracties alleen maar onbevredigender.

De reactie op de pandemie was zeer onorthodox. Zonder vorm van proces zijn heilige huisjes omvergekegeld. Met de zegening van Brussel zijn economische en financiële principes opgeofferd. Overal zijn naast opschorting van de regels voor staatssteun de sluizen van de staatsfinanciën opengezet – de diepe geldzakken van Hoekstra! -, onder gejuich van economen, die geen enkel been meer zien in een forse verhoging van de staatsschuld. De vraag is, hoe dit de komende jaren verder moet en hoe in de visie van onze partijen Europa daarvoor kaders moet gaan bieden. De inleidingen van een aantal partijprogramma’s zijn overduidelijk: We hebben een sterk en handelend Europa nodig, een flinke verschuiving dus. Dit is ondertussen in lijn met jarenlange Eurobarometers en

het SCP, die ongeacht crises doorgaans wezen op een comfortabele meerderheid in de publieke opinie vóór Europese samenwerking. In de politiek en de media wordt pas sinds kort de bocht gemaakt. Maar nu is van vooral door toedoen van de PVV gevoed euroscepticisme bij de VVD en ook bij het CDA om twee voorbeelden te noemen niet veel meer over. Maar een bezweringsformule van een sterk en handelend Europa is niet een concrete agenda met beleidsvoornemens. Hoe ziet het plaatje er uit aan de hand van het programma van de Commissie von der Leyen?

  • EU-programma richtsnoer, wisselende aanpak van partijen

De huidige Commissie betitelt zichzelf als geopolitieke Commissie. Haar inspiratie is Europa als zelfstandige wereldspeler en, waar nodig, strategische autonomie. Na jarenlange ruzies over financiële hulpprogramma’s en de vluchtelingencrisis is op het hele continent het realiteitsbesef over het belang van de EU in de wereld sterk toegenomen. Dat realiteitsbesef weerspiegelt zich ook in EU-agenda: 

  • Europees verdienvermogen en concurrentiepositie met aan de top klimaatbeheersing en energietransitie. Van gelijk belang is digitalisering en de digital single market. Dit alles in het kader van een Industriepolitiek, inclusief een versterkte handelspolitiek, met het oog op strategische autonomie, onder andere voor vitale eigen Europese producties
  • Verdieping van de EMU en een Europese kapitaalmarkt
  • Europees kader voor asiel- en migratiebeleid en voor bestrijding van terrorisme
  • Europese defensie en Strategic compass
  • Rechtsstaat en waardengemeenschap, ruggengraad van de Unie, en daarbinnen ook het European Democracy Action Plan en de Toekomst van Europa
  • Brexit

Partijen kijken in hun programmering verder dan corona. Hun Europese thema’s lopen weinig uiteen met de EU-agenda als richtsnoer. Partijen werken deze vaak tot in detail uit en zij zetten heel veel op de rails. Het onderscheid tussen hen zit vooral in de aanpak, die deels zit in de traditionele links-rechts verdeling, en deels in de mate van Europese gezindheid. De voorgestelde aanpak kan het effect van EU-prioriteiten danig bijstellen, omdat heel wat beleid afhankelijk is van nationale invulling, zoals bijvoorbeeld in geval van klimaat- en industriebeleid.

  • Enkele centrale thema’s

Klimaat en energietransitie. Nationale zorgen weerspiegelen zich in krachtige pleidooien voor actief EU-beleid. Ondertussen is Nederland in de EU tot dusver maar een magere middenmoter. De klimaatzaak Urgenda heeft de zaak op scherp gezet. Vooral Scandinavië loopt voorop, maar ook landen als Portugal en Letland.De Green Deal wordt over de hele linie gesteund, partijen vergroenen. Zij pleiten voor CO2-heffingen, aanscherping van het ETS-systeem en Europese regelgeving voor onder meer brandstoffen om de doelstellingen te halen. De EU moet vliegen ontmoedigen en het reizen per trein bevorderen. Als kritische factor komt de auto komt vooral bij de PvdA en

GL in beeld. Alle partijen komen met reeksen voorstellen. Deze bevestigen, dat Nederland positief gaat insteken op het Europese beleid, dat ook weer een kader vormt voor nadere nationale maatregelen (maatwerk, belastingen). Sommige partijen benadrukken aanpassing van Brussels beleid (Natura 2000) in verband met specifieke geografische omstandigheden. Het boerenverzet (CDA!) en de pijnlijke stikstofaffaire werken door. D’66 komt op voor een Energie Unie met een Europese toezichthouder. De VVD gooit een balletje op over kernenergie. Ook hier zien we een kanteling in Nederland.

Digitalisering. Hier zit Nederland (wereldwijd) in de kopgroep. Partijen wijden hierover minder uit dan over klimaat. Vooral D’66 – en in mindere mate ook het CDA – stelt een aantal concrete doelen met volle kracht naar een sterke, uniforme Europese digitale markt, d.i. in toepassingen, regelgeving en Europese soevereiniteit.Het thema roept minder emoties op, maar de impact is gigantisch, voor de concurrentiepositie, voor werkgelegenheid, voor het klimaat, voor de gezondheidszorg. Het gaat over veel meer dan over consumentenrechten en bescherming van persoonlijke gegevens. Uit de programma’s van partijen blijkt wel degelijk van ruime ambities, die parallel lopen aan die van Brussel. Die leveren een uitstekende uitgangspositie op zowel voor Europese beleidsbepaling als voor de Nederlandse concurrentiepositie. GL, D’66 en PvdA zijn ook voorstander van de invoering van de zwaar omstreden digitaks.

Industriepolitiek. In het publieke debat wordt vaak geroepen om meer invloed van de staat in antwoord op het gewraakte neo-liberalisme. De visies van partijen zijn genuanceerd. Maar industriepolitiek is geen vies woord meer en opent nieuwe kanalen voor verdediging van nationale belangen. Dit vereist volgens VVD, CDA, D’66 en PvdA, intensievere bemoeienis van de overheid met de techsector, – de overheid als marktmeester – en eventuele blokkades tegen ongewenste overnames. Hier grijpen nationale en Europese desiderata in elkaar. De Interne markt wordt als vaststaande pijler van Europa gezien. Dat dekt al heel veel. Europese kampioenen hebben hier geen aanhang en een paar voorstellen tot aanpassing van het mededingingsrecht hebben weinig om het lijf. De vrees voor protectionisme elders zit er klaarblijkelijk nog goed in. Dit is in lijn met de Nederlandse visie op open markten, maar het legt tegelijkertijd ook een rem op wat men nationaal kan doen.  Niettemin wordt het pleidooi voor meer eigen Europese producties – en voor relocatie in gevoelige sectoren, zoals in farma en de gezondheidssector -, en ook in de digitale sector (data!) steeds duidelijker. PvdA en GL beklemtonen met name de sociale dimensie. Men acht de EU essentieel voor succesvol beleid in deze sectoren. Net als voor de bepleite intensivering van innovatie en technologie, maar waar komt het geld vandaan, terwijl met name VVD en CDA in tegenstelling tot PvdA, D’66 en GL tegen een ruimere begroting zijn en tegen eigen Europese middelen?

Handelsakkoorden. Het eigen Europese en Nederlandse belang komt ook sterk naar voren bij wat partijen over internationale handel en buitenlandse investeringen in de EU voorstellen. We zijn de naïviteit voorbij. Wederkerigheid in het verkeer tussen de grote

handelsblokken – China, VS – is een harde eis. Hier klinkt bij VVD, CDA en D’66 heel duidelijk het Brusselse en Frans-Duitse pleidooi voor strategische autonomie door. Partijen noemen hiervoor een reeks van thema’s: aanscherping staatssteun- en concurrentieregels zowel als een kritische investeringstoets voor investeringen uit derde landen. Interne EU-belangen en -industriepolitiek zijn doorslaggevend.

