Opinies

European Movements for Building the Future: op weg naar het Congres van Den Haag

Wie de wereld rondkijkt ziet op veel plekken de spanningen oplopen. Economische ongelijkheden nemen toe, de politiek wordt harder en gepolariseerder en op heel veel plaatsen escaleren conflicten sneller dan voorheen en met steeds grover tromgeroffel.

De zachte krachten: van stillere diplomatie, het zoeken naar faire internationale relaties en het creatief omgaan met alle kennis die tot betere en duurzamere oplossingen van problemen zou kunnen leiden lijken voortdurend op achterstand gezet. Machtsvertoon is in, ware dialoog lijkt uit. En toch zijn vreedzame conflictbeslechting en een switch naar duurzamere samenwerking in het licht van de huidige mondiale uitdagingen urgenter dan ooit.

Europa is een continent van historische erfenissen, intellectuele en materieel-institutioneel. Sommige van die erfenissen zijn zwaar bekritiseerd, zoals Europa’s koloniale geschiedenissen en haar imperiale trekken. Andere, positieve erfenissen, zoals een hoge mate van rechtstatelijkheid en vrijheid en een zekere institutionele solidariteit, zijn zo vanzelfsprekend geworden dat niemand de verdediging ervan nog ter hand lijkt te willen nemen en we instituties die de pijlers van deze erfenissen zijn onder onze ogen laten uithollen.

Het is zeer te b

etreuren dat ook in Europa momenteel de interne meningsverschillen tussen bepaalde lidstaten, de politieke spanningen in de lidstaten, en chaotische processen als Brexit heel veel energie opslurpen. Naarstige pogingen van de Europese Commissie om de koers van het naoorlogse Europese project te herijken en realistischer te doen aansluiten bij wat er speelt, of van pro-Europese politici als Macron om nog een keer te verhalen waarom Europa toch echt iets meer dan ‘best belangrijk’ is worden overschaduwd: door intern gekrakeel, angstvalligheid en de opkomst van eurosceptische partijen met deels terechte grieven maar zonder oplossingen. Ook terechte kritiek komt hierdoor nauwelijks verder, in al dit kabaal.

Dit is dus opnieuw een tijd, waarin het zeker niet volstaat dat slechts in kleine kring ‘Europa’ wordt herijkt. Gevraagd is een veel energiekere inspanning, veel breder, met zo groot mogelijke inzet van mensen op dit continent die nog geloven dat we samen een toekomst scheppen. En geen beter jaar dan 2018, het jaar waarin we als EMI en EBN herdenken dat 70 jaar geleden, op de puinhopen van de WWII de Europese Beweging werd opgericht, tijdens het Congres van Den Haag. Dit fameuze congres wordt iedere tien jaar herdacht: zo ook dit jaar.

De EBN zal onder de vlag van de European Movement International en samen met al onze zusterorganisaties in Europa en allerlei andere civiele netwerken vanaf februari een programmering voeren onder de titel European Movements for Building the Future. Het is een gezamenlijke internationale programmering, waaraan veel partijen meedoen en die op 24-25 mei zal uitmonden in een internationaal festival in Den Haag. De opzet sluit aan bij wat velen van ons steeds sterker voelen. Europa kan en moet een constructievere kracht worden in een gevaarlijk onstabiele wereld en nog veel harder inzetten op alternatieven die de huidige polarisatie stoppen. Het zijn burgers en civiele organisaties die hier wellicht de meest vitale rol kunnen spelen. Begin februari zullen we op deze website de programmering bekend maken. Voor meer informatie: info@markzellenrath.com en gmvanheteren@xs4all.nl

administrator_ebnEuropean Movements for Building the Future: op weg naar het Congres van Den Haag
read more

Zal Centeno doen wat Dijsselbloem nagelaten heeft?

Onlangs heeft Jeroen Dijsselbloem als voorzitter van de Eurogroep het stokje overgedragen aan de Portugees Mário Centeno. Er is in Nederland nog wel her en der geopperd dat Dijsselbloem, gezien de tevredenheid over hem in Brussel en bij de andere EU-lidstaten, het beste gewoon kon aanblijven, maar daarvan is terecht afgezien. Vanuit Nederlandse optiek zou dat ook onlogisch zijn, omdat dit de weg zou plaveien naar een vast voorzitterschap, los van een nationaal ministerschap van Financiën, en daar is Den Haag tegen, geobsedeerd door de angst dat ook maar één handeling op iets als ‘meer Europa’ zou lijken.

