Opinies

De Britten staan in Brussel met de rug tegen de muur

Dezer dagen beginnen in Brussel de Brexit-onderhandelingen, en die beginnen onder een totaal ander politiek gesternte dan begin dit jaar nog werd gedacht. Dat komt omdat ze onder een totaal ander electoraal gesternte beginnen. Kort samengevat: bij de twee grootste nationale tegenspelers is de positie van Parijs fors versterkt en die van Londen fors verzwakt.

administrator_ebnDe Britten staan in Brussel met de rug tegen de muur
read more

Kritisch volgen van Europese integratie zonder flauwekul – Interview met Paul Bordewijk

In twee recente artikelen stelt publicist Paul Bordewijk dat de discussie die de Europese Commissie nu geëntameerd heeft rond vijf toekomstscenarios voor Europa in ieder geval tot de conclusie moeten leiden dat volledige integratie er niet zal komen. Wanneer men die conclusie luid en duidelijk trekt, aldus Bordewijk, zitten daar grote voordelen aan vast. De wijze waarop landen in Europa samenwerken, wordt dan niet meer getoetst aan de vraag of zo de beoogde Europese integratie dichterbij komt. Samenwerken moet gebeuren op grond van reële voordelen, die het verlies van democratie dat elke overdracht van bevoegdheden met zich meebrengt goedmaken. Europese samenwerking moet de oplossing zijn voor reële problemen, en niet een oplossing op zoek naar een probleem. We spraken Bordewijk naar aanleiding van zijn artikelen.

Vraag 1: In uw artikelen uit u felle kritiek op het spreken over Europa als ‘project’. Waarom stoort u dat zo?

A: Je hoor steeds vaker: ‘het Europees project dreigt te mislukken’, of ‘nieuwe kansen voor het Europese project’, maar je vindt nergens wat er nu eigenlijk mee bedoeld wordt, laat staan wanneer Europeanen daarmee  zouden hebben ingestemd. Normaal houdt de term ‘project’ in dat je wilt komen van de ene toestand naar de andere, langs een afgesproken weg en tegen van tevoren begrote kosten. Het bouwen van een huis is een project, of de invoering van een wet. Maar waarheen moet het Europese project ons leiden? Het enige dat ik me erbij voor kan stellen is een Europese federale staat, maar zeg dat dan ook, en vraag aan de inwoners of ze dat willen. De laatste keer dat zoiets aan de Nederlanders gevraagd is was in 2005, en toen wat het antwoord duidelijk ‘nee’.

Vraag 2:  De Juncker scenarios voor de toekomst van Europa worden nu op vele plaatsen besproken, in Nederland blijft het echter nogal stil rond die toekomstbeelden. Hoe komt dat?

A: Ik denk dat dat komt omdat wij door onze geografische ligging er niet aan ontkomen Franrijk en Duitsland te volgen, terwijl we cultureel het zuidelijkste land van Scandinavië zijn en uit onszelf liever de weg van Denemarken of Zweden zouden willen kiezen.  In het debat over de Europese Grondwet spoorde Balkenende ons aan vóór te stemmen, niet omdat hij dat een goede wet vond, maar omdat hij anders in zijn hemd stond. De belangrijkste institutionele punten uit de Grondwet – de eigen voorzitter van de Europese Raad en de inkrimping van de Europese Commissie – werden niet door de Nederlandse regering onderschreven. Curieus detail was ook dat tijdens de behandeling van het Verdrag van Maastricht in onze Tweede Kamer de meeste Kamerleden via de televisie het debat daarover in het Britse Lagerhuis volgden in plaats van de eigen discussie.

Vraag 3: U stelt in uw artikelen dat om te komen to nieuwe inzichten rond Europa het wellicht goed is het vijfde scenario van Juncker: veel sterkere integratie, te relativeren. Waarom is het nodig dit nog zo uitgebreid te stellen in een omgeving waar bijna geen fedearlist meer over is?

A: Dat er bijna geen federalist meer over is ervaar ik niet zo. Ik heb b.v. niet de indruk dat Guy Verhofstadt van mening veranderd is, en die is toch voorzitter van de fractie in het Europees Parlement die veel Nederlandse kiezers vertegenwoordigt. In Nederland doet D66 regelmatig uitspraken waaruit blijkt dat zij eerder voor een eenheidsstaat zijn dan voor een federatie, en GroenLinks wijkt daar weinig vanaf. In mijn eigen PvdA milieu ontmoet ik vaak federalisten die mij als een gevaarlijke nationalist beschouwen. De uitdrukking ‘het Europese project’ suggereert sterk dat er aan zo’n federale staat gewerkt wordt. De neiging elke overdracht van bevoegdheden aan de EU als winst te beschouwen, valt ook alleen te rechtvaardigen vanuit de gedachte dat je zo werkt aan een federaal Europa waar de uitoefening van die bevoegdheden onderwerp is van democratisch debat. Wanneer er geen federatie komt – en ik geloof daar niet in –  betekent overdracht van bevoegdheden verlies aan democratie. Dat moet heel kritisch maken op die overdracht.

Vraag 4: Welke ruimte moet er volgens u worden geschapen om een alternatief voor de toekomst van Europa te ontwikkelen, en waar zouden de Europese beleidsmakers zich met voorrang op moeten richten?

A: Er moet vooral kritisch gekeken worden naar wat er tot nu toe is gerealiseerd. De Eurozone moet worden ingeperkt tot landen die uit zichzelf niet te veel verschillen in inflatie, en er moet niet vanuit Europa een sociaal-economisch beleid worden opgelegd dat haaks staat op de uitkomst van het democratisch proces.Verder moet de reikwijdte van de interne markt worden ingeperkt. Hier moeten de principes van subsidiariteit en proportionaliteit ook van kracht worden.

Vraag 5: Wat is in uw ogen het belang van civiele bewegingen en organisatievormen in dit alles. Doen die er toe?

A: Civiele bewegingen draaien veelal op mensen die voor een bepaald belang opkomen, zoals de vakbeweging of de fietsersbond. Bij de Europese integratie zie ik vooral dat voorstanders en betrokken professionals zich organiseren. Ik zou zelf echter graag lid worden van een organisatie die zich kritisch opstelt tegenover de Europese integratie zonder in flauwekul te vervallen… maar het motiveert mensen blijkbaar niet erg om daar hun tijd in te steken.

Zie voor de artikelen over de Toekomst van Europa van Bordewijk:

 

 

administrator_ebnKritisch volgen van Europese integratie zonder flauwekul – Interview met Paul Bordewijk
read more

ZAL EEN BREXIT ONS DEFINITIEF VOOR EN FREXIT VRIJWAREN? – THOMAS VON DER DUNK COLUMN

De opluchting zal in Brussel zonder twijfel groot zijn geweest – Macron heeft Le Pen verslagen, en zelfs met betere cijfers dan was voorspeld. Niet 3 tegen 2, maar bijna 2 tegen 1 was het percentage waarmee de eerste won. Toch ligt er een forse schaduw over die overwinning, die de speelruimte van Macron de facto sterk beperkt. Zal hij er werkelijk in slagen de door hem beloofde en door Brussel gewenste hervormingen door te voeren?

De handen daarvoor krijgt hij, gezien de stemming onder het Franse electoraat, in eigen land zeker niet bij iedereen op elkaar. In de eerste ronde heeft bijna de helft van de kiezers op een kandidaat gestemd die zich zeer vijandig tegenover Europa opstelt, en juist vriendelijk tegenover Poetins Rusland; voor dat laatste kan men daaraan naast Le Pen en Mélenchon ook nog Fillon toevoegen. En in de tweede ronde heeft meer dan de helft van Macrons kiezers verklaard vooral op hem te stemmen omdat het alternatief veel erger was. Het waren, net als bij de monsterzege van Chirac in 2002 tegen Le Pen père, veel stemmen met een knijper op de neus. In de lijn van de oproep van de Griekse ex-minister Varoufakis: nu stemmen wij hem in het Élysée, maar morgen gaan we weer in een protestdemonstratie tegen hem de straat op.

