Publicaties

Worden de Republikeinen weer democraten?

Zoals de echte dictator Moammar Kadhafi indertijd in een rioolpijp eindigde, zo beleefde de Trump-parodie daarop zijn zwanenzang tussen een dildozaak en een crematorium – een passend slotakkoord voor deze grab-them-by-the-pussy-president. Doordat een of andere onderknuppel twee telefoonnummers had verwisseld, vond zij niet plaats in het beoogde chique hotel, maar op de parkeerplaats van een gelijknamig hoveniersbedrijf op een nondescript bedrijventerrein. Het was symbolisch voor de tot systeem verheven chaos, waaruit dankzij Steve Bannon Trumps bewind vier jaar lang bestond, deze Tatort-achtige locatie voor de persconferentie van maffiabaas Rudy Giuliani – we misten alleen nog het lijk.
Met zijn permanente poging tot ondermijning van alle instituties heeft geen Amerikaanse president de democratie in eigen land en het aanzien ervan daarbuiten in de afgelopen anderhalve eeuw zoveel schade berokkend als Donald Trump. Zijn hele optreden was koren op de molen van echte dictatoren, die hun almacht altijd met de boodschap ‘ik of de chaos’ legitimeren. Eén zo’n ‘verkiezingsdebat’ geeft Xi bakken munitie om tegen de Chinese bevolking te zeggen: wilt U soms dat?
Nu Trump als een dreinende kleuter weigert om te vertrekken, stromen vanuit Afrika de honende adviezen al binnen. Misschien dat hij nog wat militaire hulptroepen kan gebruiken nu hij, nog net op de valreep, zijn minister van Defensie heeft ontslagen, die hem de inzet van het leger voor het behoud van het Witte Huis heeft ontzegd? Trump had voor 3 november in nauw verholen termen de verwachting uitgesproken dat ‘zijn’ nieuwe leden in het Hooggerechtshof hem aan de macht zouden houden – ‘voor wat hoort wat’: ook de trias politica is voor hem een deal. In dit geval zagen wij zijn boezemvriend Poetin goedkeurend knikken. Telefoonrechtspraak: dat kennen ze in Moskou vanouds ook.
Kortom, beter nieuws dan Trumps einde had deze novembermaand aan de westerse democratieën, en zodoende ook aan Europa, niet kunnen bieden. Maar het paradijs breekt daarmee nog niet uit.
Dat begint al binnen Amerika zelf, waar de helft van de kiezers opnieuw zijn stem aan een permanent liegende autocraat heeft gegeven. Zeker twintigduizend leugens van Trump heeft de pers de afgelopen vier jaar geteld – dat zijn er gemiddeld zo’n vijftien per etmaal, zon- en feestdagen inbegrepen. Daar kunnen zelfs Poetin en Xi samen niet tegenop. En een groot deel van Trumps aanhang gelooft na dit vier jaar lang niet aflatende leugenbombardement deze leugens nog steeds, en beschouwt juist de waarheid als nepnieuws. Om wit weer zwart te laten worden, en zwart weer wit, is een omvangrijke detrumpficatie van de geest nodig, zoals in 1945 een soortgelijke denazificatie nodig was, om van de harde schijf van miljoenen Duitsers dertien jaar leugens van Hitler te wissen.
Die geestelijke herprogrammering van het misleide deel van de Amerikaanse bevolking zal nu in zekere zin zelfs nog moeilijker zijn, omdat Hitler en Der Stürmer toen van het toneel verdwenen waren, en Trump en Fox News nu niet. Die zullen de leugen blijven voeden, en beschikken daarvoor over aanzienlijk meer technische mogelijkheden dan de onverbeterlijken 75 jaar terug. Zo ontbraken de sociale media, die nu zo makkelijk Qanon-achtige complottheorieën voeden, tot in de Nederlandse kringen rond Baudet toe, in 1945 nog geheel. Dat is ook voor ons in Europa niet zonder belang.
Zeker: met Biden waait uit Washington niet meer een isolationistische wind. Hij zal ook niet langer de democraten – Merkel, Trudeau – schofferen en de autocraten – Poetin, Bolsonaro – fêteren. Afgezien van de toonhoogte, is ook de bereidheid om aan internationale regelingen en organisaties – Parijs, Iran-akkoord, WHO, VN – deel te nemen in beginsel weer terug. Juist op het terrein van de buitenlandse politiek bezit een Amerikaanse president vanouds veel ruimte. Alleen hebben de daaraan gekoppelde beleidsvoornemens, om niet bij holle worden te blijven, ook binnenlandse consequenties, en daar wordt het voor Biden ingewikkeld.
Bidens speelruimte om zijn verhoudingen met de bondgenoten te normaliseren wordt zodoende, zeker als de Democraten straks toch nét de meerderheid in de Senaat mislopen, sterk afhankelijk van een al dan niet constructieve opstelling van de Republikeinen, bijvoorbeeld op het terrein van de klimaatpolitiek. Van de bereidheid tot zo’n opstelling is in het Republikeinse kamp, een hoogst enkele congresafgevaardigde uitgezonderd, de afgelopen twaalf jaar niets gebleken. Al sinds Obama is de grondhouding er eentje van permanente obstructie, waarbij de Republikeinse Senaatsmeerderheid van Mitch McConnell zelfs al de behandeling van elk door het Huis aangenomen voorstel systematisch blokkeert. Daarvan beloofde hij zich meer electoraal profijt dan van een constructieve houding.
Daarbij komt de voortdurende poging door de Republikeinen tot manipulatie van de verkiezingen zélf door gerrymandering en het opwerpen van obstakels voor vooral zwarte kiezers om hun stem uit te brengen, ditmaal door poging tot ontwrichting van het postverkeer. Trump was daar ook heel open over: als iedereen gaat stemmen, winnen wij nooit.
De hamvraag is dan ook: worden de Republikeinen weer democraten? Of blijft hun enige doel, het de tegenpartij zo moeilijk mogelijk te maken, teneinde de populistische Trumpachterban te gerieven? Durven de Republikeinen nu – met een wegsmeltend Groenland en Antartica – onder ogen te zien dat er een mondiaal klimaatprobleem bestaat, waarvan de aanpak ook offers van de Amerikanen vergt? Dat fossiele brandstoffen hun langste tijd hebben gehad? Dat is ook voor Europa essentieel, omdat we anders op een totalitair China aangewezen zijn.

Thomas von der Dunk, 10 november 2020

Europese BewegingWorden de Republikeinen weer democraten?
read more

Durft Europa beter uit de Coronacrisis te komen?

   Krijgt Brussel nu, tijdens de tweede golf van de coronapandemie, meer voor elkaar dan tijdens de eerste dit voorjaar? De vooruitgang die in de EU is geboekt lijkt zich te beperken tot overeenstemming over een uniforme kleurencodekaart, waarbij vervolgens de lidstaten nog zelf blijven bepalen wanneer en op grond van welke criteria andere lidstaten op hún kaart van kleur veranderen. Opnieuw zitten de grenzen weer (half) dicht, en niet iedereen is in de gelegenheid om een poging te wagen om daar op koninklijke wijze even op eigen houtje overheen te vliegen.

   Zoals op teveel terreinen houden de afzonderlijke landen te angstvallig aan hun eigen nationale bevoegdheden vast – ook al is het, dat zij ter verontschuldiging gezegd, gezien de cultureel bepaalde verschillen in nationale humeuren en nationale acceptatiegraad van overheidsoekazes, zeker niet makkelijk een en ander soepel op elkaar af te stemmen. Hopelijk heeft intussen wel Den Haag, dat dit voorjaar nog bij monde van Rutte en Hoekstra tegenover andere landen betwerig hoog van de toren blies, zijn lesje geleerd, nu Nederland dankzij laksheid van bevolking én regering zo’n beetje de slechtste rapportcijfers van heel Europa haalt en, omdat de overheid zelf zijn zaakjes ook nog steeds niet op orde heeft, opnieuw bij de Duitsers om ITC-bedden bedelen moet.

   De door corona veroorzaakte economische crisis mag ons, ondanks zijn urgentie op korte termijn, de ogen niet doen sluiten voor vijf andere grote problemen waarmee Europa kampt: de klimaatverandering, de fiscale ongelijkheid, de vluchtelingenproblematiek, de aftakeling van de rechtsstaat in het oosten, en een steeds vijandiger en agressiever omgeving – Poetin, Xi, Erdogan, Trump. En dan bewaren we de Brexit, waar Boris steeds verder in zijn loze beloftes verstrikt raakt, omdat Britannia will never rule the waves again, voor een volgende keer.

