Europese Beweging

‘Sharing Europe’, 70 jaar Congres van Den Haag

Elke 10 jaar organiseren de Europese Beweging en de stad Den Haag de herdenking van het beroemde Congres van Den Haag in 1948, waar de basis werd gelegd voor de Europese integratie en de Europese Beweging.

Om de zeventigste verjaardag van het Congres van Den Haag te markeren, komen vertegenwoordigers van burger bewegingen, maatschappelijke organisatie, politieke partijen, academici, bedrijfsleven, vakbonden, jeugdorganisaties, lokaal bestuur en milieubewegingen uit heel Europa bij elkaar. We willen de geest van 1948 doen herleven, en bijeenkomen met een gevoel van optimisme en doelgerichtheid om te debatteren over de richting die Europa zou moeten inslaan om de sociale, economische, milieu- en geopolitieke uitdagingen van onze tijd aan te pakken.

Het tweedaagse festival staat open voor iedereen, is toekomstgericht en verbindt een breed scala van maatschappelijke netwerken. Het festival bestaat uit 5 ‘stromen’: Citizens Debate, Citizens Challenge, Citizens Imagine, Citizens Build en Citizens Connect. We willen laten zien hoeveel burgerinitiatieven en bewegingen er zijn die een vitale rol spelen in de grote transities in Europa. Het festival biedt ruimte voor constructieve dialogen, met name over onderwerpen die Europa nu verdelen. Tijdens het festival willen we die kloven overbruggen en een bijdrage leveren aan het gezamelijk aan de toekomst bouwen.

Het tweedaagse festival op 24 en 25 mei is het hoogtepunt van een groot aantal Sharing Europe evenementen, die in februari van start zijn gegaan, en die de dialoog in gang zetten voor het festival zelf.
Het festival is niet ‘partijdig’, maar richt zich op een creatieve dialoog, het zichtbaar maken en ontwikkelen van innovatieve ideeen, toepassingen en samenwerking

De context van Sharing Europe
In 2018 vindt Europa zich op een historisch kruispunt. Het is duidelijk dat de economische en culturele impact van globalisering, de geopolitieke machtsverschuivingen, de razendsnelle technologische en sociale veranderingen voor iedereen voelbaar worden. Regionale conflicten en migratie oefenen enorme druk uit op grote groepen mensen, die velen het idee geven nergens meer bij te horen. Sommigen reageren door het vertrouwde te zoeken: in veel landen zien we neonationalistische bewegingen ontstaan. Het constitutionele verhaal van de Europese Unie vindt weinig weerklank meer bij veel burgers. Tegelijkertijd heeft de Europese samenwerking veel tot stand gebracht en ervaren we dat al vanzelfsprekend. Een terugtrekkende beweging maken is niet de beste optie.
Waarden als solidariteit, gelijkheid, broederschap en vrijheid hebben hun relevantie niet verloren. Integendeel. Maar het is duidelijk dat dit een tijd is waarin fundamentele veranderingen plaatsvinden en naar nieuwe bronnen van inspiratie wordt gezocht: in nieuwe ‘narratives’, ook in –heel concrete- nieuwe toepassingen, vormen van samenwerking en in het experimenteren met nieuwe instituties.

Informatie over het programma vindt u op de speciale Sharing Europe website: http://sharingeurope2018.eu/

Europese Beweging‘Sharing Europe’, 70 jaar Congres van Den Haag
read more

Terug naar een common sense of purpose. Interview met oud-voorzitter Joost van Iersel

In de aanloop naar het Sharing Europe festival vroegen we EBN oud-voorzitter Joost van Iersel, die sinds 2002 lid was van het Europees Economisch en Sociaal Comité naar zijn visie op het belang van regio’s in een tijd van nationale naar binnen gerichtheid.

Vraag: Wat kunnen regio’s betekenen in de huidige tijd?

