Opinies

Thomas vond der Dunk – Het Ja-Kamp heeft zelf de weg voor het ‘Nee’ geplaveid

Er bestaat amper iets gênanters dan politici die staan te juichen bij hun eigen nederlaag. Wat dat betreft was ‘2016’ toch weer een slappe herhaling van ‘2005’, toen, bij het vorige referendum over Europa, de voorstanders van de Grondwet met nagenoeg hetzelfde percentage onderuit gingen, als nu de voorstanders van het associatieverdrag met Oekraïne. Belangrijkste verschil: toen een behoorlijk hoge opkomst, nu amper de helft daarvan.

Een van de hoofdmotieven voor de nee-stemmers vormde hun angst dat het associatieverdrag een opstapje zou vormen voor een lidmaatschap. Ofschoon het verdrag daar nergens van rept, is die angst tegelijk niet geheel onbegrijpelijk, omdat het verdrag het ook niet nadrukkelijk uitsluit: de Polen, Balten, Zweden en Britten waren tegen zo’n clausule, want die zijn juist zeer geporteerd voor een dergelijk toekomstperspectief.

En ook Oekraïne zelf heeft bij het bereiken van een positieve uitslag niet echt meegeholpen. Niet alleen, omdat een van de Europese Hoffnungsträger voor de grondige aanpak van de notoire corruptie in dat land, minister Abromavicius van Economische Zaken, er even eerder het bijltje bij had neergegooid, aangezien hij zijn taak kennelijk als hopeloos beschouwde. En niet alleen, omdat vlak voor Referendumdag naast de naam van Poetin ook die van Porosjenko in de Panama Papers opdook, wat het beeld van een zelfzuchtige Oekraïense oligarchenelite bij de eurosceptische kiezer alleen maar versterkte.

Ook droeg Porosjenko namelijk op een andere wijze zelf munitie aan voor het nee-kamp. En wel, door tegenover zijn eigen volk het associatieverdrag stelselmatig als een eerste stap op weg naar het EU-lidmaatschap te presenteren. En het is natuurlijk ook inderdaad niet – dat was desinformatie van de voorstanders – een ‘gewoon’ handelsverdrag, vergelijkbaar met dat met pakweg Chili. Het is aanmerkelijk dikker, en dient duidelijk, mede vanwege een militaire paragraaf, geostrategische doelen: Oekraïne in het westerse kamp krijgen.

Voor dat laatste valt heel wat te zeggen – voor mij was het juist de hoofdreden om toch ‘ja’ aan te kruisen, in de SP-kritiek op het neoliberale economische karakter kan ik best een stuk meegaan – maar dan moet het kabinet daar ook open voor uit durven komen, en zich niet angstvallig tot een handelsbabbeltje beperken.

Zeker, van enige concrete voorbereiding van een EU-lidmaatschap is met dit handelsaccoord geen sprake; wel is het zo, dat mocht Oekraïne ooit – over vele decennia – inderdaad toch EU-lid worden, dit accoord achteraf natuurlijk als een eerste stapje in die richting beschouwd zal worden. Maar zo’n uitkomst staat op zich geenszins vast. Anders gezegd: zo’n accoord is misschien een noodzakelijke voorwaarde voor een lidmaatschap, maar een lidmaatschap niet het noodzakelijke resultaat van zo’n accoord.

Dat Porosjenko tegenover zijn kiezers een ander verhaal houdt en wel die directe relatie legt, is om zijn eigen binnenlandse positie te verstevigen en om al diegenen in eigen land die – uit scepsis inzake de Europese wil om Oekraïne te helpen – gevoelig zijn voor de Russische lokroep, te tonen dat zijn op Europa gerichte koers niet zinloos is, maar daarentegen juist loont. Toch verbaast het dat vanuit Den Haag niemand gepoogd heeft (of erin geslaagd is?) hem duidelijk te maken dat het met het oog op een door hem gewenst ‘ja’ verstandig zou zijn even zijn mond te houden. Nu bleek hij de beste bondgenoot van Thierry Baudet.

Daarbij komt dat zowel de Europese als de Nederlandse politiek de afgelopen jaren de kiezer toch wel enige reden heeft gegeven om mooie verzekeringen – ‘zo’n vaart loopt het niet’ – met het nodige wantrouwen te bejegenen. Denk alleen aan de schier eindeloze reeks holle beloftes – van ‘geen cent meer naar de Grieken’ en ‘het aantal asylzoekers gaat naar nul’ tot ‘een proefverlof voor Volkert van der G. maak ik niet mee’ – waarmee een Rutte het overlopen van zijn kiezers naar Wilders heeft trachten te voorkomen. Ongeloofwaardige beloftes uit doorzichtige electorale motieven: dat keert zich tenslotte altijd tegen je.

Ook ‘Brussel’ staat – als gevolg van allerlei abrupte koerswijzigingen – in de ogen van veel kiezers niet bepaald als betrouwbaar bekend. Frankrijk blijft ongestraft de drieprocentsnorm schenden – en hoe staat het er écht voor met dat hervormingsprogramma in Griekenland? Of dat ‘No bailout’: wat is er van die rotsvaste verzekering terecht gekomen? Dat dat uitgangspunt toch steeds weer losgelaten wordt, is niet onbegrijpelijk – maar dat dan door de kiezer aan zulke rotsvaste verzekeringen geen waarde wordt gehecht, is dat vervolgens evenmin.

Dat geldt dus in zijn ogen eveneens voor die andere spijkerharde Brusselse garantie: nee, dit associatieverdrag zal nooit, never dienen als een opmaat tot een lidmaatschap, want – zo, het hoofdargument – Oekraïne zal nog in geen decennia aan de toetredingsvoorwaarden voldoen. Dat laatste is zo – maar hoe hard zijn straks die voorwaarden, als er plots heel andere factoren in het spel komen die dan in het besluitvormingsproces zwaarder gaan wegen?

In dat opzicht zullen velen de omgang met Turkije als een veeg teken beschouwen. Jarenlang werd door Europa met reden de boot afgehouden – met Erdogan wordt Turkije steeds autocratischer – maar onder druk bleek afgelopen maanden plots alles vloeibaar te worden.

Ofschoon Ankara vandaag aan de Kopenhagencriteria minder voldoet dan ooit, heeft de vluchtelingencrisis ervoor gezorgd dat alle bezwaren tegen toetredings­onderhandelingen ijlings zijn ingeslikt. Ofschoon ik zelf niet denk dat die nu tot veel zullen leiden, is het niet vreemd dat de doorsneekiezer dan verzekeringen over eeuwig-harde toetredingseisen voor Oekraïne eenvoudigweg niet gelooft.

administrator_ebnThomas vond der Dunk – Het Ja-Kamp heeft zelf de weg voor het ‘Nee’ geplaveid
read more

Thomas von der Dunk – Schengen essentieel voor binnenlandse vrede

Eén van de grootste angsten van Brussel sinds het uitbreken van de vluchtelingencrisis is dat daardoor ‘Schengen’ zal bezwijken. De in Hongarije begonnen egocentrische aanpak waarbij men door het bouwen van hoge hekken het probleem naar de buren doorschuift, heeft intussen een kettingreactie van grenssluitingen tot gevolg gehad.

