Publicaties

Terug naar een common sense of purpose. Interview met oud-voorzitter Joost van Iersel

In de aanloop naar het Sharing Europe festival vroegen we EBN oud-voorzitter Joost van Iersel, die sinds 2002 lid was van het Europees Economisch en Sociaal Comité naar zijn visie op het belang van regio’s in een tijd van nationale naar binnen gerichtheid.

Vraag: Wat kunnen regio’s betekenen in de huidige tijd?

JvI: Regio’s zijn altijd onderschat in het Europese debat. Dat begint nu terecht te schuiven. Natuurlijk is een goed onderscheid nodig tussen de verschillende soorten regio’s. Je hebt de topregio’s, hoofdzakelijk metropolitane gebieden, maar even goed de achtergebleven rurale regio’s, vooral in Oost-Europa. Ik zie een ontwikkeling van metropolitane gebieden – grote steden of clusters van steden met hun ruraal buitengebied als achterland – tot de speerpunten en pijlers van Europa’s weg vooruit. Zij denationaliseren juist. Actief en ambitieus zijn zij onderdeel van Europese en vaak ook internationale netwerken. Dáár tref je weinig euroscepticisme aan. Hun belang wordt nu meer en meer door regeringen ten volle erkend. Anderzijds mogen we echt de ogen niet sluiten voor de achtergebleven regio’s en hun verdere verzwakking. Zij ontvolken, de jeugd trekt weg, er heerst vaak armoede. Het zijn déze regio’s die de trend van renationalisering bevorderen. Er moet veel gebeuren om hen in een hogere versnelling te krijgen. Daar moet onverkort aan worden gewerkt.

Vraag: Wat kan de bijdrage zijn van regio’s aan het realiseren van Sharing Europe, het thema van de herdenking van het Congres van Den Haag?

JvI: Er zullen er niet veel zijn, die het krachtige pleidooi voor een Europa der regio’s op het Europese congres in 1948 nog op hun netvlies hebben. De bevlogen vertegenwoordiger van dit geluid was dominee Denis de Rougemont, niet zo vreemd vanuit het sterk geregionaliseerde Zwitserland. Dat pleidooi heeft het niet gehaald, maar zijn gedachten zijn vandaag actueel, nu het interstatelijke Europa steeds meer mankementen vertoont en aan herinrichting toe is. Het kan niet anders dan dat de regio’s een zwaardere rol moeten krijgen. Kijk eens naar het succesvolle gedecentraliseerde Duitse model ten opzichte van de centrale eenheidsstaten Frankrijk en Groot-Brittannië. In Frankrijk probeert men van het eenheidsregiem af te komen en meer ruimte te scheppen voor de grote potenties van de regio’s. In het VK is een proces van devolution gaande. Zie ook de regionale entiteiten en identiteiten in Italië, in Spanje, en ook in Polen. In de economie wordt steeds meer gehamerd op de noodzaak van erkenning van de regionale economie als onontbeerlijke krachtbron. Ik voorzie dat de modernisering van Europa inderdaad zal verlopen langs de lijn van de regio’s, die zich in een vrije Europese ruimte gaan ontwikkelen. Dit in wisselwerking met het nationale en met de Europese regie, maar hopelijk wél in gelijkwaardigheid en niet in ondergeschiktheid. Daar moeten we voor ijveren.

Vraag: Wat zijn positieve punten van Europese ontwikkeling momenteel en wat baart zorgen?

JvI: Er zijn heel wat positieve punten in de Europese ontwikkeling. Eén uitgesproken belangrijk punt is het verder uitrollen van het programma tot een volledige Interne markt. Die is en blijft, ondanks dat hij zelden voorpagina nieuws is, het kernstuk van de Europese architectuur. Van een Europees level playing field zijn honderdduizenden banen en een goed deel van de economische groei afhankelijk. Positief is ook de geleidelijke ontwikkeling van de Energie-Unie alsmede de dringend noodzakelijke Digital Single Market, die borg moet staan voor innovatie en voor een technologisch geavanceerd en weerbaar Europa in de wereld. Tegen die achtergrond is ook positief dat nu wordt gewerkt aan een sociaal Europa, want de hele bevolking moet (kunnen) meegroeien. Een belangrijk hoofdstuk zijn ook het klimaat en de Sustainable Development Goals. Van de hoogste orde is de completering van de Bankenunie en het op de rails krijgen van een Europese kapitaalmarkt, beide aspecten van de noodzakelijke verdieping van de EMU en van de economic governance. En kijk eens naar de ECB. Ook onderstreep ik de totstandkoming van een toenemend aantal bilaterale handelsakkoorden van de EU met derde landen, die bijdragen aan zekerstelling van het mozaïek van belangen van de Europeanen in de wereld.

Hier staan de nodige zorgen tegenover, die ik samenvat met een gebrek aan gemeenschappelijke doelgerichtheid. De politieke afkeer van Europa van eurosceptici en populisten, die ook de nodige invloed hebben op meer traditionele middenpartijen, werkt regelrecht ondermijnend. Het Europese centrum in Brussel staat onder kritiek. Nu is er geen bezwaar tegen een kritische houding, maar wanneer deze een vrijbrief wordt voor nationale eigenrichting en renationalisering, is het ronduit schadelijk voor het geheel én voor de burgers. Brexit is een afschrikwekkend voorbeeld. Maar de Unie lijdt ook onder de gebrekkige nationale implementatie van wat zelfs plechtig door de lidstaten gezamenlijk is afgesproken. Niet minder bedreigend is de aantasting van de rechtsstaat, de Rule of Law. In sommige landen wordt al vrijuit gesproken over een non-liberale democratie (illiberal democracy). Zulke processen ondermijnen het vertrouwen tussen landen en bevolkingen en ook de legitimiteit van de Unie. Er zal alléén solidariteit komen in de Unie op basis van vertrouwen tussen landen onderling en van vertrouwen in het centrum in Brussel. Het is dus een ernstige zaak, wanneer dat vertrouwen ontbreekt en verder erodeert.