Tegenover de staat staat in Frankrijk de straat: ook Macrons voorgangers Hollande en Sarkozy beloofden aan hervormingen veel en durfden na enige forse protesten en stakingen uiteindelijk weinig. Zij riepen nu op om op Macron te stemmen en onderschreven de door hem voorgestelde koers. Maar als zij daarvoor zo geporteerd zijn, waarom hebben ze die weg dan niet indertijd zelf ingeslagen? Samen hadden Sarkozy en Hollande daarvoor toch tien jaar de tijd? Inderdaad: vanwege de Franse straat.

Maar als zij daarom toen niet konden slagen, waarom zou het Macron nu dan wel lukken? Dat probleem begint al met het verwerven van een meerderheid bij de komende parlementsverkiezingen. Daarbij is van de bipolaire keuze van zondag geen sprake meer, maar doen alle partijen weer mee en vallen de meeste kiezers dus weer terug op hun oude partij. Komt Macron met zijn kwart stemmen van nu straks dankzij het districtenstelsel wèl aan de meerderheid? Overigens zou het misschien voor zijn draagvlak helemaal niet zo’n ramp zijn, als hij die niet haalt, en gedwongen wordt met andere partijen samen te werken. Alleen haalt dat dan wel de vaart uit de door Brussel gewenste metamorfose van Frankrijk.

Hier komt inderdaad Europa in het spel, met zijn langdurig sterk eenzijdige marktgerichtheid de grote boeman van Le Pen en Mélenchon. Brussel zal Macron tegemoet moeten komen door in dat opzicht zélf te veranderen, wil de angst voor Europa en de onvrede in Frankrijk onder de globaliseringsverliezers, die nu massaal radicaal-links en radicaal-rechts hebben gestemd, niet verder stijgen.

Dat grote deel van het electoraat negeren zal over vijf jaar in een nog grotere zege van het Europavijandige kamp resulteren – Le Pen is na vandaag nog echt niet weg. Gelukkig lijkt men zich dat, gezien de reactie van de Europese Comimissie, ook in Brussel te realiseren: dat aan de vooral in het Latijnse deel van Europa (maar zeker niet alleen daar) bestaande angst voor de nadelige effecten van de vrije markt – baan- en inkomensonzekerheid voor veel loonafhankelijken en lagerbetaalden – tegemoet gekomen moet worden. Dat, kortom, de lang als collateral damage afgedane sociale schade van de globalisering drastisch moet worden beperkt, om een verdere groei van het Eurofobe kamp te voorkomen.

Alleen moeten we afwachten waartoe dat daadwerkelijk leidt. Het betekent namelijk dat het Germaanse deel van Europa moet inleveren op het terrein van de vrijhandelsorthodoxie, en er op Europees niveau meer ruimte moet komen voor een collectieve sociale politiek. Zo niet, dan verliest men het nu door Macrons kiezers voor Europa ‘geredde’ Frankrijk mogelijk alsnog een volgende keer.

Het is hier, dat de vanwege gevreesde precedentwerking door velen in Brussel betreurde Brexit juist wel eens de redding van Europa zou kunnen betekenen. Want op het gebied van de vrije goederenmarkt was speciaal Londen onvoorstelbaar orthodox – daar kon geen ander land aan tippen. Voor Londen is de Europese Unie namelijk eigenlijk alléén maar een markt. Van beperkingen van die vrijmarkt door Europese regels, als sociale rechten voor werknemers, moet men daar niets hebben. Wel: de Britten vertrekken binnenkort, daarover laat Theresa May geen enkele twijfel bestaan – Brexit means Brexit, en zoals het er nu naar uitziet, zou dat wel eens met slaande deuren gepaard kunnen gaan.

Dat schept perspectieven. De Britten kunnen dan – wat zij anders zeker zouden hebben gedaan – niet meer dwars gaan liggen, als de rest van Europa eindelijk tot het inzicht komt dat het niet alleen grote bedrijven maar ook gewone burgers concreet het nodige zal moeten bieden om hun steun te behouden. Geen economische concurrentie meer over de ruggen van werknemers heen, die nu voortdurend tot een sociale race to the bottom dreigt te leiden. En hetzelfde geldt voor oneigenlijke fiscale concurrentie, die als gevolg van teruglopende belastinginkomsten al snel in dezelfde sociale neergang resulteert: er is dan immers minder geld beschikbaar om de collectieve voorzieningen – waarop lagerbetaalden nu eenmaal altijd meer dan hogerbetaalden aangewezen zijn – op peil te houden.

Ook dat is iets, wat zonder de Britten, die de gouden kip van de Londense City heilig hebben verklaard, een stuk makkelijker zal gaan. In Brussel lijkt men ook eindelijk die kant uit te willen: een einde aan alles wat naar belastingparadijzen riekt. Dat werd hoog tijd – hoe moeilijk dat in het begin ook zal zijn voor Den Haag, dat daarvan eveneens een favoriet nationaal verdienmodel had gemaakt.

administrator_ebnZAL EEN BREXIT ONS DEFINITIEF VOOR EN FREXIT VRIJWAREN? – THOMAS VON DER DUNK COLUMN
read more

DE BRITTEN DOEN STUITEND LUCHTHARTIG OVER OORLOG

Keren de demonen uit het verleden terug? Amper heeft Theresa May in Brussel haar afscheidsbrief afgegeven, of er dreigt al hommeles rond Gibraltar te ontstaan. Ofschoon niet strikt noodzakelijk, omdat dat vanzelf sprak, had Spanje meteen vastgelegd weten te krijgen dat bij de toekomstige onderhandelingen over een handelsakkoord van Europese zijde ook expliciet aan deze omstreden rots aandacht zal worden besteed.

Prompt dreigde de voormalige leider van de regerende Britse Tory’s Michael Howard desnoods de marine naar Gibraltar op te zullen laten stomen om de Spaanse Armada te vernietigen, mocht Madrid het wagen één vinger daarnaar uit te steken. Spanje reageerde daarop met de aankondiging zich niet te zullen verzetten, wanneer straks een pro-Europees Schotland na afscheiding van Londen in Brussel voor zichzelf het lidmaatschap zou aanvragen. Tot nu toe was Madrid altijd – zie Kosovo – zeer terughoudend geweest met het erkennen van afscheidingen, omdat het immers zelf vanouds met Catalaanse en Baskische ambities op dit vlak kampt.

De rel maakt twee dingen duidelijk. Ten eerste hoe gevoelig ook na vele eeuwen – Gibraltar is al sinds 1713 Brits – nog steeds territoriale kwesties tussen de Europese lidstaten kunnen liggen. Het Brexit-sentiment versterkt dit, omdat dat juist op het idee – zij het vooral een nostalgisch idee-fixe – van een glorieus Groot-Brittannië buiten de EU is gebaseerd. Bij een Britania-rule-the-waves past natuurlijk niet dat dan meteen al bij de eerste politieke golfslag een aanlegsteiger met zulke grote symbolische waarde in die golven verdwijnt.

In elk geval: wie mocht menen, dat de Britten een flegmatiek nuchter volk zijn, zou zich deerlijk vergissen. Democratieën voeren geen oorlog, zo heet het ook – maar zelden heb ik een land zo hysterisch gezien als Groot-Brittannië tijdens de Falklandsoorlog in 1982, toen het behoud van zo’n andere symbolische verzameling rotsen op het spel stond. Howard heeft niet voor niets al naar Margaret Thatcher verwezen, en presenteert May nu als Iron Lady 2.0.

Nu vallen er uiteraard ook bij de Spaanse claim kanttekeningen te plaatsen: hier hebben wij evenzeer te maken met onverwerkt verleden. Het land beroept zich daarbij meer of minder expliciet op ‘natuurlijke’ grenzen, maar die bestaan in Europa natuurlijk nergens echt.