Die heten weliswaar conform de EU-norm tijdelijk te zijn, maar dreigen wel een permanenter karakter te krijgen dan velen nu nog durven aan te nemen. Zeker als het accoord met Turkije minder goed dan verhoopt blijkt te werken en de daaraan gerelateerde onderlinge afspraken tussen de Europese lidstaten aangaande verdelingsquota in de praktijk evenmin nagekomen worden als bij alle vorige accoorden het geval is geweest.

In Den Haag wordt sterk het belang van het overeindhouden van ‘Schengen’ benadrukt, maar wat daarbij opvalt is de zeer eenzijdige economische argumentatie, die ook op andere Europese beleidsterreinen voor de Nederlandse invalshoek kenmerkend is. Denk aan het associatie-accoord met Oekraïne, waarbij het aanstaande referendum voor het ja-kamp opnieuw – net als dat van 2005 – op een debakel dreigt uit te lopen.

Voorzover het Nederlandse kabinet überhaupt van zich laat horen, gaat het vrijwel uitsluitend over de handelsvoordelen die daaruit voor Nederland voortvloeien. Over de geostrategische consequenties van een ‘nee’ in relatie met een assertief-agressief opererend Rusland, of uit eigen Europese waarden voortvloeiende morele verplichtingen om Oekraïne bij de – vanwege de epidemische corruptie zeker zeer moeizame – opbouw van democratie en rechtstaat te helpen geen woord. Opnieuw blijkt hier in de praktijk de zogeheten Uri Rosenthal-doctrine in Den Haag dominant: we zijn vooral lid van de EU om makkelijker onze aardappelen en watertomaten te kunnen verkopen.

Die Uri Rosenthal-doctrine domineert ook de Nederlandse bijdrage aan de strijd voor het behoud van ‘Schengen’. Het gaat steeds om de praktische economische voordelen daarvan: het profijt van open grenzen voor de handel- en transportsector, het gemak voor Nederlandse transnationale forenzen die, al dan niet uit fiscale motivatie, een aardig optrekje in Bad Bentheim of Brasschaat hebben aangeschaft, maar hun arbeidsplichten aan deze zijde van de vaderlandse slotgracht bij Zundert en Zevenaar blijven vervullen.

Dat is, om de fameuze leus van het Nederlandse kabinet bij het vorige referendumdebakel te citeren, allemaal vast ‘best belangrijk’, maar tegelijk relatief oninteressant. Het belangrijkste blijft namelijk buiten beschouwing: de bijdrage van open grenzen aan de interne vrede van een aantal lidstaten, en daarmee aan de interne stabiliteit van Europa als totaal.

Dat dit in Nederland buiten beschouwing blijft, is geen toeval. Het is vanouds onze blinde vlek. Nederland is namelijk zelf heel gelukkig met z’n eigen grenzen. Het kent geen separatisme en geen irredentisme van betekenis. Een serieuze Friese afscheidingsbeweging bestaat niet en de Groot-Dietse beweging, die Vlaanderen bij Nederland wil voegen is zo goed als dood.

Nederland, kortom, kent geen minderheden die hun Heimat het liefst naar een andere staat zouden overhevelen, of er – al dan niet van Moresnet-formaat – een geheel eigen staatje van zouden willen maken. Dat is elders in Europa wel anders, en in veel gevallen heeft de onvrede van regionale minderheden met de natiestaat waartoe zij als gevolg van allerlei oorlogen zijn komen te behoren, in de afgelopen eeuwen vervolgens tot nieuwe oorlogen en geweldsuitbarstingen geleid.

In Nederland ziet men de Europese opgave in politieke zin vooral als een duale verhouding tussen de unie en de lidstaten, maar de kern is het vinden van de juiste balans in de driehoeksverhouding tussen Europa als geheel, de natiestaten en de regio’s met hun nationale minderheden daarbinnen: de Catalanen zijn mede zo pro-Europees omdat zij zo ook onder Madrid hopen uit te kunnen komen.

De externe doorlaatbaarheid van de staatsgrenzen (dankzij Schengen) is daarvoor vaak even essentieel als de interne decentralisatie van de natiestaten (iets waarmee Nederland, sinds 1795 een uitgesproken eenheidsstaat, ook al niet meer vertrouwd is). Dat zet namelijk de officiële hoofdstad, waarmee men weinig verwantschap voelt, op afstand, en haalt de buren aan gene zijde van de staatsgrens, met wie men zich juist wèl zeer verwant voelt, dichterbij.

Niet toevallig kwam een paar weken geleden in Nieuwsuur de burgemeester van Brenner aan bod: een Duitstalige gemeente in Italië, direct aan gene zijde van de Brennerpas, die sinds 1919 de Oostenrijks-Italiaanse grens vormt. Zuid-Tirol moest toen, tegen de wil van de bevolking, door Wenen aan Rome worden afgestaan.

De onvrede met de straffe assimilatiepolitiek, die vervolgens door Mussolini, maar ook nog na 1945 door Rome werd bedreven, heeft begin jaren zestig zelfs tot ettelijke terroristische aanslagen geleid. Pas de interne decentralisatie van Italië in combinatie met het uit ‘Schengen’ en het Oostenrijkse EU-lidmaatschap voortvloeiende wegvallen van de grenscontroles heeft de gemoederen doen bedaren. In 1992 kon het conflict officieel worden bijgelegd.

Als Rome als gevolg van vergaande autonomie bestuurlijk ver weg is, en niets een gang naar Innsbruck voor studie, inkopen of Schützenfest meer in de weg staat, valt voor veruit de meeste Zuid-Tirolers wel met het eigen Italiaanse staatsburgerschap te leven. Gaan de grenzen echter weer dicht, dan kan dat weer anders worden – en daarmee staat met Schengen meer dan de winstgevendheid van de eigen aardappelhandel waaraan Den Haag zo geweldig hecht op het spel.

 

administrator_ebnThomas von der Dunk – Schengen essentieel voor binnenlandse vrede
read more

Herdenkingstoespraak voor dr. E.P. (‘Mom’) Wellenstein – door Laurens Jan Brinkhorst

Op vrijdag 4 maart is in een afgeladen Kloosterkerk in Den Haag ons beminde erelid dr. E.P. (Mom) Wellenstein herdacht. Namens allen die Europa een warm hart toedragen sprak oud-minister en persoonlijke vriend van Mom Wellenstein, Laurens-Jan Brinkhorst.

Het EBN bestuur en de Vereniging sluiten zich graag aan bij de woorden van grote genegenheid en waardering.

Hieronder volgt de rede van dhr. Brinkhorst:

“Met Mom Wellenstein is niet alleen een groot Europeaan, maar ook een bijzonder mens heengegaan. Op de vensterbank in zijn flat, recht tegenover de plaats waar hij de laatste tijd zat, stond een foto van de jonge Mom als ongeveer 8-jarige tussen zijn vader en zijn moeder. Met schrandere ogen kijkt hij je ietwat ondeugend en uitdagend aan. In dat portretje heb ik altijd de oorsprong gezien van de soevereine, onafhankelijk opererende man, die zoveel denkkracht uitstraalde.