Over andere centrale onderwerpen zijn partijen minder uitvoerig. Verdieping van de EMU en financiën zijn in Nederland geen populaire politieke thema’s. Het Recovery Fund, topthema in 2020, evenmin. Het vitale belang van de euro komt onvoldoende uit de verf. VVD en CDA willen de voltooiing van de Bankenunie, alleen de VVD bepleit een Kapitaalmarkt Unie. De CU gaat wel diep op de EMU in, maar uiterst negatief. Er blijft massief verzet tegen eurobonds en een transferunie. VVD en CDA blijven bij een plafond van 1% (Europees) BNP voor de begroting. Daartegenover is D’66 expliciet vóór eigen (belasting-)middelen van de Unie, en zo ook de PvdA en GL. Landbouwbelangen (SGP, CDA) krijgen een veel minder prominente plaats dan voorheen. Defensie en veiligheid (cyber, anti-terrorisme) worden beperkt maar wel positief benadrukt. Partijen spreken zich uit tegen een Europees leger (D’66 spreekt wel over een Europese krijgsmacht), maar versterking van politieke, militaire en industriële samenwerking wordt breed gedragen. Maar hoe die vooral politiek vorm moet krijgen, blijft veelal in het vage. Over de rechtsstaat is iedereen duidelijk. Dit hand in hand met de EU als waardengemeenschap, die geborgd moet worden. De EU als waardengemeenschap is overigens ook iets nieuws voor de Nederlandse politiek. Speciale vermelding verdient dat D’66 als enige institutionele versterking van de Unie bepleit, waaronder een kleinere Commissie met een direct gekozen voorzitter, meer bevoegdheden van het EP en Europese kieslijsten, en meer gekwalificeerde meerderheid, bijv. in het buitenlands beleid en bij belastingen. Het ziet ernaar uit, dat de staatssecretaris Europese Zaken in het komend kabinet terugkomt. Brexittenslotte wordt zeer betreurd. Partijen willen een zo nauw mogelijke band met het VK. Maar het hoe en wat ligt in handen van het VK zelf.

  • Geëngageerde partner, maar ook evidente hiaten

Er wordt door partijen serieus doorgedacht over de gedeelde belangen van Nederland en de EU. Het wemelt van de voorstellen. In lijn met premier Rutte maakt de VVD een forse draai. Het CDA beantwoordt weer meer aan zijn Europese roeping. D’66 is het meest uitgesproken. PvdA en GL bevestigen hun Europese oriëntaties met nadruk op sociale aspecten. Ook kleinere partijen als SGP, CU en de PvdD geven vanuit hun zeer kritische uitgangspunten blijk van serieus denkwerk. DENK steunt de Unie. Een minderheid van PVV, SP en FvD is tégen de Unie. Het algemene beeld bevestigt Nederland als geëngageerde partner. Hoe betrouwbaar, zal moeten blijken.

Er zijn ook evidente hiaten. Zo rept men nauwelijks van het succesvolle Erasmusprogramma, de belofte voor de jeugd. Zoals gezegd, is de aandacht voor de verdieping van de eurozone te pover. Hoe voorts alle desiderata met een beperkte EU-begroting moeten worden gefinancierd, is een open vraag, en dus onderwerp voor de

nodige ruzie. Opmerkelijk is ook dat er wel wordt gesproken over arbeidsmigratie – vooral over hoe we daarvan profijt kunnen trekken – maar vrijwel geen woord over de gordiaanse knoop van het vluchtelingenvraagstuk. En dan de gezondheidszorg: moet de Unie (veel) actievere rol krijgen? Men spreekt zich uit voor meer samenwerking en coördinatie over medicijnen en medische apparatuur, maar het is allemaal tamelijk mager.  Hoe gaan we een toekomstige pandemie te lijf?

Er is brede erkenning van de draagwijdte van grensoverschrijdende vraagstukken en Trump, Brexit en China missen hun effect niet. Nederland hervindt zijn plaats in Europa. Visies en desiderata sluiten op vitale beleidsonderdelen aan op wenselijke aanpak in en door de EU. Maar er ligt ook nog heel wat open als voedingsbodem voor dilemma’s en mogelijke conflicten. Wat dan weer leidt tot de slotvraag, wie gaat zich in Den Haag opwerpen voor de strategische invuloefening?

Europese BewegingVerkiezingsprogramma’s in Europees perspectief
read more

Westen moet één front tegenover Rusland vormen

De Europese Unie is het jaar niet bepaald goed begonnen. Eerst was er de zeperd bij de vaccinaankoop, waarvoor Ursula von der Leyen diep door het stof moest. De Britten hadden dát althans beter aangepakt, prijzen dat als een positief effect van de Brexit, en trekken naar Brussel een lange neus. Zeker nadat men daar in paniek juist een antismokkelgrens door Ierland dreigde te willen gaan trekken, die men zelf jarenlang luidkeels voor taboe had verklaard.

   Niet dat alle individuele lidstaten het er nu zo goed vanaf brengen. De Nederlandse regering toont al vanaf het begin van de coronacrisis regelmatig een stuitend gebrek aan competentie, waaraan nu dus ook nog het juridische debacle rond de avondklok kan worden toegevoegd. In een normaal land zouden de verantwoordelijke twee politici – Rutte en Grapperhaus – allang zijn afgetreden. Den Haag doet er in elk geval verstandig aan de komende tien jaar zijn mond te houden, indien er toevallig een keertje ergens in Zuid-Europa iets mis mocht gaan.

   Ernstiger dan dit interne geklungel is echter de zwakke indruk die Europa naar buiten toe maakt met de afgang van Josep Borell in Moskou als dieptepunt, waar Lavrov hem alle kamerhoeken toonde. We hebben de laatste jaren te maken met steeds assertiever autocraten, die de EU niet willen zien staan, en steevast proberen de afzonderlijke kleine Europese landen – ook de landen die nog niet door hebben dat ze klein zijn, om Juncker te citeren – tegen elkaar uit te spelen, met Poetin als veruit kwaadaardigste en wraakzuchtigste van het stel.

   In feite is Rusland nu ook veel kwaadaardiger en wraakzuchtiger dan in de jaren zeventig, toen de Sovjet-Unie, bij alle fundamentele ideologische botsingen met het Westen, zich de facto toch constructiever opstelde, juist omdat de leiding indertijd nog altijd meer door geloof in de superioriteit van het eigen wereldbeeld gedreven werd, waar in het Kremlin thans cynisme volledig overheerst. Dat is ook het verschil met het op zich veel totalitairder China: dat gelooft wel in zichzelf.

   In hun verdeel-en-heers-politiek voelden die autocraten zich vier jaar lang indirect gesteund door de would be-autocraat in Washington, die het liefst thuis ook de rechtsstaat om zeep had gebracht. Diens couppoging van 6 januari, waarvoor nog grote delen van de totaal gedegenereerde Repubikeinen de ogen blijven sluiten, getuigt van de innerlijke verwantschap die Trump met lieden als Erdogan en Poetin voelt. Die waren zodoende steeds brutaler geworden.

   Hoeveel het, ondanks de – vergeleken met een kwart eeuw geleden – mondiaal veel minder dominante positie van Amerika, toch nog altijd kan uitmaken wie er in het Witte Huis zetelt, bewijst inmiddels Joe Biden. Erdogan blaast plots in westelijke richting net iets minder hoog van de toren, uit vrees voor internationaal isolement, in de wetenschap dat zijn kwakkelende economie de achillespees van zijn populariteit en dus zijn macht kan vormen.

