Europese Beweging

Beyond Brexit: Now!

How will we – thirty years from now – look back at this moment in European history? Hard to tell: the Brexit saga follows its own peculiar dynamics, and currently overshadows almost everything else. While everybody – apart from mrs. May – seems to think this is rapidly turning into a lose-lose situation: the Brexit train moves on!

Attempts to revisit the fundamental questions of whether the original choices around Brexit were smart in light of what we have come to know since, have systematically been countered by two objections: a) the British people have spoken and b) the UK wants its country and sovereignty back, and has all the right to wish so. Frequently, these arguments were accompanied by a series of promises of the glorious futures, which would open up for the UK, once it would have ‘freed itself from the tentacles of the European Union’. End of discussion. End of forty years of dialogue of how people could build something together, step by step.

The Brexit era offers no climate for real innovation either. If anything, Brexit has cost us all a lot of energy. The bulk of efforts have gone to unravelling, dismantling, disconnecting, not to the articulation of a better, common future.
Top-shot negotiators have made overtime in an unprecendented process of deconstruction, of which the end is not yet in sight. And if we are honest: nobody can really tell where this will lead in the coming years, despite the 500-plus ‘Witdrawal Deal’ and the Political declaration about the future of the UK-EU relations, which have now been sent on to the British and EU Parliaments.

The people have spoken’ has turned into a dogmatic mantra, with an unrelenting ‘once-and-for-all’ character. However, ‘the people’ have not contributed much real input into the negotiations since June 23, 2016, the day of the UK Brexit referendum. Nor have they as yet assumed much ownership of the consequences of the Brexit choice or of the collateral damage of turning their back on forty years of painstaking build-up of European relations. And few seem to feel any responsibility for the fact that all the time that has gone into the demolition of much previous work has not been invested into the urgently needed build-up of improved European collaboration.

And all this while time is running out for dealing with many of the big global challenges. Everywhere in Europe (and the world) people ask for a fairer economy, for actions to strengthen social security, for a better future for our younger generations. Everywhere in Europe people worry about the shifting social and physical climate, and are seeking some certainties in a turbulent world. Trust in established institutions is waning. Popular agression is mounting, and regressive movements are on the rise. In many places, people look for scapegoats (today turning on ‘migrants’), or just close off. All these trends are demanding much firmer, more creative responses, to turn the tide.

Therefore, on the day that the EU and UK have reached ‘the deal’, perhaps this is what is most annoying and saddening: that the big questions of our time, the major cross-border issues which require a stepping-up of international collaboration rather than an abandoning of it, have not been served at all by the Brexit process. It is clear that individual nations – however much under the delusion of grandeur – can no longer solve the major global issues single-handedly. Yet the Brexit moment has not been used to fundamentally renovate, to take a big leap forward in the development of better alternatives for the European project that seems under pressure from all sides. The Brexit process has predominantly fostered the distrust and the ‘everyone-for-themselves’ mentality.

The EBN has been focusing for years now on alternatives, on the innovative sides of Europe, manifest in many cross-continent social networks that focus on the big transitions of our time. We have linked to groups and associations of people across our continent (including in the UK) who do believe we need new forms of strong collaboration to face our current global challenges. Those people share a strong sense that more creativity is needed to overcome the current mess.

We live in fierce, fundamentally transformative times. Whoever still has faith in constructive forms of European collaboration (and we do) will have to speak out and act up now. Not tomorrow, but now! Beyond Brexit!

Godelieve van Heteren, EBN Board

Europese BewegingBeyond Brexit: Now!
read more

29 november, Festival voor de Europese verkiezingen, Tivoli-Vredenburg, Utrecht

Vorige keer kwamen maar heel weinig jongeren stemmen. Gelukkig staan een heleboel jongeren en organisaties nu te trappelen om jongeren naar de stembus te krijgen. Voor een bepaalde partij, hun ideaal of gewoon omdat ze willen dat de stem van jongeren gehoord wordt.
Daarom vindt er deze avond vol debat, inspiratie, ontmoeten van andere jongeren(organisaties), en muziek plaats. Met tips hoe je een project aanpakt, wat werkt en een prijs voor het beste idee.
Voor meer informatie en gratis tickets klik hier: http://www.rogierelshout.eu/wp-content/uploads/2018/10/UitnodigingJongerenevent.pdf

Europese Beweging29 november, Festival voor de Europese verkiezingen, Tivoli-Vredenburg, Utrecht
read more

19 december, EBN Kerstbijeenkomst, Nieuwspoort, Den Haag: Verkiezing EuroNederlander van het jaar en discussie met als onderwerp ‘De Grenzen Keren Terug en Daarmee de Problemen?’