Dat is overigens niet míjn argument om te stellen dat terecht van continuering is afgezien: dat is, omdat daarachter bij de voorstanders van aanblijven van Dijsselbloem een apolitieke, technocratische gedachtengang zit. Er ligt namelijk een kiezersuitspraak en er zit een nieuw kabinet. Het voorzitterschap van de Eurogroep is geen ambtelijke functie, maar een politieke, althans het behoort dat te zijn. Al degenen die nu hard roepen dat Dijsselbloem had moeten aanblijven, hadden op 15 maart gewoon één ding moeten doen: op zijn partij stemmen. Velen die dat nu zo hard roepen, hebben dat toen echter zelf nagelaten, of zelfs gestemd op een partij met ideeën die haaks op de zijne staan. Dat mag. Alleen heeft dat dan wel consequenties.

Nu zo weinig mensen de ter bevordering van het aanblijven van Dijsselbloem meest logische stap blijken hebben genomen, kan het niet zo zijn dat hij vervolgens als uithangbord fungeert voor een kabinet van een compleet andere politieke kleur. Als iets namelijk aan de geloofwaardigheid van de politiek afbreuk doet, als iets het idee van baantjesjagerij bij het brede publiek versterkt, dan is het dat. De boodschap zou namelijk zijn: ik ben weliswaar van een bepaalde kleur, maar als die kleur even niet in de smaak valt, ben ik gewoon een kameleon. Het siert Dijsselbloem dat hij meteen heeft laten weten, geen bewonderaar van deze diersoort te zijn.

Dát die opvatting dat Dijsselbloem politiek ‘inwisselbaar’ zou zijn, bij veel burgers opgang heeft gemaakt, valt overigens niet slechts die burgers te verwijten. Het ligt aan de vertechnocratisering van de politiek, het idee dat er maar één juiste, verstandige keuze bestaat, het TINA-denken – There is no alternative – dat juist op het terrein van de financiële en economische politiek en juist in Europa de afgelopen decennia opgang heeft gemaakt. Alternatieven heetten bij voorbaat irreëel. Voor de Europese politiek was de enige acceptabele richting: méér Europa – tot een electorale volksopstand in de vorm van het populisme zand in de machine begon te gooien. Voor de economische politiek was de enige acceptabele richting: méér markt, wat, als gevolg van de daarmee samenhangende flexibilisering en privatisering bij veel burgers tot grote bestaansonzekerheid heeft geleid.

Aan het TINA-denken op het laatste vlak is ook Dijsselbloem, die de afgelopen jaren teveel als spreekbuis van de monetaire fundamentalist Wolfgang Schäuble heeft geopereerd, overigens medeschuldig. Ofschoon we niet in alles hoeven mee te gaan met de kritiek van Yanis Varoufakis: hier heeft de gewezen Griekse minister van Financiën zeker een punt. De koers lag vast, verkiezingen mochten er niets aan veranderen. Zoals Schäuble zelf eens bestond te zeggen: die doen er in Athene niet toe, U mag slechts de mensen kiezen die ons beleid gaan uitvoeren.
Met desastreuze gevolgen voor Griekenland; grote delen van de bevolking zijn in diepe armoede gestort. Dat wordt inmiddels zelfs door het IMF erkend. Nog niet, overigens, door Den Haag. Daar vinden sommige partijpolitici een welvaartsverlies van dertig procent voor andere Europeanen heel goed verdedigbaar, terwijl in 2012 bij henzelf al bij een dreigend verlies van drie procent – eventuele invoering van een inkomensafhankelijke zorgpremie – het stoom uit de oren kwam. Het interessante is overigens dat Dijsselbloems opvolger in eigen land wél een iets andere koers heeft durven varen – eerst tot ontzetting van de dogmatici in Brussel, maar die moesten uiteindelijk erkennen dat Portugal er nu (anders dan Griekenland) veel beter voorstaat dan enkele jaren terug.

Dijsselbloems de facto omarming van deze neoliberale koers van Brussel maakt ook dat mijn oordeel over hem zeer gemengd is. Positief is dat hij in het geval van Cyprus niet de Europese burgers, maar de Russische zwart-geld-spaarders voor het va banque-beleid van de Cypriotische banken heeft laten bloeden. Maar negatief is niet alleen dat hij zich te vaak heeft opgeworpen als belangenbehartiger van brievenbusbelastingzwendelparadijs Nederland – want wee degene die naar ons nationale verdienmodel wijst, dat gedeeltelijk op de beroving van de fiscus van andere Europese lidstaten berust. De hoofdveroorzakers van de kredietcrisis van 2008 die miljoenen Europeanen hun baan en soms ook huis heeft gekost, de banken, zijn nog steeds niet getemd. Ook heeft hij nagelaten om zich in te zetten voor alternatieven voor de heersende monetaire orthodoxie.