   En ook de brute barbaren in Ryad, in hoge mate verantwoordelijk voor het bloedbad in Jemen, zijn door Washington de wacht aangezegd. Zij kunnen niet meer bij voorbaat rekenen op de massale wapenlading die Trump verkocht onder het motto: de Jemeniet z’n dood is immers mijn Amerikaanse kiezer z’n brood.

   Het is in een wereld waar de democratie steeds verder onder druk staat – Hong-Kong, Myanmar, Navalny, Loekasjkenko – niet alleen van belang dat Amerika en Europa samen met andere democratische landen in het verre oosten zoals Japan, Zuid-Korea en Australië, zoveel mogelijk één lijn trekken tegen grootmachten als Rusland en China, die weer steeds openlijker hun buren koeioneren. Het is ook van belang dat in dat opzicht Europa zélf eindelijk eens meer één lijn trekt, en niet voortdurend afzonderlijke lidstaten hun eigen economische en politiek-strategische deelbelangetjes boven die van het geheel laten prevaleren.

   Met Berlijn, Rome of Madrid, met Den Haag, Ljubljana of Leeuwarden zullen Poetin en Xi weinig rekening houden – met een Europa dat naar buiten toe als één blok opereert wel. Juist daarom hebben ze daar in Peking en (vooral) Moskou zo’n gruwelijke hekel aan, en proberen met name de Russen Europa van binnenuit te ondermijnen door steun aan anti-Europese populisten als Baudet, die in dat opzicht als Poetins nuttige idioot gewillig naar de pijpen van het Kremlin danst.

   De zwakte van Europa komt momenteel vooral tot uiting in al die waarschuwende woorden aan het adres van dictatoriale boosdoeners zonder dat die enige praktische consequentie hebben, althans enige die hard genoeg is om ginds pijn te doen. Hee vaak het woord ‘onacceptabel’ al niet na dictatoriaal gedrag van Loekasjenko, Poetin of Erdogan is uitgesproken, valt niet bij te houden. Het is bij machteloos geblaas gebleven en heeft nooit tot iets geleid: Minsk en Moskou sluiten nog steeds massaal voor hun grondrechten demonstrerende burgers via schaamteloze schijnprocessen op. Evenmin als indertijd het in quarantaine plaatsen van Assad, en alle plechtige verklaringen dat er in het Syrië van de toekomst voor hem geen plaats meer zou zijn, ooit enig effect hebben gesorteerd.

   Wat daarvoor nodig is, is allereerst dat Europa zijn economische afhankelijkheid van Rusland afbouwt, en daarbij gaat het vooral om energie. Laten we het beestje maar bij de naam noemen: Nordstream – Biden heeft gelijk. Die afhankelijkheid is overigens wederkerig, want zonder Europese gasafname gaat het ook met Rusland slecht. Dat geeft Europa een wapen in handen – mits men bereid is zelf ook een beetje pijn te leiden, en daar wringt meestal de schoen: sancties mogen ons zelf niet schaden. Hier liggen vooral Duitsland en Frankrijk dwars, maar op ander vlak zijn het Nederland en de Britten, die zich met hun belastingzwendelparadijs nog steeds graag lenen voor het witwassen van onwelriekend Russisch kapitaal.

Thomas von der Dunk, 18 februari 2021

Europese BewegingWesten moet één front tegenover Rusland vormen
read more

De Britten zullen zelf op Boris’ blaren moeten zitten

   Brexit kwam dit keer anderhalve week vroeger. Net als bij zoveel in 2020, gooide ook ditmaal covid roet in het eten. De al snel vilein als ‘Britse’ variant betitelde extra besmettelijke virusversie zorgde ervoor dat de havens van Nederland, België en Frankrijk dicht gingen. Continent isolated! Het bleek toch eerder Groot-Brittannië te zijn, dat werd geïsoleerd.

   De voorspelde chaos is vooreerst uitgebleven, maar wat niet is, kan nog komen. Veel bedrijven hadden immers nog voor 1 januari massaal goederen over de Noordzee verscheept om een buffer aan te leggen. Daarom bleef in Hoek van Holland die megaparkeerplaats voor vrachtauto’s met ontoereikende papieren nog eenzaam leeg. Maar wat, als die buffervoorraad opraakt? In elk geval wacht een forse papierwinkel, die vooral bij versproducten voor fataal oponthoud zorgen kan.

   Op het allerlaatst wisten Barnier en Johnson een accoord te bereiken, waaraan de Europese Commissie meteen haar fiat heeft gehecht. Terecht protesteerde het Europese Parlement tegen de gang van zaken: een fatsoenlijke behandeling is zo niet mogelijk, men wordt zo voor voldongen feiten geplaatst.

   Te vrezen valt, dat dit niet de laatste keer zal zijn: voor Johnson was het bewuste tactiek om zowel – met het oog op aan Europese zijde gevreesde chaos – in Brussel meer concessies af te kunnen dwingen, als om het Lagerhuis – met het oog op een soortgelijke vrees bij veel Remainers – onder druk te zetten. Van de tandenknarsende steun van de oppositie kon hij zeker zijn: het alternatief – geen accoord – was erger dan een beroerd accoord. In dat opzicht neemt Labour nu meer verantwoordelijkheid dan de geharnaste Brexiteers in Johnsons eigen fractie. Was het misgelopen, dan hadden de Britten zelf op Boris’ blaren moeten zitten.

   De ergste onruststoker was overigens al even eerder op vakkundige wijze kaltgestellt: Johnsons tot dan toe sacrosancte adviseur Dominic Cummings, de Steve Bannon van de Britten. Het was een klein Shakespeariaans drama, te danken aan de kordate interventie van de toch geheel particuliere vriendin van Johnson, Carrie Symonds, inmiddels bijgenaamd ‘Princess Nut Nuts’. Die stelde hem keihard voor de keus: of hij eruit, of ik. Om het familietheater compleet te maken, verklaarde Boris’ vader kort daarop dat hij een Frans paspoort heeft aangevraagd.

   Bij Johnson won de angst voor eenzaamheid in bed het kennelijk van de angst voor eenzaamheid op kantoor. Als in de dagen van Madame de Pompadour won de maîtresse het zo van de functionaris. Dat kan in Europa vandaag alleen nog maar in Engeland: dat de liefde de politiek zo sterk doorkruist. Drie eeuwen terug was dat ook elders niets bijzonders – een afgewezen huwelijksaanzoek kon voor vorsten een legitieme reden zijn een oorlog te beginnen – want dat is vandaag toch wel ondenkbaar: dat zoiets in Berlijn of Parijs de gang van zaken zo sterk bepaalt. Maar er is in Engeland wel meer dat doet denken aan drie eeuwen terug.

   Hoeveel jaren de Britten – in eeuwen denken gaat wat ver – nu door Brexit economisch teruggeworpen zullen worden, is afwachten. Johnson zal niet schromen om dat aan corona te wijten – voor zijn aanhang ligt het paradijs van Global Britain nog steeds om de hoek. En hoeveel Britten zoveel jaren teruggeworpen zullen worden, is de volgende vraag – want doen de Schotten straks nog wel met de Engelsen mee? In Edinburgh aast premier Nicola Sturgeon op elke kans een nieuw referendum uit te schrijven, waarin Schotse onafhankelijkheid de facto aan Europese toetreding gekoppeld wordt.