Vraag: U zei onlangs: “Niet te veel herdenken, maar vooral vooruit kijken.” Wat zou de agenda kunnen zijn?

JvI: Centraal in de agenda moet allereerst de politieke wil staan. Tekenend is het uitgangspunt van President Macron: hij wil een soeverein Frankrijk in een soeverein Europa. Met andere woorden, landen én burgers hebben allemaal een groot belang bij een handelingsbekwaam Europa. Dat vereist vertrouwen en legitimiteit van de Unie als basis voor solidariteit tussen Noord en Zuid en West en Oost. Daarom moet in mijn visie hoofdpunt in het Europese integratieproces zijn een terugkeer naar een common sense of purpose. Daarvan hangt een effectieve implementatie van alle belangrijke thema’s in de Unie af, die ik boven heb genoemd. Daar komt ook nog bij buitenlands beleid en defensie alsmede het veiligheidsbeleid, de opvang van vluchtelingen en de harde strijd tegen terrorisme. Vóór alles moeten alle spelers zich bewust zijn van de kwetsbare positie van Europa in de wereld tegenover derden, zoals Rusland, China, en ook de VS. Voor de gezamenlijke weerbaarheid en stabiliteit draagt ieder van de spelers volle medeverantwoordelijkheid. Alleen dán zal het politiek, economisch en sociaal potentieel van Europa zonder stagnatie tot zijn recht kunnen komen.

 

Europese BewegingTerug naar een common sense of purpose. Interview met oud-voorzitter Joost van Iersel
read more

Europese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn

Europese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn

Op de website European Studies and Projects is een interactief forum in aanbouw voor het debat over Europese waarden. Het forum komt voort uit het programma ‘Waarden als werkwoord’ van de EBN, zo vertelt Ernst John Kaars Sijpesteijn. Het richt zich op iedereen die meer wil weten en wellicht een bijdrage wil leveren aan de discussie. Het is belangrijk dat de Europese Unie wordt gezien voor wat het is en wat het zou moeten zijn: een gemeenschap van democratische rechtsstaten met verschillende culturen, talen en geschiedenissen en gedeelde belangen.
Vraag: Wat trekt u toch zo in de Europese waarden discussie, is het uberhaupt nog mogelijk die te voeren? Staat de Europese Unie nog voor haar doelen van vrede, vrijheid en voorspoed?

KS: Waarden als vrijheid, gelijkheid, broederschap, rechtvaardige verdeling en solidariteit maken deel uit van de historische context waarin de Europese Unie tot stand is gekomen. Er zijn altijd mensen geweest die op de bres staan voor mensen met minder kansen en pogen menselijke waardigheid overeind te houden. De spanningen nemen echter toe in een geglobaliseerde wereld, met tegelijkertijd meer en meer hekken en muren, en een openlijke strijd om de schaarse bronnen en goederen in een economisch bestel dat materiële groei nog altijd als het hoogste goed presenteert. Zijn we nog bij machte tegenwicht te bieden aan wat de mensheid en de planeet bedreigt? Om deze reden is het van groot belang om de discussie over de waardengrondslag van de Unie te voeren. Juist ook vanwege de rol die Europa kan en moet spelen als pleitbezorger van vrede, democratie en veiligheid in de wereld. Kan Europa de motor worden van verandering, bijvoorbeeld op de weg naar een mondiale ecologische beschaving en een circulaire economie waarin iedereen meedoet?

Vraag: Waarom een webplatform, wie wil je daarmee betrekken en op welke wijze?

KS: De keuze voor een webplatform in de Engelse taal is gemaakt om zoveel mogelijk mensen te betrekken en te inspireren. De waarden van de Europese Unie staan samengevat in artikel I-2 van het Verdrag van Lissabon: eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie, gelijkheid, de rechtsstaat en eerbiediging van mensenrechten, waaronder de rechten van personen die tot minderheden behoren; met een samenleving die zou moeten staan voor pluralisme, non-discriminatie, verdraagzaamheid, rechtvaardigheid, solidariteit en gelijkheid van vrouwen en mannen. Ieder van deze waarden wijst naar een toekomst waarin deze volledig gerealiseerd kunnen worden.

Vraag: Van welke Europese ontwikkelingen wordt u vrolijk?

KS: Europa is in staat te inspireren als je goed om je heen kijkt. Ik ben optimistisch als ik kijk naar de talloze jongeren, studenten en werkenden uit allerlei landen, die elkaar met hun laptop en een kop koffie weten te vinden. Het is goed dat deze generatie bewust betrokken raakt bij de discussies over de toekomst van ons continent, in een wereld die vaak snakt naar de waarden en beginselen die voor ons soms zo vanzelfsprekend lijken.

Vraag: Wat is voor u de betekenis van het Congres van Den Haag, en waar zou civiele inzet in Europa volgens u uit moeten bestaan?

KS Het Congres van Europa in Den Haag kan deze en andere generaties inspireren tot actieve inzet om de waarden en idealen voor ons en de wereld waar te maken.

Ernst John Kaars Sijpesteijn werkt als ontwikkelaar van evenementen en discussies en heeft boeken samengesteld over Europa zoals De waarde van Europa en De slag om de globale democratie. Het webplatform kunt u vinden op www.europeanstudiesandprojects.net. U bent van harte uitgenodigd om bij te dragen aan het forum. Aanmelden kan op de website.

