Publicaties

‘Wees eerlijk met Europa’ door Erik van der Kooij

De Europese Unie is een uniek experiment in een oud continent. We hebben leden van de EBN gevraagd wat hun mooiste herinnering aan de EU is; we hebben hun ook gevraagd wat hen heeft bewogen heeft lid te worden van de EBN; en wat hun wens/hoop voor de toekomst van de EU is (die door de huidige crisis in een nieuw licht komt te staan).

De eerste bijdrage is van Erik van der Kooij, directeur Stichting Feeling Europe

Erik van der Kooij

35 Jaar lang, zo ongeveer tussen mijn 20e en 55e, heeft Europa en het idee bij mij niet voorop gestaan. Het was er en dat was het. In mijn schooljaren kregen wij les over Europa (“Wereld in Wording” en ”Speurtocht door de eeuwen”). Toen werd al geleerd over “Ondergang van het Avondland”, de vitaliteit van de Westerse beschaving vanwege de situatie van Europa na WWII en over bezinning op waarde en betekenis van de Europese beschaving voor heden en toekomst. Men zocht naar het essentiële van Europa, waardoor het zich onderscheid van de rest van de wereld.

Maar mijn ware inzicht? Dat begon pas na 35 jaar te groeien.

Werk, inkomen en gezin werden belangrijk. Pas met verandering in respect voor de concepten van normen en waarden en later met de manie-fase van de klassieke financiële zeepbel ging ik op zoek naar een contrapunt om ideeën op te doen. Dat vond ik door de NEXUS-conferentie “Europe, A Beautiful Idea?” in 2004 en later, in januari 2006, tijdens de vervolgconferentie “The Sound of Europe”.   Daar werden fundamentele vragen besproken over de toekomst van Europa, Europese waarden, identiteit, eenheid en cultuur en verschillende vormen van vervlakking in de samenleving.

De Europese Commissie, het Nederlandse (2004) en Oostenrijkse (2006) voorzitterschap van de EU en persoonlijkheden uit de wereld van politiek, wetenschap, kunst en de media bediscussieerden vooruitzichten en voorstellen om vooruitgang te boeken op het Europese project met het oog op mondiale uitdagingen. En ook toen werd het onbehagen en de scepsis die mensen over Europa uiten aangepakt en werden onderliggende oorzaken geanalyseerd:

Europa is meer dan een markt en een eenheidsmunt, de Europese geest ontbreekt, Europa lijdt aan een identiteitscrisis, je wordt pas bewust van waarden als je ze verliest, de EU heeft haar burgers ergens onderweg verloren, angst, onzekerheid en nationalisme komt weer op, wat gaan de Europese landen doen aan sociale uitsluiting, willen we een mooi museum maken of willen we ook een speler zijn in de wereld.”

Het was indrukwekkend en inspirerend. Na afloop van de conferentie “The Sound of Europe” ontving ik van Wolfgang Schüssel een dankzegging:

What seems of particular relevance to me is that we have started a process which, also through your personal efforts,  helps to improve the communication with the citizens of Europe, thus laying the basis for a better understanding between institutions and citizens.”

Voor verder vervolg maakte ik een afspraak bij de Vertegenwoordiging van de Europese Commissie in Nederland, die mij in contact bracht met de EBN. Sinds 2007 ben ik actief met bedenken van oplossingen en bevorderen van Europese waarden en zaken met als doel zowel levensomstandigheden als menselijke conditie te verbeteren.

De EU is nog jong, vooruitgang is een proces van generaties. Kijk naar de VS hoe daar vanaf 1776 tot vandaag de samenleving en politiek zich ontwikkelt. Er zijn veel kwesties en veel conflicten om macht, geld en aanzien, maar gelukkig ook grote geesten die verbinden. Dat laatste geeft een verwachting dat bepaalde gewenste gebeurtenissen zullen plaatsvinden.

Wij leven met elkaar op een gemeenschappelijk gebied waar debatten, discussies en dialogen plaatsvinden, burgers in vrede leven en veel individuele vrijheid en sociale bescherming genieten, maar stappen met elkaar soms ook weer achteruit, mede ingegeven door de visie van de natiestaat als culturele en politieke gemeenschap. Deze draagt ongetwijfeld bij tot het gebrek aan wil om soevereiniteit in het algemeen en op een aantal sleutelgebieden in het bijzonder te delen en controle op staats- en lokaal niveau te behouden.

Tegenwoordig beseft een grote minderheid niet meer voldoende de meerwaarde van Europese samenwerking of is er onverschillig voor, demagogen roepen tegen kiezers die zich onzeker voelen over hun eigen toekomst in een dwalende wereld “neem de controle over de eigen bestemming terug”, de constructie van de euro bleek niet soliede genoeg, economieën bleven achter en beheer van buitengrenzen bleek onvoldoende. Er groeide ernstige sociale onrust.

De Europese Unie is een organisatie met leden die hetzelfde doel voor ogen hebben, een groep samenwerkende staten met onafhankelijkheid. Maar,

“de strijd om de ziel van Europa gaat door. We moeten van ons land houden, maar we moeten ons gemeenschappelijke huis, Europa, beschermen, anders zouden we worden blootgesteld aan de stormen van de geschiedenis” zeiden Merkel en Hollande op het jubileum van Verdun op 29 mei 2016.

Hoe kunnen wij vooruitgang boeken? Wat zou een routekaart voor de EU kunnen zijn?

  • een modern sociaal contract en werken aan een goede invulling van Europese solidariteit;
  • voorbereiden op toekomstige veranderingen: een nieuw sociaal-economisch model met gebruikmaking van innovatieve digitale technieken, alsmede nieuwe trends op het gebied van maatschappelijk verantwoord ondernemen;
  • vastleggen van belangrijke kwesties in gemeenschappelijke politieke overeenkomsten (bijv. over vervuiling, energie, SDG’s,);
  • volwaardig meedoen op het “Grand Chessboard”;
  • blijven richten op uitbreiding;
  • zorgen voor de ziel en het gebied van Europa (de grootse geschiedenis en cultuur);
  • onafgemaakte zaken voltooien (euro-eenheid, Schengenacquis, …);
  • verder werken aan een modern bestuur voor de EU.
Kort na WWII, in 1948, werd een groot congres van Europese federalisten gehouden in Den Haag; onder andere de EGKS en EEG, voorlopers van de EU, en de EBN werden naar aanleiding van daar besproken denkbeelden opgericht voor een steviger vorm van samenwerking.   Gezien het 70 jaar lange profijt van dat concept moeten wij doorgaan op die weg, besluiten op het meest geschikte niveau nemen, verder werken aan toename van sociale cohesie, aan versterken van soliditeit van de Europese constructie en van burgerschapszin, zodat we uiteindelijk kunnen zeggen wij zijn Europeanen.

Laten wij blijven vechten voor het behoud van Europese samenwerking!