IJsland vormt het enige voorbeeld – het grondgebied van dit land eindigt inderdaad op een logische plek – want al bij Ierland is dat niet gelukt. Bovendien staat tegenover het geografisch gekunsteld Britse Gibraltar het geografisch niet minder gekunsteld Spaanse duo Ceuta en Melilla, die Marokko een doorn in het oog zijn – en dáárover heeft Madrid het weer liever niet. Met het lostrappen van de steen Gibraltar dreigt zo een Doos van Pandora open te gaan.

En dat is het tweede, dat deze rel duidelijk maakt: hoe belangrijk de Europese Unie is voor het pacificeren van in feite onoplosbare territoriale conflicten – vaak onoplosbaar omdat geografisch en etnisch logische grenzen zelden geheel sporen. Gibraltar was ooit natuurlijk Spaans, maar de bevolking voelt zich Brits, en bij de democratische EU-gedachte behoort ook zoiets als zelfbeschikkingsrecht.

Anderzijds: bij Zuid-Tirol heeft als uitkomst van de Eerste Wereldoorlog juist de geografisch logischer grens het van de etnische gewonnen. Daaraan hebben de Geallieerden uiteindelijk ook in 1945, toen de Zuid-Tirolers op basis van dat zelfbeschikkingsrecht om herziening van Saint-Germain vroegen, niet willen tornen. Wie beide grenzen coûte-que-coûte met elkaar wil doen samenvallen om voor altijd van het probleem af te zijn, komt al snel bij dwangmatige assimilatie of etnische zuivering uit. Mussolini heeft dat in dit geval ook beide geprobeerd.

Pas na Schengen kon – de nodige bomaanslagen later – de kwestie Zuid-Tirol definitief worden bijgelegd. Maar zodra Schengen in de gevarenzone belandt, en op de Brenner opnieuw douane-hekken verrijzen, is het probleem weer in volle omvang terug. Dat is nu vooral de grote angst in Noord-Ierland, waar de pacificatie evenmin zonder de alles overkoepelende Europese Unie was gelukt.

Het aantal Noordieren dat deel uitmaakt van één Ierland binnen Europa boven deel uitmaken van een Groot-Brittannië daarbuiten prefereert, stijgt gestaag. Dan zou de natte droom van Nigel Farage van een Greater Britain wel eens in een Little England kunnen eindigen, waarvan de vloot niet meer de oceanen, maar nog enkel het Lake District beheerst.

Het gemak waarmee in Tory-kring al over oorlog wordt gesproken, zodra men zijn zin niet krijgt, is verontrustend. Met die luchthartigheid verschillen de Britten duidelijk van de landen op het continent. Tegenover het Nie wieder Krieg van het in 1945 kapotgebombardeerde Duitsland en het in 1918 in een maanlandschap veranderde Noord-Frankrijk staat het Britse sentiment van de tv-serie Dad’s Army, die in de jaren zeventig ook als ‘Daar komen de schutters’ door de VARA werd uitgezonden: die Tweede Wereldoorlog, toen wij Britten een jaar lang moederziel alleen dapper tegen Hitler knokten, was toch eigenlijk best wel knus.

Bij de handdruk in 1984 van Kohl en Mitterand in Verdun ontbraken niet toevallig de Britten. In Huis Doorn, sinds enkele jaren het centrum voor de Eerste Wereldoorlog in Nederland, vond in 2013, aan de vooravond van de honderdjarige herdenking, een symposium plaats. Een van de sprekers was een Duits historicus die werkzaam was in Londen. Daar, zo vertelde hij, zie je boeken met titels als ‘Hunting Rommel’ – alsof het om een sportwedstrijd ging. Maar voor de Britten is het simpel: we stonden in 1914 en 1939 aan de goede kant, en hebben beide keren gewonnen. So, what’s the problem? Vraag dat de Duitsers en de Fransen.

administrator_ebnDE BRITTEN DOEN STUITEND LUCHTHARTIG OVER OORLOG
read more

JUNCKER DWINGT LIDSTATEN TERECHT EEN KEUZE TE MAKEN

De stormloop van het eurofobe populisme mag op 15 maart vooralsnog even afgeslagen zijn (ofschoon Wilders natuurlijk nooit een schijn van kans had om ook maar in de buurt van de meerderheid te komen), maar daarmee is de Europabrede onvrede die dit populisme voedt, nog lang niet voorbij. Zelfs als het in Frankrijk en Duitsland dit jaar electoraal goed afloopt, is er weinig reden om de vlag uit te steken – juist een zelfvoldaan achterover leunen, dat in het verleden in Brussel te vaak heeft plaats gehad, versterkt het risico op nieuwe electorale revoltes.

Los daarvan – ofschoon eigenlijk helemaal niet los daarvan – dreigen oude demonen weer de kop op te steken, zoals het nog steeds niet verholpen Griekse en Italiaanse probleem, dat de stabiliteit van de euro blijft bedreigen. Nog steeds valt niet uit te sluiten dat het behoud ervan (tenminste voor alle thans participerende landen) uiteindelijk onhaalbaar zal blijken, ongeacht alle Brusselse bezweringen van het tegendeel.

En tot de nieuwe demonen behoort na het aan ons eigen Goejanverwellesluis herinnerende Rotterdamse consulaat-incident – de koets van een ongewenst doortastende politica met geweld tegengehouden – de snel verslechterende relatie met een steeds autocratischer Turkije, dat sinds vorig jaar geacht wordt de zuidoostflank van Europa tegen politiek destabiliserende vluchtelingenstromen te bewaken. Om van Poetins vijfde colonne in de persoon van de Hongaarse president Orban, of de Poolse obstructie, die in openlijk verzet tegen een landgenoot als Europees voorzitter resulteerde, te zwijgen.

En dan is er, als potentiële brandbom onder de interne Europese harmonie, het fiscale en sociale beleid, dat ook met de Brexit samenhangt: het tweede – angst voor concurrentie op de arbeidsmarkt in de vorm van ongecontroleerde immigratie uit met name Oost-Europa – heeft een deel van het Britse electoraat vorig jaar tot een ‘nee’ tegen de EU verleidt, het eerste dreigt door May als wapen gehanteerd worden indien de Europese voorwaarden voor een harde Brexit door haar echt te hard worden bevonden.

Overigens zijn de Britten niet de enige boosdoeners. De Europese Commissie heeft – terecht – aangekondigd iets te willen doen aan belastingontduikersparadijzen en heeft daarbij ook Nederland in het vizier, dat tot nu toe tamelijk onwillig is gebleken om de desbetreffende praktijken op de Amsterdamse Zuidas aan te pakken waardoor Athene en andere hoofdsteden miljoenen aan legitieme belastinginkomsten mislopen. In Den Haag ligt in dit opzicht vooral de VVD dwars, en het valt niet te hopen, dat zij haar jongste overwinningsnederlaag als een aanmoediging opvat om dat te blijven doen. Een dergelijke houding is, gezien de kritiek op de gebrekkig functionerende Griekse fiscus, niet alleen hypocriet, maar ondermijnt ook de interne Europese solidariteit.

In dat licht – en in het licht van een pan-Europese verlatingsangst nu Trumps Amerika andere mondiale prioriteiten (namelijk vooral zichzelf) blijkt te hebben – moet Brussel natuurlijk wat. Vandaar dat Juncker de altijd tegenstribbelende regeringsleiders een dwingend keuzemenu voorlegt. En het moet gezegd: dat werd tijd. Te lang heeft hij om de hete brei heengedraaid en niet gedurfd om de lidstaten voor het blok te zetten: wat voor Europa willen zij eigenlijk, nu het officiële oude doel van de ever closer union als te grote graat in de electorale keel verlaten is.

