Publicaties

ZAL EEN BREXIT ONS DEFINITIEF VOOR EN FREXIT VRIJWAREN? – THOMAS VON DER DUNK COLUMN

De opluchting zal in Brussel zonder twijfel groot zijn geweest – Macron heeft Le Pen verslagen, en zelfs met betere cijfers dan was voorspeld. Niet 3 tegen 2, maar bijna 2 tegen 1 was het percentage waarmee de eerste won. Toch ligt er een forse schaduw over die overwinning, die de speelruimte van Macron de facto sterk beperkt. Zal hij er werkelijk in slagen de door hem beloofde en door Brussel gewenste hervormingen door te voeren?

De handen daarvoor krijgt hij, gezien de stemming onder het Franse electoraat, in eigen land zeker niet bij iedereen op elkaar. In de eerste ronde heeft bijna de helft van de kiezers op een kandidaat gestemd die zich zeer vijandig tegenover Europa opstelt, en juist vriendelijk tegenover Poetins Rusland; voor dat laatste kan men daaraan naast Le Pen en Mélenchon ook nog Fillon toevoegen. En in de tweede ronde heeft meer dan de helft van Macrons kiezers verklaard vooral op hem te stemmen omdat het alternatief veel erger was. Het waren, net als bij de monsterzege van Chirac in 2002 tegen Le Pen père, veel stemmen met een knijper op de neus. In de lijn van de oproep van de Griekse ex-minister Varoufakis: nu stemmen wij hem in het Élysée, maar morgen gaan we weer in een protestdemonstratie tegen hem de straat op.

Tegenover de staat staat in Frankrijk de straat: ook Macrons voorgangers Hollande en Sarkozy beloofden aan hervormingen veel en durfden na enige forse protesten en stakingen uiteindelijk weinig. Zij riepen nu op om op Macron te stemmen en onderschreven de door hem voorgestelde koers. Maar als zij daarvoor zo geporteerd zijn, waarom hebben ze die weg dan niet indertijd zelf ingeslagen? Samen hadden Sarkozy en Hollande daarvoor toch tien jaar de tijd? Inderdaad: vanwege de Franse straat.

Maar als zij daarom toen niet konden slagen, waarom zou het Macron nu dan wel lukken? Dat probleem begint al met het verwerven van een meerderheid bij de komende parlementsverkiezingen. Daarbij is van de bipolaire keuze van zondag geen sprake meer, maar doen alle partijen weer mee en vallen de meeste kiezers dus weer terug op hun oude partij. Komt Macron met zijn kwart stemmen van nu straks dankzij het districtenstelsel wèl aan de meerderheid? Overigens zou het misschien voor zijn draagvlak helemaal niet zo’n ramp zijn, als hij die niet haalt, en gedwongen wordt met andere partijen samen te werken. Alleen haalt dat dan wel de vaart uit de door Brussel gewenste metamorfose van Frankrijk.

Hier komt inderdaad Europa in het spel, met zijn langdurig sterk eenzijdige marktgerichtheid de grote boeman van Le Pen en Mélenchon. Brussel zal Macron tegemoet moeten komen door in dat opzicht zélf te veranderen, wil de angst voor Europa en de onvrede in Frankrijk onder de globaliseringsverliezers, die nu massaal radicaal-links en radicaal-rechts hebben gestemd, niet verder stijgen.

Dat grote deel van het electoraat negeren zal over vijf jaar in een nog grotere zege van het Europavijandige kamp resulteren – Le Pen is na vandaag nog echt niet weg. Gelukkig lijkt men zich dat, gezien de reactie van de Europese Comimissie, ook in Brussel te realiseren: dat aan de vooral in het Latijnse deel van Europa (maar zeker niet alleen daar) bestaande angst voor de nadelige effecten van de vrije markt – baan- en inkomensonzekerheid voor veel loonafhankelijken en lagerbetaalden – tegemoet gekomen moet worden. Dat, kortom, de lang als collateral damage afgedane sociale schade van de globalisering drastisch moet worden beperkt, om een verdere groei van het Eurofobe kamp te voorkomen.

Alleen moeten we afwachten waartoe dat daadwerkelijk leidt. Het betekent namelijk dat het Germaanse deel van Europa moet inleveren op het terrein van de vrijhandelsorthodoxie, en er op Europees niveau meer ruimte moet komen voor een collectieve sociale politiek. Zo niet, dan verliest men het nu door Macrons kiezers voor Europa ‘geredde’ Frankrijk mogelijk alsnog een volgende keer.

Het is hier, dat de vanwege gevreesde precedentwerking door velen in Brussel betreurde Brexit juist wel eens de redding van Europa zou kunnen betekenen. Want op het gebied van de vrije goederenmarkt was speciaal Londen onvoorstelbaar orthodox – daar kon geen ander land aan tippen. Voor Londen is de Europese Unie namelijk eigenlijk alléén maar een markt. Van beperkingen van die vrijmarkt door Europese regels, als sociale rechten voor werknemers, moet men daar niets hebben. Wel: de Britten vertrekken binnenkort, daarover laat Theresa May geen enkele twijfel bestaan – Brexit means Brexit, en zoals het er nu naar uitziet, zou dat wel eens met slaande deuren gepaard kunnen gaan.

Dat schept perspectieven. De Britten kunnen dan – wat zij anders zeker zouden hebben gedaan – niet meer dwars gaan liggen, als de rest van Europa eindelijk tot het inzicht komt dat het niet alleen grote bedrijven maar ook gewone burgers concreet het nodige zal moeten bieden om hun steun te behouden. Geen economische concurrentie meer over de ruggen van werknemers heen, die nu voortdurend tot een sociale race to the bottom dreigt te leiden. En hetzelfde geldt voor oneigenlijke fiscale concurrentie, die als gevolg van teruglopende belastinginkomsten al snel in dezelfde sociale neergang resulteert: er is dan immers minder geld beschikbaar om de collectieve voorzieningen – waarop lagerbetaalden nu eenmaal altijd meer dan hogerbetaalden aangewezen zijn – op peil te houden.