JvI: Regio’s zijn altijd onderschat in het Europese debat. Dat begint nu terecht te schuiven. Natuurlijk is een goed onderscheid nodig tussen de verschillende soorten regio’s. Je hebt de topregio’s, hoofdzakelijk metropolitane gebieden, maar even goed de achtergebleven rurale regio’s, vooral in Oost-Europa. Ik zie een ontwikkeling van metropolitane gebieden – grote steden of clusters van steden met hun ruraal buitengebied als achterland – tot de speerpunten en pijlers van Europa’s weg vooruit. Zij denationaliseren juist. Actief en ambitieus zijn zij onderdeel van Europese en vaak ook internationale netwerken. Dáár tref je weinig euroscepticisme aan. Hun belang wordt nu meer en meer door regeringen ten volle erkend. Anderzijds mogen we echt de ogen niet sluiten voor de achtergebleven regio’s en hun verdere verzwakking. Zij ontvolken, de jeugd trekt weg, er heerst vaak armoede. Het zijn déze regio’s die de trend van renationalisering bevorderen. Er moet veel gebeuren om hen in een hogere versnelling te krijgen. Daar moet onverkort aan worden gewerkt.

Vraag: Wat kan de bijdrage zijn van regio’s aan het realiseren van Sharing Europe, het thema van de herdenking van het Congres van Den Haag?

JvI: Er zullen er niet veel zijn, die het krachtige pleidooi voor een Europa der regio’s op het Europese congres in 1948 nog op hun netvlies hebben. De bevlogen vertegenwoordiger van dit geluid was dominee Denis de Rougemont, niet zo vreemd vanuit het sterk geregionaliseerde Zwitserland. Dat pleidooi heeft het niet gehaald, maar zijn gedachten zijn vandaag actueel, nu het interstatelijke Europa steeds meer mankementen vertoont en aan herinrichting toe is. Het kan niet anders dan dat de regio’s een zwaardere rol moeten krijgen. Kijk eens naar het succesvolle gedecentraliseerde Duitse model ten opzichte van de centrale eenheidsstaten Frankrijk en Groot-Brittannië. In Frankrijk probeert men van het eenheidsregiem af te komen en meer ruimte te scheppen voor de grote potenties van de regio’s. In het VK is een proces van devolution gaande. Zie ook de regionale entiteiten en identiteiten in Italië, in Spanje, en ook in Polen. In de economie wordt steeds meer gehamerd op de noodzaak van erkenning van de regionale economie als onontbeerlijke krachtbron. Ik voorzie dat de modernisering van Europa inderdaad zal verlopen langs de lijn van de regio’s, die zich in een vrije Europese ruimte gaan ontwikkelen. Dit in wisselwerking met het nationale en met de Europese regie, maar hopelijk wél in gelijkwaardigheid en niet in ondergeschiktheid. Daar moeten we voor ijveren.

Vraag: Wat zijn positieve punten van Europese ontwikkeling momenteel en wat baart zorgen?

JvI: Er zijn heel wat positieve punten in de Europese ontwikkeling. Eén uitgesproken belangrijk punt is het verder uitrollen van het programma tot een volledige Interne markt. Die is en blijft, ondanks dat hij zelden voorpagina nieuws is, het kernstuk van de Europese architectuur. Van een Europees level playing field zijn honderdduizenden banen en een goed deel van de economische groei afhankelijk. Positief is ook de geleidelijke ontwikkeling van de Energie-Unie alsmede de dringend noodzakelijke Digital Single Market, die borg moet staan voor innovatie en voor een technologisch geavanceerd en weerbaar Europa in de wereld. Tegen die achtergrond is ook positief dat nu wordt gewerkt aan een sociaal Europa, want de hele bevolking moet (kunnen) meegroeien. Een belangrijk hoofdstuk zijn ook het klimaat en de Sustainable Development Goals. Van de hoogste orde is de completering van de Bankenunie en het op de rails krijgen van een Europese kapitaalmarkt, beide aspecten van de noodzakelijke verdieping van de EMU en van de economic governance. En kijk eens naar de ECB. Ook onderstreep ik de totstandkoming van een toenemend aantal bilaterale handelsakkoorden van de EU met derde landen, die bijdragen aan zekerstelling van het mozaïek van belangen van de Europeanen in de wereld.