Vijf opties legt Juncker de nationale hoofdsteden voor. De eerste is doormodderen – iets waar vast geen regeringsleider openlijk voor durft te kiezen, maar wat velen wel in de praktijk snel zullen prefereren, omdat het hen van de moeizame plicht tot vooruitzien en dus écht kiezen ontslaat. Met doormodderen komen ook Europese politici, net als nationale, immers een heel eind. Zij zijn daarmee ook gekomen waar zij nu zijn: Europa bestaat nog, de Euro eveneens, de Derde Wereldoorlog is nog niet uitgebroken, de vluchtelingen uit Afrika en de Arabische wereld hebben ons nog niet onder de voet gelopen, en Wilders wordt geen premier, dus waar hebben we het over? En vooral: wat is het alternatief?

Als alternatief ziet Juncker drie mogelijkheden – volledige integratie (zijn vijfde) mag gezien de algemene stemming in vrijwel elk land een illusie worden geacht. De eerste: Europa weer reduceren tot de interne markt die het in EEG-tijden was. Alleen hadden de Britten dan niet hoeven te vertrekken, want dat willen die ook. Klein bezwaar: als de grenzen voor goederen open zijn, houden zich ook andere stromen niet aan grenzen. De tweede optie: een kopgroep, die er met de Euro natuurlijk al is – alleen maken daarvan ook (of: juist) landen uit die eigenlijk niet aan de normen voldeden en voldoen, maar men niet had durven weigeren.

De derde optie: vergaande samenwerking op een specifiek aantal terreinen. In feite is dat, door de nood afgedwongen, vaak ook al stilzwijgend het geval, maar dit formaliseren ligt al snel gevoelig. Roept U maar: één asylbeleid – dus ook met opnamequota per land? Eén leger – dus met Nederlanders die op Brussels in plaats van Haags bevel gaan schieten? Bijkomend probleem: het ene werkterrein overlapt in zijn gevolgen vaak het ander. Dat geldt eigenlijk ook al voor een reductie tot de gemeenschappelijke vrije markt: economische concurrentie leidt bij grote intern-Europese welvaartsverschillen al snel tot een sociale race to the bottom – precies de reden waarom veel lagerbetaalden zich massaal van de EU hebben afgekeerd.

Toch moet er inderdaad gekozen worden, en daarbij is een zekere mix tussen kopgroep en deel-samenwerking onvermijdelijk. Dat zal op protesten van de achterblijvers stuiten, die tegelijk echter zèlf weigeren aan zo’n kopgroep mee te doen (en evenmin een totale unie willen). Hier moet men helder durven zijn: onwilligen mogen anderen die dat wèl willen niet beletten verder te gaan.

administrator_ebnJUNCKER DWINGT LIDSTATEN TERECHT EEN KEUZE TE MAKEN
read more

Koop Waalse waar, dan helpen wij elkaar – Thomas von der Dunk

Kiezen ze in Wallonië nu opnieuw voor de rol van buitenbeentje binnen België en Europa op het terrein van de economische politiek? Afgelopen najaar lag de Waalse regering al op het laatste moment dwars bij de ondertekening van het CETA, die daardoor de nodige vertraging opliep. Daarvoor beschikte zij overigens over aanmerkelijk betere argumenten dan de toonaangevende politieke goegemeente in vrijhandelsland Nederland toen wilde weten, voor wie protectionisme ongeveer het ergste woord is dat er bestaat – na ‘politieke correctheid’ dan.

Wel: politiek incorrect waren de Walen zeker, maar zij spraken toen wel namens veel meer Europese burgers dan het bescheiden formaat – de kleinere helft van één van de achtentwintig EU-leden – van hun territorium suggereert. Dat een halve lidstaat een internationaal handelsbedrag kon blokkeren, of tenminste een tijdje ophouden, kon er bij velen niet in. Maar dat heet: rechten voor minderheden.

Maar de angst die de Waalse regering met haar verzet vertegenwoordigde, namelijk dat opnieuw – dankzij een apart ‘onafhankelijk’ arbitragehof waar ondemocratische multinationals democratisch gekozen regeringen met een kans op miljoenenboetes voor de rechter kunnen slepen als nieuw overheidsbeleid hen niet bevalt, d.w.z. hun winstperspectieven vermindert – de belangen van de grote bedrijven het zouden winnen van die van de gewone burgers, was terecht. Om één voorbeeld te geven: toen de Duitse regering na Fukushima besloot om de kerncentrales te sluiten, kreeg zij meteen een proces van de Zweedse energiegigant Vattenfall aan haar broek, omdat de aandelenkoersen nu dreigden in te zakken.

Multinationals zijn in de totale vrijhandelswereld van dit moment, waar als gevolg van de neoliberale heilsleer elk overheidsbeleid het risico loopt als ‘verstoring van de markt’ op een veto te stuiten, als souvereine staten gaan opereren. Tussen de Europese landen is een fiscale race to the bottom gaande, en daarmee, als gevolg van verminderde belastingopbrengsten, ook een sociale. In de machteloosheid van de staten om dit te veranderen, en de daaraan gekoppelde fiscale vrijhavens voor multinationals en miljardairs waarin dat resulteert (May heeft er ingeval zij bij een moeizame Brexit niet voldoende haar zin krijgt ook mee gedreigd), dient men een van de hoofdoorzaken van de populistische storm die nu over Europa trekt te zoeken.

Het nieuwe protectionisme vormt een verklaarbare reactie op de unilaterale creatie van belastingparadijzen voor de happy few.

Er valt zeer veel aan te merken op Donald Trump – zijn heksenjacht op journalisten en rechters, in combinatie met een loshartige omgang met de feiten, brengt de scheiding der machten in gevaar, om van zijn riskante schofferen van Europa en dito hoveren van Rusland te zwijgen – maar over het feit dat het TTIP van de baan is, hoeven we juist om die reden niet erg rouwig te zijn. Laat men deze afgang benutten om in de toekomst met iets evenwichtigers te komen.

Zeker: voor de consument is een vrijhandelsverdrag erg prettig – net vanmiddag bleek ik nog als particulier forse invoerrechten te moeten betalen voor een speciaal stel nieuwe western-laarzen uit de VS, die binnen twee dagen de oceaan over waren, maar vervolgens op twee weken oponthoud bij de douane stuitten; dat was niet bij de bestelprijs en leverantievoorwaarden inbegrepen. Maar weegt dat toch relatief eenmalige financiële ongemak (tenzij iemand zijn hele garderobe buiten Europa bestelt) op tegen de nadelen van één wereldwijde markt, waar het gaat om de consequenties voor de overheidsinkomsten en de salarissen van werknemers die anders mogelijk vanuit lagelonenlanden worden weggeconcurreerd?

Denk aan de kwestie van Poolse vrachtwagenchauffeurs, die bereid zijn voor een habbekrats ook de Nederlandse weg op te gaan en via allerlei schijnconstructies zogenaamd voor een Pools bedrijf, maar de facto voor een Nederlands werkzaam zijn. Lodewijk Asscher probeert daar nu iets aan te doen, maar stuit in Brussel op forse tegenstand van Oosteuropese landen. Dat maakt de roep om de terugkeer van economische grenzen en dus om vormen van protectionisme bij een deel van het Nederlandse electoraat verklaren. Het is het volstrekt logische antwoord van de verliezers van de globalisering.

Om nu bij de Walen terug te keren: De Volkskrant berichtte 9 februari over een politiek initiatief tot ‘nationalistisch consumeren’ bij onze Franstalige zuiderburen (ja, Nederland grenst nabij Maastricht en nabij Vaals tweemaal – gescheiden door de Vlaamse Voerstreek – over een paar kilometer lengte aan Wallonië) om de regionale economie te stimuleren, wat op voedselgebied overigens geen onverdeeld genoegen bleek: de geïnterviewde politica Isabelle Stommen bleek na drie maanden de pasta te misen en op alsmaar aardappels eten uitgekeken te zijn. “Alleen Waalse waar valt in praktijk toch wat tegen”, aldus de kop boven het stuk. De Waalse regering wil die bevordering van regionale producten met haar Trumpiaanse motto “acheter Wallon” zich voortaan ook tot industriële producten laten uitstrekken.