Weinigen van zijn generatie hebben zo lang een scherpe, onderzoekende geest gehouden en zijn zo lang actief betrokken gebleven bij de wereld om hen heen. Met zijn grote ervaring sprak hij met gezag over een waaier van onderwerpen. Hij was een vraagbaak voor velen, een leermeester in letterlijke zin, maar hij kon ook goed luisteren en had steeds oog voor de mening van anderen. Drie jaar geleden zette hij op zijn onvermijdelijke ouderwetse tikmachine nog zijn zorgen op schrift over de zich voortslepende eurocrisis.  Wij hebben geen angst, maar sterker leiderschap nodig om de toekomst vorm te geven, was zijn aanhoudend devies.

Nog geen zes maanden geleden bezocht Jeroen Dijsselbloem hem om hem over zijn levenslijn te bevragen. Kort daarna deed hij van dit bezoek verslag in de plenaire vergadering van de Tweede Kamer bij de aanbieding van zijn begroting op Prinsjesdag. Hij sprak over de betrokkenheid van Mom bij de verwezenlijking van het revolutionaire idee van samenwerking tussen landen die kort daarvoor nog in oorlog waren geweest en waarbij miljoenen mensenlevens waren verloren. Hij zei concluderend: “Op dat moment besefte ik dat ik tegenover een ontdekkingsreiziger zat. Het leven en werk van Wellenstein laat zien dat je ook op een eeuwenoud continent een nieuwe landkaart kunt uittekenen”.

Mom was inderdaad een ontdekkingsreiziger, maar bovenal behoorde hij tot de scheppers, die de nieuwe landkaart van Europa, die nu de Europese Unie is geworden, hebben ingekleurd en vorm gegeven. Zijn ervaringen als jong volwassene in het verzet en zijn gevangenschap in Scheveningen en het strafkamp Amersfoort, hebben op hem het effect van een pressurecooker gehad. Zelf heeft hij, levend in een onmenselijke situatie  in het contact met medegevangenen, toch zijn menselijke waardigheid weten te behouden. Hij heeft toen ook, door de omstandigheden versneld, zijn grote mensenkennis opgedaan, echt van onecht leren onderscheiden, wie kun je vertrouwen en wie verkoopt alleen praatjes, wie is een bedreiging en wie een mogelijke steun? In de hele oorlog ging het letterlijk steeds om leven en dood. Een beoordelingsfout kon meteen het einde betekenen. Tijdens het verzet heette hij zelf André en hij leerde zijn latere vrouw Inga eerst kennen als Paula. Dr. Max was Mejuffrouw Tellegen, zijn latere bazin als directeur van het Kabinet van de Koningin. Niets  was dus zoals het leek.

Hij is in die tijd niet cynisch of verbitterd geworden zoals vele anderen. Integendeel. Zijn oorlogservaringen maakten hem wel onverzettelijker in zijn morele oordelen. Hij wilde pas naar Spanje na de dood van Franco. Uniek is dat hij zijn verworven inzichten een positieve richting heeft gegeven. Het heeft zijn strijdbaarheid voor waarin hij geloofde versterkt: de perversie en verschrikkingen van het nationalisme waardoor Europese landen elkaar verscheurd hadden, waren geen eindpunt, maar konden het begin zijn van een nieuwe Europese samenleving.  Mitterrand zei vlak voor zijn overlijden: le nationalisme, c’est la guerre! Mom beaamde dat, maar het zijn lessen die wij in onze tijd lijken te hebben vergeten.

Mom geloofde in de opbouw van een nieuw Europa, maar zijn geloof had niets naïefs of zweverigs. Niet alleen had hij daarvoor teveel meegemaakt. Hij was bovenal een praktisch mens. Zijn grote betekenis is altijd geweest , het omzetten van idealen in de praktijk. Hij koos weliswaar na de oorlog voor een leven van maatschappelijke betrokkenheid, zijn eerdere roeping voor technische natuurkunde had hem geleerd altijd op haast ambachtelijke wijze te werk te gaan. Ook Europa moest steen voor steen worden opgebouwd, anders zou het bouwwerk nooit soliede worden. Dat was geen werk voor politici, maar voor ambachtslieden.

Daarom heeft  hij zelf ook nooit een politieke functie geambieerd. Men zei wel eens dat hij de beste minister van Buitenlandse Zaken was die Nederland nooit heeft gehad. Toen ik hem dat voorhield, zei hij met zijn zo typerende glimlach, dat hij invloed in continuïteit in het openbaar bestuur belangrijker vond en dat hij daarin altijd zijn rol had gezien. Hij voelde zich bovenal een “commis d’Etat”.

Toen hij in 2009 uit handen van de voormalige Luxemburgse Minister President Jacques Santer de Médaille d’Or du Mérite Européen ontving, zei hij het plan Schuman van 1950 als een “tweede bevrijding” te hebben ervaren. ”Letterlijk! Daar moest ik bij zijn!”, zei hij.

Zo ging hij al in 1953 met Jean Monnet, de eerste voorzitter van de Hoge Autoriteit naar Washington DC. Voor de wederopbouw van de Europese kolen- en staalindustrie was geld nodig en dat was er in Europa niet. Hij haalde toen de eerste kolen- en staallening op van $100 miljoen, voor die tijd een geweldig bedrag. Hij had gezien dat de Amerikanen voor het Europese project concrete steun wilden geven. Als goed onderhandelaar heeft hij daar toen meteen een prijskaartje aangehangen.

Na zijn functie als secretaris-generaal van de Hoge Autoriteit. sloeg  hij voor de toenmalige EEG als DG Buitenlandse Handel en daarna als DG Buitenlandse Betrekkingen de eerste piketpalen voor het optreden van de Gemeenschap in de wereld. Bij de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschap speelde hij als hoofdonderhandelaar een essentiële rol. Het is de ironie van de geschiedenis dat wij bijeen zijn bij het afscheid van Mom, op een moment dat met Brexit wellicht het V.K. uit de EU zal treden en de Unie zelf in zijn voegen kraakt. Wij missen in Europa op dit moment node de daadkracht, de inzichten en bovenal de wijsheid van onze geliefde Mom Wellenstein.

Tijdens het hoogtepunt van de Koude oorlog, heeft Mom met zijn Britse Commissaris Soames, schoonzoon van Winston Churchill, ook de eerste bouwstenen gelegd voor de Europese betrekkingen met de voormalige Sovjet Unie, voorzitter van de Comecon, met het neutrale Joegoslavië– gelegen in de schemerzone tussen NAVO en Warschaupact– en met China. Mom kon boeiend vertellen over de vele politieke valkuilen die in de contacten met die dictaturen moesten worden vermeden. Ook daar speelde zijn vroegere ervaring in de ondergrondse wereld van 1940-1945 een belangrijke rol.

Na 25 jaar dienst in Europa vond Mom dat het tijd werd voor meer onafhankelijkheid. Maar de publieke zaak liet hem niet los. Hij was jarenlang voorzitter van de examencommissie  voor de aanwerving van jonge diplomaten voor BZ, voorzitter van de Raad van Toezicht van Clingendael, erelid van de Europese Beweging. Zijn invloed was ook zichtbaar in vele rapporten van de Adviesraad Internationale Vraagstukken. Hij vervulde daarbij een sleutelrol en werd ook daar tot erevoorzitter benoemd.

