Uncategorized

Na Sofagate voortaan graag samen op dezelfde bank

  In 1696 bracht keurvorst Frederik III van Brandenburg een bezoek aan stadhouder-koning Willem III in Den Haag. Bij die ontmoeting bleek voor de gastheer een comfortabele fauteuil met armleuningen gereed te staan, en voor de gast slechts een gewone stoel. Toen Frederik, die binnenkort tot eerste koning van het nieuw te stichten koninkrijk Pruisen hoopte te promoveren (wat in 1701 zou lukken), weigerde daarmee genoegen te nemen omdat hij zo de hogere rang van Willem zou erkennen, was men gedwongen de hele audiëntie urenlang staande te houden.

   Wat Frederik deed, had ook EU-president Charles Michel moeten doen, toen in Ankara voor EU-commissievoorzitter Ursula von der Leyen slechts op grote afstand een sofa bleek te zijn klaargezet, waarmee zij bijna buiten gehoorbereik van Michel en Erdogan kwam te zitten. Het was de tweede flater die de EU-leiding binnen korte tijd ten overstaan van een autocratische bullebak sloeg, nadat al in februari EU-buitenlandvertegenwoordiger Josep Borrell in Moskou tegenover Poetin en Lavrov was afgegaan.

   Beelden doen er toe – dat is iets wat men in het altijd pragmatisch meebuigende Brussel kennelijk te weinig beseft, want anders had men zijn zaakjes wel beter voorbereid en de kinnesinne binnen de tweehoofdige leiding van de EU niet tot Sofagate geleid. Een pragmatisch meebuigen, dat we ook uit Den Haag kennen, waar vertegenwoordigers buitenslands eveneens sterk de neiging hebben om vooral voor het praktische resultaat gaan en zich dus gemakshalve aan de protocollaire dictaten van anderen aanpassen – denk aan de hoofddoek van Sigrid Kaag in Iran. Dat niet positie kiezen óók positie kiezen is, wordt te weinig beseft.

   Een pijnlijk punt tot politiek ‘niet-relevant’ verklaren, omdat het politiek relevant ervan verklaren tot veel gedoe leidt dat alleen maar van het doel afleidt: daar zijn we vanouds in Nederland eveneens goed in. Denk aan de omstreden wintersportvacantie van Beatrix in Lech twintig jaar geleden toen Jörg Haider in Wenen meegeregeerde, en Oostenrijk daarom door de EU in de ban was gedaan. Volgens toenmalig CDA-fractieleider Jaap de Hoop Scheffer had de koningin verklaard dat dit bezoek niet politiek, maar particulier was, en ‘dus’ was het daarmee ook niet politiek.

   Maar het is evident dat de tegenpartij dan scoort. Wenen kon betogen dat het met het Oostenrijkse isolement wel meeviel, Teheran kon pronken met het feit dat het buitenland vanzelfsprekend de in Iran door veel vrouwen met gevaar voor lijf en leden aangevochten hoofddoekplicht als islamitisch cultuurgoed respecteert, en Moskou en Ankara kunnen nu interne critici die hun hoop op Europese steun hebben gezet de mond snoeren, door er op te wijzen dat de Europeanen elke vernedering slikken om maar niet geheel met lege handen naar huis te gaan.

   Die eeuwige aanpassingsbereidheid aan de grillen en nukken van anderen, omdat altijd wel een economisch kortetermijnbelang prevaleert en bij mislukking thuis het bedrijfsleven over een verloren potentiële afzetmarkt begint te jammeren – die toont in de ogen van die ander, zeker als dat een halve of hele dictator betreft, niet zozeer de schappelijkheid, als wel de zwakte van de tegenstander. Het is een beetje als bij een roofdier dat in de dierentuin van een bezoeker voedsel krijgt. Zo’n hyena denkt dan niet: wat aardig, maar: wat een sukkel.

   Hier blijkt opnieuw de kwetsbaarheid van democratieën tegenover dictaturen – en Turkije mogen we daar inmiddels wel toerekenen, zoals de Europese fractieleider van de christen-democraten Manfred Weber 11 april terecht in Buitenhof zei. Democratieën zetten in op compromissen, dictaturen op overwinningen – zij gaan niet voor de redelijkheid, maar voor de macht. Zij spelen het spel harder, en kunnen dat ook, omdat zij minder met het thuisfront rekening hoeven te houden. Massaal individueel ongemak van burgers vertaalt zich  in democratieën via verkiezingen sneller in nederlagen van de machthebbers.

   Dat speelt niet alleen in botsingen met Rusland en Turkije, maar ook en vooral in die met de machtigste – en tegelijk meest totalitaire – dictatuur van dit moment, China, waar ze zelfs niet eens nog met openbare stembussen de schijn ophouden. Economische schade: daarvan heeft Biden, die (vermoedelijk) over vier jaar herkozen wil worden, meer last dan Xi, die zijn presidentschap voor de eeuwigheid heeft veilig gesteld. Natuurlijk: ook een dictatuur krijgt daar last van, alleen wel pas later dan een democratie – en dat weet de dictatuur. Ofwel, zoals Saddam Hoessein eens een waar woord sprak ten aanzien van Amerika: ik kan mij veroorloven honderdduizend soldaten te laten sneuvelen, Bush kan dat niet.