Hier staan de nodige zorgen tegenover, die ik samenvat met een gebrek aan gemeenschappelijke doelgerichtheid. De politieke afkeer van Europa van eurosceptici en populisten, die ook de nodige invloed hebben op meer traditionele middenpartijen, werkt regelrecht ondermijnend. Het Europese centrum in Brussel staat onder kritiek. Nu is er geen bezwaar tegen een kritische houding, maar wanneer deze een vrijbrief wordt voor nationale eigenrichting en renationalisering, is het ronduit schadelijk voor het geheel én voor de burgers. Brexit is een afschrikwekkend voorbeeld. Maar de Unie lijdt ook onder de gebrekkige nationale implementatie van wat zelfs plechtig door de lidstaten gezamenlijk is afgesproken. Niet minder bedreigend is de aantasting van de rechtsstaat, de Rule of Law. In sommige landen wordt al vrijuit gesproken over een non-liberale democratie (illiberal democracy). Zulke processen ondermijnen het vertrouwen tussen landen en bevolkingen en ook de legitimiteit van de Unie. Er zal alléén solidariteit komen in de Unie op basis van vertrouwen tussen landen onderling en van vertrouwen in het centrum in Brussel. Het is dus een ernstige zaak, wanneer dat vertrouwen ontbreekt en verder erodeert.

Vraag: U zei onlangs: “Niet te veel herdenken, maar vooral vooruit kijken.” Wat zou de agenda kunnen zijn?

JvI: Centraal in de agenda moet allereerst de politieke wil staan. Tekenend is het uitgangspunt van President Macron: hij wil een soeverein Frankrijk in een soeverein Europa. Met andere woorden, landen én burgers hebben allemaal een groot belang bij een handelingsbekwaam Europa. Dat vereist vertrouwen en legitimiteit van de Unie als basis voor solidariteit tussen Noord en Zuid en West en Oost. Daarom moet in mijn visie hoofdpunt in het Europese integratieproces zijn een terugkeer naar een common sense of purpose. Daarvan hangt een effectieve implementatie van alle belangrijke thema’s in de Unie af, die ik boven heb genoemd. Daar komt ook nog bij buitenlands beleid en defensie alsmede het veiligheidsbeleid, de opvang van vluchtelingen en de harde strijd tegen terrorisme. Vóór alles moeten alle spelers zich bewust zijn van de kwetsbare positie van Europa in de wereld tegenover derden, zoals Rusland, China, en ook de VS. Voor de gezamenlijke weerbaarheid en stabiliteit draagt ieder van de spelers volle medeverantwoordelijkheid. Alleen dán zal het politiek, economisch en sociaal potentieel van Europa zonder stagnatie tot zijn recht kunnen komen.

 

Europese BewegingTerug naar een common sense of purpose. Interview met oud-voorzitter Joost van Iersel
read more

Europese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn

Europese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn

Op de website European Studies and Projects is een interactief forum in aanbouw voor het debat over Europese waarden. Het forum komt voort uit het programma ‘Waarden als werkwoord’ van de EBN, zo vertelt Ernst John Kaars Sijpesteijn. Het richt zich op iedereen die meer wil weten en wellicht een bijdrage wil leveren aan de discussie. Het is belangrijk dat de Europese Unie wordt gezien voor wat het is en wat het zou moeten zijn: een gemeenschap van democratische rechtsstaten met verschillende culturen, talen en geschiedenissen en gedeelde belangen.
Vraag: Wat trekt u toch zo in de Europese waarden discussie, is het uberhaupt nog mogelijk die te voeren? Staat de Europese Unie nog voor haar doelen van vrede, vrijheid en voorspoed?

KS: Waarden als vrijheid, gelijkheid, broederschap, rechtvaardige verdeling en solidariteit maken deel uit van de historische context waarin de Europese Unie tot stand is gekomen. Er zijn altijd mensen geweest die op de bres staan voor mensen met minder kansen en pogen menselijke waardigheid overeind te houden. De spanningen nemen echter toe in een geglobaliseerde wereld, met tegelijkertijd meer en meer hekken en muren, en een openlijke strijd om de schaarse bronnen en goederen in een economisch bestel dat materiële groei nog altijd als het hoogste goed presenteert. Zijn we nog bij machte tegenwicht te bieden aan wat de mensheid en de planeet bedreigt? Om deze reden is het van groot belang om de discussie over de waardengrondslag van de Unie te voeren. Juist ook vanwege de rol die Europa kan en moet spelen als pleitbezorger van vrede, democratie en veiligheid in de wereld. Kan Europa de motor worden van verandering, bijvoorbeeld op de weg naar een mondiale ecologische beschaving en een circulaire economie waarin iedereen meedoet?