   Hoever zij gezien de blokkademacht van de lidstaten komt, moeten wij wel nog afwachten, maar inzake de klimaatproblematiek is de Europese commissie onder leiding van Ursula von der Leyen en Frans Timmermans beslist lovenswaardig ambitieus. Terecht wil zij de kansen te baat nemen die door corona zijn ontstaan, nu daardoor een deel van de oude economie die mede voor de klimaatproblemen verantwoordelijk is, op apegapen ligt. Helaas ontbreekt die ambitie totaal bij de Nederlandse regering, die het bij mooie woorden laat, en kortzichtig inzet op herstel van het oude – precies zoals zij het ook bij de stikstofkwestie laat afweten, uit angst voor agrarische trekkerterreur op het Binnenhof.

   Dat niet alles meer kan, zoals de treffende titel van het rapport van de commissie-Remkes luidt, wil het kabinet niet onder ogen zien. Neem het vliegverkeer: waar Parijs in ruil voor staatssteun af wil van binnenlandse vluchten, durft Den Haag geen echte eisen te stellen aan redding van de KLM. Op zo’n moment bezwijkt het verstand en spreekt slechts een infantiel ‘Oranjegevoel’.

   Het is evident dat Schiphol groei kan vergeten, en integendeel met zeer forse krimp rekening moet houden – en daarmee ook de KLM. Gezien de risico’s van nieuwe lock-downs en vervolgens mogelijke terugkeerproblemen zullen veel vacantiegangers van vluchten naar verre oorden afzien, en naar nabije oorden voor eigen vervoer kiezen. Het moeizame maandenlange wachten op terugbetaling van tickets zal dit versterken, omdat vliegmaatschappijen klem komen te zitten tussen bij snelle afhandeling dreigende kastekorten en bij trage boos weglopende klanten.

   Om het thans nog zo scheve speelveld met de trein gelijk te trekken, moet er nu eindelijk een Europese kerosinebelasting komen, zodat nationale regeringen zich niet meer met fiscale concurrentiesmoezen aan de noodzaak van een adequaat de-vervuiler-betaalt voor alle vrije vogels kunnen onttrekken.

   Dat geldt uiteraard voor meer terreinen, bijvoorbeeld big-tech, waar Margrethe Vestager moedige pogingen doet om aan massale belastingontwijking via brievenbustrucs een einde te maken. Ook daar is Nederland, dat op de innig met Schiphol verbonden Amsterdamse Zuidas in de brievenbusfirma’s grossiert, een obstinaat blok aan het been van de vooruitgang. 14 miljard euro per jaar, zo rekende Europarlementariër Paul Tang in de NRC van 16 oktober uit, lopen andere Europese lidstaten daardoor aan belastinginkomsten mis.

   Het is niet meer dan een kwestie van fatsoen dat Den Haag geen belemmeringen meer voor Brussel opwerpt om aan het parasitaire gedrag van multinationals – wel van de infrastructuur profiteren, niet eraan meebetalen – een einde te maken. Ook het hele verhaal over de dreigende afschaffing van de dividendbelasting past hierin. Even geborneerd heeft Nederland zich inzake Moria opgesteld, waar de Duitsers wèl hun Europese medeverantwoordelijkheid erkenden en zich er niet met ‘opvang-in-de-regio’-uitvluchten van afmaakten.

   Omgekeerd, aan de uitgavenzijde, zou de Europese Commissie niet moeten schromen om het financiële wapen in te zetten tegen lidstaten die met de Europese rechtstatelijke normen een loopje nemen, in casu met name Polen en Hongarije. Die landen profiteren fors van Europese ontwikkelingsfondsen – en voor het afknijpen van die geldstroom zou zelfs Orban wel eens niet ongevoelig kunnen zijn. Hier lijken het vooral de Duitsers te zijn die op de rem staan en van geen harde maatregelen willen weten, terwijl Nederland hier gelukkig wel op aandringt. Hoe serieus neemt Europa in dat opzicht nog zichzelf?

   Dat geldt uiteraard ook voor Belarus, waar Loekasjenko bereid is de halve bevolking dood te knuppelen om aan de macht te blijven. Het onvermogen van Brussel om tot serieuze gemeenschappelijke sancties te besluiten, is beschamend. Dat bevestigt de agressieve autocraten om ons heen, van Poetin tot Trump, slechts in hun opvatting dat ze alles kunnen maken en overal mee weg zullen komen.

Thomas von der Dunk, 19 oktober 2020

Europese BewegingDurft Europa beter uit de Coronacrisis te komen?
read more

Solidariteit en Autonomie

1.          Prangende situatie in verkiezingstijd

De coronacrisis stelt alles op scherp, zowel in de sector gezondheid als economisch en sociaal. Er is een diepe economische terugval, voor 2020 wordt gerekend op een gemiddelde terugval van bijna 9% met grote verschillen tussen de lidstaten, gevolgd door een herstel in 2021. Maar er blijven grote onzekerheden, zoals een mogelijke tweede coronagolf en onvoorspelbare ontwikkelingen in de VS en opkomende markten, om niet te spreken van de arme landen. Hele sectoren worden hard geraakt, zoals transport, luchtvaart, de horeca, de detailhandel, toerisme en de culturele sector plus de evenementenindustrie. Andere komen met verbeterd rendement uit het gewoel te voorschijn, zoals de (bio)medische en vooral de sterk gegroeide dienstensector (IT), de door diensten gedreven productieprocessen en hun waardeketens, die grote gevolgen heeft voor op afstand en van huis uit werken. We zien dit dagelijks om ons heen. De in deze sectoren vooroplopende Noord-Europese economieën houden zich zichtbaar beter staande. Als gevolg hiervan verdiept zich de aanhoudende economische divergentie tussen de landen. Corona veroorzaakt inderdaad een symmetrische schok in de hele Unie, maar de gevolgen kunnen eens temeer asymmetrisch uitvallen! Ook de uiteenlopende percentages werkloosheid per land vertonen hiervan de weerslag. Bij het uitbreken van de crisis zijn in Europa en wereldwijd onmiddellijk nationale financiële sluizen opengezet om economisch leegbloeden te compenseren. De staatsschuld loopt met percentages op. De onoverzichtelijke wanorde van de pandemie is verre van voorbij. De pijn voor de economie lijkt voor het ogenblik verzacht. Maar er zijn natuurlijke grenzen aan kunstmatig bijsturen. Er komen golven van faillissementen en bedrijfsherstructureringen aan. In deze prangende situatie vallen de verkiezingen in Nederland. Europa zal een belangrijk thema zijn. In deze exceptionele crisis valt juist het EU-voorzitterschap toe aan Duitsland, dat ogenblikkelijk de verantwoordelijkheid naar zich toetrok. Het voorzitterschap stuurt aan op verrassende en onverwachte vernieuwingen, waarop naar mijn mening ook onze politieke partijen zich dienen te oriënteren.

2.          Duitsland en EU: verscherpte focus op prioriteiten

Al vanaf januari trof Berlijn intensief voorbereidingen voor het EU-voorzitterschap. De Bondsregering maakt zich al langer steeds meer zorgen over het verslechterd internationaal klimaat, waarin het ieder voor zich van China en de VS de marsroute bepaalt. De EU, die het grootste belang heeft bij stabiele exportmarkten en de globalisering, wordt door fragmentatie in de wereldhandel en handelsconflicten tussen de giganten ernstig geraakt. In ieder geval zou Europa daarop een tot dusver ontbrekend weerwoord moeten hebben. Er is veel achterstallig onderhoud. Niet voor niets had de nieuwe Commissie in het voorspel voor het Duitse voorzitterschap dan ook gekozen voor de toepasselijke titel geopolitieke Commissie.

Meer autonomie voor Europa werd een gevleugeld woord.De blik ging van binnen naar buiten. De EU zou meer gedreven moeten worden door de gezamenlijk-Europese belangen en waarden in de wereld. Brexit geeft aan de noodzaak hiervan alleen maar meer reliëf. Het Duitse voorzitterschap richtte in lijn met die van de Commissie zijn focus dan ook op industrie en technologie met als centrale onderwerpen de Green Deal, digitaliseringen een aanpassing van het EU mededingingsregime. Over dit laatste is al maanden veel te doen sinds Frankrijk en Duitsland de kat de bel aan hebben gebonden, dat onder meer eind 2019 leidde tot het Frans-Duitse manifest voor Europese industriepolitiek.[1] Dit zou twee jaar geleden nog ondenkbaar zijn geweest. Daarnaast lag Brexit op tafel en de afronding van het Multifinancial Framework. Ter onderstreping van de Europese waarden stonden ook de rechtsstaat en de Conferentie over de Toekomst van Europa op de rol.

De coronacrisis vanaf februari haalde deze opzet weliswaar overhoop, maar de hoofdlijn bleef overeind staan. In weerwil van de onzekerheden blijkt juist Duitsland bekende piketpalen ingrijpend te verzetten. De crisis blijkt in Berlijn een katalysator voor een nieuwe visie en nieuwe instrumenten. 