   Dat besef, en het besef dat sinds minstens een decennium de democratie wereldwijd op de terugtocht is, dat het westerse democratische model wegens economische stagnatie en groeiende materiële ongelijkheid in een steeds duidelijker multipolaire wereld ook een deel van zijn ideologische overtuigingskracht verloren heeft, zou er toe moeten leiden dat Europa naar buiten veel meer één front vormt. Dat de lidstaten minder voor het kleine economische eigenbelang gaan door zelf akkoordjes met Peking af te sluiten, en de kansen grijpt die juist Biden – waarvan we ook niet weten hoe lang hij er nog zit – nu voor samenwerking biedt.

   Een tweehoofdige leiding hoeft dat niet in de weg te staan – de Romeinse Republiek groeide in de vijf eeuwen dat zij het met twee consuls deed, van stadstaat uit tot wereldrijk. Maar het vergt wel meer onderlinge afstemming en onderdrukking van persoonlijke profileringszucht. Dat betekent na Sofagate voor Europa ook: altijd samen op de sofa, en niet de ene vertegenwoordiger in een fauteuil centraal en de ander op de strafbank in de hoek.

Thomas von der Dunk, 14 april 2021

Europese BewegingNa Sofagate voortaan graag samen op dezelfde bank
read more

Separatisme valt niet juridisch te bestrijden

Deze week hief het Europese Parlement de immuniteit op van drie Catalaanse leden, waardoor de weg vrij zou zijn voor uitlevering aan Spanje, dat hen voor opruiing vervolgen wil. Vrijwel tegelijk scherpte het Chinese bewind de juridische maatregelen tegen Hong Kong aan, waarmee de ooit met de Britten afgesproken autonomie definitief om zeep is gebracht.

   Bij alle zeer essentiële verschillen tussen Spanje en China – het ene land is een democratische rechtstaat en het andere een totalitaire dictatuur – bestaat er met deze aanpak toch tussen Madrid en Peking een duidelijke parallel: beide regeringen gaan verkrampt om met verzet tegen de staatkundige eenheid van het land.

   In beide gevallen heeft Brussel de instinctieve neiging daarbij weg te kijken, ook al vloeit dat bij Spanje uit andere motieven voort. Voor Europa zijn na twee bloedige Wereldoorlogen de bestaande staatsgrenzen onaantastbaar geworden, uit vrees anders een Doos van Pandora te openen. Dat betekende een poging om de geschiedenis op een vrij willekeurig moment – de territoriale status quo van 1945 als uitkomst van de krachtmeting tussen Stalin, Hitler en Roosevelt – te bevriezen.

   Volkeren die op dat tijdstip over een eigen staat beschikten en met de grenzen daarvan gelukkig waren, hadden geluk. Volkeren die nog niet in die fijne positie verkeerden, hadden pech. Zij kregen van volkeren, die zelf wel bijtijds met veel gezeur (plus bloedvergieten) een eigen staat hadden gekregen, te horen dat zij omwille van de internationale stabiliteit waar de volkeren met een eigen staat zoveel baat hadden, niet om een eigen staat moesten blijven zeuren.

   Helaas voor de tegenstanders van zeurkousen: zulke volkeren, die zich niet geheel zonder reden het slachtoffer van de geschiedenis voelden, waren niet altijd van zins met de status van minderheid in ‘andermans’ land genoegen te nemen. Zeker omdat de meerderheid, ook als het desbetreffende land een democratie was, nogal eens van oudsher een beleid van assimilatie voerde.

   Dat kon de actieve vorm van een uniformerende taalpolitiek aannemen – contra het Catalaans, Vlaams en Fries als wat achterlijke boerendialecten – of van al dan niet doelbewust gestimuleerde binnenlandse migratiebewegingen, waarmee de oorspronkelijke bewoners ook in hun eigen regio een etnische en/of linguïstisch minderheid werden. Denk aan Zuid-Tirol, waar wat Mussolini begon, na de Tweede Wereldoorlog gewoon werd voortgezet: maak de regio Italiaans.

   Schoolvakken als geschiedenis en aardrijkskunde stonden sinds de 19de eeuw ten dienste daarvan. Die wandkaart van Nederland op de Lagere School, waarbij het buitenland wit gelaten was alsof voorbij Zundert en Zevenaar één grote dorre woestijn begon, had ook die functie: zij moest er bij de kindertjes in Maastricht al vroeg inhameren dat zij niets hadden uit te staan met die in Luik of Aken (30 kilometer verderop), maar alles met die in Leeuwarden (300 kilometer verderop).

   In andere landen idem dito. Dat die officiële staatkundige kaart van Europa niet met de ter plekke soms als wezenlijker beleefde officieuze etnische kaart spoorde, daar kwamen die kindertjes dan pas veel later achter op vacantie achter, als die handige taalgids Wat & Hoe Italiaans in Aosta of Merano (pardon: Meran) toch wat minder handig bleek. Of als ze in de krant lazen dat niet alleen in Irak, maar ook in Baskenland of op Corsica bommen bleken te kunnen ontploffen.

   Want de Catalanen, Corsicanen en alle anderen die met de ooit meestal gewelddadige toeëigening van hun territorium ook ettelijke eeuwen nadien nog steeds niet erg gelukkig zijn, weten één ding: doorslaggevend in een onafhankelijkheidsstrijd zijn de facts on the ground.

   De meeste staten houden angstvallig vast aan de status quo en roepen van tevoren dat ze de schenders daarvan nooit zullen erkennen, maar als je er in de praktijk in slaagt om die duurzaam in je voordeel te veranderen, volgt die erkenning uiteindelijk toch. Nederland had er ooit tachtig jaar voor nodig, voor zelfs Madrid daar niet meer onderuit kon; in andere gevallen ging het wat vlugger.

