Europese Beweging

Brussel straft Boedapest terecht – maar hoe verder?

Het Europese parlement heeft eindelijk zijn tanden laten zien door de Hongaarse regering de wacht aan te zeggen. Dat was hoognodig: zowel dat het parlement sowieso eens zijn tanden laat zien, als dat Brussel Boedapest formeel de wacht aanzegt. Gelukkig is de EVP, de christen-democratische partijenfamilie waarvan ook Orbáns Fidesz lid is, over haar schaduw heen gesprongen, en heeft zij elementaire principes boven machtsinstinct laten prevaleren. Mijn laatste column voor de zomer was daaraan gewijd. Alleen zo liet zich de tweederde meerderheid aan stemmen bijeen sprokkelen die voor het voorstel van GroenLinks-europarlementariër Judith Sargentini om een strafprocedure te starten, noodzakelijk was. Orbáns eigen stugge en provocerende houding droeg daar zeker toe bij.

Of die strafprocedure uiteindelijk ook tot het gewenste resultaat leidt – Hoingarije en Polen, het andere land dat wegens schending van de rechtsstatelijke grondbeginselen van de Europese Unie in het strafhoekje zit, hebben al aangekondigd elke sanctie en uitsluiting van de ander te zullen vetoën – is en tweede. Ondanks het risico dat daardoor de strafprocedure uiteindelijk verzandt, ontkwam het EP er niet aan, wilde Europa nog enige geloofwaardigheid als waardengemeenschap behouden.

Daarbij is het van belang – en dat loopt helaas enigszins dooreen – om strict te onderscheiden tussen de twee zaken, waarmee Hongarije uit de pas loopt. Oorzakelijk bestaat daar, gezien vanuit het land zelf, zeker een verband tussen, maar juridisch mag die niet te makkelijk worden gelegd – juist om Orbán niet voedsel te geven voor zijn onder zijn eigen kiezers in vruchtbare bodem vallende conspiratietheorieën en zo nog meer in zijn zelfgeclaimde, electoraal lucratieve rol van martelaar te drukken.

Enerzijds – en dat is wat de stap van het EP (net als die van eurocommissaris Frans Timmermans tegen Polen) rechtvaardigt – is er de evidente schending van de rechtsstaat, de opheffing van de scheiding der machten, de kneveling van de pers, de aanval op onafhankelijke NGO’s (de kwestie-Soros) etcetera, door Orbán zelf met een beroep op de volkswil (zijn tweederde meerderheid in het nationale parlement) gelegitimeerd en gepropageerd met de term ‘illiberale democratie’.

En anderzijds is er zijn door West- en Zuideuropese lidstaten veel gehekelde, moreel als egoïstisch verwerpelijke, maar politiek legale houding inzake de vluchtelingenproblematiek. Voor zijn nul-immigranten-beleid vindt hij bovendien ook meer westwaarts steeds meer medestanders – om te beginnen bij de huidige regeringen in Rome en Wenen – en het zou zeer gevaarlijk zijn, en juist Orbán in de kaart spelen, als beide zaken te gemakkelijk worden gemengd. Dat hoeft zeker niet uit te sluiten dat zijn xenofobe ommuringspolitiek politieke repercussies krijgt – maar inderdaad nadrukkelijk politieke, geen juridische.

Het Europese project is begonnen als een poging om na de catastrofe van twee wereldoorlog Frankrijk en Duitsland te verzoenen, en in dat opzicht houdt dit tot vandaag nog steeds stand, ook al staat het door de groeiende feitelijke machtsongelijkheid tussen deze twee staten onder druk. Vervolgens moest het een brug slaan tussen Noord- en Zuideuropa, het laatste al in de vorm van Italië vanaf het begin aanwezig.
Die brugfunctie loopt niet alleen door de massale vluchtelingenstroom van de afgelopen jaren, waarvoor Italië met Spanje en Griekenland bovenmatig opdraait, gevaar, maar ook door een botsende kijk op de aanpak van de bancaire crisis: waar in het noorden de verkiezingsleus ‘geen cent meer naar de Grieken’ electoraal gewin opleverde, was dat in het zuiden de belofte om een einde te maken aan de door het noorden opgelegde rigide bezuinigingen, die miljoenen Zuideuropese burgers in armoede hebben gestort. Aan het teveel negeren van hun angsten in Brussel danken wij in vergaande mate de nieuwe populistische coalitie in Italië.

De moeilijkste brug om te slaan echter, dat blijkt ook nu, is die tussen Oost- en Westeuropa, want de antidemocratische tendensen die wij in Hongarije en Polen aantreffen, vallen ook in een aantal andere lidstaten in die regio te ontwaren, soms gepaard aan een grote Poetinliefde, met wie niet alleen Orbán zijn autocratisch- nationalistische wereldbeeld deelt. Een gebrek aan democratische traditie en een veel zwakker ontwikkelde civil society maken de huidige terugval mogelijk.

Daarbij komt de geringe leeftijd van de desbetreffende natiestaten. De meeste landen tussen Duitsland en Rusland zijn dit jaar, honderd jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, een eeuw oud, zo niet nog veel jonger – in sterk contrast tot die in de westhelft van ons continent, waar de grenzen ook veel stabieler zijn gebleken. De staatkundige kaart van Europa van 1871 verschilt hier veel minder van de huidige dan in de oostelijke helft. Anders dan die het in het westen, wier existentie en omvang vooral het resultaat van vorstelijke machtspolitiek in een ver verleden is, danken de landen ginds hun ontstaan, ten koste van de multinationale rijken (het Russische, Habsburgse en Ottomaanse) waarvan zij zo lang deel uitmaakten, aan de ontwaking en ontwikkeling van een eigen nationaal besef.

Dat maakt hen allergisch voor én elke ‘imperialistische’ bemoeienis van buitenaf én voor multiculturele verscheidenheid. Daarbij komt dan het gebrek aan koloniaal verleden, waardoor zij de voor hen nieuwe komst van veelkleurige migranten van buiten Europa als een bedreiging voor de nationale identiteit zien. Bij Hongarije draagt dan nog het etnische ‘isolement’ (er woont geen volk met een verwante taal in de buurt) en het trauma van Trianon (geen land verloor in 1918 zoveel gebied) extra aan de door Orbán nu uitgebuite bunkermentaliteit bij. Hoe daarmee om te gaan: dat vormt een van de grootste uitdagingen voor Brussel.