   Daarvoor zou zich nog wel eens onverwachts een unieke gelegenheid kunnen voordoen: indien Trump – zoals sommige geruchten willen – inderdaad om strafvervolging te ontlopen na 20 januari naar zijn golfresort in de Highlands vlucht. Wat als justitie in Washington dan om uitlevering vraagt? Donald rekent er vast op dat zijn goede vriend Boris daaraan niet mee wil werken – zoals Thatcher zich indertijd in de dagen van Blair tegen de uitlevering van haar vriend Pinochet verzette. Maar wat als Sturgeon dan dreigt om dat zelf te doen? Ze zou natuurlijk tegen Johnson kunnen zeggen: ik doe het niet, op voorwaarde dat…

   Gezien het onvermijdelijk politieke aspect dat aan uitlevering van criminele politici kleeft, waarbij soms naar vergezochte argumenten wordt gezocht om daaraan te ontkomen, is koehandel minder onwaarschijnlijk dan voor een objectieve rechtsgang wenselijk is. Dat speelt ook nu in Washington bij de poging Trump af te zetten – Republikeinse senatoren houden angstvallig de gevolgen voor hun eigen herverkiezing in het oog. Overigens: ook in Den Haag gaat politiek soms voor recht – denk aan de Lockheedaffaire, waar om een constitutionele crisis te voorkomen van vervolging van prins Bernhard werd afgezien.

   Dan tot slot het Brits-Europese accoord zelf. Omwille van de lieve vrede heeft Brussel misschien de Britten in ruil voor de facto ongelimiteerde toegang tot de Europese markt toch net teveel ruimte gelaten om zelf straks afwijkende kwaliteitseisen te kunnen stellen. Het is de mogelijke kloof tussen papier en praktijk, die ook bij de beloofde rechtstaatstoets t.a.v. Hongarije en Polen speelt: in hoeverre hopen de boosdoeners toch hun zin door te kunnen drijven en de toets tot een dode letter te maken, omdat sancties pas jaren later kunnen volgen?

   Minder problematisch in principiële zin lijkt mij de zo hoogopgelopen kwestie over de visvangst. Al die extra vis die de Britten nu voor zichzelf mogen reserveren, kunnen ze toch niet zelf opeten, en voor de verkoop aan het continent gelden Europese regels. Sneu voor de Nederlandse vissers dat die achter het net vissen? Vast – maar stemmen niet juist die vissers in zo groten getale op de Brexit- en Nexitvoorstanders Wilders en Baudet? Misschien dat ze zich nu eindelijk realiseren dat dat misschien toch niet zo’n goed idee is.

Thomas von der Dunk, 12 januari 2021

Europese BewegingDe Britten zullen zelf op Boris’ blaren moeten zitten
read more

Brussel moet nu verzet van Orban en Kaczynski breken

   Gloort er eind 2020 eindelijk weer meer licht aan de Europese horizon? Duidelijk is dat reeds nu de verkiezingszege van Biden in Amerika internationaal de bakens verzet. Sommigen pogen nog snel voor de aftocht van Trump een winstpuntje binnen te slepen, zoals degenen die met de moord op een Iraans atoomgeleerde – en daarmee het uitlokken van een overreactie van Iraanse hardliners – hopen een herstel van het atoomaccoord met Teheran te voorkomen.

   Maar desondanks waait er al een andere wind. De eersten die dat merken zijn de Britten. Indien Trumps presidentschap gecontinueerd zou zijn, had Johnson voor Europa een alternatief achter de hand. Trump zou hem immers graag – zij het uiteraard op Trumps eigen voorwaarden, waarbij altijd de ánder de loser moet zijn – ter wille zijn geweest, om zo de Europese Unie te ondermijnen. Met Biden verandert het speelveld drastisch.

   Die heeft al ondubbelzinnig laten weten dat de Brexiteers niet op enige privileges op basis van een vermeend special relationship hoeven te rekenen, omdat voor Washington goede verhoudingen met Brussel zwaarder wegen dan met Londen. En zeker als Johnson onbetrouwbaarheid tot principe gaat verheffen door in Westminster wetten aan te laten nemen die eerdere afspraken met Europa ondermijnen, zal hij op het Witte Huis de deuren gesloten vinden. Daarbij komt dat Biden, ook als nazaat van Ierse emigranten, de open grens van Ierland met Noord-Ierland voor ononderhandelbaar heeft verklaard, en hier duidelijk partij voor Dublin kiest.

   Maar de grootste winst voor Brussel valt na de val van Trump te boeken aan de andere kant van de Europese Unie – mits Brussel nu durft door te zetten. Met Trump verliezen de xenofobe autocraten in Boedapest en Warschau, net als Trump voortdurend bezig omwille van de eigen macht in eigen land de rechtstaat te ondermijnen, hun belangrijkste internationale steunpilaar. Het is mede daarom, ook nu het kleine Slovenië eveneens dreigt af te glijden, voor Brussel nu of nooit.

   Of het breekt nu het verzet van Orban en Kaczynski, of het staat een steeds verdere ondermijning van de rechtsstatelijke grondprincipes van de Europese Unie toe. Te lang heeft Brussel gedacht en getracht de doelbewuste ondermijning van de rechtstaat in Polen en Hongarije door welwillend overleg te kunnen keren. Maar de machthebbers aldaar wijken slechts voor macht. Dat is wat vooral Merkel te weinig in heeft willen zien – Macron snapt zoiets (zie ook zijn grotere onbuigzaamheid in Britse richting) al beter.

   Die macht is vooral een financiële, en die moet nu worden ingezet. Is het toeval dat het Europese Parlement juist afgelopen maand, na de nederlaag van Trump, scherper dan ooit de noodzaak heeft geformuleerd om fondsen aan rechtsregels te koppelen? Het was voorspelbaar dat Warschau en Boedapest furieus reageerden.

   Tot nu toe zijn ze met hun blokkadepolitiek altijd weggekomen, omdat Brussel steeds meende dat zij nooit zo ver zouden gaan en het dus niet op een breuk durfden aan te laten komen. Dat deden zij elke keer wel, omdat zij wisten dat Brussel uiteindelijk zèlf altijd voor de consequenties van zo’n breuk terugschrikt. Het maakt de toch al zo vaak moeizame samenwerking tussen 27 lidstaten namelijk nog moeizamer.

   Orban en Kaczynski dreigen nu de hele Europese begroting inclusief het coronafonds op te blazen, als zij hun zin niet krijgen. Daarvan zijn vooral de Zuideuropese landen het slachtoffer, die naar die financiële hulp snakken. Omdat uit dat fonds echter ook broodnodige miljarden voor Hongarije en Polen bestemd zijn, ging Brussel ervanuit dat zij niet het risico zullen durven te lopen om niets te krijgen. Dat durven zij dus wel, in de wetenschap dat Brussel tot nu toe toch altijd aan hen heeft toegegeven.

   Misschien mag ik eens een vergelijking met militaire conflicten maken. In Bosnië zette Nederland indertijd voortdurend in op redelijkheid bij het Servische geboefte, wat uiteindelijk uitmondde in Srebrenica – iedereen kent de gênante slotscène waarin Mladic Karremans volledig inpakt. De grondoorzaak: de Nederlandse neiging tot risicomijding. Toen de Britten eens geconfronteerd werden met zo’n bende Servische bandieten die hen de weg versperde, begonnen zij zeer demonstratief hun wapenarsenaal in stelling te brengen. De boodschap: wij wijken niet en zijn bereid om daarvoor ook het risico op slachtoffers in eigen kring te nemen. Toen hen dat duidelijk werd, kozen de Serviërs meteen het hazenpad.