Ook dat is iets, wat zonder de Britten, die de gouden kip van de Londense City heilig hebben verklaard, een stuk makkelijker zal gaan. In Brussel lijkt men ook eindelijk die kant uit te willen: een einde aan alles wat naar belastingparadijzen riekt. Dat werd hoog tijd – hoe moeilijk dat in het begin ook zal zijn voor Den Haag, dat daarvan eveneens een favoriet nationaal verdienmodel had gemaakt.

administrator_ebnZAL EEN BREXIT ONS DEFINITIEF VOOR EN FREXIT VRIJWAREN? – THOMAS VON DER DUNK COLUMN
read more

EBN EuroDéfense bijdrage aan kabinetsformatie: voor meer coherent Europees veiligheidsbeleid

De internationale veiligheidsuitdagingen, en de geopolitieke verschuivingen in defensiebeleid ook onder sommige NATO partners, vragen om een helder en meer coherent Europees antwoord. Voor de kabinetsformatie stelde EuroDefense Nederland met deelname van de EBN bijgaande bijdrage samen die eind maart aan Edith Schippers werd aangeboden.
Zie Kabinetsformatie2017- aan Informateur.

administrator_ebnEBN EuroDéfense bijdrage aan kabinetsformatie: voor meer coherent Europees veiligheidsbeleid
read more

Europe’s next ‘moment of hope’ and the collective responsibility to deliver

The morning after the election of Emmanuel Macron to the presidency of France, many French and Europeans find themselves in a state of critical anticipation.

Certainly, many are glad and relieved to see that the presidency has gone to a person with an open social orientation, a constructive European stance. In a country with 23% youth unemployment and an economic order in dire need of reform, it is significant that many French citizens have put their hope in a relative ‘newcomer’ (“neither left nor right”), and dream that his election may shift the balances of power. At the same time, a substantial part of Macron’s electorate (43%) has primarily voted for him to keep his adversary Marine Le Pen out of the Élysée. Macron’s win in the first round amounted to merely 23,7%.  And En Marche’s political agenda (https://storage.googleapis.com/en-marche-fr/COMMUNICATION/Programme-Emmanuel-Macron.pdf), especially its economic reform paragraphs, will take a lot of negotation to translate into practice, given France’s structures of vested interest.

The political landscape in France as elswhere in Europe is deeply divided and the political promise of a ‘brighter future’ still has to be delivered.

On Europe, Macron’s En Marche program is ambitious. It is focused on creating new employment, protecting Europe’s democratic values, investing in the eurozone, introducing a European minister of Economic Affairs and Finance, dealing with tax evasion, fighting against corporate flight, keeping European companies partially in Europe, with a Buy European Act. The French president wishes to generalize the Erasmus program to non-university student levels, create a proper European defence program, fight the many inefficiencies in European cooperation, protect crucial European industries, safeguard the internal market in which the same rules should apply to everybody, support start ups, create one energy market, with clear tariffs on carbon emission. This is a huge agenda for which senior negotiation skills will be required.

Fortunately, the main stakeholders in this European drama display a sense of gravitas. Nobody seems to be gloating: there is no reason for complacency.  It is clear enough to most that we live in times of major socio-economic and cultural transformations and ditto challenges that can only be addressed collectively. Polarizations as in the rhetoric of ‘patriots versus globalists’ or ‘winners versus loosers’ of globalisation are not helpful. They divide people at a time when all effort should go to reconnecting and uniting.

Furthermore, the current complexity of things is impossible for any single politician or group to handle. We need to free ourselves from any Messiah complext. We just have to recall how politicians like Barack Obama, Tony Blair or in our country Wouter Bos were also cheered into power, when they arrived as relative newcomers ‘full of promise’ on the scene: sooner or later, reality always kicks in.

Thus: if this is to be another moment of hope, we should not leave it to any president or political party to deliver, but construct it as an opportunity for a new social engagement and contract. Citizens will have to move out of their consumer or observers’ mode. We need to step up to the challenge as a matter of urgency.  Interestingly enough, Macron’s Europe paragraph contains an interesting starting point for such dialogue when it proposes ‘citizens conventions’ to construct the new agenda for Europe. Let’s make that concrete. Let’s start there to help ‘load’ and substantiate Europe’s future. Since Europe is us, it’s future is ours!

Godelieve van Heteren, chair EBN

administrator_ebnEurope’s next ‘moment of hope’ and the collective responsibility to deliver
read more

EN MARCHE? CITIZENS OF EUROPE: TIME TO WALK THE TALK

Senses of security, sources of inspiration, forms of inclusive action

With the presidential election results in France leaning towards a victory of Emmanuel Macron in a couple of weeks, and the elections in other European countries (Germany, the UK, Italy) on the horizon, the comments on the state of the European lands are abundant and critical. Across the board, we witness disillusionment with established politics, which in France expressed itself by two ‘outsiders’ – Macron and Le Pen – winning the first round and sidelining the two political families, which for years had called the shots.

En Marche is the name of Macron’s movement for France. This sounds pleasantly energetic, but the big question – for France as for the rest of Europe – is:  En Marche, towards what?

Much public debate seems to be devoted to an endless reiteration of the rather divergent expressions of public dissatisfaction. The spotlights are on people’s anxieties about their economic prospects in a globalized world, their unease with cultural diversity, the complaints about too many ‘outsiders’, or the popular anger at the complacency and lack of empathy of which they accuse those in power. Such analyses, however understandable and justified, are not very satisfactory, for two reasons. First, they are rarely carried to their ultimate, very painful conclusions regarding everybody’s exact responsibilities for the status quo. They tend to deteriorate into self-righteous hackling which detracts from the constructive alternatives that are – ironically – everywhere in the making.