3.          Herdefiniëring van het Duitse belang

Centraal staat een herdefiniëring van het Duitse belang, die ertoe leidt dat in Berlijn in graniet gehouwen standpunten worden verlaten. Die kwamen er net als in Nederland in de grond erop neer, dat ieder land in geval van welk probleem dan ook zijn eigen broek moet ophouden. Deze visie wijzigt zich. Andere uitgangspunten zetten nu in Berlijn de toon. Het behoud van de Europese binnenmarkt is het centrale zorgenkind. Bij groeiende onzekerheid over de effecten van de coronacrisis neemt die zorg alleen maar toe. De verwevenheid van de Europese economieën is manifest: veel onderdelen en halffabricaten voor de Duitse industrie komen uit Italië en Spanje, terwijl de Europese markt als geheel, net zo goed als voor Nederland, een levensader is voor de Duitse export. Met name Italië en Spanje mogen niet nog verder achterop raken, doordat in de huidige situatie het leeuwendeel van de nationale staatssteun naar Duitse bedrijven gaat. 

Hiernaast is de positie van Duitsland en Europa in de wereld een tweede factor van minstens gelijk belang. De Duitse industrie, en in haar voetspoor de Bondsregering, dacht jarenlang, dat zij het als zelfstandig powerhouse in de wereld zou kunnen bolwerken. Maar nu vrezen toch velen dat men het zonder enorme publieke en private investeringen in de EU niet gaat redden. Deze schaal is onontbeerlijk tegenover een naar binnen gericht Amerika met the winner takes all, en de statelijk gedreven Chinese economie. Het meer realistische besef, dat Duitsland daarvoor een maatje te klein is, krijgt de overhand, terwijl structurele onevenwichtigheid in Europa zich juist tégen Duitsland zal keren. Voor stabiliteit en de toekomst hebben we elkaar allemaal nodig. Ook om die reden is zorg voor en bescherming van de partnerlanden vereist.  Dit is een heel ander geluid dan in 2009 en 2013, toen vooral austerity  de klok sloeg. Daar heeft men van geleerd. Deze lessons learned betekenen vooral dat landen in een noodsituatie niet nog verder moeten worden teruggedrukt, en dat men minder doctrinair en meer gebalanceerd te werk moet gaan. Duitsland heeft onlangs Griekenland zelfs excuses aangeboden. Er is gerede vrees, dat nationalisme en populisme alleen maar in de kaart worden gespeeld, wanneer gemeenschappelijke verantwoordelijkheid en dus ook medeverantwoordelijkheid van Duitsland en de andere rijke lidstaten achterwege blijft.

Over dit alles is de politieke leiding heel helder, niet alleen Merkel, maar evenzeer Maas (BZ), Scholz (Financiën), Altmaier (Economische Zaken) en Schäuble (Voorzitter Bondsdag), en ook de bekeerde Minister-President Söder van het nauw met Noord-Italië verbonden Beieren. Als ware herauten houden zij, Angela Merkel voorop, Europa en critici in Duitsland zélf een nieuwe spiegel voor. Zo hebben Maas en Scholz al op 6 april tijdens het geruzie over de EU begroting en over coronabonds (met Nederland in een hoofdrol) in de Zuid-Europese pers de noodzaak van substantiële steun aan zwaar getroffen landen breed uitgemeten. Samengevat gaat het nu niet meer om de grootmoedigheid van Deutschland Zahlmeister:wij betalen omdat we de grootstezijn en wegens schuldgevoel. Het gaat om een herdefiniëring van het gemeenschappelijk Duitse en Europese belang onder nieuwe urgente omstandigheden. Dit alles werd in de  crises in 2009 en 2011 in Berlijn (zoals hier) nog heel anders gepercipieerd.

4.          Samen met Frankrijk: Solidariteit en Autonomie

In dezelfde denklijn past eveneens de verrassende herleving van de motor Parijs-Berlijn, eveneens een kernelement in de Duitse ommezwaai, die ook voor  Parijs  een verrassing kwam. De band met Frankrijk was immers als gevolg van steeds nationalere oriëntatie van Duitsland al jaren aan erosie onderhevig. Perspectieven van Macron over de toekomst van Europa werden in Berlijn stelselmatig genegeerd. Nu komt de vlag er anders bij te hangen en worden onder de radar ideeën en meningsverschillen politiek en ambtelijk getoetst. Corona brengt de afstemming in een stroomversnelling.

Met bestrijding van protectionisme binnen Europa en het doel van gelijkwaardigheid met de giganten in de wereld komen we uit bij de strategische autonomie en de souveraineté partagée van Macron. Het nieuwe is, dat het nationale instinct tot zelfbehoud nu dus óók voor Duitsland via de Europese lijn gaat. Zo zijn solidariteit met het oog op sociale en economische stabiliteit op het continent en strategische autonomie twee zijden van dezelfde medaille. Het Duitse voorzitterschap kan dan ook worden samengevat in Solidariteit en Autonomie. Ongekend is de omslag van het ministerie van Financiën: nieuwe mensen, nieuw geluid! Scholz hanteerde een retoriek, die aan Macron deed denken. Hij sprak van een ware omslag in het Europese begrotingsoverleg, zelfs van een Hamiltonian moment.[2] Zo ver gaat het niet. De steun van €750 miljard is (vooralsnog) eenmalig voor deze uitzonderlijke situatie en er is geen sprake van pooling van schulden. Maar dat het een bijzonder vergaand plan is, zeker ook in combinatie met de EU-begroting 1921-’27 van €1074 miljard en het Pandemic Emergency Purchase Program tot €1350 miljard van de ECB, staat buiten kijf. De nadruk ligt allereerst op publieke investeringen en structurele hervormingen. Als klap op de vuurpijl gaat de Unie ook beschikken over een eigen leencapaciteit en gaat zij voor de afbetalingen beschikken over eigen middelen, te beginnen met een heffing op plastic. Daarnaast staan carbonheffingen en digital tax op de rol.

4.          Nederland in de vuurlinie

Als gevolg van Brexit ontstaan nieuwe coalities. Landen zijn op zoek naar een nieuwe positionering. Met de Engelsen zou een dergelijk Duits-Frans voorstel weinig kans hebben gemaakt, hoewel Johnson in eigen land meer met geld smijt dan waar ook. Maar natuurlijk niet ten gunste van een ander of van het geheel. De Nederlandse politiek toonde al eerder tendensen in het opengevallen Engelse gat te willen springen. Het begon met een aanval van Hoekstra en zeven lidstaten, toen nog met stilzwijgende steun van Duitsland, tegen de Franse visie. Nú ontstond een nieuwe combinatie van de Vrekkige Vier, de Frugal Four, naast Nederland Oostenrijk, Zweden en Denemarken (en later nog Finland). Zij richtten hun verzet tegen subsidies en tegen dreigende pooling van schulden. Het riekt allemaal teveel naar een transferunie en naar een eigen EU begroting. Voorheen deed Duitsland dat werk voor hen, nu zit Duitsland in een ander kamp. Berlijn en Parijs hebben samen met de Commissie de aanpak op een ander niveau getild, waar Den Haag helaas niet aan toekwam. Het nam voor het eerst openlijk afstand van Duitsland en geraakte middenin de vuurlinie. De argumenten van de Frugal Four waren wel degelijk valide voor zover zij sterk de nadruk legden op de noodzaak van hervormingen in de ontvangende landen, waaromtrent gerede twijfel bestaat. Maar het ging dieper. Politiek Den Haag zit nog in de bekende mal van vooral diep wantrouwen tegenover het zuiden. Strategische overwegingen van Merkel en Macron worden in de politieke discussie in Nederland teruggebracht tot een strijd om geld en korte-termijn gewin. Er werd op dat front ondertussen wel winst geboekt: in plaats van €500 miljard subsidies werd het €390 miljard, de controle op de aanwending door de Commissie wordt verscherpt en Nederland behoudt zijn korting van bijna €2 miljard per jaar. Maar de prijs is, dat de door Nederlands toedoen verlaagde begroting ten koste gaat van technologie, innovatie en de Green Deal, de juist door Nederland gekoesterde begrotingsposten.

5.          Een kantelpunt,  nu de uitwerking. Inclusief Nederland!

Een gezamenlijke persconferentie van Merkel en Macron op 21 juli maakte eens temeer duidelijk, hoeveel Duitsland en Frankrijk politiek in dit huzarenstuk hebben geïnvesteerd. Ook is de snelheid van besluitvorming door toedoen van Merkel uitzonderlijk. Het is een kantelpunt. Het is nog onduidelijk, of Nederland hierin meegaat. In ieder geval broeit er een en ander, zoals bijvoorbeeld het verrassende en baanbrekende pleidooi van de President van de Nederlandsche Bank, Klaas Knot.[3] Het is een moedig verhaal. Veel argumenten, die bij onze oosterburen tot een omzwaai hebben geleid, worden ook door Knot consequent en helder voor het voetlicht geplaatst. In zijn conclusies bepleit hij onder meer een verdieping van de EMU, waardoor een verder dreigende scheefgroei tussen Noord en Zuid wordt voorkomen. De binnenmarkt zelf en de EMU zijn immers in het geding. En nationalisme en populisme dreigen. Dat stelt niet alleen eisen aan Zuid-Europa, maar ook aan Duitsland en Noord-Europa. Álle landen zijn sámen verantwoordelijk in een gemeenschappelijk kader en dit vereist méér Europa, waarin iedere lidstaat al naargelang de stand van zaken de eigen ontwikkeling effectief ter hand moet nemen.