E. (Erik) van der Kooij 
Directeur stichting Feeling Europe

Europese Beweging‘Wees eerlijk met Europa’ door Erik van der Kooij
read more

Only together, Europeans shall overcome the Corona crisis

The CoVID19 crisis is the European Union’s litmus test. We are a community of shared values, fundamental rights and common interests: let’s build our destiny together, now!

The EU’s political, economic, social and health actions in response to this unprecedented CoVID19 crisis show that the European level is relevant and necessary to address such serious global challenges. Important steps have already been taken or announced by EU institutions, in particular the European Commission and the European Central Bank. As it stands, the EU actions depend on the willingness and powers of the Member States. The EU should not be blamed for a lack of responses in areas where it was not given competencies or tools. Under pressure of the corona crisis, some tensions in Europe have resurfaced. Styles of dealing with the crisis at hand differ, economic effects unearth the pain of crises in the recent past. However, the citizens of Europe are not helped by old-style politicking. They urgently expect future-oriented leadership and effective ways to deal with the current dramatic scourge.

Therefore, as Europeans, we call on the EU institutions and the Member States to move towards a stronger collective response to the crisis, in the spirit of shared interests and a common future.

To start with, by facing the health crisis. Formally, the EU does not have many official direct competencies in the field of healthcare[1]. However, the EU does have the means to contribute to the establishment of common global structures for the future, promote in the European space health as common good, and remove the deleterious inequalities that the CoVID19 crisis is again demonstrating.

We therefore applaud and support the upgrading of the alignment of the EU and Member States with the World Health Organization EURO efforts to draw structural lessons from this crisis. We strongly back the various appeals and proposals to facilitate the necessary research into the functioning of our various

health care systems for the future and foster further cooperation with international and continental health agencies to draw key lessons on what actions should be coordinated at the European level. Moreover, taking into account that the crisis is global and has an international effect, the EU must continue to support ceasefires in international conflicts and flexibility in the application of international sanctions, and not forget the action plan with Africa in view of the EU-Africa summit during the German Presidency.

In addition, we recommend the EU should boost the work of the European Observatory on Health Systems and Policies. We support the plea to have centers such as the European Centre for Disease Prevention and Control for Health strengthened in order to amplify their actions in the field of epidemic prevention and surveillance. The Commission should be able to decide on binding and central rules for testing and the distribution of protection material and medicine, under the control of the European Parliament and Council and to support common research on the field of vaccines.

With regard to the economic and social crisis, we call on the EU to help safeguard as much as possible the basic livelihood of people, the respect of the rule of law and the democratic structures of decision-making in the areas of fiscal, economic, social and foreign policies.

In addition, we call on all concerned to step out of their entrenched positions and use this exceptional moment to deal in solid ways with our common financial future. There should be neither totems nor taboos in our European fight against the virus. Embrace suggestions, now emerging, regarding the mobilization of new, own resources for the EU and greater flexibility of the European budget in case of emergency. Accelerate the development of adaptive mechanisms to deal with sudden shocks and crises, having an ambitious five-year multi-annual financial framework (instead of a seven-year framework) as recently supported by the European Parliament and more in line with principles of democratic accountability.

Along the same lines and within the MFF, EU institutions should prepare and implement an ambitious comprehensive European recovery plan, moving Europe to a solid foundation for recovery. This should entail revisiting existing and new financial tools. It is indeed important that the EU establishes various aid programs to address the significant increase in unemployment caused by the epidemic crisis. To do this, the aid that is being given and, notably, the implementation of the European Commission’s program on unemployment reinsurance must continue to be reinforced.

With regard to harsh measures restricting personal freedoms, we urge national governments to respect the rules of Internal market and its freedoms. All regulations restricting human rights should have a very temporary character, respect the priority of the legal security, limited to the necessities to fight coronavirus, and should remain under democratic control of European and national parliaments, free public opinion and an independent judiciary.

We are the citizens of European democracies in which divergences and compromises are expressed openly – unlike in other areas in the world. We are united in diversity, take into account national regional and local specificities and concerns. As shown once again recently, the EU is always flexible when needed. At the same time, we wish to protect and enhance our democratic ‘acquis’. We have come a long way in Europe and should therefore not regress into challenging basic rule of law or uncoordinated unilateral national measures, e.g. temporary re-establishment of internal border controls, shutting the door to information sharing between member States and European institutions or falling back into deficient communication with people.

All EU countries are affected by the ongoing crisis. Not a single country is to blame for its emergence, no one is able to win this battle on its own. Not a single Member State, leader or political party possesses the truth on what should be done to impulse a more effective collective response. This is not the time for blame-games. This is the time for focused strong effort, in a spirit of mutual understanding, building growing solidarity.

European people currently are carrying a heavy burden. Ordinary citizens everywhere are taking a heavy toll in lives lost and livelihoods disrupted. Citizens do organize and act, a massive solidarity is actually being displayed everywhere. We therefore launch an urgent appeal to our national and European leaders to step up too to the occasion and not squander this moment. Display the responsibility, gravitas and cohesion this corona crisis requires. We need to move beyond this crisis and emerge as stronger and wiser. This experience confirms the urgency and the necessity of the debate on the future of Europe, in the upcoming European Conference. More than ever, we need to move together. Only then, as Europeans, we will win!

Linn Selle, president of the EM Germany

Christoph Leitl, president of the EM Austria

Velko Ivanov, Acting Chairman of the EM Bulgaria

Christodoulos Pelaghias president of the EM Cyprus

Stine Boss, president of the EM Danemark 

Francisco Aldecoa Luzarraga,  president of the EM Spain

Yves Bertoncini, president of the EM France

Pier Virgilio Dastoli, president of the EM Italy

Mark Zellenrath, president of the EM Netherlands

Marcin Swiecicki, president of the EM Poland


[1] The treaty allows a shared competence in the field of the health security art. 4.k and 168.5 -TFUE

Europese BewegingOnly together, Europeans shall overcome the Corona crisis
read more

Rest-Brittannië wordt straks een vazal van Amerika

Hij had inmiddels al een week of drie dood in een greppel moeten liggen. Dat had hij ons toch echt herhaaldelijk en uitdrukkelijk beloofd, als London niet op 31 oktober uit de Europese Unie zou zijn gestapt, desnoods met een No-Deal. En van alle wilde beloftes die de Brexiteers de afgelopen drie jaar hebben gedaan, was dit zo’n beetje de enige waaraan Boris Johnson zich probleemloos had kunnen houden, want de realisatie ervan had hij bij wijze van uitzondering geheel zelf in de hand.