We live a time of growing complexity, enhanced by a tremendous acceleration in communication and the mobility of money, markets and people. Numerous publications have documented the tensions and uncertainties caused by all this turbulence. They deliberate on who in the current dynamics actually gain power, who are loosing out and who – systematically – lag behind.

There is no shortage of diagnose. But the therapies are tough and thus postponed.

In line with our civic tradition and mission, the EBN has decided to focus specifically on exploring new possibilities for European cooperation. We work from a civic perspective, together with other European civic movements. We consciously connect ourselves with constructive European alternatives.

This has proven an inspiring exercise. There is a rich arena of such vital alternatives – some already quite developed, some in statu nascendi – which one could categorize under three broad categories.

  1. We see a range of activities, which address people’s senses of security in the broadest sense of the word. One can for instance think of all the new actions to secure our planet, the enthusiastic explorations of more sustainable economic models, the attempts to arrive at new socio-economic and social contracts and formulate new equity agendas.
  2. A second group of initiatives aims to articulate new sources of inspiration, new images and narratives, in the arts, in literature, and in many novel cultural alliances. You can e.g. also think of the exciting exchanges between people working ‘sharing economy’.
  3. And there are movements which focus on establishing new forms of action, new practices, such as is e.g. the case in the new network democracy initiatives that spring up in many places, or in the attempts to connect citizens across a wide array of subjects that affect us all..

From a basic awareness that it is vital to be ‘rooted’, ‘connected’, ‘inclusive’, many of these initiatives start locally. But thanks to social media, much quicker than before one can see people engage in building larger, national and international networks of enthusiastic citizens. Their vanguard frequently challenges established institutions. But in a growing number of cases they also interact creatively with established institutions, which recognize that time is up for old ways of going about their business. Think of the sustainable energy coalitons, for instance.

Looking at the European arena this way, it is clear that besides a politics of fear and a politics of muddling through – which still dominates the pages of our newspapers but is detrimental to the future of Europe – there is a politics of new vitalization in the making,  still trying to find its solid forms, but hopeful.  Here, a smart dialogue between the old ‘builders of Europe’ and the inspiring new initiatives may be of immense value. The EBN is well positioned to input its members’ wide experience into these new arenas. As partners in dialogue, in new coconstruction.

So, some wish to declare Europe moribund? Vive l’Europe! This is the time for Europe’s citizens. En marche!

Godelieve van Heteren, chair European Movement Netherlands

administrator_ebnEN MARCHE? CITIZENS OF EUROPE: TIME TO WALK THE TALK
read more

DE BRITTEN DOEN STUITEND LUCHTHARTIG OVER OORLOG

Keren de demonen uit het verleden terug? Amper heeft Theresa May in Brussel haar afscheidsbrief afgegeven, of er dreigt al hommeles rond Gibraltar te ontstaan. Ofschoon niet strikt noodzakelijk, omdat dat vanzelf sprak, had Spanje meteen vastgelegd weten te krijgen dat bij de toekomstige onderhandelingen over een handelsakkoord van Europese zijde ook expliciet aan deze omstreden rots aandacht zal worden besteed.

Prompt dreigde de voormalige leider van de regerende Britse Tory’s Michael Howard desnoods de marine naar Gibraltar op te zullen laten stomen om de Spaanse Armada te vernietigen, mocht Madrid het wagen één vinger daarnaar uit te steken. Spanje reageerde daarop met de aankondiging zich niet te zullen verzetten, wanneer straks een pro-Europees Schotland na afscheiding van Londen in Brussel voor zichzelf het lidmaatschap zou aanvragen. Tot nu toe was Madrid altijd – zie Kosovo – zeer terughoudend geweest met het erkennen van afscheidingen, omdat het immers zelf vanouds met Catalaanse en Baskische ambities op dit vlak kampt.

De rel maakt twee dingen duidelijk. Ten eerste hoe gevoelig ook na vele eeuwen – Gibraltar is al sinds 1713 Brits – nog steeds territoriale kwesties tussen de Europese lidstaten kunnen liggen. Het Brexit-sentiment versterkt dit, omdat dat juist op het idee – zij het vooral een nostalgisch idee-fixe – van een glorieus Groot-Brittannië buiten de EU is gebaseerd. Bij een Britania-rule-the-waves past natuurlijk niet dat dan meteen al bij de eerste politieke golfslag een aanlegsteiger met zulke grote symbolische waarde in die golven verdwijnt.

In elk geval: wie mocht menen, dat de Britten een flegmatiek nuchter volk zijn, zou zich deerlijk vergissen. Democratieën voeren geen oorlog, zo heet het ook – maar zelden heb ik een land zo hysterisch gezien als Groot-Brittannië tijdens de Falklandsoorlog in 1982, toen het behoud van zo’n andere symbolische verzameling rotsen op het spel stond. Howard heeft niet voor niets al naar Margaret Thatcher verwezen, en presenteert May nu als Iron Lady 2.0.

Nu vallen er uiteraard ook bij de Spaanse claim kanttekeningen te plaatsen: hier hebben wij evenzeer te maken met onverwerkt verleden. Het land beroept zich daarbij meer of minder expliciet op ‘natuurlijke’ grenzen, maar die bestaan in Europa natuurlijk nergens echt.

IJsland vormt het enige voorbeeld – het grondgebied van dit land eindigt inderdaad op een logische plek – want al bij Ierland is dat niet gelukt. Bovendien staat tegenover het geografisch gekunsteld Britse Gibraltar het geografisch niet minder gekunsteld Spaanse duo Ceuta en Melilla, die Marokko een doorn in het oog zijn – en dáárover heeft Madrid het weer liever niet. Met het lostrappen van de steen Gibraltar dreigt zo een Doos van Pandora open te gaan.