We mogen, zoals gebruikelijk bij een akkoord op hooflijnen, bepaald de ogen niet sluiten voor de nodige politieke problemen bij de uitwerking: beantwoorden de projecten en hervormingen aan de juiste vereisten van modernisering van de economie en komt er voldoende binnen een paar jaar op tafel? Krijgt de Commissie voldoende doorzettingsmacht? Wordt de inkomstenkant goed geregeld? Komt verbetering van de arbeidsproductiviteit in grote delen van Zuid-Europa, achilleshiel van de ontwikkeling, eindelijk van de grond? Wat komt er terecht van het criterium van de rechtsstaat, dat plotseling is doodgezwegen? Hoe ieders verantwoordelijkheid te definiëren en hoe daaraan de hand te houden? Vragen en dilemma’s te over. Alleen politiek leiderschap op grond van een samenvattende visie kan de EU in een nieuw vaarwater brengen. Het doel is duidelijk: hoe een stabiel, geloofwaardig en robuust Europa in de wereld zeker te stellen. Correcte uitvoering over jaren vereist vanaf nu voldragen leiderschap van álle 27 en de Commissie. Het is een zelden vertoonde testcase, die consequente politieke wil en optreden vereisen. Ook dus van Nederland.

De partijprogramma’s voor de komende verkiezingen zijn in voorbereiding. Daarin zal naar mijn mening, in een aantal gevallen de bocht moeten worden gemaakt van (gematigd) euroscepticisme naar een volwassen acceptatie van de eisen van de tijd, met name met het oog op de nog flink tekort schietende interne Europese ontwikkeling én de prioriteit van een robuust Europa in  wereldverband. Het nieuwe motto van Solidariteit en Autonomie moet ook voor Nederland gaan gelden. 

Den Haag,

6 september 2020


[1]             A Franco-German Manifesto for a European industrial policy fit for the 21st Century

[2]             Een verwijzing naar Alexander Hamilton, the first American Secretary of the Treasury, die in 1790 de ruziënde partijen wist te verenigen individuele oorlogsschulden van de vroegere koloniën om te zetten in gemeenschappelijke verplichtingen van de federale Unie, algemeen beschouwd als een beslissende stap naar het Amerikaanse federale regeringsstelsel.

[3]             Zie de Schoolezing van 1 september jl. en het interview van de President van DNB in de Volkskrant van 2 september.

Europese BewegingSolidariteit en Autonomie
read more

Blijft de Coronacrisis voor grensproblemen zorgen?

Mijn eerste buitenlandse vakantiereis na de lock-down begin juli voelde een beetje als een expeditie naar het onontgonnen Oost-Europa na de Val van de Muur. Een verlaten grenspost bij Zevenaar, die je gewoon bleek te kunnen passeren, zonder pascontrole, visa, vragenlijsten of zoiets!

   In de twee weken dat ik door de Oberpfalz en de Bayrische Wald ben rondgetourd, ben ik maar drie Nederlandse auto’s tegengekomen. Oostenrijkse waren even schaars, en Duitse uit andere regio’s eveneens. Veel hotelletjes waren nog gesloten, of ik was er de enige gast, van wat rondtrekkend werkvolk afgezien. Ik werd zelfs één keer door de politie aangehouden – zonder concrete reden, de net niet letterlijk zo uitgesproken vraag was wat een Nederlandse auto hier eigenlijk deed. “Ach, Urlaub – ja das geht natürlich auch”. Zo’n beetje als in de jaren vijftig, toen je nog toeterde als je achter Zevenaar landgenoten tegenkwam.

   Nu her en der de besmettingscijfers in Europa weer oplopen, rijst de vraag of de Europese landen er ditmaal wel in slagen om hun onderlinge beleid beter op elkaar af stemmen. In de paniek van maart leidden overhaaste eenzijdige nationale maatregelen er immers regelmatig toe dat buurlanden voor het blok gezet werden. In de grensregio’s ontstonden herhaaldelijk problemen, toen bewoners van de enige dag op de andere moeilijk meer naar hun school, werk of bakker aan gene zijde konden komen.

   Waar de grens met Duitsland dankzij bijtijds overleg tussen Den Haag en Düsseldorf niet echt dicht ging, waren er aan de Nederlands-Belgische grens regelmatig spanningen. Winkels die door geblokkeerde wegen onbereikbaar werden, Belgische autoriteiten die met drones zelfs wandelpaden bewaakten om maar elke plots ‘illegaal’ geworden grensoverschrijding te verhinderen.

   De meest absurde situatie ontstond – voorspelbaar – in de beide Baarles, waar bepaalde Nederlandse winkels wel openbleven, en soortgelijke Belgische dicht moesten. In de plaatselijke Zeeman was het herenondergoed onbereikbaar geworden omdat die afdeling zich op Belgisch territorium bevond en met een lint was afgesloten. Het is een brevet van bestuurlijk onvermogen dat men er niet in geslaagd is hier snel voor beide dorpen dezelfde regels te laten gelden.

   Aangezien Europa, anders dan bijvoorbeeld een liniaal-continent als Australië,  tal van grillig verlopende grenzen kent, zal ook elders wel eens een dergelijke medische ‘souvereiniteitsoverdracht’ nodig zijn om zaken soepeler te laten verlopen. In de Beierse Allgäu ligt bijvoorbeeld het Kleinwalsertal, waarvan de laatste dorpen weliswaar Oostenrijks zijn, maar wel – omdat je het over de weg alleen via Duitsland kunt verlaten – al vanouds tot het Duitse tolgebied behoren. Het enige wat het onvermogen inzake de Baarles nog een beetje verexcuseert is dat zelfs de almachtige Napoleon er indertijd niet uitgekomen is.

   Laat overigens duidelijk zijn: het nemen van de meeste gezondheidsmaatregelen kan Brussel op zich beter aan de nationale hoofdsteden overlaten. Een eenheidsworst voor de hele Schengenzone van de Noordkaap tot Gibraltar is onwenselijk. Enerzijds omdat de uitbraken vaak zeer lokaal zijn – en zodoende inmiddels ook tot veel meer regionale differentiatie in het maatregelenpakket bínnen landen leidt – en niet geheel los staan van diepingesleten culturele patronen, wat gevolgen moet hebben voor een effectieve aanpak ervan; in Spanje en Italië bestaan nog veel meer driegeneratiehuishoudens en leeft men vanwege de klimatologische omstandigheden een groot deel van het jaar op straat (iets dat met de klimaatverandering in het noorden natuurlijk kan gaan verschuiven).

   Anderzijds is, in het verlengde daarvan, ook de acceptatiebereidheid onder de bevolking van bepaalde maatregelen cultuurgebonden. In het meer individualistische, egalitaire protestantse noorden moet meer een beroep op de eigen verantwoordelijkheid worden gedaan, in het collectivistischer hiërarchische katholieke zuiden schikt men zich makkelijker naar van bovenaf opgelegde regels en directieven. Alleen al het taalgebruik van de divers regeringen is veelzeggend: in Parijs verklaart men het virus in oorlog, in Londen luidt het credo ‘keep calm en carry on’, in Berlijn legt Merkel het beleid nuchter uit, en in Den Haag doen we vanouds alles samen.

   Maar er zijn ook een aantal zaken de beslist wèl het best gezamenlijk op Europees niveau geregeld kunnen worden, dus nog los van een betere afstemming tussen twee buurlanden voor praktische kwesties in de grensregio, zoals Antwerpenaren die nu een terras in Breda pakken omdat dat wel open is, en Nederlandse jongeren die naar Knokke afreizen omdat de alcoholgrens er op 16 en niet op 18 ligt. Te denken valt aan gezamenlijke Europese fabricage van basale medische goederen om voortaan minder afhankelijk van China te zijn.

   Nu urgent in deze zomermaanden: gezamenlijke afspraken over welke landen en regio’s binnen en buiten Europa veilig en niet-veilig zijn, zodat niet iedereen nog langer zijn eigen code-oranje-systeem hanteert, waardoor Nederlanders van Den Haag uit Kroatië moeten vertrekken terwijl Belgen van Brussel mogen blijven. Vooral als het de toelating van touristen en andere bezoekers uit niet-Europese landen betreft is één lijn trekken wenselijk opdat de interne Europese grenzen (die in het voorjaar vaak in paniek dichtgegooid werden) open kunnen blijven, wat zowel voor het goederen- als voor het werknemersverkeer essentieel is.