Op het programma van deze laatste EBN bijeenkomst van 2018 staan verkiezing van de Euronederlander van het jaar en een interactief panel debat op de agenda, over de huidige dynamische grensdiscussies in Europa en de historische en actuele betekenis van regionalisme. Dit alles n.a.v. het recent verschenen boek van cultuurhistoricus en EBN-lid Thomas von der Dunk ‘Zuid-Tirol is niet Italië!’. Met Thomas von der Dunk, Caroline de Gruyter en diverse politieke woordvoerders.

Europese Beweging19 december, EBN Kerstbijeenkomst, Nieuwspoort, Den Haag: Verkiezing EuroNederlander van het jaar en discussie met als onderwerp ‘De Grenzen Keren Terug en Daarmee de Problemen?’
read more

24 januari 2019: Europarlementariër Paul Tang over ‘Europa als voortrekker op weg naar een duurzame financiële sector?’

Europarlementariër Paul Tang speelt als rapporteur een belangrijke rol bij het totstandkomen van Europese regels voor duurzame financiering. Financiële instellingen als banken en beleggingsinstellingen zullen bij beleggingen en kredietverstrekkingen rekening moeten houden met factoren als energieverbruik, klimaatimpact, gezondheid, veiligheid en goed ondernemingsbestuur.

Europese Beweging24 januari 2019: Europarlementariër Paul Tang over ‘Europa als voortrekker op weg naar een duurzame financiële sector?’
read more

Maart 2019: Brexit night

Wat betekent de Brexit voor Europa? Een avond met o.a. Hanco Jurgens, wetenschappelijk medewerker Duitsland Instituut Amsterdam, en bekend als commentator voor onder andere Nieuwsuur en Met het oog op morgen.

Europese BewegingMaart 2019: Brexit night
read more

11-13 april 2019: Democracy Alive, feest van de Europese democratie, Texel

Duizenden burgers, vertegenwoordigers van het bedrijfsleven, vakbonden, milieubewegingen en noem maar op, komen bij elkaar om met z’n allen, binnen de beslotenheid van het eiland Texel, voor evenementen, discussiebijeenkomsten, boekbesprekingen over milieu, werkgelegenheid en alles wat belangrijk is voor de burgers in een democratische rechtsstaat. En er wordt natuurlijk, in naam van de democratie, ook gefeest.

Europese Beweging11-13 april 2019: Democracy Alive, feest van de Europese democratie, Texel
read more