Europese BewegingEuropese waarden zijn nog steeds de moeite waard. Interview met Ernst John Kaars Sijpesteijn
read more

Hoe verbeteren we het democratisch karakter van Europa? Interview met Jaap Hoeksma

Studenten noemen hem ‘Jaap Europa’ vanwege zijn passie voor het onderwerp Europese integratie.
Jurist Jaap Hoeksma timmert geregeld aan de weg rond het thema Europese integratie en hoe Europa veel helderder over het voetlicht te krijgen. Hij is de bedenker van het spel Eurocratie dat inmiddels in het hele land is gespeeld, en auteur van de ‘Theory of Democratic Integration’.

Vraag: U bent al vele jaren een passionado voor verhalen over mogelijke vormen van Europese democratie en integratie, waar komt die passie vandaan?

JH: Europa is de uitdaging van mijn generatie. Wij wilden het oude continent na de oorlogen een nieuwe toekomst geven. Daar is doorzettingsvermogen voor nodig, maar het is geen totale mislukking geworden. Zeventig jaar na het Congres van Den Haag kun je vaststellen dat er uit de wil om oorlog te voorkomen in Europa een nieuw soort democratie is ontstaan.

Vraag: Hoe heeft zich uw denken de afgelopen jaren over deze onderwerpen ontwikkeld, welke verschuivingen hebben erin plaatsgehad, hoe is uw eigen schijnwerper verschoven?

JH: Ik ben als jurist aan de Vrije Universiteit in Amsterdam afgestudeerd in de staatsrechtsfilosofie. Dat was op de VU een afzonderlijk vak. Toen de Europese Unie in 1992 werd opgericht, kon ik ondanks mijn opleiding niet zeggen wat de EU was of zou worden. Ik heb Europa daarom omgetoverd tot een spel. Dan kon je daar in elk geval over praten. Ik heb het bordspel Eurocracy zo vaak op scholen en universiteiten gespeeld, dat de studenten mij spontaan met ‘Jaap Europa’ gingen aanspreken. Ik vond het niet alleen leuk om de tournees te doen, met finales aan het slot enzovoort, maar dankzij de debatten in de klas begon ik ook een beeld te krijgen van hoe je de EU kon begrijpen en uitleggen. In de theorie wordt er altijd van uitgegaan dat de EU een samenwerkingsverband van staten is, maar in de werkelijkheid zijn de burgers van die staten ook burgers van de Unie. De theorie loopt dus achter bij de werkelijkheid. Het was daarom nodig een theorie te ontwikkelen die de EU niet alleen als een Unie van Staten opvat, maar ook als een Unie van Burgers.

Vraag: Met welke Europese integratie onderwerpen houdt u zich nu vooral bezig?

JH: Wat voor mij centraal staat bij het denken over Europese integratie, is hoe we het democratisch karakter van de EU kunnen verbeteren. In de oude benadering volstond het om te claimen dat de Unie een organisatie van democratische staten vormde. Vanuit het nieuwe perspectief van de burgers leidt dat natuurlijk tot de vraag, wat de zin ervan is om een organisatie van democratische staten op ondemocratische wijze te besturen. Dat gaat natuurlijk niet! In de nieuwe benadering moet het bestuur van de EU zelf aan vergelijkbare maatstaven van democratie en rechtsstaat voldoen als de lidstaten!

Vraag: Van welke Europese ontwikkelingen wordt u vrolijk?

JH: Waar ik elke dag vrolijk van word, is het zien van de dingen die vanzelf gaan. Als doorgewinterd voetbalfan vind ik het fantastisch om mee te maken hoe vanzelfsprekend het is geworden om te juichen dat ‘we’ met onze club Europa in gaan of dat ‘we’ bij tegenvallende prestaties niets in Europa te zoeken hebben. Nieuwe generaties vinden het gewoon dat ze in andere EU-landen net zo gemakkelijk kunnen streamen als in Nederland en dat de Googles en Facebooks van deze wereld door Europa gedwongen worden om belasting te betalen. Als Nederland word je gepiepeld, maar met Europa maken we samen een vuist.

Vraag: Wat is voor u de betekenis van het Congres van Den Haag, en waar zou civiele inzet in Europa volgens u over moeten gaan?

JH: De zeventigste verjaardag van het Congres van Den Haag valt voor mij samen met de afronding van de nieuwe theorie die de EU nodig heeft om als een Unie van Staten en Burgers te functioneren. Je moet zo’n verjaardag markeren en laten zien welke kant we opgaan met Europa en dat de EU zich ontwikkelt tot een Europese democratie. Als ik daar met de Theorie van Democratische Integratie aan kan bijdragen, wordt het voor mij een mooi feest!