   Vertaald naar het huidige civiele conflict: om Europa te redden moet Europa nu zelf even het idee van collectief, op consensus gebaseerd Europees bestuur laten varen, in organisatorische zin een stap terug doen, van de gebruikelijke strict legalistische aanpak afzien om de bad guys hun plaats te kunnen wijzen. Als het niet via een centrale regeling kan op ónze voorwaarden, dan moet het via onderlinge samenwerking tussen de wel deugende Europese regeringen, met uitsluiting van de niet deugende. Van communautair dus tijdelijk terug naar multilateraal. Begin dus NU zeer demonstratief met het opzetten aan een alternatieve structuur, waarbinnen die aan de noodlijdende landen toegezegde fondsen uitgekeerd kunnen worden – met even demonstratieve uitsluiting van Polen en Hongarije.

   Dat zet die landen de pin op de neus, en maakt vooral hun bevolking duidelijk dat hun regeringen niet ongestraft fundamentele Europese waarden aan hun laars kunnen lappen. Vermoedelijk zullen ook dan Orban en Kaczynski niet uit zichzelf opzij gaan – precies zoals ook Trump zich aan de macht vast blijft klampen. Mocht het dan tot een volksopstand moeten komen om hun beider regimes weg te vagen, dan verdient die, net als die in 1989, vanuit Brussel alle morele steun.

Thomas von der Dunk, 9 december 2020

Europese BewegingBrussel moet nu verzet van Orban en Kaczynski breken
read more

Worden de Republikeinen weer democraten?

Zoals de echte dictator Moammar Kadhafi indertijd in een rioolpijp eindigde, zo beleefde de Trump-parodie daarop zijn zwanenzang tussen een dildozaak en een crematorium – een passend slotakkoord voor deze grab-them-by-the-pussy-president. Doordat een of andere onderknuppel twee telefoonnummers had verwisseld, vond zij niet plaats in het beoogde chique hotel, maar op de parkeerplaats van een gelijknamig hoveniersbedrijf op een nondescript bedrijventerrein. Het was symbolisch voor de tot systeem verheven chaos, waaruit dankzij Steve Bannon Trumps bewind vier jaar lang bestond, deze Tatort-achtige locatie voor de persconferentie van maffiabaas Rudy Giuliani – we misten alleen nog het lijk.
Met zijn permanente poging tot ondermijning van alle instituties heeft geen Amerikaanse president de democratie in eigen land en het aanzien ervan daarbuiten in de afgelopen anderhalve eeuw zoveel schade berokkend als Donald Trump. Zijn hele optreden was koren op de molen van echte dictatoren, die hun almacht altijd met de boodschap ‘ik of de chaos’ legitimeren. Eén zo’n ‘verkiezingsdebat’ geeft Xi bakken munitie om tegen de Chinese bevolking te zeggen: wilt U soms dat?
Nu Trump als een dreinende kleuter weigert om te vertrekken, stromen vanuit Afrika de honende adviezen al binnen. Misschien dat hij nog wat militaire hulptroepen kan gebruiken nu hij, nog net op de valreep, zijn minister van Defensie heeft ontslagen, die hem de inzet van het leger voor het behoud van het Witte Huis heeft ontzegd? Trump had voor 3 november in nauw verholen termen de verwachting uitgesproken dat ‘zijn’ nieuwe leden in het Hooggerechtshof hem aan de macht zouden houden – ‘voor wat hoort wat’: ook de trias politica is voor hem een deal. In dit geval zagen wij zijn boezemvriend Poetin goedkeurend knikken. Telefoonrechtspraak: dat kennen ze in Moskou vanouds ook.
Kortom, beter nieuws dan Trumps einde had deze novembermaand aan de westerse democratieën, en zodoende ook aan Europa, niet kunnen bieden. Maar het paradijs breekt daarmee nog niet uit.
Dat begint al binnen Amerika zelf, waar de helft van de kiezers opnieuw zijn stem aan een permanent liegende autocraat heeft gegeven. Zeker twintigduizend leugens van Trump heeft de pers de afgelopen vier jaar geteld – dat zijn er gemiddeld zo’n vijftien per etmaal, zon- en feestdagen inbegrepen. Daar kunnen zelfs Poetin en Xi samen niet tegenop. En een groot deel van Trumps aanhang gelooft na dit vier jaar lang niet aflatende leugenbombardement deze leugens nog steeds, en beschouwt juist de waarheid als nepnieuws. Om wit weer zwart te laten worden, en zwart weer wit, is een omvangrijke detrumpficatie van de geest nodig, zoals in 1945 een soortgelijke denazificatie nodig was, om van de harde schijf van miljoenen Duitsers dertien jaar leugens van Hitler te wissen.
Die geestelijke herprogrammering van het misleide deel van de Amerikaanse bevolking zal nu in zekere zin zelfs nog moeilijker zijn, omdat Hitler en Der Stürmer toen van het toneel verdwenen waren, en Trump en Fox News nu niet. Die zullen de leugen blijven voeden, en beschikken daarvoor over aanzienlijk meer technische mogelijkheden dan de onverbeterlijken 75 jaar terug. Zo ontbraken de sociale media, die nu zo makkelijk Qanon-achtige complottheorieën voeden, tot in de Nederlandse kringen rond Baudet toe, in 1945 nog geheel. Dat is ook voor ons in Europa niet zonder belang.
Zeker: met Biden waait uit Washington niet meer een isolationistische wind. Hij zal ook niet langer de democraten – Merkel, Trudeau – schofferen en de autocraten – Poetin, Bolsonaro – fêteren. Afgezien van de toonhoogte, is ook de bereidheid om aan internationale regelingen en organisaties – Parijs, Iran-akkoord, WHO, VN – deel te nemen in beginsel weer terug. Juist op het terrein van de buitenlandse politiek bezit een Amerikaanse president vanouds veel ruimte. Alleen hebben de daaraan gekoppelde beleidsvoornemens, om niet bij holle worden te blijven, ook binnenlandse consequenties, en daar wordt het voor Biden ingewikkeld.
Bidens speelruimte om zijn verhoudingen met de bondgenoten te normaliseren wordt zodoende, zeker als de Democraten straks toch nét de meerderheid in de Senaat mislopen, sterk afhankelijk van een al dan niet constructieve opstelling van de Republikeinen, bijvoorbeeld op het terrein van de klimaatpolitiek. Van de bereidheid tot zo’n opstelling is in het Republikeinse kamp, een hoogst enkele congresafgevaardigde uitgezonderd, de afgelopen twaalf jaar niets gebleken. Al sinds Obama is de grondhouding er eentje van permanente obstructie, waarbij de Republikeinse Senaatsmeerderheid van Mitch McConnell zelfs al de behandeling van elk door het Huis aangenomen voorstel systematisch blokkeert. Daarvan beloofde hij zich meer electoraal profijt dan van een constructieve houding.
Daarbij komt de voortdurende poging door de Republikeinen tot manipulatie van de verkiezingen zélf door gerrymandering en het opwerpen van obstakels voor vooral zwarte kiezers om hun stem uit te brengen, ditmaal door poging tot ontwrichting van het postverkeer. Trump was daar ook heel open over: als iedereen gaat stemmen, winnen wij nooit.
De hamvraag is dan ook: worden de Republikeinen weer democraten? Of blijft hun enige doel, het de tegenpartij zo moeilijk mogelijk te maken, teneinde de populistische Trumpachterban te gerieven? Durven de Republikeinen nu – met een wegsmeltend Groenland en Antartica – onder ogen te zien dat er een mondiaal klimaatprobleem bestaat, waarvan de aanpak ook offers van de Amerikanen vergt? Dat fossiele brandstoffen hun langste tijd hebben gehad? Dat is ook voor Europa essentieel, omdat we anders op een totalitair China aangewezen zijn.

Thomas von der Dunk, 10 november 2020

Europese BewegingWorden de Republikeinen weer democraten?
read more

Durft Europa beter uit de Coronacrisis te komen?