En dat is het tweede, dat deze rel duidelijk maakt: hoe belangrijk de Europese Unie is voor het pacificeren van in feite onoplosbare territoriale conflicten – vaak onoplosbaar omdat geografisch en etnisch logische grenzen zelden geheel sporen. Gibraltar was ooit natuurlijk Spaans, maar de bevolking voelt zich Brits, en bij de democratische EU-gedachte behoort ook zoiets als zelfbeschikkingsrecht.

Anderzijds: bij Zuid-Tirol heeft als uitkomst van de Eerste Wereldoorlog juist de geografisch logischer grens het van de etnische gewonnen. Daaraan hebben de Geallieerden uiteindelijk ook in 1945, toen de Zuid-Tirolers op basis van dat zelfbeschikkingsrecht om herziening van Saint-Germain vroegen, niet willen tornen. Wie beide grenzen coûte-que-coûte met elkaar wil doen samenvallen om voor altijd van het probleem af te zijn, komt al snel bij dwangmatige assimilatie of etnische zuivering uit. Mussolini heeft dat in dit geval ook beide geprobeerd.

Pas na Schengen kon – de nodige bomaanslagen later – de kwestie Zuid-Tirol definitief worden bijgelegd. Maar zodra Schengen in de gevarenzone belandt, en op de Brenner opnieuw douane-hekken verrijzen, is het probleem weer in volle omvang terug. Dat is nu vooral de grote angst in Noord-Ierland, waar de pacificatie evenmin zonder de alles overkoepelende Europese Unie was gelukt.

Het aantal Noordieren dat deel uitmaakt van één Ierland binnen Europa boven deel uitmaken van een Groot-Brittannië daarbuiten prefereert, stijgt gestaag. Dan zou de natte droom van Nigel Farage van een Greater Britain wel eens in een Little England kunnen eindigen, waarvan de vloot niet meer de oceanen, maar nog enkel het Lake District beheerst.

Het gemak waarmee in Tory-kring al over oorlog wordt gesproken, zodra men zijn zin niet krijgt, is verontrustend. Met die luchthartigheid verschillen de Britten duidelijk van de landen op het continent. Tegenover het Nie wieder Krieg van het in 1945 kapotgebombardeerde Duitsland en het in 1918 in een maanlandschap veranderde Noord-Frankrijk staat het Britse sentiment van de tv-serie Dad’s Army, die in de jaren zeventig ook als ‘Daar komen de schutters’ door de VARA werd uitgezonden: die Tweede Wereldoorlog, toen wij Britten een jaar lang moederziel alleen dapper tegen Hitler knokten, was toch eigenlijk best wel knus.

Bij de handdruk in 1984 van Kohl en Mitterand in Verdun ontbraken niet toevallig de Britten. In Huis Doorn, sinds enkele jaren het centrum voor de Eerste Wereldoorlog in Nederland, vond in 2013, aan de vooravond van de honderdjarige herdenking, een symposium plaats. Een van de sprekers was een Duits historicus die werkzaam was in Londen. Daar, zo vertelde hij, zie je boeken met titels als ‘Hunting Rommel’ – alsof het om een sportwedstrijd ging. Maar voor de Britten is het simpel: we stonden in 1914 en 1939 aan de goede kant, en hebben beide keren gewonnen. So, what’s the problem? Vraag dat de Duitsers en de Fransen.

administrator_ebnDE BRITTEN DOEN STUITEND LUCHTHARTIG OVER OORLOG
read more

Revitalisering van Europa start in de Regio

EBN Leden Interview: Gesprek met EBN-erelid Hans van Borselen
Terwijl Europa van alle kanten onder druk staat, borrelen tegelijkertijd overal nieuwe initiatieven op. En gaat een aantal Europeanen van het eerste uur intussen gestaag door.  Hans van Borselen is een van de mensen die sinds jaar en dag de slogan hanteert dat de regio de sleutel tot Europa is. Van Borselen, 37 jaar lid van de EBN en sinds de zomer van 2016 erelid van de Vereniging stond aan de wieg van het Europa Netwerk Noord-Nederland, dat drie tot vier keer per jaar bijeen komt om met enthousiaste Europeanen uit Groningen, Friesland en Drenthe thema’s te bespreken die mensen direct raken. Daarnaast spreekt Hans als ervaringsdeskundige veel met jongeren over Europese zaken. 

Wat motiveerde je destijds om lid te worden van de EBN ?
Dat heeft te maken met de belangstelling voor Duitsland. Mijn eerste vrouw was half-Duits. In 1977 schreef Jerome Heldring een column geschreven in de NRC over hoe weinig er geschreven werd over Duitsland en dat het beginnen met Duitslandstudies zeer gewenst zou zijn. Ik heb hem de volgende dag opgebeld met de vraag of hij en ik aan de slag konden gaan met de voorbereidingen voor het stichten van een Duitsland –Instituut. Heldring organiseerde samen met mij een werkgroep met zwaargewichten uit politiek, wetenschap en journalistiek. Er zijn daarna in 1979 twee goede conferenties georganiseerd met personen uit boven genoemde sectoren. Thema’s waren de Duitse eenheid, de Duitse veiligheid, de situatie in de Bondsrepubliek en de Nederlandse-Duitse betrekkingen. In de discussie kwam geregeld de relatie tussen Duitsland en Europa aan de orde. Die inleidingen zijn gebundeld in het boekje In de schaduw van Duitsland.

Vlak daarna heeft de EBN een lezing georganiseerd over Duitsland in het kader van de EU. De inleiding werd gehouden door Wim van Eekelen, toen staatssecretaris Europa. Een werkgroep uit de EBN wilde een rapport schrijven over de situatie in de BRD en de gevolgen daarvan voor Nederland. Het initiatief voor dit rapport werd genomen door Yvonne van Rooy, toen voorzitter van de EBN afdeling den Haag. De werkgroep bestond uit Jan Bron Dik, Bert Doorn en ondergetekende. De drie thema’s waren politiek, economie en defensie. De titel van dit rapport was “Is Duitsland ( ons) de baas” ? Wanneer je Duitsland noemt heb je het gauw over Europa ?