Bezoeken aan Mom kenmerkten zich door een zeker ritueel. Wat fijn dat je er bent. Hoffelijk als altijd vroeg hij of hij een sigaartje mocht roken. Daarna: Doe je mee? Als zijn sigaar tijdens het gesprek meerdere malen uitging, stond hij erop die zelf weer aan te steken, een teken van zijn wens tot zelfstandigheid.

Bij al zijn voorkomendheid was hij soms glashard in zijn oordelen. Dat kwam  regelmatig tot uiting als wij samen op zondag de uitzending van Buitenhof volgden. De oordelen varieerden van : “uitstekend”, “goed geformuleerd”, tot “wat een geklets” of “goedkope prietpraat”. De laatste keer was nog geen drie weken geleden.

Hij heeft zijn geliefde Inga precies vijf jaar overleefd. De laatste tijd is hem heel zwaar gevallen. Maar hij klaagde nooit en bleef innig dankbaar voor de talloze bewijzen van genegenheid die hem ten deel vielen. Er waren momenten dat je in de rij moest staan voor zijn volle agenda van bezoekers. Veel trouwe vrienden (en vriendinnen) hebben hem regelmatig bezocht. Ik mag dit zeggen mede namens de verschillende tafels van de Witte waarvan hij deel uitmaakte. Ik noem met name de Europa tafel en de Wellenstein tafel waarvan hij de oprichter was en waarvan nu ook Edmond lid is. Voor velen van ons –oud en jong- vervulde hij de rol van slijpsteen van de geest. Wij hebben ons allen gelaafd aan zijn scherpe analyses, en aan zijn milde en afgewogen oordeel, zelfs  wanneer hij een andere mening was toegedaan. Hij verbond mensen en meningen en kon daardoor overtuigen. En dan laat ik zijn grote charme, hoffelijkheid en élégance nog buiten beschouwing.

Lieve Mom, het valt ons allen zwaar afscheid van je te moeten nemen, wij zullen je steeds gedenken, en zijn er van overtuigd dat je prachtige en zo waardige levensstijl voor altijd een voorbeeld zal blijven.

Zie verder: http://europesebeweging.nl/rip-dr-edmund-peter-mom-wellenstein/

administrator_ebnHerdenkingstoespraak voor dr. E.P. (‘Mom’) Wellenstein – door Laurens Jan Brinkhorst
read more

RIP dr. Edmund Peter (‘Mom’) Wellenstein

Zaterdag 27 februari is op 96-jarige leeftijd in Den Haag ons erelid dr. E.P. (‘Mom’) Wellenstein overleden. Een Europeaan van het eerste uur, en hartstochtelijk tot in de laatste jaren. Vanuit zijn rijke en veelzijdige ervaring in de opbouw van het naoorlogse Europa heeft hij generaties gevoed met zijn wijsheid, humor en ongeëvenaarde intellectuele generositeit. In tijden van onrust en verwarring bleef hij op de bres staan voor de kern van het Europese project. Zijn warme betrokkenheid zal node worden gemist.
Wij condoleren zijn nabestaanden en gedenken hem met diepe genegenheid en respect. Namens de EBN zal het bestuur aanwezig zijn bij de herdenkingsdienst op vrijdag 4 maart, 11 uur in de Kloosterkerk aan de Lange Voorhout in Den Haag. Moge hij rusten in vrede.

Voor het veelzijdig leven van dr. Wellenstein, zie:

• Necrologie Edmund Wellenstein (1919-2016). Wegbereider van Europa, door Joop Meijnen. NRC 1 maart, 2016, p. 4/5; http://www.nrc.nl/handelsblad/2016/02/29/wegbereider-voor-nieuw-europa-1595962?utm_source=NRC&utm_medium=banner&utm_campaign=Paywall
http://www.europa-nu.nl/id/vhdo1g7bp6xx/e_p_mom_wellenstein

Voor enkele onverminderd actuele opiniebijdragen van dr. Wellenstein, zie:

• Misleidende discussie over Europa in Nederland (uit december 2013) – http://www.nrc.nl/handelsblad/2013/12/06/misleidende-discussie-over-europa-in-nederland-1322059
• Cameron leidt Europese Unie het doolhof in (uit januari 2013) – http://www.nrc.nl/handelsblad/2013/01/29/cameron-leidt-europese-unie-het-doolhof-in-1201790
• Het zit heel anders met die euroscepsis (uit juli 2011) – http://www.nrc.nl/handelsblad/2011/07/23/het-zit-heel-anders-met- die-euroscepsis-12027058

administrator_ebnRIP dr. Edmund Peter (‘Mom’) Wellenstein
read more

A Dutch Presidency in a critical period Joost van Iersel

EBN member Joost van Iersel published the following analysis of the Dutch EU Presidency for the European Economic and Social Committee.

During the Dutch Presidency nearly all150 meetings of working groups and Informal Councils will take place in the Maritime Museum in Amsterdam. In the glorious 17th century, the headquarters of the Amsterdam Admiralty were located here.

The place is symbolic of global thinking and the preservation of open borders. Since the fifties, this has also been the Dutch trademark in the EU. It was at the origin of Dutch economic prosperity and has remained so long after any real political influence on the international scene had vanished. Inherent specialist expertise and qualities in trading, transport and logistics are also specific features of the Dutch contribution to the EU. Interests of big commercial companies, financing, and international transport are characteristic in the overall picture. Another remarkable stronghold is the agricultural sector. Dutch agribusiness is highly productive, resulting in a very strong position for the sector in Europe and beyond.

Commercial traditions, however, have not hampered a rise in manufacturing, although to a lesser degree than for instance in Germany, Italy or Sweden. Specialist expertise and a deeply felt need for continuous adjustment to changing international circumstances can only subsist, if they are sustained by a high standard of education.

In international rankings Dutch higher education makes generally scores very well. Surprisingly, in 2015 the Netherlands was ranked 5th in the World Competitiveness Ranking of the World Economic Forum. Unemployment is low by European standards. A very specific feature of the labour market is the very high number of self-employed without employees, about 12% of employed people. This phenomenon is largely the result of the flexibility of the labour market, and of the high penetration of ICT and creativity, leading to countless of start-ups and service providers.

So far, so good. But this rosy picture also has its dark sides that correspond to similar negative developments across Europe. Redundancies of large groups of workers, notably older employees with lower middle incomes which is largely a consequence of the rapid development of new production techniques in manufacturing and services, seem unstoppable. This phenomenon, linked to the recent deep financial and economic crisis, has promoted a climate of insecurity. Over the last few years economic insecurity has been the main worry of large parts of the Dutch population. This worry is now even surpassed by the feeling of insecurity and vulnerability among parts of the population due to the influx of refugees/migrants.

Europe is in full transition. In this critical period the government sees as its main task to keep the wheels turning. Due to the complicated political landscape – a de facto minority government, composed of unusual partners of liberals and social-democrats, (too) many political parties, and a strong and vociferous eurosceptical party (Wilders) – the governmental approach is low key. Maybe due to the Presidency Ministers have been highlighting the benefits of European integration. This is, by the way, in agreement with public opinion, which, according to regular enquiries, has on average a positive attitude towards the EU. It is noteworthy that the President of the euro area, the Dutch finance Minister, Mr Dijsselbloem, enjoys considerable popularity. The government says that it does not agree with deepening integration, but in practice it supports all proposals that envisage reinforced surveillance and better functioning of the euro area. It has an outspoken view on ‘less but better legislation’ in the Internal market and on free competition on a level playing field.