De erfenis van 1918 gaat ons meer aan dan ooit

Zondag 11 november was het honderd jaar geleden dat om 11 uur de wapenstilstand in Compiègne een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. Dit feit werd in Parijs en op tal van andere plaatsen in Europa herdacht. In Nederland werd op diezelfde elfde van de elfde om elf minuten over elf de jaarlijkse aftrap gegeven voor carnaval. En hoewel Mark Rutte namens Nederland in Parijs aanwezig was: het contrast tussen een hossende meute hier en herdenkende politici daar, in het Achtuurjournaal tamelijk gedachteloos (?) achter elkaar gepresenteerd, heeft toch iets bizars. Alsof de Eerste Wereldoorlog ons niet echt aangaat.
Dat was in elk geval heel lang de Nederlandse insteek; ons nationale geheugen wordt vrijwel compleet door de Tweede Wereldoorlog in beslag genomen. Zoals Frans Timmermans bij het herdenkingssymposium in het Vredespaleis afgelopen zaterdag stelde: in het Nederlandse geschiedenisonderwijs dat hij genoten had, werd in het Rampjaar 1672 gestopt, om pas met het Nieuwe Rampjaar 1940 (deze laatste term, voor alle duidelijkheid, is van mij) weer verder te gaan.
Of er, als er een Tweede Wereldoorlog was, dan toch ook een Eerste moet zijn geweest, is niet alleen een vraag die wel eens door argeloze scholieren wordt gesteld. Ook het Nederlandse publiek leek zich daar lange tijd amper van bewust, wat gelukkig inmiddels aan het veranderen is.
Met de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog – die om te beginnen immers ook de Tweede baarde – worden wij in elk geval wèl geconfronteerd, en misschien inmiddels zelfs meer dan ooit. Men zou kunnen stellen dat in 1989 de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog – tweedeling van Europa in een Amerikaans en Russisch blok, inclusief die van Duitsland – ongedaan werden gemaakt, en daardoor de gevolgen van de Eerste Wereldoorlog weer meer zichtbaar werden.
Dat betreft allereerst een reeks van nieuwe staten op de puinhopen van de vier verdwenen imperiale rijken in wat wel ‘Tusseneuropa’ is gedoopt: de hele sliert van kersverse landen van de Balkan tot het Balticum. Met drie euvels kampten velen daarvan toen, en kampen zij nu weer: met een gebrekkige democratische traditie, dus de hang naar autoritaire leiders; met grote minderheden als gevolg van de complexe etnische kaart, dus separatistische en irredentistische tendensen; en, daardoor, soms een sterk nationalisme. Die problemen, die lang onder de dikke deken van de Koude Oorlog waren gesmoord, zijn nu in veel landen weer terug.
Nieuw nationalisme is intussen, mede als gevolg van de ongelijke verdeling van de lusten en lasten van de globalisering, niet alleen aan Oost voorbehouden, maar zien wij eveneens in West. En het keert zich ook daar deels tegen de Europese Unie, dat als gevolg van een eenzijdig neoliberale economische koers als vehikel van die gevreesde globalisering wordt gezien. Op dat punt konden zich in Italië moeiteloos de rechtse en linkse populisten in de huidige regering verenigen.
Afkeer van Europa heeft tevens geleid tot de Brexit. Wat dat betreft was de afwezigheid van Theresa May in Parijs symbolisch: ook bij het herdenken heeft Londen voor splendid isolation gekozen. De verzoening na 1918 en 1945 was vooral een Frans-Duits project – niet toevallig ontving Macron, tegen de normale etiquette in, als laatste Merkel – en de Britten stonden daar mentaal altijd een beetje buiten. Niet alleen de door de Britse boulevardpers in stand gehouden clichés over Teutoonse barbaren voeden die afstand; eind 1989, toen Thatcher Mitterrand kwalijk nam dat hij zo makkelijk met de Duitse Hereniging instemde, bleek dat men aan gene zijde van het Kanaal zelfs de afloop van de Honderdjarige Oorlog geestelijk nog niet helemaal had verwerkt.
Intussen was de internationale herdenking in Parijs ook niet vrij van ongerijmdheden. Allereerst werd die door de Fransen weer op onnavolgbare wijze in het teken van de glorie van het eigen vaderland gezet – in dat opzicht slagen zij er toch altijd weer magistraal in om alle anderen te overtroeven. Natuurlijk: ook de overige oorlogspartijen van toen kregen in zijn lange speech een plekje. Maar verder was het weer Jupiter in Versailles: Hij sprak en Hij ontstak de vlam bij het graf van de onbekende soldaat, alle andere staatslieden waren slechts decor.
Het herinnert aan de wijze waarop Napoleon eens zijn ontvangst in Dresden in het bijzijn van alle Duitse rijksvorsten met hun eeuwenlange stambomen in scène liet zetten. Eén voor één kwamen die de zaal binnen, eerst de graven, dan de hertogen, dan de koningen, en allen werden bij de deur, die steeds iets verder openging, nauwgezet met hun eindeloze reeks van titels en voornamen aangekondigd: de hooggeboren graaf en gravin huppeldepup van zo-en-zo, de hooggeboren hertog en hertogin van dit-en-dat, hunne koninklijke hoogheden etcetera. Tenslotte gingen de deuren helemaal open, en zei de ceremoniemeester slechts: “de keizer”. Daar kunnen noch de Russen, noch de Amerikanen tegenop.
De volgende ongerijmdheid was dat Macron zo nadrukkelijk stelde dat de (althans de Franse) soldaten voor de vrijheid vochten. Ongeacht de clichés in de oorlogspropaganda van de Entente van honderd jaar geleden: dat is een veel te grove versimpeling. Anders dan de Tweede Wereldoorlog waarin het Westen tegen drie totalitaire dictaturen streed – met wel, moreel zeer ongemakkelijk, een vierde grote aan de eigen zijde – laat de Eerste zich niet tot zo’n tegenstelling reduceren. Daarin schuilt nu juist de tragiek: het was geen onontkoombare zwart-wit-strijd tussen Goed en Kwaad. Wilhelm II was geen Hitler. En tsaristisch Rusland als kampioen van de vrijheid? De Revolutie brak daar niet helemáál zonder reden uit.
Wat bovendien – en dat is de derde ongerijmdheid – het benadrukken daarvan toch wat curieus maakt, was de onvermijdelijke aanwezigheid van de nieuwe Russische ‘tsaar’ Vladimir I, die met vrijheid en rechtsorde nog minder op heeft.