Daar ligt de kern van het probleem: dat Nederland economische kwesties als technocratische beschouwt, en stelselmatig depolitiseert. Denk aan Ruttes verdediging van de afschaffing van de dividendbelasting: ‘dat is niet links of rechts, het gaat om banen’. Dit soort redeneersels legt de bijl aan de wortels van de democratie, want hier wordt de keuzemogelijkheid ontkent. Het past bij de positie van de Europese Bank: politiek onafhankelijk, maar wel met verreikende bevoegdheden die verreikende maatschappelijke gevolgen kunnen hebben, zonder dat die democratisch zijn gelegitimeerd. Wat onderwerp van debat moet zijn, wordt hier aan ‘neutrale deskundigen’ uitbesteed. Het valt te hopen dat Centeno de moed zal hebben die vanzelfsprekendheid minder voor zoete koek te slikken.

administrator_ebnZal Centeno doen wat Dijsselbloem nagelaten heeft?
read more

Hits and Misses in 2017 EU State of the Union

European Movement International gezamenlijke reactie

Volgend op de jaarlijkse Staat van de Unie, die op 13 september door de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker werd uitgesproken, presenteerde de European Movement International diezelfde dag een eerste gezamenlijke reactie.

Naast lof voor veelbelovende initiatieven constateren de European Movements ook een aantal duidelijke omissies die nadrukkelijk moeten worden geadresseerd.

Voor de ‘Hits and Misses’ in de Staat van de Unie rede, zie: http://europeanmovement.eu/press_release/the-hits-and-misses-of-junckers-state-of-the-union/

administrator_ebnHits and Misses in 2017 EU State of the Union
read more

Met meer wind in de zeilen op naar de toekomst!

Jean-Claude Juncker 2017 EU Staat van de Unie

Europese Commissie voorzitter Jean-Claude Juncker sprak op 13 september voor het Europees Parlement de jaarlijkse Staat van de Unie rede uit over de huidige stand van zaken in de EU en de nabije toekomst. De toon was aanzienlijk optimistischer dan de afgelopen jaren.

Hier de volledige tekst van de rede:
http://www.euronews.com/2017/09/13/read-in-full-jean-claude-junckers-complete-state-of-the-union-2017-address

Hier voor een eerste reactie van Minister Koenders op de Staat van de Unie 2017:
https://www.rijksoverheid.nl/actueel/nieuws/2017/09/13/reactie-van-minister-koenders-van-buitenlandse-zaken-op-de-staat-van-de-unieclaude-junckers-complete-state-of-the-union-2017-address

Voor uitgebreide documentatie rond de Staat van de Unie, zie ook:
https://ec.europa.eu/commission/state-union-2017_nl.

administrator_ebnMet meer wind in de zeilen op naar de toekomst!
read more

De Britten staan in Brussel met de rug tegen de muur

Dezer dagen beginnen in Brussel de Brexit-onderhandelingen, en die beginnen onder een totaal ander politiek gesternte dan begin dit jaar nog werd gedacht. Dat komt omdat ze onder een totaal ander electoraal gesternte beginnen. Kort samengevat: bij de twee grootste nationale tegenspelers is de positie van Parijs fors versterkt en die van Londen fors verzwakt.

administrator_ebnDe Britten staan in Brussel met de rug tegen de muur
read more

Kritisch volgen van Europese integratie zonder flauwekul – Interview met Paul Bordewijk

In twee recente artikelen stelt publicist Paul Bordewijk dat de discussie die de Europese Commissie nu geëntameerd heeft rond vijf toekomstscenarios voor Europa in ieder geval tot de conclusie moeten leiden dat volledige integratie er niet zal komen. Wanneer men die conclusie luid en duidelijk trekt, aldus Bordewijk, zitten daar grote voordelen aan vast. De wijze waarop landen in Europa samenwerken, wordt dan niet meer getoetst aan de vraag of zo de beoogde Europese integratie dichterbij komt. Samenwerken moet gebeuren op grond van reële voordelen, die het verlies van democratie dat elke overdracht van bevoegdheden met zich meebrengt goedmaken. Europese samenwerking moet de oplossing zijn voor reële problemen, en niet een oplossing op zoek naar een probleem. We spraken Bordewijk naar aanleiding van zijn artikelen.

Vraag 1: In uw artikelen uit u felle kritiek op het spreken over Europa als ‘project’. Waarom stoort u dat zo?

A: Je hoor steeds vaker: ‘het Europees project dreigt te mislukken’, of ‘nieuwe kansen voor het Europese project’, maar je vindt nergens wat er nu eigenlijk mee bedoeld wordt, laat staan wanneer Europeanen daarmee  zouden hebben ingestemd. Normaal houdt de term ‘project’ in dat je wilt komen van de ene toestand naar de andere, langs een afgesproken weg en tegen van tevoren begrote kosten. Het bouwen van een huis is een project, of de invoering van een wet. Maar waarheen moet het Europese project ons leiden? Het enige dat ik me erbij voor kan stellen is een Europese federale staat, maar zeg dat dan ook, en vraag aan de inwoners of ze dat willen. De laatste keer dat zoiets aan de Nederlanders gevraagd is was in 2005, en toen wat het antwoord duidelijk ‘nee’.