   En stel vooral ook overal uniforme testmaatregelen op de luchthavens in, waarbij tevens door een stevige Europese kerosinebelasting aan het milieu-onvriendelijke stuntprijzenbeleid van Easyjet en Ryanair (die bovendien veel corona-riskante stedenkroegentochttrips genereren) een einde wordt gemaakt.

Thomas von der Dunk, 11 augustus 2020 

Europese BewegingBlijft de Coronacrisis voor grensproblemen zorgen?
read more

‘Wees eerlijk met Europa’ door Erik van der Kooij

De Europese Unie is een uniek experiment in een oud continent. We hebben leden van de EBN gevraagd wat hun mooiste herinnering aan de EU is; we hebben hun ook gevraagd wat hen heeft bewogen heeft lid te worden van de EBN; en wat hun wens/hoop voor de toekomst van de EU is (die door de huidige crisis in een nieuw licht komt te staan).

De eerste bijdrage is van Erik van der Kooij, directeur Stichting Feeling Europe

Erik van der Kooij

35 Jaar lang, zo ongeveer tussen mijn 20e en 55e, heeft Europa en het idee bij mij niet voorop gestaan. Het was er en dat was het. In mijn schooljaren kregen wij les over Europa (“Wereld in Wording” en ”Speurtocht door de eeuwen”). Toen werd al geleerd over “Ondergang van het Avondland”, de vitaliteit van de Westerse beschaving vanwege de situatie van Europa na WWII en over bezinning op waarde en betekenis van de Europese beschaving voor heden en toekomst. Men zocht naar het essentiële van Europa, waardoor het zich onderscheid van de rest van de wereld.

Maar mijn ware inzicht? Dat begon pas na 35 jaar te groeien.

Werk, inkomen en gezin werden belangrijk. Pas met verandering in respect voor de concepten van normen en waarden en later met de manie-fase van de klassieke financiële zeepbel ging ik op zoek naar een contrapunt om ideeën op te doen. Dat vond ik door de NEXUS-conferentie “Europe, A Beautiful Idea?” in 2004 en later, in januari 2006, tijdens de vervolgconferentie “The Sound of Europe”.   Daar werden fundamentele vragen besproken over de toekomst van Europa, Europese waarden, identiteit, eenheid en cultuur en verschillende vormen van vervlakking in de samenleving.

De Europese Commissie, het Nederlandse (2004) en Oostenrijkse (2006) voorzitterschap van de EU en persoonlijkheden uit de wereld van politiek, wetenschap, kunst en de media bediscussieerden vooruitzichten en voorstellen om vooruitgang te boeken op het Europese project met het oog op mondiale uitdagingen. En ook toen werd het onbehagen en de scepsis die mensen over Europa uiten aangepakt en werden onderliggende oorzaken geanalyseerd:

Europa is meer dan een markt en een eenheidsmunt, de Europese geest ontbreekt, Europa lijdt aan een identiteitscrisis, je wordt pas bewust van waarden als je ze verliest, de EU heeft haar burgers ergens onderweg verloren, angst, onzekerheid en nationalisme komt weer op, wat gaan de Europese landen doen aan sociale uitsluiting, willen we een mooi museum maken of willen we ook een speler zijn in de wereld.”

Het was indrukwekkend en inspirerend. Na afloop van de conferentie “The Sound of Europe” ontving ik van Wolfgang Schüssel een dankzegging:

What seems of particular relevance to me is that we have started a process which, also through your personal efforts,  helps to improve the communication with the citizens of Europe, thus laying the basis for a better understanding between institutions and citizens.”

Voor verder vervolg maakte ik een afspraak bij de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland, die mij in contact bracht met de EBN. Sinds 2007 ben ik actief met bedenken van oplossingen en bevorderen van Europese waarden en zaken met als doel zowel levensomstandigheden als menselijke conditie te verbeteren.

De EU is nog jong, vooruitgang is een proces van generaties. Kijk naar de VS hoe daar vanaf 1776 tot vandaag de samenleving en politiek zich ontwikkelt. Er zijn veel kwesties en veel conflicten om macht, geld en aanzien, maar gelukkig ook grote geesten die verbinden. Dat laatste geeft een verwachting dat bepaalde gewenste gebeurtenissen zullen plaatsvinden.

Wij leven met elkaar op een gemeenschappelijk gebied waar debatten, discussies en dialogen plaatsvinden, burgers in vrede leven en veel individuele vrijheid en sociale bescherming genieten, maar stappen met elkaar soms ook weer achteruit, mede ingegeven door de visie van de natiestaat als culturele en politieke gemeenschap. Deze draagt ongetwijfeld bij tot het gebrek aan wil om soevereiniteit in het algemeen en op een aantal sleutelgebieden in het bijzonder te delen en controle op staats- en lokaal niveau te behouden.

Tegenwoordig beseft een grote minderheid niet meer voldoende de meerwaarde van Europese samenwerking of is er onverschillig voor, demagogen roepen tegen kiezers die zich onzeker voelen over hun eigen toekomst in een dwalende wereld “neem de controle over de eigen bestemming terug”, de constructie van de euro bleek niet soliede genoeg, economieën bleven achter en beheer van buitengrenzen bleek onvoldoende. Er groeide ernstige sociale onrust.

De Europese Unie is een organisatie met leden die hetzelfde doel voor ogen hebben, een groep samenwerkende staten met onafhankelijkheid. Maar,

“de strijd om de ziel van Europa gaat door. We moeten van ons land houden, maar we moeten ons gemeenschappelijke huis, Europa, beschermen, anders zouden we worden blootgesteld aan de stormen van de geschiedenis” zeiden Merkel en Hollande op het jubileum van Verdun op 29 mei 2016.

Hoe kunnen wij vooruitgang boeken? Wat zou een routekaart voor de EU kunnen zijn?

  • een modern sociaal contract en werken aan een goede invulling van Europese solidariteit;
  • voorbereiden op toekomstige veranderingen: een nieuw sociaal-economisch model met gebruikmaking van innovatieve digitale technieken, alsmede nieuwe trends op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen;
  • vastleggen van belangrijke kwesties in gemeenschappelijke politieke overeenkomsten (bijv. over vervuiling, energie, SDG’s,);
  • volwaardig meedoen op het “Grand Chessboard”;
  • blijven richten op uitbreiding;
  • zorgen voor de ziel en het gebied van Europa (de grootse geschiedenis en cultuur);
  • onafgemaakte zaken voltooien (euro-eenheid, Schengenacquis, …);
  • verder werken aan een modern bestuur voor de EU.
Kort na WWII, in 1948, werd een groot congres van Europese federalisten gehouden in Den Haag; onder andere de EGKS en EEG, voorlopers van de EU, en de EBN werden naar aanleiding van daar besproken denkbeelden opgericht voor een steviger vorm van samenwerking.   Gezien het 70 jaar lange profijt van dat concept moeten wij doorgaan op die weg, besluiten op het meest geschikte niveau nemen, verder werken aan toename van sociale cohesie, aan versterken van soliditeit van de Europese constructie en van burgerschapszin, zodat we uiteindelijk kunnen zeggen wij zijn Europeanen.

Laten wij blijven vechten voor het behoud van Europese samenwerking!

E. (Erik) van der Kooij 
Directeur stichting Feeling Europe

Europese Beweging‘Wees eerlijk met Europa’ door Erik van der Kooij
read more

Only together, Europeans shall overcome the Corona crisis

The CoVID19 crisis is the European Union’s litmus test. We are a community of shared values, fundamental rights and common interests: let’s build our destiny together, now!

The EU’s political, economic, social and health actions in response to this unprecedented CoVID19 crisis show that the European level is relevant and necessary to address such serious global challenges. Important steps have already been taken or announced by EU institutions, in particular the European Commission and the European Central Bank. As it stands, the EU actions depend on the willingness and powers of the Member States. The EU should not be blamed for a lack of responses in areas where it was not given competencies or tools. Under pressure of the corona crisis, some tensions in Europe have resurfaced. Styles of dealing with the crisis at hand differ, economic effects unearth the pain of crises in the recent past. However, the citizens of Europe are not helped by old-style politicking. They urgently expect future-oriented leadership and effective ways to deal with the current dramatic scourge.

Therefore, as Europeans, we call on the EU institutions and the Member States to move towards a stronger collective response to the crisis, in the spirit of shared interests and a common future.

To start with, by facing the health crisis. Formally, the EU does not have many official direct competencies in the field of healthcare[1]. However, the EU does have the means to contribute to the establishment of common global structures for the future, promote in the European space health as common good, and remove the deleterious inequalities that the CoVID19 crisis is again demonstrating.

We therefore applaud and support the upgrading of the alignment of the EU and Member States with the World Health Organization EURO efforts to draw structural lessons from this crisis. We strongly back the various appeals and proposals to facilitate the necessary research into the functioning of our various

health care systems for the future and foster further cooperation with international and continental health agencies to draw key lessons on what actions should be coordinated at the European level. Moreover, taking into account that the crisis is global and has an international effect, the EU must continue to support ceasefires in international conflicts and flexibility in the application of international sanctions, and not forget the action plan with Africa in view of the EU-Africa summit during the German Presidency.