   En het koppig vasthouden aan de territoriale status quo, tegen de wil van de direct betrokkenen in, bezit in een democratisch Europa, waar de legitimiteit van staten op het beginsel van volkssouvereiniteit berust (en dus uiteindelijk op het draagvlak onder de bevolking), toch een wankeler morele basis dan toen de godssouvereiniteit gekroonde monarchen meer ruimte verschafte om, omwille van een vermeend hoger belang, de wensen van hun onderdanen te negeren.

   Het huidige dictatoriale Russische – en Chinese – uitgangspunt dat grote staten vanwege hun formaat meer rechten hebben dan kleine, het recht ook op een bufferzone van satellieten om zich heen (als indertijd het Warschaupact aan Moskou garandeerde) kan niet het huidige democratische Europese zijn.

   Omdat dat tegelijk haaks staat op de wens om niet aan de zo lang betwiste grenzen van de eigen lidstaten te komen, leidt dat bij elke separatistische eruptie tot verkramping. Vergaande autonomie kan er soms de angel uithalen. In dat opzicht kan Madrid van de mentale ommezwaai van een halve eeuw terug in Rome – toen daar het Franse eenheidsstaatconcept werd opgegeven – leren.

   Maar één ding helpt niet: de kop in het zand steken en van een politiek probleem een juridisch maken, door geweldloze separatisten – en dat waren de drie Catalaanse europarlementariërs – gevangen te zetten. Het cruciale punt is dat de Spaanse rechtbank in deze door de helft van de Catalaanse bevolking als partij in dit politieke vraagstuk wordt gezien, en haar gezag dus niet wordt erkend.

   Dat betekent niet, dat men de uitslag van een dubieus referendum bij voorbaat hoeft te accepteren. Maar vervolging is zo olie op het vuur. En door daarvoor de weg vrij te maken, steekt ook Brussel voor dat laatste de kop in het zand.

Thomas von der Dunk, 11 maart 2021       

Europese BewegingSeparatisme valt niet juridisch te bestrijden
read more

Verkiezingsprogramma’s in Europees perspectief

door Joost van Iersel

  1. Positieve aandacht voor Europa

In geen enkele lidstaat is Europa een centraal verkiezingsthema. En bepaald ook niet dit jaar. Al een jaar lang teistert Covid19 onze wereld. Het draait steeds meer om politiek leiderschap en organisatie. Vooral aan dat laatste schortte het bij ons regelmatig zoals bij covid19 (mondkapjes, handhaving en vaccinatie) en de toeslagenaffaires. Elders is het evenmin botertje bij de boom. Ieder land heeft zijn eigen pijnlijke missers. Gemis aan effectieve regie bij de toeslagenkwesties maakt dat we hier nu zelfs met een demissionair kabinet zitten. Verkiezingsprogramma’s staan verder van de actuele praktijk en de waan van de dag. De wereld dendert door, de toekomst is onvoorspelbaar. Programma’s pogen houvast te bieden. In ieder geval is Nexit van de baan. De meeste partijen leggen sterke nadruk op Europa, zij het met wisselende accenten. Partijen op de flanken zijn tegen.

  • Pleidooien voor een sterk en handelend Europa

Jarenlang was scepticisme troef. Nu komt de vervlechting Europa <-> nationaal steeds duidelijker in beeld. Europa speelt zichtbaar door veel beleidsthema’s heen, ook al heeft de Kamer daar regelmatig moeite mee. Vandaar het belang van partijvisies, als basis voor een regeerakkoord en als houvast voor de Kamerfracties. De TK slaagt er immers maar niet in coherente opvattingen te ontwikkelen, ook niet over de EU. De focus is te veel op details en Kamercommissies – BZ, Financiën, EZ, Landbouw, Justitie, Sociale zaken, V&W – hebben ieder hun eigen EU-agenda. Snel wisselende samenstelling van fracties helpt evenmin. Het is weinig bekend, dat ambassades intensief Kamerdebatten volgen. De voorbereiding van Raden in Brussel is in Nederland heel transparant, moties worden direct vertaald voor de hoofdsteden en worden ons land nagedragen. Men weet elders heel goed, dat Nederlandse ministers zich in Brussel vaak direct laten leiden door uitspraken van de Kamer. Dat maakt het ontbreken van een totaalplaatje bij fracties alleen maar onbevredigender.

De reactie op de pandemie was zeer onorthodox. Zonder vorm van proces zijn heilige huisjes omvergekegeld. Met de zegening van Brussel zijn economische en financiële principes opgeofferd. Overal zijn naast opschorting van de regels voor staatssteun de sluizen van de staatsfinanciën opengezet – de diepe geldzakken van Hoekstra! -, onder gejuich van economen, die geen enkel been meer zien in een forse verhoging van de staatsschuld. De vraag is, hoe dit de komende jaren verder moet en hoe in de visie van onze partijen Europa daarvoor kaders moet gaan bieden. De inleidingen van een aantal partijprogramma’s zijn overduidelijk: We hebben een sterk en handelend Europa nodig, een flinke verschuiving dus. Dit is ondertussen in lijn met jarenlange Eurobarometers en

het SCP, die ongeacht crises doorgaans wezen op een comfortabele meerderheid in de publieke opinie vóór Europese samenwerking. In de politiek en de media wordt pas sinds kort de bocht gemaakt. Maar nu is van vooral door toedoen van de PVV gevoed euroscepticisme bij de VVD en ook bij het CDA om twee voorbeelden te noemen niet veel meer over. Maar een bezweringsformule van een sterk en handelend Europa is niet een concrete agenda met beleidsvoornemens. Hoe ziet het plaatje er uit aan de hand van het programma van de Commissie von der Leyen?