Wat zijn de veranderingen in de Europese zaak die jou het meest beziggehouden hebben de afgelopen jaren?
Dat burgers weinig of geen belangstelling hebben voor de EU. Dat de EU moeilijk in elkaar steekt, maar dat met concrete en praktische zaken een en ander verduidelijkt kan worden en dat de EU veel bereikt heeft voor de Europese burgers, met name vanwege de positieve effecten van de Interne markt. Tenslotte zijn te veel Europeanen ervan overtuigd dat de EU  de  baas is van de EU-landen. Velen weten niet dat de Europese Commissie alleen voorstellen doet op basis van initiatieven van Europese landen, dat de nationale regeringen daarmee instemmen en dat daarna het Europese Parlement zijn goedkeuring moet verlenen.

Wat is jouw analyse van de huidige situatie waarin Europa zich bevindt ?
Algemeen wordt geconcludeerd dat er te veel en overbodige regelgeving bestaat evenals een zware bureaucratie. Een aantal EU-leden wil zo min mogelijk bemoeizicht vanuit “Brussel” of wil zelfs uittreden, zoals dat zich ontwikkelt in het VK, en mogelijk ook in andere landen. Als gaat blijken dat uittreden grote negatieve economische gevolgen heeft dan zullen andere landen zich nog eens achter de oren krabben. Volgens mij gaat de Brexit op de duur naar een Bretin, en beseffen de lidstaten dat er weer meer eenheid komt om Europa  sterk te houden, onder het voorbehoud dat kritisch wordt gekeken welke hervormingen binnen de EU broodnodig zijn.

Wat zijn je belangrijkste ervaringen met het Europese Netwerk van Noord-Nederland?
Er zijn veel niet-commerciële en commerciële organisaties en instellingen die meer en meer geïnteresseerd zijn in de EU. Maar  tot  begin van deze eeuw was er nog geen platform in het noorden des lands waar deze organisaties elkaar regelmatig konden ontmoeten om samen de relaties met “Brussel” te bespreken en op verschillende punten gezamenlijk op te treden. We hebben dat platform opgebouwd. En vanwege alle contacten zijn er ook bilaterale samenwerkingsverbanden  tussen deelnemers ontstaan, voornamelijk gericht op “Brussel”. Het Netwerk trekt veel deelnemers, zeker als bekende Europa-deskundigen het woord voeren. We richten ons op actuele ontwikkelingen vanuit deze regio die een Europees karakter hebben. Sinds het begin van dit platform is er bovendien altijd een groep studenten MBO/HBO uit Friesland betrokken geweest, die veel gelezen hebben over Europa en binnen hun opleiding al een basiskennis over de EU verworven hebben.

Waarom is voor  jou de regionale benadering het antwoord op de Europese malaise?
Het gaat om de schaal van betrokkenheid. Het is niet voor niets dat een groot deel van de middelen van de EU bestaat uit gelden die bestemd zijn voor regio’s. De drie noordelijke provincies vormen samen zo’n regio die een goed aanzien heeft bij Europese Commissie in Brussel. De schaal van het Platform zelf is ook zo: het is niet te ver of te dichtbij en deelnemers zijn bereid om een bepaalde reis te maken naar Groningen, Leeuwarden of Emmen. We vergaderen per toerbeurt in deze drie gemeenten. Het ligt in de bedoeling om bijeenkomsten van het Platform samen te organiseren met aanverwante en relevante organisaties in desbetreffende gemeenten. Deze aanpak levert meer deelnemers en meer inkomsten op.

Voor cv van EBN erelid Hans van Borselen, zie pdf

administrator_ebnRevitalisering van Europa start in de Regio
read more

EBN @ ‘Europe at 60’ in Rome The burning need to reconnect Europe’s citizens

March 25-26, 2017 was a most curious weekend in the Italian capital where people from all over Europe had gathered on the occasion of the 60th anniversary of the Treaty of Rome. With the political unease mounting in the wake of Brexit, the Trump election, and with various elections in EU member states on the horizon, not everybody was in the mood for a party.

Walking across town, one could see the closed-off areas around the buildings where the European officials would meet; witness the separate avenues reserved for the seven different citizens’ marches (and never the seven should meet); and come across the few remaining, slightly disoriented Saturday shoppers and tourists looking for diversions. Most local Romans had stayed home, discouraged by the fact that several main museums, tourist sites and popular shops had closed their doors out of fear of possible ‘terrorist attacks or riots’… Sure, you never know these days.

As if to challenge and defy the troubled, soul-searching atmosphere surrounding this 60th anniversary of the European postwar project, a beautiful Roman spring sun was shining over the various pro- and anti-European passionados taking to the streets. Red, orange and pink blossoms on all trees, gorgeous light on all the Roman antiquities. Another Europe asserting itself.

The EBN was represented in Rome all day on Saturday, and first attended the full-house political forum ‘Europe fights back’, organized by the European Movement International, together with the UEF and Young European Federalists. In a packed Centro Congressi Roma Eventi, just behind the Piazza di Spagna, a chorus of political figures, MEPs, MPs, academics, journalists, civil society and youth representatives joined other European activists to discuss the future of Europe in a series of lively panels.

In the spirit of the special letter recently issued by the honorary council of the European Movment International (http://europeanmovement.eu/news/a-more-fair-safe-sustainable-and-inclusive-eu/), most panelists were constructive but not uncritical. As one of the panelists, Guy Verhofstadt, had it: ‘We are critical of Europe but not so stupid as to want to destroy it.’

When asked what people valued about all the work done in the European institutions over the last 60 years, most answers echoed the importance of the relative peace on the continent since the late 1940s. People underscored the basic values of security and prosperity to which the EU had substantially contributed. As several speakers reiterated: Europe may have been reshaped many times, but its values remain. They reminded the audience of the ways in which for decades the European institutions had managed to check the ugliest expressions of national egotism, which in the past so often had torn the continent apart.