Despite Euroscepticism traditional viewpoints look like to regain ground in Dutch politics, although the picture remains confusing. Uncertainty prevails due to public opinion resisting the expected increase in the influx of refugees. This is a dominating theme. Directly related areas include strengthening the outer borders of the EU, the maintenance of Schengen – the government is firmly in favour – and possibly common military commitments in the Middle East. The government is in favour of closer defence cooperation as exists already with Germany and Belgium. The Presidency will pay specific attention to three main issues that are (rightly) considered as main challenges for the Union as a whole: the EU Urban Agenda, digitilisation and Smart industry (= 4.0), and Higher Education. Halfway through the Presidency, there will be a (consultative) referendum on the association treaty between the EU and Ukraine. As always in case of a referendum, the outcome is unpredictable, if not arbitrary, which means a headache for the Presidency, and possibly damaging political consequences. Otherwise it is wait and see, for circumstances are unstable anyway, consider the refugee issue, terrorism, the Middle East, Ukraine and Russia, the Brexit… The Netherlands is a sub-top European player with keen interests in European integration and stability, and with a solid and active, but meanwhile somewhat neglected, tradition in Europe’s policymaking. Given the increased uncertainties one may hope that the government puts its best foot forward.

administrator_ebnA Dutch Presidency in a critical period Joost van Iersel
read more

UK EU Referendum – Een Crash Course in Europese Zaken – G. van Heteren

Er zijn talloze manieren om op het naderende UK EU referendum te reageren.

Nogal wat mensen in Brussel, bijvoorbeeld, zijn al langer een beetje moe van de referendum ‘dreiging’ die maar boven de markt bleef hangen, en stellen nu met de Beatles: ”Let it be”. Anderen maken zich grote zorgen over de desintegratie effecten die een Brexit zou kunnen hebben. Weer anderen kijken met interesse naar de wijze waarop de juristen in Brussel de ‘deal’ hebben geconstrueerd: inderdaad een boeiende exercitie in hoe je interpretaties van de Verdragen kunt oprekken zonder ze te moeten wijzigen.  De hardliners in het Britse nee-kamp riepen natuurlijk al op voorhand en nog voordat er één letter naar buiten kwam dat Cameron’s ‘deal’ geen ‘deal’ was. En herhalen nu voor wie het maar wil horen dat de Britse ‘soevereiniteit’ nog steeds onder immense druk staat, geen Brit een ‘superstaat’ wil, en dat iedereen op het eiland beter af zal zijn in splendid isolation. Weer anderen winden zich op over Cameron’s motto ‘the best of both worlds’ en verwijten de Britten dat men schaamteloos van twee wallen wil eten. En de theaterliefhebbers onder de beschouwers konden zich in het weekend na de ‘deal’ vergapen aan een unieke opvoering waarin wereldpolitiek werd teruggebracht tot het niveau van een – increase the suspense – Eton vendetta tussen Boris en David.

Echter, al dit drama terzijde ontvouwt zich deze weken de complexiteit van de Europese realiteit. Nu er een harde datum is gesteld voor het referendum en de inzet dus reëel wordt, draaien oude en nieuwe media in Groot-Brittannie op volle toeren om alle kanten van de complexe keuze die voor ligt te belichten. Het uur van de waarheid nadert, en dus zien we ineens tal van historische reflecties over eerdere UK Europa keuzes op de BBC, horen we debatten over de rol van de Common Agricultural Policy voor de Britse boeren op het journaal, zien we  dagenlang nieuws gewijd aan de positie van het Europese Hof, vallen we in tal van debatten over het belang van de EU in de economische verhoudingen in allerlei sectoren van het Britse bedrijfsleven.

Wat jarenlang duwen, sleuren en trekken vergde, gebeurt nu met het grootste gemak: er worden honderden uren prime time mediatijd aan de voors en tegens van de EU gewijd. Wie deze weken de Britse media volgt, volgt een soort stoomcursus Europese Zaken, inclusief de inhoudelijke onzekerheid van een groot deel van de bevolking. Wat dit zal doen met de uiteindelijke keuze van een bevolking die zwaar verdeeld is op de thema’s van migratie, sociale zekerheid en duiding van waar het heil voor Groot Brittannie ligt, is onzeker. Maar terwijl de Britten dubben over hun keuze, kan heel Europa zich via de Britse media nu bijscholen, de crashcourse ‘EU in het kort’ gratis en voor niets volgen en zich afvragen of het op eigen vaderlandse bodem een referendum zo anders zou zijn als nu aan de overkant van de Noordzee.

Voor de Raadsbesluiten en de uitleg van de Britse regering:

http://www.consilium.europa.eu/en/meetings/european-council/2016/02/18-19/

http://www.consilium.europa.eu/en/policies/uk/2016-uk-settlement-process-timeline/

http://www.politico.eu/article/david-cameron-eu-reform-deal-scorecard-brexit-eu-referendum-agreement/

https://www.gov.uk/government/publications/the-best-of-both-worlds-the-united-kingdoms-special-status-in-a-reformed-european-union

administrator_ebnUK EU Referendum – Een Crash Course in Europese Zaken – G. van Heteren
read more

Thomas von der Dunk – Brits bancair beleid is voor Europa erger dan Brexit

Als een voor Nederland ongekend plompe steen in de vijver: zo laat zich het stuk van Joris Luyendijk in de NRC van 14 januari over het thema ‘Brexit’ het beste omschrijven. Het verscheen tegelijkertijd ook in The Guardian, en schijnt ginds tot vele woedende reacties te hebben geleid. Een toonaangevende Nederlandse journalist die Westminster de Europese wacht aanzegt: dat komt zelden voor. De meeste Nederlandse politici opereren in elk geval, als het om de Britten gaat, op kousenvoeten, premier Rutte vooraan.

Zoals ze zich in Londen koesteren in hun special relationship met Washington – waarbij altijd onduidelijk blijft of die gevoelens volledig wederkerig zijn – zo koestert Den Haag zich vanouds in de veronderstelling van een special relationship met Londen, waarbij zeker twijfelachtig is of dat aan gene zijde van de Noordzee ook zo wordt gezien. Minder twijfelachtig is dat Den Haag altijd bereid is om voor Londen de kastanjes uit het vuur te halen – dat was al zo tijdens het beruchte Grondwetreferendum van 2005. Reactie van een Britse diplomaat op het Nederlandse fiasco, dat Blair een eigen riskante volksraadpleging bespaarde: “We are so glad you did this for us”.

Voor de Britten, en het erbijhouden van de Britten, doet Nederland inderdaad alles. Dat is een oersentiment, dat teruggaat tot de begindagen van de Republiek: de bedreiging kwam steevast van over land – eerst de Spanjaarden met Filips II, dan de Fransen met Lodewijk XIV en Napoleon, dan de Duitsers met Bismarck en Hitler – en de redding van over zee, waarbij de hulpvaardige Engelsen inmiddels alleen voor de Amerikanen hebben plaats gemaakt. Valt België op door een sterk Europese oriëntatie, Nederland is eerder Atlantisch – waar de Belgische regering altijd eerst naar Parijs kijkt, kijkt de Nederlandse bij voorkeur naar Londen en Washington, ook al dwingt onze economische status als de facto Duitse deelstaat in de praktijk steeds vaker nauwe afstemming af met Berlijn.