Vraag 2:  De Juncker scenarios voor de toekomst van Europa worden nu op vele plaatsen besproken, in Nederland blijft het echter nogal stil rond die toekomstbeelden. Hoe komt dat?

A: Ik denk dat dat komt omdat wij door onze geografische ligging er niet aan ontkomen Franrijk en Duitsland te volgen, terwijl we cultureel het zuidelijkste land van Scandinavië zijn en uit onszelf liever de weg van Denemarken of Zweden zouden willen kiezen.  In het debat over de Europese Grondwet spoorde Balkenende ons aan vóór te stemmen, niet omdat hij dat een goede wet vond, maar omdat hij anders in zijn hemd stond. De belangrijkste institutionele punten uit de Grondwet – de eigen voorzitter van de Europese Raad en de inkrimping van de Europese Commissie – werden niet door de Nederlandse regering onderschreven. Curieus detail was ook dat tijdens de behandeling van het Verdrag van Maastricht in onze Tweede Kamer de meeste Kamerleden via de televisie het debat daarover in het Britse Lagerhuis volgden in plaats van de eigen discussie.

Vraag 3: U stelt in uw artikelen dat om te komen to nieuwe inzichten rond Europa het wellicht goed is het vijfde scenario van Juncker: veel sterkere integratie, te relativeren. Waarom is het nodig dit nog zo uitgebreid te stellen in een omgeving waar bijna geen fedearlist meer over is?

A: Dat er bijna geen federalist meer over is ervaar ik niet zo. Ik heb b.v. niet de indruk dat Guy Verhofstadt van mening veranderd is, en die is toch voorzitter van de fractie in het Europees Parlement die veel Nederlandse kiezers vertegenwoordigt. In Nederland doet D66 regelmatig uitspraken waaruit blijkt dat zij eerder voor een eenheidsstaat zijn dan voor een federatie, en GroenLinks wijkt daar weinig vanaf. In mijn eigen PvdA milieu ontmoet ik vaak federalisten die mij als een gevaarlijke nationalist beschouwen. De uitdrukking ‘het Europese project’ suggereert sterk dat er aan zo’n federale staat gewerkt wordt. De neiging elke overdracht van bevoegdheden aan de EU als winst te beschouwen, valt ook alleen te rechtvaardigen vanuit de gedachte dat je zo werkt aan een federaal Europa waar de uitoefening van die bevoegdheden onderwerp is van democratisch debat. Wanneer er geen federatie komt – en ik geloof daar niet in –  betekent overdracht van bevoegdheden verlies aan democratie. Dat moet heel kritisch maken op die overdracht.

Vraag 4: Welke ruimte moet er volgens u worden geschapen om een alternatief voor de toekomst van Europa te ontwikkelen, en waar zouden de Europese beleidsmakers zich met voorrang op moeten richten?

A: Er moet vooral kritisch gekeken worden naar wat er tot nu toe is gerealiseerd. De Eurozone moet worden ingeperkt tot landen die uit zichzelf niet te veel verschillen in inflatie, en er moet niet vanuit Europa een sociaal-economisch beleid worden opgelegd dat haaks staat op de uitkomst van het democratisch proces.Verder moet de reikwijdte van de interne markt worden ingeperkt. Hier moeten de principes van subsidiariteit en proportionaliteit ook van kracht worden.

Vraag 5: Wat is in uw ogen het belang van civiele bewegingen en organisatievormen in dit alles. Doen die er toe?

A: Civiele bewegingen draaien veelal op mensen die voor een bepaald belang opkomen, zoals de vakbeweging of de fietsersbond. Bij de Europese integratie zie ik vooral dat voorstanders en betrokken professionals zich organiseren. Ik zou zelf echter graag lid worden van een organisatie die zich kritisch opstelt tegenover de Europese integratie zonder in flauwekul te vervallen… maar het motiveert mensen blijkbaar niet erg om daar hun tijd in te steken.

Zie voor de artikelen over de Toekomst van Europa van Bordewijk:

 

 

administrator_ebnKritisch volgen van Europese integratie zonder flauwekul – Interview met Paul Bordewijk
read more

ZAL EEN BREXIT ONS DEFINITIEF VOOR EN FREXIT VRIJWAREN? – THOMAS VON DER DUNK COLUMN

De opluchting zal in Brussel zonder twijfel groot zijn geweest – Macron heeft Le Pen verslagen, en zelfs met betere cijfers dan was voorspeld. Niet 3 tegen 2, maar bijna 2 tegen 1 was het percentage waarmee de eerste won. Toch ligt er een forse schaduw over die overwinning, die de speelruimte van Macron de facto sterk beperkt. Zal hij er werkelijk in slagen de door hem beloofde en door Brussel gewenste hervormingen door te voeren?