Op 31 januari aanstaande levert Boris Brexit – voor wat die belofte waard is, want het is al twee keer eerder uitgesteld, en de verkiezingen op 12 december kunnen ook nog roet in het eten gooien. De uitkomst is ditmaal mede als gevolg van het districtenstelsel onvoorspelbaarder dan ooit, omdat van het tweepartijenstelsel vermoedelijk weinig overblijft. En dan kan de zetelverdeling in het Lagerhuis alle kanten uitrollen; dat het geen absolute meerderheid voor de Tory’s of Labour wordt, is het meest waarschijnlijk. En dan? Dan zullen de anderen voorwaarden gaan stellen: de Brexit Party een echte No-Deal-Brexit, de Liberalen een nieuw referendum, in de hoop dat dat op een ‘remain’ uitloopt. Brexit krijgt in dat geval steeds minder weg van een koene suïcidale daad, en steeds meer van een voortetterende chronische ziekte.

Johnson heeft, anders dan zijn voorgangster, zijn deal door het huidige parlement weten te loodsen. Of het, uit Brits-nationaal perspectief, ook een betere deal is, nu de backstop eruit is? De Noord-Ierse unionisten bleken er, vanuit hun perspectief terecht, in elk geval anders over te denken. Het Ierse grensprobleem is nu namelijk opgelost door de oplossing niet -zo als in Mays deal – tot Sint-Juttemis uit te stellen, maar door de grens tussen de regels van Brussel en de regels van Londen in de Ierse Zee te leggen. Economisch blijft Noord-Ierland zo de facto deel van de Europese Unie.

Groot-Brittannië wordt zo dus niet groter, maar kleiner. Niets Britain rules the waves – Londen verliest integendeel zelfs zijn greep op de Ierse Zee. En de kans dat het als Little England eindigt, neemt nog meer toe als Schotland opnieuw een referendum over onafhankelijkheid gaat houden. Want dan zou een meerderheid wel eens vóór uittreden uit het Verenigd Koninkrijk kunnen stemmen om in Europa te kunnen blijven, waar de Schotten alleen maar tegen hun zin worden uitgesleurd doordat de Engelsen getalsmatig verre in de meerderheid zijn.

In 2014 kon Cameron een dreigend ‘ja’ tegen onafhankelijkheid nog net in een nee ombuigen door heel veel te beloven, en er tegelijk op te wijzen dat Brussel niet zo maar een zelfstandig Schotland als nieuwe lidstaat toelaten zou. Niet alleen is van die Londense beloftes weinig terecht gekomen, na een Brexit wordt de situatie ook voor Brussel wezenlijk anders: het zal in deze situatie zich niet snel tegen een toetreding van een zelfstandig democratisch Schotland keren.

De meeste Brexiteers, zo blijkt uit peilingen, nemen het afscheidingsrisico op de koop toe. Enerzijds getuigt dat van een grote democratische gezindheid: men zal de Schotten niet met geweld tegenhouden, als die met een duidelijke meerderheid voor onafhankelijkheid kiezen – daarvan kan het starre Madrid nog leren. Maar anderzijds is het wel schokkend dat de EU-haat bij veel Britten zo diep zit dat zij bereid zijn hun land op te breken om maar uit te kunnen treden.

Van de nationale eenheid zal overigens na de Brexit ook in politieke zin weinig sprake zijn, want de Brexiteers zijn over de koers die hun land vervolgens moet varen, tot op het bot verdeeld. Die ter linkerzijde zien de vrije markt als een bedreiging voor de eigen welvaart: Europa is te weinig sociaal en veel te neoliberaal. Voor die ter rechterzijde ligt dat omgekeerd: voor hen is Brussel juist veel te sociaal en te weinig neoliberaal. Een sado-populist als Nigel Farage mag zich zeer volks doordoen, het volk interesseert hem geen biet. Als steenrijk financieel speculant droomt hij van een ultrakapitalistische vrijbuitersstaat, waarin alle sociale rechten zijn afgebroken. Net als in de Victoriaanse standenmaatschappij hoopt de Britse bovenlaag dan weer de golven te kunnen regeren.

Maar zoals Juncker al ooit zei: er zijn vandaag slechts twee soorten Europese landen – kleine landen, en landen die nog niet weten dat zij klein zijn. Daar zal ook Rest-Brittannië snel achter komen. Een aardig voorproefje van de woeste golven waarin het straks, eenmaal buiten de beschutting van Brussel, belandt, heeft Londen al gehad. Donald Trump, die zijn presidentsambt als zijn persoonlijk eigendom beschouwt en als vastgoedbaas regeren gelijkstelt aan zakendoen, heeft recent een poging gedaan om als nieuwe belegging Groenland op te kopen. Die poging kon door de Denen vanachter de EU-muren afgeslagen worden, maar binnenkort valt Trump een veel grotere appel in de schoot.

De komende verhoudingen tussen Amerika en het na Schotse afscheiding straks zesmaal kleinere Brittannië werden al bij Trumps familiestaatsbezoek begin juni aan de Queen duidelijk. Haar gazon lag er na afloop bij als het Malieveld na gebruik door boze boeren. Met voorbijgaan aan elke fatsoensnorm gedroeg Trump zich met zijn selfies schietende nepoten alsof Buckingham Palace al van hem was – en dat is binnenkort ook inderdaad min of meer de facto zo.

Een handelsverdrag met Washington? Prima, maar wel geheel op Amerikaanse voorwaarden – inclusief een stroom aan chloorkippen en liquidatie van de ‘concurrentievervalsende’ National Health Service. De komende vazallenrelatie tussen The White House en Whitehall bleek even later opnieuw, toen een Amerikaanse spionnenvrouw die een Engelse tiener had doodgereden, snel het land werd uitgesmokkeld, en Trump Johnsons verzoek haar diplomatieke onschendbaar­heid op te heffen op zijn geijkte lompe wijze in de prullenbak gooien kon.

Thomas von der Dunk, 18 november 2019

Europese BewegingRest-Brittannië wordt straks een vazal van Amerika
read more

‘Hoe strategisch denkt de nieuwe Europese Commissie?’ door Thomas von der Dunk

Een democratische schoonheidsprijs verdient het in elk geval niet. En vergeleken met de wijze waarop de vorige keer de voorzitter van de Europese Commissie aan zijn baan kwam, is er duidelijk sprake van een terugval. Het is goed voorstelbaar dat veel kiezers zich door deze uitkomst bekocht voelen. Het systeem van Spitzenkandidaten had duidelijk de opkomst bevorderd. Dat de regeringsleiders geprobeerd hebben dit, door ze allemaal voor de hoogste baan terzijde te schuiven, de nek om te draaien, zal de volgende keer mogelijk menigeen doen thuisblijven.

Interessante paradox, juist met het oog op de forse winst van de anti-Europese nationalistische populisten: die achterkamertjes-gang van zaken is enerzijds koren op hun molen, en slaat hen anderzijds juist een wapen uit handen. Het geeft inderdaad voeding aan hun argument dat het er in Brussel schimmig aan toegaat: de kiezer staat buitenspel. Maar tegelijkertijd wordt hun andere anti-Europese argument ontkracht: dat van een oppermachtige centralistische bureaucratie. De uitkomst is nu juist het gevolg van het feit dat de nationale staten de regie hebben teruggepakt – met de totalitaire superstaat Europa valt het dus wel mee.