Thomas von der Dunk, 17 september 2018

Europese BewegingBrussel straft Boedapest terecht – maar hoe verder?
read more

De twijfelachtige Europese partners van het CDA

Het is vorige week dan eindelijk toch gebeurd: de breuk van het CDA met Fidesz, de partij van de steeds autocratischer opererende Hongaarse premier Viktor Orban. Althans, een beetje breuk, want men verzekert tegelijk toch echt in gesprek te willen blijven. En de breuk is ook niet van het CDA uitgegaan, waarvan het partijcongres een kritische resolutie inzake dat toenemend autocratische gedrag aannam, maar van Fidesz, dat met de verbolgen wijze waarop zij op die resolutie reageerde in feite de juistheid van de strekking ervan bewees.

Vreemde kostgangers in ideologisch, democratisch of rechtstatelijk opzicht: daarmee hebben of hadden alle grotere Europese partijformaties wel op hun tijd te kampen. Niet iedere politieke club, en zeker niet iedere club in de als laatste toegetreden Oost- of Middeneuropese lidstaten van de EU, heeft de morele beginselen die zij beweert te belichamen en die haar aansluiting bij zo’n grote fractie moet legitimeren, werkelijk verinnerlijkt.

In liberale kring moest de VVD als gevolg van protectie door de Duitse FDP jarenlang de Oostenrijkse FPÖ als geestverwante ‘zusterpartij’ tolereren, ofschoon deze, de facto ooit als vergaarbekken van oud-nazi’s opgericht, al heel lang eerder in de rechts-populistische hoek thuishoorde. En bij ter linkerzijde transformeerden allerlei voormalige communistische partijen na 1989 tot sociaal-democratische, zonder dat altijd even nauwkeurig naar de geloofsbrieven gekeken werd. Bij het daadwerkelijk sociaal-democratische gehalte van de Bulgaarse, Roemeense en Slowaakse broeders kunnen de nodige kanttekeningen geplaatst worden, nog van de notoire corruptie afgezien.

Maar het minst ongeloofwaardig is in al die jaren als optelsom misschien nog wel de christen-democratische familie geweest. In het Europa van de Zes was er nog geen probleem: afgezien van Frankrijk, waar als gevolg van de sterke gaullistische stroming de verhoudingen wat ander lagen, telden alle lidstaten een zeer dominante christen-democratische partij (in Nederland zelfs aanvankelijk als gevolg van de confessionele versplintering zelfs een trio). Zelfs zo dominant dat volgens een oude anecdote de dochter van de Italiaanse minister van buitenlandse zaken ooit eens tijdens een diner aan premier Drees gevraagd zou hebben, of hij het ook niet zo fijn vond in een katholiek Europa te leven….

Dat Europa van de Zes kon inderdaad nog, geografisch sterk samenvallend met het oude Karolingische Rijk, als in hoge mate katholiek gelden. Met de diverse uitbreidingen die nadien plaats hebben gevonden, is dit allengs minder geworden. Daarmee kwamen er ook landen bij, waarin het aan een christen-democratische traditie ontbrak. Om in de concurrentieslag om de positie van grootste fractie in het Europese Parlement niet bij de sociaal-democraten achter te blijven, heeft dit nij de EVP soms tot een opvallend gebrek aan kieskeurigheid geleid.

Zo waren ook de Britse Tory’s jarenlang van de partij, ofschoon Thatchers dictum “There is no such thing as society” na de omarming van een genadeloos neoliberaal hyperkapitalisme toch moeilijk te rijmen viel met het christen-democratische kernconcept van het maatschappelijk middenveld. Na de implosie van de Italiaanse Democrazia Cristiana werd Berlusconi’s personalistisch-populistische Forza Italia welkom geheten, terwijl de partijleider toch moeilijk als fakkeldrager van christen-democratische familiewaarden kon worden gezien.

En bij de Spaanse Partido Popular vallen mede uit democratisch oogpunt enige kanttekeningen te plaatsen, als erfgenaam van het franquisme, wat zich tot op de dag van vandaag in een uitermate rigide centralistische staatsopvatting vertaalt, die in sterke mate debet is aan de impasse in Catalonië. Premier Rajoy is stug blijven vasthouden aan de misvatting dat men politieke conflicten van separatistische aard, waarbij de legitimiteit van de instituties zelf ter discussie staat, met juridische en politionele middelen kan oplossen. Democratie komt hier nog teveel op het dictaat van de meerderheid neer: dat U Spanjaard bent, bepaal ik!

Tot nu toe is in elk geval niet naar buiten toe gebleken, dat het lidmaatschap van de EVP hier matigend heeft gewerkt, en dat de christen-democratische zusterpartijen hun invloed ten goede hebben trachten uit te oefenen. In dat opzicht had men nu een voorbeeld kunnen nemen aan Italië, waar vanaf het eind van de jaren zestig progressieve christen-democraten (samen met de socialisten) aan de wieg stonden van een serieuze staatkundige decentralisatie, die bijvoorbeeld ook aan het ooit (net als in Baskenland) in bomaanslagen resulterende conflict rond Zuid-Tirol een einde heeft gemaakt.

Maar de meest dubieuze partners vonden de christen-democraten net als de sociaal-democraten wel in de nieuwe lidstaten in het Oosten. Fidesz vormt daarbij ongetwijfeld het grootste probleemgeval. De metamorfose van Orban van anticommunist tot pro-Russische autocraat heeft men te lang uit machtspolitiek opportunisme op zijn beloop gelaten. Orbans openlijke, provocatieve omarming van het Poetiniaanse concept van een ‘illiberale democratie’ had al veel eerder tot uitsluiting uit christen-democratische kring moeten leiden. Hopelijk komt het er nu van, nu Fidesz zelf het CDA de wacht heeft aangezegd.

Niet alleen de EVP, maar ook de hele EU staat, waar het Hongarije (en ook Polen) betreft op een principiële tweesprong. De wijze waarop Orban met een beroep op zijn ‘democratisch mandaat’ doelbewust de rechtstaat onttakelt, valt, nog los van de xenofobe en antisemitische tendensen waarmee een en ander gepaard gaat, op geen enkele wijze te verenigen met de waarden waarvoor Europa dient te staan. Het is in elk geval goed als dit nu bij de komende begroting inderdaad financiële consequenties gaat hebben, maar daarbij zou het niet mogen blijven.