Thomas von der Dunk, 12 november 2018

Europese BewegingDe erfenis van 1918 gaat ons meer aan dan ooit
read more

EBN inventariseert initiatieven die gericht zijn op versterking van Europese waarden

Bij de komende Europese verkiezingen tekenen zich in het politieke spectrum meer dan in het verleden duidelijke scheidslijnen af, met name die tussen voorstanders en tegenstanders van verdieping van het Europese integratieproces, of zelfs die tussen voor en tegen EU- lidmaatschap. Er zal dus kleur moeten worden bekend. In het artikel hieronder gaat Joost van Iersel in op enkele fundamentele dilemma’s onder meer inzake identiteit en Europese waarden. Wij zijn het eens dat een bredere kennis onder de burgers van de Europese gang van zaken een beter zicht zal opleveren op wat Europa wezenlijk betekent. Daarom ondersteunen wij het idee voor een inventarisatie van alle initiatieven in Nederland die daartoe bijdragen. Lezers die deze inventarisatie willen aanvullen, nodigen wij bij deze gaarne uit tot een reactie.

Meer aandacht nodig voor Europese waarden

door Joost van Iersel

In de opmaat naar de Europese verkiezingen zullen zich naast verschillen van mening in het traditionele partijenlandschap ook de tegenstellingen tussen open Europees georiënteerde en gesloten nationale opvattingen verder accentueren. Het is paradoxaal dat de steeds toenemende wederzijdse afhankelijkheid in Europa hand in hand gaat met een hardnekkige nationale naar binnen gerichtheid van de publieke opinie. Anti-Europese gevoelens en groeperingen staan een erkenning van een Europese identiteit danig in de weg. Daartegenover zijn er ook veel initiatieven die juist de andere kant op wijzen. Die zijn echter minder zichtbaar. Er is alle aanleiding om juist aan die initiatieven meer ruchtbaarheid en profiel te geven.

1. Context

In het algemene spraakgebruik wordt de Europese samenwerking veelal als een economisch project aangemerkt. Nu het economisch voor de wind gaat, voelt de bevolking zich tamelijk wel in en met de Europese Unie ondanks dat er veel te verbeteren valt. Ditzelfde beeld weerspiegelt zich grosso modo over het hele continent. Valt de economie echter terug, dan verbleekt het imago van Europa onmiddellijk. Cultureel en emotioneel is men niet op Europa betrokken. Daarom wordt er vaak in één zin aan toegevoegd, dat ‘Brussel’ zich met zo weinig mogelijk moet bemoeien en zich niet moet inlaten met, hoe wij hier de zaken regelen. Vooral nu steeds meer nieuwe onderwerpen in beeld zijn gekomen, zoals banengroei en vaardigheden, migratie en vluchtelingen, klimaat en energie-transitie, buitenlandse politiek en handelsvraagstukken, veiligheids- en defensiebeleid, terrorisme en criminaliteit, en recht en rechtshandhaving, komt uitdrukkelijk de vraag op tafel, tot hoever het proces van Europese eenwording kan en moet gaan. Wat houdt die eenwording idealiter in? Veel mensen willen zelfs van eenwording niet spreken. In het landelijk politiek debat bestaat er weinig klaarheid over. In de publieke opinie gaat het meestal over vage noties. Politieke tegenstellingen in eigen land zowel als ingewikkelde Europese besluitvorming en onderling scherp afwijkende posities van lidstaten dragen evenmin tot verheldering bij.

De uitdrukking economisch project is niet gelukkig. Ten eerste is Europese integratie of intensieve Europese samenwerking vóór alles politiek van aard, ook al is de economie wel het belangrijkste voertuig, zie het dominante belang van de Interne markt en de EMU. Ten tweede is het geen project, maar gaat het om een ingewikkeld samenstel van processen. Zoals hierboven aangegeven, is de boom van de Europese samenwerking of integratie is steeds breder vertakt. Regeringen, economische en sociale actoren, maar ook NGO’s van allerhande aard zowel als onderwijs- en onderzoekinstellingen en de gezondheidssector werken, samen met de Europese Instellingen, in uiteenlopende mate aan verdieping van de samenwerking. Zo ontstaat een ingewikkeld bouwwerk waarvan bepaalde vitale onderdelen vergaand worden geëuropeaniseerd, terwijl andere onderdelen zich in een (veel) beperkter stadium van gemeenschappelijke ontwikkeling bevinden. Er zijn ook tal van terreinen daarbuiten, die onder puur nationale of regionale verantwoordelijkheid blijven. Tot waar mag de besluitvorming in Brussel zich uitstrekken? Er bestaan flinke meningsverschillen in de landen zelf en tussen de lidstaten. Dit roept dan het beeld op van een Europese processie van drie passen naar voren en twee achteruit met op sommige gebieden ook langdurige stagnatie.