Hoe dan ook: de grootste partijen hebben zich intussen bij deze gang van zaken neergelegd, ook omdat er nogal wat waardevolle troostprijzen – voor Timmermans en Verstager – zijn uitgedeeld. Alleen de christen-democratische Spitzenkandidaat Weber is al bijna in het niets verdwenen.

Dat verschil in uitkomst met de vorige keer is mede te wijten aan het feit dat Weber – ofschoon volgens de Spitzenkandidaatformule toch de verkiezingswinnaar, want aanvoerder van de grootste Europese fractie – door teveel regeringsleiders als een vrij zwakke kandidaat beschouwd werd, en met dat argument bij voorbaat terzijde geschoven werd. Waarna vervolgens ook de koppen van de concurrentie rolden, omdat het feit dat Merkel Weber had laten vallen, niet door de EVP werd geaccepteerd, en daardoor gaandeweg een veto tegen alle andere Spitzen werd uitgesproken.

In 2014 was zo’n uitkomst voorkomen doordat de christen-democraat Juncker en de sociaal-democraat Schultz hadden afgesproken dat na de verkiezingen de verliezer van hen beiden zich achter de winnaar zou scharen – waarbij hun beider fracties ook nog tezamen de meerderheid hadden en dus deze regeling konden doordrukken. Doordat er ditmaal minder van een tweestrijd sprake was en die meerderheid weg is, werd het nu veel ingewikkelder, wat de in 2014 door het pact Juncker-Schultz buiten spel gezette nationale regeringsleiders de mogelijkheid gaf om de democratisering terug te draaien. Waarbij naast Webers zwakte ook de met diens onvermoeubare opkomen voor de rechtstaat samenhangende omstredenheid van Timmermans in Polen en Hongarije kwam, die Orban nu over diens ‘val’ victorie deed kraaien.

Heeft hij daarmee gelijk, of toch te vroeg gejuicht? Omdat Timmermans intussen als persoon in Warschau en Boedapest persona non grata was, en ongeveer elke zet zijnerzijds als een rode lap op een stier werkte, kan het verstandig zijn om in personeel opzicht met een schone lei te beginnen. Een nieuwe start in Brussel kan in dat opzicht goed zijn voor de verzuurde verhoudingen. Mits althans de nieuwe commissaris die nu voor de rechtstaat verantwoordelijk is, inhoudelijk dezelfde lijn kiest. De post is aan een Tsjech toebedeeld – dat kan dan een goede strategische zet zijn, omdat dan Orban en de zijnen minder makkelijk kunnen klagen dat zij het slachtoffer zijn van Westeuropese arrogantie.

In dat opzicht lijkt er in meer gevallen van een doortrapt-strategische keuze sprake te zijn: een Ier voor handelsrelaties – met het oog op de Britse Brexitpuinhoop een terecht signaal aan Boris’ bende dat Brussel zich niet door Westminster uit elkaar zal laten spelen, en niet zal toestaan dat deze incompetente opsnijder zijn electorale gelijk over de rug van Dublin behaalt. Vervolgens een Griek voor migratie – ook dat is vast geen toeval.

En een Italiaan voor begrotingsdiscipline – opdat Brusselse oekazes niet meer vanuit Rome als Noordeuropese arrogantie kunnen worden afgedaan. Tegelijk is het, met de nieuwe Italiaanse regering ook zeer wenselijk dat die oekazes zeldzamer worden. Als iets de electorale steun voor de nu buiten spel gezette Salvini heeft gevoed en weer opnieuw kan voeden, zijn het die oekazes en de daarachter schuilgaande onverschilligheid voor het lot van de miljoenen Italianen die de concrete gevolgen van de opgelegde bezuinigingen en hervormingen voelen. Salvini dankt zijn populariteit voor een belangrijk deel aan het feit dat hij, anders dan zijn voorgangers, voor die Brusselse druk niet opzij is gegaan en weerstand heeft durven bieden. Dat maakt hem voor veel Italianen tot een nationale held.

Die druk wordt destemeer door de Italianen als onrechtvaardig beschouwd, omdat bijvoorbeeld Frankrijk enerzijds, als Parijs de regels overtreedt, daar wel altijd mee wegkomt, en anderzijds bij monde van Macron snel een hoge stichtelijke toon aanslaat. Dat laatste geldt ook voor de kwestie van de bootvluchtelingen, waar de rest van Europa zeer weinig solidariteit met Rome heeft getoond, en zich lafhartig achter de Dublinverordening verschuilt. Aan dat laatste bezondigt ook Nederland zich steevast.

Brussel en de Noord-Europese landen zouden een grote fout maken als ze met het aantreden van de Europavriendelijke regering-Conte II menen dat zij nu geen rekening met die Italiaanse sentimenten hoeven te houden. Anders haalt Salvini de volgende keer alsnog de absolute meerderheid. Dat is ook iets dat ook alle Wopkes in Den Haag, altijd vooraan om moralistisch met het monetaire vingertje te zwaaien, eindelijk eens ter harte zouden moeten nemen.

Thomas von der Dunk, 18 september 2019

Europese Beweging‘Hoe strategisch denkt de nieuwe Europese Commissie?’ door Thomas von der Dunk
read more

EBN dringt aan op inpassing van ‘Europa’ in het curriculum voor alle leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs

De Europese Beweging Nederland heeft 30 juni 2019 haar advies gegeven aan Curriculum.nu. Curriculum.nu legt de basis voor de actualisatie van het curriculum van alle leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs. Wat moeten leerlingen kennen en kunnen? 130 leraren en 18 schoolleiders zijn vanaf begin 2018 in teams bezig om die vraag te beantwoorden. Dit proces loopt door tot het voorjaar van 2019, waarna in het najaar van 2019 de opbrengsten worden gedeeld met de minister voor basis- en voortgezet onderwijs. De minister deelt de opbrengsten vervolgens met de Tweede Kamer voor verdere besluitvorming en om een vervolgproces te bepalen.

Het EBN advies betreft de leergebieden Burgerschap en Mens & Maatschappij.

Hieronder treft u een samenvatting van de bijdrage van de EBN, die een dringende oproep is tot  een systematische  kennisontwikkeling over het Europa van vandaag in het onderwijscurriculum van lagere school, VMO, VMBO, HAVO en VWO.

De volledige bijdrage inclusief de aanbiedingsbrief aan Curriculum.Nu treft u hier aan.