Dit valt niet los te zien van de ligging van de eigen nationale regeringszetel: Brussel midden in het land, Den Haag aan de maritieme rand. Veelzeggend – en zonder parallel in de naburige talen – is de uitdrukking die Nederlandse politici bezigen als zij vanonder de Haagse kaasstolp vandaan kruipen om de kiezers op te zoeken. Dan zeggen zij dat zij het land ingaan – als per abuis gestrande varensgasten die helaas even de beschermende kust achter zich moeten laten, maar Godzijdank ’s avonds terug mogen keren naar het veilige Scheveningse strand.

Begon de eerste bevrijding van vreemde overheersing in 1572 niet juist vanaf de Noordzee met de overval van de Watergeuzen op Den Briel? In het verlengde daarvan zoekt Den Haag nog steeds graag mentale steun bij dat andere schippersvolk, als tegenwicht voor die overgehaalde landrotten op de rest van het Europese continent.

Bovendien delen wij met de Britten een uitgesproken handelsgeest – waar Frankrijk, Duitsland en Italië zichzelf nog steeds als industrienaties zien en dus niet vies van protectionisme zijn, gaat Engeland – net als neoliberaal Nederland – helemaal voor de grenzenloze (afzet)markt.

Die markt: dat is het enige waarvoor de Britten EU-lid zijn, niet om politieke redenen. Dat was ook de kern van de Uri Rosenthal-doctrine: volgens de VVD zijn ook wij slechts EU-lid om makkelijker onze aardappelen te kunnen verkopen. Vooral geen politieke vergezichten graag! Niet toevallig kan Rutte het zo goed met Cameron vinden. Misschien was daarom de woede in Engeland over Luyendijks artikel wel extra groot: van Nederlandse zijde had men zulks niet verwacht.

De kern van zijn betoog: Europa moet zich niet door Cameron laten chanteren om de Unie uit te hollen teneinde de Britten binnenboord te houden, want ingeval van een Brexit heeft niet zozeer Brussel, als wel Londen een groot probleem. Dus geef niet toe, maar speel het spel keihard!

Luyendijk heeft met dat laatste gelijk. Een van de zaken die Cameron wil bedingen, is dat de Pond niet onder beslissingen ten gunste van de Euro lijden mag – lees: dat de Britse banken vrij spel houden. Niet toevallig zijn vooral zij voor een Brexit doodsbang. Sinds Thatcher het nationale Britse verdienmodel op de financiële in plaats van de industriële sector gegrondvest heeft, is Westminster de buikspreekpop van de City geworden, en heeft het alle hervormingsmaatregelen gefrustreerd. De kredietcrisis van 2008, waaronder Europa nog steeds zucht, was immers mogelijk door de deregulering van de financiële markten. Wat in Londen als de kip met gouden eieren geldt, is voor Europa namelijk een ramp.

Nog in een tweede, verwant dossier ligt Londen dwars: de aanpak van de brievenbussen in belastingontduikersparadijzen voor multinationals, waarvan naast Engeland ook Nederland er overigens eentje is. Jaarlijks lopen Europese landen rond de zestigmiljard Euro aan belastinginkomsten mis. Zoals Google bij Cameron kind aan huis is, wordt Bill Gates op het Binnenhof gefêteerd, en reist Rutte nu zonder belastingaanslagformulier naar Silicon Valley af. Microsoft, Google en Apple betalen vergeleken bij gewone bedrijven aan de fiscus een schijntje, en de burger betaalt het gelag. Europa wil terecht aan deze buitensporige facilitering een einde aanmaken, maar stuit nog steeds op tegenwerking van Londen en Den Haag.

De grootste gotspe komt daarbij wel voor rekening van VNO-NCW: volgens haar woordvoerder Jeroen Lammers in het Financieel Dagblad moet de EU vooral niet als één homogene economie benaderd worden. Laten het namelijk anders altijd juist de werkgevers zijn, die er met hun eeuwige gehamer op een level playing field van de Noordkaap tot Gibraltar op aandringen om Europa toch vooral als één ongedeelde grote afzetmarkt te beschouwen.

Thomas von der Dunk, 3 februari 2016

administrator_ebnThomas von der Dunk – Brits bancair beleid is voor Europa erger dan Brexit
read more

Thomas von der Dunk – Een geloofwaardig nieuw begin in Spanje

Het afgelopen jaar heeft men in Brussel beslist menige keer met angst en beven de dag tegemoet gezien waarop in een van de lidstaten verkiezingen gehouden moesten worden. Allereerst de Griekse, zelfs twee maal, zowel aan het begin van 2015, als halverwege, met een referendum er tussendoor: resulterend in een daverende zege voor het fris-linkse Syriza, als verklaard tegenstander van de vanuit Brussel gesteunde corrupte oude regeringspartijen.

Dan de Franse: weliswaar regionale betreffend, maar toch. De zege van Marine le Pen, slechts door een monsterverbond van links en rechts nog van de daadwerkelijke macht afgehouden: een oorvijg voor de zittende politieke klasse en de door haar gevolgde Angelsaksisch getinte marktpolitiek, waarmee de meeste burgers in het vanouds erg etatistische Frankrijk weinig ophebben, omdat zij die als een bedreiging voor de gekoesterde verzorgingsstaat beschouwen.

Tussenin de Poolse: amper is de Europagezinde Tusk naar Europa vertrokken, of achter hem stort zijn gammele electorale bouwwerk ineen. De rabiaat nationalistische partij van de resterende tweelingbroer Kaczynski haalt de absolute meerderheid, en is meteen ijverig aan de afbraak van de rechtsstaat begonnen. Heel wat Polen hebben inmiddels al weer spijt van hun stem, nu Polen het xenofobe gezelschap van Orbans Hongarije en Zeemans Tsjechië – “de vluchtelingenstroom is een georganiseerde invasie” – is komen versterken.

En dan zien we nog van het Schotse referendum af, dat net op het nippertje door het Better Together-kamp gewonnen is: een Pyrrhusoverwinning als straks de Britten per referendum met een minimale meerderheid voor een Brexit stemmen – namelijk met een meerderheid van Engelsen en slechts een kleine minderheid van Schotten vóór. In dat laatste geval blijft de Schotse afscheidingskwestie evenzeer boven de markt hangen als de Britse uittredingskwestie dat – na wat al dan niet puur cosmetische concessies aan Cameron – ingeval van een minieme meerderheid voor een Europees ‘Better together’ zal blijven doen.

Goed nieuws – al zal ook dáár menigeen in Brussel (en Madrid zelf) misschien anders over denken – is er slechts uit Spanje, waar men vlak voor de Kerst naar de stembus is gegaan.

Allereerst, en dat mag in de huidige economische crisisomstandigheden toch wel opmerkelijk heten: van grote extreem-rechtse, rechtstaat-vijandige partijen, die in veel Westeuropese landen – Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Zwitserland, de vier Scandinavische landen, België en natuurlijk ook ons eigen Nederland – intussen tot het normale politieke landschap zijn gaan behoren, is in Spanje (nog) geen sprake. Waarbij overigens wel opgemerkt moet worden dat de oude Franquisten, die ook niet bepaald met een erg democratische mentaliteit behept zijn, deels onderdak hebben gevonden in de rechtervleugel van de christen-democratische Partido Popular.