 

Europese BewegingHoe verbeteren we het democratisch karakter van Europa? Interview met Jaap Hoeksma
read more

Den Haag heeft niet het juiste antwoord voor de EU

De Italiaanse verkiezingen liggen nu al weer drie weken achter ons, en nog steeds is er in Rome geen witte rook. Nederlandse kranten hebben, voor zover ik kan nagaan, sinds de verontrustende uitslag bekend werd, niets meer over de vorming van een nieuwe regering bericht. Eén ding valt sinds zondag 4 maart niet te ontkennen: de Italiaanse kiezer heeft een groot probleem met de Europese Unie, en daarmee heeft Brussel er een groot probleem met Rome bij. De helft van de stemmen ging naar uiterst eurosceptische partijen, die bovendien een zekere sympathie voor Poetins Rusland aan de dag leggen – een van de andere grote problemen, waarmee Europa momenteel worstelt.
Voor Brussel zal het behoud van Italië voor Europa de komende jaren topprioriteit (moeten) zijn, omdat het verlies van het Italiaanse vertrouwen nog veel zwaarwegender politieke consequenties heeft dan de Brexit. De Britten hebben er altijd bijgehangen en waren eigenlijk vooral lid om zo verdere Europese integratie te verhinderen, Italië is er historisch veel nauwer mee verbonden en behoort als een van de oprichtingsstaten tot de kern.
De redenen voor de nederlaag van de sociaal-democraten en het uitblijven van een zege voor een serieus, eveneens pro-Europees gematigd-rechts alternatief – Berlusconi, die er electoraal ook weinig van bakte, kunnen we alleen al om zijn heimelijke bewondering voor het ‘sterke leiderschap’ van Poetin moeilijk als zodanig beschouwen – heeft uiteraard diverse oorzaken. De massale afkeer van de gevestigde partijen was óók een vorm van verzet tegen de notoire corruptie met bijbehorend cliëntelisme: wie niet over de juiste contacten beschikt komt, ongeacht zijn opleiding, vaak moeilijk aan de bak.
Maar daarnaast speelt een belangrijke rol dat veel Italianen zich door de rest van Europa in de steek gelaten voelen – zowel financieel als inzake de vluchtelingenproblematiek. Het strenge, door Schäuble doorgedruktee bezuinigingsbeleid dat Brussel een aantal landen oplegde, heeft vooral in het zuiden – waar de linkspopulistische Vijfsterrenbeweging de grote winnaar was – tot massale (jeugd)werkeloosheid en armoede geleid; op veel mededogen vanuit het noorden kon men er niet rekenen. Tegelijk heeft juist Italië (met Griekenland) veruit de meeste asielzoekers te verwerken gekregen; bijna alle andere landen hielden met een beroep op de Dublinverordening angstvallig de deuren dicht.
En daar komt ook de naarbinnen gerichte, en weinig solidaire blik van Den Haag om de hoek kijken. De belangrijkste insteek van alle kabinetten-Rutte was, met de hete adem van de eigen rabiaat-rechtse populisten Wilders en Baudet in de nek, om van Europa vooral de lusten en niet de lasten te hebben. Wat het zuiden betrof, werd ook op het Binnenhof met monotone regelmaat de grijsgedraaide plaat afgedraaid dat men eerst maar eens moest ‘hervormen’.
Dat laatste gebeurt nog steeds. Premier Rutte, die eindelijk begon in te zien dat hij voor een visie op Europa niet langer met verwijzing naar de oogarts kon volstaan, kwam met een antwoord dat in feite op meer van hetzelfde neerkwam: alleen Europese steun voor Italië als dit eindelijk ‘hervormde’. De sociale ellende die al die ‘hervormingen’ teweeg hadden gebracht, waren niet ons probleem. Ik zou zeggen: sinds 4 maart zijn zij dat wèl, omdat Europa door het negeren van die ellende miljoenen Italianen van zich heeft vervreemdt.
En de politieke gevaren die dat met zich meebrengt, worden in Parijs en Berlijn scherper gezien dan in Den Haag. Voor Nederland is Europa vanouds, van een paar begeesterde idealisten afgezien, vooral een economisch project: we zijn lid om makkelijker onze kaas te kunnen verkopen. De afgesleten meer-markt-mantra die ook Rutte weer in zijn Europa-speech ophoestte, past daar naadloos in.
Voor de Fransen en Duitsers is Europa daarentegen allereerst een politiek project – weliswaar met economische middelen, maar dat is iets wezenlijks anders. Het vormt voor hen een antwoord op twee catastrofale wereldoorlogen op basis van de Frans-Duitse ‘erfvijandschap’, waaraan ook Rome zijn (wisselvallige) aandeel had. Prioriteit nummer één in de jaren vijftig was niet om de zaken zo te organiseren dat er meer kaas werd gefabriceerd, maar minder kanonnen.
Nu de even eenzijdig-economisch georiënteerde Britten binnenkort wegvallen, moest Rutte voor voortzetting van zijn rigide monetaire koers op zoek naar nieuwe bondgenoten, die hij vervolgens in zeven kleinere noordelijke landen vond. Volgens latere berichten zou Berlijn het initiatief van Nederland en de Zeven Dwergen volmondig toejuichen, maar dat ligt vermoedelijk toch iets ingewikkelder.
Zeker deelt Duitsland vanouds de Nederlandse ‘protestantse’ kijk op overheids-finan¬ciën en vooral begrotingstekorten, die haaks staat op de laissez-faire-benade-ring van de meeste katholieke Zuideuropese landen, waar ingeval van internationaal oplopende economische achterstand in het pre-Euro-tijdperk altijd naar het paardenmiddel van devaluatie gegrepen kon worden om de verhoudingen weer in balans te brengen. Maar Berlijn zal dit Noordeuropese initiatief vooral zien (en gebruiken) als potentieel drukmiddel om de door Parijs aangevoerde zuidelijken een beetje bij de les te houden, zonder zichzelf al te impopulair te hoeven maken.
Als het er echt op aan komt zal namelijk voor Duitsland de relatie met Frankrijk en het Europese behoud van Italië terecht zwaarder tellen dan alle Hollandse kren-ten¬wegerij. En wel, omdat betalingsbalans en begrotingstekort uiteindelijk finan-ciële abstracties zijn, en honger, kou en werkeloosheid niet. De electorale conse-quen¬ties van het negeren van die laatste waarheid zijn nu in Italië duidelijk gewor-den. Het is precies dit punt, waarop de SPD, teneinde bereid te zijn om opnieuw met Merkel in zee te gaan, vastbesloten is dit keer in Europa het verschil te maken.