Samenvatting advies EBN

Samengevat is  het advies van de Europese Beweging om te komen tot een systematische  kennisontwikkeling over het Europa van vandaag in het onderwijscurriculum van lagere school, VMO, VMBO, HAVO en VWO. Onderwijs heeft ten doel de jeugd weerbaar te maken voor de toekomst. Daar hoort Europa bij. Het leven van alledag is niet meer denkbaar zonder de Europese Unie. Europese besluitvorming, samenwerking en integratie zijn van directe invloed op leven en werken van onze burgers. Daarvoor zal besef moeten worden gekweekt. De EBN is van mening dat het reguliere onderwijs gelijke tred moet houden met deze werkelijkheid.

Wij hebben ons advies afgerond na een recent rondetafelgesprek met een aantal civil society organisaties, die al vele jaren actief zijn met voorlichting aan scholen en onderwijzers en leraren. Van de onderwijs- en voorlichtingsprogramma’s van deze organisaties heeft de EBN een inventarisatie gemaakt, die u op onze website aantreft. Verschillende van deze organisaties hebben ook concrete voorstellen gedaan in het kader van de herziening van het Onderwijs curriculum.

Naar de mening van deze organisaties, en de EBN,  kan de voorlichting en het onderwijs niet blijven voorbehouden aan de civil society en goedwillende leerkrachten. De impact van de Europese Unie is dusdanig, dat ook het reguliere onderwijs zijn verantwoordelijkheid moet nemen en de Europese ontwikkelingen een herkenbare plaats moet geven in het curriculum, van de lagere school, VBO, VMBO, HAVO en VWO.

 

Europese BewegingEBN dringt aan op inpassing van ‘Europa’ in het curriculum voor alle leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs
read more

Is Europa inzake China eindelijk de naïviteit voorbij?

Op 24 november 2005 nam ik deel aan een forumdiscussie van de Nederlandse Maatschappij voor Handel en Nijverheid over internationale economische betrekkingen, die – symbolisch of ironisch? – werd gehouden in een zaaltje in Madurodam. Centraal stond de opkomst van China. Wat mij vooral is bijgebleven is de grenzeloze naïviteit van twee van mijn debatgenoten, VVD-Kamerlid Annette Nijs en de directeur van de High Tech Campus te Eindhoven, Jerôme Verhagen, de broer van. Zij zagen alleen maar kansen.

Het enige wat telde was de grenzeloze afzetmarkt – voor Nederlandse goederen en geleerden beide – die hier voor het oprapen lag. Het nog steeds totalitaire karakter van de Chinese staat achtten zij weinig relevant, daarmee opnieuw illustrerend dat het begrip ‘vrijheid’ zich hier te lande in de praktijk vooral tot vrijhandel beperkt. Met dit geringe (geo)politieke benul stond het tweetal niet alleen. Ik herinner me nog een andere bijeenkomst in die jaren, waar toenmalig Shell-baas Jeroen van der Veer – toch niet de minste, dacht ik tot op dat moment (maar alleen dus tot op dat moment) – zijn ervaringen met de Russen op Sachalin uit de doeken deed, en daarbij te kennen gaf dat hij tot zijn verbazing had moeten ontdekken hoezeer elke beslissing inzake olieboringen door Shell van de goodwill van het Kremlin afhankelijk was. Over die verbazing was ík dus weer verbaasd.

Wereldvreemdheid: zelfs in de hoogste Hollandse kringen heeft men daarvan dus last. In dat soort onvrije landen vormt namelijk élke grote institutie – of het nu om een onderneming of een universiteit gaat – nu eenmaal het directe verlengstuk van de staat. Er bestaat ginds geen samenleving los daarvan. In naam mag het – want dat willen de door het Westen geformuleerde internationale spelregels immers – steeds om een zelfstandige instelling gaan, de feitelijke verhoudingen zijn anders.

Intussen hebben we het Groningse debacle met een universiteitsdependance in Yantai gehad, en begint men zich allerwegen achter zijn oren te krabben vanwege de tentakels van Huawei. Daarin loopt Trumps Amerika overigens nog altijd op Tusks Europa voor – en wat men ook van Trumps grilligheid en onvoorspelbaarheid mag vinden, in dít opzicht is zijn instinct wel het juiste. Alleen zal hij van een koude kermis terugkomen als hij echt denkt dat Amerika de klus in z’n eentje klaren kan.

Is Europa eindelijk de geopolitieke naïviteit inzake China voorbij? In elk geval begint men zich eindelijk te realiseren dat Beijings eenzijdige interpretatie van de handelsrelatie – wel alle ruimte voor Chinese bedrijven in het Westen, niet voor westerse bedrijven in China – niet een kwestie van toevallige traagheid of onhandigheid of wat dan ook is, maar van systeem. Beijing speelt het spel volgens de eigen regels, en dat betekent dat het thuis altijd de regie in handen houdt. Van een gelijkwaardige uitruil is geen sprake – niet vandaag en niet in de toekomst.

In de verwachting dat die er wel was, of tenminste zou komen, heeft het Westen het afgelopen decennium veel teveel uit handen gegeven, mede vanwege een beperkte economische kijk op de economie. Zeker in Nederland is dat laatste van oudsher dominant. Denk aan het door de kabinetten-Balkenende aangehangen doel om Nederland tot de gasrotonde van Rusland te maken – nog voordat half Groningen in elkaar was gezakt. Wat goed verdient is immers goed gedaan. Banen, banen, banen, om met Balkenendes opvolger te spreken.

Over geopolitieke consequenties werd niet nagedacht: ieder ging voor zijn eigen voordeel, zodat Poetin de Europese landen behendig tegen elkaar uit kon spelen. De een z’n dood is de ander z’n brood. Al tijdens de Tachtigjarige Oorlog zagen Amsterdamse wapenhandelaren er geen bezwaar in om ook met de Spaanse vijand zaken te doen. Pas recent heeft ook Rutte doorgekregen dat we niet alleen lid van de EU zijn om handel te drijven. Maar goed, beter laat dan nooit.

Want het besef dat het laat is, mag intussen hopelijk ook tot de krochten van het Binnenhof zijn doorgedrongen. Als gevolg van eenzijdig commerciële oogkleppen is een riskante situatie ontstaan, waar het de wereldwijde invloed van China betreft. Met de Zijderoute, waarvoor Beijing afzonderlijke lidstaten met gunstjes weet te paaien, dringt het al tot in het hart van Europa door. Piraeus is intussen een soort omgekeerd Hong-Kong, en binnenkort volgt mogelijk ook Triëst. De daarmee beoogde geopolitieke effecten worden al zichtbaar. Als gevolg van de Griekse afhankelijkheid van Chinese welwillendheid, is Brussel niet meer in staat om tot een unanieme koers te komen, waar het Beijing betreft. Zo werd niet zo lang geleden nog een poging tot gezamenlijke veroordeling van de steeds belabberder mensenrechtensituatie in China door een Grieks veto geblokkeerd.