Europa is gebaseerd op het idee van één goederenmarkt, die regionaal protectionisme overstijgt. Het vaart daar ook over het algemeen wel bij; als elk land zo zou handelen als Wallonië, dan zit iedereen elkaar in de weg en schiet dat niet op. Maar zonder nu zulk protectionisme te willen bepleiten: er zit natuurlijk wel één belangrijk onzinnig, verspillend aspect aan die grenzeloze markt. Dat is het nodeloze heen en weer gesleep met goederen en dieren dwars door Europa, omdat de vervoerskosten kennelijk relatief te laag zijn. Aan de transportsector kleeft zo, afgezien nog van het dierenwelzijn, ook een extra belasting voor het milieu en aanslag op de energievoorraad. Dat zou reden moeten zijn om het ‘koopt Waalse waar, dan helpen wij elkaar’ niet al te categorisch van de hand te wijzen, waar het ‘koopt verre waar’ immers ook evidente nadelen heeft.

administrator_ebnKoop Waalse waar, dan helpen wij elkaar – Thomas von der Dunk
read more

Thomas von der Dunk – Vindt de Brexit nog voor Sint-Juttemis plaats?

Die Brexit: zou het daar nog ooit van komen? De Britse kiezers, die afgelopen juni vóór stemden en door Farage en Johnson voor ogen was getoverd dat dit snel geregeld zou zijn, zullen zich vast bedrogen voelen. De jaartallen die nu voor de feitelijke uittreding circuleren, komen steeds verder weg te liggen, lang na 2020. Er is inmiddels meer dan een halfjaar verstreken, en in Brussel nog niet eens daartoe een officiële aanvraag door de Britse regering ingediend. Westminster maakt geenszins haast.

Theresa May mag keer op keer verklaren dat ‘Brexit’ ‘Brexit’ betekent, maar waar zij er zelf nooit een voorstander van was, zal het trage opereren van haar regering door veel Brexiteers met wantrouwen worden bezien. Want wat betekent Brexit in de praktijk?

Zit hier niet een addertje onder het gras, waarvan de tegenstanders van een Brexit listig gebruik zullen trachten te maken, door wel in naam, maar niet in feite Groot-Brittannië van de Europese Unie los te koppelen. Komt er een soort bijsluiter die meer belooft dan waarmaakt, zoals door Rutte het Oekraïne-nee uiteindelijk met veel fraaie formules in een Oekraïne-ja is omgebogen? Voor May is dat het vinden van de kwadratuur van de cirkel, omdat er door de Brexiteers onterechte verwachtingen zijn gewekt.

Veel van hen deden het voorkomen, alsof men met een Brexit wel de lusten van het EU-lidmaatschap – toegang tot de vrije markt – kon behouden zonder de lasten ervan – het vrije verkeer van personen en een bijdrage aan de Brusselse kas – te hoeven dragen. Maar wij zullen geen ‘cherry-picking’ toestaan, zo prikte Angela Merkel al meteen alle illusies daaromtrent door.

Klein extra psychologisch probleem: alles wat naar een softe Brexit zweemt, zal door de Brexiteers als verraad aan de Wil van het Volk – althans van de 51% van de kiezers die opkwamen – worden uitgelegd. Alleen het woord al doet de haviken onder de Tories steigeren. Toch een beetje in Brussel blijven meedoen? Maar een harde Brexit isoleert de Britten economisch toch wel erg van het continent. Ook al zijn de door de anti-Brexiteers voorspelde rampen – net als bij de zege van Trump – uitgebleven (grote woorden gebruikten beide kampen), dat dit niet bevorderlijk is voor de Britse export is evident.

Politiek gezien kan May alleen maar met een harde Brexit thuiskomen – een overtuigde Brexiteer zou, paradoxaal genoeg, in dat opzicht juist minder de handen gebonden zijn, omdat van zoiemand eerder wordt geloofd dat die teveel kosten zou en een softe Brexit verstandiger is. Het verklaart mede, waarom May de handen vrij wil hebben, en vreest voor de ‘matigende’ invloed van het parlement, waarin de Brexiteers immers maar in de minderheid zijn.

En daar, met dat buitensluiten van het parlement teneinde een politiek onverkoopbare softe Brexit uit te sluiten, beginnen nu de problemen, al in juridische zin. Want hoe verstandig het ook uit onderhandelingstechnisch oogpunt ook mag zijn, om de eigen inzet en gewenste uitkomst plus te benutten methodes om die te bereiken niet publiekelijk te bediscussiëren – Brussel luistert mee -, in zo’n essentiële kwestie spreekt de volksvertegenwoordiging wel een woordje mee.

Het recht daarop is intussen, omdat een aantal tegenstanders meteen vanwege Mays eigenmachtige optreden een proces was begonnen, inmiddels ook al door het gerechtshof bekrachtigd. En daarnaast zet ook het feit dat de Schotten en Noord-Ieren in meerderheid vóór blijven in de EU gestemd hadden, een zware druk op May: zij moet ook met een voor hen bevredigend resultaat thuiskomen, d.w.z. zo min mogelijk Brexit, en dat staat haaks op de insteek van de Engelse kiezersmeerderheid. Zo niet, dan dreigen de Schotten met afscheiding.

Van Brussel heeft May weinig hulp te verwachten, zowel om psychologische als om strategische redenen. De leidende politici in Brussel zijn beledigd over de uitkomst van een onnodig referendum, en nemen het Cameron zeer kwalijk dat die zijn partijpolitieke belangen boven (inter)nationale stelde. Precies zoals men het daar Rutte kwalijk nam, dat hij bij het Oekraïnereferendum was weggedoken. Verschil: Rutte kreeg zijn gewenste bijsluiter, omdat Nederland binnen de EU nu eenmaal een veto heeft. May kan het in dat opzicht schudden: wie straks weg is, wordt nu al niet meer gezien, in de wetenschap dat de Britten economisch veel afhankelijk zijn van Europa, dan Europa is van hen.

Ook om strategische redenen zet Brussel op een harde Brexit in, zoals ook de benoeming van haar hoofdonderhandelaar aangeeft: Michel Barnier geldt als een fervent beteugelaar van de financiële sector. Zijn komst werd aan de overzijde van het Kanaal met afgrijzen begroet. Voor Brussel staat nu het behoud van de EU van 27 voorop, de Britse belangen zijn daaraan ondergeschikt. En behoud van de EU van 27 betekent dat, met Frexit- en Nexit-voorstanders Le Pen en Wilders hoog in de peilingen, duidelijk moet zijn dat men niet straffeloos uit de EU kan breken.

Daar komt tenslotte nog een inhoudelijk punt bij: de uiteenlopende opvattingen over wat de EU moet zijn – een politieke gemeenschap of een vrijhandelsmarkt. De Britten zien de EU als dat laatste, en willen, Brexit of niet, de toegang tot die markt behouden en, door als neoliberaal belastingparadijs te blijven fungeren, hun eigen economie bevoordelen. Maar zeker voor Parijs, met een heel andere economische invalshoek, is het onacceptabel als er zo voor de Franse kust een soort piratenstaat ontstaat, die door oneigenlijke concurrentie via een vrije geldmarkt de andere landen tot een verdere fiscale race to the bottom dwingt. Van Barniers harde opstelling kan zij op aan.

– Thomas von der Dunk, 11 januari 2017

administrator_ebnThomas von der Dunk – Vindt de Brexit nog voor Sint-Juttemis plaats?
read more

Thomas vond der Dunk – Het Ja-Kamp heeft zelf de weg voor het ‘Nee’ geplaveid

Er bestaat amper iets gênanters dan politici die staan te juichen bij hun eigen nederlaag. Wat dat betreft was ‘2016’ toch weer een slappe herhaling van ‘2005’, toen, bij het vorige referendum over Europa, de voorstanders van de Grondwet met nagenoeg hetzelfde percentage onderuit gingen, als nu de voorstanders van het associatieverdrag met Oekraïne. Belangrijkste verschil: toen een behoorlijk hoge opkomst, nu amper de helft daarvan.