Most speakers, however, were far from complacent. Pointing to the many worrying signs of new nationalism, everybody agreed that the familiar post-WWII narratives no longer suffice. Time has come for a bold revisiting of the EU, involving new pledges to Europe’s core values and a firmer institutional reconfiguration to live up to Europe’s promises. Many felt that too much energy had already been wasted in internal strife. No surprise, the EU had lost much of its ‘sexyness’ and appeal among large groups of citizens.

Many speakers mounted strong pleas for ‘major acts of courage and new institutional vision’. Much more coordinated attention should be paid to the great challenges and transformations of our days in the domains of climate, energy, ecology, new economic policies, new democracy. Several contributors argued for a smart transfer of power to citizens, notably the young. In the words of the president of the European Youth Forum: ‘The youth are not just the future of Europe, they are its present’. All agreed that 2017 should be a year of much deeper reform and conserted action, to prevent the European project from disintegrating under our eyes.

Around mid-day, the congress participants transferred to the Piazza Bocca della Verità (‘mouth of truth’), to join the March for Europe, organized by a series of pro-Europe organizations.

 


Thousands of people joined this march to the Colosseum, where speakers reminded the crowds about Europe being primarily a humanistic project.

 

Meanwhile, a couple of miles away from the Colosseum on the Via Cavour, a March of the Movement of Nationalists had gathered a thousand people, carrying banners for ‘La Patria’, ‘Our own Identity and Against this Europe’, ‘for national sovereignty’, and against ‘gender and gays’, ‘banks’, ‘Bolkestein’ or anti the ‘EU’ full-stop (as in ‘Fuck EU’).


In yet another quarter of the city, in the Teatro di Roma, the DiEM25 movement – led by Yanis Varoufakis and rapidly gathering force among people interested in new democratization of Europe -was preparing its large-scale event ‘A New Deal for Europe: A Time of Courage’, scheduled for later that day.

(See link to live stream recording: https://diem25.org/the-time-of-courage-diem25-live-in-rome/)

Walking around town and attending these various events, three observations stood out. All Europe gatherings in town had attracted people with considerable energy and passion. All marches had mobilized a clear percentage of young people, albeit with very different voices. And all gatherings took place in their own spaces, without much interaction with the other assemblies:  people uttering their views on Europe in a troubling kind of segregation, with no visible attempts to connect.

This exposes perhaps the most pressing challenge to anyone interested in European reform. As is increasingly manifest, for instance in the results of recent elections around Europe, we are facing widening social divides between citizens and hardening silos. In the face of this predicament, a much more fundamental labour of reconnection is required. The current anguish in Europe has many well-documented sources: economic, cultural, effects of globalization. But rather than rearticulating the same anxieties over and over again in segregated spaces of deliberation among like-minded people, we need to re-establish new meeting- and dialogue arenas to find some degree of common ground and shared solutions between people of different walks of life.

So here’s the burning question. Can we drop the unproductive anguishing in segregated spaces (online and offline) plaguing European discussions today and start devoting considerable energy to reconnecting? Can we prioritize the creation of more shared spaces to come up with solid solutions for the future? Can we put the rich traditions of knowledge of Europe to better common use? Can we actually meet face to face for proper dialoue, engage in more respectful exchanges and explorations, and build a fairer future from there? Can we? Still?

Godelieve van Heteren, chair European Movement Netherlands (EBN)

administrator_ebnEBN @ ‘Europe at 60’ in Rome The burning need to reconnect Europe’s citizens
read more

JUNCKER DWINGT LIDSTATEN TERECHT EEN KEUZE TE MAKEN

De stormloop van het eurofobe populisme mag op 15 maart vooralsnog even afgeslagen zijn (ofschoon Wilders natuurlijk nooit een schijn van kans had om ook maar in de buurt van de meerderheid te komen), maar daarmee is de Europabrede onvrede die dit populisme voedt, nog lang niet voorbij. Zelfs als het in Frankrijk en Duitsland dit jaar electoraal goed afloopt, is er weinig reden om de vlag uit te steken – juist een zelfvoldaan achterover leunen, dat in het verleden in Brussel te vaak heeft plaats gehad, versterkt het risico op nieuwe electorale revoltes.

Los daarvan – ofschoon eigenlijk helemaal niet los daarvan – dreigen oude demonen weer de kop op te steken, zoals het nog steeds niet verholpen Griekse en Italiaanse probleem, dat de stabiliteit van de euro blijft bedreigen. Nog steeds valt niet uit te sluiten dat het behoud ervan (tenminste voor alle thans participerende landen) uiteindelijk onhaalbaar zal blijken, ongeacht alle Brusselse bezweringen van het tegendeel.

En tot de nieuwe demonen behoort na het aan ons eigen Goejanverwellesluis herinnerende Rotterdamse consulaat-incident – de koets van een ongewenst doortastende politica met geweld tegengehouden – de snel verslechterende relatie met een steeds autocratischer Turkije, dat sinds vorig jaar geacht wordt de zuidoostflank van Europa tegen politiek destabiliserende vluchtelingenstromen te bewaken. Om van Poetins vijfde colonne in de persoon van de Hongaarse president Orban, of de Poolse obstructie, die in openlijk verzet tegen een landgenoot als Europees voorzitter resulteerde, te zwijgen.

En dan is er, als potentiële brandbom onder de interne Europese harmonie, het fiscale en sociale beleid, dat ook met de Brexit samenhangt: het tweede – angst voor concurrentie op de arbeidsmarkt in de vorm van ongecontroleerde immigratie uit met name Oost-Europa – heeft een deel van het Britse electoraat vorig jaar tot een ‘nee’ tegen de EU verleidt, het eerste dreigt door May als wapen gehanteerd worden indien de Europese voorwaarden voor een harde Brexit door haar echt te hard worden bevonden.