Piraeus staat daarmee symbool voor een kortzichtige neoliberale economische koers, die met de geopolitieke gevolgen van bepaalde beleidsdaden amper rekening houdt. Onder druk van de noordelijke landen moest Athene in de crisisjaren de eigen infrastructuur in de uitverkoop doen: privatisering werd vanuit Brussel opgelegd. Den Haag heeft daarbij, als bolwerk van monetaire hardliners, een zeer kwalijke rol gespeeld – ook al keert het, waar het het leerstuk van de verboden economische staatsinterventie betreft, nu zelf – zie KLM – op z’n schreden terug.

Maar opnieuw is het de nu in Nederland als KLM-redder gevierde Wopke Hoekstra, die ten aanzien van Italië de hardste lijn bepleit – we blijven een volk van benepen krentenwegers, dat wist al Multatuli. Dat leidt dus straks, na Piraeus, ook tot de afgedwongen verkwanseling van Triëst. Daarmee wordt ongetwijfeld het financiële huishoudboekje van Europa wat makkelijker kloppend, maar het politieke niet. En uiteindelijk zal het toch dat laatste zijn wat over de langere termijn in de mondiale confrontatie met een assertief China het meeste telt.

 

Thomas von der Dunk, 20 maart 2019

Europese BewegingIs Europa inzake China eindelijk de naïviteit voorbij?
read more

Alfred Mozer biografie boekpresentatie 28 februari 2019

Op 28 februari 2019 werd onder grote belangstelling in de Campus Den Haag van de Leidse Universiteit de nieuwe biografie Alfred Mozer, Duitser, Nederlander, Europeaan (1905-1979) ten doop gehouden.

Alfred Mozer (1905-1979) was een vroege en belangrijke voortrekker van de Europese beweging. Al qua afkomst en levensloop was hij een Europeaan, geboren in München als zoon van een Hongaarse vader en een Duitse moeder. Hij groeide op in een socialistisch milieu en werd een politiek actieve journalist. Hartstochtelijk verdedigde hij de zwakke Duitse democratie tegen het oprukkend nazisme. Al in 1933 moest hij naar Nederland vluchten. Zijn Duitse nationaliteit werd hem ontnomen, hij was ‘onwaardig Duitser te zijn’. Er volgden zeven jaren van politieke ballingschap in Amsterdam en daarna vijf oorlogsjaren in eenzame onderduik in Poortugaal bij Rotterdam. Na de oorlog werd hij Nederlander. Hij sloot zich aan bij de PvdA en werd daar de eerste Internationaal Secretaris. Daarnaast was hij actief in de Europese federalistische beweging en bouwde een indrukwekkend internationaal netwerk op. In 1958 werd hij politiek adviseur en kabinetschef van de eerste Nederlandse Eurocommissaris in Brussel, Sicco Mansholt.

Auteur en EBN lid Paul Weller ging in op Mozers leven en werk en hoe dit zich afspeelde tegen de achtergrond van dramatische ontwikkelingen in Europa: de Eerste Wereldoorlog, de ondergang van de Weimarrepubliek, de Tweede Wereldoorlog. De gevolgen hiervan ondervond hij aan den lijve. Het maakte hem na de oorlog tot een hartstochtelijk pleitbezorger van een verenigd Europa. Niet alleen vanwege de nieuwe dreigingen die voortvloeiden uit de Koude Oorlog, maar ook vanuit een voortdurende zorg over een mogelijke terugval naar oude en nieuwe vormen van eng nationalisme. Weller benadrukte hoe de studie van Mozer’s leven hem er opnieuw van bewust had gemaakt dat niets ‘onvermijdelijk is’: ‘Er waren keuzen, ook toen. Net als nu.’

De inleiding van de auteur werden gevolgd door drie reflecties op de belangrijkste dimensies van het leven van Alfred Mozer en de waarde van deze biografie voor de discussies over Europese ontwikkelingen.

Leiden Universiteit historicus Patrick Dassen plaatste de vroege publieke en politieke activiteiten van Mozer in de context van de Weimar Republiek. Historicus en voormalig Europarlementariër en PvdA Internationaal Secretaris Jan-Marinus Wiersma reflecteerde op de naoorlogse PvdA tijd van Mozer en Mozer’s unieke positie als Duitse Nederlander/Nederlandse Duitser, die als eerste PvdA Internationaal secretaris zijn eigen rol speelde in de relaties tussen sociaaldemocratische partijen in Europa en de vormgevende discussies in de sociaaldemocratie in Europa post-1945. Europarlementariër en huidig IS van de PvdA Kati Piri onderstreepte het belang van gepassioneerde Europeanen als Mozer  ging in op de relaties met het heden en de voortdurende intellectuele en praktische inzet die nodig is om het hoofd te bieden aan een aantal grote gedeelde Europese problemen, waarvoor ook historische kennis van de diverse ontwikkelingen in Europa van groot belang is.

Europese BewegingAlfred Mozer biografie boekpresentatie 28 februari 2019
read more

Terug naar een common sense of purpose. Interview met oud-voorzitter Joost van Iersel

In de aanloop naar het Sharing Europe festival vroegen we EBN oud-voorzitter Joost van Iersel, die sinds 2002 lid was van het Europees Economisch en Sociaal Comité naar zijn visie op het belang van regio’s in een tijd van nationale naar binnen gerichtheid.

Vraag: Wat kunnen regio’s betekenen in de huidige tijd?

JvI: Regio’s zijn altijd onderschat in het Europese debat. Dat begint nu terecht te schuiven. Natuurlijk is een goed onderscheid nodig tussen de verschillende soorten regio’s. Je hebt de topregio’s, hoofdzakelijk metropolitane gebieden, maar even goed de achtergebleven rurale regio’s, vooral in Oost-Europa. Ik zie een ontwikkeling van metropolitane gebieden – grote steden of clusters van steden met hun ruraal buitengebied als achterland – tot de speerpunten en pijlers van Europa’s weg vooruit. Zij denationaliseren juist. Actief en ambitieus zijn zij onderdeel van Europese en vaak ook internationale netwerken. Dáár tref je weinig euroscepticisme aan. Hun belang wordt nu meer en meer door regeringen ten volle erkend. Anderzijds mogen we echt de ogen niet sluiten voor de achtergebleven regio’s en hun verdere verzwakking. Zij ontvolken, de jeugd trekt weg, er heerst vaak armoede. Het zijn déze regio’s die de trend van renationalisering bevorderen. Er moet veel gebeuren om hen in een hogere versnelling te krijgen. Daar moet onverkort aan worden gewerkt.

Vraag: Wat kan de bijdrage zijn van regio’s aan het realiseren van Sharing Europe, het thema van de herdenking van het Congres van Den Haag?