   Krijgt Brussel nu, tijdens de tweede golf van de coronapandemie, meer voor elkaar dan tijdens de eerste dit voorjaar? De vooruitgang die in de EU is geboekt lijkt zich te beperken tot overeenstemming over een uniforme kleurencodekaart, waarbij vervolgens de lidstaten nog zelf blijven bepalen wanneer en op grond van welke criteria andere lidstaten op hún kaart van kleur veranderen. Opnieuw zitten de grenzen weer (half) dicht, en niet iedereen is in de gelegenheid om een poging te wagen om daar op koninklijke wijze even op eigen houtje overheen te vliegen.

   Zoals op teveel terreinen houden de afzonderlijke landen te angstvallig aan hun eigen nationale bevoegdheden vast – ook al is het, dat zij ter verontschuldiging gezegd, gezien de cultureel bepaalde verschillen in nationale humeuren en nationale acceptatiegraad van overheidsoekazes, zeker niet makkelijk een en ander soepel op elkaar af te stemmen. Hopelijk heeft intussen wel Den Haag, dat dit voorjaar nog bij monde van Rutte en Hoekstra tegenover andere landen betwerig hoog van de toren blies, zijn lesje geleerd, nu Nederland dankzij laksheid van bevolking én regering zo’n beetje de slechtste rapportcijfers van heel Europa haalt en, omdat de overheid zelf zijn zaakjes ook nog steeds niet op orde heeft, opnieuw bij de Duitsers om ITC-bedden bedelen moet.

   De door corona veroorzaakte economische crisis mag ons, ondanks zijn urgentie op korte termijn, de ogen niet doen sluiten voor vijf andere grote problemen waarmee Europa kampt: de klimaatverandering, de fiscale ongelijkheid, de vluchtelingenproblematiek, de aftakeling van de rechtsstaat in het oosten, en een steeds vijandiger en agressiever omgeving – Poetin, Xi, Erdogan, Trump. En dan bewaren we de Brexit, waar Boris steeds verder in zijn loze beloftes verstrikt raakt, omdat Britannia will never rule the waves again, voor een volgende keer.

   Hoever zij gezien de blokkademacht van de lidstaten komt, moeten wij wel nog afwachten, maar inzake de klimaatproblematiek is de Europese commissie onder leiding van Ursula von der Leyen en Frans Timmermans beslist lovenswaardig ambitieus. Terecht wil zij de kansen te baat nemen die door corona zijn ontstaan, nu daardoor een deel van de oude economie die mede voor de klimaatproblemen verantwoordelijk is, op apegapen ligt. Helaas ontbreekt die ambitie totaal bij de Nederlandse regering, die het bij mooie woorden laat, en kortzichtig inzet op herstel van het oude – precies zoals zij het ook bij de stikstofkwestie laat afweten, uit angst voor agrarische trekkerterreur op het Binnenhof.

   Dat niet alles meer kan, zoals de treffende titel van het rapport van de commissie-Remkes luidt, wil het kabinet niet onder ogen zien. Neem het vliegverkeer: waar Parijs in ruil voor staatssteun af wil van binnenlandse vluchten, durft Den Haag geen echte eisen te stellen aan redding van de KLM. Op zo’n moment bezwijkt het verstand en spreekt slechts een infantiel ‘Oranjegevoel’.

   Het is evident dat Schiphol groei kan vergeten, en integendeel met zeer forse krimp rekening moet houden – en daarmee ook de KLM. Gezien de risico’s van nieuwe lock-downs en vervolgens mogelijke terugkeerproblemen zullen veel vacantiegangers van vluchten naar verre oorden afzien, en naar nabije oorden voor eigen vervoer kiezen. Het moeizame maandenlange wachten op terugbetaling van tickets zal dit versterken, omdat vliegmaatschappijen klem komen te zitten tussen bij snelle afhandeling dreigende kastekorten en bij trage boos weglopende klanten.

   Om het thans nog zo scheve speelveld met de trein gelijk te trekken, moet er nu eindelijk een Europese kerosinebelasting komen, zodat nationale regeringen zich niet meer met fiscale concurrentiesmoezen aan de noodzaak van een adequaat de-vervuiler-betaalt voor alle vrije vogels kunnen onttrekken.

   Dat geldt uiteraard voor meer terreinen, bijvoorbeeld big-tech, waar Margrethe Vestager moedige pogingen doet om aan massale belastingontwijking via brievenbustrucs een einde te maken. Ook daar is Nederland, dat op de innig met Schiphol verbonden Amsterdamse Zuidas in de brievenbusfirma’s grossiert, een obstinaat blok aan het been van de vooruitgang. 14 miljard euro per jaar, zo rekende Europarlementariër Paul Tang in de NRC van 16 oktober uit, lopen andere Europese lidstaten daardoor aan belastinginkomsten mis.

   Het is niet meer dan een kwestie van fatsoen dat Den Haag geen belemmeringen meer voor Brussel opwerpt om aan het parasitaire gedrag van multinationals – wel van de infrastructuur profiteren, niet eraan meebetalen – een einde te maken. Ook het hele verhaal over de dreigende afschaffing van de dividendbelasting past hierin. Even geborneerd heeft Nederland zich inzake Moria opgesteld, waar de Duitsers wèl hun Europese medeverantwoordelijkheid erkenden en zich er niet met ‘opvang-in-de-regio’-uitvluchten van afmaakten.

   Omgekeerd, aan de uitgavenzijde, zou de Europese Commissie niet moeten schromen om het financiële wapen in te zetten tegen lidstaten die met de Europese rechtstatelijke normen een loopje nemen, in casu met name Polen en Hongarije. Die landen profiteren fors van Europese ontwikkelingsfondsen – en voor het afknijpen van die geldstroom zou zelfs Orban wel eens niet ongevoelig kunnen zijn. Hier lijken het vooral de Duitsers te zijn die op de rem staan en van geen harde maatregelen willen weten, terwijl Nederland hier gelukkig wel op aandringt. Hoe serieus neemt Europa in dat opzicht nog zichzelf?

   Dat geldt uiteraard ook voor Belarus, waar Loekasjenko bereid is de halve bevolking dood te knuppelen om aan de macht te blijven. Het onvermogen van Brussel om tot serieuze gemeenschappelijke sancties te besluiten, is beschamend. Dat bevestigt de agressieve autocraten om ons heen, van Poetin tot Trump, slechts in hun opvatting dat ze alles kunnen maken en overal mee weg zullen komen.