De handen daarvoor krijgt hij, gezien de stemming onder het Franse electoraat, in eigen land zeker niet bij iedereen op elkaar. In de eerste ronde heeft bijna de helft van de kiezers op een kandidaat gestemd die zich zeer vijandig tegenover Europa opstelt, en juist vriendelijk tegenover Poetins Rusland; voor dat laatste kan men daaraan naast Le Pen en Mélenchon ook nog Fillon toevoegen. En in de tweede ronde heeft meer dan de helft van Macrons kiezers verklaard vooral op hem te stemmen omdat het alternatief veel erger was. Het waren, net als bij de monsterzege van Chirac in 2002 tegen Le Pen père, veel stemmen met een knijper op de neus. In de lijn van de oproep van de Griekse ex-minister Varoufakis: nu stemmen wij hem in het Élysée, maar morgen gaan we weer in een protestdemonstratie tegen hem de straat op.

Tegenover de staat staat in Frankrijk de straat: ook Macrons voorgangers Hollande en Sarkozy beloofden aan hervormingen veel en durfden na enige forse protesten en stakingen uiteindelijk weinig. Zij riepen nu op om op Macron te stemmen en onderschreven de door hem voorgestelde koers. Maar als zij daarvoor zo geporteerd zijn, waarom hebben ze die weg dan niet indertijd zelf ingeslagen? Samen hadden Sarkozy en Hollande daarvoor toch tien jaar de tijd? Inderdaad: vanwege de Franse straat.

Maar als zij daarom toen niet konden slagen, waarom zou het Macron nu dan wel lukken? Dat probleem begint al met het verwerven van een meerderheid bij de komende parlementsverkiezingen. Daarbij is van de bipolaire keuze van zondag geen sprake meer, maar doen alle partijen weer mee en vallen de meeste kiezers dus weer terug op hun oude partij. Komt Macron met zijn kwart stemmen van nu straks dankzij het districtenstelsel wèl aan de meerderheid? Overigens zou het misschien voor zijn draagvlak helemaal niet zo’n ramp zijn, als hij die niet haalt, en gedwongen wordt met andere partijen samen te werken. Alleen haalt dat dan wel de vaart uit de door Brussel gewenste metamorfose van Frankrijk.

Hier komt inderdaad Europa in het spel, met zijn langdurig sterk eenzijdige marktgerichtheid de grote boeman van Le Pen en Mélenchon. Brussel zal Macron tegemoet moeten komen door in dat opzicht zélf te veranderen, wil de angst voor Europa en de onvrede in Frankrijk onder de globaliseringsverliezers, die nu massaal radicaal-links en radicaal-rechts hebben gestemd, niet verder stijgen.

Dat grote deel van het electoraat negeren zal over vijf jaar in een nog grotere zege van het Europavijandige kamp resulteren – Le Pen is na vandaag nog echt niet weg. Gelukkig lijkt men zich dat, gezien de reactie van de Europese Comimissie, ook in Brussel te realiseren: dat aan de vooral in het Latijnse deel van Europa (maar zeker niet alleen daar) bestaande angst voor de nadelige effecten van de vrije markt – baan- en inkomensonzekerheid voor veel loonafhankelijken en lagerbetaalden – tegemoet gekomen moet worden. Dat, kortom, de lang als collateral damage afgedane sociale schade van de globalisering drastisch moet worden beperkt, om een verdere groei van het Eurofobe kamp te voorkomen.

Alleen moeten we afwachten waartoe dat daadwerkelijk leidt. Het betekent namelijk dat het Germaanse deel van Europa moet inleveren op het terrein van de vrijhandelsorthodoxie, en er op Europees niveau meer ruimte moet komen voor een collectieve sociale politiek. Zo niet, dan verliest men het nu door Macrons kiezers voor Europa ‘geredde’ Frankrijk mogelijk alsnog een volgende keer.

Het is hier, dat de vanwege gevreesde precedentwerking door velen in Brussel betreurde Brexit juist wel eens de redding van Europa zou kunnen betekenen. Want op het gebied van de vrije goederenmarkt was speciaal Londen onvoorstelbaar orthodox – daar kon geen ander land aan tippen. Voor Londen is de Europese Unie namelijk eigenlijk alléén maar een markt. Van beperkingen van die vrijmarkt door Europese regels, als sociale rechten voor werknemers, moet men daar niets hebben. Wel: de Britten vertrekken binnenkort, daarover laat Theresa May geen enkele twijfel bestaan – Brexit means Brexit, en zoals het er nu naar uitziet, zou dat wel eens met slaande deuren gepaard kunnen gaan.