JvI: Er zullen er niet veel zijn, die het krachtige pleidooi voor een Europa der regio’s op het Europese congres in 1948 nog op hun netvlies hebben. De bevlogen vertegenwoordiger van dit geluid was dominee Denis de Rougemont, niet zo vreemd vanuit het sterk geregionaliseerde Zwitserland. Dat pleidooi heeft het niet gehaald, maar zijn gedachten zijn vandaag actueel, nu het interstatelijke Europa steeds meer mankementen vertoont en aan herinrichting toe is. Het kan niet anders dan dat de regio’s een zwaardere rol moeten krijgen. Kijk eens naar het succesvolle gedecentraliseerde Duitse model ten opzichte van de centrale eenheidsstaten Frankrijk en Groot-Brittannië. In Frankrijk probeert men van het eenheidsregiem af te komen en meer ruimte te scheppen voor de grote potenties van de regio’s. In het VK is een proces van devolution gaande. Zie ook de regionale entiteiten en identiteiten in Italië, in Spanje, en ook in Polen. In de economie wordt steeds meer gehamerd op de noodzaak van erkenning van de regionale economie als onontbeerlijke krachtbron. Ik voorzie dat de modernisering van Europa inderdaad zal verlopen langs de lijn van de regio’s, die zich in een vrije Europese ruimte gaan ontwikkelen. Dit in wisselwerking met het nationale en met de Europese regie, maar hopelijk wél in gelijkwaardigheid en niet in ondergeschiktheid. Daar moeten we voor ijveren.

Vraag: Wat zijn positieve punten van Europese ontwikkeling momenteel en wat baart zorgen?

JvI: Er zijn heel wat positieve punten in de Europese ontwikkeling. Eén uitgesproken belangrijk punt is het verder uitrollen van het programma tot een volledige Interne markt. Die is en blijft, ondanks dat hij zelden voorpagina nieuws is, het kernstuk van de Europese architectuur. Van een Europees level playing field zijn honderdduizenden banen en een goed deel van de economische groei afhankelijk. Positief is ook de geleidelijke ontwikkeling van de Energie-Unie alsmede de dringend noodzakelijke Digital Single Market, die borg moet staan voor innovatie en voor een technologisch geavanceerd en weerbaar Europa in de wereld. Tegen die achtergrond is ook positief dat nu wordt gewerkt aan een sociaal Europa, want de hele bevolking moet (kunnen) meegroeien. Een belangrijk hoofdstuk zijn ook het klimaat en de Sustainable Development Goals. Van de hoogste orde is de completering van de Bankenunie en het op de rails krijgen van een Europese kapitaalmarkt, beide aspecten van de noodzakelijke verdieping van de EMU en van de economic governance. En kijk eens naar de ECB. Ook onderstreep ik de totstandkoming van een toenemend aantal bilaterale handelsakkoorden van de EU met derde landen, die bijdragen aan zekerstelling van het mozaïek van belangen van de Europeanen in de wereld.

Hier staan de nodige zorgen tegenover, die ik samenvat met een gebrek aan gemeenschappelijke doelgerichtheid. De politieke afkeer van Europa van eurosceptici en populisten, die ook de nodige invloed hebben op meer traditionele middenpartijen, werkt regelrecht ondermijnend. Het Europese centrum in Brussel staat onder kritiek. Nu is er geen bezwaar tegen een kritische houding, maar wanneer deze een vrijbrief wordt voor nationale eigenrichting en renationalisering, is het ronduit schadelijk voor het geheel én voor de burgers. Brexit is een afschrikwekkend voorbeeld. Maar de Unie lijdt ook onder de gebrekkige nationale implementatie van wat zelfs plechtig door de lidstaten gezamenlijk is afgesproken. Niet minder bedreigend is de aantasting van de rechtsstaat, de Rule of Law. In sommige landen wordt al vrijuit gesproken over een non-liberale democratie (illiberal democracy). Zulke processen ondermijnen het vertrouwen tussen landen en bevolkingen en ook de legitimiteit van de Unie. Er zal alléén solidariteit komen in de Unie op basis van vertrouwen tussen landen onderling en van vertrouwen in het centrum in Brussel. Het is dus een ernstige zaak, wanneer dat vertrouwen ontbreekt en verder erodeert.

Vraag: U zei onlangs: “Niet te veel herdenken, maar vooral vooruit kijken.” Wat zou de agenda kunnen zijn?

JvI: Centraal in de agenda moet allereerst de politieke wil staan. Tekenend is het uitgangspunt van President Macron: hij wil een soeverein Frankrijk in een soeverein Europa. Met andere woorden, landen én burgers hebben allemaal een groot belang bij een handelingsbekwaam Europa. Dat vereist vertrouwen en legitimiteit van de Unie als basis voor solidariteit tussen Noord en Zuid en West en Oost. Daarom moet in mijn visie hoofdpunt in het Europese integratieproces zijn een terugkeer naar een common sense of purpose. Daarvan hangt een effectieve implementatie van alle belangrijke thema’s in de Unie af, die ik boven heb genoemd. Daar komt ook nog bij buitenlands beleid en defensie alsmede het veiligheidsbeleid, de opvang van vluchtelingen en de harde strijd tegen terrorisme. Vóór alles moeten alle spelers zich bewust zijn van de kwetsbare positie van Europa in de wereld tegenover derden, zoals Rusland, China, en ook de VS. Voor de gezamenlijke weerbaarheid en stabiliteit draagt ieder van de spelers volle medeverantwoordelijkheid. Alleen dán zal het politiek, economisch en sociaal potentieel van Europa zonder stagnatie tot zijn recht kunnen komen.

 

Europese BewegingTerug naar een common sense of purpose. Interview met oud-voorzitter Joost van Iersel
read more

Europese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn

Europese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn

Op de website European Studies and Projects is een interactief forum in aanbouw voor het debat over Europese waarden. Het forum komt voort uit het programma ‘Waarden als werkwoord’ van de EBN, zo vertelt Ernst John Kaars Sijpesteijn. Het richt zich op iedereen die meer wil weten en wellicht een bijdrage wil leveren aan de discussie. Het is belangrijk dat de Europese Unie wordt gezien voor wat het is en wat het zou moeten zijn: een gemeenschap van democratische rechtsstaten met verschillende culturen, talen en geschiedenissen en gedeelde belangen.
Vraag: Wat trekt u toch zo in de Europese waarden discussie, is het uberhaupt nog mogelijk die te voeren? Staat de Europese Unie nog voor haar doelen van vrede, vrijheid en voorspoed?

KS: Waarden als vrijheid, gelijkheid, broederschap, rechtvaardige verdeling en solidariteit maken deel uit van de historische context waarin de Europese Unie tot stand is gekomen. Er zijn altijd mensen geweest die op de bres staan voor mensen met minder kansen en pogen menselijke waardigheid overeind te houden. De spanningen nemen echter toe in een geglobaliseerde wereld, met tegelijkertijd meer en meer hekken en muren, en een openlijke strijd om de schaarse bronnen en goederen in een economisch bestel dat materiële groei nog altijd als het hoogste goed presenteert. Zijn we nog bij machte tegenwicht te bieden aan wat de mensheid en de planeet bedreigt? Om deze reden is het van groot belang om de discussie over de waardengrondslag van de Unie te voeren. Juist ook vanwege de rol die Europa kan en moet spelen als pleitbezorger van vrede, democratie en veiligheid in de wereld. Kan Europa de motor worden van verandering, bijvoorbeeld op de weg naar een mondiale ecologische beschaving en een circulaire economie waarin iedereen meedoet?