In addition, we recommend the EU should boost the work of the European Observatory on Health Systems and Policies. We support the plea to have centers such as the European Centre for Disease Prevention and Control for Health strengthened in order to amplify their actions in the field of epidemic prevention and surveillance. The Commission should be able to decide on binding and central rules for testing and the distribution of protection material and medicine, under the control of the European Parliament and Council and to support common research on the field of vaccines.

With regard to the economic and social crisis, we call on the EU to help safeguard as much as possible the basic livelihood of people, the respect of the rule of law and the democratic structures of decision-making in the areas of fiscal, economic, social and foreign policies.

In addition, we call on all concerned to step out of their entrenched positions and use this exceptional moment to deal in solid ways with our common financial future. There should be neither totems nor taboos in our European fight against the virus. Embrace suggestions, now emerging, regarding the mobilization of new, own resources for the EU and greater flexibility of the European budget in case of emergency. Accelerate the development of adaptive mechanisms to deal with sudden shocks and crises, having an ambitious five-year multi-annual financial framework (instead of a seven-year framework) as recently supported by the European Parliament and more in line with principles of democratic accountability.

Along the same lines and within the MFF, EU institutions should prepare and implement an ambitious comprehensive European recovery plan, moving Europe to a solid foundation for recovery. This should entail revisiting existing and new financial tools. It is indeed important that the EU establishes various aid programs to address the significant increase in unemployment caused by the epidemic crisis. To do this, the aid that is being given and, notably, the implementation of the European Commission’s program on unemployment reinsurance must continue to be reinforced.

With regard to harsh measures restricting personal freedoms, we urge national governments to respect the rules of Internal market and its freedoms. All regulations restricting human rights should have a very temporary character, respect the priority of the legal security, limited to the necessities to fight coronavirus, and should remain under democratic control of European and national parliaments, free public opinion and an independent judiciary.

We are the citizens of European democracies in which divergences and compromises are expressed openly – unlike in other areas in the world. We are united in diversity, take into account national regional and local specificities and concerns. As shown once again recently, the EU is always flexible when needed. At the same time, we wish to protect and enhance our democratic ‘acquis’. We have come a long way in Europe and should therefore not regress into challenging basic rule of law or uncoordinated unilateral national measures, e.g. temporary re-establishment of internal border controls, shutting the door to information sharing between member States and European institutions or falling back into deficient communication with people.

All EU countries are affected by the ongoing crisis. Not a single country is to blame for its emergence, no one is able to win this battle on its own. Not a single Member State, leader or political party possesses the truth on what should be done to impulse a more effective collective response. This is not the time for blame-games. This is the time for focused strong effort, in a spirit of mutual understanding, building growing solidarity.

European people currently are carrying a heavy burden. Ordinary citizens everywhere are taking a heavy toll in lives lost and livelihoods disrupted. Citizens do organize and act, a massive solidarity is actually being displayed everywhere. We therefore launch an urgent appeal to our national and European leaders to step up too to the occasion and not squander this moment. Display the responsibility, gravitas and cohesion this corona crisis requires. We need to move beyond this crisis and emerge as stronger and wiser. This experience confirms the urgency and the necessity of the debate on the future of Europe, in the upcoming European Conference. More than ever, we need to move together. Only then, as Europeans, we will win!

Linn Selle, president of the EM Germany

Christoph Leitl, president of the EM Austria

Velko Ivanov, Acting Chairman of the EM Bulgaria

Christodoulos Pelaghias president of the EM Cyprus

Stine Boss, president of the EM Danemark 

Francisco Aldecoa Luzarraga,  president of the EM Spain

Yves Bertoncini, president of the EM France

Pier Virgilio Dastoli, president of the EM Italy

Mark Zellenrath, president of the EM Netherlands

Marcin Swiecicki, president of the EM Poland


[1] The treaty allows a shared competence in the field of the health security art. 4.k and 168.5 -TFUE

Europese BewegingOnly together, Europeans shall overcome the Corona crisis
read more

Rest-Brittannië wordt straks een vazal van Amerika

Hij had inmiddels al een week of drie dood in een greppel moeten liggen. Dat had hij ons toch echt herhaaldelijk en uitdrukkelijk beloofd, als London niet op 31 oktober uit de Europese Unie zou zijn gestapt, desnoods met een No-Deal. En van alle wilde beloftes die de Brexiteers de afgelopen drie jaar hebben gedaan, was dit zo’n beetje de enige waaraan Boris Johnson zich probleemloos had kunnen houden, want de realisatie ervan had hij bij wijze van uitzondering geheel zelf in de hand.

Op 31 januari aanstaande levert Boris Brexit – voor wat die belofte waard is, want het is al twee keer eerder uitgesteld, en de verkiezingen op 12 december kunnen ook nog roet in het eten gooien. De uitkomst is ditmaal mede als gevolg van het districtenstelsel onvoorspelbaarder dan ooit, omdat van het tweepartijenstelsel vermoedelijk weinig overblijft. En dan kan de zetelverdeling in het Lagerhuis alle kanten uitrollen; dat het geen absolute meerderheid voor de Tory’s of Labour wordt, is het meest waarschijnlijk. En dan? Dan zullen de anderen voorwaarden gaan stellen: de Brexit Party een echte No-Deal-Brexit, de Liberalen een nieuw referendum, in de hoop dat dat op een ‘remain’ uitloopt. Brexit krijgt in dat geval steeds minder weg van een koene suïcidale daad, en steeds meer van een voortetterende chronische ziekte.

Johnson heeft, anders dan zijn voorgangster, zijn deal door het huidige parlement weten te loodsen. Of het, uit Brits-nationaal perspectief, ook een betere deal is, nu de backstop eruit is? De Noord-Ierse unionisten bleken er, vanuit hun perspectief terecht, in elk geval anders over te denken. Het Ierse grensprobleem is nu namelijk opgelost door de oplossing niet -zo als in Mays deal – tot Sint-Juttemis uit te stellen, maar door de grens tussen de regels van Brussel en de regels van Londen in de Ierse Zee te leggen. Economisch blijft Noord-Ierland zo de facto deel van de Europese Unie.

Groot-Brittannië wordt zo dus niet groter, maar kleiner. Niets Britain rules the waves – Londen verliest integendeel zelfs zijn greep op de Ierse Zee. En de kans dat het als Little England eindigt, neemt nog meer toe als Schotland opnieuw een referendum over onafhankelijkheid gaat houden. Want dan zou een meerderheid wel eens vóór uittreden uit het Verenigd Koninkrijk kunnen stemmen om in Europa te kunnen blijven, waar de Schotten alleen maar tegen hun zin worden uitgesleurd doordat de Engelsen getalsmatig verre in de meerderheid zijn.

In 2014 kon Cameron een dreigend ‘ja’ tegen onafhankelijkheid nog net in een nee ombuigen door heel veel te beloven, en er tegelijk op te wijzen dat Brussel niet zo maar een zelfstandig Schotland als nieuwe lidstaat toelaten zou. Niet alleen is van die Londense beloftes weinig terecht gekomen, na een Brexit wordt de situatie ook voor Brussel wezenlijk anders: het zal in deze situatie zich niet snel tegen een toetreding van een zelfstandig democratisch Schotland keren.

De meeste Brexiteers, zo blijkt uit peilingen, nemen het afscheidingsrisico op de koop toe. Enerzijds getuigt dat van een grote democratische gezindheid: men zal de Schotten niet met geweld tegenhouden, als die met een duidelijke meerderheid voor onafhankelijkheid kiezen – daarvan kan het starre Madrid nog leren. Maar anderzijds is het wel schokkend dat de EU-haat bij veel Britten zo diep zit dat zij bereid zijn hun land op te breken om maar uit te kunnen treden.

Van de nationale eenheid zal overigens na de Brexit ook in politieke zin weinig sprake zijn, want de Brexiteers zijn over de koers die hun land vervolgens moet varen, tot op het bot verdeeld. Die ter linkerzijde zien de vrije markt als een bedreiging voor de eigen welvaart: Europa is te weinig sociaal en veel te neoliberaal. Voor die ter rechterzijde ligt dat omgekeerd: voor hen is Brussel juist veel te sociaal en te weinig neoliberaal. Een sado-populist als Nigel Farage mag zich zeer volks doordoen, het volk interesseert hem geen biet. Als steenrijk financieel speculant droomt hij van een ultrakapitalistische vrijbuitersstaat, waarin alle sociale rechten zijn afgebroken. Net als in de Victoriaanse standenmaatschappij hoopt de Britse bovenlaag dan weer de golven te kunnen regeren.