Dat schept perspectieven. De Britten kunnen dan – wat zij anders zeker zouden hebben gedaan – niet meer dwars gaan liggen, als de rest van Europa eindelijk tot het inzicht komt dat het niet alleen grote bedrijven maar ook gewone burgers concreet het nodige zal moeten bieden om hun steun te behouden. Geen economische concurrentie meer over de ruggen van werknemers heen, die nu voortdurend tot een sociale race to the bottom dreigt te leiden. En hetzelfde geldt voor oneigenlijke fiscale concurrentie, die als gevolg van teruglopende belastinginkomsten al snel in dezelfde sociale neergang resulteert: er is dan immers minder geld beschikbaar om de collectieve voorzieningen – waarop lagerbetaalden nu eenmaal altijd meer dan hogerbetaalden aangewezen zijn – op peil te houden.

Ook dat is iets, wat zonder de Britten, die de gouden kip van de Londense City heilig hebben verklaard, een stuk makkelijker zal gaan. In Brussel lijkt men ook eindelijk die kant uit te willen: een einde aan alles wat naar belastingparadijzen riekt. Dat werd hoog tijd – hoe moeilijk dat in het begin ook zal zijn voor Den Haag, dat daarvan eveneens een favoriet nationaal verdienmodel had gemaakt.

administrator_ebnZAL EEN BREXIT ONS DEFINITIEF VOOR EN FREXIT VRIJWAREN? – THOMAS VON DER DUNK COLUMN
read more

DE BRITTEN DOEN STUITEND LUCHTHARTIG OVER OORLOG

Keren de demonen uit het verleden terug? Amper heeft Theresa May in Brussel haar afscheidsbrief afgegeven, of er dreigt al hommeles rond Gibraltar te ontstaan. Ofschoon niet strikt noodzakelijk, omdat dat vanzelf sprak, had Spanje meteen vastgelegd weten te krijgen dat bij de toekomstige onderhandelingen over een handelsakkoord van Europese zijde ook expliciet aan deze omstreden rots aandacht zal worden besteed.

Prompt dreigde de voormalige leider van de regerende Britse Tory’s Michael Howard desnoods de marine naar Gibraltar op te zullen laten stomen om de Spaanse Armada te vernietigen, mocht Madrid het wagen één vinger daarnaar uit te steken. Spanje reageerde daarop met de aankondiging zich niet te zullen verzetten, wanneer straks een pro-Europees Schotland na afscheiding van Londen in Brussel voor zichzelf het lidmaatschap zou aanvragen. Tot nu toe was Madrid altijd – zie Kosovo – zeer terughoudend geweest met het erkennen van afscheidingen, omdat het immers zelf vanouds met Catalaanse en Baskische ambities op dit vlak kampt.

De rel maakt twee dingen duidelijk. Ten eerste hoe gevoelig ook na vele eeuwen – Gibraltar is al sinds 1713 Brits – nog steeds territoriale kwesties tussen de Europese lidstaten kunnen liggen. Het Brexit-sentiment versterkt dit, omdat dat juist op het idee – zij het vooral een nostalgisch idee-fixe – van een glorieus Groot-Brittannië buiten de EU is gebaseerd. Bij een Britania-rule-the-waves past natuurlijk niet dat dan meteen al bij de eerste politieke golfslag een aanlegsteiger met zulke grote symbolische waarde in die golven verdwijnt.

In elk geval: wie mocht menen, dat de Britten een flegmatiek nuchter volk zijn, zou zich deerlijk vergissen. Democratieën voeren geen oorlog, zo heet het ook – maar zelden heb ik een land zo hysterisch gezien als Groot-Brittannië tijdens de Falklandsoorlog in 1982, toen het behoud van zo’n andere symbolische verzameling rotsen op het spel stond. Howard heeft niet voor niets al naar Margaret Thatcher verwezen, en presenteert May nu als Iron Lady 2.0.

Nu vallen er uiteraard ook bij de Spaanse claim kanttekeningen te plaatsen: hier hebben wij evenzeer te maken met onverwerkt verleden. Het land beroept zich daarbij meer of minder expliciet op ‘natuurlijke’ grenzen, maar die bestaan in Europa natuurlijk nergens echt.

IJsland vormt het enige voorbeeld – het grondgebied van dit land eindigt inderdaad op een logische plek – want al bij Ierland is dat niet gelukt. Bovendien staat tegenover het geografisch gekunsteld Britse Gibraltar het geografisch niet minder gekunsteld Spaanse duo Ceuta en Melilla, die Marokko een doorn in het oog zijn – en dáárover heeft Madrid het weer liever niet. Met het lostrappen van de steen Gibraltar dreigt zo een Doos van Pandora open te gaan.

En dat is het tweede, dat deze rel duidelijk maakt: hoe belangrijk de Europese Unie is voor het pacificeren van in feite onoplosbare territoriale conflicten – vaak onoplosbaar omdat geografisch en etnisch logische grenzen zelden geheel sporen. Gibraltar was ooit natuurlijk Spaans, maar de bevolking voelt zich Brits, en bij de democratische EU-gedachte behoort ook zoiets als zelfbeschikkingsrecht.