Thomas von der Dunk, 13 juni 2018

Europese BewegingDe twijfelachtige Europese partners van het CDA
read more

New foundations for Europe everywhere in the making. An impression of ‘Sharing Europe’, The Hague 24-25 May, 2018

May 26, 2018 – If the weather was an indication of anything, the Sharing Europe – Congress of The Hague 2018 ended Friday night May 25 on a very sunny note. For over 2 days, around 550 delegates from 20 European countries and beyond: thinkers, doers, officials and activists, old and young Europeans met in The Hague for a collective exploration of our common ground in addressing the current major transformations more constructively together and imagining the future of our continent, and the world.

The immediate occasion was of the commemoration of the 70th anniversary of the famous Congress of The Hague of 1948, where European of that era met in the same city, The Hague, to discuss how to rebuild Europe after two devastating world wars. Times have changed tremendously, but then again, they also have not. For human core needs and anxieties change only very slowly. Few people like hunger, warfare, being isolated, being destitute, being marginalized. Few people like to be dehumanized. Most people do wish some place in the sun.

So while economic conditions have shifted considerably and climate pressures, sustainability issues and challenges in social relations are rapidly mounting, basic human needs do not shift so drastically.  Sharing Europe tried to foreground the vitality of many current citizens’ initiatives, dealing with our times. We were very happy to welcome ambassadors and representatives of 15 European embassies, representatives of cities and urban networks and associations fostering a range of urban innovation programs (such as Frank Vieveen, Smart City Lead City of Rotterdam, Marc Sanderson, Technical Director of Malaga City Council, Bas van den Barg, VNG (Association of Dutch Municipalities), Dr. Adham M Darawsha, First President of the Consulta delle Culture, City of Palermo. We were happy to collaborate with the Global Parliament of Mayors, whose secretariat is hosted at the City of The Hague. We heard from top notch creative leaders and critical thinkers, such as James Bradburne (director Pinacoteca Brera in Milan) and Wim Pijbes (former director Rijksmuseum, now Dream and Do) as seasoned cultural leaders, Margareta Drzeniek of the Davos Economic Forum, Joanna Maycock, Montserrat Mir, Anne Widegren, Winand Quaedvlieg, Paul Peters, Alexander Verbeeck, Jan Zielonka, Jeremy Waters, Maria Heider and Marina Monaco, reflecting the daily experiences of change in many European social networks, and reflecting on what people can contribute anew in these transformations. We saw and heard many representatives of collectives of young journalists and new European initiatives that try to capture the new spirit in Europe (such as Ties Gijzel of Are We Europe and Coen van de Ven and Johannes de Bruycker of the Caravan’s Journal, or Volt), young academics and public intellectuals who are moving to the forefront of tackling our major challenges together by new means (such as earth scientist Sebastian Bathiany, sustainable transitions prof Flor Avelino, European commons movement leader Sophie Bloemen, digital legal expert Jonathan McCully, Charlot Schans of Pakhuis De Zwijger, Josien Pieterse of Network Democracy with her Madrid counterpart Miguel Arana Catania, Sabina Biesheuvel of BlueCity, or our Ridderzaal keynote speaker Felix Klos who rearticulated what European commitment could look like, anew). We welcomed singer Azeline Calister and guitarist Ed Verhoeff, story teller Ogutu Muraya. And many many others, participants, Europeans and world citizens who wish to contribute to better interactions for better futures. Looking at all these contributors reflected that Europe as soft force, as transformational and as a beacon of hope is still possible.

So it was for good reasons that during our meetings, the  ‘Agora’ concept was revived. Agoras are places where people meet, dialogue, debate, negotiate, trade, take time for each, do politics, and take a coffee or a wine together. Piazza, plaza, square, plein, agora… Europe has long been full of those places where people can really meet and take time to reflect, meet and laugh. We do need to cherish those public spaces, for they are the places where democracy can take shape.

Both in the congress part of the event on Thursday May 24, and in the special Ridderzaal ceremony on Friday and the open Plein (Parliament Square) lunch, the spotlight was firmly on dialoguing, debating, taking time for the great transitions of our days and for each other. And in the many encounters that followed of a wide variety of people who wish to contribute to better futures for all in Europe, the seeds of change became very clear. Concrete, tangible, in civic networks, in new connections, in new inspirations. This Europe is already in the making. It is ongoing, despite all the challenges and set backs.

Many speakers called for capturing this new foundational moment for Europe Not in a bubble, but very rooted, in concrete alternatives for current policies that may be too extractive of exclusionary. We were therefore very happy to have political representatives with us as well. Europarliamentarians Eva Maydell (also President of the European Movement), Paul Tang, Brando Benifei and Jo Leinen. We were honoured with the presence of Joris Backer, vice-chair of the Dutch Senate, which hosted our Ridderzaal ceremony, prof. Piet Hein Donner, vice-president of the Dutch Council of State and deputy Mayor of The Hague, Tom de Bruijn. And of course we felt extremely honoured and pleased by the presence of the Dutch deputy prime Minister, mrs. Kajsa Ollongren, who delivered the keynote VIP speech in the Ridderzaal on behalf of the Dutch government.

So the 70th anniversary of the first Congress of The Hague, this 2018 edition Sharing Europe will be a very memorable one. We are at crossroads in Europe. Old values: of equity, inclusion, freedom, solidarity, have not lost their pertinence. But institutional forms, relations and modus operandi will have to change. Many participants called for ‘daring to be ambitous’. Listening carefully to much of what was being exchanged, ‘daring to be ambitious’ in our time and age also means daring to be more open, more generous, more genuinely curious to differences, embracing diversity, being kind, civil, and being more humble, creating new spaces in the sun, and being rooted and related, to the real lives of real people.

The Congress of The Hague 2018 highlighted that such a more constructive Europe is possible and willed by many citizens. In fact, it is everywhere in the making. A new foundational moment for Europe: it is possible: let’s Action This Day!

EBN Board
Godelieve van Heteren, Mark Zellenrath, Laura Fruhmann, Kim de Jong

WORD OF THANKS
EBN and the EMI would like to thank our partners and all other contributors: The Dutch Ministry of Foreign Affairs (Wicher Slagter); The City of The Hague (Kevin Verbaas, Martin Born, Frans van Bork, Caroline Schep, Paul Verhoeff), the Dutch Senate (Ankie Broekers-Knol, Geert Jan Hamilton, Annelies Pilon, Fred Bergman, Ronald Berghouwer, Rene Prins), the Liaison Bureau of the European Parliament (Danny de Paepe, Kristina Dimitrova, cc Eduard Slootweg), Meriam Evers-Oortwijn and Mathijs Eskes of the Bureau ‘Grafelijke Zalen’ en Johan de Witt Huis, The Representation of the European Commission (Caroline Richelle), Eveline van Boxel and the Board of the University of Leyden – Campus the Hague, the staff of the International Press Center Nieuwspoort, Europa Nostra, the European College of Brueges and many others: all speakers, Ben Lachhab van Resto Van Harte, colleagues of the security services RBO and Crowd Support, Bart Ter Mate and the Plein entrepreneurs, Marc Noble and colleagues of More Stage Services and podium crew, designer Reier Pos, Joshua Bolwerk of Bolwerk Media and filmer A. Fruhmann, Pieter Brooymans and technicians of GIT, Azeline Calister and Ed Verhoeff, Ogutu Muraya, moderators Rocky Tuhuteru and Mendeltje van Keulen, and all volunteers for their dedication and support to this event.