Maar zoals Juncker al ooit zei: er zijn vandaag slechts twee soorten Europese landen – kleine landen, en landen die nog niet weten dat zij klein zijn. Daar zal ook Rest-Brittannië snel achter komen. Een aardig voorproefje van de woeste golven waarin het straks, eenmaal buiten de beschutting van Brussel, belandt, heeft Londen al gehad. Donald Trump, die zijn presidentsambt als zijn persoonlijk eigendom beschouwt en als vastgoedbaas regeren gelijkstelt aan zakendoen, heeft recent een poging gedaan om als nieuwe belegging Groenland op te kopen. Die poging kon door de Denen vanachter de EU-muren afgeslagen worden, maar binnenkort valt Trump een veel grotere appel in de schoot.

De komende verhoudingen tussen Amerika en het na Schotse afscheiding straks zesmaal kleinere Brittannië werden al bij Trumps familiestaatsbezoek begin juni aan de Queen duidelijk. Haar gazon lag er na afloop bij als het Malieveld na gebruik door boze boeren. Met voorbijgaan aan elke fatsoensnorm gedroeg Trump zich met zijn selfies schietende nepoten alsof Buckingham Palace al van hem was – en dat is binnenkort ook inderdaad min of meer de facto zo.

Een handelsverdrag met Washington? Prima, maar wel geheel op Amerikaanse voorwaarden – inclusief een stroom aan chloorkippen en liquidatie van de ‘concurrentievervalsende’ National Health Service. De komende vazallenrelatie tussen The White House en Whitehall bleek even later opnieuw, toen een Amerikaanse spionnenvrouw die een Engelse tiener had doodgereden, snel het land werd uitgesmokkeld, en Trump Johnsons verzoek haar diplomatieke onschendbaar­heid op te heffen op zijn geijkte lompe wijze in de prullenbak gooien kon.

Thomas von der Dunk, 18 november 2019

Europese BewegingRest-Brittannië wordt straks een vazal van Amerika
read more

‘Hoe strategisch denkt de nieuwe Europese Commissie?’ door Thomas von der Dunk

Een democratische schoonheidsprijs verdient het in elk geval niet. En vergeleken met de wijze waarop de vorige keer de voorzitter van de Europese Commissie aan zijn baan kwam, is er duidelijk sprake van een terugval. Het is goed voorstelbaar dat veel kiezers zich door deze uitkomst bekocht voelen. Het systeem van Spitzenkandidaten had duidelijk de opkomst bevorderd. Dat de regeringsleiders geprobeerd hebben dit, door ze allemaal voor de hoogste baan terzijde te schuiven, de nek om te draaien, zal de volgende keer mogelijk menigeen doen thuisblijven.

Interessante paradox, juist met het oog op de forse winst van de anti-Europese nationalistische populisten: die achterkamertjes-gang van zaken is enerzijds koren op hun molen, en slaat hen anderzijds juist een wapen uit handen. Het geeft inderdaad voeding aan hun argument dat het er in Brussel schimmig aan toegaat: de kiezer staat buitenspel. Maar tegelijkertijd wordt hun andere anti-Europese argument ontkracht: dat van een oppermachtige centralistische bureaucratie. De uitkomst is nu juist het gevolg van het feit dat de nationale staten de regie hebben teruggepakt – met de totalitaire superstaat Europa valt het dus wel mee.

Hoe dan ook: de grootste partijen hebben zich intussen bij deze gang van zaken neergelegd, ook omdat er nogal wat waardevolle troostprijzen – voor Timmermans en Verstager – zijn uitgedeeld. Alleen de christen-democratische Spitzenkandidaat Weber is al bijna in het niets verdwenen.

Dat verschil in uitkomst met de vorige keer is mede te wijten aan het feit dat Weber – ofschoon volgens de Spitzenkandidaatformule toch de verkiezingswinnaar, want aanvoerder van de grootste Europese fractie – door teveel regeringsleiders als een vrij zwakke kandidaat beschouwd werd, en met dat argument bij voorbaat terzijde geschoven werd. Waarna vervolgens ook de koppen van de concurrentie rolden, omdat het feit dat Merkel Weber had laten vallen, niet door de EVP werd geaccepteerd, en daardoor gaandeweg een veto tegen alle andere Spitzen werd uitgesproken.

In 2014 was zo’n uitkomst voorkomen doordat de christen-democraat Juncker en de sociaal-democraat Schultz hadden afgesproken dat na de verkiezingen de verliezer van hen beiden zich achter de winnaar zou scharen – waarbij hun beider fracties ook nog tezamen de meerderheid hadden en dus deze regeling konden doordrukken. Doordat er ditmaal minder van een tweestrijd sprake was en die meerderheid weg is, werd het nu veel ingewikkelder, wat de in 2014 door het pact Juncker-Schultz buiten spel gezette nationale regeringsleiders de mogelijkheid gaf om de democratisering terug te draaien. Waarbij naast Webers zwakte ook de met diens onvermoeubare opkomen voor de rechtstaat samenhangende omstredenheid van Timmermans in Polen en Hongarije kwam, die Orban nu over diens ‘val’ victorie deed kraaien.

Heeft hij daarmee gelijk, of toch te vroeg gejuicht? Omdat Timmermans intussen als persoon in Warschau en Boedapest persona non grata was, en ongeveer elke zet zijnerzijds als een rode lap op een stier werkte, kan het verstandig zijn om in personeel opzicht met een schone lei te beginnen. Een nieuwe start in Brussel kan in dat opzicht goed zijn voor de verzuurde verhoudingen. Mits althans de nieuwe commissaris die nu voor de rechtstaat verantwoordelijk is, inhoudelijk dezelfde lijn kiest. De post is aan een Tsjech toebedeeld – dat kan dan een goede strategische zet zijn, omdat dan Orban en de zijnen minder makkelijk kunnen klagen dat zij het slachtoffer zijn van Westeuropese arrogantie.

In dat opzicht lijkt er in meer gevallen van een doortrapt-strategische keuze sprake te zijn: een Ier voor handelsrelaties – met het oog op de Britse Brexitpuinhoop een terecht signaal aan Boris’ bende dat Brussel zich niet door Westminster uit elkaar zal laten spelen, en niet zal toestaan dat deze incompetente opsnijder zijn electorale gelijk over de rug van Dublin behaalt. Vervolgens een Griek voor migratie – ook dat is vast geen toeval.

En een Italiaan voor begrotingsdiscipline – opdat Brusselse oekazes niet meer vanuit Rome als Noordeuropese arrogantie kunnen worden afgedaan. Tegelijk is het, met de nieuwe Italiaanse regering ook zeer wenselijk dat die oekazes zeldzamer worden. Als iets de electorale steun voor de nu buiten spel gezette Salvini heeft gevoed en weer opnieuw kan voeden, zijn het die oekazes en de daarachter schuilgaande onverschilligheid voor het lot van de miljoenen Italianen die de concrete gevolgen van de opgelegde bezuinigingen en hervormingen voelen. Salvini dankt zijn populariteit voor een belangrijk deel aan het feit dat hij, anders dan zijn voorgangers, voor die Brusselse druk niet opzij is gegaan en weerstand heeft durven bieden. Dat maakt hem voor veel Italianen tot een nationale held.

Die druk wordt destemeer door de Italianen als onrechtvaardig beschouwd, omdat bijvoorbeeld Frankrijk enerzijds, als Parijs de regels overtreedt, daar wel altijd mee wegkomt, en anderzijds bij monde van Macron snel een hoge stichtelijke toon aanslaat. Dat laatste geldt ook voor de kwestie van de bootvluchtelingen, waar de rest van Europa zeer weinig solidariteit met Rome heeft getoond, en zich lafhartig achter de Dublinverordening verschuilt. Aan dat laatste bezondigt ook Nederland zich steevast.

Brussel en de Noord-Europese landen zouden een grote fout maken als ze met het aantreden van de Europavriendelijke regering-Conte II menen dat zij nu geen rekening met die Italiaanse sentimenten hoeven te houden. Anders haalt Salvini de volgende keer alsnog de absolute meerderheid. Dat is ook iets dat ook alle Wopkes in Den Haag, altijd vooraan om moralistisch met het monetaire vingertje te zwaaien, eindelijk eens ter harte zouden moeten nemen.

Thomas von der Dunk, 18 september 2019

Europese Beweging‘Hoe strategisch denkt de nieuwe Europese Commissie?’ door Thomas von der Dunk
read more

EBN dringt aan op inpassing van ‘Europa’ in het curriculum voor alle leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs

De Europese Beweging Nederland heeft 30 juni 2019 haar advies gegeven aan Curriculum.nu. Curriculum.nu legt de basis voor de actualisatie van het curriculum van alle leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Wat moeten leerlingen kennen en kunnen? 130 leraren en 18 schoolleiders zijn vanaf begin 2018 in teams bezig om die vraag te beantwoorden. Dit proces loopt door tot het voorjaar van 2019, waarna in het najaar van 2019 de opbrengsten worden gedeeld met de minister voor basis- en voortgezet onderwijs. De minister deelt de opbrengsten vervolgens met de Tweede Kamer voor verdere besluitvorming en om een vervolgproces te bepalen.