Vraag: Waarom een webplatform, wie wil je daarmee betrekken en op welke wijze?

KS: De keuze voor een webplatform in de Engelse taal is gemaakt om zoveel mogelijk mensen te betrekken en te inspireren. De waarden van de Europese Unie staan samengevat in artikel I-2 van het Verdrag van Lissabon: eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren; met een samenleving die zou moeten staan voor pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen. Ieder van deze waarden wijst naar een toekomst waarin deze volledig gerealiseerd kunnen worden.

Vraag: Van welke Europese ontwikkelingen wordt u vrolijk?

KS: Europa is in staat te inspireren als je goed om je heen kijkt. Ik ben optimistisch als ik kijk naar de talloze jongeren, studenten en werkenden uit allerlei landen, die elkaar met hun laptop en een kop koffie weten te vinden. Het is goed dat deze generatie bewust betrokken raakt bij de discussies over de toekomst van ons continent, in een wereld die vaak snakt naar de waarden en beginselen die voor ons soms zo vanzelfsprekend lijken.

Vraag: Wat is voor u de betekenis van het Congres van Den Haag, en waar zou civiele inzet in Europa volgens u uit moeten bestaan?

KS Het Congres van Europa in Den Haag kan deze en andere generaties inspireren tot actieve inzet om de waarden en idealen voor ons en de wereld waar te maken.

Ernst John Kaars Sijpesteijn werkt als ontwikkelaar van evenementen en discussies en heeft boeken samengesteld over Europa zoals De waarde van Europa en De slag om de globale democratie. Het webplatform kunt u vinden op www.europeanstudiesandprojects.net. U bent van harte uitgenodigd om bij te dragen aan het forum. Aanmelden kan op de website.

Europese BewegingEuropese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn
read more

Hoe verbeteren we het democratisch karakter van Europa? Interview met Jaap Hoeksma

Studenten noemen hem ‘Jaap Europa’ vanwege zijn passie voor het onderwerp Europese integratie.
Jurist Jaap Hoeksma timmert geregeld aan de weg rond het thema Europese integratie en hoe Europa veel helderder over het voetlicht te krijgen. Hij is de bedenker van het spel Eurocratie dat inmiddels in het hele land is gespeeld, en auteur van de ‘Theory of Democratic Integration’.

Vraag: U bent al vele jaren een passionado voor verhalen over mogelijke vormen van Europese democratie en integratie, waar komt die passie vandaan?

JH: Europa is de uitdaging van mijn generatie. Wij wilden het oude continent na de oorlogen een nieuwe toekomst geven. Daar is doorzettingsvermogen voor nodig, maar het is geen totale mislukking geworden. Zeventig jaar na het Congres van Den Haag kun je vaststellen dat er uit de wil om oorlog te voorkomen in Europa een nieuw soort democratie is ontstaan.

Vraag: Hoe heeft zich uw denken de afgelopen jaren over deze onderwerpen ontwikkeld, welke verschuivingen hebben erin plaatsgehad, hoe is uw eigen schijnwerper verschoven?

JH: Ik ben als jurist aan de Vrije Universiteit in Amsterdam afgestudeerd in de staatsrechtsfilosofie. Dat was op de VU een afzonderlijk vak. Toen de Europese Unie in 1992 werd opgericht, kon ik ondanks mijn opleiding niet zeggen wat de EU was of zou worden. Ik heb Europa daarom omgetoverd tot een spel. Dan kon je daar in elk geval over praten. Ik heb het bordspel Eurocracy zo vaak op scholen en universiteiten gespeeld, dat de studenten mij spontaan met ‘Jaap Europa’ gingen aanspreken. Ik vond het niet alleen leuk om de tournees te doen, met finales aan het slot enzovoort, maar dankzij de debatten in de klas begon ik ook een beeld te krijgen van hoe je de EU kon begrijpen en uitleggen. In de theorie wordt er altijd van uitgegaan dat de EU een samenwerkingsverband van staten is, maar in de werkelijkheid zijn de burgers van die staten ook burgers van de Unie. De theorie loopt dus achter bij de werkelijkheid. Het was daarom nodig een theorie te ontwikkelen die de EU niet alleen als een Unie van Staten opvat, maar ook als een Unie van Burgers.