Without their efforts and input there would not have been a program!

For a retrospect of the Sharing Europe festival:

  • An overview on the European Movement International website is here.
  • The  livestream of the conference is here 
  • The Sharing Europe trailer is here
  • And this a link to the keynote speech by Minister Ollongren, deputy Prime Minister of the Netherlands at the Sharing Europe festival

 

Europese BewegingNew foundations for Europe everywhere in the making. An impression of ‘Sharing Europe’, The Hague 24-25 May, 2018
read more

‘Sharing Europe’: het Congres van Den Haag, 24-25 mei

24 en 25 mei is het zover en vindt in Den Haag de 7e editie van de tienjaarlijkse herdenking van het Congres van Den Haag plaats. Elk decennium houden we samen met de EMI deze herdenking, en iedere tien jaar reflecteert deze gebeurtenis ook de grote veranderingen op ons continent en in de wereld.

De belangrijkste inspiratie van het aanstaande speciale congres – dat we Sharing Europe/Congres van Den Haag 2018 noemen – is duidelijk. Net als bij het eerste Congres van Den Haag in 1948, toen Churchill in de Ridderzaal zijn fameuze pleidooi hield voor een ‘unie van mensen’ in Europa, bevindt Europa zich opnieuw op een fundamenteel kruispunt. Net als in 1948 beleven we een fundamenteel moment van herijking, institutioneel en praktisch, waarbinnen nieuwe toewijding en onze eigen keuzes van vitaal belang zijn.

De wereld is gespannen. Overal zijn diepe transformaties gaande, ecologisch, sociaal-economisch, politiek. Mensen worstelen met de uitdagingen die alle veranderingen teweegbrengen. We zien op veel plekken de maatschappelijke fall-out.

Er is grote behoefte aan nieuwe inspiratie, het opnieuw formuleren van de kern van de zaak – als mensen: minder partijdig, minder gepolariseerd, meer met het oog op de toekomst. Er is geen tijd te verliezen. We moeten veel verder gaan dan de verschanste discussies, de dode frames en de vele niet-productieve vormen van tweespalt. We moeten ook veel dieper durven analyseren waarom we dat nog niet genoeg doen.

Sharing Europe/Congres van Den Haag 2018 zet de schijnwerpers vol op het andere ‘mogelijke Europa van mensen’, waaraan een breed scala aan individuen en maatschappelijke bewegingen al lang bijdraagt: met innovatieve ideeën en hands-on engagement, met nieuwe verbeeldingen en verbindende verhalen. Het is geen eenvoudige taak, maar zo’n verschuivend focus kan ook veel energie geven. In heel Europa werken mensen, organisaties en netwerken aan rechtvaardige en meer inclusieve manieren van leven, met meer aandacht voor mens en planeet.

Als Europese beweging, een van de oudste naoorlogse Europese verenigingen, maken we graag deel uit van zulke constructieve nieuwe funderingsinspanningen. Niet met een roze blik, maar realistisch (en ervaren) in het licht van de moeilijke omstandigheden van ongelijkheid en uitsluiting die veel mensen dagelijks beleven. We willen samenwerken aan het hoognodig herbronnen van Europa en aan praktische oplossingen.

In Sharing Europe voeren we daarom een aantal cruciale gesprekken rond alle kiemen van verandering die zichtbaar zijn. We werken samen met zeer ervaren mensen en enthousiaste jongeren, die zich bezighouden met democratie, nieuwe economische en sociale arrangementen, met duurzaam leven; met security4all, een breder veiligheidsbegrip, en met betere manieren om met onze mobiele en cultureel diverse wereld om te gaan.

Sharing Europe / Congress of The Hague 2018 is dus geen traditionele conferentie waarin experts de wereld uitleggen aan gewone stervelingen. Het is een ‘meeting of minds’, een uitwisseling van rijke ervaringen die vele mensen met zich meedragen, een collectief nadenken over de toekomst, vanuit allerlei praktijken, en liefst voorbij de clichés. De Sharing Europe/Congres van Den Haag agoras en panels zijn open voor iedereen die betere alternatieven zoekt voor de huidige situatie in Europa, waarin te veel mensen zich niet meer verbonden voelen.

Dit is daarom ook niet het zoveelste ‘evenement’. Sharing Europe eindigt niet op 25 mei. We hebben het Sharing Europe-motto geadopteerd als geuzenkreet om het te blijven gebruiken in de aanloop naar 2019, en om ons met constructieve initiatieven te verbinden en deze onder de aandacht te blijven brengen, ook in de aankomende verkiezingstijd.

Het is dus ook niet zomaar dat we het belang van ‘betere verbindingen’ in het komende Congres van Den Haag zo benadrukken. Dat gaat om bruggen slaan en het creëren van voldoende tijd en ruimte om thema’s gezamenlijker te verkennen dan nu vaak het geval is. Onze politieke economie is er een van felle concurrentie en meedogenloze druk voor individuele en institutionele zelfpromotie. Alleen als we op een veel intelligentere manier samenwerken, rekening houdend met de tijd die verandering vergt, en daarbij de diversiteit van mensen respecteren, slagen we er wellicht in de voornaamste veranderingen in onze wereld op een zinvolle manier aan te pakken.

Het tweedaags Sharing Europe programma bestaat uit een serie cruciale dialogen over zes thema’s. In zes agora’s, vier panels, een feestelijke ceremonie van de Ridderzaal met Europese maatschappelijke leiders, een openbare Sharing Europe lunch op het Parliament Square Sharing Europe met podium & living lab komen deze thema’s steeds terug. We sluiten op vrijdagavond 25 mei van 18.30-20.00 af met een persmoment/borrel in Perscentrum Nieuwspoort. Tijdens die persconferentie zal de Sharing Europe / Congres van de Den Haag-resolutie worden gepresenteerd en de campagne Sharing Europe worden gelanceerd.