Vraag: Waarom een webplatform, wie wil je daarmee betrekken en op welke wijze?

KS: De keuze voor een webplatform in de Engelse taal is gemaakt om zoveel mogelijk mensen te betrekken en te inspireren. De waarden van de Europese Unie staan samengevat in artikel I-2 van het Verdrag van Lissabon: eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren; met een samenleving die zou moeten staan voor pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen. Ieder van deze waarden wijst naar een toekomst waarin deze volledig gerealiseerd kunnen worden.

Vraag: Van welke Europese ontwikkelingen wordt u vrolijk?

KS: Europa is in staat te inspireren als je goed om je heen kijkt. Ik ben optimistisch als ik kijk naar de talloze jongeren, studenten en werkenden uit allerlei landen, die elkaar met hun laptop en een kop koffie weten te vinden. Het is goed dat deze generatie bewust betrokken raakt bij de discussies over de toekomst van ons continent, in een wereld die vaak snakt naar de waarden en beginselen die voor ons soms zo vanzelfsprekend lijken.

Vraag: Wat is voor u de betekenis van het Congres van Den Haag, en waar zou civiele inzet in Europa volgens u uit moeten bestaan?

KS Het Congres van Europa in Den Haag kan deze en andere generaties inspireren tot actieve inzet om de waarden en idealen voor ons en de wereld waar te maken.

Ernst John Kaars Sijpesteijn werkt als ontwikkelaar van evenementen en discussies en heeft boeken samengesteld over Europa zoals De waarde van Europa en De slag om de globale democratie. Het webplatform kunt u vinden op www.europeanstudiesandprojects.net. U bent van harte uitgenodigd om bij te dragen aan het forum. Aanmelden kan op de website.

Europese BewegingEuropese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn
read more

Hoe verbeteren we het democratisch karakter van Europa? Interview met Jaap Hoeksma

Studenten noemen hem ‘Jaap Europa’ vanwege zijn passie voor het onderwerp Europese integratie.
Jurist Jaap Hoeksma timmert geregeld aan de weg rond het thema Europese integratie en hoe Europa veel helderder over het voetlicht te krijgen. Hij is de bedenker van het spel Eurocratie dat inmiddels in het hele land is gespeeld, en auteur van de ‘Theory of Democratic Integration’.

Vraag: U bent al vele jaren een passionado voor verhalen over mogelijke vormen van Europese democratie en integratie, waar komt die passie vandaan?

JH: Europa is de uitdaging van mijn generatie. Wij wilden het oude continent na de oorlogen een nieuwe toekomst geven. Daar is doorzettingsvermogen voor nodig, maar het is geen totale mislukking geworden. Zeventig jaar na het Congres van Den Haag kun je vaststellen dat er uit de wil om oorlog te voorkomen in Europa een nieuw soort democratie is ontstaan.

Vraag: Hoe heeft zich uw denken de afgelopen jaren over deze onderwerpen ontwikkeld, welke verschuivingen hebben erin plaatsgehad, hoe is uw eigen schijnwerper verschoven?

JH: Ik ben als jurist aan de Vrije Universiteit in Amsterdam afgestudeerd in de staatsrechtsfilosofie. Dat was op de VU een afzonderlijk vak. Toen de Europese Unie in 1992 werd opgericht, kon ik ondanks mijn opleiding niet zeggen wat de EU was of zou worden. Ik heb Europa daarom omgetoverd tot een spel. Dan kon je daar in elk geval over praten. Ik heb het bordspel Eurocracy zo vaak op scholen en universiteiten gespeeld, dat de studenten mij spontaan met ‘Jaap Europa’ gingen aanspreken. Ik vond het niet alleen leuk om de tournees te doen, met finales aan het slot enzovoort, maar dankzij de debatten in de klas begon ik ook een beeld te krijgen van hoe je de EU kon begrijpen en uitleggen. In de theorie wordt er altijd van uitgegaan dat de EU een samenwerkingsverband van staten is, maar in de werkelijkheid zijn de burgers van die staten ook burgers van de Unie. De theorie loopt dus achter bij de werkelijkheid. Het was daarom nodig een theorie te ontwikkelen die de EU niet alleen als een Unie van Staten opvat, maar ook als een Unie van Burgers.

Vraag: Met welke Europese integratie onderwerpen houdt u zich nu vooral bezig?

JH: Wat voor mij centraal staat bij het denken over Europese integratie, is hoe we het democratisch karakter van de EU kunnen verbeteren. In de oude benadering volstond het om te claimen dat de Unie een organisatie van democratische staten vormde. Vanuit het nieuwe perspectief van de burgers leidt dat natuurlijk tot de vraag, wat de zin ervan is om een organisatie van democratische staten op ondemocratische wijze te besturen. Dat gaat natuurlijk niet! In de nieuwe benadering moet het bestuur van de EU zelf aan vergelijkbare maatstaven van democratie en rechtsstaat voldoen als de lidstaten!

Vraag: Van welke Europese ontwikkelingen wordt u vrolijk?

JH: Waar ik elke dag vrolijk van word, is het zien van de dingen die vanzelf gaan. Als doorgewinterd voetbalfan vind ik het fantastisch om mee te maken hoe vanzelfsprekend het is geworden om te juichen dat ‘we’ met onze club Europa in gaan of dat ‘we’ bij tegenvallende prestaties niets in Europa te zoeken hebben. Nieuwe generaties vinden het gewoon dat ze in andere EU-landen net zo gemakkelijk kunnen streamen als in Nederland en dat de Googles en Facebooks van deze wereld door Europa gedwongen worden om belasting te betalen. Als Nederland word je gepiepeld, maar met Europa maken we samen een vuist.

Vraag: Wat is voor u de betekenis van het Congres van Den Haag, en waar zou civiele inzet in Europa volgens u over moeten gaan?

JH: De zeventigste verjaardag van het Congres van Den Haag valt voor mij samen met de afronding van de nieuwe theorie die de EU nodig heeft om als een Unie van Staten en Burgers te functioneren. Je moet zo’n verjaardag markeren en laten zien welke kant we opgaan met Europa en dat de EU zich ontwikkelt tot een Europese democratie. Als ik daar met de Theorie van Democratische Integratie aan kan bijdragen, wordt het voor mij een mooi feest!

      

Lees ook het pleidooi van Jaap Hoeksma voor een versterking van het democratische gehalte van de Europese Unie in dit artikel

Europese BewegingHoe verbeteren we het democratisch karakter van Europa? Interview met Jaap Hoeksma
read more