Anderzijds: bij Zuid-Tirol heeft als uitkomst van de Eerste Wereldoorlog juist de geografisch logischer grens het van de etnische gewonnen. Daaraan hebben de Geallieerden uiteindelijk ook in 1945, toen de Zuid-Tirolers op basis van dat zelfbeschikkingsrecht om herziening van Saint-Germain vroegen, niet willen tornen. Wie beide grenzen coûte-que-coûte met elkaar wil doen samenvallen om voor altijd van het probleem af te zijn, komt al snel bij dwangmatige assimilatie of etnische zuivering uit. Mussolini heeft dat in dit geval ook beide geprobeerd.

Pas na Schengen kon – de nodige bomaanslagen later – de kwestie Zuid-Tirol definitief worden bijgelegd. Maar zodra Schengen in de gevarenzone belandt, en op de Brenner opnieuw douane-hekken verrijzen, is het probleem weer in volle omvang terug. Dat is nu vooral de grote angst in Noord-Ierland, waar de pacificatie evenmin zonder de alles overkoepelende Europese Unie was gelukt.

Het aantal Noordieren dat deel uitmaakt van één Ierland binnen Europa boven deel uitmaken van een Groot-Brittannië daarbuiten prefereert, stijgt gestaag. Dan zou de natte droom van Nigel Farage van een Greater Britain wel eens in een Little England kunnen eindigen, waarvan de vloot niet meer de oceanen, maar nog enkel het Lake District beheerst.

Het gemak waarmee in Tory-kring al over oorlog wordt gesproken, zodra men zijn zin niet krijgt, is verontrustend. Met die luchthartigheid verschillen de Britten duidelijk van de landen op het continent. Tegenover het Nie wieder Krieg van het in 1945 kapotgebombardeerde Duitsland en het in 1918 in een maanlandschap veranderde Noord-Frankrijk staat het Britse sentiment van de tv-serie Dad’s Army, die in de jaren zeventig ook als ‘Daar komen de schutters’ door de VARA werd uitgezonden: die Tweede Wereldoorlog, toen wij Britten een jaar lang moederziel alleen dapper tegen Hitler knokten, was toch eigenlijk best wel knus.

Bij de handdruk in 1984 van Kohl en Mitterand in Verdun ontbraken niet toevallig de Britten. In Huis Doorn, sinds enkele jaren het centrum voor de Eerste Wereldoorlog in Nederland, vond in 2013, aan de vooravond van de honderdjarige herdenking, een symposium plaats. Een van de sprekers was een Duits historicus die werkzaam was in Londen. Daar, zo vertelde hij, zie je boeken met titels als ‘Hunting Rommel’ – alsof het om een sportwedstrijd ging. Maar voor de Britten is het simpel: we stonden in 1914 en 1939 aan de goede kant, en hebben beide keren gewonnen. So, what’s the problem? Vraag dat de Duitsers en de Fransen.

administrator_ebnDE BRITTEN DOEN STUITEND LUCHTHARTIG OVER OORLOG
read more

JUNCKER DWINGT LIDSTATEN TERECHT EEN KEUZE TE MAKEN

De stormloop van het eurofobe populisme mag op 15 maart vooralsnog even afgeslagen zijn (ofschoon Wilders natuurlijk nooit een schijn van kans had om ook maar in de buurt van de meerderheid te komen), maar daarmee is de Europabrede onvrede die dit populisme voedt, nog lang niet voorbij. Zelfs als het in Frankrijk en Duitsland dit jaar electoraal goed afloopt, is er weinig reden om de vlag uit te steken – juist een zelfvoldaan achterover leunen, dat in het verleden in Brussel te vaak heeft plaats gehad, versterkt het risico op nieuwe electorale revoltes.

Los daarvan – ofschoon eigenlijk helemaal niet los daarvan – dreigen oude demonen weer de kop op te steken, zoals het nog steeds niet verholpen Griekse en Italiaanse probleem, dat de stabiliteit van de euro blijft bedreigen. Nog steeds valt niet uit te sluiten dat het behoud ervan (tenminste voor alle thans participerende landen) uiteindelijk onhaalbaar zal blijken, ongeacht alle Brusselse bezweringen van het tegendeel.

En tot de nieuwe demonen behoort na het aan ons eigen Goejanverwellesluis herinnerende Rotterdamse consulaat-incident – de koets van een ongewenst doortastende politica met geweld tegengehouden – de snel verslechterende relatie met een steeds autocratischer Turkije, dat sinds vorig jaar geacht wordt de zuidoostflank van Europa tegen politiek destabiliserende vluchtelingenstromen te bewaken. Om van Poetins vijfde colonne in de persoon van de Hongaarse president Orban, of de Poolse obstructie, die in openlijk verzet tegen een landgenoot als Europees voorzitter resulteerde, te zwijgen.