Programma
Het programma van Sharing Europe/Congress of The Hague is te volgen op de EMI weblink: sharingeurope2018.eu, waar de komende week elke dag updates zullen worden bijgeschreven.

Europese Beweging‘Sharing Europe’: het Congres van Den Haag, 24-25 mei
read more

Juncker is ver over de datum

Wat bezielt in hemelsnaam de Europese Commissie? Hoeveel eigen glazen gaat zij nog ingooien? Als hij de tegenstanders van Europa extra munitie wil verschaffen, moet Jean-Claude Juncker vooral zo doorgaan. Twee recente blunders kan hij op zijn conto schrijven, die illustreren hoezeer hij van de buitenwereld losgezongen is en hij zijn politieke houdbaarheidsdatum overschreden heeft.
De eerste is uiteraard de kwestie-Selmayr: de achterbakse promotie van een persoonlijke favoriet, die voor een groot deel van het Europese electoraat een schoolvoorbeeld zal vormen van het ouderwetse internationale old-boys-network van handjeklap, waarmee Brussel toch al zo sterk wordt geassocieerd. En de obstinate verdediging van Juncker en de zijnen van de bewandelde weg maakt het alleen maar erger – inclusief zijn hautaine bejegening van alle critici.
Terecht maakt het Europese Parlement van de kwestie – en speciaal ook van dat laatste punt – een groot nummer. Alleen faalt het vervolgens met de weigering echt door te bijten, omdat de twee grootste fracties – de christen-democraten en de sociaal-democraten – er uiteindelijk geen politieke consequenties aan durven te verbinden. Dat zou evenwel wel moeten, als het parlement – de enige instantie met democratische legitimatie in Brussel – echt macht en gezag wil krijgen.
En het zou ook de logische consequentie zijn van de politisering die Juncker zélf heeft nagestreefd: niet meer die oude afhankelijkheid van de nationale regeringen, die in samenstelling en optreden van de commissie tot een balanceeract tussen de hoofdsteden dwong, maar een eigen mandaat, direct gebaseerd op het Europese electoraat als geheel. Dat wordt vertegenwoordigd door het Europese parlement.
Ja: dat zou de moed moeten hebben om Juncker desnoods naar huis te sturen, als hij halsstarrig weigert inzake Selmayr op zijn schreden terug te keren. En als dat dan de val van de hele commissie betekent, dan moet dat maar. Eén keer stevig doorpakken is voldoende voor twee wezenlijke democratische verbeteringen: het (be)vestigt het primaat van de volksvertegenwoordiging, en maakt een einde aan de chantage-mogelijkheid die de Europese Commissie nu bezit om het politieke voortbestaan van één deraillerend lid (al is het de voorzitter) aan dat van alle anderen te koppelen, en zich daarmee de facto politiek onaantastbaar te maken.
Die noodzaak tot correctie geldt overigens ook voor die andere recente uitglijder van de commissie: het al eerder eens door Juncker gelanceerde idee om de Europese Unie op korte termijn met een aantal staten op de Westelijke Balkan uit te breiden. We zien hier een trekje dat Juncker gemeen heeft met menige CEO van een groot bedrijf. Stilstand heet achteruitgang: we moeten altijd groeien. Zoals in het hedendaagse hyperkapitalisme ondernemen vooral overnemen geworden is, zo wil ook de Europese Commissie nu met overnames de vlucht naar voren wagen: de eerste westelijke Balkanlanden moeten vanaf 2025 bij de EU. In 2025!
Ieder die ook maar iets weet van de hardnekkige corruptie in landen als Albanië en Macedonië, die nauw verweven is met een diepgewortelde cliëntelistische maatschappijstructuur, beseft dat het een volslagen illusie is om te denken dat deze landen in slechts zeven jaar tijd (!) aan de Kopenhagencriteria zullen voldoen. IS de les van de voorbarige toetreding van Roemenië en Bulgarije – nu al elf jaar lid en nog vrijwel geen stap opgeschoten – totaal vergeten?
Misschien dat het er straks, net als indertijd met Boekarest en Sofia, ook in Tirane en Skopje op papier mooi uitziet, maar papier is in deze contreien geduldig. Een echte metamorfose van de maatschappij, zodat zij daadwerkelijk aan de Europese criteria van democratie, rechtstaat en fatsoenlijk bestuur voldoet, is niet een kwestie van een paar jaar, maar van generaties.
En wat als die landen, dankzij mooie papieren, zijn toegetreden, en het vervolgens inderdaad allemaal façade blijkt te zijn, of de boel weer ontspoort? Heeft Brussel dan echt de mogelijkheid om falende lidstaten in het gareel te dwingen? Het uitzichtloze geworstel met de steeds autocratischer regeringen in Warschau en Budapest die elkaar wederzijds de hand boven het hoofd houden, mede uitvloeisel van een vetorecht voor alle lidstaten, geeft het antwoord.
Daarbij is bovendien aannemelijk dat de machthebbers in zulke nieuwe Balkanlidstaten eerder de illiberale opvattingen van Orban en Kaczynski delen, en dus hun kamp zullen versterken. Omgekeerd zal een Europese Unie waarin die stem zwaarder klinkt de euroscepsis bij het electoraat in de ‘oude’ lidstaten slechts verder versterken. Het ‘geen cent meer naar de Grieken’ zal dan nog luider klinken, en de – vergeefse – roep om ‘eerst hervormen, dan pas betalen’ ook.
Alleen in een vlaag van volslagen verstandsverbijstering kan dus een verantwoordelijk politicus suggereren dat de Europese Unie heel snel verder uitbreiden moet. Toch vraagt ook politiek verstandsverbijstering om een verklaring. Een van de argumenten voor die haast is de angst voor uitbreiding van de Russische, Turkse of Chinese invloedsfeer, als Brussel stil blijft zitten.
En inderdaad schuilt vooral in de Chinese expansie een groot probleem. Maar die zou vooral moeten dwingen tot heroverweging van een verblind neoliberaal beleid, waarbij de Grieken in het kader van de ‘privatisering’ de haven van Piraeus aan Peking hebben moeten verkopen – dat is dus nu een omgekeerd Hong-Kong – en tal van Europese landen, waaronder Nederland, vanwege kortetermijnsprofijt op nationale handelsmissies hun technologische kennis aan China verpatsen.
En wat tenslotte de Westelijke Balkan betreft: het is zeker van geostrategisch belang deze regio nauwer aan Europa te binden. Maar dat kan dan de eerste decennia niet anders zijn dan in de vorm van een B-lidmaatschap zonder stemrecht, want anders blaast de EU zich om bovengenoemde redenen op termijn zelf op.