Thomas von der Dunk, 30 maart 2018

Europese BewegingDen Haag heeft niet het juiste antwoord voor de EU
read more

Dreigt door de Duitse Groko nu Europese overmoed?

 

 

In Berlijn zijn ze er (voorlopig) uit, en in Brussel haalt men vast opgehaald adem: de GroKo, de Große Koalition van de twee Europagezinde oude volkspartijen CDU/CSU en SPD wordt, ondanks zwaar verlies van alle drie bestanddelen bij de jongste Bondsdagverkiezingen, voortgezet. Mits de SPD-leden ermee instemmen, en dat is nog niet gezegd.

Die staan in elk geval voor een onmogelijk dilemma, want aan beide keuzes kleven grote risico’s. Afwijzen zou Duitsland nu in politieke chaos kunnen storten, instemmen mogelijk hetzelfde over vier jaar. Waar de Duitse christen-democraten en sociaal-democraten een paar decennia samen ruim boven de tachtig procent van de kiezers scoorden, is dat aandeel nu gedaald tot amper de helft. Dat is niet zonder oorzaak. Een nieuwe GroKo zou, omdat zij beide partijen nog meer kleur doet verliezen en zo mogelijk nog meer kiezers naar de randen zal verjagen, wel eens in 2022 voor een gezamenlijke score ónder de helft kunnen zorgen, en dan keert de ‘Weimar’-paniek van de afgelopen maanden nog veel heviger terug.

Het is dus de keuze tussen instabiliteit vandaag en mogelijke instabiliteit op termijn. Inhoudelijk hebben de SPD-leden, omdat Merkel om het eerste te vermijden tot grote concessies – zowel qua regeringsprogram als qua regeringspersoneel – bereid bleek misschien niet veel redenen om voortzetting van de samenwerking af te wijzen, en daarom weinig andere keus dan om zuchtend accoord te gaan, maar uit politiek oogpunt zijn dergelijke GroKo’s ongezond.

Het versterkt bij veel burgers de indruk van een partijkartel dat, vernietigende kiezersuitspraak of niet, per se aan de macht blijft vasthouden, en daar spint de AfD garen bij. Dat is – en dat was indertijd één van de redenen van Schulz om ‘nee’ te zeggen – als gevolg van de vaandelvlucht van de FDP nu al de aanvoerder van de oppositie. Met haar tegemoetkomingen richting SPD weet Merkel straks misschien de slag om de SPD-leden te winnen, maar dreigt aan de andere kant afvalligheid. Het eerste gemor op de rechtervleugel van de CDU is al vernomen, en de CSU is niet zonder reden bang binnenkort in Beieren onderuit te gaan.

En Brussel? Dat moet zich vooral niet te rijk rekenen, nu het behalve in Parijs, ook in Berlijn op een Europa welgezinde regering kan bogen. Hoe verheugend dat op zich ook is: omdat twee zwaluwen nog geen zomer maken, en de euroscepsis onder grote delen van de bevolking daarmee nog niet verdwenen is, is enige politieke prudentie op zijn plaats. Alleen is politieke prudentie niet een eigenschap waardoor Juncker de afgelopen jaren opgevallen is.

Nu heeft hij zelfs alvast meteen maar de hele Westelijke Balkan op het uitbreidingsprogramma gezet, ook al zal geen van deze landen op afzienbare termijn aan de Kopenhagencriteria voldoen. Kennelijk heeft men, inzake voorbarige toetredingen, met Bulgarije en Roemenië zijn lesje toch niet geleerd.

Wie het vertrouwen in de Europese Unie bij de bevolking in de westelijke lidstaten wil ondermijnen, moet vooral zo doorgaan. Het zal Merkel en Macron toch al de nodige moeite kosten om andere hoofdsteden van de noodzaak van verdere integratie te overtuigen – om te beginnen Den Haag, waar het Europese beleid van Rutte-III vooral uit het ontkennen van de noodzaak van enig Europees beleid lijkt te staan, althans van enig Europees beleid dat verder reikt dan ‘de markt’. In elk geval zolang Halbe Zijlstra op BZ de scepter zwaait, maar goed, dat zal niet lang meer zijn, want die vindt binnenkort in een mooie datsja onderdak.

Evenmin zal Den Haag zich kunnen beperken tot wat geroep over de noodzaak van de Zuid-Europese landen om nu echt eens te hervormen, want dat geroep heeft in het verleden evenmin veel uitgehaald. Met het afwijzen van elk idee van kapitaaloverdracht van Noord naar Zuid, of van machtsoverdracht van de nationale hoofdsteden naar de federale, komt men er rond het Binnenhof niet. De gemeenschappelijke euro heeft ons nu eenmaal met Griekenland in hetzelfde financiële schuitje doen belanden. Dat betekent enerzijds dat Rutte de Nederlandse kiezer erop zal moeten voorbereiden dat er nog een paar centen naar de Grieken gaan – als bekend niet zijn favoriete ding – en anderzijds Juncker het Rutte niet nog moeilijker moet maken om die boodschap zonder complete afgang te verkondigen. Dat betekent: het door Bulgarije als nieuwe EU-voorzitter opgeworpen idee om binnenkort tot de eurozone toe te treden is absurd.