Overzien we echter het hele beeld over decennia, dan blijken de regeringen met het oog op de belangen van de burgers, van de politieke stabiliteit op het hele continent en van de economische weerbaarheid van Europa, al dan niet noodgedwongen, steeds nieuwe loten aan de stam van Europese samenwerking te hebben toegevoegd. De intensiteit van dit proces is voornamelijk afhankelijk van nieuwe en onverwachte uitdagingen. De creatie van de EMU hing rechtstreeks samen met de eenwording van Duitsland in 1989. De diepe crisis vanaf 2007 zorgde voor een verdieping van de EMU en voor de Bankenunie. De verhoogde aandacht voor klimaat en energie wordt ingegeven door ernstige zorgen over CO2 en de Klimaatdoelstellingen van Parijs. Veiligheid, buitenlandse politiek en defensie zijn van recente datum, maar niet meer van de agenda weg te denken als gevolg van internationale criminaliteit en terrorisme enerzijds en het vluchtelingen- en migratievraagstuk anderzijds. Ook neemt het bewustzijn snel toe, dat Europa in een vijandige wereld steeds meer zijn eigen boontjes zal moeten doppen, iets waarover vroeger nauwelijks werd nagedacht. Dit gevoel wordt versterkt door de achterstand die Europa dreigt op te lopen ten opzichte van zowel China als de VS op het terrein van de digitalisering en artificiële intelligentie met alle mogelijke economische en zelfs geopolitieke gevolgen van dien.

2. Paradox

Zo zien we dat nieuwe uitdagingen en gebeurtenissen de agenda aanzienlijk uitbreiden. De besluitvorming houdt hiermee geen gelijke tred. In de eerste plaats wordt dezelfde realiteit in de lidstaten vaak heel anders wordt beleefd. De historische en culturele achtergronden zowel als het niveau van de ontwikkeling lopen danig uiteen. In de tweede plaats lopen de prioriteiten van de landen niet parallel. Het vluchtelingenvraagstuk is misschien wel het meest evidente voorbeeld, maar in meerdere of mindere mate is het op andere gebieden vaak vergelijkbaar. Het is voor de Commissie een heidens karwei om alle landen in hetzelfde gareel te houden. Dit is nog meer een probleem, omdat op gezette tijden de nationale soevereiniteit van stal wordt gehaald als een duidelijke piketpaal van hier en niet verder. Het hele circuit van nationale en andere media helpt ook niet echt. Integendeel, juist daarin kristalliseren zich eigen posities en vooroordelen jegens anderen, die op hun beurt weer het nationale debat voeden en eerder tegenstellingen accentueren dan consensus bevorderen. En, zoals het vaak gaat, worden in de publiciteit en in het publieke debat negatieve aspecten behoorlijk uitvergroot, terwijl men evenmin terugdeinst voor de nodige scheuten fake news. Brexit is hiervan een dramatisch schoolvoorbeeld, maar ook elders liggen voorbeelden voor het oprapen, zie maar eens dicht bij huis, hoe het in Nederland jarenlang gelopen is.

De paradox is derhalve dat de Europeanen om aanwijsbare redenen op tal van gebieden steeds meer op elkaar zijn aangewezen, maar dat het Europese bouwwerk onaf is en, wat erger is, nog steeds fragiel in de stijgers staat en bedreigd wordt door het uit elkaar drijven van de lidstaten. Daar wordt niet voor niets van veel zijden voor gewaarschuwd. Terecht wordt daarom verwoed geprobeerd het debat over de geloofwaardigheid, de legitimiteit en de verantwoordelijkheid van de Unie en haar Instellingen aan te jagen.

3. Beleefde identiteit en gedeelde waarden

Ik wil het in deze korte bijdrage ook over een andere boeg gooien met het oog op een aspect, dat ik wil samenvatten onder beleefde identiteit en gedeelde waarden. Tegenstanders van de integratie betogen vaak, dat vergaande integratie noch wenselijk noch voorstelbaar is, omdat die een demos veronderstelt, die niet aanwezig is. Europa is geen volk en daarom kunnen we misschien wel op een aantal terreinen tot betere afstemming komen, maar is datgene wat supranationaal politiek gedragen moet worden in feite taboe. Het enige wat ons blijft is de nationale gemeenschap, in dit verband een tautologie voor demos. Op deze laatste stelling valt al heel wat af te dingen, maar het gaat mij hier om één specifiek element, en dat is het uitsluitend verband tussen identiteit en nationale gemeenschap.