Vraag: Met welke Europese integratie onderwerpen houdt u zich nu vooral bezig?

JH: Wat voor mij centraal staat bij het denken over Europese integratie, is hoe we het democratisch karakter van de EU kunnen verbeteren. In de oude benadering volstond het om te claimen dat de Unie een organisatie van democratische staten vormde. Vanuit het nieuwe perspectief van de burgers leidt dat natuurlijk tot de vraag, wat de zin ervan is om een organisatie van democratische staten op ondemocratische wijze te besturen. Dat gaat natuurlijk niet! In de nieuwe benadering moet het bestuur van de EU zelf aan vergelijkbare maatstaven van democratie en rechtsstaat voldoen als de lidstaten!

Vraag: Van welke Europese ontwikkelingen wordt u vrolijk?

JH: Waar ik elke dag vrolijk van word, is het zien van de dingen die vanzelf gaan. Als doorgewinterd voetbalfan vind ik het fantastisch om mee te maken hoe vanzelfsprekend het is geworden om te juichen dat ‘we’ met onze club Europa in gaan of dat ‘we’ bij tegenvallende prestaties niets in Europa te zoeken hebben. Nieuwe generaties vinden het gewoon dat ze in andere EU-landen net zo gemakkelijk kunnen streamen als in Nederland en dat de Googles en Facebooks van deze wereld door Europa gedwongen worden om belasting te betalen. Als Nederland word je gepiepeld, maar met Europa maken we samen een vuist.

Vraag: Wat is voor u de betekenis van het Congres van Den Haag, en waar zou civiele inzet in Europa volgens u over moeten gaan?

JH: De zeventigste verjaardag van het Congres van Den Haag valt voor mij samen met de afronding van de nieuwe theorie die de EU nodig heeft om als een Unie van Staten en Burgers te functioneren. Je moet zo’n verjaardag markeren en laten zien welke kant we opgaan met Europa en dat de EU zich ontwikkelt tot een Europese democratie. Als ik daar met de Theorie van Democratische Integratie aan kan bijdragen, wordt het voor mij een mooi feest!

 

Europese BewegingHoe verbeteren we het democratisch karakter van Europa? Interview met Jaap Hoeksma
read more