  • EU-programma richtsnoer, wisselende aanpak van partijen

De huidige Commissie betitelt zichzelf als geopolitieke Commissie. Haar inspiratie is Europa als zelfstandige wereldspeler en, waar nodig, strategische autonomie. Na jarenlange ruzies over financiële hulpprogramma’s en de vluchtelingencrisis is op het hele continent het realiteitsbesef over het belang van de EU in de wereld sterk toegenomen. Dat realiteitsbesef weerspiegelt zich ook in EU-agenda: 

  • Europees verdienvermogen en concurrentiepositie met aan de top klimaatbeheersing en energietransitie. Van gelijk belang is digitalisering en de digital single market. Dit alles in het kader van een Industriepolitiek, inclusief een versterkte handelspolitiek, met het oog op strategische autonomie, onder andere voor vitale eigen Europese producties
  • Verdieping van de EMU en een Europese kapitaalmarkt
  • Europees kader voor asiel- en migratiebeleid en voor bestrijding van terrorisme
  • Europese defensie en Strategic compass
  • Rechtsstaat en waardengemeenschap, ruggengraad van de Unie, en daarbinnen ook het European Democracy Action Plan en de Toekomst van Europa
  • Brexit

Partijen kijken in hun programmering verder dan corona. Hun Europese thema’s lopen weinig uiteen met de EU-agenda als richtsnoer. Partijen werken deze vaak tot in detail uit en zij zetten heel veel op de rails. Het onderscheid tussen hen zit vooral in de aanpak, die deels zit in de traditionele links-rechts verdeling, en deels in de mate van Europese gezindheid. De voorgestelde aanpak kan het effect van EU-prioriteiten danig bijstellen, omdat heel wat beleid afhankelijk is van nationale invulling, zoals bijvoorbeeld in geval van klimaat- en industriebeleid.

  • Enkele centrale thema’s

Klimaat en energietransitie. Nationale zorgen weerspiegelen zich in krachtige pleidooien voor actief EU-beleid. Ondertussen is Nederland in de EU tot dusver maar een magere middenmoter. De klimaatzaak Urgenda heeft de zaak op scherp gezet. Vooral Scandinavië loopt voorop, maar ook landen als Portugal en Letland.De Green Deal wordt over de hele linie gesteund, partijen vergroenen. Zij pleiten voor CO2-heffingen, aanscherping van het ETS-systeem en Europese regelgeving voor onder meer brandstoffen om de doelstellingen te halen. De EU moet vliegen ontmoedigen en het reizen per trein bevorderen. Als kritische factor komt de auto komt vooral bij de PvdA en

GL in beeld. Alle partijen komen met reeksen voorstellen. Deze bevestigen, dat Nederland positief gaat insteken op het Europese beleid, dat ook weer een kader vormt voor nadere nationale maatregelen (maatwerk, belastingen). Sommige partijen benadrukken aanpassing van Brussels beleid (Natura 2000) in verband met specifieke geografische omstandigheden. Het boerenverzet (CDA!) en de pijnlijke stikstofaffaire werken door. D’66 komt op voor een Energie Unie met een Europese toezichthouder. De VVD gooit een balletje op over kernenergie. Ook hier zien we een kanteling in Nederland.

Digitalisering. Hier zit Nederland (wereldwijd) in de kopgroep. Partijen wijden hierover minder uit dan over klimaat. Vooral D’66 – en in mindere mate ook het CDA – stelt een aantal concrete doelen met volle kracht naar een sterke, uniforme Europese digitale markt, d.i. in toepassingen, regelgeving en Europese soevereiniteit.Het thema roept minder emoties op, maar de impact is gigantisch, voor de concurrentiepositie, voor werkgelegenheid, voor het klimaat, voor de gezondheidszorg. Het gaat over veel meer dan over consumentenrechten en bescherming van persoonlijke gegevens. Uit de programma’s van partijen blijkt wel degelijk van ruime ambities, die parallel lopen aan die van Brussel. Die leveren een uitstekende uitgangspositie op zowel voor Europese beleidsbepaling als voor de Nederlandse concurrentiepositie. GL, D’66 en PvdA zijn ook voorstander van de invoering van de zwaar omstreden digitaks.

Industriepolitiek. In het publieke debat wordt vaak geroepen om meer invloed van de staat in antwoord op het gewraakte neo-liberalisme. De visies van partijen zijn genuanceerd. Maar industriepolitiek is geen vies woord meer en opent nieuwe kanalen voor verdediging van nationale belangen. Dit vereist volgens VVD, CDA, D’66 en PvdA, intensievere bemoeienis van de overheid met de techsector, – de overheid als marktmeester – en eventuele blokkades tegen ongewenste overnames. Hier grijpen nationale en Europese desiderata in elkaar. De Interne markt wordt als vaststaande pijler van Europa gezien. Dat dekt al heel veel. Europese kampioenen hebben hier geen aanhang en een paar voorstellen tot aanpassing van het mededingingsrecht hebben weinig om het lijf. De vrees voor protectionisme elders zit er klaarblijkelijk nog goed in. Dit is in lijn met de Nederlandse visie op open markten, maar het legt tegelijkertijd ook een rem op wat men nationaal kan doen.  Niettemin wordt het pleidooi voor meer eigen Europese producties – en voor relocatie in gevoelige sectoren, zoals in farma en de gezondheidssector -, en ook in de digitale sector (data!) steeds duidelijker. PvdA en GL beklemtonen met name de sociale dimensie. Men acht de EU essentieel voor succesvol beleid in deze sectoren. Net als voor de bepleite intensivering van innovatie en technologie, maar waar komt het geld vandaan, terwijl met name VVD en CDA in tegenstelling tot PvdA, D’66 en GL tegen een ruimere begroting zijn en tegen eigen Europese middelen?