Thomas von der Dunk, 23 april 2018

Europese BewegingJuncker is ver over de datum
read more

‘Sharing Europe’, 70 jaar Congres van Den Haag

Elke 10 jaar organiseren de Europese Beweging en de stad Den Haag de herdenking van het beroemde Congres van Den Haag in 1948, waar de basis werd gelegd voor de Europese integratie en de Europese Beweging.

Om de zeventigste verjaardag van het Congres van Den Haag te markeren, komen vertegenwoordigers van burger bewegingen, maatschappelijke organisatie, politieke partijen, academici, bedrijfsleven, vakbonden, jeugdorganisaties, lokaal bestuur en milieubewegingen uit heel Europa bij elkaar. We willen de geest van 1948 doen herleven, en bijeenkomen met een gevoel van optimisme en doelgerichtheid om te debatteren over de richting die Europa zou moeten inslaan om de sociale, economische, milieu- en geopolitieke uitdagingen van onze tijd aan te pakken.

Het tweedaagse festival staat open voor iedereen, is toekomstgericht en verbindt een breed scala van maatschappelijke netwerken. Het festival bestaat uit 5 ‘stromen’: Citizens Debate, Citizens Challenge, Citizens Imagine, Citizens Build en Citizens Connect. We willen laten zien hoeveel burgerinitiatieven en bewegingen er zijn die een vitale rol spelen in de grote transities in Europa. Het festival biedt ruimte voor constructieve dialogen, met name over onderwerpen die Europa nu verdelen. Tijdens het festival willen we die kloven overbruggen en een bijdrage leveren aan het gezamelijk aan de toekomst bouwen.

Het tweedaagse festival op 24 en 25 mei is het hoogtepunt van een groot aantal Sharing Europe evenementen, die in februari van start zijn gegaan, en die de dialoog in gang zetten voor het festival zelf.
Het festival is niet ‘partijdig’, maar richt zich op een creatieve dialoog, het zichtbaar maken en ontwikkelen van innovatieve ideeen, toepassingen en samenwerking

De context van Sharing Europe
In 2018 vindt Europa zich op een historisch kruispunt. Het is duidelijk dat de economische en culturele impact van globalisering, de geopolitieke machtsverschuivingen, de razendsnelle technologische en sociale veranderingen voor iedereen voelbaar worden. Regionale conflicten en migratie oefenen enorme druk uit op grote groepen mensen, die velen het idee geven nergens meer bij te horen. Sommigen reageren door het vertrouwde te zoeken: in veel landen zien we neonationalistische bewegingen ontstaan. Het constitutionele verhaal van de Europese Unie vindt weinig weerklank meer bij veel burgers. Tegelijkertijd heeft de Europese samenwerking veel tot stand gebracht en ervaren we dat al vanzelfsprekend. Een terugtrekkende beweging maken is niet de beste optie.
Waarden als solidariteit, gelijkheid, broederschap en vrijheid hebben hun relevantie niet verloren. Integendeel. Maar het is duidelijk dat dit een tijd is waarin fundamentele veranderingen plaatsvinden en naar nieuwe bronnen van inspiratie wordt gezocht: in nieuwe ‘narratives’, ook in –heel concrete- nieuwe toepassingen, vormen van samenwerking en in het experimenteren met nieuwe instituties.

Informatie over het programma vindt u op de speciale Sharing Europe website: http://sharingeurope2018.eu/

Europese Beweging‘Sharing Europe’, 70 jaar Congres van Den Haag
read more

Terug naar een common sense of purpose. Interview met oud-voorzitter Joost van Iersel

In de aanloop naar het Sharing Europe festival vroegen we EBN oud-voorzitter Joost van Iersel, die sinds 2002 lid was van het Europees Economisch en Sociaal Comité naar zijn visie op het belang van regio’s in een tijd van nationale naar binnen gerichtheid.

Vraag: Wat kunnen regio’s betekenen in de huidige tijd?

JvI: Regio’s zijn altijd onderschat in het Europese debat. Dat begint nu terecht te schuiven. Natuurlijk is een goed onderscheid nodig tussen de verschillende soorten regio’s. Je hebt de topregio’s, hoofdzakelijk metropolitane gebieden, maar even goed de achtergebleven rurale regio’s, vooral in Oost-Europa. Ik zie een ontwikkeling van metropolitane gebieden – grote steden of clusters van steden met hun ruraal buitengebied als achterland – tot de speerpunten en pijlers van Europa’s weg vooruit. Zij denationaliseren juist. Actief en ambitieus zijn zij onderdeel van Europese en vaak ook internationale netwerken. Dáár tref je weinig euroscepticisme aan. Hun belang wordt nu meer en meer door regeringen ten volle erkend. Anderzijds mogen we echt de ogen niet sluiten voor de achtergebleven regio’s en hun verdere verzwakking. Zij ontvolken, de jeugd trekt weg, er heerst vaak armoede. Het zijn déze regio’s die de trend van renationalisering bevorderen. Er moet veel gebeuren om hen in een hogere versnelling te krijgen. Daar moet onverkort aan worden gewerkt.

Vraag: Wat kan de bijdrage zijn van regio’s aan het realiseren van Sharing Europe, het thema van de herdenking van het Congres van Den Haag?

JvI: Er zullen er niet veel zijn, die het krachtige pleidooi voor een Europa der regio’s op het Europese congres in 1948 nog op hun netvlies hebben. De bevlogen vertegenwoordiger van dit geluid was dominee Denis de Rougemont, niet zo vreemd vanuit het sterk geregionaliseerde Zwitserland. Dat pleidooi heeft het niet gehaald, maar zijn gedachten zijn vandaag actueel, nu het interstatelijke Europa steeds meer mankementen vertoont en aan herinrichting toe is. Het kan niet anders dan dat de regio’s een zwaardere rol moeten krijgen. Kijk eens naar het succesvolle gedecentraliseerde Duitse model ten opzichte van de centrale eenheidsstaten Frankrijk en Groot-Brittannië. In Frankrijk probeert men van het eenheidsregiem af te komen en meer ruimte te scheppen voor de grote potenties van de regio’s. In het VK is een proces van devolution gaande. Zie ook de regionale entiteiten en identiteiten in Italië, in Spanje, en ook in Polen. In de economie wordt steeds meer gehamerd op de noodzaak van erkenning van de regionale economie als onontbeerlijke krachtbron. Ik voorzie dat de modernisering van Europa inderdaad zal verlopen langs de lijn van de regio’s, die zich in een vrije Europese ruimte gaan ontwikkelen. Dit in wisselwerking met het nationale en met de Europese regie, maar hopelijk wél in gelijkwaardigheid en niet in ondergeschiktheid. Daar moeten we voor ijveren.