Den Haag heeft niet het juiste antwoord voor de EU

De Italiaanse verkiezingen liggen nu al weer drie weken achter ons, en nog steeds is er in Rome geen witte rook. Nederlandse kranten hebben, voor zover ik kan nagaan, sinds de verontrustende uitslag bekend werd, niets meer over de vorming van een nieuwe regering bericht. Eén ding valt sinds zondag 4 maart niet te ontkennen: de Italiaanse kiezer heeft een groot probleem met de Europese Unie, en daarmee heeft Brussel er een groot probleem met Rome bij. De helft van de stemmen ging naar uiterst eurosceptische partijen, die bovendien een zekere sympathie voor Poetins Rusland aan de dag leggen – een van de andere grote problemen, waarmee Europa momenteel worstelt.
Voor Brussel zal het behoud van Italië voor Europa de komende jaren topprioriteit (moeten) zijn, omdat het verlies van het Italiaanse vertrouwen nog veel zwaarwegender politieke consequenties heeft dan de Brexit. De Britten hebben er altijd bijgehangen en waren eigenlijk vooral lid om zo verdere Europese integratie te verhinderen, Italië is er historisch veel nauwer mee verbonden en behoort als een van de oprichtingsstaten tot de kern.
De redenen voor de nederlaag van de sociaal-democraten en het uitblijven van een zege voor een serieus, eveneens pro-Europees gematigd-rechts alternatief – Berlusconi, die er electoraal ook weinig van bakte, kunnen we alleen al om zijn heimelijke bewondering voor het ‘sterke leiderschap’ van Poetin moeilijk als zodanig beschouwen – heeft uiteraard diverse oorzaken. De massale afkeer van de gevestigde partijen was óók een vorm van verzet tegen de notoire corruptie met bijbehorend cliëntelisme: wie niet over de juiste contacten beschikt komt, ongeacht zijn opleiding, vaak moeilijk aan de bak.
Maar daarnaast speelt een belangrijke rol dat veel Italianen zich door de rest van Europa in de steek gelaten voelen – zowel financieel als inzake de vluchtelingenproblematiek. Het strenge, door Schäuble doorgedruktee bezuinigingsbeleid dat Brussel een aantal landen oplegde, heeft vooral in het zuiden – waar de linkspopulistische Vijfsterrenbeweging de grote winnaar was – tot massale (jeugd)werkeloosheid en armoede geleid; op veel mededogen vanuit het noorden kon men er niet rekenen. Tegelijk heeft juist Italië (met Griekenland) veruit de meeste asielzoekers te verwerken gekregen; bijna alle andere landen hielden met een beroep op de Dublinverordening angstvallig de deuren dicht.
En daar komt ook de naarbinnen gerichte, en weinig solidaire blik van Den Haag om de hoek kijken. De belangrijkste insteek van alle kabinetten-Rutte was, met de hete adem van de eigen rabiaat-rechtse populisten Wilders en Baudet in de nek, om van Europa vooral de lusten en niet de lasten te hebben. Wat het zuiden betrof, werd ook op het Binnenhof met monotone regelmaat de grijsgedraaide plaat afgedraaid dat men eerst maar eens moest ‘hervormen’.
Dat laatste gebeurt nog steeds. Premier Rutte, die eindelijk begon in te zien dat hij voor een visie op Europa niet langer met verwijzing naar de oogarts kon volstaan, kwam met een antwoord dat in feite op meer van hetzelfde neerkwam: alleen Europese steun voor Italië als dit eindelijk ‘hervormde’. De sociale ellende die al die ‘hervormingen’ teweeg hadden gebracht, waren niet ons probleem. Ik zou zeggen: sinds 4 maart zijn zij dat wèl, omdat Europa door het negeren van die ellende miljoenen Italianen van zich heeft vervreemdt.
En de politieke gevaren die dat met zich meebrengt, worden in Parijs en Berlijn scherper gezien dan in Den Haag. Voor Nederland is Europa vanouds, van een paar begeesterde idealisten afgezien, vooral een economisch project: we zijn lid om makkelijker onze kaas te kunnen verkopen. De afgesleten meer-markt-mantra die ook Rutte weer in zijn Europa-speech ophoestte, past daar naadloos in.
Voor de Fransen en Duitsers is Europa daarentegen allereerst een politiek project – weliswaar met economische middelen, maar dat is iets wezenlijks anders. Het vormt voor hen een antwoord op twee catastrofale wereldoorlogen op basis van de Frans-Duitse ‘erfvijandschap’, waaraan ook Rome zijn (wisselvallige) aandeel had. Prioriteit nummer één in de jaren vijftig was niet om de zaken zo te organiseren dat er meer kaas werd gefabriceerd, maar minder kanonnen.
Nu de even eenzijdig-economisch georiënteerde Britten binnenkort wegvallen, moest Rutte voor voortzetting van zijn rigide monetaire koers op zoek naar nieuwe bondgenoten, die hij vervolgens in zeven kleinere noordelijke landen vond. Volgens latere berichten zou Berlijn het initiatief van Nederland en de Zeven Dwergen volmondig toejuichen, maar dat ligt vermoedelijk toch iets ingewikkelder.
Zeker deelt Duitsland vanouds de Nederlandse ‘protestantse’ kijk op overheids-finan¬ciën en vooral begrotingstekorten, die haaks staat op de laissez-faire-benade-ring van de meeste katholieke Zuideuropese landen, waar ingeval van internationaal oplopende economische achterstand in het pre-Euro-tijdperk altijd naar het paardenmiddel van devaluatie gegrepen kon worden om de verhoudingen weer in balans te brengen. Maar Berlijn zal dit Noordeuropese initiatief vooral zien (en gebruiken) als potentieel drukmiddel om de door Parijs aangevoerde zuidelijken een beetje bij de les te houden, zonder zichzelf al te impopulair te hoeven maken.
Als het er echt op aan komt zal namelijk voor Duitsland de relatie met Frankrijk en het Europese behoud van Italië terecht zwaarder tellen dan alle Hollandse kren-ten¬wegerij. En wel, omdat betalingsbalans en begrotingstekort uiteindelijk finan-ciële abstracties zijn, en honger, kou en werkeloosheid niet. De electorale conse-quen¬ties van het negeren van die laatste waarheid zijn nu in Italië duidelijk gewor-den. Het is precies dit punt, waarop de SPD, teneinde bereid te zijn om opnieuw met Merkel in zee te gaan, vastbesloten is dit keer in Europa het verschil te maken.