Handelsakkoorden. Het eigen Europese en Nederlandse belang komt ook sterk naar voren bij wat partijen over internationale handel en buitenlandse investeringen in de EU voorstellen. We zijn de naïviteit voorbij. Wederkerigheid in het verkeer tussen de grote

handelsblokken – China, VS – is een harde eis. Hier klinkt bij VVD, CDA en D’66 heel duidelijk het Brusselse en Frans-Duitse pleidooi voor strategische autonomie door. Partijen noemen hiervoor een reeks van thema’s: aanscherping staatssteun- en concurrentieregels zowel als een kritische investeringstoets voor investeringen uit derde landen. Interne EU-belangen en -industriepolitiek zijn doorslaggevend.

Over andere centrale onderwerpen zijn partijen minder uitvoerig. Verdieping van de EMU en financiën zijn in Nederland geen populaire politieke thema’s. Het Recovery Fund, topthema in 2020, evenmin. Het vitale belang van de euro komt onvoldoende uit de verf. VVD en CDA willen de voltooiing van de Bankenunie, alleen de VVD bepleit een Kapitaalmarkt Unie. De CU gaat wel diep op de EMU in, maar uiterst negatief. Er blijft massief verzet tegen eurobonds en een transferunie. VVD en CDA blijven bij een plafond van 1% (Europees) BNP voor de begroting. Daartegenover is D’66 expliciet vóór eigen (belasting-)middelen van de Unie, en zo ook de PvdA en GL. Landbouwbelangen (SGP, CDA) krijgen een veel minder prominente plaats dan voorheen. Defensie en veiligheid (cyber, anti-terrorisme) worden beperkt maar wel positief benadrukt. Partijen spreken zich uit tegen een Europees leger (D’66 spreekt wel over een Europese krijgsmacht), maar versterking van politieke, militaire en industriële samenwerking wordt breed gedragen. Maar hoe die vooral politiek vorm moet krijgen, blijft veelal in het vage. Over de rechtsstaat is iedereen duidelijk. Dit hand in hand met de EU als waardengemeenschap, die geborgd moet worden. De EU als waardengemeenschap is overigens ook iets nieuws voor de Nederlandse politiek. Speciale vermelding verdient dat D’66 als enige institutionele versterking van de Unie bepleit, waaronder een kleinere Commissie met een direct gekozen voorzitter, meer bevoegdheden van het EP en Europese kieslijsten, en meer gekwalificeerde meerderheid, bijv. in het buitenlands beleid en bij belastingen. Het ziet ernaar uit, dat de staatssecretaris Europese Zaken in het komend kabinet terugkomt. Brexittenslotte wordt zeer betreurd. Partijen willen een zo nauw mogelijke band met het VK. Maar het hoe en wat ligt in handen van het VK zelf.

  • Geëngageerde partner, maar ook evidente hiaten

Er wordt door partijen serieus doorgedacht over de gedeelde belangen van Nederland en de EU. Het wemelt van de voorstellen. In lijn met premier Rutte maakt de VVD een forse draai. Het CDA beantwoordt weer meer aan zijn Europese roeping. D’66 is het meest uitgesproken. PvdA en GL bevestigen hun Europese oriëntaties met nadruk op sociale aspecten. Ook kleinere partijen als SGP, CU en de PvdD geven vanuit hun zeer kritische uitgangspunten blijk van serieus denkwerk. DENK steunt de Unie. Een minderheid van PVV, SP en FvD is tégen de Unie. Het algemene beeld bevestigt Nederland als geëngageerde partner. Hoe betrouwbaar, zal moeten blijken.

Er zijn ook evidente hiaten. Zo rept men nauwelijks van het succesvolle Erasmusprogramma, de belofte voor de jeugd. Zoals gezegd, is de aandacht voor de verdieping van de eurozone te pover. Hoe voorts alle desiderata met een beperkte EU-begroting moeten worden gefinancierd, is een open vraag, en dus onderwerp voor de

nodige ruzie. Opmerkelijk is ook dat er wel wordt gesproken over arbeidsmigratie – vooral over hoe we daarvan profijt kunnen trekken – maar vrijwel geen woord over de gordiaanse knoop van het vluchtelingenvraagstuk. En dan de gezondheidszorg: moet de Unie (veel) actievere rol krijgen? Men spreekt zich uit voor meer samenwerking en coördinatie over medicijnen en medische apparatuur, maar het is allemaal tamelijk mager.  Hoe gaan we een toekomstige pandemie te lijf?

Er is brede erkenning van de draagwijdte van grensoverschrijdende vraagstukken en Trump, Brexit en China missen hun effect niet. Nederland hervindt zijn plaats in Europa. Visies en desiderata sluiten op vitale beleidsonderdelen aan op wenselijke aanpak in en door de EU. Maar er ligt ook nog heel wat open als voedingsbodem voor dilemma’s en mogelijke conflicten. Wat dan weer leidt tot de slotvraag, wie gaat zich in Den Haag opwerpen voor de strategische invuloefening?