Een van de hoofdmotieven voor de nee-stemmers vormde hun angst dat het associatieverdrag een opstapje zou vormen voor een lidmaatschap. Ofschoon het verdrag daar nergens van rept, is die angst tegelijk niet geheel onbegrijpelijk, omdat het verdrag het ook niet nadrukkelijk uitsluit: de Polen, Balten, Zweden en Britten waren tegen zo’n clausule, want die zijn juist zeer geporteerd voor een dergelijk toekomstperspectief.

En ook Oekraïne zelf heeft bij het bereiken van een positieve uitslag niet echt meegeholpen. Niet alleen, omdat een van de Europese Hoffnungsträger voor de grondige aanpak van de notoire corruptie in dat land, minister Abromavicius van Economische Zaken, er even eerder het bijltje bij had neergegooid, aangezien hij zijn taak kennelijk als hopeloos beschouwde. En niet alleen, omdat vlak voor Referendumdag naast de naam van Poetin ook die van Porosjenko in de Panama Papers opdook, wat het beeld van een zelfzuchtige Oekraïense oligarchenelite bij de eurosceptische kiezer alleen maar versterkte.

Ook droeg Porosjenko namelijk op een andere wijze zelf munitie aan voor het nee-kamp. En wel, door tegenover zijn eigen volk het associatieverdrag stelselmatig als een eerste stap op weg naar het EU-lidmaatschap te presenteren. En het is natuurlijk ook inderdaad niet – dat was desinformatie van de voorstanders – een ‘gewoon’ handelsverdrag, vergelijkbaar met dat met pakweg Chili. Het is aanmerkelijk dikker, en dient duidelijk, mede vanwege een militaire paragraaf, geostrategische doelen: Oekraïne in het westerse kamp krijgen.

Voor dat laatste valt heel wat te zeggen – voor mij was het juist de hoofdreden om toch ‘ja’ aan te kruisen, in de SP-kritiek op het neoliberale economische karakter kan ik best een stuk meegaan – maar dan moet het kabinet daar ook open voor uit durven komen, en zich niet angstvallig tot een handelsbabbeltje beperken.

Zeker, van enige concrete voorbereiding van een EU-lidmaatschap is met dit handelsaccoord geen sprake; wel is het zo, dat mocht Oekraïne ooit – over vele decennia – inderdaad toch EU-lid worden, dit accoord achteraf natuurlijk als een eerste stapje in die richting beschouwd zal worden. Maar zo’n uitkomst staat op zich geenszins vast. Anders gezegd: zo’n accoord is misschien een noodzakelijke voorwaarde voor een lidmaatschap, maar een lidmaatschap niet het noodzakelijke resultaat van zo’n accoord.

Dat Porosjenko tegenover zijn kiezers een ander verhaal houdt en wel die directe relatie legt, is om zijn eigen binnenlandse positie te verstevigen en om al diegenen in eigen land die – uit scepsis inzake de Europese wil om Oekraïne te helpen – gevoelig zijn voor de Russische lokroep, te tonen dat zijn op Europa gerichte koers niet zinloos is, maar daarentegen juist loont. Toch verbaast het dat vanuit Den Haag niemand gepoogd heeft (of erin geslaagd is?) hem duidelijk te maken dat het met het oog op een door hem gewenst ‘ja’ verstandig zou zijn even zijn mond te houden. Nu bleek hij de beste bondgenoot van Thierry Baudet.

Daarbij komt dat zowel de Europese als de Nederlandse politiek de afgelopen jaren de kiezer toch wel enige reden heeft gegeven om mooie verzekeringen – ‘zo’n vaart loopt het niet’ – met het nodige wantrouwen te bejegenen. Denk alleen aan de schier eindeloze reeks holle beloftes – van ‘geen cent meer naar de Grieken’ en ‘het aantal asylzoekers gaat naar nul’ tot ‘een proefverlof voor Volkert van der G. maak ik niet mee’ – waarmee een Rutte het overlopen van zijn kiezers naar Wilders heeft trachten te voorkomen. Ongeloofwaardige beloftes uit doorzichtige electorale motieven: dat keert zich tenslotte altijd tegen je.

Ook ‘Brussel’ staat – als gevolg van allerlei abrupte koerswijzigingen – in de ogen van veel kiezers niet bepaald als betrouwbaar bekend. Frankrijk blijft ongestraft de drieprocentsnorm schenden – en hoe staat het er écht voor met dat hervormingsprogramma in Griekenland? Of dat ‘No bailout’: wat is er van die rotsvaste verzekering terecht gekomen? Dat dat uitgangspunt toch steeds weer losgelaten wordt, is niet onbegrijpelijk – maar dat dan door de kiezer aan zulke rotsvaste verzekeringen geen waarde wordt gehecht, is dat vervolgens evenmin.

Dat geldt dus in zijn ogen eveneens voor die andere spijkerharde Brusselse garantie: nee, dit associatieverdrag zal nooit, never dienen als een opmaat tot een lidmaatschap, want – zo, het hoofdargument – Oekraïne zal nog in geen decennia aan de toetredingsvoorwaarden voldoen. Dat laatste is zo – maar hoe hard zijn straks die voorwaarden, als er plots heel andere factoren in het spel komen die dan in het besluitvormingsproces zwaarder gaan wegen?

In dat opzicht zullen velen de omgang met Turkije als een veeg teken beschouwen. Jarenlang werd door Europa met reden de boot afgehouden – met Erdogan wordt Turkije steeds autocratischer – maar onder druk bleek afgelopen maanden plots alles vloeibaar te worden.

Ofschoon Ankara vandaag aan de Kopenhagencriteria minder voldoet dan ooit, heeft de vluchtelingencrisis ervoor gezorgd dat alle bezwaren tegen toetredings­onderhandelingen ijlings zijn ingeslikt. Ofschoon ik zelf niet denk dat die nu tot veel zullen leiden, is het niet vreemd dat de doorsneekiezer dan verzekeringen over eeuwig-harde toetredingseisen voor Oekraïne eenvoudigweg niet gelooft.

administrator_ebnThomas vond der Dunk – Het Ja-Kamp heeft zelf de weg voor het ‘Nee’ geplaveid
read more

Thomas von der Dunk – Schengen essentieel voor binnenlandse vrede

Eén van de grootste angsten van Brussel sinds het uitbreken van de vluchtelingencrisis is dat daardoor ‘Schengen’ zal bezwijken. De in Hongarije begonnen egocentrische aanpak waarbij men door het bouwen van hoge hekken het probleem naar de buren doorschuift, heeft intussen een kettingreactie van grenssluitingen tot gevolg gehad.

Die heten weliswaar conform de EU-norm tijdelijk te zijn, maar dreigen wel een permanenter karakter te krijgen dan velen nu nog durven aan te nemen. Zeker als het accoord met Turkije minder goed dan verhoopt blijkt te werken en de daaraan gerelateerde onderlinge afspraken tussen de Europese lidstaten aangaande verdelingsquota in de praktijk evenmin nagekomen worden als bij alle vorige accoorden het geval is geweest.

In Den Haag wordt sterk het belang van het overeindhouden van ‘Schengen’ benadrukt, maar wat daarbij opvalt is de zeer eenzijdige economische argumentatie, die ook op andere Europese beleidsterreinen voor de Nederlandse invalshoek kenmerkend is. Denk aan het associatie-accoord met Oekraïne, waarbij het aanstaande referendum voor het ja-kamp opnieuw – net als dat van 2005 – op een debakel dreigt uit te lopen.