Thomas von der Dunk, 30 maart 2018

Europese BewegingDen Haag heeft niet het juiste antwoord voor de EU
read more

Dreigt door de Duitse Groko nu Europese overmoed?

 

 

In Berlijn zijn ze er (voorlopig) uit, en in Brussel haalt men vast opgehaald adem: de GroKo, de Große Koalition van de twee Europagezinde oude volkspartijen CDU/CSU en SPD wordt, ondanks zwaar verlies van alle drie bestanddelen bij de jongste Bondsdagverkiezingen, voortgezet. Mits de SPD-leden ermee instemmen, en dat is nog niet gezegd.

Die staan in elk geval voor een onmogelijk dilemma, want aan beide keuzes kleven grote risico’s. Afwijzen zou Duitsland nu in politieke chaos kunnen storten, instemmen mogelijk hetzelfde over vier jaar. Waar de Duitse christen-democraten en sociaal-democraten een paar decennia samen ruim boven de tachtig procent van de kiezers scoorden, is dat aandeel nu gedaald tot amper de helft. Dat is niet zonder oorzaak. Een nieuwe GroKo zou, omdat zij beide partijen nog meer kleur doet verliezen en zo mogelijk nog meer kiezers naar de randen zal verjagen, wel eens in 2022 voor een gezamenlijke score ónder de helft kunnen zorgen, en dan keert de ‘Weimar’-paniek van de afgelopen maanden nog veel heviger terug.

Het is dus de keuze tussen instabiliteit vandaag en mogelijke instabiliteit op termijn. Inhoudelijk hebben de SPD-leden, omdat Merkel om het eerste te vermijden tot grote concessies – zowel qua regeringsprogram als qua regeringspersoneel – bereid bleek misschien niet veel redenen om voortzetting van de samenwerking af te wijzen, en daarom weinig andere keus dan om zuchtend accoord te gaan, maar uit politiek oogpunt zijn dergelijke GroKo’s ongezond.

Het versterkt bij veel burgers de indruk van een partijkartel dat, vernietigende kiezersuitspraak of niet, per se aan de macht blijft vasthouden, en daar spint de AfD garen bij. Dat is – en dat was indertijd één van de redenen van Schulz om ‘nee’ te zeggen – als gevolg van de vaandelvlucht van de FDP nu al de aanvoerder van de oppositie. Met haar tegemoetkomingen richting SPD weet Merkel straks misschien de slag om de SPD-leden te winnen, maar dreigt aan de andere kant afvalligheid. Het eerste gemor op de rechtervleugel van de CDU is al vernomen, en de CSU is niet zonder reden bang binnenkort in Beieren onderuit te gaan.

En Brussel? Dat moet zich vooral niet te rijk rekenen, nu het behalve in Parijs, ook in Berlijn op een Europa welgezinde regering kan bogen. Hoe verheugend dat op zich ook is: omdat twee zwaluwen nog geen zomer maken, en de euroscepsis onder grote delen van de bevolking daarmee nog niet verdwenen is, is enige politieke prudentie op zijn plaats. Alleen is politieke prudentie niet een eigenschap waardoor Juncker de afgelopen jaren opgevallen is.

Nu heeft hij zelfs alvast meteen maar de hele Westelijke Balkan op het uitbreidingsprogramma gezet, ook al zal geen van deze landen op afzienbare termijn aan de Kopenhagencriteria voldoen. Kennelijk heeft men, inzake voorbarige toetredingen, met Bulgarije en Roemenië zijn lesje toch niet geleerd.