Europese BewegingVerkiezingsprogramma’s in Europees perspectief
read more

Europa en Nederland staan in Syrië in hun hemd

Het was een rake vondst van de satyrische fake-nieuwssite De Speld op 16 oktober: “Nederland stuurt 150 boeren naar Syrië”, aldus de kop. “Het kabinet heeft in reactie op de spanningen in Noord-Syrië zijn steun geactualiseerd”.
Om te vervolgen: ‘Minister Bijleveld van Defensie: “De boeren hebben de afgelopen dagen duidelijk gemaakt dat ze bloed willen zien. Ondertussen staan de Koerden machteloos tegen de Turkse invasie. Ik denk dat deze groepen een hoop voor elkaar kunnen betekenen. In Noord-Syrië heb je geen overheid die je betuttelt met vage regeltjes over stikstof. Sterker nog: je hebt er helemaal geen overheid. Je kunt gewoon lekker je gang gaan met je trekker. Beetje pesticiden spuiten over je akker of over een woonwijk. Ze vinden het allemaal prima daar'”.
De Speld wist verder nog te ‘melden’ dat de Turken geschrokken hadden gereageerd: “De Turkse minister Mevlüt Cavusoglu verzoekt de regering om niet buitenproportioneel op te treden en gewoon troepen te sturen”.

Vijf dagen eerder had De Speld ook al het nodige bijtende commentaar te bieden, in een stukje getiteld “Turkse inval in Syrisch Koerdistan: wat kun je zelf doen?” Er volgden diverse suggesties onder het motto ‘Een beter Noord-Syrië begint bij jezelf’, zoals het planten van een boom in het oorlogsgebied, met als laatste: installeer een app die updates geeft over de situatie. “Het fijne aan deze app is dat je niet meteen in actie hoeft te komen, maar dat je door het downloaden aan de appstore kunt laten weten dat er interesse is in Koerden”.

Misschien meer dan menig serieus krantenartikel bieden deze twee satirische stukjes een dodelijk commentaar op de totale politieke en militaire onmacht van Europa als de wereld ergens aan haar randen in een bloedbad verandert. En na het kortzichtige verraad van de Koerden door Trump, die Amerika daarmee tot een volstrekt onbetrouwbare bondgenoot heeft gemaakt, is dat zichtbaarder geworden dan ooit. Moskou is meteen in het geopolitieke gat gesprongen dat Washington heeft laten vallen. Europa staat opnieuw bij voorbaat buiten spel – van Brussel wordt eigenlijk niet eens meer iets verwacht.

Daar maakt, zo moet men helaas constateren, Europa het ook zelf naar. Natuurlijk: het optreden van Erdogan wordt in stevige woorden bekritiseerd, zoals ook NAVO-chef Jens Stoltenberg plichtmatig de Turkse president opriep zijn optreden “proportioneel” te laten blijven. Maar van stevige woorden trekt die zich niets aan, zolang die niet door stevige daden worden gevolgd. Misschien toch eens definitief de stekker uit de EU-toetredingsonderhandelingen trekken? Nou nee – we hebben de Turken immers straks ook weer nodig. Om vluchtelingen buiten te houden, want de allergie voor binnenlands politiek rumoer is met al die populisten groter dan voor buitenlandse instabiliteit. Op zich best begrijpelijk, maar de openlijk geëtaleerde angst daarvoor ontgaat ook de Turkse buitenwacht niet.

Daarom was dat eerste stukje in De Speld zo raak: voor een paar boze boeren en hun trekkers gaat in Nederland menig provinciehuis meteen op de knieën, en in Den Haag vervolgens het poldermodel van terugkrabbelen – teneinde het onvermijdelijke toch maar weer even uit te stellen – van stal. Anders gaan Wilders en Baudet er straks immers in de Kamer met kostbare coalitiezetels vandoor. Dus als Erdogan dreigt de vluchtelingensluizen open te zetten wanneer Brussel nog één kritische kik geeft, roept Europa manmoedig zich niet te zullen laten chanteren – maar houdt men dat, als straks puntje bij paaltje komt, dan echt werkelijk vol?

Nog nietszeggender was de reactie van minister Blok van Buitenlandse Zaken. Ankara kreeg te horen dat hij het offensief “veroordeelde”. Daarvan zullen ze ginds onder de indruk zijn. “Niemand is gebaat bij de mogelijke verschrikkelijke humanitaire gevolgen”, zo voegde Blok eraan toe. O ja? Assad blijkt daar nu reeds heel veel bij gebaat te zijn, omdat de Koerden, gedwongen te kiezen tussen de Duivel en Beëlzebub, nu voor het Syrische regime hebben geopteerd. En in het Kremlin wordt de rekening eveneens iets anders opgemaakt dan op het Binnenhof. Partijen moeten “terughoudendheid betrachten”, zo zei Bloks woordvoerder ook nog, en “oog houden voor de militaire consequenties”. Wel, dat laatste doen ze in Damascus, Ankara en Moskou misschien wel meer dan Den Haag lief is – en is voor hen nu juist reden om net wat minder terughoudend te zijn.

Een dag eerder, nadat Trump de boel de boel had gelaten, had Blok Washington “om verduidelijking” gevraagd. Verduidelijking? Installeer een app, om met De Speld te spreken. Weinig doortastender gedroegen zich sommige parlementariërs. Die waren uiteraard door de Turkse inval ‘geschokt’. Nederlandse politici zijn namelijk voortdurend ‘geschokt’, alsof ze op het Binnenhof permanent moeten balletdansen op een defecte hoogspanningskabel.

Maar leidt al dat geschokt zijn ditmaal tot enige daadwerkelijke activiteit? Of installeert ook de Kamer toch bij nader inzien liever een app? In alle boosheid werd meteen om stevige sancties tegen Turkije geroepen. Maar wel ook meteen geclausuleerd, omdat VVD-woordvoerder Sven Kopmans niet wilde dat dit ten koste zou gaan van “onschuldige burgers”, waarmee hij behalve slachtoffers ginds vooral Nederlandse exporteurs bleek te bedoelen: “We moeten voorkomen dat sancties Nederlandse inkomens en banen raken”.