En verdere uitbreiding van de EU zal in de komende decennia sowieso alleen electoraal verkoopbaar zijn, als dat direct gekoppeld wordt aan een duidelijke keuze voor een Europa van twee snelheden, waarbij voor nieuwe toetreders geen volwaardig lidmaatschap is weggelegd. Om de simpele reden dat er weliswaar – met een assertief Rusland en Turkije in de buurt – heel plausibele geopolitieke redenen zijn om deze landen nauwer aan Europa te binden, maar dat men zich tegelijkertijd – indachtig ook de complete ontsporing van juist ‘kandidaatlid’ Turkije – over de worteling van democratische waarden en de waarde van papieren garanties dienaangaande geen illusies moet maken. Brussel heeft met Warschau, Boedapest en inmiddels ook Praag al genoeg te stellen, en er is weinig reden om aan te nemen dat het wereldbeeld van Sofia en Boekarest wezenlijk anders is.

Daar komt voor de westelijke Balkan bij dat het nationalisme er zo mogelijk nog weliger tiert, en Brussel ook nu, al meer dan een kwart eeuw na het bloedige uiteenvallen van Joegoslavië, er nog steeds niet in slaagt in Bosnië voor stabiliteit en verzoening te zorgen, het Servische revanchisme jegens Kosovo niet beteugeld is, en Macedonië en Griekenland elkaar in de haren blijven vliegen over de vraag: van wie is eigenlijk de erfenis van Alexander de Grote – inmiddels welgeteld tweeduizenddriehonderdeenenveertig jaar na de dood van.

 

Thomas von der Dunk, 13 februari 2018

Europese BewegingDreigt door de Duitse Groko nu Europese overmoed?
read more

European Movements for Building the Future: op weg naar het Congres van Den Haag

Wie de wereld rondkijkt ziet op veel plekken de spanningen oplopen. Economische ongelijkheden nemen toe, de politiek wordt harder en gepolariseerder en op heel veel plaatsen escaleren conflicten sneller dan voorheen en met steeds grover tromgeroffel.

De zachte krachten: van stillere diplomatie, het zoeken naar faire internationale relaties en het creatief omgaan met alle kennis die tot betere en duurzamere oplossingen van problemen zou kunnen leiden lijken voortdurend op achterstand gezet. Machtsvertoon is in, ware dialoog lijkt uit. En toch zijn vreedzame conflictbeslechting en een switch naar duurzamere samenwerking in het licht van de huidige mondiale uitdagingen urgenter dan ooit.

Europa is een continent van historische erfenissen, intellectuele en materieel-institutioneel. Sommige van die erfenissen zijn zwaar bekritiseerd, zoals Europa’s koloniale geschiedenissen en haar imperiale trekken. Andere, positieve erfenissen, zoals een hoge mate van rechtstatelijkheid en vrijheid en een zekere institutionele solidariteit, zijn zo vanzelfsprekend geworden dat niemand de verdediging ervan nog ter hand lijkt te willen nemen en we instituties die de pijlers van deze erfenissen zijn onder onze ogen laten uithollen.

Het is zeer te b

etreuren dat ook in Europa momenteel de interne meningsverschillen tussen bepaalde lidstaten, de politieke spanningen in de lidstaten, en chaotische processen als Brexit heel veel energie opslurpen. Naarstige pogingen van de Europese Commissie om de koers van het naoorlogse Europese project te herijken en realistischer te doen aansluiten bij wat er speelt, of van pro-Europese politici als Macron om nog een keer te verhalen waarom Europa toch echt iets meer dan ‘best belangrijk’ is worden overschaduwd: door intern gekrakeel, angstvalligheid en de opkomst van eurosceptische partijen met deels terechte grieven maar zonder oplossingen. Ook terechte kritiek komt hierdoor nauwelijks verder, in al dit kabaal.

Dit is dus opnieuw een tijd, waarin het zeker niet volstaat dat slechts in kleine kring ‘Europa’ wordt herijkt. Gevraagd is een veel energiekere inspanning, veel breder, met zo groot mogelijke inzet van mensen op dit continent die nog geloven dat we samen een toekomst scheppen. En geen beter jaar dan 2018, het jaar waarin we als EMI en EBN herdenken dat 70 jaar geleden, op de puinhopen van de WWII de Europese Beweging werd opgericht, tijdens het Congres van Den Haag. Dit fameuze congres wordt iedere tien jaar herdacht: zo ook dit jaar.

De EBN zal onder de vlag van de European Movement International en samen met al onze zusterorganisaties in Europa en allerlei andere civiele netwerken vanaf februari een programmering voeren onder de titel European Movements for Building the Future. Het is een gezamenlijke internationale programmering, waaraan veel partijen meedoen en die op 24-25 mei zal uitmonden in een internationaal festival in Den Haag. De opzet sluit aan bij wat velen van ons steeds sterker voelen. Europa kan en moet een constructievere kracht worden in een gevaarlijk onstabiele wereld en nog veel harder inzetten op alternatieven die de huidige polarisatie stoppen. Het zijn burgers en civiele organisaties die hier wellicht de meest vitale rol kunnen spelen. Begin februari zullen we op deze website de programmering bekend maken. Voor meer informatie: info@markzellenrath.com en gmvanheteren@xs4all.nl

administrator_ebnEuropean Movements for Building the Future: op weg naar het Congres van Den Haag
read more

Zal Centeno doen wat Dijsselbloem nagelaten heeft?

Onlangs heeft Jeroen Dijsselbloem als voorzitter van de Eurogroep het stokje overgedragen aan de Portugees Mário Centeno. Er is in Nederland nog wel her en der geopperd dat Dijsselbloem, gezien de tevredenheid over hem in Brussel en bij de andere EU-lidstaten, het beste gewoon kon aanblijven, maar daarvan is terecht afgezien. Vanuit Nederlandse optiek zou dat ook onlogisch zijn, omdat dit de weg zou plaveien naar een vast voorzitterschap, los van een nationaal ministerschap van Financiën, en daar is Den Haag tegen, geobsedeerd door de angst dat ook maar één handeling op iets als ‘meer Europa’ zou lijken.