Wie in Madrid bij deze verkiezingen als meest succesvol aangemerkt moet worden, weet men daar overigens zelf niet goed. Premier Rajoy verloor gigantisch, maar minder dan verwacht, en bleef daarmee toch de grootste. Is hij daarmee de winnaar? Podemos won gigantisch, maar minder dan verwacht, en werd daarmee slechts de derde (na de eveneens verliezende PSOE, die daarmee haar tot dan toe beroerdste resultaat van vorige keer nog onderbood). Is Podemos-leider Pablo Iglesias daarmee de verliezer?

De hamvraag: vormen de recente peilingen het criterium, of de vorige verkiezingen? Het vormt een twistappel die we maar al te goed van Nederlandse verkiezingsavonden kennen, waar na enorme nederlagen opluchting kan heersen omdat erger verwacht was, en na enorme winst toch teleurstelling onderdrukt moet worden, omdat men op grond van de enquètes een nog veel mooiere score had menen te mogen hopen. Als je alle eigen commentaren van partijleiders bij elkaar optelt, bedraagt het aantal ‘evidente’ winnaars altijd veel meer dan de helft.

Eén ding is in Spanje duidelijk: de regering is zwaar afgestraft, en de traditionele oppositiepartij heeft daar niet van geprofiteerd. Aan het verlies van beiden liggen de nodige corruptieschandalen ten gronde, bij de PP dit keer als bovenliggende partij van de afgelopen jaar – meer macht corrumpeert meer – meer dan bij de PSOE, waarbij vooral zijn ontkennende houding Rajoy opgebroken is.

Aan het verlies van beiden ligt ook de nodige arrogantie ten grondslag. Van de zittende premier, die voor een tv-debat een secondant stuurde omdat hij zowel dit beneden zijn stand beschouwde, als vrezen moest als een gieter af te gaan. Van de traditionele uitdager, omdat die zich als de enige serieuze tegenkandidaat van de zittende premier had opgeworpen, en de concurrentie niet wenste te zien staan.

Maar het ging uiteraard ook om het beleid. Door Rajoy, die de vanuit Brussel opgelegde bezuinigingen braaf heeft uitgevoerd, als succesvol gepresenteerd, maar door grote delen van de Spaanse bevolking – tot massale huisuitzettingen leidende huur- en hypotheekschulden, enorme (jeugd)werkeloosheid met groeiende armoede – niet zo ervaren. Mede uit angst voor een herhaling van het Griekse scenario heeft Brussel zich zo onbuigzaam jegens Athene getoond: als Syriza met haar verzet geen succes zou hebben, kon de Spaanse kiezer ingepeperd worden dat een stem op Podemos even zinloos was. Die strategie heeft dus deels gewerkt.

Desalniettemin breken, alleen al omdat er minstens drie partijen voor een meerderheid nodig zijn, voor Spanje nieuwe politieke tijden aan. Zowel het radicaal-linkse Podemos als het centrum-liberale Ciudadanos staan voor de keus: schone handen houden of compromissen in een coalitie. En PP en PSOE zullen, ongeacht of ze tot zo’n coalitie zullen gaan behoren, hun desastreus falende leiders met pensioen moeten sturen, met het oog op een geloofwaardig nieuw begin.

Thomas von der Dunk, 29 december 2015

administrator_ebnThomas von der Dunk – Een geloofwaardig nieuw begin in Spanje
read more

Thomas von der Dunk – Scheurt Europa nu uit elkaar?

‘A perfect storm’. Zo betitelde Eurocommissaris Frans Timmermans op 9 november in zijn Europalezing in de Amsterdamse Stadsschouwburg wat de Europese Unie de afgelopen jaren achtereenvolgens overkwam: de economische crisis, die nog lang niet voorbij is, de oplopende confrontatie met Rusland om Oekraïne, die nog evenmin voorbij is, en sinds de afgelopen zomer de driehoek van Syrische burgeroorlog, vluchtelingen en terrorisme in samenhang met de opkomst van IS. Deze crises komen nu allemaal tegelijk en versterken elkaar, waarbij de gevolgen voor het bindweefsel van de EU desastreus lijken te zijn.

In Europa regeert de angst, en dat leidt tot een toenemend ieder-voor-zich, waarbij men de problemen van de buren soms letterlijk via hoge hekken buiten probeert te sluiten. De langdurig aanhoudende economische crisis heeft het sinds de eeuwwisseling toch al tanende vertrouwen in de toekomst verder doen afnemen. Het algemene gevoel: de politiek is de greep op de ontwikkelingen steeds meer kwijt, en daardoor gaat het met ons nu misschien nog redelijk, maar in de toekomst met onze kinderen beslist slechter.

De sociaal-psychologische effecten van de economische crisis bestaat uit een groeiende kloof tussen bevolking en beleidselites, die gedeeltelijk samenvalt met een groeiende kloof tussen en hoger- en lager opgeleiden, en nog meer met een groeiende kloof tussen rijk en arm.

Tegenover de afbraak van de verzorgingsstaat – in Nederland gesymboliseerd door de wachtlijsten voor sociale huurwoningen en de implosie van de thuiszorg – staat een steeds welvarender, van de rest van de samenleving losgezongen bovenlaag, in de ogen van die samenleving belichaamd door een inmiddels weer ongeremd voortgraaiende bankierselite – in Nederland gesymboliseerd door het ABN-AMRO-bestuur dat, zodra de balans op kosten van de modale burger-belastingbetaler weer op orde was gebracht, begin dit jaar weer recht meende te hebben op een salarisverhoging van een ton of wat.

Daar komt dan nu nog eens de vluchtelingengolf overheen, waarvan de gevolgen ook eerder in de volkswijken dan in de villawijken te bespeuren zijn – eerder in het simpele dorpje Oranje dan in het sjieke Haagse Benoordenhout.

Vooral in Oosteuropa, vanwege een afwezig koloniaal verleden etnisch nog veel homogener en dus eerder in de greep van vreemdelingenangst, is de reactie er een van: haal de bruggen op, dit is sowieso niet ons probleem. Wel vanuit Brussel graag de lusten van subsidies, niet graag de lasten van migranten!

De onvrede daarover bij de verliezers van deze globalisering vertaalt zich inmiddels in verkiezingswinst van rechts-populistische, xenofobe, anti-Europese partijen: van de week in Frankrijk, eind oktober al in Polen.

In beide gevallen blijkt overigens weer, hoe hardnekkig constant electoraal-geografische patronen blijven. Het Front National behaalde haar grootste zeges in de randgebieden in het noorden, oosten en zuiden waar de democratische egalitair-liberale waarden van de Franse Revolutie altijd al veel minder wortel geschoten hadden, en zich de afgelopen eeuw al vaker in bovengemiddelde steun voor extreem-rechts vertaalde.