Thomas von der Dunk, 19 oktober 2020

Europese BewegingDurft Europa beter uit de Coronacrisis te komen?
read more

Solidariteit en Autonomie

1.          Prangende situatie in verkiezingstijd

De coronacrisis stelt alles op scherp, zowel in de sector gezondheid als economisch en sociaal. Er is een diepe economische terugval, voor 2020 wordt gerekend op een gemiddelde terugval van bijna 9% met grote verschillen tussen de lidstaten, gevolgd door een herstel in 2021. Maar er blijven grote onzekerheden, zoals een mogelijke tweede coronagolf en onvoorspelbare ontwikkelingen in de VS en opkomende markten, om niet te spreken van de arme landen. Hele sectoren worden hard geraakt, zoals transport, luchtvaart, de horeca, de detailhandel, toerisme en de culturele sector plus de evenementenindustrie. Andere komen met verbeterd rendement uit het gewoel te voorschijn, zoals de (bio)medische en vooral de sterk gegroeide dienstensector (IT), de door diensten gedreven productieprocessen en hun waardeketens, die grote gevolgen heeft voor op afstand en van huis uit werken. We zien dit dagelijks om ons heen. De in deze sectoren vooroplopende Noord-Europese economieën houden zich zichtbaar beter staande. Als gevolg hiervan verdiept zich de aanhoudende economische divergentie tussen de landen. Corona veroorzaakt inderdaad een symmetrische schok in de hele Unie, maar de gevolgen kunnen eens temeer asymmetrisch uitvallen! Ook de uiteenlopende percentages werkloosheid per land vertonen hiervan de weerslag. Bij het uitbreken van de crisis zijn in Europa en wereldwijd onmiddellijk nationale financiële sluizen opengezet om economisch leegbloeden te compenseren. De staatsschuld loopt met percentages op. De onoverzichtelijke wanorde van de pandemie is verre van voorbij. De pijn voor de economie lijkt voor het ogenblik verzacht. Maar er zijn natuurlijke grenzen aan kunstmatig bijsturen. Er komen golven van faillissementen en bedrijfsherstructureringen aan. In deze prangende situatie vallen de verkiezingen in Nederland. Europa zal een belangrijk thema zijn. In deze exceptionele crisis valt juist het EU-voorzitterschap toe aan Duitsland, dat ogenblikkelijk de verantwoordelijkheid naar zich toetrok. Het voorzitterschap stuurt aan op verrassende en onverwachte vernieuwingen, waarop naar mijn mening ook onze politieke partijen zich dienen te oriënteren.

2.          Duitsland en EU: verscherpte focus op prioriteiten

Al vanaf januari trof Berlijn intensief voorbereidingen voor het EU-voorzitterschap. De Bondsregering maakt zich al langer steeds meer zorgen over het verslechterd internationaal klimaat, waarin het ieder voor zich van China en de VS de marsroute bepaalt. De EU, die het grootste belang heeft bij stabiele exportmarkten en de globalisering, wordt door fragmentatie in de wereldhandel en handelsconflicten tussen de giganten ernstig geraakt. In ieder geval zou Europa daarop een tot dusver ontbrekend weerwoord moeten hebben. Er is veel achterstallig onderhoud. Niet voor niets had de nieuwe Commissie in het voorspel voor het Duitse voorzitterschap dan ook gekozen voor de toepasselijke titel geopolitieke Commissie.

Meer autonomie voor Europa werd een gevleugeld woord.De blik ging van binnen naar buiten. De EU zou meer gedreven moeten worden door de gezamenlijk-Europese belangen en waarden in de wereld. Brexit geeft aan de noodzaak hiervan alleen maar meer reliëf. Het Duitse voorzitterschap richtte in lijn met die van de Commissie zijn focus dan ook op industrie en technologie met als centrale onderwerpen de Green Deal, digitaliseringen een aanpassing van het EU mededingingsregime. Over dit laatste is al maanden veel te doen sinds Frankrijk en Duitsland de kat de bel aan hebben gebonden, dat onder meer eind 2019 leidde tot het Frans-Duitse manifest voor Europese industriepolitiek.[1] Dit zou twee jaar geleden nog ondenkbaar zijn geweest. Daarnaast lag Brexit op tafel en de afronding van het Multifinancial Framework. Ter onderstreping van de Europese waarden stonden ook de rechtsstaat en de Conferentie over de Toekomst van Europa op de rol.

De coronacrisis vanaf februari haalde deze opzet weliswaar overhoop, maar de hoofdlijn bleef overeind staan. In weerwil van de onzekerheden blijkt juist Duitsland bekende piketpalen ingrijpend te verzetten. De crisis blijkt in Berlijn een katalysator voor een nieuwe visie en nieuwe instrumenten. 

3.          Herdefiniëring van het Duitse belang

Centraal staat een herdefiniëring van het Duitse belang, die ertoe leidt dat in Berlijn in graniet gehouwen standpunten worden verlaten. Die kwamen er net als in Nederland in de grond erop neer, dat ieder land in geval van welk probleem dan ook zijn eigen broek moet ophouden. Deze visie wijzigt zich. Andere uitgangspunten zetten nu in Berlijn de toon. Het behoud van de Europese binnenmarkt is het centrale zorgenkind. Bij groeiende onzekerheid over de effecten van de coronacrisis neemt die zorg alleen maar toe. De verwevenheid van de Europese economieën is manifest: veel onderdelen en halffabricaten voor de Duitse industrie komen uit Italië en Spanje, terwijl de Europese markt als geheel, net zo goed als voor Nederland, een levensader is voor de Duitse export. Met name Italië en Spanje mogen niet nog verder achterop raken, doordat in de huidige situatie het leeuwendeel van de nationale staatssteun naar Duitse bedrijven gaat. 

Hiernaast is de positie van Duitsland en Europa in de wereld een tweede factor van minstens gelijk belang. De Duitse industrie, en in haar voetspoor de Bondsregering, dacht jarenlang, dat zij het als zelfstandig powerhouse in de wereld zou kunnen bolwerken. Maar nu vrezen toch velen dat men het zonder enorme publieke en private investeringen in de EU niet gaat redden. Deze schaal is onontbeerlijk tegenover een naar binnen gericht Amerika met the winner takes all, en de statelijk gedreven Chinese economie. Het meer realistische besef, dat Duitsland daarvoor een maatje te klein is, krijgt de overhand, terwijl structurele onevenwichtigheid in Europa zich juist tégen Duitsland zal keren. Voor stabiliteit en de toekomst hebben we elkaar allemaal nodig. Ook om die reden is zorg voor en bescherming van de partnerlanden vereist.  Dit is een heel ander geluid dan in 2009 en 2013, toen vooral austerity  de klok sloeg. Daar heeft men van geleerd. Deze lessons learned betekenen vooral dat landen in een noodsituatie niet nog verder moeten worden teruggedrukt, en dat men minder doctrinair en meer gebalanceerd te werk moet gaan. Duitsland heeft onlangs Griekenland zelfs excuses aangeboden. Er is gerede vrees, dat nationalisme en populisme alleen maar in de kaart worden gespeeld, wanneer gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en dus ook medeverantwoordelijkheid van Duitsland en de andere rijke lidstaten achterwege blijft.

Over dit alles is de politieke leiding heel helder, niet alleen Merkel, maar evenzeer Maas (BZ), Scholz (Financiën), Altmaier (Economische Zaken) en Schäuble (Voorzitter Bondsdag), en ook de bekeerde Minister-President Söder van het nauw met Noord-Italië verbonden Beieren. Als ware herauten houden zij, Angela Merkel voorop, Europa en critici in Duitsland zélf een nieuwe spiegel voor. Zo hebben Maas en Scholz al op 6 april tijdens het geruzie over de EU begroting en over coronabonds (met Nederland in een hoofdrol) in de Zuid-Europese pers de noodzaak van substantiële steun aan zwaar getroffen landen breed uitgemeten. Samengevat gaat het nu niet meer om de grootmoedigheid van Deutschland Zahlmeister:wij betalen omdat we de grootstezijn en wegens schuldgevoel. Het gaat om een herdefiniëring van het gemeenschappelijk Duitse en Europese belang onder nieuwe urgente omstandigheden. Dit alles werd in de  crises in 2009 en 2011 in Berlijn (zoals hier) nog heel anders gepercipieerd.

4.          Samen met Frankrijk: Solidariteit en Autonomie

In dezelfde denklijn past eveneens de verrassende herleving van de motor Parijs-Berlijn, eveneens een kernelement in de Duitse ommezwaai, die ook voor  Parijs  een verrassing kwam. De band met Frankrijk was immers als gevolg van steeds nationalere oriëntatie van Duitsland al jaren aan erosie onderhevig. Perspectieven van Macron over de toekomst van Europa werden in Berlijn stelselmatig genegeerd. Nu komt de vlag er anders bij te hangen en worden onder de radar ideeën en meningsverschillen politiek en ambtelijk getoetst. Corona brengt de afstemming in een stroomversnelling.