Dat is overigens niet míjn argument om te stellen dat terecht van continuering is afgezien: dat is, omdat daarachter bij de voorstanders van aanblijven van Dijsselbloem een apolitieke, technocratische gedachtengang zit. Er ligt namelijk een kiezersuitspraak en er zit een nieuw kabinet. Het voorzitterschap van de Eurogroep is geen ambtelijke functie, maar een politieke, althans het behoort dat te zijn. Al degenen die nu hard roepen dat Dijsselbloem had moeten aanblijven, hadden op 15 maart gewoon één ding moeten doen: op zijn partij stemmen. Velen die dat nu zo hard roepen, hebben dat toen echter zelf nagelaten, of zelfs gestemd op een partij met ideeën die haaks op de zijne staan. Dat mag. Alleen heeft dat dan wel consequenties.

Nu zo weinig mensen de ter bevordering van het aanblijven van Dijsselbloem meest logische stap blijken hebben genomen, kan het niet zo zijn dat hij vervolgens als uithangbord fungeert voor een kabinet van een compleet andere politieke kleur. Als iets namelijk aan de geloofwaardigheid van de politiek afbreuk doet, als iets het idee van baantjesjagerij bij het brede publiek versterkt, dan is het dat. De boodschap zou namelijk zijn: ik ben weliswaar van een bepaalde kleur, maar als die kleur even niet in de smaak valt, ben ik gewoon een kameleon. Het siert Dijsselbloem dat hij meteen heeft laten weten, geen bewonderaar van deze diersoort te zijn.

Dát die opvatting dat Dijsselbloem politiek ‘inwisselbaar’ zou zijn, bij veel burgers opgang heeft gemaakt, valt overigens niet slechts die burgers te verwijten. Het ligt aan de vertechnocratisering van de politiek, het idee dat er maar één juiste, verstandige keuze bestaat, het TINA-denken – There is no alternative – dat juist op het terrein van de financiële en economische politiek en juist in Europa de afgelopen decennia opgang heeft gemaakt. Alternatieven heetten bij voorbaat irreëel. Voor de Europese politiek was de enige acceptabele richting: méér Europa – tot een electorale volksopstand in de vorm van het populisme zand in de machine begon te gooien. Voor de economische politiek was de enige acceptabele richting: méér markt, wat, als gevolg van de daarmee samenhangende flexibilisering en privatisering bij veel burgers tot grote bestaansonzekerheid heeft geleid.

Aan het TINA-denken op het laatste vlak is ook Dijsselbloem, die de afgelopen jaren teveel als spreekbuis van de monetaire fundamentalist Wolfgang Schäuble heeft geopereerd, overigens medeschuldig. Ofschoon we niet in alles hoeven mee te gaan met de kritiek van Yanis Varoufakis: hier heeft de gewezen Griekse minister van Financiën zeker een punt. De koers lag vast, verkiezingen mochten er niets aan veranderen. Zoals Schäuble zelf eens bestond te zeggen: die doen er in Athene niet toe, U mag slechts de mensen kiezen die ons beleid gaan uitvoeren.
Met desastreuze gevolgen voor Griekenland; grote delen van de bevolking zijn in diepe armoede gestort. Dat wordt inmiddels zelfs door het IMF erkend. Nog niet, overigens, door Den Haag. Daar vinden sommige partijpolitici een welvaartsverlies van dertig procent voor andere Europeanen heel goed verdedigbaar, terwijl in 2012 bij henzelf al bij een dreigend verlies van drie procent – eventuele invoering van een inkomensafhankelijke zorgpremie – het stoom uit de oren kwam. Het interessante is overigens dat Dijsselbloems opvolger in eigen land wél een iets andere koers heeft durven varen – eerst tot ontzetting van de dogmatici in Brussel, maar die moesten uiteindelijk erkennen dat Portugal er nu (anders dan Griekenland) veel beter voorstaat dan enkele jaren terug.

Dijsselbloems de facto omarming van deze neoliberale koers van Brussel maakt ook dat mijn oordeel over hem zeer gemengd is. Positief is dat hij in het geval van Cyprus niet de Europese burgers, maar de Russische zwart-geld-spaarders voor het va banque-beleid van de Cypriotische banken heeft laten bloeden. Maar negatief is niet alleen dat hij zich te vaak heeft opgeworpen als belangenbehartiger van brievenbusbelastingzwendelparadijs Nederland – want wee degene die naar ons nationale verdienmodel wijst, dat gedeeltelijk op de beroving van de fiscus van andere Europese lidstaten berust. De hoofdveroorzakers van de kredietcrisis van 2008 die miljoenen Europeanen hun baan en soms ook huis heeft gekost, de banken, zijn nog steeds niet getemd. Ook heeft hij nagelaten om zich in te zetten voor alternatieven voor de heersende monetaire orthodoxie.