In Polen viel de scheidslijn tussen de gebieden waar het Burgerforum en waar ‘Recht en rechtvaardigheid’ de meerderheid behaalde, opvallend exact samen met de oude grens tussen het Duitse en het Russische keizerrijk van vóór 1914, met alle gevolgen voor het wortelschieten van de civil society indertijd.

Onder druk van die electorale verschuiving, product van toenemende sociaal-economische en sociaal-culturele onzekerheid, is de EU in een verzameling egoïstische staten veranderd. Elke regering kiest inmiddels vooral voor zichzelf en het behoud van de eigen kleine voordeeltjes, die men in het verleden binnen heeft weten te slepen – Den Haag voor dat van het eigen brievenbusparadijs via belastingtrucs; London voor de almacht van de City; Berlijn, Parijs en Rome voor de nationale auto-industrie, zodat elke – na het Volkswagenschandaal toch hoogst urgente – poging tot strengere dieselnormen hier op een veto stuit.

Daarbij komt dan nog, als volgende centrifugale kracht, het sterke binnenlandse separatisme in Catalonië en Schotland, die Spanje en Groot-Brittannië doormidden dreigt te breken – het tweede voorlopig even bezworen, het eerste zeker niet.

En alsof dat niet alles is, dreigt het referendum, waarmee Cameron de zaak naar zijn hand wilde zetten, nu uit de hand te lopen, omdat zíjn wel-de-lusten-maar-niet-de-lasten-eisen om voortzetting van het EU-lidmaatschap voor zijn bokkige kiezers verteerbaar te maken – wel vrij verkeer van geld voor de City, niet vrij verkeer van mensen uit Polen – voor Brussel onacceptabel zijn. O, bittere ironie: de toenemend xenofobe Oosteuropese regeringen blijken daarbij hoogst verontwaardigd over de Britse xenofobie jegens henzelf.

In de vluchtelingenopvang komt het drama van Europa ten volle tot uiting. 160.000 mensen zouden er verdeeld worden, voor 160 – welgeteld één promille – is dat nu gelukt. De wanverhoudig tussen pretentie en prestatie ondermijnt het gezag van Brussel definitief. Een van de hoofdoorzaken is het feit dat de nationale regeringsleiders met twee tongen spreken, onze eigen premier niet in de laatste plaats: onder druk van Juncker in Brussel geld en opvang toezeggen, onder druk van Wilders in Den Haag niets durven doen.

De gebrekkige bewaking van de buitengrenzen – niet los te zien van het nu dan eindelijk opgegeven verzet van Athene tegen Frontex-hulp die de eigen souvereiniteit aantast – zet de samenwerking verder onder druk. Zij heeft al geleid tot een knieval voor Turkije, net nu dat steeds autocratischer wordt. En inmiddels staat ook Schengen ter discussie, nu er openlijk met de vorming van een ‘mini-Schengen’ wordt gedreigd, waarmee weer een scheidslijn tussen Frankrijk en Duitsland zou worden getrokken, terwijl juist het uitvagen daarvan na twee desastreuze Wereldoorlogen aan de basis van de Europese samenwerking lag.

De toenemende confrontatie tussen de lidstaten maakt het kernprobleem van de EU steeds zichtbaarder: er bestaat geen Europees staatsvolk, dat ook in slechte tijden bereid is tot onderlinge solidariteit. Toen in 1861 de Italiaanse eenheid was bereikt, zei Cavour: “Eindelijk hebben we nu Italië. Maar nu ook nog graag Italianen”. Die woorden zijn eveneens onverkort van toepassing op Europa – maar te vrezen valt, dat het bijtijds creëren van Europeanen niet meer lukt.

administrator_ebnThomas von der Dunk – Scheurt Europa nu uit elkaar?
read more

Europa in de schaduw van Parijs: ‘Waarden’ als werkwoord

De gruwelijke aanslagen in Parijs raken veel mensen, in Europa maar ook daarbuiten. Luisteren we naar de massale publieksreacties, dan horen we ontreddering: omdat de aanvallen in Europa zijn ‘waar je zoiets niet verwacht’, omdat de daden zo ‘zinloos, bruut en willekeurig’ lijken, ‘ jonge onschuldige’ mensen treffen, en abrupt een einde maken aan vele mensenlevens ‘op een gewone vrijdagavond’. Luisteren we naar de officiële reacties dan horen we hoe de ISIL acties een aanval op de ‘beschaafde wereld’ en een ‘daad van oorlog’ worden genoemd.

In de media volgen de analyses elkaar razendsnel op: de vragen naar wie er in detail achter de aanslagen zitten, waarom nu, waarom in Parijs, wat precies de verbanden zijn met het Midden-Oostenbeleid, met de verwoestende crises in Syrie, met de conferentie daarover in Wenen. Ieder vraagt zich af wat er tegen dit type aanslagen gedaan kan worden.

Op sommige formele podia klinkt onmiddellijk de roep om het ‘uitroeien’ van deze terroristen’, om hogere hekken om Europa, en nog sneller stoppen van migratiestromen, nu er 1 Syrisch paspoort is gevonden van iemand die via Leros Europa is binnengekomen in de massale vluchtelingenstroom van de afgelopen maanden.

Gelukkig klinkt er  – temidden van alle begrijpelijke gevoelens van woede en verslagenheid – ook een roep voor gerichter, gelaagder, zorgvuldiger beleid en oproepen tot diepgravender analyses: Wat is de aantrekkingskracht van bewegingen als ISIL op jonge moslims, wat zijn de redenen van de al veel langer lopende radicalisering van jonge mensen, niet eens zo ver van huis? Hebben we voldoende oog voor de uitzichtloze sociaal-economische situaties van zovelen overal in de wereld, ook in onze Europese steden.

Daar klinkt een hernieuwd pleidooi voor veel sterkere, praktische fundering van de oude waarden waarmee Europa voortdurend schermt: de grondwaarden van ‘vrijheid’, ‘gelijkheid’, ‘broederschap’, van tolerantie, pluralisme en vreedzame conflictbeslechting. Niet zonder reden zeggen mensen van buiten Europa dat het hartverscheurende verdriet dat nu de nabestaanden van de jonge mensen treft die in het Parijse theater Bataclan aanwezig waren, dagelijkse kost is op zoveel plekken elders in de wereld.

De gewelddadige acties in Parijs leggen daarom keihard bloot dat wellicht de enige route voorwaarts is: te erkennen dat we in een wereld leven waar heel veel ontwikkelingen onverbrekelijk samenhangen. Dat we niet verder kunnen leven als blinden, zonder oog voor mondiale verhoudingen. Dat Europa zich hierop moet herbronnen. Dat het niet volstaat de oude ‘waarden’ die Europa zo hoog in het vaandel draagt als loze retorica te blijven herhalen. Dat deze waarden een keiharde praktische opdracht inhouden. Die waarden zijn een ‘werkwoord’, een hoogst urgente handelingsagenda. De EBN zal daarom de komende maanden over deze nieuwe praktische  ‘Waarde van Europese Waarden’ een verkenning opzetten, die aansluit bij de gevoelde urgentie voor duurzame praktische alternatieven voor de polarisatie die onze samenlevingen verscheurt. We hopen op uw actieve betrokkenheid.

Godelieve van Heteren, voorzitter EBN bestuur

administrator_ebnEuropa in de schaduw van Parijs: ‘Waarden’ als werkwoord
read more