Het EBN advies betreft de leergebieden Burgerschap en Mens & Maatschappij.

Hieronder treft u een samenvatting van de bijdrage van de EBN, die een dringende oproep is tot  een systematische  kennisontwikkeling over het Europa van vandaag in het onderwijscurriculum van lagere school, VMO, VMBO, HAVO en VWO.

De volledige bijdrage inclusief de aanbiedingsbrief aan Curriculum.Nu treft u hier aan.

Samenvatting advies EBN

Samengevat is  het advies van de Europese Beweging om te komen tot een systematische  kennisontwikkeling over het Europa van vandaag in het onderwijscurriculum van lagere school, VMO, VMBO, HAVO en VWO. Onderwijs heeft ten doel de jeugd weerbaar te maken voor de toekomst. Daar hoort Europa bij. Het leven van alledag is niet meer denkbaar zonder de Europese Unie. Europese besluitvorming, samenwerking en integratie zijn van directe invloed op leven en werken van onze burgers. Daarvoor zal besef moeten worden gekweekt. De EBN is van mening dat het reguliere onderwijs gelijke tred moet houden met deze werkelijkheid.

Wij hebben ons advies afgerond na een recent rondetafelgesprek met een aantal civil society organisaties, die al vele jaren actief zijn met voorlichting aan scholen en onderwijzers en leraren. Van de onderwijs- en voorlichtingsprogramma’s van deze organisaties heeft de EBN een inventarisatie gemaakt, die u op onze website aantreft. Verschillende van deze organisaties hebben ook concrete voorstellen gedaan in het kader van de herziening van het Onderwijs curriculum.

Naar de mening van deze organisaties, en de EBN,  kan de voorlichting en het onderwijs niet blijven voorbehouden aan de civil society en goedwillende leerkrachten. De impact van de Europese Unie is dusdanig, dat ook het reguliere onderwijs zijn verantwoordelijkheid moet nemen en de Europese ontwikkelingen een herkenbare plaats moet geven in het curriculum, van de lagere school, VBO, VMBO, HAVO en VWO.

 

Europese BewegingEBN dringt aan op inpassing van ‘Europa’ in het curriculum voor alle leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs
read more

Is Europa inzake China eindelijk de naïviteit voorbij?

Op 24 november 2005 nam ik deel aan een forumdiscussie van de Nederlandse Maatschappij voor Handel en Nijverheid over internationale economische betrekkingen, die – symbolisch of ironisch? – werd gehouden in een zaaltje in Madurodam. Centraal stond de opkomst van China. Wat mij vooral is bijgebleven is de grenzeloze naïviteit van twee van mijn debatgenoten, VVD-Kamerlid Annette Nijs en de directeur van de High Tech Campus te Eindhoven, Jerôme Verhagen, de broer van. Zij zagen alleen maar kansen.

Het enige wat telde was de grenzeloze afzetmarkt – voor Nederlandse goederen en geleerden beide – die hier voor het oprapen lag. Het nog steeds totalitaire karakter van de Chinese staat achtten zij weinig relevant, daarmee opnieuw illustrerend dat het begrip ‘vrijheid’ zich hier te lande in de praktijk vooral tot vrijhandel beperkt. Met dit geringe (geo)politieke benul stond het tweetal niet alleen. Ik herinner me nog een andere bijeenkomst in die jaren, waar toenmalig Shell-baas Jeroen van der Veer – toch niet de minste, dacht ik tot op dat moment (maar alleen dus tot op dat moment) – zijn ervaringen met de Russen op Sachalin uit de doeken deed, en daarbij te kennen gaf dat hij tot zijn verbazing had moeten ontdekken hoezeer elke beslissing inzake olieboringen door Shell van de goodwill van het Kremlin afhankelijk was. Over die verbazing was ík dus weer verbaasd.

Wereldvreemdheid: zelfs in de hoogste Hollandse kringen heeft men daarvan dus last. In dat soort onvrije landen vormt namelijk élke grote institutie – of het nu om een onderneming of een universiteit gaat – nu eenmaal het directe verlengstuk van de staat. Er bestaat ginds geen samenleving los daarvan. In naam mag het – want dat willen de door het Westen geformuleerde internationale spelregels immers – steeds om een zelfstandige instelling gaan, de feitelijke verhoudingen zijn anders.

Intussen hebben we het Groningse debacle met een universiteitsdependance in Yantai gehad, en begint men zich allerwegen achter zijn oren te krabben vanwege de tentakels van Huawei. Daarin loopt Trumps Amerika overigens nog altijd op Tusks Europa voor – en wat men ook van Trumps grilligheid en onvoorspelbaarheid mag vinden, in dít opzicht is zijn instinct wel het juiste. Alleen zal hij van een koude kermis terugkomen als hij echt denkt dat Amerika de klus in z’n eentje klaren kan.

Is Europa eindelijk de geopolitieke naïviteit inzake China voorbij? In elk geval begint men zich eindelijk te realiseren dat Beijings eenzijdige interpretatie van de handelsrelatie – wel alle ruimte voor Chinese bedrijven in het Westen, niet voor westerse bedrijven in China – niet een kwestie van toevallige traagheid of onhandigheid of wat dan ook is, maar van systeem. Beijing speelt het spel volgens de eigen regels, en dat betekent dat het thuis altijd de regie in handen houdt. Van een gelijkwaardige uitruil is geen sprake – niet vandaag en niet in de toekomst.

In de verwachting dat die er wel was, of tenminste zou komen, heeft het Westen het afgelopen decennium veel teveel uit handen gegeven, mede vanwege een beperkte economische kijk op de economie. Zeker in Nederland is dat laatste van oudsher dominant. Denk aan het door de kabinetten-Balkenende aangehangen doel om Nederland tot de gasrotonde van Rusland te maken – nog voordat half Groningen in elkaar was gezakt. Wat goed verdient is immers goed gedaan. Banen, banen, banen, om met Balkenendes opvolger te spreken.

Over geopolitieke consequenties werd niet nagedacht: ieder ging voor zijn eigen voordeel, zodat Poetin de Europese landen behendig tegen elkaar uit kon spelen. De een z’n dood is de ander z’n brood. Al tijdens de Tachtigjarige Oorlog zagen Amsterdamse wapenhandelaren er geen bezwaar in om ook met de Spaanse vijand zaken te doen. Pas recent heeft ook Rutte doorgekregen dat we niet alleen lid van de EU zijn om handel te drijven. Maar goed, beter laat dan nooit.

Want het besef dat het laat is, mag intussen hopelijk ook tot de krochten van het Binnenhof zijn doorgedrongen. Als gevolg van eenzijdig commerciële oogkleppen is een riskante situatie ontstaan, waar het de wereldwijde invloed van China betreft. Met de Zijderoute, waarvoor Beijing afzonderlijke lidstaten met gunstjes weet te paaien, dringt het al tot in het hart van Europa door. Piraeus is intussen een soort omgekeerd Hong-Kong, en binnenkort volgt mogelijk ook Triëst. De daarmee beoogde geopolitieke effecten worden al zichtbaar. Als gevolg van de Griekse afhankelijkheid van Chinese welwillendheid, is Brussel niet meer in staat om tot een unanieme koers te komen, waar het Beijing betreft. Zo werd niet zo lang geleden nog een poging tot gezamenlijke veroordeling van de steeds belabberder mensenrechtensituatie in China door een Grieks veto geblokkeerd.

Piraeus staat daarmee symbool voor een kortzichtige neoliberale economische koers, die met de geopolitieke gevolgen van bepaalde beleidsdaden amper rekening houdt. Onder druk van de noordelijke landen moest Athene in de crisisjaren de eigen infrastructuur in de uitverkoop doen: privatisering werd vanuit Brussel opgelegd. Den Haag heeft daarbij, als bolwerk van monetaire hardliners, een zeer kwalijke rol gespeeld – ook al keert het, waar het het leerstuk van de verboden economische staatsinterventie betreft, nu zelf – zie KLM – op z’n schreden terug.

Maar opnieuw is het de nu in Nederland als KLM-redder gevierde Wopke Hoekstra, die ten aanzien van Italië de hardste lijn bepleit – we blijven een volk van benepen krentenwegers, dat wist al Multatuli. Dat leidt dus straks, na Piraeus, ook tot de afgedwongen verkwanseling van Triëst. Daarmee wordt ongetwijfeld het financiële huishoudboekje van Europa wat makkelijker kloppend, maar het politieke niet. En uiteindelijk zal het toch dat laatste zijn wat over de langere termijn in de mondiale confrontatie met een assertief China het meeste telt.

 

Thomas von der Dunk, 20 maart 2019

Europese BewegingIs Europa inzake China eindelijk de naïviteit voorbij?
read more