En dan is er, als potentiële brandbom onder de interne Europese harmonie, het fiscale en sociale beleid, dat ook met de Brexit samenhangt: het tweede – angst voor concurrentie op de arbeidsmarkt in de vorm van ongecontroleerde immigratie uit met name Oost-Europa – heeft een deel van het Britse electoraat vorig jaar tot een ‘nee’ tegen de EU verleidt, het eerste dreigt door May als wapen gehanteerd worden indien de Europese voorwaarden voor een harde Brexit door haar echt te hard worden bevonden.

Overigens zijn de Britten niet de enige boosdoeners. De Europese Commissie heeft – terecht – aangekondigd iets te willen doen aan belastingontduikersparadijzen en heeft daarbij ook Nederland in het vizier, dat tot nu toe tamelijk onwillig is gebleken om de desbetreffende praktijken op de Amsterdamse Zuidas aan te pakken waardoor Athene en andere hoofdsteden miljoenen aan legitieme belastinginkomsten mislopen. In Den Haag ligt in dit opzicht vooral de VVD dwars, en het valt niet te hopen, dat zij haar jongste overwinningsnederlaag als een aanmoediging opvat om dat te blijven doen. Een dergelijke houding is, gezien de kritiek op de gebrekkig functionerende Griekse fiscus, niet alleen hypocriet, maar ondermijnt ook de interne Europese solidariteit.

In dat licht – en in het licht van een pan-Europese verlatingsangst nu Trumps Amerika andere mondiale prioriteiten (namelijk vooral zichzelf) blijkt te hebben – moet Brussel natuurlijk wat. Vandaar dat Juncker de altijd tegenstribbelende regeringsleiders een dwingend keuzemenu voorlegt. En het moet gezegd: dat werd tijd. Te lang heeft hij om de hete brei heengedraaid en niet gedurfd om de lidstaten voor het blok te zetten: wat voor Europa willen zij eigenlijk, nu het officiële oude doel van de ever closer union als te grote graat in de electorale keel verlaten is.

Vijf opties legt Juncker de nationale hoofdsteden voor. De eerste is doormodderen – iets waar vast geen regeringsleider openlijk voor durft te kiezen, maar wat velen wel in de praktijk snel zullen prefereren, omdat het hen van de moeizame plicht tot vooruitzien en dus écht kiezen ontslaat. Met doormodderen komen ook Europese politici, net als nationale, immers een heel eind. Zij zijn daarmee ook gekomen waar zij nu zijn: Europa bestaat nog, de Euro eveneens, de Derde Wereldoorlog is nog niet uitgebroken, de vluchtelingen uit Afrika en de Arabische wereld hebben ons nog niet onder de voet gelopen, en Wilders wordt geen premier, dus waar hebben we het over? En vooral: wat is het alternatief?

Als alternatief ziet Juncker drie mogelijkheden – volledige integratie (zijn vijfde) mag gezien de algemene stemming in vrijwel elk land een illusie worden geacht. De eerste: Europa weer reduceren tot de interne markt die het in EEG-tijden was. Alleen hadden de Britten dan niet hoeven te vertrekken, want dat willen die ook. Klein bezwaar: als de grenzen voor goederen open zijn, houden zich ook andere stromen niet aan grenzen. De tweede optie: een kopgroep, die er met de Euro natuurlijk al is – alleen maken daarvan ook (of: juist) landen uit die eigenlijk niet aan de normen voldeden en voldoen, maar men niet had durven weigeren.

De derde optie: vergaande samenwerking op een specifiek aantal terreinen. In feite is dat, door de nood afgedwongen, vaak ook al stilzwijgend het geval, maar dit formaliseren ligt al snel gevoelig. Roept U maar: één asylbeleid – dus ook met opnamequota per land? Eén leger – dus met Nederlanders die op Brussels in plaats van Haags bevel gaan schieten? Bijkomend probleem: het ene werkterrein overlapt in zijn gevolgen vaak het ander. Dat geldt eigenlijk ook al voor een reductie tot de gemeenschappelijke vrije markt: economische concurrentie leidt bij grote intern-Europese welvaartsverschillen al snel tot een sociale race to the bottom – precies de reden waarom veel lagerbetaalden zich massaal van de EU hebben afgekeerd.

Toch moet er inderdaad gekozen worden, en daarbij is een zekere mix tussen kopgroep en deel-samenwerking onvermijdelijk. Dat zal op protesten van de achterblijvers stuiten, die tegelijk echter zèlf weigeren aan zo’n kopgroep mee te doen (en evenmin een totale unie willen). Hier moet men helder durven zijn: onwilligen mogen anderen die dat wèl willen niet beletten verder te gaan.

administrator_ebnJUNCKER DWINGT LIDSTATEN TERECHT EEN KEUZE TE MAKEN
read more