Voorzover het Nederlandse kabinet überhaupt van zich laat horen, gaat het vrijwel uitsluitend over de handelsvoordelen die daaruit voor Nederland voortvloeien. Over de geostrategische consequenties van een ‘nee’ in relatie met een assertief-agressief opererend Rusland, of uit eigen Europese waarden voortvloeiende morele verplichtingen om Oekraïne bij de – vanwege de epidemische corruptie zeker zeer moeizame – opbouw van democratie en rechtstaat te helpen geen woord. Opnieuw blijkt hier in de praktijk de zogeheten Uri Rosenthal-doctrine in Den Haag dominant: we zijn vooral lid van de EU om makkelijker onze aardappelen en watertomaten te kunnen verkopen.

Die Uri Rosenthal-doctrine domineert ook de Nederlandse bijdrage aan de strijd voor het behoud van ‘Schengen’. Het gaat steeds om de praktische economische voordelen daarvan: het profijt van open grenzen voor de handel- en transportsector, het gemak voor Nederlandse transnationale forenzen die, al dan niet uit fiscale motivatie, een aardig optrekje in Bad Bentheim of Brasschaat hebben aangeschaft, maar hun arbeidsplichten aan deze zijde van de vaderlandse slotgracht bij Zundert en Zevenaar blijven vervullen.

Dat is, om de fameuze leus van het Nederlandse kabinet bij het vorige referendumdebakel te citeren, allemaal vast ‘best belangrijk’, maar tegelijk relatief oninteressant. Het belangrijkste blijft namelijk buiten beschouwing: de bijdrage van open grenzen aan de interne vrede van een aantal lidstaten, en daarmee aan de interne stabiliteit van Europa als totaal.

Dat dit in Nederland buiten beschouwing blijft, is geen toeval. Het is vanouds onze blinde vlek. Nederland is namelijk zelf heel gelukkig met z’n eigen grenzen. Het kent geen separatisme en geen irredentisme van betekenis. Een serieuze Friese afscheidingsbeweging bestaat niet en de Groot-Dietse beweging, die Vlaanderen bij Nederland wil voegen is zo goed als dood.

Nederland, kortom, kent geen minderheden die hun Heimat het liefst naar een andere staat zouden overhevelen, of er – al dan niet van Moresnet-formaat – een geheel eigen staatje van zouden willen maken. Dat is elders in Europa wel anders, en in veel gevallen heeft de onvrede van regionale minderheden met de natiestaat waartoe zij als gevolg van allerlei oorlogen zijn komen te behoren, in de afgelopen eeuwen vervolgens tot nieuwe oorlogen en geweldsuitbarstingen geleid.

In Nederland ziet men de Europese opgave in politieke zin vooral als een duale verhouding tussen de unie en de lidstaten, maar de kern is het vinden van de juiste balans in de driehoeksverhouding tussen Europa als geheel, de natiestaten en de regio’s met hun nationale minderheden daarbinnen: de Catalanen zijn mede zo pro-Europees omdat zij zo ook onder Madrid hopen uit te kunnen komen.

De externe doorlaatbaarheid van de staatsgrenzen (dankzij Schengen) is daarvoor vaak even essentieel als de interne decentralisatie van de natiestaten (iets waarmee Nederland, sinds 1795 een uitgesproken eenheidsstaat, ook al niet meer vertrouwd is). Dat zet namelijk de officiële hoofdstad, waarmee men weinig verwantschap voelt, op afstand, en haalt de buren aan gene zijde van de staatsgrens, met wie men zich juist wèl zeer verwant voelt, dichterbij.

Niet toevallig kwam een paar weken geleden in Nieuwsuur de burgemeester van Brenner aan bod: een Duitstalige gemeente in Italië, direct aan gene zijde van de Brennerpas, die sinds 1919 de Oostenrijks-Italiaanse grens vormt. Zuid-Tirol moest toen, tegen de wil van de bevolking, door Wenen aan Rome worden afgestaan.

De onvrede met de straffe assimilatiepolitiek, die vervolgens door Mussolini, maar ook nog na 1945 door Rome werd bedreven, heeft begin jaren zestig zelfs tot ettelijke terroristische aanslagen geleid. Pas de interne decentralisatie van Italië in combinatie met het uit ‘Schengen’ en het Oostenrijkse EU-lidmaatschap voortvloeiende wegvallen van de grenscontroles heeft de gemoederen doen bedaren. In 1992 kon het conflict officieel worden bijgelegd.

Als Rome als gevolg van vergaande autonomie bestuurlijk ver weg is, en niets een gang naar Innsbruck voor studie, inkopen of Schützenfest meer in de weg staat, valt voor veruit de meeste Zuid-Tirolers wel met het eigen Italiaanse staatsburgerschap te leven. Gaan de grenzen echter weer dicht, dan kan dat weer anders worden – en daarmee staat met Schengen meer dan de winstgevendheid van de eigen aardappelhandel waaraan Den Haag zo geweldig hecht op het spel.

 

administrator_ebnThomas von der Dunk – Schengen essentieel voor binnenlandse vrede
read more

Herdenkingstoespraak voor dr. E.P. (‘Mom’) Wellenstein – door Laurens Jan Brinkhorst

Op vrijdag 4 maart is in een afgeladen Kloosterkerk in Den Haag ons beminde erelid dr. E.P. (Mom) Wellenstein herdacht. Namens allen die Europa een warm hart toedragen sprak oud-minister en persoonlijke vriend van Mom Wellenstein, Laurens-Jan Brinkhorst.

Het EBN bestuur en de Vereniging sluiten zich graag aan bij de woorden van grote genegenheid en waardering.

Hieronder volgt de rede van dhr. Brinkhorst:

“Met Mom Wellenstein is niet alleen een groot Europeaan, maar ook een bijzonder mens heengegaan. Op de vensterbank in zijn flat, recht tegenover de plaats waar hij de laatste tijd zat, stond een foto van de jonge Mom als ongeveer 8-jarige tussen zijn vader en zijn moeder. Met schrandere ogen kijkt hij je ietwat ondeugend en uitdagend aan. In dat portretje heb ik altijd de oorsprong gezien van de soevereine, onafhankelijk opererende man, die zoveel denkkracht uitstraalde.

Weinigen van zijn generatie hebben zo lang een scherpe, onderzoekende geest gehouden en zijn zo lang actief betrokken gebleven bij de wereld om hen heen. Met zijn grote ervaring sprak hij met gezag over een waaier van onderwerpen. Hij was een vraagbaak voor velen, een leermeester in letterlijke zin, maar hij kon ook goed luisteren en had steeds oog voor de mening van anderen. Drie jaar geleden zette hij op zijn onvermijdelijke ouderwetse tikmachine nog zijn zorgen op schrift over de zich voortslepende eurocrisis.  Wij hebben geen angst, maar sterker leiderschap nodig om de toekomst vorm te geven, was zijn aanhoudend devies.

Nog geen zes maanden geleden bezocht Jeroen Dijsselbloem hem om hem over zijn levenslijn te bevragen. Kort daarna deed hij van dit bezoek verslag in de plenaire vergadering van de Tweede Kamer bij de aanbieding van zijn begroting op Prinsjesdag. Hij sprak over de betrokkenheid van Mom bij de verwezenlijking van het revolutionaire idee van samenwerking tussen landen die kort daarvoor nog in oorlog waren geweest en waarbij miljoenen mensenlevens waren verloren. Hij zei concluderend: “Op dat moment besefte ik dat ik tegenover een ontdekkingsreiziger zat. Het leven en werk van Wellenstein laat zien dat je ook op een eeuwenoud continent een nieuwe landkaart kunt uittekenen”.