Deze insteek past naadloos in een eeuwenoude nationale traditie van pappen en nathouden, waarmee ook de boeren steeds weg weten te komen. Want serieuze sancties zullen altijd ook eigen inkomens en banen raken – het lukt nooit zonder de moed om te snijden in eigen vlees. Wie daartoe niet bereid is, is gedoemd aan de zijlijn te blijven staan, en machteloos om ‘verduidelijking’ te verlangen van iets wat voor de goede verstaander allang geen verduidelijking meer behoeft.

Thomas von der Dunk, 23 oktober 2019

Europese BewegingEuropa en Nederland staan in Syrië in hun hemd
read more

Nominaties Euronederlander award 2018 bekend

De Europese Beweging Nederland is zeer verheugd de nominaties bekend te kunnen maken voor de EuroNederlander van het Jaar Award 2018.  De online wedstrijd voor deze Award loopt van 6-16 december 2018. De uitslag en uitreiking van de Award vinden op 19 december om 17.30 plaats in Internationaal Perscentrum Nieuwspoort, Lange Poten 10, in Den Haag.

Hieronder treft u het jury-oordeel over de vijf genomineerden.

1. NOMINATIE: FLOR AVELINO
Wetenschappelijk directeur Transition Academy, DRIFT, Erasmus Universiteit

Onderzoeker & Universitair Docent, DRIFT, Erasmus Universiteit

Flor Avelino is sinds jaar en dag geïnteresseerd in duurzaamheidstransities, waarbij ze vooral kijkt naar de macht en onmacht van mensen om bij te dragen aan verandering. Als coördinator van het onderzoeksproject TRANSIT (Transformative Social Innovation Theory) deed zij samen met vele anderen onderzoek naar meer dan honderd bottom-up initiatieven in 25+ Europese en Latijns-Amerikaanse landen. Onderzocht werd welke bijdragen sociale innovatie netwerken leveren aan maatschappelijke vernieuwing. De sociale innovaties varieerden van sociaal ondernemers tot ecodorpen, van participatief budgetteren tot basisinkomen. Het #TSImanifesto met zijn ‘dertien principes voor transformatieve sociale innovatie’ en de Learning for Change conferentie trokken brede belangstelling. Ze zetten de schijnwerpers vol op het belang van het ‘translocaal’ verbinden van mensen, en exploreerden nieuwe manieren van hoe we kunnen leren omgaan met de vele veranderingen in onze tijd.

Uit het juryrapport: “De grote verve waarmee Flor het afgelopen jaar het belang van sterkere translokale verbinding op veel plekken aan de man heeft gebracht is aanstekelijk. Ze heeft – samen met de deelnemers aan TRANSIT – basale humaniteit teruggebracht in de kern van het gesprek. Ze heeft de bijzondere vitaliteit in lokale sociale netwerken zichtbaar gemaakt en een duidelijke alternatieve route aangeduid voor ons nadenken over verandering en over de toekomst van Europa. In een tijd waarin het Europadebat overal lijkt vast te lopen is dit translokale werk een belangrijk lichtpunt.”

Website DRIFT: http://www.drift.eur.nl/
Website TRANSIT: http://www.transitsocialinnovation.eu/
Website TSI Manifesto: https://tsimanifesto.org/manifesto/

Korte samenvatting van het onderzoek:
http://www.thebrokeronline.eu/Blogs/Inclusive-Economy-Europe/Time-to-ignite-the-power-of-translocal-social-movements

 

2. NOMINATIE: CLIMATE FOCUS (ADRIAAN KORTHUIS)

Adviesbureau en denktank Climate Focus – opgericht in 2004 – heeft inmiddels zijn sporen verdiend als pionier op het gebied van lokaal en internationaal innovatief klimaatadvies. De inzet is breed: van beleidsadvisering tot het concreet ontwerpen van nieuwe strategieën en instrumenten om klimaatdoelen te halen en daarbij nieuwe manieren van samenwerken toe te passen. Climate Focus heeft kantoren in diverse steden, waaronder Amsterdam en Berlijn en werkt met een pan Europees team. Men zet zich in met passie, en richt zich op grote en kleine partijen, publiek en privaat.

Uit het juryrapport: “Climate Focus is een sympathieke denktank die er in slaagt grote onderwerpen ook lokaal behapbaar te maken en sociale en technische innovatie te verbinden. Hun inzet bij het Rotterdamse Zon in de Stad is een voorbeeld van hoe een ingewikkeld onderwerp vertaald wordt naar maatregelen die mensen zelf kunnen nemen, in buurten en wijken. Bij alle kennis op technische terreinen zoals carbon markt infrastructuur of internationale klimaatwetgeving, is Climate Focus niet te beroerd te blijven nadenken over hoe zulke thema’s werken in het dagelijkse leven van mensen. Europa heeft behoefte aan zulke ‘doorvertalers’ en innovatoren wil men de grote klimaatuitdagingen werkelijk te lijf gaan.”