Wie het vertrouwen in de Europese Unie bij de bevolking in de westelijke lidstaten wil ondermijnen, moet vooral zo doorgaan. Het zal Merkel en Macron toch al de nodige moeite kosten om andere hoofdsteden van de noodzaak van verdere integratie te overtuigen – om te beginnen Den Haag, waar het Europese beleid van Rutte-III vooral uit het ontkennen van de noodzaak van enig Europees beleid lijkt te staan, althans van enig Europees beleid dat verder reikt dan ‘de markt’. In elk geval zolang Halbe Zijlstra op BZ de scepter zwaait, maar goed, dat zal niet lang meer zijn, want die vindt binnenkort in een mooie datsja onderdak.

Evenmin zal Den Haag zich kunnen beperken tot wat geroep over de noodzaak van de Zuid-Europese landen om nu echt eens te hervormen, want dat geroep heeft in het verleden evenmin veel uitgehaald. Met het afwijzen van elk idee van kapitaaloverdracht van Noord naar Zuid, of van machtsoverdracht van de nationale hoofdsteden naar de federale, komt men er rond het Binnenhof niet. De gemeenschappelijke euro heeft ons nu eenmaal met Griekenland in hetzelfde financiële schuitje doen belanden. Dat betekent enerzijds dat Rutte de Nederlandse kiezer erop zal moeten voorbereiden dat er nog een paar centen naar de Grieken gaan – als bekend niet zijn favoriete ding – en anderzijds Juncker het Rutte niet nog moeilijker moet maken om die boodschap zonder complete afgang te verkondigen. Dat betekent: het door Bulgarije als nieuwe EU-voorzitter opgeworpen idee om binnenkort tot de eurozone toe te treden is absurd.

En verdere uitbreiding van de EU zal in de komende decennia sowieso alleen electoraal verkoopbaar zijn, als dat direct gekoppeld wordt aan een duidelijke keuze voor een Europa van twee snelheden, waarbij voor nieuwe toetreders geen volwaardig lidmaatschap is weggelegd. Om de simpele reden dat er weliswaar – met een assertief Rusland en Turkije in de buurt – heel plausibele geopolitieke redenen zijn om deze landen nauwer aan Europa te binden, maar dat men zich tegelijkertijd – indachtig ook de complete ontsporing van juist ‘kandidaatlid’ Turkije – over de worteling van democratische waarden en de waarde van papieren garanties dienaangaande geen illusies moet maken. Brussel heeft met Warschau, Boedapest en inmiddels ook Praag al genoeg te stellen, en er is weinig reden om aan te nemen dat het wereldbeeld van Sofia en Boekarest wezenlijk anders is.

Daar komt voor de westelijke Balkan bij dat het nationalisme er zo mogelijk nog weliger tiert, en Brussel ook nu, al meer dan een kwart eeuw na het bloedige uiteenvallen van Joegoslavië, er nog steeds niet in slaagt in Bosnië voor stabiliteit en verzoening te zorgen, het Servische revanchisme jegens Kosovo niet beteugeld is, en Macedonië en Griekenland elkaar in de haren blijven vliegen over de vraag: van wie is eigenlijk de erfenis van Alexander de Grote – inmiddels welgeteld tweeduizenddriehonderdeenenveertig jaar na de dood van.

 

Thomas von der Dunk, 13 februari 2018

Europese BewegingDreigt door de Duitse Groko nu Europese overmoed?
read more

The women of Europe Awards 2017

Yesterday the European Movement International and the European Women’s Lobby hosted the second edition of the Women of Europe Awards. The awards are handed out annually to honour women striving to advance the European project in their professional or private capacity as the role of women in the European project remains largely unrecognised. The awards highlight the contribution of women in promoting and advancing European issues, and to increase their presence and involvement in debates about Europe and its future. The European Movement and the European Women’s Lobby are happy to announce the winners of our four categories:

Woman in Power: Federica Mogherini, High Representative of the European Union for Foreign Affairs and Security

Woman in Action:A driana Lettrari,Co-Founder of the Third Generation of Eastern Germany Network

Woman in Business: Melody Hossaini, Founder and CEO of InspirEngage International

Woman in Youth Activism: Mina Jaf, Founder and Executive Director of Women Refugee Route

 

Europese BewegingThe women of Europe Awards 2017
read more