Mom was inderdaad een ontdekkingsreiziger, maar bovenal behoorde hij tot de scheppers, die de nieuwe landkaart van Europa, die nu de Europese Unie is geworden, hebben ingekleurd en vorm gegeven. Zijn ervaringen als jong volwassene in het verzet en zijn gevangenschap in Scheveningen en het strafkamp Amersfoort, hebben op hem het effect van een pressurecooker gehad. Zelf heeft hij, levend in een onmenselijke situatie  in het contact met medegevangenen, toch zijn menselijke waardigheid weten te behouden. Hij heeft toen ook, door de omstandigheden versneld, zijn grote mensenkennis opgedaan, echt van onecht leren onderscheiden, wie kun je vertrouwen en wie verkoopt alleen praatjes, wie is een bedreiging en wie een mogelijke steun? In de hele oorlog ging het letterlijk steeds om leven en dood. Een beoordelingsfout kon meteen het einde betekenen. Tijdens het verzet heette hij zelf André en hij leerde zijn latere vrouw Inga eerst kennen als Paula. Dr. Max was Mejuffrouw Tellegen, zijn latere bazin als directeur van het Kabinet van de Koningin. Niets  was dus zoals het leek.

Hij is in die tijd niet cynisch of verbitterd geworden zoals vele anderen. Integendeel. Zijn oorlogservaringen maakten hem wel onverzettelijker in zijn morele oordelen. Hij wilde pas naar Spanje na de dood van Franco. Uniek is dat hij zijn verworven inzichten een positieve richting heeft gegeven. Het heeft zijn strijdbaarheid voor waarin hij geloofde versterkt: de perversie en verschrikkingen van het nationalisme waardoor Europese landen elkaar verscheurd hadden, waren geen eindpunt, maar konden het begin zijn van een nieuwe Europese samenleving.  Mitterrand zei vlak voor zijn overlijden: le nationalisme, c’est la guerre! Mom beaamde dat, maar het zijn lessen die wij in onze tijd lijken te hebben vergeten.

Mom geloofde in de opbouw van een nieuw Europa, maar zijn geloof had niets naïefs of zweverigs. Niet alleen had hij daarvoor teveel meegemaakt. Hij was bovenal een praktisch mens. Zijn grote betekenis is altijd geweest , het omzetten van idealen in de praktijk. Hij koos weliswaar na de oorlog voor een leven van maatschappelijke betrokkenheid, zijn eerdere roeping voor technische natuurkunde had hem geleerd altijd op haast ambachtelijke wijze te werk te gaan. Ook Europa moest steen voor steen worden opgebouwd, anders zou het bouwwerk nooit soliede worden. Dat was geen werk voor politici, maar voor ambachtslieden.

Daarom heeft  hij zelf ook nooit een politieke functie geambieerd. Men zei wel eens dat hij de beste minister van Buitenlandse Zaken was die Nederland nooit heeft gehad. Toen ik hem dat voorhield, zei hij met zijn zo typerende glimlach, dat hij invloed in continuïteit in het openbaar bestuur belangrijker vond en dat hij daarin altijd zijn rol had gezien. Hij voelde zich bovenal een “commis d’Etat”.

Toen hij in 2009 uit handen van de voormalige Luxemburgse Minister President Jacques Santer de Médaille d’Or du Mérite Européen ontving, zei hij het plan Schuman van 1950 als een “tweede bevrijding” te hebben ervaren. ”Letterlijk! Daar moest ik bij zijn!”, zei hij.

Zo ging hij al in 1953 met Jean Monnet, de eerste voorzitter van de Hoge Autoriteit naar Washington DC. Voor de wederopbouw van de Europese kolen- en staalindustrie was geld nodig en dat was er in Europa niet. Hij haalde toen de eerste kolen- en staallening op van $100 miljoen, voor die tijd een geweldig bedrag. Hij had gezien dat de Amerikanen voor het Europese project concrete steun wilden geven. Als goed onderhandelaar heeft hij daar toen meteen een prijskaartje aangehangen.

Na zijn functie als secretaris-generaal van de Hoge Autoriteit. sloeg  hij voor de toenmalige EEG als DG Buitenlandse Handel en daarna als DG Buitenlandse Betrekkingen de eerste piketpalen voor het optreden van de Gemeenschap in de wereld. Bij de toetreding van het Verenigd Koninkrijk tot de Europese Gemeenschap speelde hij als hoofdonderhandelaar een essentiële rol. Het is de ironie van de geschiedenis dat wij bijeen zijn bij het afscheid van Mom, op een moment dat met Brexit wellicht het V.K. uit de EU zal treden en de Unie zelf in zijn voegen kraakt. Wij missen in Europa op dit moment node de daadkracht, de inzichten en bovenal de wijsheid van onze geliefde Mom Wellenstein.

Tijdens het hoogtepunt van de Koude oorlog, heeft Mom met zijn Britse Commissaris Soames, schoonzoon van Winston Churchill, ook de eerste bouwstenen gelegd voor de Europese betrekkingen met de voormalige Sovjet Unie, voorzitter van de Comecon, met het neutrale Joegoslavië– gelegen in de schemerzone tussen NAVO en Warschaupact– en met China. Mom kon boeiend vertellen over de vele politieke valkuilen die in de contacten met die dictaturen moesten worden vermeden. Ook daar speelde zijn vroegere ervaring in de ondergrondse wereld van 1940-1945 een belangrijke rol.

Na 25 jaar dienst in Europa vond Mom dat het tijd werd voor meer onafhankelijkheid. Maar de publieke zaak liet hem niet los. Hij was jarenlang voorzitter van de examencommissie  voor de aanwerving van jonge diplomaten voor BZ, voorzitter van de Raad van Toezicht van Clingendael, erelid van de Europese Beweging. Zijn invloed was ook zichtbaar in vele rapporten van de Adviesraad Internationale Vraagstukken. Hij vervulde daarbij een sleutelrol en werd ook daar tot erevoorzitter benoemd.

Bezoeken aan Mom kenmerkten zich door een zeker ritueel. Wat fijn dat je er bent. Hoffelijk als altijd vroeg hij of hij een sigaartje mocht roken. Daarna: Doe je mee? Als zijn sigaar tijdens het gesprek meerdere malen uitging, stond hij erop die zelf weer aan te steken, een teken van zijn wens tot zelfstandigheid.

Bij al zijn voorkomendheid was hij soms glashard in zijn oordelen. Dat kwam  regelmatig tot uiting als wij samen op zondag de uitzending van Buitenhof volgden. De oordelen varieerden van : “uitstekend”, “goed geformuleerd”, tot “wat een geklets” of “goedkope prietpraat”. De laatste keer was nog geen drie weken geleden.

Hij heeft zijn geliefde Inga precies vijf jaar overleefd. De laatste tijd is hem heel zwaar gevallen. Maar hij klaagde nooit en bleef innig dankbaar voor de talloze bewijzen van genegenheid die hem ten deel vielen. Er waren momenten dat je in de rij moest staan voor zijn volle agenda van bezoekers. Veel trouwe vrienden (en vriendinnen) hebben hem regelmatig bezocht. Ik mag dit zeggen mede namens de verschillende tafels van de Witte waarvan hij deel uitmaakte. Ik noem met name de Europa tafel en de Wellenstein tafel waarvan hij de oprichter was en waarvan nu ook Edmond lid is. Voor velen van ons –oud en jong- vervulde hij de rol van slijpsteen van de geest. Wij hebben ons allen gelaafd aan zijn scherpe analyses, en aan zijn milde en afgewogen oordeel, zelfs  wanneer hij een andere mening was toegedaan. Hij verbond mensen en meningen en kon daardoor overtuigen. En dan laat ik zijn grote charme, hoffelijkheid en élégance nog buiten beschouwing.

Lieve Mom, het valt ons allen zwaar afscheid van je te moeten nemen, wij zullen je steeds gedenken, en zijn er van overtuigd dat je prachtige en zo waardige levensstijl voor altijd een voorbeeld zal blijven.

Zie verder: http://europesebeweging.nl/rip-dr-edmund-peter-mom-wellenstein/

administrator_ebnHerdenkingstoespraak voor dr. E.P. (‘Mom’) Wellenstein – door Laurens Jan Brinkhorst
read more