Vraag: Wat zijn positieve punten van Europese ontwikkeling momenteel en wat baart zorgen?

JvI: Er zijn heel wat positieve punten in de Europese ontwikkeling. Eén uitgesproken belangrijk punt is het verder uitrollen van het programma tot een volledige Interne markt. Die is en blijft, ondanks dat hij zelden voorpagina nieuws is, het kernstuk van de Europese architectuur. Van een Europees level playing field zijn honderdduizenden banen en een goed deel van de economische groei afhankelijk. Positief is ook de geleidelijke ontwikkeling van de Energie-Unie alsmede de dringend noodzakelijke Digital Single Market, die borg moet staan voor innovatie en voor een technologisch geavanceerd en weerbaar Europa in de wereld. Tegen die achtergrond is ook positief dat nu wordt gewerkt aan een sociaal Europa, want de hele bevolking moet (kunnen) meegroeien. Een belangrijk hoofdstuk zijn ook het klimaat en de Sustainable Development Goals. Van de hoogste orde is de completering van de Bankenunie en het op de rails krijgen van een Europese kapitaalmarkt, beide aspecten van de noodzakelijke verdieping van de EMU en van de economic governance. En kijk eens naar de ECB. Ook onderstreep ik de totstandkoming van een toenemend aantal bilaterale handelsakkoorden van de EU met derde landen, die bijdragen aan zekerstelling van het mozaïek van belangen van de Europeanen in de wereld.

Hier staan de nodige zorgen tegenover, die ik samenvat met een gebrek aan gemeenschappelijke doelgerichtheid. De politieke afkeer van Europa van eurosceptici en populisten, die ook de nodige invloed hebben op meer traditionele middenpartijen, werkt regelrecht ondermijnend. Het Europese centrum in Brussel staat onder kritiek. Nu is er geen bezwaar tegen een kritische houding, maar wanneer deze een vrijbrief wordt voor nationale eigenrichting en renationalisering, is het ronduit schadelijk voor het geheel én voor de burgers. Brexit is een afschrikwekkend voorbeeld. Maar de Unie lijdt ook onder de gebrekkige nationale implementatie van wat zelfs plechtig door de lidstaten gezamenlijk is afgesproken. Niet minder bedreigend is de aantasting van de rechtsstaat, de Rule of Law. In sommige landen wordt al vrijuit gesproken over een non-liberale democratie (illiberal democracy). Zulke processen ondermijnen het vertrouwen tussen landen en bevolkingen en ook de legitimiteit van de Unie. Er zal alléén solidariteit komen in de Unie op basis van vertrouwen tussen landen onderling en van vertrouwen in het centrum in Brussel. Het is dus een ernstige zaak, wanneer dat vertrouwen ontbreekt en verder erodeert.

Vraag: U zei onlangs: “Niet te veel herdenken, maar vooral vooruit kijken.” Wat zou de agenda kunnen zijn?

JvI: Centraal in de agenda moet allereerst de politieke wil staan. Tekenend is het uitgangspunt van President Macron: hij wil een soeverein Frankrijk in een soeverein Europa. Met andere woorden, landen én burgers hebben allemaal een groot belang bij een handelingsbekwaam Europa. Dat vereist vertrouwen en legitimiteit van de Unie als basis voor solidariteit tussen Noord en Zuid en West en Oost. Daarom moet in mijn visie hoofdpunt in het Europese integratieproces zijn een terugkeer naar een common sense of purpose. Daarvan hangt een effectieve implementatie van alle belangrijke thema’s in de Unie af, die ik boven heb genoemd. Daar komt ook nog bij buitenlands beleid en defensie alsmede het veiligheidsbeleid, de opvang van vluchtelingen en de harde strijd tegen terrorisme. Vóór alles moeten alle spelers zich bewust zijn van de kwetsbare positie van Europa in de wereld tegenover derden, zoals Rusland, China, en ook de VS. Voor de gezamenlijke weerbaarheid en stabiliteit draagt ieder van de spelers volle medeverantwoordelijkheid. Alleen dán zal het politiek, economisch en sociaal potentieel van Europa zonder stagnatie tot zijn recht kunnen komen.

 

Europese BewegingTerug naar een common sense of purpose. Interview met oud-voorzitter Joost van Iersel
read more

Europese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn

Europese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn

Op de website European Studies and Projects is een interactief forum in aanbouw voor het debat over Europese waarden. Het forum komt voort uit het programma ‘Waarden als werkwoord’ van de EBN, zo vertelt Ernst John Kaars Sijpesteijn. Het richt zich op iedereen die meer wil weten en wellicht een bijdrage wil leveren aan de discussie. Het is belangrijk dat de Europese Unie wordt gezien voor wat het is en wat het zou moeten zijn: een gemeenschap van democratische rechtsstaten met verschillende culturen, talen en geschiedenissen en gedeelde belangen.
Vraag: Wat trekt u toch zo in de Europese waarden discussie, is het uberhaupt nog mogelijk die te voeren? Staat de Europese Unie nog voor haar doelen van vrede, vrijheid en voorspoed?

KS: Waarden als vrijheid, gelijkheid, broederschap, rechtvaardige verdeling en solidariteit maken deel uit van de historische context waarin de Europese Unie tot stand is gekomen. Er zijn altijd mensen geweest die op de bres staan voor mensen met minder kansen en pogen menselijke waardigheid overeind te houden. De spanningen nemen echter toe in een geglobaliseerde wereld, met tegelijkertijd meer en meer hekken en muren, en een openlijke strijd om de schaarse bronnen en goederen in een economisch bestel dat materiële groei nog altijd als het hoogste goed presenteert. Zijn we nog bij machte tegenwicht te bieden aan wat de mensheid en de planeet bedreigt? Om deze reden is het van groot belang om de discussie over de waardengrondslag van de Unie te voeren. Juist ook vanwege de rol die Europa kan en moet spelen als pleitbezorger van vrede, democratie en veiligheid in de wereld. Kan Europa de motor worden van verandering, bijvoorbeeld op de weg naar een mondiale ecologische beschaving en een circulaire economie waarin iedereen meedoet?