Overigens zijn de Britten niet de enige boosdoeners. De Europese Commissie heeft – terecht – aangekondigd iets te willen doen aan belastingontduikersparadijzen en heeft daarbij ook Nederland in het vizier, dat tot nu toe tamelijk onwillig is gebleken om de desbetreffende praktijken op de Amsterdamse Zuidas aan te pakken waardoor Athene en andere hoofdsteden miljoenen aan legitieme belastinginkomsten mislopen. In Den Haag ligt in dit opzicht vooral de VVD dwars, en het valt niet te hopen, dat zij haar jongste overwinningsnederlaag als een aanmoediging opvat om dat te blijven doen. Een dergelijke houding is, gezien de kritiek op de gebrekkig functionerende Griekse fiscus, niet alleen hypocriet, maar ondermijnt ook de interne Europese solidariteit.

In dat licht – en in het licht van een pan-Europese verlatingsangst nu Trumps Amerika andere mondiale prioriteiten (namelijk vooral zichzelf) blijkt te hebben – moet Brussel natuurlijk wat. Vandaar dat Juncker de altijd tegenstribbelende regeringsleiders een dwingend keuzemenu voorlegt. En het moet gezegd: dat werd tijd. Te lang heeft hij om de hete brei heengedraaid en niet gedurfd om de lidstaten voor het blok te zetten: wat voor Europa willen zij eigenlijk, nu het officiële oude doel van de ever closer union als te grote graat in de electorale keel verlaten is.

Vijf opties legt Juncker de nationale hoofdsteden voor. De eerste is doormodderen – iets waar vast geen regeringsleider openlijk voor durft te kiezen, maar wat velen wel in de praktijk snel zullen prefereren, omdat het hen van de moeizame plicht tot vooruitzien en dus écht kiezen ontslaat. Met doormodderen komen ook Europese politici, net als nationale, immers een heel eind. Zij zijn daarmee ook gekomen waar zij nu zijn: Europa bestaat nog, de Euro eveneens, de Derde Wereldoorlog is nog niet uitgebroken, de vluchtelingen uit Afrika en de Arabische wereld hebben ons nog niet onder de voet gelopen, en Wilders wordt geen premier, dus waar hebben we het over? En vooral: wat is het alternatief?

Als alternatief ziet Juncker drie mogelijkheden – volledige integratie (zijn vijfde) mag gezien de algemene stemming in vrijwel elk land een illusie worden geacht. De eerste: Europa weer reduceren tot de interne markt die het in EEG-tijden was. Alleen hadden de Britten dan niet hoeven te vertrekken, want dat willen die ook. Klein bezwaar: als de grenzen voor goederen open zijn, houden zich ook andere stromen niet aan grenzen. De tweede optie: een kopgroep, die er met de Euro natuurlijk al is – alleen maken daarvan ook (of: juist) landen uit die eigenlijk niet aan de normen voldeden en voldoen, maar men niet had durven weigeren.

De derde optie: vergaande samenwerking op een specifiek aantal terreinen. In feite is dat, door de nood afgedwongen, vaak ook al stilzwijgend het geval, maar dit formaliseren ligt al snel gevoelig. Roept U maar: één asylbeleid – dus ook met opnamequota per land? Eén leger – dus met Nederlanders die op Brussels in plaats van Haags bevel gaan schieten? Bijkomend probleem: het ene werkterrein overlapt in zijn gevolgen vaak het ander. Dat geldt eigenlijk ook al voor een reductie tot de gemeenschappelijke vrije markt: economische concurrentie leidt bij grote intern-Europese welvaartsverschillen al snel tot een sociale race to the bottom – precies de reden waarom veel lagerbetaalden zich massaal van de EU hebben afgekeerd.

Toch moet er inderdaad gekozen worden, en daarbij is een zekere mix tussen kopgroep en deel-samenwerking onvermijdelijk. Dat zal op protesten van de achterblijvers stuiten, die tegelijk echter zèlf weigeren aan zo’n kopgroep mee te doen (en evenmin een totale unie willen). Hier moet men helder durven zijn: onwilligen mogen anderen die dat wèl willen niet beletten verder te gaan.

administrator_ebnJUNCKER DWINGT LIDSTATEN TERECHT EEN KEUZE TE MAKEN
read more

Dutch Elections and Europe: the Dutch political ‘center’ asserting itself no reason for complacency

The Dutch elections have passed, Dutch people have spoken. After months of heated debate and fierce campaigning, 80% of Dutch electorate came out to the ballot box yesterday to cast their vote. All of Europe was watching, and many commentators expressed a sigh of relief when the party of mr. Wilders (PVV) did not become the largest. Quickly people claimed this to be ‘a victory for Europe’, or in the words of the current PM: “A clear ‘no’ to ‘the wrong kind of populism’.”

This may be a bit too quick a conclusion.

It is early in the day. The final results will only be confirmed by next Tuesday. It may be wise to take a deeper look at the complex party political landscape of the Netherlands and try to assess what actually emerged yesterday.

For weeks, the polls indicated a close call between the Conservative VVD of the current Dutch PM, mr. Rutte, and the PVV of mr. Wilders, each fighting for the lead which in the Netherlands as coalition country gives one the first right to form a coalition government. After the diplomatic clash between the current government of the Netherlands and the Turkish government over an unwanted proposed referendum rally by Turkish ministers in Rotterdam last week, it appeared that many people last minute turned to the VVD instead of the PVV, landing mr. Rutte’s party in a comfortable lead yesterday.

Overall, a majority of Dutch citizens yesterday turned to the established center parties. If this election shows anything, it is that the tacit Dutch political center reasserted itself. However – and here is the major caveat – it would be misleading to read this as back to business-as-usual. Underneath the ‘grey-right or green-right’ coalition government, which will most likely now emerge, several strong socio-economic and cultural changes are manifest, which constitute the deeper transformations in the Dutch political arena. And they may not be unique for The Netherlands.