Website: https://climatefocus.com/

Twitter: Climate_Focus_

 

3. NOMINATIE: LUUK VAN MIDDELAAR
Historicus, filosoof, hoogleraar Universiteit Leiden, columnist

Al jaren bouwt Van Middelaar, praktisch en in geschrift, op zijn grondige kennis van Europa en het Europese eenwordingsproject. Zijn boek ‘De passage naar Europa: Geschiedenis van een begin’  (2009, inmiddels in tien talen vertaald) wordt dezer dagen weer vaak ter hand genomen – nu het er in Europa op aankomt of men werkelijk kan hervormen. Vorig jaar publiceerde Van Middelaar ‘De nieuwe politiek van Europa’. Van Middelaar combineert zijn werk als hoogleraar “Grondslagen en praktijk van de Europese Unie en haar instellingen” in Leiden, met praktisch werk in Brussel en wekelijkse columns in de NRC over een schare aan Europese thema’s.

Uit het juryrapport: “De combinatie van een scherpe historisch en filosofische kijk en praktische Europa kennis geeft de bijdragen en columns van Luuk Middelaar altijd net even iets meer lange adem en bandbreedte. In deze tijden van snelle verandering is zo’n combinatie van inzichten onontbeerlijk voor een geinformeerd politiek debat.”

Website: luukvanmiddelaar.eu
Twitter: @luukvmiddelaar
Link jongste boek: https://www.historischeuitgeverij.nl/hu.php?is=2465

 

4. NOMINATIE: JESSE PINSTER
Europa-verslaggever BNR Nieuwsradio

Journalist in hart en nieren, maakt Jesse Pinster deel uit van een nieuwe generatie Europa-verslaggevers die de vaart erin weten te houden. Na een BA Media en Cultuur aan de Universiteit van Amsterdam, deed Pinster een MA International Journalism in Dublin (2009-2010). Vervolgens werkte hij voor diverse media, voor hij bij BNR belandde.

Uit het juryrapport: “Waar veel mensen bij het onderwerp Europa een andere zender kiezen, weet Jesse Pinster de luisteraars geboeid te houden. Zijn vrolijke, aansprekende, soms bijna achteloze stijl, doet mensen de files vergeten en heeft Europa op vele momenten de afgelopen paar jaar dichter bij de luisteraar gebracht. Pinster is helder en zelfs institutionele perikelen krijgen bij hem een menselijk gezicht. Een goed voorbeeld van de nieuwe verhalenvertellers die Europa – zeker nu – keihard nodig heeft.”

Twitter: https://twitter.com/jessepinster

 

5. NOMINATIE: VOLT-NEDERLAND (REINIER VAN LANSCHOT & LAURENS DASSEN)

Het afgelopen jaar is door heel Europa een beweging van jongeren opgestaan die zichzelf in sneltreinvaart als nieuwe progressieve beweging voor Europa presenteren.  Met zes samenhangende kernagenda’s (Burgeremancipatie, Slimme Staat, Echte Gelijkheid, Economische Renaissance, Wereldwijde Balans, Hervorm en Versterk de Europese Unie) heeft Volt al vele harten veroverd van mensen die met Europa vooruit willen: niet op een eiland, maar midden in de wereld en met het oog op de toekomst.

Uit het juryrapport: “De Volt jongeren zijn van de Erasmus generatie en willen vooruit. Ze hebben besloten niet te wachten tot de grote kluwen van samenhangende uitdagingen in de wereld en in Europa door iemand anders of door de instituties wordt opgelost. Ze willen zelf aan de bak. Het enthousiasme waarmee deze – vooralsnog volledig vrijwillige – organisatie mensen tot in de late uren weet te mobiliseren voor een betere toekomst wekt grote waardering. Volt’s werkwijze is vanaf dag 1 pan-Europees… en dat blijkt dus te kunnen.”

Website: www.voltnederland.org
Facebook: https://www.facebook.com/VoltNederland

administrator_ebnNominaties Euronederlander award 2018 bekend
read more

Maart 2019: Brexit night

Wat betekent de Brexit voor Europa? Een avond met o.a. Hanco Jurgens, wetenschappelijk medewerker Duitsland Instituut Amsterdam, en bekend als commentator voor onder andere Nieuwsuur en Met het oog op morgen.

Europese BewegingMaart 2019: Brexit night
read more

The women of Europe Awards 2017

Yesterday the European Movement International and the European Women’s Lobby hosted the second edition of the Women of Europe Awards. The awards are handed out annually to honour women striving to advance the European project in their professional or private capacity as the role of women in the European project remains largely unrecognised. The awards highlight the contribution of women in promoting and advancing European issues, and to increase their presence and involvement in debates about Europe and its future. The European Movement and the European Women’s Lobby are happy to announce the winners of our four categories:

Woman in Power: Federica Mogherini, High Representative of the European Union for Foreign Affairs and Security

Woman in Action:A driana Lettrari,Co-Founder of the Third Generation of Eastern Germany Network

Woman in Business: Melody Hossaini, Founder and CEO of InspirEngage International

Woman in Youth Activism: Mina Jaf, Founder and Executive Director of Women Refugee Route

 

Europese BewegingThe women of Europe Awards 2017
read more

Groot Regionaal Verkiezingsdebat: Europa in de NL Verkiezingen – 2 maart 2017, Abe Lenstra Stadion Heerenveen

Traditiegetrouw organiseert ons EU-Netwerk Noord Nederland op 2 maart 2017 het grote Noord-Nederland Verkiezingsdebat over de Europese paragrafen in de verkiezingsprogramma’s.  Met deelname van vele Kamerleden en aspirant Kamerleden uit de regio.

Voor uitgebreide informatie, zie: PDF Verkiezingsdebat

Aanmelding kan via: Eventbrite of europedirect@sbmf.nl

administrator_ebnGroot Regionaal Verkiezingsdebat: Europa in de NL Verkiezingen – 2 maart 2017, Abe Lenstra Stadion Heerenveen
read more