Vraag: Waarom een webplatform, wie wil je daarmee betrekken en op welke wijze?

KS: De keuze voor een webplatform in de Engelse taal is gemaakt om zoveel mogelijk mensen te betrekken en te inspireren. De waarden van de Europese Unie staan samengevat in artikel I-2 van het Verdrag van Lissabon: eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren; met een samenleving die zou moeten staan voor pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen. Ieder van deze waarden wijst naar een toekomst waarin deze volledig gerealiseerd kunnen worden.

Vraag: Van welke Europese ontwikkelingen wordt u vrolijk?

KS: Europa is in staat te inspireren als je goed om je heen kijkt. Ik ben optimistisch als ik kijk naar de talloze jongeren, studenten en werkenden uit allerlei landen, die elkaar met hun laptop en een kop koffie weten te vinden. Het is goed dat deze generatie bewust betrokken raakt bij de discussies over de toekomst van ons continent, in een wereld die vaak snakt naar de waarden en beginselen die voor ons soms zo vanzelfsprekend lijken.

Vraag: Wat is voor u de betekenis van het Congres van Den Haag, en waar zou civiele inzet in Europa volgens u uit moeten bestaan?

KS Het Congres van Europa in Den Haag kan deze en andere generaties inspireren tot actieve inzet om de waarden en idealen voor ons en de wereld waar te maken.

Ernst John Kaars Sijpesteijn werkt als ontwikkelaar van evenementen en discussies en heeft boeken samengesteld over Europa zoals De waarde van Europa en De slag om de globale democratie. Het webplatform kunt u vinden op www.europeanstudiesandprojects.net. U bent van harte uitgenodigd om bij te dragen aan het forum. Aanmelden kan op de website.

Europese BewegingEuropese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn
read more

Hoe verbeteren we het democratisch karakter van Europa? Interview met Jaap Hoeksma

Studenten noemen hem ‘Jaap Europa’ vanwege zijn passie voor het onderwerp Europese integratie.
Jurist Jaap Hoeksma timmert geregeld aan de weg rond het thema Europese integratie en hoe Europa veel helderder over het voetlicht te krijgen. Hij is de bedenker van het spel Eurocratie dat inmiddels in het hele land is gespeeld, en auteur van de ‘Theory of Democratic Integration’.

Vraag: U bent al vele jaren een passionado voor verhalen over mogelijke vormen van Europese democratie en integratie, waar komt die passie vandaan?

JH: Europa is de uitdaging van mijn generatie. Wij wilden het oude continent na de oorlogen een nieuwe toekomst geven. Daar is doorzettingsvermogen voor nodig, maar het is geen totale mislukking geworden. Zeventig jaar na het Congres van Den Haag kun je vaststellen dat er uit de wil om oorlog te voorkomen in Europa een nieuw soort democratie is ontstaan.

Vraag: Hoe heeft zich uw denken de afgelopen jaren over deze onderwerpen ontwikkeld, welke verschuivingen hebben erin plaatsgehad, hoe is uw eigen schijnwerper verschoven?

JH: Ik ben als jurist aan de Vrije Universiteit in Amsterdam afgestudeerd in de staatsrechtsfilosofie. Dat was op de VU een afzonderlijk vak. Toen de Europese Unie in 1992 werd opgericht, kon ik ondanks mijn opleiding niet zeggen wat de EU was of zou worden. Ik heb Europa daarom omgetoverd tot een spel. Dan kon je daar in elk geval over praten. Ik heb het bordspel Eurocracy zo vaak op scholen en universiteiten gespeeld, dat de studenten mij spontaan met ‘Jaap Europa’ gingen aanspreken. Ik vond het niet alleen leuk om de tournees te doen, met finales aan het slot enzovoort, maar dankzij de debatten in de klas begon ik ook een beeld te krijgen van hoe je de EU kon begrijpen en uitleggen. In de theorie wordt er altijd van uitgegaan dat de EU een samenwerkingsverband van staten is, maar in de werkelijkheid zijn de burgers van die staten ook burgers van de Unie. De theorie loopt dus achter bij de werkelijkheid. Het was daarom nodig een theorie te ontwikkelen die de EU niet alleen als een Unie van Staten opvat, maar ook als een Unie van Burgers.

Vraag: Met welke Europese integratie onderwerpen houdt u zich nu vooral bezig?

JH: Wat voor mij centraal staat bij het denken over Europese integratie, is hoe we het democratisch karakter van de EU kunnen verbeteren. In de oude benadering volstond het om te claimen dat de Unie een organisatie van democratische staten vormde. Vanuit het nieuwe perspectief van de burgers leidt dat natuurlijk tot de vraag, wat de zin ervan is om een organisatie van democratische staten op ondemocratische wijze te besturen. Dat gaat natuurlijk niet! In de nieuwe benadering moet het bestuur van de EU zelf aan vergelijkbare maatstaven van democratie en rechtsstaat voldoen als de lidstaten!

Vraag: Van welke Europese ontwikkelingen wordt u vrolijk?

JH: Waar ik elke dag vrolijk van word, is het zien van de dingen die vanzelf gaan. Als doorgewinterd voetbalfan vind ik het fantastisch om mee te maken hoe vanzelfsprekend het is geworden om te juichen dat ‘we’ met onze club Europa in gaan of dat ‘we’ bij tegenvallende prestaties niets in Europa te zoeken hebben. Nieuwe generaties vinden het gewoon dat ze in andere EU-landen net zo gemakkelijk kunnen streamen als in Nederland en dat de Googles en Facebooks van deze wereld door Europa gedwongen worden om belasting te betalen. Als Nederland word je gepiepeld, maar met Europa maken we samen een vuist.

Vraag: Wat is voor u de betekenis van het Congres van Den Haag, en waar zou civiele inzet in Europa volgens u over moeten gaan?

JH: De zeventigste verjaardag van het Congres van Den Haag valt voor mij samen met de afronding van de nieuwe theorie die de EU nodig heeft om als een Unie van Staten en Burgers te functioneren. Je moet zo’n verjaardag markeren en laten zien welke kant we opgaan met Europa en dat de EU zich ontwikkelt tot een Europese democratie. Als ik daar met de Theorie van Democratische Integratie aan kan bijdragen, wordt het voor mij een mooi feest!

      

Lees ook het pleidooi van Jaap Hoeksma voor een versterking van het democratische gehalte van de Europese Unie in dit artikel

Europese BewegingHoe verbeteren we het democratisch karakter van Europa? Interview met Jaap Hoeksma
read more