Het lijkt me dat in ieder mens meerdere gelaagdheden schuilen, en daarmee meerdere identiteiten en meerdere loyaliteiten. Iemand kan als goed Hagenaar ook goed Nederlander zijn, daar is geen tegenstelling tussen, in de meeste gevallen is het juist een verrijking. Dat geldt evenzeer voor gedeelde identiteiten als lid van een zangvereniging, een sportclub, een regio en een stad. Die gelaagdheid van verschillende identiteiten zal niemand als een tegenstelling ervaren. De simpele vraag is, waarom een dergelijke blokkerende tegenstelling dan wel zou bestaan tussen het zijn van Nederlander en het zijn van Europeaan? Vanwaar die verkramptheid? De tegenstelling is niet met de natuur gegeven, zij bestaat, omdat zij ofwel kunstmatig wordt opgeroepen ofwel omdat er geen moeite wordt gedaan om beide identiteiten in elkaars verlengde te zien. Het is juist op dat laatste punt dat er heel wat achterstallig onderhoud bestaat, wat tot vooroordelen en wantrouwen leidt tussen volkeren of publieke opinies in plaats van tot openheid, waardering en respect. Het bevordert daarentegen tot naar binnen gerichtheid van landen en roept populisme en negativisme ten opzichte van De Ander op, die hun uitwerking in het politieke veld niet missen. Terwijl de Europeanen meer dan ooit op elkaar aangewezen zijn, kleurt het benadrukken van het eigene en nationale het zicht op alles wat daarbuiten is, negatief. Omdat deze trend in alle landen in verschillende soorten en smaken voelbaar en zichtbaar is, lijken oost en west en noord en zuid soms verschillende planeten. Brussel staat in die visie sowieso in een kwaad daglicht.

Identiteit hangt nauw samen met gedeelde waarden. Die wezenlijke waarden zijn er wel degelijk, maar zij worden vaak onder de mat geschoven. De belangrijkste waarde was vanaf het begin na de oorlog het garanderen van het vredig samenleven van de volkeren. Dit is gelukt. Maar verdere ontwikkeling heeft nadere invulling gebracht. In aansluiting op het economisch integratieproces zijn Europese waarden als democratie, rechtstaat, vrijheid van meningsuiting, mensenrechten, solidariteit en inclusiviteit, menselijke integriteit en individuele privacy, als fundamentele beginselen in onze samenleving erkend. Deze gelden ongeacht godsdienst, ras en geslacht. Zij liggen ook als zodanig neergelegd in de Europese Verdragen. Waar zij kan, probeert de Commissie als hoedster van de Verdragen om deze beginselen in al onze landen gestand te doen. We zien dit in de acties jegens Polen, Hongarije en nu dan ook Roemenië. Deze beginselen geven een concrete invulling aan de eigen identiteit van Europa. We hoeven echt maar één stap buiten ons eigen continent te zetten om te zien dat zij ofwel geheel ontbreken of bij het minste of geringste worden verkwanseld. Het zijn juist deze beginselen die de gelijke gerichtheid van de lidstaten, de common sense of purpose, in het Europese integratieproces, moeten schragen als vast fundament voor de toekomst. Het is bepaald geen rozengeur en maneschijn en ingewikkelde dilemma’s maken het evident niet gemakkelijk, maar het gaat vóór alles om de grondhouding van onze gezamenlijke verantwoordelijkheid en van de noodzaak van gezamenlijke oplossingen.

4. Initiatieven met het oog op kennis over Europa

De tegenstelling tussen de Europese en nationale oriëntatie krijgt een steeds scherper profiel, met name als gevolg van de financiële crisis en haar naweeën en het vluchtelingenvraagstuk en in dat spoor de verhouding tot de Islam. Een grote en luidruchtige minderheid in de Europese publieke opinie verwijt juist Europa dat er onvoldoende probate oplossingen voor die geweldige problemen zijn aangedragen. Anti-Europese partijen en groeperingen maken van de gelegenheid volop gebruik om zich vast te nestelen in de publieke opinie en zij hebben van daaruit ook de nodige invloed op gematigde en centrumpartijen, waardoor de broodnodige Europese gerichtheid in de meeste landen behoorlijk onder spanning staat. Brexit is hiervan het meest flagrante voorbeeld en ook stroeve onderhandelingen in Brussel spreken voor zich.