These changes can no longer be characterised in terms of traditional opposites. Especially among the younger electorate, left-versus-right labeling no longer applies, if you see which shifts-of-parties voters have actually made. Generally speaking: people vote much less collectively, and much more on the basis of individual current concerns. They vote less for ‘programs and manifestos’, more for individuals/individual issues and different senses of self and future. However, people are still carried by deeper cultural preferences, which are not always so explicitly discussed.

What appeared yesterday is that:

  • Young people have voted in large numbers for social liberal parties as D66 (liberal democrats), the Greens and an ecological party (Animal Welfare party PvdD). For their European orientation, this choice can be welcomed, since all these parties propose international openness, a strong, reformed Europe, and inspirational politics, which is what especially the young Green Party leader was offering his supporters. However, many of the youths which came out in strides to support these parties are middle-class, higher educated. It remains to be seen how many of the other youths actually voted. Recent reports worried about their connection to the political scene, specific groups of youths may have stayed home.
  • ‘Identity politics’ and specific issue parties dealing with basic human rights (such as Art. 1) have entered the scene. One ‘identity party’ DENK, a spin-off of the Labour party, strongly focusing on the rights of migrant communities, has swept up the votes of some people in migrant communities (2-3 seats), who traditionally voted Labour. Their concerns are serious, their gains may also relate partially to the conflict with Turkish president Erdogan last week, which left many Dutch citizens of Turkish background uneasy.
  • The Dutch social democrat party (PvdA) has lost dramatically and is now reduced to being the 7th party in the Parliament. The Socialist party (SP) is the sixth party and also lost one seat (against the expectations in the polls). The Labour losses were especially dramatic in the cities. The major urban centers have turned to the Conservatives on the one hand (i.e. entrepreneurs, SMEs, corporate interests, e.g. Rotterdam) and to the D66 and Greens (new urban liberalism, e.g. Amsterdam, Utrecht, Groningen) on the other. Thus, the traditionally Labour/social democrat urban centers such as Amsterdam, Rotterdam, Groningen, Utrecht etc Labour have moved to three other parties, leaving the social democrates diminished to their very hard core electorate.
  • This continues a downward trend for the social democrats, which has been there for a while but was blurred by the unexpected, tactical victory the party had in the 2012 elections. Whereas Labour had already lost much of its old Labour base (unions etc.) to the Socialist Party before the 2012 elections, they now also seem to have lost many of their higher educated, liberal progressive urban voters and many of the young. A very dramatic result indeed, which deprives them of a lot of innovative power and social base. Much of this needs to be further analyzed. Commentators seek the initial answer for Labour’s demise in the ‘governmental style and self-centeredness’ the party has adopted in government, and the fact that the compromises they had to strike with the Conservatives were often harder to explain to Labour supporters (many of the policies being closer to Conservative dictums). It is significant, however, that the Socialist Party did not benefit from Labour’s loss either. In fact, some of the SP voters may actually have transferred to the Wilders party, as people who feel nobody is looking after their interests.
  • The shifting electoral sympathies also demonstrate that the party-political system is not a very strong vehicle of ideological positions anymore. People switch more easily between parties. This is reflects deeper socio-cultural and economical divides, even within the current parties, which are visible in the following:
  • The ultra-conservative, national conservative and nationalist forces are now spread over a part of VVD, part of the Christian-Democrats, Wilders party PVV and Forum for Democracy, the small Christian parties and part of the Socialist Party (SP). They are split into center conservatives (i.e. VVD Conservatives, part of the Christian-Democrats and the small Christian parties, which add up to 60/150 seats; nationalist populist forces (Wilders PVV and Forum voor Democratie), which up to 22/150 seats; and old Socialist party forces which are culturally often conservative (14/150).
  • The progressive, urban liberal democratic, Green and ecological forces are spread over D66, Greens and PvvD and add up to 38 of the 150 seats) (19 plus 14 plus 5 seats respectively). The Dutch Labour party is reduced to 9 seats and has to reinvent itself. It is very unclear where it will position itself in opposition and from what premises it will seek its regeneration, a situation which again is not unique for The Netherlans, but in different forms and shapes also applies to social democrats in other European countries.
  • This Dutch election was characterized by the emergence of a wide range of new small parties, many representing specific issues of identity or cultural roots not served sufficiently by the major parties. The fact that none, except for DENK and the Forum for Democracy (FvD), made the threshold to enter Parliament does not diminish the importance of this trend of fragmentation.

Given all these subplots, we should be very wary of settling too quickly into a victorious rhetoric, or fall into the trap of new complacency. Surely, progressive Europe constructive parties will enter government. And surely, the Wilders forces did not take the lead. For a variety of reasons, they dispersed. And yes, identity and one-issue parties did not win major gains. But the sentiments are there and represent real concersn of people and a tough set of social challenges, which in a mature democracy should not be ignored.

Adding everything up, the social polarization is not gone. The mixed majority of Dutch moderates has asserted itself. But at least 20-30% of the Dutch electorate feels attracted to nationalist policies, feels underserved by established politics and expresses fear or opposition to internationalism, multiculturalism and ‘Europe’ as an anonymous projection screen. The fact that many of the Wilders supporters voted last-minute for the Conservatives does not mean their discontents have now subsided. The people attracted to Wilders are now spread over Wilders own party (PVV), the VVD (the winning Prime Minister’s party), the newcomer Forum for Democracy (with 2 seats), the CDA and others.

The fragmentation and continued social disconnects put a huge burden on whoever will govern next, to build the bridges, of the kind that during election campaigns are never built.

Godelieve van Heteren, chair EBN

administrator_ebnDutch Elections and Europe: the Dutch political ‘center’ asserting itself no reason for complacency
read more