Met bestrijding van protectionisme binnen Europa en het doel van gelijkwaardigheid met de giganten in de wereld komen we uit bij de strategische autonomie en de souveraineté partagée van Macron. Het nieuwe is, dat het nationale instinct tot zelfbehoud nu dus óók voor Duitsland via de Europese lijn gaat. Zo zijn solidariteit met het oog op sociale en economische stabiliteit op het continent en strategische autonomie twee zijden van dezelfde medaille. Het Duitse voorzitterschap kan dan ook worden samengevat in Solidariteit en Autonomie. Ongekend is de omslag van het ministerie van Financiën: nieuwe mensen, nieuw geluid! Scholz hanteerde een retoriek, die aan Macron deed denken. Hij sprak van een ware omslag in het Europese begrotingsoverleg, zelfs van een Hamiltonian moment.[2] Zo ver gaat het niet. De steun van €750 miljard is (vooralsnog) eenmalig voor deze uitzonderlijke situatie en er is geen sprake van pooling van schulden. Maar dat het een bijzonder vergaand plan is, zeker ook in combinatie met de EU-begroting 1921-’27 van €1074 miljard en het Pandemic Emergency Purchase Program tot €1350 miljard van de ECB, staat buiten kijf. De nadruk ligt allereerst op publieke investeringen en structurele hervormingen. Als klap op de vuurpijl gaat de Unie ook beschikken over een eigen leencapaciteit en gaat zij voor de afbetalingen beschikken over eigen middelen, te beginnen met een heffing op plastic. Daarnaast staan carbonheffingen en digital tax op de rol.

4.          Nederland in de vuurlinie

Als gevolg van Brexit ontstaan nieuwe coalities. Landen zijn op zoek naar een nieuwe positionering. Met de Engelsen zou een dergelijk Duits-Frans voorstel weinig kans hebben gemaakt, hoewel Johnson in eigen land meer met geld smijt dan waar ook. Maar natuurlijk niet ten gunste van een ander of van het geheel. De Nederlandse politiek toonde al eerder tendensen in het opengevallen Engelse gat te willen springen. Het begon met een aanval van Hoekstra en zeven lidstaten, toen nog met stilzwijgende steun van Duitsland, tegen de Franse visie. Nú ontstond een nieuwe combinatie van de Vrekkige Vier, de Frugal Four, naast Nederland Oostenrijk, Zweden en Denemarken (en later nog Finland). Zij richtten hun verzet tegen subsidies en tegen dreigende pooling van schulden. Het riekt allemaal teveel naar een transferunie en naar een eigen EU begroting. Voorheen deed Duitsland dat werk voor hen, nu zit Duitsland in een ander kamp. Berlijn en Parijs hebben samen met de Commissie de aanpak op een ander niveau getild, waar Den Haag helaas niet aan toekwam. Het nam voor het eerst openlijk afstand van Duitsland en geraakte middenin de vuurlinie. De argumenten van de Frugal Four waren wel degelijk valide voor zover zij sterk de nadruk legden op de noodzaak van hervormingen in de ontvangende landen, waaromtrent gerede twijfel bestaat. Maar het ging dieper. Politiek Den Haag zit nog in de bekende mal van vooral diep wantrouwen tegenover het zuiden. Strategische overwegingen van Merkel en Macron worden in de politieke discussie in Nederland teruggebracht tot een strijd om geld en korte-termijn gewin. Er werd op dat front ondertussen wel winst geboekt: in plaats van €500 miljard subsidies werd het €390 miljard, de controle op de aanwending door de Commissie wordt verscherpt en Nederland behoudt zijn korting van bijna €2 miljard per jaar. Maar de prijs is, dat de door Nederlands toedoen verlaagde begroting ten koste gaat van technologie, innovatie en de Green Deal, de juist door Nederland gekoesterde begrotingsposten.

5.          Een kantelpunt,  nu de uitwerking. Inclusief Nederland!

Een gezamenlijke persconferentie van Merkel en Macron op 21 juli maakte eens temeer duidelijk, hoeveel Duitsland en Frankrijk politiek in dit huzarenstuk hebben geïnvesteerd. Ook is de snelheid van besluitvorming door toedoen van Merkel uitzonderlijk. Het is een kantelpunt. Het is nog onduidelijk, of Nederland hierin meegaat. In ieder geval broeit er een en ander, zoals bijvoorbeeld het verrassende en baanbrekende pleidooi van de President van de Nederlandsche Bank, Klaas Knot.[3] Het is een moedig verhaal. Veel argumenten, die bij onze oosterburen tot een omzwaai hebben geleid, worden ook door Knot consequent en helder voor het voetlicht geplaatst. In zijn conclusies bepleit hij onder meer een verdieping van de EMU, waardoor een verder dreigende scheefgroei tussen Noord en Zuid wordt voorkomen. De binnenmarkt zelf en de EMU zijn immers in het geding. En nationalisme en populisme dreigen. Dat stelt niet alleen eisen aan Zuid-Europa, maar ook aan Duitsland en Noord-Europa. Álle landen zijn sámen verantwoordelijk in een gemeenschappelijk kader en dit vereist méér Europa, waarin iedere lidstaat al naargelang de stand van zaken de eigen ontwikkeling effectief ter hand moet nemen.

We mogen, zoals gebruikelijk bij een akkoord op hooflijnen, bepaald de ogen niet sluiten voor de nodige politieke problemen bij de uitwerking: beantwoorden de projecten en hervormingen aan de juiste vereisten van modernisering van de economie en komt er voldoende binnen een paar jaar op tafel? Krijgt de Commissie voldoende doorzettingsmacht? Wordt de inkomstenkant goed geregeld? Komt verbetering van de arbeidsproductiviteit in grote delen van Zuid-Europa, achilleshiel van de ontwikkeling, eindelijk van de grond? Wat komt er terecht van het criterium van de rechtsstaat, dat plotseling is doodgezwegen? Hoe ieders verantwoordelijkheid te definiëren en hoe daaraan de hand te houden? Vragen en dilemma’s te over. Alleen politiek leiderschap op grond van een samenvattende visie kan de EU in een nieuw vaarwater brengen. Het doel is duidelijk: hoe een stabiel, geloofwaardig en robuust Europa in de wereld zeker te stellen. Correcte uitvoering over jaren vereist vanaf nu voldragen leiderschap van álle 27 en de Commissie. Het is een zelden vertoonde testcase, die consequente politieke wil en optreden vereisen. Ook dus van Nederland.

De partijprogramma’s voor de komende verkiezingen zijn in voorbereiding. Daarin zal naar mijn mening, in een aantal gevallen de bocht moeten worden gemaakt van (gematigd) euroscepticisme naar een volwassen acceptatie van de eisen van de tijd, met name met het oog op de nog flink tekort schietende interne Europese ontwikkeling én de prioriteit van een robuust Europa in  wereldverband. Het nieuwe motto van Solidariteit en Autonomie moet ook voor Nederland gaan gelden. 

Den Haag,

6 september 2020


[1]             A Franco-German Manifesto for a European industrial policy fit for the 21st Century

[2]             Een verwijzing naar Alexander Hamilton, the first American Secretary of the Treasury, die in 1790 de ruziënde partijen wist te verenigen individuele oorlogsschulden van de vroegere koloniën om te zetten in gemeenschappelijke verplichtingen van de federale Unie, algemeen beschouwd als een beslissende stap naar het Amerikaanse federale regeringsstelsel.

[3]             Zie de Schoolezing van 1 september jl. en het interview van de President van DNB in de Volkskrant van 2 september.

Europese BewegingSolidariteit en Autonomie
read more