Hier tegenover staan gelukkig ook veel initiatieven, die juist de andere kant op wijzen en die borg staan voor wat hierboven is gezegd over Europese identiteit en haar waarden en voor het belang van gelijke gerichtheid. Maar deze zijn in de regel veel minder zichtbaar. In de opmaat naar de Europese verkiezingen, waarin tegenstellingen zich juist zullen uitkristalliseren zou veel meer ruchtbaarheid aan deze initiatieven te geven, die ze dan ook meer profiel geven. Ik overzie maar een beperkt deel van wat er op scholen en anderszins aan activiteiten ontplooid wordt. Europa in het onderwijs, als onderdeel van het reguliere curriculum, is in Nederland nooit aangeslagen. Gezien onze afhankelijkheid van onze nationale lotsbestemming van wat we gezamenlijk binnen dit continent en mét dit continent in de wereld voor elkaar brengen, is dit in mijn visie een strategische misser. Maar misschien hebben individuele scholen eigen interessante initiatieven. Laten die ermee voor de dag komen! Een langjarig initiatief van Buitenlandse Zaken is het op aanvraag van scholen van alle categorieën voorlichting te laten verzorgen vanuit een pool van 150 ambtenaren voor klassen. Die voorlichting is vaak ook weer gekoppeld aan schoolprojecten. De Nederlandse Jeugdraad behartigt het belang van jongeren in Europees verband, verzorgt ook gastlessen en zet zich in voor Europa in het curriculum op scholen. Nuttig is ook het onderwerp aan de orde stellen op docentendagen. De Commissie is de afgelopen jaren steeds actiever geworden. Aangemoedigd door het ongekende succes van het Erasmusprogramma, waarvan miljoenen jonge Europeanen en ook talloze docenten profijt trekken, stelt de Commissie voor de periode 2021-’27 een budget voor van €31 miljard voor Erasmus+. Op initiatief van het EP bestaat sinds 2017 in Brussel het Huis van de Europese Geschiedenis, dat naast een indrukwekkende presentatie van ontwikkelingen van de jongste geschiedenis van Europa ook plaats biedt voor ontmoetingen en symposia voor met name historici. Zie ook initiatieven als de Culturele Hoofdsteden en Europees Erfgoed naast zijn sterke particuliere tegenvoeter Europa Nostra.

Deze enkele voorbeelden kunnen nog verveelvoudigd worden met die van veel andere organisaties en bedrijven, die zorgen voor verbreding van kennis en bewustwording van wezenlijke aspecten van het Europese integratieproces. Zij worden gevoed door een gemeenschappelijke visie en staan borg voor een beleefde Europese identiteit en gedeelde waarden in lijn met gemeenschappelijk gedragen belangen. Juist in de opmaat naar de komende verkiezingen zou het de moeite waard zijn, wanneer het totale beeld door alle betrokkenen ook eens duidelijk wordt neergezet.

Joost P. van Iersel

Den Haag,
18 Oktober 2018

Europese BewegingEBN inventariseert initiatieven die gericht zijn op versterking van Europese waarden
read more

Verkiezingen met Beierse slag

Wat is de betekenis van de verkiezingsuitslag in Beieren voor Europa? Voor de Duitse deelstaat zelf wordt die als ‘historisch’ beschouwd – een woord dat overigens de laatste jaren aan sterke inflatie onderhevig is, want vrijwel elke verkiezingsuitslag in het Westen wordt tegenwoordig als historisch beschouwd. Dat gold in Amerika al in 2008 voor de verkiezing van Obama, en vervolgens in 2016 voor die van Trump, waarmee in zekere zin die van zijn voorganger ongedaan werd gemaakt. Historisch voor Beieren: hoewel nog veruit de grootste partij, is de CSU haar sinds een halve eeuw vanzelfsprekende meerderheidspositie kwijt.

De uitslag past, allereerst in een inmiddels vertrouwd nieuw Europees patroon: die van verdere politieke versplintering. De twee oude volkspartijen, de christen-democratische en de sociaal-democratische, vroeger in de meeste Europese landen dominant, verliezen zeer fors terrein. Nog dramatischer dan het verlies van de CSU is de halvering van de SPD: ooit met ruim dertig procent van de Beierse stemmen onbetwist de tweede partij, nu in München met nog geen tien procent op de vijfde plaats beland. Spanje, Zweden, Italië, Oostenrijk, Frankrijk, België en Nederland gingen Duitsland voor. Alleen bij de Britten loopt het tot dusverre anders, en houdt de indeling in twee grote machtsblokken stand, maar dat valt niet los te zien van het afwijkende verkiezingssysteem aldaar.