Daar ligt de kern van het probleem: dat Nederland economische kwesties als technocratische beschouwt, en stelselmatig depolitiseert. Denk aan Ruttes verdediging van de afschaffing van de dividendbelasting: ‘dat is niet links of rechts, het gaat om banen’. Dit soort redeneersels legt de bijl aan de wortels van de democratie, want hier wordt de keuzemogelijkheid ontkent. Het past bij de positie van de Europese Bank: politiek onafhankelijk, maar wel met verreikende bevoegdheden die verreikende maatschappelijke gevolgen kunnen hebben, zonder dat die democratisch zijn gelegitimeerd. Wat onderwerp van debat moet zijn, wordt hier aan ‘neutrale deskundigen’ uitbesteed. Het valt te hopen dat Centeno de moed zal hebben die vanzelfsprekendheid minder voor zoete koek te slikken.

administrator_ebnZal Centeno doen wat Dijsselbloem nagelaten heeft?
read more

Looking for: New Engines for Europe

To anybody who sees Germany as a motor of the European Union, German elections are European politics. The results of the German Bundestag elections on Sunday evening were awaited with great interest around the continent.

The outcome may still have come as a shock to some reasonable German middle-class thinkers, but reflected clearly what has been happening in many other European countries for a long time already. As expected, both the Grosse Koalition partners suffered losses (CDU / CSU lost 8% and stayed at 32%, the SPD tumbled to 20% of the vote). Smaller parties like the Liberal Democrats, the Greens and die Linke all won. And the radical right Alternative f. Deutschland (AfD) made its entry into the Bundesdag as third party of the country.

To many Europeans from elsewhere: no real surprise. Like elsewhere, the political center in Germany has now also been shaken by a cocktail of fundamentl criticism and popular discomfort, which has economic, identity political and cultural roots. Demonizing does not help, moaning and groaning does not help. And ignoring these developments is not helpful either, and may in fact be dangerous. Deeper thinking is what is now urgently required, and we should do this as Europeans together.

Of course, the interpretation machine immediately started running full-speed. The AFD took voters away from the whole political spectrum, thus defying simplistic “left-right” explanations. The AFD attracted more voters in former East Germany than in West Germany, becoming the second largest party in the East. This reflects the unfinished agendas in the German reunification, which echo a range of wider disappointments which increasingly also manifest themselves in other parts of Eastern Europe. However, even in the former West Germany, 11% of people cast an AFD vote. A highly aggitated SPD chairman and former European Parliament chair Schulz immediately drew his conclusions and announced that he would lead the SPD in opposition. Half an hour after the exit polls were announced, everybody was already talking coalition scenarios, the most likely of which resembles a recent Dutch scenario with the Green Party in a similar key role as the Dutch GroenLinks for possible coalition (that Dutch scenario eventually failed).

For Europe, four questions seem immediately relevant:

  1. How will the outcome of these German elections affect the EU institutional widening and deepening discussions that Chancellor Merkel and president Macron were testing in the last few months, and which were echoed in the latest State of the Union speech by EC President Juncker? What are the chances of any progress now that most European countries have political parties, which wish to close borders and propagate Own People First? Emmanuel Macron has announced a major speech on European policy on September 26, which may reveal where official political thinking will be moving next and still see openings for constructive Europe politics.
  2. How much space is there for a more humane refugee policy and less regressive migration policy? Will the Grünen in Germany – like GroenLinks in The Netherlands – refrain from coalition participation because of their different stanze on migration? And may this result in new elections in Germany, since the SPD is out?
  3. How much room to manoeuvre on some drawn out policies is left for Chancellor Merkel after this pyrrus victory? With the AFD breathing in her neck: is all hope lost, for instance, to see Greece’s unproductive austerity policy be revisited and debt reconstruction proposed?
  4. And finally, what will be the next serious move of the European Social Democrats, now that they have been dealt major blows in a whole range of European countries, leaving them with the doubtful honour of possibly announcing the end of a traditional party-political era?

One thing is certain. The future of the European Union is still in the balance, and the German election results have once again highlighted why.

What divides our populations in Europe is no longer the old-fashioned divisions between left and right. The tensions between people now run across new economic lines: between people with possessions and opportunities, and people with fewer assets and resources to deal with the huge impact of globalisation. Between people, who have faith in the future and people who are dispossessed and feel marginalized for a variety of reasons. They run across cultural lines: Between people who welcome cultural diversity and people who fear these differences. Between people who calmly want to seek a path through complex environments and those who want quick fixes and simple solutions. Between people who say: ‘let’s talk about the complexities and see if we can reach a compromise’; and people who wish to avoid such dialogues and lock themselves up in selfrighteousness, selfies and bubbles. Between people who leave room for doubt, and those who are always certain.

These divisions cut across all traditional parties: another reason why old party politics no longer makes sense to so many.  And these divisions are visible all over Europe.

So why not address them together, then, as Europeans and reconstitute our own political dialogue beyond what current politics frames it to be? The European arena is bigger and bolder than its current politics. It is older and wiser. It is true, that Europe is clearly looking for new engines, and has been for a while. But these new sources of inspiration and organization can be found: for example, in a growing number of civil movements of people who really want to deal with the major changes of our time. Maybe we should start there? Again.

Godelieve van Heteren, chair European Movement in The Netherlands (EBN)

For Dutch translation, click here.

 

administrator_ebnLooking for: New Engines for Europe
read more

Hits and Misses in 2017 EU State of the Union

European Movement International gezamenlijke reactie

Volgend op de jaarlijkse Staat van de Unie, die op 13 september door de voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker werd uitgesproken, presenteerde de European Movement International diezelfde dag een eerste gezamenlijke reactie.

Naast lof voor veelbelovende initiatieven constateren de European Movements ook een aantal duidelijke omissies die nadrukkelijk moeten worden geadresseerd.

Voor de ‘Hits and Misses’ in de Staat van de Unie rede, zie: http://europeanmovement.eu/press_release/the-hits-and-misses-of-junckers-state-of-the-union/

administrator_ebnHits and Misses in 2017 EU State of the Union
read more