Ook anderszins past de uitslag bij een algemene Europese trend: de opmars van alternatieve partijen op links voor de sociaal-democratie, in casu de Groenen (ook in Nederland; in Spanje Podemos), en, vooral van (extreem-)rechtse populisten. De AfD past in dat opzicht naadloos in het onfrisse rijtje van Le Pen, Wilders & Baudet, het Vlaams Belang, de Zweden-Democraten, de Lega in Italië en anderen, die met hun xenofobe heksenjacht voortdurend tegen de beginselen van de rechtsstaat aanschuren en regelmatig door onsmakelijke uitlatingen – van homeopathische verdunning tot het Holocaustmonument als nationale schande – de pers halen. Wat de exacte vorm betreft dragen zowel die partijen als de ontsporingen van hun voorlieden vaak specifiek nationale karaktertrekken, wortelend in een verkeerd verleden dat voor elk van die landen weer anders is, maar de electorale achtergrond bij hun opkomst is een vrij algemeen Europese.

Een minachting voor het gewone parlementaire bedrijf gaat vaak samen met een voorkeur voor referenda, die dankzij het ‘Gesunde Volksempfinden’ van een vermeende zwijgende meerderheid tot andere politieke uitkomsten zou moeten leiden. Eens zijn de meeste partijen het in hun afkeer van Europa, dat als een bedreiging voor de nationale identiteit wordt afgeschilderd, en van dictatoriale neigingen ten opzichte van de lidstaten wordt beticht. Vooral de Italiaanse vicepremier Salvini buit dit thema dezer dagen in zijn begrotingsconflict met Brussel behendig uit – met een enorme populariteitssprong als resultaat.

Overigens behaalde de AfD in Beieren nu minder stemmen dan vorig jaar bij de Bondsdagverkiezingen in het hele land. Dat geeft ook meteen de grenzen aan: een substantieel deel van het electoraat is ontvankelijk voor ultrarechts gedachtengoed, maar tegelijk is het groeipotentieel niet onbeperkt. Ook Wilders – die als een van Europa’s ultrarechtse veteranen beschouwd mag worden – is in al die jaren nooit verder gekomen dan twintig procent. Dat is veraf van de absolute meerderheid.

Dat wil niet zeggen, dat dat geheel zonder gevolgen en dus zonder gevaren is. Die gevaren zijn tweeledig. Enerzijds bestaat dat uit het deels, in verzwakte vorm, overnemen van de antirechtstatelijke agenda van de rechtse-populisten door de traditionele partijen, vooral die ter rechterzijde. Dat zien wij ook in Nederland, met alle luchtballonnetjes van Dijkhoff. De CSU heeft het, uit vrees voor een nederlaag, ook geprobeerd, en daarmee het verlies naar rechts mogelijk nog iets beperkt weten te houden – wel met gevolg dat nu heel wat van haar kiezers de overstap naar de Groenen hebben gemaakt.

En anderzijds leidt het afkalven van de grote volkspartijen steeds vaker tot zogeheten grote coalities ‘om het land regeerbaar te houden’. Wat eens concurrenten waren, die met elkaar om de kiezersgunst dongen en elkaar als regeringspartij afwisselden, worden zo noodgedwongen partners. Gevolg: toenemende kleurloosheid, die nog meer kiezers van hen vervreemdt. Dat treft vooral de altijd wat minder zichtbare juniorpartner van de twee, in Duitsland nu de SPD, in Nederland onder Rutte-II de PvdA. De keuze voor regeerbaarheid op korte termijn is zo uitstel van executie: zij leidt zo bijna onherroepelijk tot onregeerbaarheid op iets langere termijn. De Grote Coalitie in Berlijn zou nu al onder de vijftig procent van de stemmen blijven steken.

Hoe valt, tenslotte, deze snelle afbraak van de grote pro-Europese volkspartijen te rijmen met de blijkens opiniepeilingen de laatste jaren weer duidelijk stijgende steuncijfers voor Europa? Het aantal voorstanders van een Nexit, Frexit, Grexit of wat voor exit dan ook is duidelijk dalende, en ook het anti-Europese monsterverbond dat nu in Rome zetelt treitert Juncker weliswaar dat het een lust is, maar durft een Italexit bij nader inzien toch niet aan.

Voor die cijfers bestaan m.i. twee verklaringen. Ten eerste het broddelwerk van de Britten: zo’n Brexit blijkt heel wat minder simpel dan clowns als Boris Johnson en Nigel Farage hun kiezers voortoverden. In dat opzicht mag Europa ook Theresa May eeuwig dankbaar zijn dat ze er zo weinig van bakt. Maar de tweede reden is iets minder geruststellend: het gaat bij zo’n enquète om een digitale keuze tussen blijven en vertrekken – tussen weten wat men heeft versus het zwarte gat. Brussel moet zich dan ook niet te rijk rekenen: over de vraag, of de kiezer ook met het daadwerkelijke Europese beleid erg tevreden is, zegt de hoge pro-EU-score niets.

Thomas von der Dunk, 18 oktober 2018

Europese BewegingVerkiezingen met Beierse slag
read more